De Franse schrijver Jules Verne werd geboren in Nantes op 8 februari 1828. Zie ook alle tags voor Jules Verne op dit blog.
Uit: De reis om de wereld in tachtig dagen (Vertaald door Gerard Keller)
“Phileas Fogg was lid van de Reform-club en van niets anders.
Wie zich verwonderen mocht, dat zulk een geheimzinnig man onder de leden van dien aanzienlijken kring werd opgenomen, vindt daarvan de verklaring in de omstandigheid, dat hij was voorgesteld door de gebroeders Baring, bij wie hij een open crediet had. Altijd werden zijne wissels op zicht betaald en geboekt op zijn rekening-courant, waarop hij altijd als crediteur stond.
Was deze Phileas Fogg rijk? Zonder eenigen twijfel. Maar hoe had hij fortuin gemaakt? Dat wisten zelfs de best ingelichten niet, en Fogg was wel de laatste, aan wien men het zou durven vragen. In elk geval, hij was in geen opzicht verkwistend, maar ook nooit gierig; overal waar de steun werd gevraagd voor eene goede, nuttige of loffelijke zaak, droeg hij in stilte en zelfs onbekend bij.
Niemand was zoo weinig spraakzaam als deze gentleman. Hij sprak zoo min mogelijk en die stilzwijgendheid verhoogde nog het geheimzinnige, dat hem kenmerkte. Nochtans lag zijn leven voor ieder open, maar wat hij deed was zulk een mathematische herhaling van hetzelfde, dat de verbeelding, hiermede niet voldaan, er meer achter wilde zoeken.
Had hij gereisd? Dit was waarschijnlijk, want niemand had beter de wereldkaart in zijn hoofd. Zulk een afgelegen plekje was er niet, of hij kende het in alle bijzonderheden. Nu en dan, maar altijd in weinige woorden, kort en duidelijk, nam hij de dwalingen weg, die voortsproten uit de praatjes omtrent verloren geraakte reizigers; hij gaf de meest waarschijnlijke verklaring van hun lot en zijne woorden schenen vaak geïnspireerd door een visioen, wanneer later bleek dat alles zich had toegedragen gelijk hij gezegd had. Hij moest overal geweest zijn–althans in zijn geest.”

Jules Verne (8 februari 1828 – 24 maart 1905)
Scene uit de film “Around the World in 80 Days” met o.a. David Niven, 1956








