Kees Fens, Jan Wagner

De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook alle tags voor Kees Fens op dit blog.

Uit: Wilhelmus Jozef Maria Bronzwaer
Heerlen 15 mei 1936 – Nijmegen 20 januari 1999

“Hij kende de praktijk van de literaire kritiek – Vormen van imitatie is eruit voortgekomen. Vanaf 1962 – hij was nog maar een jaar afgestudeerd met een scriptie over Joseph Conrad en was nog maar net wetenschappelijk medewerker geworden aan het instituut Engels-Amerikaans van de Nijmeegse universiteit (tussen 1958 en 1962 was hij leraar Engels aan het R.K. Lyceum Onze Lieve Vrouw ter Eem in Amersfoort) – tot 1968 schreef hij met grote regelmaat kritieken over Engelse en Amerikaanse literatuur in het dagblad De Tijd. Hij hoorde ineens tot de mensen ‘die er ook moeten zijn’, zoals van academische hoogte eens over critici gezegd is, de straatvegers van de wetenschappelijke wereld dus. Het meest verwonderlijke, verbijsterende misschien zelfs, was dat Bronzwaer, toen nog maar zesentwintig jaar, vanaf het eerste stuk het kritisch métier volmaakt beheerste. Hij voldeed aan wat misschien de zwaarste eis ervan is: een hoog gemiddelde. Ik was in die tijd zelf als medewerker aan De Tijd verbonden en ben van die wonderlijke ontplooiing van dichtbij getuige geweest. De uitzonderlijke kwaliteit van zijn bijdragen laat zich aflezen uit Vormen van imitatie, dat zijn krantenwerk als grondslag heeft. Die kwaliteit is natuurlijk te verklaren uit begaafdheid, belezenheid, een groot gemak in helder formuleren en een zeer grote werksnelheid. Maar er ligt nog een kwaliteit achter: graagte. En die moet zijn voortgekomen uit zijn ontdekking van de vrijheid. De krant was en bleef tot in zijn laatste levensjaar zijn vrije ruimte. Die is meer dan de halve pagina die hij in De Tijd tweewekelijks vulde: het is vooral, paradoxaal gezegd, de geestelijke ruimte van de beperking. Die betekent ook de vrijheid van het volgen van de impuls. Maar misschien toch vooral het geluk van de onmiddellijkheid. Je leest en je schrijft. In het grote plezier waarmee Bronzwaer in de krant – en dat betekent voor de latere jaren De Volkskrant – over literatuur, later ook over muziek heeft geschreven, laat zich de gymnasiale ontdekker van de literatuur vermoeden, de persoonlijke lezer zo men wil. Die is nooit uit hem verdwenen.
Vanaf 1968 werd zijn medewerking incidenteel. Hij moest zijn proefschrift schrijven. Op Tense in the Novel promoveerde hij in 1970 bij de hoogleraren G. Storms, de opvolger van Visser, en Birrell. In de laudatio, die door de eerste werd gehouden, klonken vaderlijke gevoelens door om een verloren geachte zoon, die zoveel jaren zwijnen had gehoed in een dagblad. Misschien verried Storms wel iets van een algemeen gevoelen. De academische week telt zeven dagen; een vrije ruimte is er niet, geen vrije dag dus ook, laat staan de notie dat die vrije dag de belangrijkste is, de meest wezenlijke ook.
Voorlopig leek Bronzwaer voor de volle week te kiezen: zijn publicaties uit de jaren zeventig kunnen het bewijzen en uiteraard vooral zijn benoeming in 1974 tot hoogleraar Algemene literatuurwetenschap. Hij werd en bleef een voorbeeldig academicus. Hij heeft de algemene literatuurwetenschap in Nijmegen gestalte gegeven, was bij talloze activiteiten van de letterenfaculteit betrokken, was drie jaar decaan en vervulde binnen de verschillende afdelingen van de letterenstudie een spilfunctie. Vooral in de laatste jaren werd hij vaak haast vanzelfsprekend geraadpleegd wegens de wijsheid van zijn afgewogen oordeel.”

 

Kees Fens (18 oktober 1929 – 14 juni 2008)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

SLUIPGEER (ZEVENBLAD)

niet te onderschatten: de sluip-
geer, met de begeerte al in de naam, daarom
de bloemen die zo zwevend wit zijn, kuis
als een tirannendroom.

komt steeds terug als een oude schuld,
kruit door het duister zijn smokkelwaar
onder het gras door, onder het veld,
totdat een nieuwe witte verzetshaard

ergens weer opduikt. achter het tuinhuis,
bij de struiken, tussen de kruiden:
sluipgeer als bruisen zonder geluid,

dat schuimend opspuit, langs puien omhoogkruipt, totdat sluipgeer
alle ruimte gebruikt om uit te spruiten, tot overal sluipgeer
over sluipgeer schuift, de tuin verslindt met uitsluitend sluipgeer.

