Jakub Małecki, Ingeborg Bachmann

De Poolse schrijver en vertaler Jakub Małecki werd geboren op 25 juni 1982 in Kolo, Polen. Zie ook alle tags voor Jakub Malecki op dit blog.

Uit: Aangrenzende kleuren (Vertaald door Karol Lesman)

“Ze zat in een oude bruine stoel naar haar rechterhand te kijken en wist zeker dat er in dit huis meer mensen moesten zijn. Die gedachte kwam soms bij haar op. Later verdween die weer, verdrongen door een andere – bijvoorbeeld dat ze moest gaan ontbijten. Het gebeurde ook weleens, en wel vaker, dat er zich in haar hoofd een alleen haar bekende vlakke en oneindige weide uitstrekte, waarop verleden noch toekomst bestonden, gebeurtenissen noch mensen, alleen zij, naamloos, zonder leeftijd, zittend in het midden. Elke dag had ze twee of drie uren waarin alles op zijn plaats stond. Gewoonlijk vanaf het midden van de dag tot aan de warme maaltijd, en soms ook nog na de warme maaltijd. Ze herinnerde zich dan alles en iedereen, ze wist hoeveel mensen er in dit huis woonden en hoeveel er vroeger hadden gewoond. Krystian, dacht ze bijvoorbeeld. Mijn zoon heet Krystian. Ze noteerde zijn naam op een stuk pakpapier, op de eerste bladzijde van een boek dat ze van de plank had gepakt, soms op de tafel, om later geen wagen te hoeven stellen. Maar als dat Later dan naderbij kwam, en daarmee haar slechtere uren, snapte ze niets van haar krabbels, dan hadden die geen betekenis voor haar. Dan wachtte ze tot er weer een betere tijd kwam, tot ze opnieuw Aniela zou zijn, en niet alleen die afgestompte, zwijgende onbeweeglijkheid. Haar man heette Iwo en zat voor het grootste deel van de dag naar hetzelfde raam te kijken als zij. Gedrongen, mollig, comfortabel aangepast aan zijn stoel, baande hij zich aan haar zijde een weg door de opeenvolgende minuten. Ze ademden. Ze schraapten hun keel. Hij zuchtte, waarbij hij eventjes van houding veranderde, terwijl zij om de zoveel tijd overeind kwam, naar de kast liep, iets rechtzette, iets een centimeter de ene of een centimeter de andere kant op schoof, waarna ze naar haar plaats terugkeerde. Een door takken doorsneden strook zonlicht gleed van rechts naar links over hun benen, als iets levends. Ze gingen naar beneden voor de maaltijden, die hun schoondochter voor hen bereidde, en Iwo sprak elke keer bij het opstaan vier woorden: “Hartstikke lekker, Regina. Bedankt”. Ze keerden terug naar boven, naar hun twee ruime vertrekken op de omgebouwde zolderverdieping, gingen in hun stoelen zitten en vingen hun onderbroken strijd aan met de tijd. Zo nu en dan schonk hij ’s avonds een glaasje cognac voor hen in en dan zwaaide zij met een brede glimlach, alsof ze nog nooit van haar leven iemand zoiets geks had zien doen. Ze gaven commentaar op de weersveranderingen en deelden hun woede als de etenstijden zonder vooraankondiging naar de ene dan wel de andere kant van een tijdspanne werden verschoven. ’s Zondags trokken ze erop uit naar de kerk. Ze liepen langzaam, bogen naar de mensen, spraken met niemand. Bij thuiskomst vertelde zij hem wie ze had gezien, wie een nieuwe jas had gekocht en wie er in de mis niet bij was geweest, volkomen alsof Iwo haar niet had vergezeld bij dit uitje, alsof hij dat alles niet zelf had gezien.”

 

Jakub Małecki (Kolo, 25 juni 1982)

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

Een soort verlies

Samen gedeeld: seizoenen, boeken, muziek.
De sleutels, de theekopjes, de broodmand, lakens en een bed.
Een uitzet van woorden, gebaren – meegebracht, gebruikt, verbruikt.
De huisregels gevolgd. Gezegd. Gedaan. En steeds de hand gereikt.

Ik werd verliefd op winters, een Weens septet en zomers.
Op landkaarten, een bergdorp, een strand en een bed.
Hield data in ere, verklaarde beloften voor onverbrekelijk,
verafgoodde een Iets en was vroom voor een Niets

(de opgevouwen krant, de koude as, het blaadje met een notitie),
onbevreesd in het geloof, want dit bed was de kerk.

Uit de blik op het meer ontstond mijn onuitputtelijk schilderen.
Vanaf het balkon kon ik de volkeren, mijn buren, groeten.
Bij het haardvuur, in veiligheid, had mijn haar zijn diepste kleur.
Het bellen aan de deur was het alarm voor mijn vreugde.

Niet jou heb ik verloren,
maar de wereld.

 

Vertaald door Paul Beers en Isolde Quadflieg

 

Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2023 en ook mijn blog van 25 juni 2020 en eveneens mijn blog van 25 juni 2019 en ook mijn blog van 25 juni 2018 en ook mijn blog van 25 juni 2017 deel 2.

Wilfred Smit, Yves Bonnefoy

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

 

Dies irae

Maak voor vandaag uw lievelingen
op de eerste rij niet wijzer, juf,
zie toe op de verwarring bij
het twee aan twee naar buiten gaan.

ge moogt hen vuriger dan anders
tegenkussen, maar bid dat hun
tenminste blijft bespaard u aan te zien
in de zelen van een bokkewagen,
met het schaamhaar meer dan zichtbaar
even voor ge als een bezem brandt,

want het stapelt in de hemel
kandelaar op kandelaar
en de winden, valbijlen in hun nest,
hangen nog maar met een lint bijeen.

 

Carthago ’s ochtends

Dolfijnen doken nog naar de zon.
de nacht die aquaducten
over beide heenspon,
haven en voorstad, laat los.
de krijtallee bij dageraad
is zo verstild en rose,
als wist ze dat verbanning staat
op ’t strooien van geruchten.
men kleppert het elkaar,
halfslapend nog, vanonder
ebbenhouten muiltjes toe:
Aeneas op een vlonder
teruggekeerd, het zwerven moe!

