Giusepe di Lampedusa, Iván Mándy, Christa Winsloe, Albert Ehrenstein, Harry Shearer, Charles Sainte-Beuve, Mathilde Wesendonck, Martin Opitz

De Italiaanse schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa werd geboren in Palermo op 23 december 1896. Zie ook alle tags voor Giuseppe Tomasi di Lampedusa op dit blog.

Uit: The Leopard (Vertaald door Archibald Colquhoun)

“Don Ciccio was still thundering on: “For you nobles it’s different. You might be ungrateful about an extra estate, but we must be grateful for a bit of bread. It’s different again for profiteers like Sedira with whom cheating is a law of nature. Small folk like us have to take things as they come. You know, Excellency, that my father, God rest his soul, was gamekeeper at the royal shoot of Sant’ Onofrio back in Ferdinand IV’s time, when the English were here? It was a hard life, but the green royal livery and the silver plaque conferred authority. Queen Isabella, the Spaniard, was Duchess of Calabria then, and it was she who had me study, made me what I am now, organist of the Mother Church, honoured by your Excellency’s kindness; when my mother sent off a petition to Court in our years of greatest need, back came five gold ounces, sure as death, for they were fond of us there in Naples, they knew we were decent folk and faithful subjects; when the King came he used to clap my father on the shoulder. ‘Don Liona,’ he said, ‘I wish we’d more like you, devoted to the throne and to my Person.’ Then the officer in attendance used to hand out gold coin. Alms, they call it now, that truly royal generosity; and they call it that so as not to give any themselves; but it was just a reward for loyalty. And if those holy Kings and lovely Queens are looking down at us from heaven to-day, what’ld they say? °The son of Don Leonardo Tumeo betrayed us!’ Luckily the truth is known in Paradise! Yes, Excellency, I know, people like you have told me, such things from royalty mean nothing, they’re just part of the job. That may be true, in fact is true. But we got those five gold ounces, that’s a fact, and they helped us through the winter. And now I could repay the debt my ‘no’ becomes a `yes’! I used to be a ‘faithful subject’, I’ve become a ‘filthy Bourbonite’. Everyone’s Savoyard nowadays! But I take `Savoyards’ with coffee!” And he dipped an invisible biscuit between finger and thumb into an imaginary cup. Don Fabrizio had always liked Don Ciccio, partly because of the compassion inspired in him by all who from youth had thought of themselves as dedicated to the Arts, and in old age, realising they had no talent, still carried on the same activity at lower levels, pocketing withered dreams; and he was also touched by the dignity of his poverty. But now he also felt a kind of admiration for him, and deep down at the very bottom of his proud conscience a voice was asking if Don Ciccio had not perhaps behaved more nobly than the Prince of Salina. »

 

 
Giuseppe Tomasi di Lampedusa (23 december 1896 – 23 juli 1957)
Claudia Cardinale en Alain Delon in de gelijknamige film van Luchino Visconti, 1963

Lees verder “Giusepe di Lampedusa, Iván Mándy, Christa Winsloe, Albert Ehrenstein, Harry Shearer, Charles Sainte-Beuve, Mathilde Wesendonck, Martin Opitz”

Carol Ann Duffy

De Britse dichteres en toneelschrijfster Carol Ann Duffy werd geboren in een rooms-katholiek gezin in de Gorbals, een arm deel van Glasgow, op 23 december 1955. Het gezin verhuisde naar Stafford, Engeland, toen Duffy zes jaar oud was. Haar vader werkte voor English Electric. Hij was een vakbondsman en was in 1983 zonder succes kandidaat voor de Labour Party. Daarnaast leidde hij de Stafford Rangers-voetbalclub. Duffy volgde een opleiding aan de Saint Austin’s RC Primary School in Stafford, de St. Joseph’s Convent School (1967-1970) en de Stafford Girls High School (1970-1974). Daarna studeerde zij filosofie aan de University of Liverpool en behaalde een graad in 1977. In 1983 won zij de Poetry Competition. Zij werkte als poëzierecensent voor The Guardian van 1988-1989 en was redacteur van het poëzietijdschrift Ambit. In 1996 werd zij benoemd tot docent in poëzie aan de Manchester Metropolitan University, en werd later creatief directeur van de daaraan verbonden Writing School. In 1988 ontving zij de Somerset Maugham Award, in 1993 de Whitbread Award en de Forward Poetry Prize en in 2005 de T. S. Eliot Prize. Ook won zij verschillende keren de Scottish Arts Council Book Award. In mei 2009 werd zij benoemd tot Poet Laureate als opvolger van de teruggetreden Andrew Motion. Duffy is de eerste vrouwelijke Poet Laureate, de eerste Schotse, en eveneens de eerste openlijk biseksuele vrouw in die functie. Als toneelschrijfster produceerde zij werk dat onder meer werd opgevoerd in het Liverpool Playhouse en het Londense Almeida Theatre, waaronder Take My Husband (1982), Cavern of Dreams (1984), Little Women, Big Boys (1986), Loss (1986) en Casanova (2007).