 

Vertaald door Ria van Hengel

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e oktober ook mijn blog van 18 oktober 2020 en ook mijn blog van 18 oktober 2018 en ook mijn blog van 18 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 18 oktober 2015 deel 2.

Simon Vestdijk, Jan Wagner

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

 

Stad aan de Wadden

Drie eilanden staan aan de horizon,
Als ’t niet zeer nevelt. Jongens komen kijken,
Wanneer de postboot keert, die langs de dijk een
Rookpluim doet strijken, licht-bruin voor de zon.

De winter duurt hier lang; het spaarzaam groen
Bevat een stillen winter in zijn takken.
En in de binnentuintjes, kalme vlakken,
Zou zelfs geen moordenaar een moord gaan doen.

Het drievuldig plaveisel, gele klinkers,
Gekleurde keien, blauwe, bolle stenen:
Zij dragen jaren reeds dezelfde benen,

Want ’s avonds, in hun pas van stille drinkers,
Slenteren mannen rokend naar het dok –
De haven langs – en weer terug naar ’t dok.

 

September


O koel getij, de maagd is u gewijd,
Maar gij zijt maagd’lijk als een lappendeken:
Verschoten, opgesierd en nooit gevrijd;
Want nu is wel de laatste kans verkeken

Voor oude vrijsters, die in de avondtijd
Voor buurbezoek de dorpsweg oversteken,
De opgenomen rok om ’t been gevlijd
En om de maag’re heupen gladgestreken.

Een moede maand, een wachtend land; de koeien
Staan ’s avonds in het zilv’ren nevellicht,
En al het werk op de akker is verricht.

Men ziet geen boom in bloei, geen vlinder stoeien,
En waar de oogst tot schoven is gestoeld
Is alles zwijgzaam en reeds afgekoeld.

 

April

De eerste knoppen zijn al voorbereid:
Zij zwellen zoals ook de meisjes zwellen
Van weelde na die lange wintertijd
Dat ’t hart zich nog niet open wilde stellen

Straks zal hen wel een jonkman vergezellen;
En ’t groeit heel snel, om ’t even of men vrijt
Of dat men niet vrijt, – niets is te voorspellen,
Geen knop die ooit zijn zondeval belijdt!

Liefde doet wat zij wil: de smalle dijken,
De wegen en het eenzaam heidepad,
Zij staan vol knop tegen de avondval.

En zelfs de stad – die men vaak onderschat –
Zoemt van het vrijend volk, dat neer gaat strijken
En zwelt en breekt dat het hen heugen zal!

 

Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

botanische tuin

bezig, de woorden tot jou te wegen-
de paren zwijgend op aangeharkte paden,
de bedden met loof bedekt, de bomen kaal,
de bloemen aan de hekken smeedijzer koel,
het licht aristocratisch bleek als was –
zag ik op de heuvel van glas de broei-
kas, zijn witte ribben, fin de siècle,
en dacht meteen aan die walvisskeletten
waarvoor je als kind je nek verrekte
in de musea, aan onzichtbare draden,
dat ze leken te zweven, opgehangen,
aan die monsters, toe gezwommen
uit oertijddiepten naar een strook kust,
gestikt door hun eigen gewicht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook mijn blog van 17 oktober 2018 en ook mijn blog van 17 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 17 oktober 2015 deel 2.

Günter Grass

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook alle tags voor Günter Grass op dit blog.

 

BOHNEN UND BIRNEN

Bevor die grünen Dotter welken –
die Hennen brüten einen frühen Herbst -,
jetzt gleich, bevor die Scherenschleifer
den Mond mit hartem Daumen prüfen,
der Sommer hängt noch an drei Fäden,
den Frost verschließt ein Medaillon,
noch eh der Schmuck, verwandt dem Regen, wandert,
noch eh die Hälse nackt, vom Nebel halb begriffen,
bevor die Feuerwehr die Astern löscht
und Spinnen in die Gläser fallen,
um so der Zugluft zu entgehen,
vorher, bevor wir uns verkleiden,
in ärmliche Romane wickeln,
laßt uns noch grüne Bohnen brechen.
Mit gelben Birnen, einer Nelke,
mit Hammelfleisch laßt uns die grünen Bohnen,
mit schwarzer Nelke und mit gelben Birnen,
so wollen wir die grünen Bohnen essen,
mit Hammelfleisch, mit Nelke und mit Birnen.

 

KINDERLIED

Wer lacht hier, hat gelacht?
Hier hat sich’s ausgelacht.
Wer hier lacht, macht Verdacht,
daß er aus Gründen lacht.

Wer weint hier, hat geweint?
Hier wird nicht mehr geweint.
Wer hier weint, der auch meint,
daß er aus Gründen weint.