 

Vallende ster

Misschien word je een kermiskind
met lampjes inplaats van ogen,
misschien een schuitje aan het rad
ook in donker voortbewogen;
doe maar of je prins neon bent
die van z’n moeder gemogen
had, maar niet kon, van trappen viel
– de hardste blauwe en de hoge.

 

Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

De dialoog van Angst en Verlangen

I

Vaak stel ik me, boven me,
Een gezicht uit een offer-ritus voor, waarvan de stralen
Als de voren van een bewerkte akker zijn.
De lippen en de ogen glimlachen,
Het voorhoofd is dof, vermoeiend en vaag gerucht van zee.
Ik zeg ertegen: Wees mijn kracht, en zijn licht neemt in sterkte toe,
Het heerst over een oorlogsgebied in de schemering
En een hele rivier die door zijn bochten
Deze veroverde vruchtbaar gemaakte aarde geruststelt.

En ik verwonder me er dan over dat deze tijd
En deze moeite ervoor nodig waren. Want de vruchten
Heersten al aan de boom. En de zon
Verlichtte al het avondland.
Ik kijk naar de hoogvlakten waar ik kan leven,
Die hand die een andere rotsachtige hand vasthoudt,
Die ademhaling van afwezigheid die
Een onaffe herfstakker omploegt.

 

Vertaald door Hans Tentije

 

Yves Bonnefoy (24 juni 1923 – 1 juli 2016)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2023 en ook mijn blog van 24 juni 2020 en eveneens mijn blog van 24 juni 2019 en ook mijn blog van 24 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

David Leavitt, Anna Achmatova

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: In de Maremma – een boerderij in Toscane (Met co-auteur Mark Mitchell en vertaald door Mireille Vroege)

“Het afbranden van een tweeduizend jaar oude olijfboom was niet alleen een daad van vandalisme, maar ook van moord. In een stad waar olie van levensbelang is, werd deze geweldige moederboom niet alleen als bron van bestaan beschouwd, maar ook als een kracht van het goede.
Toen Pina ons olie aanbood die van de vruchten van de olivone was gemaakt, namen we die met een bijna mystieke verwondering aan, niet omdat de olie anders smaakte dan welke andere olie van hier uit de buurt ook, maar omdat hij van de olivone kwam, die nog voor Christus geboren was.
Tegenwoordig proberen we ons te troosten met de wetenschap dat al onze eigen bomen de potentie hebben om tot een olivone uit te groeien. Momenteel hebben we er achtendertig, en dat is net genoeg voor een jaar lang olie voor twee hongerige mensen en een hond. Omdat we nu inwoners van Toscane zijn, plukken we de vruchten met de hand, op het moment dat het groen net zwarte vlekken begint te krijgen.
Daarom is Toscaanse olijfolie terecht zo beroemd; Umbriërs en Apuliërs wachten tot de vruchten van de boom vallen, en dan vergaren ze ze pas, waardoor je een veel zuurrijkere olie krijgt. Vervolgens pakken we de olijven in plastic kratten en brengen we ze naar een van de twee frantoii in Semproniano, degene die gevestigd is in een pakhuis achter de landbouwcoöperatie (consorzio agrario).
In de ruimte waar je na binnenkomst doorheen moet, staan tonnen met olijven te wachten om gewogen en geperst te worden, hele bergen, hetzij in kratten, hetzij in jutezakken waar al een beetje vocht doorheen sijpelt. Meestal staat er buiten een vrachtwagen geparkeerd, met daarin de gigantische oogst van een van de grotere aziende, duizend kilo, waarnaast onze vijf kratjes nogal mager ogen.
Toch laten we ze door de frantoiano wegen, en hij zegt op hoeveel olie we recht hebben, waarbij hij als basis voor zijn berekeningen een mysterieuze formule gebruikt die niet alleen van de hoeveelheid olijven uitgaat, maar ook van hun oliegehalte in vergelijking met andere jaren – gemiddeld ongeveer twintig procent van het gewicht van de vruchten.
We knikken dat we met zijn condities akkoord gaan. Vervolgens neemt hij onze olijven en gooit ze bij de andere op de hoop, want over het algemeen worden alleen heel grote oogsten afzonderlijk geperst; bij kleine oogsten worden de olijven van verschillende families door elkaar gegooid, hetgeen betekent dat je nooit echt kunt zeggen: ‘Dit is mijn olie’, hoewel iedereen dat natuurlijk wel doet.”

 

David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)
Leavitt en Mark Mitchell (links)

 

De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

Gebed

Geef mij bittere jaren van ziekte,
Van steunen, slapeloosheid, koorts,
Neem mijn kind van mij af, mijn vriend,
Mijn geheime talent voor het vers –
Zo bid ik in jouw liturgie
Na zoveel gekwelde dagen,
Opdat de donderwolk boven Rusland
Opgaat in een krans van zon.

 

Vertaald door Kristien Warmenhoven.

 

Anna Achmatova ( 23 juni 1889 – 5 maart 1966)
Borstbeeld van Anna Achmatova in Taormina, Italië

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juli 2020 en eveneens mijn blog van 23 juni 2019 en ook mijn blog van 23 juni 2018 deel 1 en ook deel 2.