The Light Gatherer

When you were small, your cupped palms
each held a candleworth under the skin, enough light to begin,
and as you grew,
light gathered in you, two clear raindrops
in your eyes,
warm pearls, shy,
in the lobes of your ears, even always
the light of a smile after your tears.
Your kissed feet glowed in my one hand,
or I’d enter a room to see the corner you played in
lit like a stage set,
the crown of your bowed head spotlit.
When language came, it glittered like a river,
silver, clever with fish,
and you slept
with the whole moon held in your arms for a night light
where I knelt watching.
Light gatherer. You fell from a star
into my lap, the soft lamp at the bedside
mirrored in you,
and now you shine like a snowgirl,
a buttercup under a chin, the wide blue yonder
you squeal at and fly in,
like a jewelled cave,
turquoise and diamond and gold, opening out
at the end of a tunnnel of years.

 

We Remember Your Childhood Well

Nobody hurt you. Nobody turned off the light and argued
with somebody else all night. The bad man on the moors
was only a movie you saw. Nobody locked the door.

Your questions were answered fully. No. That didn’t occur.
You couldn’t sing anyway, cared less. The moment’s a blur, a Film Fun
laughing itself to death in the coal fire. Anyone’s guess.

Nobody forced you. You wanted to go that day. Begged. You chose
the dress. Here are the pictures, look at you. Look at us all,
smiling and waving, younger. The whole thing is inside your head.

What you recall are impressions; we have the facts. We called the tune.
The secret police of your childhood were older and wiser than you, bigger
than you. Call back the sound of their voices. Boom. Boom. Boom.

Nobody sent you away. That was an extra holiday, with people
you seemed to like. They were firm, there was nothing to fear.
There was none but yourself to blame if it ended in tears.

What does it matter now? No, no, nobody left the skidmarks of sin
on your soul and laid you wide open for Hell. You were loved.
Always. We did what was best. We remember your childhood well.

 
Carol Ann Duffy (Glasgow, 23 december 1955)

Astrid Lampe, Margit Schreiner, Hugo Loetscher, Jean Racine, Kenneth Rexroth, E. A. Robinson, Felicitas Hoppe, Christoph Keller, Johan Sebastian Welhaven

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

Één issue per tissue

één issue per tissue
mijn meester verstopt zich

postbode doe je ronde: is mijn liefde
bij u wel veilig

hij kwam me weer verrassen die hofleverancier
laarzen aan in bed, dát werk, mijn koninginnetje
slaap je wel goed, fluisterde hij
(hij die niet van cliché’s hield!)
op zo’n betraand bruggetje
is het goed kusjes plaatsen
denk lammetje lammetje en
temee snokt het lente onder je hemd, ai!
zong ik (dat hij welkom was was zeker)

…u bent los

 

Frisse dingen

Frisse dingen kloppend in hoge gebouwen
Rilden de biest door met lange lauwe pijn
‘The blues’, you said

Een kruid om in je oor te stoppen als je bang bent

Weldra nemen
De saatchi’s & sushi’s
Weer de overhand en
– na alles wat kelderde –
stijgt die behoefte alleen maar
ergens elders je teint op te doen

als de kogels dan fluiten hoor je swiep
maar schrik niet van je eigen rep.terende
wegwerpkameraadje

kleine gave pijnen sturen
de serie dwarse boertjes
dan linea recta op huis aan

dat thuis waar men massaal overging
tot de aankoop van een winterjas

 