Wer spricht hier, spricht und schweigt?
Wer schweigt, wird angezeigt.
Wer hier spricht, hat verschwiegen,
wo seine Gründe liegen.

Wer spielt hier, spielt im Sand?
Wer spielt, muß an die Wand,
hat sich beim Spiel die Hand
gründlich verspielt, verbrannt.

Wer stirbt hier, ist gestorben?
Wer stirbt, ist abgeworben.
Wer hier stirbt, unverdorben,
ist ohne Grund verstorben.

 

MEINE ALTE OLIVETTI

ist Zeuge, wie fleißig ich lüge
und von Fassung zu Fassung
der Wahrheit
um einen Tippfehler näher bin.

 

BONEN EN PEREN

Voordat de groene dooiers verwelken
broeden de kippen op een vroege herfst
-,
nu meteen, voordat de scharenslijpers
de maan met een harde duim controleren,
de zomer hangt nog aan drie draden,
een medaillon schroeit de vorst dicht,
nog voordat de sieraden, familie van de regen, zich verplaatsen,
nog voordat de halzen bloot, half gegrepen door de mist,
voordat de brandweer de asters blust
en spinnen in de glazen vallen,
om aan de tocht te ontsnappen,
daarvoor, voordat we ons verkleden,
in armmoedige romans wikkelen,
laten we sperziebonen breken.
Met gele peren, een kruidnagel,
met schapenvlees laten we de sperziebonen,
met zwarte kruidnagel en met gele peren,
zo willen we de sperziebonen eten,
met schapenvlees, met kruidnagel en met peren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2018 en ook mijn blog van 16 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 16 oktober 2016 deel 2.

A. F.Th. van der Heijden, Katha Pollitt

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Stemvorken

“Achter in de schemerige gang lag een dode man, bewaakt door een naakte vrouw, die op knieën en ellebogen razendsnel heen en weer kroop. Grommend met ontblote tanden – alsof ze het lijk wilde beschermen tegen onverwachte indringers. Haar rechtmatige prooi. De voordeur was tegen de muur geslagen, en voor mijn voeten lag nu een rechthoek van zonlicht waarbinnen zich mijn schaduw aftekende. De vrouw knipperde met haar ogen, wat in tegenspraak leek met haar verder zo vervaarlijke aanblik. Ze deed met geheven hand een uitval in mijn richting tot ongeveer halverwege de gangloper, en maakte toen, misschien verdreven door het felle licht, rechtsomkeert – op het lijk af, nog steeds kruipend, waarbij ze over haar schouder naar me bleef kijken. Slijmdraden lekten uit haar mondhoeken en trilden aan haar kin.
‘Rustig maar,’ riep ik. ‘We zijn hier om je te helpen.’
Ik zette een stap over de drempel en de kokosmat, waarna de vrouw een soort luchtsprongetje van schrik maakte en een golf urine verloor, die half tegen de muur en voor de andere helft in het stof naast de loper terechtkwam. Ze nam haar positie pal voor de dode weer in, gezicht naar mij toe, halsspieren gespannen, zwaaiend met haar bovenlijf. De handen maakten pas op de plaats, bonzend op de planken vloer. Ik deed een paar stappen dieper de gang in.
‘Voorzichtig aan, Zwanet,’ klonk achter me de stem van mijn collega, die op het trottoir stond. ‘Laat mij anders even.’
‘Ze is banger voor mij dan ik voor haar, Ron.’
‘Maar toch,’ zei Ron. Hij stapte het granieten stoepje op, waarvan de plaat los lag, zodat het dreunende geluid de vrouw nog meer deed terugdeinzen. Achterwaarts kruipend stootte ze tegen het lichaam. Het lag op z’n rug, geheel gekleed, behalve dat de pantalon samen met de onderbroek tot halverwege de bovenbenen omlaag was geschoven. Ook toen mijn ogen nog aan het halfduister moesten wennen, had ik meteen al gezien dat de man was overleden. Mijn collega’s van de GG&GD hadden het altijd over ‘een bepaalde grijsheid van het gezicht’ waaruit ze de dood afleidden. Deze gestorvene had eerder een stoffige beige teint. En trouwens, al bedroog mijn zicht me misschien in het halfdonker, mijn reuk was er ook nog. Niet voor niets hadden de buren in de Retiefstraat geklaagd over ‘lijkenlucht’. ‘Op z’n minst een kapotte rioolpijp.’
‘Vertel me dan in ieder geval,’ zei Ron, ‘wat je daar aantreft. Ik kan niks zien… je staat als een blok voor me.’

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

EEN DICHTER VAN ONS KLIMAAT

De vergulde en grandioze weelde van de geschiedenis
minachtte hij vanaf het begin, die met roze en goud verlichte wolk
die zichzelf voortdurend boven het hoofd beukte
tot nieuwe namaak-knikkers, onechte monumenten –
en de geur van geschiedenis: pioenen en loopgraven.

