Miquel Bulnes, Marius Hulpe

De Nederlandse schrijver Miquel Bart Ekkelenkamp Bulnes werd geboren op 6 juli 1976 in Bloomington, Indiana (Verenigde Staten van Amerika). Zie ook alle tags voor Miquel Bulnes op dit blog.

Uit: Reconquista

“Links en rechts wordt Eloy ingehaald door andere ruiters, die hun aanvoerder trachten bij te houden. Hij mag niet achteropraken, het zou een schande zijn als ze op hem moesten wachten. De jongen zet zijn hakken in de zij van zijn paard en slaat hem met de hand tegen het achterwerk. Aitur versnelt zijn galop en Eloy moet zich vastgrijpen om in het zadel te blijven. De riem van zijn schild schuurt pijnlijk langs zijn nek. Hij kijkt een moment naar de grond, die verworden is tot een flikkerende, groenbruine waas. De jongen wordt er misselijk van en richt zijn blik daarom weer op de ridders voor hem. Eloy dreigt de aansluiting met zijn dorpsgenoten te verliezen en hij geeft Aitur nogmaals de sporen; in elk geval moet hij zijn neef Carmelo kunnen bijhouden. Carmelo heeft een oud, mak en vooral ook lui paard, een grijswitte schimmel die hij veel te zachtaardig behandelt.
De galopperende ruiters passeren aan de linkerkant een gehucht van lemen hutten en Ordoño wijkt uit om de pas ingezaaide graanvelden niet te vertrappen. De hond van een groep schapen hoedende kinderen rent hun blaffend tegemoet, terwijl de kinderen zelf hun toevlucht zoeken achter een van de hutten. Castilië is een land van oorlog. Het eerste wat je leert is op je hoede te zijn voor vreemdelingen.
Pas mijlen verderop, als het open veld is overgegaan in bos, gunt Ordoño de paarden weer rust – de arme dieren briesen en puffen. De spanning en het krampachtig vasthouden aan zijn zadel hebben Eloy echter nog meer uitgeput dan zijn paard, lijkt het. Zes dagen zijn ze nu onderweg, en het is de eerste keer dat ze zo op de proef zijn gesteld.
Hopelijk is het voorlopig ook de laatste.
’s Avonds zitten veertig ruiters rond een kampvuur in het open veld. De veertien mannen uit Aguilar hebben zich aangesloten bij een grotere groep Castilianen. Morgen zullen ze gezamenlijk verder rijden om zo mogelijk nog voor het duister Burgos te bereiken. Terwijl de zon ondergaat, beginnen de oudere ridders elkaar af te troeven met verhalen over de campagnes van de voorgaande jaren, over de veldtocht door Galicië, de slag bij Graus, het beleg van Zamora, de verovering van Cordoba. Ze drinken en ze schreeuwen en ze vloeken en ze lachen en ze zuchten, en ze drinken nog meer, tot ze uiteindelijk in slaap vallen.
Eloy zit tussen zijn neef Carmelo en Froilán Díaz, de zoon van don Diego, de belangrijkste edele in het dorp. Wanneer Eloy in het najaar terugkeert naar het dorp om zijn eigen verhalen te vertellen zal hij trouwen met Jimena, een dochter van don Diego. Eloy zal land krijgen van zijn moeder en Jimena zal land krijgen van haar vader. Ze zullen varkens, schapen en kippen houden, ze zullen druiven en gerst verbouwen, appelbomen en kersenbomen zullen groeien rond hun huis.”

 

Miquel Bulnes (Bloomington, 6 juli 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

melkhart

waar, in dit turbulente uur,
hier, op moeiteloos verrottend land,
waar de gerst geen gerst meer is, hier,
in de broedplaats van beschimmelde kantoren,
een zacht kalmerende petrischaal,
waar, op dit uur, de enige vraag:
ben ik terechtgekomen?, hier, waar je luchtgaten slaat
in elke geheime gedachte &
waar de gebalde frustratie dient, uiterst nuttig,
tot de manifeste afleiding, tot het asbest van het hart,
in droevige uren wordt daarom gezwegen,
jullie melkachtige harten, ik melkachtig hart:
waar zijn we gebleven, waar zijn we terechtgekomen
als verzamelaars van saaie seconden, van haken & haar
in onze soepen, de dagelijkse geforceerde gang van zaken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2020 en eveneens mijn blog van 6 juli 2019.