 
Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

Lees verder “Astrid Lampe, Margit Schreiner, Hugo Loetscher, Jean Racine, Kenneth Rexroth, E. A. Robinson, Felicitas Hoppe, Christoph Keller, Johan Sebastian Welhaven”

Ted van Lieshout, Rolf Lappert, Thomas Hürlimann, Heinrich Böll, Ivan Blatný, Garmt Stuiveling, Ludwig Hölty, Rebecca West, Uwe Dick

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Gespuis

Ik zou niet willen denken aan de dood.
Maar met elke stap die ik zet vermorzel
ik diertjes die ik niet zie of herken.

Ik moet ook leven met Karel die wormen
de kop afbijt en Daan die spinnen minder
dan acht poten gunt en ik geef toe:

ik kluif het laatste stukje kip van bot.
Kan ik nog dieper vallen? Kan er niet
een kikker komen die ik dapper kus?

 

Een kind kun je niet vasthouden

I
Zeg mam, er is een man buiten en ook binnen
die geen snoepjes heeft, maar me aandacht
geeft en woorden zonder een spoor van straf.

Hoe kan ik weigeren? Een vreemde haast
die ongedwongen – familie is gewoonte –
mij omarmt en aait en bestaat alleen voor mij.

Jou moet ik delen. Ik ben geen kind of slaaf
meer, maar iemand met een eigen naam,
zonder dat ik het gras moet maaien voor eten.

II
Nog steeds weet ik zijn voornaam niet,
alleen de eerste letter. En zelfs toen hij
geen vreemde was bleef hij gewoon meneer.

En achter de gordijnen was ons groot geheim.
Ik wilde wel aan iedereen verklappen
hoe bijzonder ik was en mooi en meer.

Maar de schaamte hè, de schuld,
de schande van onze namen
op de schutting en in geheimschrift.

Een nieuwe school, andere klasgenoten;
ik wilde er bij horen en sloeg
de deuren zonder afscheid dicht.

Daar heb ik spijt van achteraf, maar
uit heimwee zijn naam noemen is ongepast
en om die reden doorgekrast.

 

 
Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

Lees verder “Ted van Lieshout, Rolf Lappert, Thomas Hürlimann, Heinrich Böll, Ivan Blatný, Garmt Stuiveling, Ludwig Hölty, Rebecca West, Uwe Dick”

Aloys Blumauer

De Oostenrijkse dichter en schrijver Aloys Blumauer werd geboren op 21 december 1755 in Steyr. Blumauer trad na zijn eindexamen gymnasium in 1772 in bij de Jezuïetenorde, maar keerde, toen deze ontbonden werd in 1773 terug in de seculiere staat, Hij kwam terecht in Wenen en vond daar aansluiting bij kringen, die de hervormingen van Jozef II journalistiek ondersteunden. Blumauer kreeg een baan als censor in een censuurinstelling en nam in 1793 de Gräffersche boekhandel over. In de periode 1781-1794 gaf hij de “Wiener Musenalmanach” uit (samen met Franz von Ratschky). Hij was een van de karakteristieke figuren van de Weense Verlichting. Op 24 mei 1782 werd hij opgenomen in de vrijmetselaarsloge “Wahre Eintracht” en op 18 oktober tot meester verheven. In 1785 publiceerde hij het “Journal für Freimaurer”. Blumauer literaire activiteit was zeer veelzijdig (poëzie, liefdes- en drinkliederen, ridderspelen), maar Blumauer was ook polemist, satiricus, parodist en journalist; Hij is vooral bekend om zijn fragmentarische werk “Die travestierte Aeneis” van Vergilius. Het meest waardevolle werk dat Blumauer heeft gedaan zijn de door hem als boekhandelaar regelmatig gepubliceerde lijsten van boeken, die kunnen worden omschreven als meesterwerken van de bibliografie. Zijn “Verzamelde werken” (acht delen) verschenen na zijn dood.

Liebeserklärung eines Kraftgenies

Ha, wie rudert meine ganze Seele
Nun in der Empfindung Ozean?
Laute Seufzer sprengen mir die Kehle,
Die man auf zehn Meilen hören kann.