Jaap Robben, Anne Carson

De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

Uit: Schemerleven

“Het lukt me niet goed om aan iets anders te denken. Steeds zie ik de witte voeten van Louis voor me. Hoe ze onder de foliedeken uitsteken. Zo onbeschermd. Zijn pantoffels verloren in de verwarring en de paniek. Zijn voeten, zo kwetsbaar terwijl hij de ambulance in wordt geschoven.
Dit matras is me veel te zacht, van de plastic hoes eromheen wordt mijn rug klam. Op mijn zij kan ik niet inslapen. Ik denk sowieso niet dat ik hier ooit kan slapen. Ik tuur in het donker. Tobias is vergeten om de stekker van mijn wekkerradio in het stopcontact te steken. De nieuwe televisie heeft hij wel voor me aangesloten en ingesteld. Het rode lampje kan ik zonder bril zien. Aan de deur naar het aangrenzende badkamertje hangt een grijze vlek. Het is de tuniek voor morgen. Die droeg ik ook bij de uitvaart. Ik werk mezelf omhoog. Warme anijsmelk. Ergens moet het snoer met het knippertje van mijn bedlamp hangen, maar ik kan het niet vinden. Ik tast over het nachtkastje, behoedzaam om er niks vanaf te stoten. Ik voel het boekje met sudoku’s, mijn gehoorapparaatjes, tik met mijn trouwring tegen het glaasje water. Daar is mijn bril. Ik vouw de pootjes open en zet hem op. Het knippertje van mijn bedlamp is dichterbij dan ik dacht. Mijn vertrouwde spullen in deze vreemde kamer schrikken van het plotse licht. De spijkertjes in de muur zijn nog leeg. Van Louis mocht ik ’s nachts nooit zelf anijsmelk maken. Omdat ik daarvoor alleen de trap af moest naar de keuken. En hem wilde ik het niet vragen, omdat hij dan speciaal voor mij op moest staan. Nu laat ik mijn benen over de rand van het bed glijden. `Er is hier geen trap waar ik vanaf kan vallen,’ mompel ik tegen mezelf. Het lukt me niet om tegen Louis te blijven praten. Langs de openstaande harmonicadeur schuifel ik naar het woonkamertje met de kitchenette. Ben ik anijsblokjes tegengekomen toen Nadine en ik vanmiddag de kastjes inrichtten? Zij mocht niets zwaars sjouwen van Tobias vanwege haar zwangere buik. Die blokjes liggen waarschijnlijk nog thuis in de keukenla. Ons huis dat nu zo stil is en halfleeg. Ik noemde Nadine trouwens vandaag per ongeluk weer Sabine. Dat was de vorige vriendin van Tobias. Ik denk dat Nadine het niet gehoord heeft. Nadine, Nadine, Nadine. Louis en ik waren ervan uitgegaan dat Tobias geen kinderwens had. Tijdens Sabine was hij daar heel stellig over geweest. Dit jaar is hij achtenveertig geworden, dus we hadden er niet meer op gerekend. En toen verscheen hij met Nadine en die is een stuk jonger. Louis was ontroerd en dolgelukkig toen ze het kwamen vertellen. En ik natuurlijk ook. Ik was ook heel gelukkig voor hen. Louis had hen omhelsd en bij elk een kus op het voorhoofd gedrukt. “Dit is nog eens een cadeau”.

 

Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

Uit: Autobiografie van rood

6 Ideeën

Uiteindelijk leerde Geryon schrijven.

Van zijn moeders vriendin Maria kreeg hij een prachtig schrift uit Japan
met een fluorescerende kaft.
Op de kaft schreef hij Autobiografie. In het schrift een lijst van feiten.

Totaal Van Bekende Feiten
Over Geryon
Geryon was een monster alles aan hem was rood. Geryon woonde
op een eiland in de Atlantische Oceaan dat Waar het Rood Is heette.
Geryons moeder was een rivier die Rode Vreugde heette en zeewaarts
stroomde Geryons vader was goud. Er wordt gezegd dat Geryon
zes handen zes voeten en ook wel eens dat hij vleugels had.
Geryon was rood net als zijn ongewone rode kudde. Op een dag
kwam Herakles en doodde Geryon en stal het vee.

Hij liet Vragen en Antwoorden volgen op Feiten.

VRAGEN Waarom doodde Herakles Geryon?

  1. Gewoon gewelddadig.
  2. Moest wel het was een van zijn Werken (10de).
  3. Het idee dat Geryon de Dood was anders zou hij eeuwig kunnen leven.

TOT SLOT
Geryon had een klein rood hondje Herakles doodde dat ook.

Het Idéé hoe komt hij erop, zei de juf. Het was Ouderdag. Zijn moeder
en juf zaten naast elkaar in een piepkleine bank.

Geryon keek hoe zijn moeder een sliertje tabak van haar tong afplukte en vroeg:
Schrijft hij nooit een goede afloop?
Geryon zweeg.
Toen hief hij zijn hand op en maakte voorzichtig het opstel los uit de
hand van de juf.
En ging achter in de klas in zijn eigen bank zitten en pakte een potlood.

Nieuw Slot
De prachtige rode winden bleven overal op de wereld hand in hand
doorgaan met waaien.

 

Vertaald door Marijke Emeis

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2020 en eveneens mijn blog van 22 juni 2019 en ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1.

Anne Carson

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

Uit: Autobiography of Red: a novel in verse

VII. Change

Somehow Geryon made it to adolescence.
                _

Then he met Herakles and the kingdoms of his life all shifted down a few notches.
They were two superior eels
at the bottom of the tank and they recognized each other like italics.
Geryon was going into the Bus Depot
one Friday night about three a.m. to get change to call home. Herakles stepped off
the bus from New Mexico and Geryon
came fast around the corner of the platform and there it was one of those moments
that is the opposite of blindness.
The world poured back and forth between their eyes once or twice. Other people
wishing to disembark the bus from New Mexico
were jamming up behind Herakles who had stopped on the bottom step
with his suitcase in one hand
trying to tuck in his shirt with the other. Do you have change for a dollar?
Geryon heard Geryon say.
No. Herakles stared straight at Geryon. But I’ll give you a quarter for free.
Why would you do that?
I believe in being gracious. Some hours later they were down
at the railroad tracks
standing close together by the switch lights. The huge night moved overhead
scattering drops of itself.
You’re cold, said Herakles suddenly, your hands are cold. Here.
He put Geryon’s hands inside his shirt.