Waarheid had geen verleden. Zij was woordeloos als water, een vallen
van schaduw op steen. Hoe hij ernaar verlangde de stilte te benaderen,
om zichzelf te zien verdwijnen in de kalme uitgestrektheid
van sneeuw in Ohio. Op een dag zou hij dat doen. Intussen
hield hij zijn regels kort en zijn vocabulaire klein.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten van der Graaff, Katha Pollitt

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

LIJST MET MENSEN OP DE KOUDE STEEN

Ik wil geen cultureel ondernemer zijn
en roep vanaf de koude steen dat ik liefde wil.
Ik ben zzp’er. Ik wil liefde en een vrije kunst.
Er zit geld in gedichten
en ik wil geld om halve liters te kopen,
want ik ben saai en verslaafd aan bier.
Dat is een saaie verslaving.
In een tunnel stel ik me voor
dat alle wegen ondergronds zijn.
Geen masochisme in romans meer
of tv-series over zwijgzame, beschadigde mannen.
Ik praat tegen je.
Vanaf de koude steen praat ik tegen je.
Ergens wordt een wil gebroken.
Çağlar Köseoğlu op de koude steen.
Ik hou van Çağlar
en ik hou van Léjon Saarloos.
Léjon Saarloos op de koude steen.
Hannah van Binsbergen en Matthijs Ponte op de koude steen.
Op de koude steen zitten is strafwerk.
Je kunt een doodsmak maken op de koude steen.
Ik zou een illegale poëziebijeenkomst willen organiseren,
maar omdat het opstandige en geheime
gefetisjeerd worden door cultuurproducenten,
heb ik er geen zin in.
Ik ben niet gekomen om een warme steen te brengen.
Het licht wordt smeriger, het handschrift obsessiever.
Arno Van Vlierberghe en Mathijs Tratsaert op de koude steen.
Bert van der Beek op de koude steen.
Op de koude steen zitten is liefdewerk.
Op de koude steen zitten is een dom kunstwerk.
Ik geloof in herhaling
en ruik de stille adem van de catastrofe.
Max Czollek danste op techno, maakte techno
en dacht iets te zien. Een andere samenleving
(nu bouwt hij drukkamers).
Mina Pam Dick op de koude steen.
Vanaf de koude steen praat ik tegen jullie.
Alle poëzie is burgerlijk,
alle gemeenplaatsen zijn van ons.
Kom naar me toe!
Mijn huisdieren zullen sterven
en ik zal bij ze liggen in de grond.
Alle cultuur zal verdwijnen
en ik leef in Utrecht, zoek naar werk
en eet dingen op.

 

Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Vijf november, Riverside Drive

De lucht een schok, de ginkgo’s gele koorts,
Ik breng de dag door met wandelen. November, en nog steeds
verblindt licht de grote erkers op West End
Avenue, het park bruist van licht als een kom
en op de rivier
trilt een zeilboot als een wit blad in de wind.

Wat een achttiende-eeuws schilderij, dit
keurig verstrijken van het jaar: de zon
verwarmt nog steeds de versleten marmeren portieken
en met krullen verfraaide paviljoens waar een oude man,
zwart gejaste verschijning van Voltaire,
klapwiekt op zijn aangeboren. ‘Heldere lucht,
heldere geest’ -alsof hij de duisternis kon overtreffen
door als een zwerm kraaien naar huis te zwieren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Colin Channer, Jeet Thayil

De Jamaicaanse schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook alle tags voor Colin Channer op dit blog.

Uit: Passing Through

“In white, at dusk, on the final day of all that he had known to be his life, Eddie Blackwell left Eugenia sleeping in a ball of naked flesh and made two strides across the planking to the open door.
He was broad-shouldered and compact with wavy, center-parted hair, and there was something in the way he slightly hunched and kept his pelvis taut that marked him as the kind of man who’d taken drinks in places where the patrons settled arguments by dropping in a crouch.
He was long-faced, with tight skin, and if you saw him in a quarter pose, even if your view was just a glance, you’d note the angle of his cheeks, the way they jutted then descended in a scoop along his jaw, how they tapered thinly from his eyes toward his ears as if they were designed to swim.
Eddie Blackwell’s hut was built on stilts on marshy ground with pilings driven deeply in a natural bank of mud and sand along the sloping crescent where the River Janga made its final curve before it poured into the belly of a dark lagoon—a mangled mass of mangrove roots and hidden channels with a secret opening to the minty waters of the Caribbean Sea.
In the shadow of the mangroves, Eddie, an American who’d lived in the West Indies for the most fulfilling years of his chaotic life, could see a buzz of trembling lights.
An armada of canoes had come together overnight, and he could see now in the water right below him pink and yellow petals from the flowers that the people of New Lagos had released into the stream. On the other bank, a little string of boats constructed from banana leaves were tangled in the reeds.
A light emerged out of the pulsing mass of brightness and began to shimmer up the stream toward him. And, living as he did before the camera was a common object, he built a book of memories in his mind.
In deep focus, he looked east across the marsh toward the hills, which in the lifting darkness had begun to show their edges in the bluish-gray collage of earth and sky. Dark and undulating, they approached from either side, a gentle rise and fall that gathered force, congealing in the cratered cone of Mt. Diablo, the volcano that had caused implosions in his life.
Eugenia wasn’t sleeping. This he knew. And as he thought again about the multistranded knotting of her complicated love, he panned now to the north. From his elevation he could see the marshland merging with repeated frames of cattle farms and cane.”