Gleich Kanonenkugeln rollen Thränen
Aus den beiden Augenmösern mir:
Erd’ und Himmel bebt bei meinem Stöhnen,
Und ich brülle schluchzend – wie ein Stier.

Wetterstürme der Empfindung treiben
Mich oft-, west- und süd- und nordenwärts:
Meine Seele hat in mir kein Bleiben,
Und es blitzt und donnert mir das Herz.

Ach! ich muß, ich muß im Sturm versinken!
Rette mich, großmüth’ge Seele, doch!
Ich beginne schon den Tod zu trinken,
Sieh, mein Lebensnachen hat ein Loch!

 

Die Sehnsuchtsthräne

Bänglich wird mir, und der Minne
Leiden wachen auf in mir; –
Rinne, warmes Thränchen, rinne,
Sieh, noch viele folgen dir.

Warum weilet ihr so lange
An den Augenwimpern mir?
Ist euch zu versiegen bange,
Ach, nicht abgeküßt von ihr?

Rinnet immer, holde Kinder
Meiner Sehnsucht, rinnt herab!
Ach, sonst fließt ihr einst, noch minder
Kußgewärtig auf ihr Grab!

 
Aloys Blumauer (21 december 1755 – 16 maart 1798)

Hans van Willigenburg, Sky Gilbert, Friederike Mayröcker, Sandra Cisneros, J. van Oudshoorn, Jürg Laederach, Peter May, Alain de Botton, Ramon Stoppelenburg

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Beleven

dat ik dit nog mag beleven
als een luie jongeman
mijn dingen die geweest zijn op hun plaats zetten
het samenstellen van een beeld over mijzelf
waarin ik onafhankelijk van het beeld
troost vind
dat ik ijsblokjes in mijn glas laat tinkelen
en ik kan nog van alles met de blokjes doen
(ze bijvoorbeeld tegen mijn wang drukken)
het duurt nog even voor ze versmolten zijn
en nu ze water zijn
drink ik het op

dat ik dit nog mag beleven:
onderkoeld schrijven over eigen belevenissen
die totaal geen belevenissen zijn –

een belevenis!

 

Psychologie

Dit product is onweerstaanbaar.
Het kietelt om te beginnen uw ogen.
Het is glad en gaaf, een handzame slaaf
met talloze mogelijkheden.
Het kort nare klusjes in,
is preciezer dan al het voorgaande,
straalt aantrekkelijk optimisme uit
en,
pas op,
de slimme mensen hebben ‘m al weken in huis.

Maar veel belangrijker nog dan al deze voordelen,
dit praktische vernuft,
is de stille maar vurige hoop

– altijd aanwezig, nimmer verzakend –

dat uw leven na aanschaf
meer gelijkenis zal vertonen
met dit briljante, kittige, spiksplinternieuwe

Made-in-China-ding.

 

 
Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)

Lees verder “Hans van Willigenburg, Sky Gilbert, Friederike Mayröcker, Sandra Cisneros, J. van Oudshoorn, Jürg Laederach, Peter May, Alain de Botton, Ramon Stoppelenburg”

Paolo Giordano, Jean Genet, Michelangelo Signorile, Jean-Patrick Manchette, Tristan Egolf, Jens Fink-Jensen, Alexander Gumz, Hanny Michaelis, Italo Svevo

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: Het menselijk lichaam (Vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd)