 

TANGO XIX. AND KNEELING AT THE EDGE OF THE TRANSPARENT SEA I SHALL SHAPE FOR MYSELF A NEW HEART FROM SALT AND MUD

A wife is in the grip of being.
Easy to say Why not give up on this?
But let’s suppose your husband and a certain dark woman
like to meet at a bar in early afternoon.
Love is not conditional.
Living is very conditional.
The wife positions herself in an enclosed verandah across the street.
Watches the dark woman
reach out to touch his temple as if filtering something onto it.
Watches him
bend slightly towards the woman then back. They are both serious.
Their seriousness wracks her.
People who can be serious together, it goes deep.
They have a bottle of mineral water on the table between them
and two glasses.
No inebriants necessary!
When did he develop
this puritan new taste?
A cold ship

moves out of harbor somewhere way inside the wife
and slides off towards the flat grey horizon,

not a bird not a breath in sight.

 

Uit: Autobiografie van rood

4 Dinsdag

Dinsdagen waren het fijnst.

’s Winters gingen zijn broer en zijn vader om de dinsdag naar de ijshockeytraining.
Geryon at dan alleen met zijn moeder.
Terwijl de avond aan wal ging lachten ze breed naar elkaar. Deden zelfs in de kamers
waar ze niet waren het licht aan.
Geryons moeder maakte hun lievelingseten klaar: perziken uit blik en toast
in lange repen om mee te dopen.
Bendes boter op de toast zodat op het perziksap een olievlekje kwam bovendrijven.
Ze namen hun dienblad mee naar de kamer.
Geryons moeder zat op het tapijt met haar sigaretten, tijdschriften en de telefoon.

Geryon was naast haar onder de lamp aan het werk.
Hij plakte een sigaret aan een tomaat. Niet aan je lip pulken Geryon anders groeit het
nooit dicht. Ze draaide een nummer en
blies intussen de rook uit haar neus. Maria? Met mij kun je vrij praten? Wat zei hij?

….
Zomaar?
….
De rotzak
….
Wát vrijheid nalatigheid is het
….
Een soort verslaafde
….
Ik gooide die nietsnut eruit
….
Doe niet zo melodramatisch – ze drukte de peuk krachtig uit – neem lekker een bad
….
Ik weet dat het geen zin meer heeft lieverd
….
Geryon? prima hij werkt hier vlakbij aan zijn autobiografie
….
Nee het is een beeldhouwwerk hij kan nog niet schrijven
….
O van alles wat hij buiten op straat vindt Geryon vindt van alles en nog wat
hè Geryon?
Ze knipoogde naar hem over de hoorn. Hij knipoogde met twee ogen terug
en ging weer aan het werk.
Hij had in haar tas knisperpapiertjes gevonden en die verscheurd om haar van te maken
en plakte het haar nu op de tomaat.
Buiten kwam een zwarte januariwind plettend omlaag van de top van de lucht
en bonkte tegen de ramen.
De lamp vlamde op. Het is prachtig Geryon, zei ze en legde de hoorn op de haak.
Het is een prachtig beeldhouwwerk.
Ze legde haar hand op zijn kleine lichtende schedel en keek peinzend naar de tomaat.
En bukte zich en kuste hem één keer op beide ogen
pakte toen haar perziken op van het blad en gaf hem de kom met de zijne.
Misschien dat je de volgende keer
een ééndollarbiljet voor het haar kunt gebruiken in plaats van een tientje, zei ze
en ze begonnen te eten.

 

Vertaald door Marijke Emeis

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2020 en eveneens mijn blog van 21 juni 2019 en ookmijn blog van 21 juni 2014 deel 1, en deel 2 en eveneens deel 3.

Solstice (Tess Taylor), Vikram Seth, Mohamed Mbougar Sarr, Anne Carson

 

 

The June light sun door Rob van Hoek, z.j.

 

Solstice

How again today our patron star
whose ancient vista is the long view

turns its wide brightness now and here:
Below, we loll outdoors, sing & make fire.

We build no henge
but after our swim, linger

by the pond. Dapples flicker
pine trunks by the water.

Buzz & hum & wing & song combine.
Light builds a monument to its passing.

Frogs content themselves in bullish chirps,
hoopskirt blossoms

on thimbleberries fall, peeper toads
hop, lazy—

            Apex. The throaty world sings ripen.
Our grove slips past the sun’s long kiss.

We dress.
We head home in other starlight. 

Our earthly time is sweetening from this.

 

Tess Taylor (El Cerrito, 24 oktober 1977)
El Cerrito

 

De Indische dichter en schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

Uit: De geschikte jongen (Vertaald door Christien Jonkheer en Babet Mossel)