Jacob Groot, Marius Hulpe

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Zie ook alle tags voor Jacob Groot op dit blog.

 

Dit kind

Zoveel jaren in de wind
sinds ik mijzelf ging toebehoren –
zoveel jaar vergeefs bemind
en de gewonnen of verloren
liefde toch niet aangewend
om aan een ander te behoren.
Mijzelf nog niet genaderd
en mijzelf nog niet ontwend:
er komt geen einde aan dit kind
en geen eind aan wie het verhoren.

 

CAST

Ik film achtereenvolgens de namen en de films
geven dan een beeld van mij. Maar een beeld
is pas een beeld als ik het losweek van mezelf. Ook
een foto maak je niet alleen. En aan een leven kan je
wennen zonder iemand

te hoeven kennen. Waarom begeef ik me dan niet meteen
naar de plek waar ik gelukkig ben?
Omdat ik nog niet gelukkig wil zijn op de plek die ik niet
ken? Het is behalve

degene die ik ben die me tegenhoudt degene
die ik nog niet kan zijn maar wel wil
betekenen. Wie zal mij wezen als ik hem
niet blijf?
Een ander? En die ander, vraag ik ook, onevenaarbare,
sinds wij

vroeger zeiden dat ik buiten mezelf trad als ik ons
verliet, heb ik je verlaten voor ik het kon weten en kom
ik nu nooit meer bij je, al ben ik het
zelf?

 

Wat op een dag gedaan moet worden

Huiswerk maak je op school en thuis school je je in de toren
van het hoofd die het denken is, terwijl je onderweg, langs
de heggen in de wind, uitslaapt van deze indeling. En onbezoedeld
wil je zijn als je de zinnen hoort, met het doel de bron

van je rijkdom nooit prijs te geven: de onuitputtelijke
onwetendheid. Twaalf uur duurt de dag: zonder onderbreking
dien je te denken aan een absolute zuiverheid, een laken
van water waarop een brood groeit, en van adem vervuld raakt

de kamer van je lichaam dat opent de ramen op de melkweg
van het boomsterke daglicht. Maar het ruisen vloeit voort
uit je hielen, hoe het muisstil in je mond wordt spreekt

je aan: je komt niet langer uit je woorden; wat je hoort
is een krijs die van schoonheid snijdt als een mes van jade
door je tijdstip, en voortaan scheid je je doen van het laten

 

Jacob Groot (Venhuizen, 5 juli 1947)

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

kronkelend areaal

kronkelend areaal de
puinhoop van mijn innerlijke uitstraling
aangelegd met witte rozen hun doornen
zijn bot geworden in de loop der jaren daarentegen
de kleur van de bloem nauwelijks vergaan
lijkt een dag een uur
sinds ik ze plantte zonder wortel bovenop
gezet neergelegd ingebed hun
bladeren lijken langzamerhand nog groener
te worden mijn plexiglas
filtert licht schaduw biedt
toereikende condities overleven
is in ieder geval verzekerd alleen hoe daar
blijft nu eenmaal een leemte

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e juli ook mijn blog van 5 juli 2019 en eveneens mijn blog van 5 juli 2018 en ook mijn blog van 5 juli 2017 en mijn blog van 5 juli 2013 en mijn blog van 5 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Die Kunst des Müßiggangs