 

Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

De Indiase dichter, schrijver, librettist en muzikant Jeet Thayil werd geboren op 13 oktober 1959 in Kerala. Zie ook alle tags voor Jeet Thavil op dit blog.

 

Aan Baudelaire

Ik ben eindelijk over je heen, in Mexico-Stad,
in een witte ruimte hoog boven de straat,
mijn handen stil, de muren onbeweeglijk.
Het is hier warm, veilig en zelfs in de winter
is de regen goedaardig. Op sommige morgens zet ik
de geluiden van het plein – een fruitverkoper,
een jongensacrobaat, een vrouw die onmogelijke
ficties verkoopt – op een hoop in een hoek
van de kamer. Ik zeg niet dat ik gelukkig ben,
maar ik ben gezond en mijn geld is van mij.
Soms als ik op de markt loop,
langs de kippen en de varkensrook,
denk ik aan jou – je opschepperij en wolvenhart,
je haar van Bonaparte en ogen van Poe.
ik mis je niet. Ik mis je niet wanneer
ik een raam open en licht de kamer vult
als water dat in een papieren beker stroomt,
of als ik de witte jurk van een vrouw zie glanzen
als nieuwe munten en ik weet dat ik mijn voeten
zou kunnen volgen naar de rivier en mijn leven weg
laten gaan van mij. Op momenten als deze,
als ik mezelf betrap terwijl ik tegen je praat,
ben ik altijd verbaasd over de woorden die ik hoor
van spijt en stomme jongensachtige toewijding.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jeet Thayil (Kerala, 13 oktober 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e oktober ook mijn blog van 13 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Michael Symmons Roberts

De Britse dichter Michael Symmons Roberts werd geboren op 13 oktober 1963 in Preston, Lancashire.  Symmons Roberts bracht zijn jeugd door in Lancashire voordat hij begin jaren ’70 met zijn gezin naar het zuiden verhuisde naar Newbury in Berkshire. Hij ging naar de middelbare school in Newbury en vervolgens naar Regent’s Park College, Oxford om filosofie en theologie te studeren. Na zijn afstuderen volgde hij een opleiding tot krantenjournalist voordat hij in 1989 als radiomaker bij de BBC in Cardiff in dienst trad. Hij verhuisde met de BBC naar Londen en vervolgens naar Manchester, waar hij aanvankelijk bij de radio en daarna als documentairemaker werkte. Zijn laatste baan bij het bedrijf was als Executive Producer en Head of Development voor BBC Religion and Ethics, voordat hij de BBC verliet om zich op schrijven te concentreren. Voor zijn vierde dichtbundel, “Corpus”, ontving hij Whitbread Poëzieprijs 2004.  Zijn zesde bundel, “Drysalter”, won in 2013 de Forward Prize en de Costa Poetry Award, en stond op de shortlist voor de TS Eliot Prize. Daarnaast kreeg hij nog diverse andere prijzen en onderscheidingen. Zijn voortdurende samenwerking met componist James MacMillan heeft geleid tot twee BBC Proms-kooropdrachten, liedcycli, muziektheaterwerken en een nieuwe opera voor de Welsh National Opera, The Sacrifice, die in 2008 de Royal Philharmonic Society Award won. Zijn eerste roman, “Patrick’s Alphabet”, werd in 2006 gepubliceerd door Jonathan Cape en zijn tweede, Breath, in 2008. Hij is hoogleraar poëzie aan de Manchester Metropolitan University en een trustee van de Arvon Foundation.

 

Mapping the Genome

Geneticist as driver, down the gene
codes in, let’s say, a topless coupe
and you keep expecting bends,

real tyre-testers on tight
mountain passes, but instead it’s dead
straight, highway as runway,

helix unravelled as vista,
as vanishing point. Keep your foot
down. This is a finite desert.

You move too fast to read it,
the order of the rocks, the cacti,
roadside weeds, a blur to you.

Every hour or so, you pass a shack
which passes for a motel here:
tidy faded rooms with TVs on

for company, the owner pacing out
his empty parking lot. And after
each motel you hit a sandstorm

thick as fog, but agony.
Somewhere out there are remnants
of our evolution, genes for how

to fly south, sense a storm,
hunt at night, how to harden
your flesh into hide or scales.