“Ook jij gaat trouwen met een jongen die ik heb uitgezocht”, zei Rupa Mehra vastberaden tegen haar jongste dochter. Lata hield zich doof voor het moederlijk machtsvertoon door om zich heen te kijken in de grote, met lampen verlichte tuin van Prem Nivas. De bruiloftsgasten stonden bijeen op het gazon. “Hmm”, zei ze. Dat ontstemde Rupa Mehra nog meer. “Ik weet wat dat turun van jou betekent, jongedame, en je moet goed begrijpen dat ik in deze kwestie geen hmm tolereer. Ik weet heus wat het beste is. Ik doe het allemaal voor jullie bestwil. Denk je soms dat ik het zo makkelijk vind om alles voor mijn vier kinderen te moeten regelen zonder Zijn hulp?” Haar neus liep rood aan bij de gedachte aan haar echtgenoot, die op dat moment, daar was ze van overtuigd, ergens daarboven welwillend in hun vreugde deelde. Mevrouw Mehra geloofde natuurlijk in reïncarnatie, maar op bijzonder geëmotioneerde momenten stelde ze zich voor dat wijlen Raghubir Mehra nog voortleefde in de gedaante waarin ze hem bij zijn leven had gekend: de robuuste, vrolijke gedaante van de jonge veertiger, voordat hij door te hard werken midden in de Tweede Wereldoorlog die hartaanval had gekregen. Acht jaar geleden, acht jaar, bedacht Rupa Mehra diepbedroefd. Lata sloeg haar arm goedmoedig maar niet bepaald bezorgd om haar moeders schouder en zei: “Kom nou, Ma, op de trouwdag van Savita mag u niet huilen: Als Hij er nog was, had ik mijn eigen bruidssari kunnen aantrekken, die van patola-zijde met goudweefsel”, verzuchtte Rupa Mehra. “Maar die is te overdadig voor een weduwe”. “Ma!” zei Lata, geërgerd omdat haar moeder steevast munt sloeg uit elke situatie die zich voor haar sentimenten leende. “Iedereen kijkt naar u. Ze willen u feliciteren, en als ze u zo zien huilen, snappen ze er niks meer van”. Verscheidene gasten maakten inderdaad een namasté voor mevrouw Mehra en lachten haar vriendelijk toe; de fine fleur van Brahmpur, zag ze tot haar voldoening. “Dan zien ze het maar!” zei mevrouw Mehra obstinaat, en haastig bette ze haar ogen met een naar eau de cologne geurend zakdoekje. “Ze denken toch dat het van blijdschap is omdat Savita trouwt. Alles wat ik doe, doe ik voor jullie, en niemand is me dankbaar. Nu heb ik zo’n prima jongen voor Savita uitgezocht, en toch loopt iedereen alleen maar te klagen”. Lata bedacht dat de zachtaardige, lichtgetinte, mooie Savita zelf als enige van de vier broers en zusters niet over de keus had geklaagd. “Hij is aan de magere kant, Ma”, zei Lata wat tactloos. Dat was nog zacht uitgedrukt. Pran Kapoor, die straks haar zwager zou zijn, was vel over been — een donkergetinte sliert, en astmatisch bovendien. “Mager? Wat zegt dat nou? Iedereen wil tegenwoordig mager zijn. Zelfs ik heb de hele dag moeten vasten, terwijl dat niet goed is voor mijn suiker. En als Savita niet klaagt, hoort iedereen blij met hem te zijn. Arun en Varun zeuren altijd; waarom hebben ze dan niet zelf een jongen voor hun zusje uitgezocht? Pran is een goeie, fatsoenlijke, beschaafde khatri-jongen”.

 

Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

De Franstalige Senegaleseschrijver Mohamed Mbougar Sarr werd geboren in Dakar op 20 juni 1990. Zie ook alle tags voor Mohamed Mbougar Sarr op dit blog.

Uit: Een echte man (Vertaald door Jelle Noorman)

“Heb je dat filmpje gezien dat sinds een paar dagen rondgaat?” Helemaal in de roes van mijn orgasme wilde ik gaan slapen. Dat kon ik vergeten. In deze wereld klinkt er altijd wel een stem die je met de beste bedoelingen iets verschrikkelijks wil aandoen: je ontnuchteren. Ze gaf niet op: ‘Het staat op bijna alle telefoons in het land. Naar het schijnt was het zelfs even te zien op een tv-zender voordat het werd weggedraaid…’ Geen keus: ik moest wel terugkeren naar de ruimte van mijn slaapkamer, waar het rook naar zweetoksels en sigaretten, maar die vooral gevuld was met een geur die alle andere verstikte, de nadrukkelijke geur van seks, van haar seks. Dat unieke reukmerk zou ik uit duizenden hebben herkend, die geur van haar seks na de liefde, de geur van volle zee, die leek te ontsnappen aan een wierookvat uit het paradijs… De schemering greep om zich heen. Het was te laat om nog een idee te hebben van de tijd. Nacht. Toch wilden luide stemmen buiten van geen wijken weten: het wanordelijke koor van volk dat, vermoeid of niet, de lust tot slapen allang was vergaan. Ze praatten, als dat het woord is voor die zinnen zonder kop of staart, die onvoltooide monologen, die onverstaanbare fluisteringen, die schelle kreten, die onwaarschijnlijke opmerkingen, die geniale onomatopeeën, die zeikerige nachtpreken, die treurige liefdesverklaringen, die obscene krachttermen. Praten? Nee, zo kon je het echt niet noemen: ze lieten hun zinnen als moddervette sauzen uit hun mond druipen, in één lange stroom, ook al sloegen ze nergens op, zolang ze er maar uit vloeiden, zolang ze maar dat ene afwendden waar ze als de dood voor waren: de stilte, de verschrikkelijke stilte die elk van hen zou hebben gedwongen zichzelf te zien zoals hij werkelijk was. Ze dronken thee en legden een kaartje, ze dompelden zich onder in verveling en apathie, maar zogenaamd met stijl, met die hypocriete elegantie die onmacht het aanzien verleende van een keuze waarvoor enkelen plechtstatig het woord waardigheid gebruikten. M’n reet. In elke zin, elk gebaar legden ze het volle gewicht van hun bestaan, dat niets woog. De weegschaal van hun lot gaf geen krimp. De wijzer bleef op nul, het grote niets. Het allerergste was nog dat deze doodsstrijd zich niet afspeelde op een prachtig podium dat recht deed aan wat er op het spel stond; nee, dit alles geschiedde in de ultieme anonimiteit van stoffige, smerige, in duisternis verzonken straten. Maar goed ook, want als ze elkaar hadden kunnen zien, zouden ze zich collectief van het  leven hebben beroofd. Het was zo al treurig genoeg. Ze wachtten. God alleen wist waarop. Op Godot. Op de barbaren. Op de Tataren. Op de Syrten. Op het moment dat de wilde dieren gingen stemmen. God alleen wist op wie. Elke keer dat een van hen lachte, had ik het gevoel dat hij iets de lucht in schoot, een noodsignaal dat daar boven als een lichtkogel uiteenspatte.

 

Mohamed Mbougar Sarr (Dakar, 20 juni 1990)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

TANGO XIV. ALS JE ER MET JE HAND OVER STRIJKT OM DE GROOTTE TE SCHATTEN DENK JE EERST DAT HET STEEN IS DAN INKT OF ZWART WATER WAAR DE HAND WEGZAKT DAN EEN SCHAAL ELDERS WAARUIT JE GEEN HAND TERUGTREKT

Ik heb niet gewonnen vandaag. Maar wie weet win ik morgen.
Zei hij dan bij zichzelf terwijl hij de trappen afliep.
Toen won hij.