`Misschien kunt u eens naar me kijken. Naar mijn pupillen en zo.’ `Ik ben orthopeed, kolonel.’ `Maar u zult toch wel wat meer geleerd hebben?’ `Ik kan u de naam van een collega geven, als u wilt.’ Ballesio bromt. Hij heeft twee diepe groeven rond zijn mond, die zijn snufferd omlijnen als bij een vis. Toen Egitto hem leerde kennen, zag hij er niet zo oud uit. `Ik word ziek van die pietluttigheid van u, luitenant, heb ik dat al eens gezegd? Die is er vast de oorzaak van dat u er zo beroerd uitziet. Ontspan eens een beetje, neem de dingen zoals ze komen. Of neem een hobby. Ooit aan kinderen gedacht?’ `Pardon?’ `Kinderen, luitenant. Kinderen.’ `Nee, kolonel.’ `Nou, ik weet niet waar u op wacht. Met een kind vergeet je bepaalde dingen gewoon. Ik zie wel wat u doet, hoor. Altijd maar herkauwen. Kijk toch eens hoe die compagnie erbij staat, het lijken wel een stelletje bokken!’ Egitto volgt Ballesio’s blik naar de paar man van het muziekkorps en daar voorbij, waar het gras begint. Een man die in het publiek staat trekt zijn aandacht. Hij draagt een kind op zijn schouders en staat met zijn borst vooruit, stram, in een merkwaardig krijgshaftige houding. De luitenant voelt altijd een vage angst als hij iets vertrouwds waarneemt, en plotseling is Egitto geagiteerd. Als de man een gesloten vuist voor zijn mond houdt om te hoesten, herkent hij adjudant René. ‘Maar is dat niet…’ Hij breekt zijn zin af. Wie? Wat?’ vraagt de kolonel. `Niks. Sorry.’ Antonio René. De laatste dag, op het vliegveld, hebben ze met een formele handdruk afscheid genomen en vanaf dat moment heeft Egitto niet meer aan hem gedacht — althans, niet aan hem alleen. Zijn herinneringen aan de missie hebben voornamelijk een collectief karakter. Hij verliest zijn belangstelling voor de parade en tuurt nu vanuit de verte aandachtig naar de adjudant. Hij is niet ver genoeg door de menigte heen gedrongen om op de voorste rijen te komen, waarschijnlijk ziet hij niet veel vanaf de plek waar hij staat. Hoog op zijn schouders wijst het kind naar de soldaten en de vaandels, de mannen met de instrumenten, en hij houdt het haar van René vast als een stel teugels. Dat is het: zijn haar. In de vallei droeg de adjudant het kortgeschoren, terwijl het nu bijna over zijn oren valt, donkerbruin en golvend. Ook René is zijn verleden ontvlucht, ook hij heeft zijn gezicht veranderd om zichzelf niet meer te herkennen.
Ballesio zegt iets over tachycardie, die hij vast niet heeft. Egitto antwoordt verstrooid: ‘Komt u vanmiddag maar even langs. Ik zal u een tranquillizer voorschrijven.”

 

 
Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

Lees verder “Paolo Giordano, Jean Genet, Michelangelo Signorile, Jean-Patrick Manchette, Tristan Egolf, Jens Fink-Jensen, Alexander Gumz, Hanny Michaelis, Italo Svevo”

A. M. Homes, Mazarine Pingeot, Miles Marshall Lewis, Viktor Rydberg, Jakov Polonski, Saki, Christopher Fry, Thomas Strittmatter

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 18 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit: Jack

“So, how’s Mom?” he asked.
“Okay.”
“And school?”
“The same.”
“Max?”
I nodded. It was his checklist. Every time we were together we went through this. He ran down his list of people, events, even actual objects that were in my life.
“Basketball?”
“The garden’s doing real well, and I think Max is getting back to sort of normal.”
I said it all at once to save him the trouble of having to hit on each thing, one at a time.
He smiled. “Good.”
We were quiet.
“When you’re ready, I want to take you to get your license.”
“That’s okay. Michael said he would. His car is smaller anyway.”
I flipped the visor back up into the ceiling.
“I want to, Jack. Is that all right?”
He reached across the car, swept my hair off my face, and rubbed my cheek with the back of his hand. “Yeah, sure, we’ll see,” I said.
“How about dinner Wednesday?” he asked as he pulled up in front of our house.
I nodded.
“We’ll go someplace nice, just you and me. Pick you up around seven.”
“Yeah, okay. See you,” I said as I got out.
He put the car in gear and pulled away without checking his mirrors. Luckily, nothing was coming. I worry about him. Sometimes I’m not sure his receiver is on the hook, if you know what I mean. I watched the blue Volvo creep down the street and wondered how I’d ever get it to fit in the goddamned parallel-parking place at the Motor Vehicle Administration.
“Salvation Army’s coming tomorrow,” Michael said when I walked into the kitchen. He was chopping vegetables with something that looked like the ax George Washington must have used when he cut down his cherry tree.”