„Der Hintergrund jener morgenländischen Kunst, der uns mit so großem Zauber fesselt, ist einfach die orientalische Trägheit, das heißt der zu einer Kunst entwickelte, mit Geschmack beherrschte und genossene Müßiggang. Der arabische Geschichtenerzähler hat, wenn er am spannendsten Punkt seines Märchens steht, immer noch reichlich Zeit, ein königliches Purpurzelt, eine mit Edelsteinen behängte gestickte Satteldecke, die Tugenden eines Derwisches oder die Vollkommenheiten eines wahrhaft Weisen bis in alle Einzelheiten und Kleinigkeiten zu schildern. Ehe er seinen Prinzen oder seine Prinzessin ein Wort sagen läßt, beschreibt er uns Zug für Zug das Rot und den Linienschwung ihrer Lippen, den Glanz und die Form ihrer schönen weißen Zähne, den Reiz des kühn flammenden oder des schämig gesenkten Blickes und die Geste der gepflegten Hand, deren Weiße untadelhaft ist, und an welcher die opalisierenden, rosigen Fingernägel mit dem Glanze kleinodbesetzter Ringe wetteifern. Und der
Zuhörer unterbricht ihn nicht, er kennt keine Ungeduld und moderne Lesergefräßigkeit, er hört die Eigenschaften eines greisen Einsiedlers mit demselben Eifer und Genusse schildern, wie die Liebesfreuden eines Jünglings oder den Selbstmord eines in Ungnade gefallenen Veziers. Wir haben beim Lesen beständig das sehnsüchtig neidische Gefühl: Diese Leute haben Zeit! Massen von Zeit! Sie können einen Tag und eine Nacht darauf verwenden, ein neues Gleichnis für die Schönheit einer Schönen oder für die Niedertracht eines Bösewichts zu ersinnen! Und die Zuhörer legen sich, wenn eine um Mittag begonnene Geschichte am Abend erst zur Hälfte erzählt ist, ruhig nieder, verrichten ihr Gebet und suchen mit Dank gegen Allah den Schlummer, denn morgen ist wieder ein Tag. Sie sind Millionäre an Zeit, sie schöpfen wie aus einem bodenlosen Brunnen, wobei es auf den Verlust einer Stunde und eines Tages und einer Woche nicht groß ankommt. Und während wir jene unendlichen, ineinander verflochtenen, seltsamen Fabeln und Geschichten lesen, werden wir selber merkwürdig geduldig und wünschen kein Ende herbei, denn wir sind für Augenblicke dem großen Zauber verfallen — die Gottheit des Müßiggangs hat uns mit ihrem wundertätigen Stabe berührt. Bei gar vielen von jenen Unzähligen, welche neuerdings wieder so müde und gläubig an die heimatliche Wiege der Menschheit und Kultur zurück pilgern und sich zu Füßen des großen Konfutse und des großen Laotse niederlassen, ist es einfach eine tiefe Sehnsucht nach jenem göttlichen Müßiggang, die sie treibt. Was ist der sorgenlösende Zauber des Bacchus und die süße, schläfernde Wollust des Haschisch gegen die abgrundtiefe Rast des Weltflüchtigen, der auf dem Grat eines Gebirges sitzend, den Kreislauf seines Schattens beobachtet und seine lauschende Seele an den stetigen, leisen, berauschenden Rhythmus der vorüberkreisenden Sonnen und Monde verliert?“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Een man loopt naar het werk

De dageraad is een hoedanigheid die gelegd is over
de snelweg zoals de zichtbare
herinnering aan de oceaan die dit allemaal
honderd miljoen jaar geheim hield.
Ik beweeg niet en ik sta niet stil.
Ik ben slechts iets dat de wind treft en opklaart,
en ik voel mezelf vervagen als de lucht,
heel Ohio een leeg geworden spiegel.
Mijn jas houdt me vast. Mijn ritssluiting
knalt op mijn gitaar. Heer God sta me bij
aan het meer na de dienst bij Frigidaire
als ik stop met lachen en proef hoe nat het bier
is in mijn mond, en plotseling de ware
bruiloft herken van doortocht en aankomst waarvoor ik ben uitgenodigd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Een wereld

Tot leven komen bewerken en monteren
een wereld van het begin hard en mistig
veel later een oude beschaving monumenten
niet als herinnering maar als buiging
naar een tijd zelf de onmeetbare tijd
niet gericht zoeken maar dwalen
om de rivieren planten bergen dieren
heen draaien vliegen wandelen
halt houden op een plek landschap
laten woekeren rusten vergaan.