Maar goed ook want in de rook van de kamer bleek hij
zijn grootvaders boerderij in te zetten (die niet zijn eigendom was)
en veertigduizend dollar aan contanten (die wel).

Om het haar meteen te vertellen liep hij kletsvoetend over de stoep naar de
dichtstbijzijnde telefoon terwijl ‘s ochtends-vijf-uurregen op zijn nek kletterde.
Hallo.

Haar stem klonk ingebroken. Waar was je vannacht.
Schrik snijdt in zijn adem.
O nee

hij hoort haar nu nog een pijl uit de kleine pijlkoker kiezen en
in haar stem stijgt de woede rechtstandig als bomen omhoog en houdt
zijn hart overeind.

Alleen als ik bij jou wakker word voel ik me zuiver zegt hij ineens.
De gewoonteverleiding komt van beneden.
De hellekoning

schrijft met één vinger haar initialen als verschroeide voorwerpen op de ruit.
Zo glanst en zingt bij beproeving
het motto van een echtgenoot.

 

Vertaald door Marijke Emeis

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2020 en eveneens mijn blog van 20 juni 2019 en ook mijn blog van 20 juni 2015 deel 2.

In Memoriam Jan Cremer

In Memoriam Jan Cremer

De Nederlandse schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer is woensdagochtend op 84-jarige leeftijd overleden. Dat meldt uitgeverij De Bezige Bij. Volgens zijn uitgever was de auteur bezig met een nieuwe roman. Of die nog uitgebracht gaat worden, is onduidelijk. Jan Cremer werd geboren in Enschede op 20 april 1940. Zie ook alle tags voor Jan Cremer op dit blog.

Uit: Ik Jan Cremer

“Af en toe ’s nachts schieten flarden van mijn jeugd door de duisternis. Dan zie ik weer Fabrieksstad met zijn brave wantrouwige bewoners, de harde werkers, de stinkende boeren, de loerende burgers, de vinnige wijven en de stiekeme kindertjes met de snottebellen. En de taal! Als ik die mummelende, wantrouwige, boerse, platte, onuitgesproken klinkende taal hoor, ruik ik weer de mest, de kippen, de koeiestront, de melkfabrieken, en de vlagen roetige rook uit de tientallen gigantische fabriekspijpen. Ik en mijn moeder woonden er enkele jaren tijdens de oorlog. Van mijn vader weet ik niet meer dan dat het een onbevreesde en onvervaarde avonturier was, oorlogscorrespondent en ontdekkingsreiziger. Hij was een van de eersten die Egypte, Klein-Azië, Perzië, Soudan-Francaise, de Balkan, de steppen, woestijnen en poesta’s in trok, te voet, per fiets of per trein en daar dan maandenlang tussen de autochtone bevolking leefde, er boeken over schreef (die nooit zijn uitgegeven omdat na de oorlog alle grenzen zijn veranderd) en te gast is geweest bij sjeiks, koningen en premiers op de halve wereldbol. Hij was Boogschutter, bijna twee meter groot en twee keer getrouwd geweest. Mijn moeder heeft hij meegenomen van een reisje naar de Balkan, zij werd zijn derde vrouw. Hij bleef drie maanden lang weg zonder iets van zich te laten horen. Hij deed de boodschappen omdat mijn moeder de taal niet sprak, en dan kreeg ze tien weken later een kaartje uit Albanië met de beste wensen, en dat ie gauw weer terug kwam. Het enige wat Senior naliet was een grote zeemanskist vol met foto’s uit alle delen van de wereld. Later mocht ik op zondagen als ik thuis was, na eerst m’n handen te hebben gewassen, de hele middag naar de foto’s en platen uit de kist kijken; mijn moeder luisterde dan naar het belcantoprogramma. Hij was een van de eerste niet-Spaanse stierenvechters. In de kist lagen tientallen met de hand gekleurde foto’s van torero’s, aan hem opgedragen. Van hem persoonlijk bestaan er twee foto’s: op de ene zit hij met een groepje naakte negers in de top van een kokospalm met een hakmes te zwaaien naar de fotograaf. De foto is zeer klein en bovendien nog tegen de zon in genomen, dus niet erg duidelijk. De tweede mocht ik vroeger nooit zien, later enkele tellen en tot slot heb ik hem gepikt. Daar staat hij tussen een groepje naakte negerinnen, vrolijk lachend met een brede grijns en zijn armen amicaal om de naakte vrouwen. Als een reus staat hij daar, en wat een grote tepels hebben die wijven. Zijn devies was: ‘liever honderd gulden schuld dan vijf minuten verdriet,’ (hij is dan ook met tienduizend piek schuld gestorven) en verder weet ik dat hij voor niemand uit de weg ging, altijd een grote bek had, direct met zijn vuisten klaar stond, niemand boven zich duldde, mijn moeder sloeg en mij een keer wilde wurgen, toen ik nog een baby was en huilde. De buurt moest mij ontzetten (in ’n deken wilde hij me smoren, de schoft, vertelde mijn moeder) en dat was voor hem weer ’n reden om enkele maanden op pad te gaan. Toen ik twee was kwam een verpleegster uit het ziekenhuis mijn moeder halen omdat mijn vader aan het sterven was (hij lag er al een week, was neergestoken bij een vechtpartij met een paar boeren in zijn stamkroeg, maar wilde niemand zien). M’n moeder had hem  willen bezoeken maar werd niet toegelaten.”

 

Jan Cremer (20 april 1940 – 19 juni 2024)

Salman Rushdie, Anne Carson

De Indisch-Britse schrijver en essayist Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook alle tags voor Salman Rushdie op dit blog.