These are the miles of dead code.
Every desert has them.
You are on a mission to discover

why the human heart still slows
when divers break the surface,
why mermaids still swim in our dreams.

 

Fox In A Man Suit

Masked, gloved, brush tucked flat
against her back, faint with heat

this vixen is silent at soirees,
attentive to talk of defence, the public purse.

Emissary from the wild woods, agent
from the other side, she shakes her head

at wine, at canapés, she gags on human
stench, their meat and sweat.

When taxis come, she slips through kitchens,
drops to all fours (still in black tie),

sprints along the back streets
like a feral duke until she meets the edgelands

where – rubbed on the shuck of a tree –
her man-skin peels off

like a calyx and the sleek red flower unfurls.
Tongue drinks in the cold,

nose down in leaf mould, deep rush and tow
of attachment, of instinct. I, the only witness,

take this for a resurrection (body sloughed
and after-life as fox-soul), so I watch

in awe and slow my breath until
she catches sight and howls and howls.

 

Michael Symmons Roberts (Preston, 13 oktober 1963)

 

Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Signalement

Dit is mijn enige volstrekte daad:
dat ik geboren ben.
Waarbij ik ongetwijfeld
schreeuwde als vermoord;
zoals het hoort.
Nadien gaf men mij namen.
Of ik alsnog dingen deed sindsdien
door eigen toedoen, is mij niet duidelijk.
Ik weet: ik leef: dit is van mij.
Zodoende heb ik leren zwijgen.
Ik kan zelfs zwijgen als ik spreek.
Ik ben niet eens meer in mijn eigen
woorden als ze je bereiken.

Het is geen gein:
Ik ben niet hier. Er is
van bij ’t begin
dit grandioos misverstand.
Zeg mij zijn zin.
Ik wacht nog steeds op het appèl
waarop ik mij aanwezig meld.
En schrijf, in afwachting,
wijl ik verblijf
ondergetekende, met alle achting.

 

Ars Poetica

Zo lokt een zoemtoon ook de dar.
En raakt de radar in de war,
ik weet op verre lippen woorden
besterven terwijl ik verstar.

1
Noem mijn muze koel. Zij denkt
haar schone voorhoofd in één

rimpel. Hoe nadrukkelijk grift
het denken in dat gladde vel!

Zij lijkt soms geheel afwezig.
Geen steek te zien. Geen woord

te horen. O mijn muze, blinde,
dove gedachte die zingen wil!

2
Warm en koud speelt ze, spelt
een alweer wijkende zin, brandt

haar vingers aan betekenis, klinkt
ze eraan vast – zo hecht als

wijze bijen aan hun koningin.
Mede klink ik, in haar zwerm-

cel gevangen, en dan komt het
loze lezertje dat honing wil.

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

Midzomer

De adolescente nacht, het zuchtje wind van de stad,
Verandaschommels en gefluister, esdoornbladeren die onzichtbaar
Maanlicht stiller verspreiden dan een dode man
Na het lied van de sprinkhaan. Deze huizen waren van mij
En zijn het nu voor altijd niet, deze op de trappen
Kinderen, denk ik, zijn naar veel plaatsen verhuisd,
Verloren tussen stille jaren, en zo vreemd bekend.

Deze zaak is goed beëindigd. Als in het donker
De vuurvlieg oplichtte en daarin weer wegzonk,
Hoewel iemands hand hem opving, het natte gras
Bood geen rustplaats meer. Vanuit hoeken van het gazon
Wapperen de schemer-witte jurken en zijn verleden tijd.
Voordat we naar bed gingen, waren er dingen te zeggen,
Herinneringen aan boomschors, krekels en de eerste ster…

Daarna, en toen de somberheid van de tijd
Van de zomer af verstreek,
Hier in een vreemd land,
Schiep ik mijn perfecte angsten en bloem van gedachten:
Omdat de slaap niet langer snel komt in de armen van smart,
Zijn herhalingsbezoeken handig bij een hoest,
En er is iets dat ik nog een keer zou zeggen-
Als ik het niet voor altijd had gezegd, als er tijd was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.

Daniel Falb, Christoph Peters

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

die gletscher schieben alles herum

die gletscher schieben alles herum, bringen unordnung in geologische

zeugenschaft, hinterlassen schürfwunden im felsgestein.

hubschrauberlandeplatz der universität zeigt das signal ihres pulsierens, in der geschichte,

auf das ich hinsinke, dawson’s falter auf meinen beiden augen,

dawson’s falter auf meinem mund.

im nordöstlich ausgreifenden faltenwurf um den bonneviller see haben sich seit jeher

zwei einander feindliche universitäten festgesetzt, deren konstellation

sich mit dem eisschild verformte.

wie es der zufall will, hat mal die eine, mal die andere die oberhand. an einem

dieser tage stiefelte dawson die südseite des lone peak hinauf,

und als er die anhöhe passiert hatte, entdeckte er eine neue bohrung

oberhalb seines eigenen projekts, das

seit der nebraska-kaltzeit großen wissenschaftlichen nutzen, und ihm ein erkleckliches einkommen,

beschert hatte.