 

Nature morte

Stil leven is niet dood
de vruchten blijven altijd
kleuren en gloeien in het licht
druiven willen steeds geplukt
appels vragen om een beet
citroenen om een mes

maar de schedels om contemplatie
we zetten de tijd niet stil
het brood wordt gegeten
we zien de perzik bederven
of uitgezogen worden door een wesp
de dode wijfjesvink ligt op haar rug.

 

Berlijn. Een winterreis

9. Hotel

Je wast je borsten ook al is het water koud
ik begrijp het niet: hoe kun je schrijven
naar de ander: ik voelde me zo gelukkig
de hele dag, ik voelde dat je van me hield
en zeggen: dat heeft niets met jou te maken?

Sneeuw bedekt de auto
hij kan op de divan slapen
of tussen de deuren staan
we kunnen de kamer ook vol
leggen met zachte matrassen

en waarom niet in bed
één bed is breed genoeg voor twee
personen, al slaap jij liever
in de breedte en je slaapt rustiger
je kunt ook ergens anders slapen.

De dubbelzinnigheid van het bed
zet zich voort in de wand
recht tegenover het hoofdeind
boven het crème kleurige schot
ijsbloemen in een vast patroon.

Ramen open op de kou van buiten
sneeuwstraten naar het centrum
en hij minutenlang schreeuwend
midden op het kruispunt alleen
tot eindelijk een auto stopt.

 

Remco Ekkers (1 juli 19414 juni 2021)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

STIEKEM KUSSEN

ik wil zeggen dat
vergeving doorgaat met

verdelen, dat hoop
resulteert in hoop,

en meer, maar natuurlijk
zeg ik wat wordt

gezegd wanneer men in deze donkere
gang jou

tegenkomt, en poten
je betasten en aanvallen, liefdes

affaires, snelle leugens en jij
zegt het terug en wij

strompelen verder, zoals
elk paar losgeslagen

marionetten zou doen, elk stel
kadavers onlangs losgesneden

van de steiger
in de afgelegen gangen

van wat het ook is
dat ons houdt nu overeind houdt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Czeslaw Milosz, Thomas Frahm

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

Uit: Mijn katholieke opvoeding (Vertaald door Gerard Rasch)

“Slechts twee persoonlijkheden traden echt op de voorgrond. Beiden oefenden grote invloed uit en voerden onderling strijd om ons voor zich te winnen. Ze waren voorbestemd ons voor altijd te vergezellen, buiten het tijdsverloop. Toen ik op de universiteit De toverberg van Thomas Mann las, ontdekte ik dat dat boek over hen ging – als we de twist tussen de jezuïet Naphta en de humanist Settembrini belangrijker achten dan de geschiedenis van Hans Castorp. Ik kan er niets aan doen dat ik zulke literaire portretten geef. De werkelijkheid is soms verzot op zulke tegenstrijdigheden die uit boeken lijken gehaald. Onze Naphta had een rond, kwijnend jongensgezichtje, hij had ponyhaar en bewoog zich als een nederige dienaar van God, vaak met neergeslagen ogen. Je kon aan hem op geen enkele wijze zien waar en hoe hij geleefd had, voor hij priester werd, op het platteland of in de stad, in een aristocratische of een plebejische familie. In dit opzicht had hij weinig gemeen met andere priesters die we kenden. Een paar van hen verborgen onder hun soutane een wild en bewogen verleden als soldaat of vechtersbaas. Anderen werden gekenmerkt door de traagheid en hoekigheid van de bewoners van het platteland. Onze catecheet was waarschijnlijk grootgebracht in de schaduw van het kerkportaal, was altijd schichtig met gevouwen handen weggeglipt tussen de vergulde versieringen van de altaren. Als hij de zoon van een koster was dan was zijn uiterlijk geheel in overeenstemming met zijn afkomst.
De emoties van een felle, brandende ziel bewogen zijn onaanzienlijke lichaam. Dat kon je zien aan de bittere voren om zijn mond, de harde, blauwe blik onder zijn opgeslagen oogleden, de donkere blos van zijn geremde toorn. Het liefst was hij inquisiteur. Aan het trillen van een spier van het gezicht, aan de wijze waarop je het hoofd boog kon hij de bliksemschicht van een lasterlijke gedachte aflezen. Hij leefde in die dimensie waar onafgebroken waakzaamheid en spanning verplicht zijn, waar men elke seconde op een aanval van de duivel verdacht moet zijn. De zonde was niet alleen een overtreding van de geboden. De zonde vertakte zich; al nam ze de vorm aan van schijnbaar onschuldige spelletjes, ze reikte dieper en dieper. De Hamster (zo hadden we zijn naam verdraaid) hield er niet van dat we op de binnenplaats voetbalden; hij zag hierin een voorbode van onze naderende volwassenheid en dan móést de duivel wel zegevieren. Een zwaarder wordende stem in de tijd van de mutatie riep een reflex van walging in hem op, sigarettenrook beschouwde hij als een materieel teken van de aanwezigheid van de vijand: de sekse. Hij was aardig voor kinderen, maar toen we pubers werden en veranderden, demonstreerde hij met zijn gedrag in de klas dat hij met gevallen wezens te maken had.”