 

 
A. M. Homes (Washington DC, 18 december 1961)

Lees verder “A. M. Homes, Mazarine Pingeot, Miles Marshall Lewis, Viktor Rydberg, Jakov Polonski, Saki, Christopher Fry, Thomas Strittmatter”

Gaudete (Kevin Carey)

 

Bij de derde zondag van de Advent

 

 
Maria Heimsuchung door Carl von Blaas, 1842

 

Gaudete

In darkening days of penitence,
Before the turning of the years,
We look to make our recompense,
With new resolve and hopeful prayers:
The Lord’s salvation is at hand,
Rejoice at His benign command.

Our souls awake in joyful praise,
The fingers of the rosy dawn
Glow in the East to give us hope
Of Judah’s crowning, happy dawn:
Where there was sorrow now is praise;
Emmanuel for all our days.

Now may we walk at Mary’s side
To help her cousin with the birth
Of one who will prepare the way
For God incarnate, here on earth:
Rejoice my soul, this cheerful day,
Rehearse your anthems, Gaudete!

 

 
Kevin Carey (november 1951)
Holy Trinity Church in Hurstpierpoint, de woonplaats van Kevin Carey

 

Zie voor de schrijvers van de 17e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Ronald Giphart, Yvonne Keuls, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Paul Snoek, Hans Henny Jahnn, Jules de Goncourt, Ford Madox Ford

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook alle tags voor Ronald Giphart op dit blog.

Uit: Lieve

“Liv had de toneelacademie in Maastricht gedaan, Bison de toneelschool in Amsterdam. Hoewel iedereen in het wereldje het ontkende was er wel degelijk een doorleefde animositeit tussen beide kampen. Er waren in het land natuurlijk nog meer opleidingen van niveau, maar uiteindelijk ging het altijd om de vraag: Amsterdam of Maastricht, de ‘Cambridge en Oxford van het Nederlandse toneel’ zoals een criticus ooit schamperde.
Bij de eerste casting voor de film Lieve had Liv als tegenspeler een gedreven jongeman die vlak daarvoor in Maastricht was afgestudeerd. Hoe ze ook haar best deed: ze vergat steeds zijn naam. De jongen speelde volgens dezelfde methode die Liv was bijgebracht en mede daarom klikte het zeer. Samen deden ze voor haar gevoel een geweldige auditie. Prompt werd Liv uitgenodigd voor de tweede castingronde; haar ambitieuze tegenspeler kreeg te horen dat men van zijn interpretatie had genoten, maar ‘dat hij op beeld te pregnant overkwam’. In gewone taal betekende dit dat hij te lelijk was voor de rol. Toen Liv later het hele script had gelezen was ze blij dat Bison was gecast.
Bij Livs tweede casting was de regisseur zelf aanwezig. Noah Boudrin was de jonge ster van de Nederlandse cinema. Hij had al drie speelfilms op zijn naam, bijna een miljoen bezoekers, vijf Kalveren, vier Nederlandse Lichten, drie internationale prijzen en een nominatie voor een Gouden Beer. In Amerika had hij een paar commercials gedraaid en iedereen wist dat een avontuur in Hollywood een kwestie van tijd was. Noah was bij zijn vierde project toe aan wat hij in interviews had aangekondigd als ‘eindelijk mijn persoonlijke verhaal’. Hij wilde in Lieve het tragische verkeersongeluk van zijn vriendin verwerken, een Vlaamse actrice die een al even grote belofte was geweest als hij.
Lieve Vanlieve had de hoofdrol gespeeld in Sub, Noahs spraakmakende debuut, een rauwe maar vrolijke schets van de onmogelijke liefde tussen een prostituee en een politicus anno de jaren nu. De subsidieloze film kostte volgens de producent ‘geen drol’ en hoewel de film nog ouderwets in zwart-wit was geschoten op een restvoorraad echt celluloid kwamen er meer dan vierhonderdvijftigduizend mensen naar de bioscoop, wat mede te danken was aan Lieves ongeremde persoonlijke overgave.”

 

 
Ronald Giphart (Dordrecht, 17 december 1965)

Lees verder “Ronald Giphart, Yvonne Keuls, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Paul Snoek, Hans Henny Jahnn, Jules de Goncourt, Ford Madox Ford”