 

der eisbohrkern ist ein schönes und rätselhaftes artefakt.

das wort der gründung der einen ūni fällt mit dem wort der gründung der naturerscheinungen

in eins, und das wort der gegengründung der anderen

ūni fällt mit dem wort der gegengründung der naturerscheinungen

in eins. über lange zeiten fast durchsichtig, zeichnet sich die periode der gründungen

im kern als ungefroren bleibende

schicht ab, die stinkendes laub und zittrige modrige falter in sich schließt. das große geheimnis,

das ewiges eis in sich schließt,

ist die entnahme des bohrkerns. als er im herantreten

das universitätstattoo an meinem hals erkannte, musste dawson schlucken,

und bemühte sich, sein hemd ganz unauffällig zuzuknöpfen, während der puls heftig an seine schläfen

pochte. das naturgesetz hinter den erscheinungen, deren erforschung all meine jahre

gewidmet waren, dawson,

bist du.

 

de gletsjers duwen alles rond

de gletsjers duwen alles rond, brengen wanorde in geologische

getuigen, laten schaafwonden achter in rotsgesteente.

helikopterlandingsplaats van de universiteit toont het signaal van haar pulseren, in de geschiedenis,

waarnaar ik afzak, dawsons vlinders op mijn beide ogen,

dawsons vlinders op mijn mond.

in de noordoostelijk vallende plooiingen rond het meer van bonneville hebben zich van oudsher

twee elkaar vijandig gezinde universiteiten gevestigd waarvan hun constellatie

zich met het ijsschild vervormde.

zoals het toeval het wil, heeft soms de ene, soms de andere de overhand. op een

van die dagen stiefelde dawson de zuidkant van de lone peak op,

en toen hij de hoogte gepasseerd was ontdekte hij een nieuwe boring

boven zijn eigen project dat

sinds het glaciaal van nebraska groot wetenschappelijk nut bewees en hem zelf een aanzienlijk inkomen

bezorgde.

 

de ijsboorkern is een fraai en raadselachtig artefact.

het woord van de oprichting van de ene ūni valt met het woord van de oprichting der natuurverschijnselen

samen, en het woord van de tegenoprichting van de andere

ūni valt met het woord van de tegenoprichting der natuurverschijnselen

samen. gedurende lange tijden haast doorzichtig tekent zich de periode van de oprichtingen

in essentie als onbevroren blijvende

laag af die stinkend loof en trillende muffe vlinders bevat. het grote geheim

dat eeuwig ijs bevat,

is de opbrengst van de boorkern. toen hij bij binnenstappen

de universiteitstattoo in mijn nek zag, moest dawson slikken,

en deed flink zijn best zijn overhemd onopvallend dicht te knopen, terwijl zijn pols hevig tegen zijn slapen

klopte. de natuurwet achter de

verschijnselen aan welks onderzoek al mijn jaren gewijd waren,

ben jij.

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)

 

De Duitse schrijver Christoph Peters werd geboren op 11 oktober 1966 in Kalkar. Zie ook alle tags voor Christoph Peters op dit blog.

Uit: Dorfroman

„Schwarzweiß. Alles, was wichtig ist, ist schwarzweiß. Es ist auf unangenehm riechendes Zeitungspapier gedruckt und wird vor Sonnenaufgang in unseren Briefkasten gestopft, oder es flimmert hinter einer leicht gewölbten Scheibe in einem großen Holzkasten. Ein schwarzweißer Mann mit Brille, einer kräftigen Stimme und ernsthaftem Gesichtsausdruck sitzt dort in Anzug und Krawatte vor einer grauen Fläche mit fettem Schriftzug, der in eine Weltkarte übergeht. Er liest klare, manchmal auch umständliche Sätze von einem akkurat zurechtgestoßenen Stapel Papier ab, wobei er sich Mühe gibt, so selten wie möglich auf seine Blätter zu schauen. Dazwischen erscheinen kurze Filme, in denen der Bundeskanzler oder Menschen aus anderen Welt-gegenden gezeigt werden — zum Beispiel aus Amerika, Afrika oder Vietnam. Wer nach Amerika, Afrika oder Vietnam reisen will, muss ein Flugzeug nehmen, so weit sind diese Länder von uns entfernt, weshalb es meistens Präsidenten, Generäle oder Könige sind, die man dort sieht. Häufig liegen sie miteinander im Krieg, dann steigen Rauchwolken über Städten und Landschaften auf, Menschen mit vor Angst verzerrten Gesichtern rennen weg, die Kinder haben keine Kleider am Leib, stattdessen tragen sie verbrannte Lumpen oder sind von einer Schicht schwarzer Fliegen bedeckt und sogar zu schwach zum Weinen. Der schlimmste Krieg ist zur Zeit in Vietnam, davor war er in Biafra. Meine Mutter sagt jedes Mal, wenn darüber berichtet wird, dass sie gar nicht hinschauen kann, und oft bittet sie meinen Vater umzuschalten. Ihre Stimme klingt dann bedrückt, als müsste sie weinen. Das hängt damit zusammen, dass sie selbst, als bei uns Krieg war, ausgebombt wurde — in Essen — und auch gehungert hat. Wenn die Präsidenten, Könige und Generäle nicht miteinander im Krieg sind, besuchen sie sich gern gegenseitig. Sie weihen neue Wolkenkratzer ein oder moderne Fabriken, taufen Ozean-riesen oder zeigen sich gegenseitig ihre Paläste. Dabei führen sie lange Gespräche darüber, wem dieses oder jenes Gebiet gehört oder wie sie gemeinsam Feinde erschrecken können, um zu verhindern, dass ein neuer Krieg ausbricht.“