 

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Ouder worden

Ogen droog. Droog ook de huid.
Binnenkort is je lichaam het papier,
waarop jouw leven staat.

Maar niet elke rimpel is een karaktertekening.
Niet elke traanzak diep tragisch.
Niet al het vlees slap van nobele melancholie.

Voor een levensdoel Is weerstand nodig.
Opstand die niets onberoerd laat,
alles vastgrijpt en op zo’n manier samenbalt,

dat pijn en hartstocht je verslaan,
uit droge ogen grote tranen opwellen
en je papieren lichaam oplost in een lied,

waarvan jij eerder de tekst bent dan dat je de tekst slechts kent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 30 juni 2020 en eveneens mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten Asscher, Thomas Frahm

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: De ontdekking van Rome

‘We willen graag allebei het lunchmenu,’ zei Marcel Houtsma, en klapte de kaart dicht. ‘Schenkt u daar een meursault bij. Doet u maar twee glazen, want er moet straks nog gewerkt worden.’
‘Het spijt me, meneer, maar de meursault gaat tegenwoordig uitsluitend per fles. Wel heb ik voor u een heerlijke…’
‘Doet u dan toch maar een flesje,’ interrumpeerde Houtsma. ‘Vriendelijk dank,’ voegde hij er nog aan toe, om aan te geven dat de huishoudelijke details wat hem betreft zo wel voldoende geregeld waren. Hij nam zijn leesbril af, klipte die in de borstzak van zijn jasje en richtte zich tot zijn tafelgezelschap: ‘Zo, en nu eerst het belangrijkste. Hoe is het met Babette en met de aanstaande meester in de rechten Hugo?’
Ze zaten in de erker van brasserie Rivière, het tweesterrenrestaurant van hotel Des Pays-Bas. Aangezien het hotel gebouwd is in de bocht die de Amstel bij binnenkomst van de oude stad maakt, kun je vanaf dit tafeltje naar twee kanten een eind over het water uitkijken, wat de plek iets royaals geeft. Vandaar dat Edgar en Marcel er graag zo nu en dan afspraken voor een lunch, om hun oude vriendschap op peil te houden en een beetje bij te praten over de dingen van de wereld.
‘Babette gaat prima, en ze is onvermoeibaar,’ meldde Edgar, en vouwde zijn servet over zijn bovenbenen uit. ‘Af en toe doet ze nog wel eens iets voor Hilversum, maar wat ze de laatste tijd aangeboden krijgt is vaak dezelfde soort rollen, dus houdt ze zich steeds meer met haar koor bezig.’
‘En Hugo?’
Vanuit zijn ooghoek zag Edgar hoe de ober aan het zijtafeltje routineus de zojuist aan Marcel getoonde wijnfles aan het openen was, waarbij zijn ellebogen als gekortwiekte vleugels op en neer wipten. ‘Jaaa, die doet nu zijn master. Hij neemt daar alle tijd voor. En gelijk heeft-ie. Maar op een gegeven moment zal hij toch het mooiste beroep ter wereld willen gaan uitoefenen.’ Na een korte pauze voegde Edgar nog toe: ‘Het zou kunnen dat hij zijn leerjaren in de praktijk eerst op een ander kantoor wil doormaken, voordat hij bij ons op de oude familiegrond komt werken.’
‘Verstandig,’ reageerde Marcel, en proefde het slokje van de wijn dat voor hem was ingeschonken. ‘Uitstekend,’ zei hij zonder aarzelen, waarop de ober de beide glazen vulde en op de zijtafel de fles in een koeler stak. Met een vlotte beweging knoopte hij een gestreken wit servet om de flessenhals heen. Intussen proostten de vrienden met een nauwelijks zichtbare hoofdknik.
‘Heerlijk. En jij,’ vroeg Edgar, ‘waren jullie met de jaarwisseling nog in Frankrijk, of gaan jullie later in het voorjaar nog?’