Uit: Knife: Meditations After an Attempted Murder

“At a quarter to eleven on August 12, 2022, on a sunny Friday morning in upstate New York, I was attacked and almost killed by a young man with a knife just after I came out on stage at the amphitheater in Chautauqua to talk about the importance of keeping writers safe from harm.
I was with Henry Reese, co-creator, along with his wife, Diane Samuels, of the City of Asylum Pittsburgh project, which offers refuge to a number of writers whose safety is at risk in their own countries. This was the story Henry and I were at Chautauqua to tell: the creation in America of safe spaces for writers from elsewhere, and my involvement in that project’s beginnings. It was scheduled as part of a week of events at the Chautauqua Institution titled “More Than Shelter: Redefining the American Home.” We never had that conversation. As I was about to discover, on that day the amphitheater was not a safe space for me. I can still see the moment in slow motion. My eyes follow the running man as he leaps out of the audience and approaches me, I see each step of his headlong run. I watch myself coming to my feet and turning toward him. (I continue to face him. I never turn my back on him. There are no injuries on my back.) I raise my left hand in self-defense. He plunges the knife into it. After that there are many blows, to my neck, to my chest, to my eye, everywhere. I feel my legs give way, and I fall.
Thursday, August 11, had been my last innocent evening. Henry, Diane, and I had strolled without a care through the grounds of the Institution and had a pleasant dinner at 2 Ames, a restaurant on the corner of the green park area called Bestor Plaza. We reminisced about the talk I’d given eighteen years earlier in Pittsburgh about my part in creating the International Cities of Refuge Network. Henry and Diane were at the talk and were inspired to make Pittsburgh an asylum city, too. They began by funding one small house and sponsoring a Chinese poet, Huang Xiang, who strikingly covered the exterior walls of his new home with a poem in large white-painted Chinese letters. Gradually, Henry and Diane expanded the project until they had a whole street of asylum houses, Sampsonia Way, on the city’s North Side. I was happy to be in Chautauqua to celebrate their achievement.”

 

Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

TANGO XII. HIER WORDT FATSOENLIJK ZAKEN GEDAAN DAN LOPEN WE NU DOOR DE GANG NAAR DE ZWARTE KAMER WAAR IK HET ECHTE GELD VERDIEN

U wilt weten hoe het er vanuit het oogpunt van de echtgenoot voorstond –
we lopen achterom,
daar staat de vrouw
ze grijpt zich vast aan haar ellebogen en staat tegenover de man.
Niet die tranen zegt hij, niet weer tranen. Maar ze komen nochtans.
Ze kijkt naar hem.
Het spijt me zegt hij. Geloof je me.
Ze kijkt.
Ik heb je nooit willen kwetsen.
Ze kijkt.
De banaliteit. Het is net Oscar Wilde. Zeg iets!
Ik geloof

dat daar je taxi is zei ze.
Hij keek naar beneden, naar de straat. Ze had gelijk. Het stak hem:
de pathos van haar gespitst luisteren.
Daar stond ze dan iemand met persoonlijke trekjes,
een hart, leven dat op weg in haar klopt.
Hij geeft een teken aan de chauffeur: vijf minuten.
Haar tranen zijn opgehouden.
Wat zal ze doen als ik weg ben? vraagt hij zich af. Haar avond. Het snoerde zijn adem af.
Haar onbekende avond.
Tja zei hij.
Weet je begon ze.
Wat.

Als ik je kon doden zou ik erna net zo iemand als jij moeten scheppen.
Waarom.
Om het aan te vertellen.
Perfectie bleef even als windstilte op een meer op hen rusten.
Pijn in rust.
Schoonheid neemt geen rust.
De man raakte de slaap van zijn vrouw aan
en draaide zich om
en rende
de
trap
af.

 

Vertaald door Marijke Emeis

 

Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor de schrijvers van de 19e juni ook mijn blog van 19 juni 2022 en ook mijn blog van 19 juni 2020 en eveneens mijn blog van 19 juni 2019 en ook mijn blog van 19 juni 2018.

Marije Langelaar, Karin Fellner

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. Zie ook alle tags voor Marije Langelaar op dit blog.

 

Optellen

Tellen de dagen dat het zin heeft, dat hij honger
heeft, thuisblijft, zijn jas vergeet, meegaat,
stilzwijgt, zijn veters strikt, dooreet,
moddergooit, wazig is, opstandig, bloedend,
doodmager, projectielig.

Leggen onze gevoelens daaromtrent in
doordringende kleuren op tafel, heldergeel,
jammerzwart, gekoesterd bruin, levend rood, mul
groen, bruin in draden, in frommels, in klonten, in
scheuren.

Nodigen rook, wolken, elektriciteit, gevoelens,
angsten, aura uit in bewaarpot.
Sluiten.

Gaan ernstig kijken.
Tellen de tabellen en kleuren op. Uitkomst is een weiland
om het even waar omstreeks een uur of tien
met een vlieger die hard trekt.

 

Nu
ontpoppen de zaden
vangt het barre ochtendlicht de handen

De kale schuur
legt zijn muren voor ons neer

Nu – godswonder rommelt de donder

helle stralen belichten een langzaam toneel

de donkere stier die zijn lief ontkleedt
en paart in een uithoek

dienstplichtig wapperen de vaandels
gedempt vallen vruchten in het zand

Nauwelijks hoorbaar was de dag gegaan
laatste verstommende kreten

 

Vertrek

Wanneer ik in een duistere plek in mijzelf
en de wereld op haar achterste tandwiel
begint het wapperen.

Het leven doet ons pijn
het is een mossige scherpte
glijden het strand in, snijden het water open.

Het ongemak wolft zich door de straat.

Woede slakt uit het woonhuis.
Mijn man in zijn pijnlijkste lichaam.

Schiet nog eenmaal het zaad het lichaam in, mist,
raakt het bed.
We houden onze nek vast.
Zoveel van vastigheid overschat we treffen elkaar
binnenshuis.
Hij heeft een meisje met lange benen mee.
Ik draag een man met regenlaarzen aan.
Het licht als een scherf in onze nek.

Ik moet weg, ik zeg het hem.
Hij maakt een afwijzende beweging.
Het stuiptrekken, het missend grijpen
in onze ogen is geen ontmoeting
geen vallen
enkel een wond waarbinnen ons kind.