 

 Christoph Peters (Kalkar, 11 oktober 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e oktober ook mijn romenu blog van 11 oktober 2018 en ook  mijn blog van 11 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 11 oktober 2015 deel 2.

Menno Wigman, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

Burger King

Was er een tijd dat ik hier boven stond,
mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,
niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in
een taal te denken die geen tanden heeft?
Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.

Dus slof ik door de leeszaal van de straat
en blader maar wat door de Burger King,
gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos
eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.
– Als deze wanhoop ons Walhalla is,

als hier het echte leven staat te lezen,
mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal
betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,
eerder verbaasd dat alles wat zo laag
en lelijk is zo sterk en stevig staat.

 

Billboards

De domme avond, doordeweeks, doorweekt
en dierlijk als een potloodventer.
De grijze jongens in de avondbus.
Iets verderop een moeder met een snor.
En elke halte weer twee levensgrote,
neonrode vrouwenlippen die vertellen
wat er aan het leven schort.

Het einde van de regenboog! Ambrosia,
verlicht en wel, wijst ons de weg.
En wij, met onze rimpels, leugentjes,
gebreken en oneffenheden, stuk
voor stuk tot onze nek vol eigen bloed,
gebeten op geluk en overvloed,
wij rijden door de domme avond,

dromen muren om ons heen, dag in,
dag uit, en komen thuis, speuren
zenders af en gaan naar bed. Het mysterie
van het laatste onrecht! Algehele
roofzucht! Perfectie! Paringsdrift!
Nu kan, nu zal, nu moet het komen.
Ambrosia wees ons de weg.

 

Jeunesse dorée

Ik zag de grootste geesten van mijn generatie
bloeden voor een opstand die niet kwam.
Ik zag ze dromen tussen boekomslagen en ontwaken
in de hel van tweeëntwintig steden,
heilloos als het uitgehakte hart van Rotterdam.

Ik zag ze zweren bij een nieuwe dronkenschap
en dansen op de bodem van de nacht.
Ik zag ze huilen om de ossen in de trams
en bidden tussen tweemaal honderd watt.

Ik zag ze lijden aan een ongevraagd talent
en spreken met gejaagde stem: –
was alles al gezegd, nog niet door hen.

Ze waren laat. Aan geen belofte werd voldaan.
De steden blonken zwart als kaviaar.

 

Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

auf nagetierchens wohl


gib der maus gin-cola
gib der ratte rum
auf nagetierchens wohl ja
heut saufen wir uns krumm

gib dem hamster altbier
meerschweinchen will korn
auf nagetierchens wohl hier
bringt jeder sich nach vorn

gib dem biber branntwein
und eichhörnchen kriegt sekt
auf nagetierchens wohl fein
ist unser saufprojekt

 

draculabelle zu drakulakai


drakulakritz triebs mit draculatex
drakulazarus verführte draculavendel
draculametta winselte nach draculamento
draculaotse vögelte draculatrine
draculafontaine prügelte draculamm
dracularifari leckte draculapidar
draculama schrie nach draculala
draculava ergoss sich in draculahm
draculavoir vernaschte draculazarett
und ich draculabelle tats mit draculabor

 

ikzohijzo

ikzo: hijzo
bla bla bla
zijzo: hé
en ikzo: jaaa

ikzo: jijzo
hijzo: ikzo

ikzo: ikzo
is een a
hijzo: zieje
en ikzo: allicht

hijzo: jijzo
ikzo: ikzo

ikzo: ikzo
hahaha
hijzo: aha
en ikzo: tja

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.