 

Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

Deze kleine vrouw zit in het loof
van haar gedachten en schommelt

zonder onderwerp is zij slechts
lindebollen een boom
paddenstoelen buiten gebruik

ziet met gesloten oogleden:
van mij en van jouw is een schild
van veren het blaast

de korrels in de borst weg
het stenen pantser bestrijkt
zij met luchtdraden nu

is niets meer bijzonder
platanen langs de snelweg tegen
het raam gesmeerde vlieg,

gerafeld als distelkoppen,
het knettert: neuronaal

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2020 en eveneens mijn blog van 18 juni 2019 en ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 2.

Peter Rosei, Ron Padgett

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

Uit: Von hier nach dort

„REISEPASS, WASCHZEUG, GELD: Ich hatte alles beisammen. Ordentlich lagen die Dinge vor mir. Da weinte ich. Ich legte mich auf das Bett und weinte. Dann lag ich eine Weile reglos. Wieder wollte diese Traurigkeit über mich kommen, doch ich widerstand. Das Unglück ist schön. Ich sah einen großen Felsen; er fiel zum Meer hin ab. Ich stand auf dem Felsen und winkte. Ich war glücklich. Ich versuchte zu fliegen, und es gelang. jetzt kramte ich aus dem Kasten ein paar Hemden hervor, einen Pullover, Tennisschuhe. Manchmal zeigt man Dingen gegenüber eine Zuneigung, die man sich selbst stets versagen würde. Es ist schön, so zu hantieren. Ich mag das gern. Während ich zusammenpackte, klopfte es an der Tür. Eine Frau guckte herein und fragte, ob ich nicht zufällig ihre Brille im Flur oder auf der Treppe aufgelesen hätte. Als ich verneinte, sah ich, wie bekümmert die Frau war. Sie nickte nur und schloss dann die Tür. Ich hörte noch, wie sie nebenan klopfte. Gegen Mittag verließ ich das Bahia, es regnete ein wenig, ich stand auf der Straße und sagte: So! – als ob das etwas bedeutet hätte. Ziemlich rasch fuhr ich aus der Stadt hinaus. Über den Hügeln, die die Stadt im Westen einfassen und deren Anblick mir so vertraut war, sah ich einen Regenbogen stehen. Schön und deutlich in all seinen Farben stand er gegen den Hintergrund. Auf den Hügeln waren Windräder, die sich drehten. Wein wuchs dort. Einmal erhob sich eine Wolke von Vögeln aus einem Rebberg und spielte in der Luft. Ganz golden war die Luft über den Rebbergen, die braun waren. Die Sonne wartete, halb versteckt von den Wolken.
Eine dieser Satellitensiedlungen, halb städtisch, halb in Felder und öde Flächen hineinverloren: Vor einem Italienerlokal machte ich halt. Ich stellte mich gleich an die Theke und bestellte Spaghetti. Die Fliegen, die herumkrochen, waren wie betrunken vom Küchendunst. Dem Koch rann der Schweiß unter seiner weißen Mütze hervor. Mit dem Schöpfer fasste er in den
Kessel, hob die Nudeln aus dem brodelnden Wasser. Dann spritzte er Tomatensoße über die Nudeln, die eingeringelt in dem Plastikteller lagen, warf Reibkäse darüber und stellte mir den Teller hin. Ich esse gerne Spaghetti, ich esse sie jeden Tag. Der Koch nahm dann eine Handvoll aus der Masse des Teiges, der auf dem Brett war. Und während er den Teig geschickt zu einem Fladen auswalzte und -zog, sank die Masse des Teiges auf dem Brett fast unmerklich zusammen, blähte sich wieder, und zuletzt konnte man kaum noch die Stelle erkennen, an der der Koch in den Teig gegriffen hatte. Es waren nur wenige Leute in dem Lokal, so dass die Kellner, wenn nichts zu tun war, müßig an der Theke lehnten und miteinander plauderten. Einer von ihnen tanzte zu der Schlagermusik, die aus dem Automaten kam. Ancora tu.”

 

Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Ron Padgett werd geboren op 17 juni 1942 in Tulsa, Oklahoma. Zie ook alle tags voor Ron Padgett op dit blog.

 

Overleversschuld

Hij is heel gemakkelijk te krijgen.
Blijf gewoon leven en je zult zien
dat je er steeds meer van krijgt.
Je kunt hem houden of doorgeven,
maar het is een goed idee om een klein deel te bewaren
voor die avonden waarop je je zo goed voelt
dat je vergeet dat je een mens bent. Sjouw hem dan naar boven
en zweef vanaf het plafond naar beneden,
dat bedekt is met sterren die gloeien in het donker
met als enig doel mooi te zijn voor jou,
en terwijl je wegzinkt, vervaagt hun schoonheid en dooft uit
Ik bedoel, zij vliegt uit de dichtstbijzijnde deur of het raam,
het is een windvlaag die de haren op je onderarmen doet rijzen.
Waten je armen maar groen, dan had je wellicht twee kleine gazons!
Maar je armen zijn er gewoon en je bent kaput.
Het is sowieso allemaal jouw schuld, en dat is altijd zo geweest —
het vriendelijke woord dat je wilde zeggen, maar je deed het niet,
de verschrikkelijke achteruitgang van het menselijk fatsoen, de opwarming van de aarde,
thermonucleaire nachtmerries, je eigen kleine lafheid,
jouw stomme idee dat je eeuwig zou leven —
allemaal tua culpa. John Phillip Sousa
heeft de sousafoon uitgevonden, wat ook jouw schuld is.
De tonen klinken als monsterlijke ricochets.

Maar als je wakker wordt, lijkt je lichaam
redelijk goed te passen, zoals een maatpak,
en je ziet er niet zo slecht uit in de spiegel.
Hallo daar, kerel! Oude kerel, jonge kerel, wat maakt het uit?
Wie het ook was die zich gisteravond schuldig voelde,
naar de hel met hem. Dat was toen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ron Padgett (Tulsa, 17 juni 1942)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juni ook mijn blog van 17 juni 2020 en eveneens mijn blog van 17 juni 2019 en ook mijn blog van 17 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.