 

Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Out of Social Media

Mijn oude leren wandelschoen
heb ik met wat aarde opgevuld
en hem op het balkon gezet.
Nu groeit er gras in, en zie:
ook een paar weidebloemen.

Dat verandert niets aan de loop van de wereld
maar mijn zintuigen hebben een reden
wanneer op het web worldwide de shitstorms woeden,
niet te luisteren en niet te kijken

omdat analoge wandelaars en grazers
zo zachtjes en zo langzaam zijn
dat wie even niet kijkt,
in een oogwenk weinig overbodigs
van grote nutteloosheid
voor eens en altijd mist.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2020 en eveneens mijn blog van 29 juni 2019 en ook mijn blog van 29 juni 2018 en ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Sophie Hannah, Thomas Frahm

De Britse dichteres en schrijfster Sophie Hannah werd geboren in Manchester op 28 juni 1971. Zie ook alle tags voor Sophie Hannah op dit blog.

 

You Won’T Find A Bath In Leeds

From the River Cam and the A14
To the Aire and the tall Ml,
We left the place where home had been,
Still wondering what we’d done,
And we went to Yorkshire, undeterred
By the hearts we’d left down South
And we couldn’t believe the words we heard
From the lettings agent’s mouth.

He showed us a flat near an abbatoir
Then one where a man had died
Then one with nowhere to park our car
Then one with no bath inside.
With the undertone of cheering
Of a person who impedes,
He looked straight at us, sneeering,
‘You won’t find a bath in Leeds’.

‘We have come to Leeds from Cambridge.
We have heard that Leeds is nice.
A bath is seen in Cambridge
As an integral device,
So don’t tell me that a shower
Is sufficient to meet my needs,’
I said. I received a glower
And ‘You won’t find a bath in Leeds’.

He fingered a fraying curtain
And I said, ‘You can’t be sure.
Some things in life are uncertain
And that’s what hope is for.
One day I might meet Robert Redford
At Bristol Temple Meads.
I’ve found baths in Bracknell and Bedford
And I might find a bath in Leeds.’

He replied with a refutation
Which served to increase our pain
But we didn’t head for the station
Or run for a rescue train,
Though we felt like trampled flowers
Who’d been set upon by weeds.
We told him to stuff his showers
And we would find a bath in Leeds.

Some people are snide and scathing
And they try to undermine
Your favourite form of bathing
Or the way you write a line.
At night, while you’re busy praying
That your every plan succeeds,
There are killjoys somewhere saying,
‘You won’t find a bath in Leeds’.

A better definition
Might be reading all of Proust,
But the concept of ambition
Has been radically reduced.
While the London wits are burning
Their cash in the Groucho club,
In Yorkshire we’re simply yearning
To locate an enamel tub.

I win, Mr Bath Bad Tidings.
I have not one bath but two.
En-suite in the sweet West Ridings
And no bloody thanks to you.
I may never run fast, or tower
Over Wimbledon’s top seeds
Or hit sixes like David Gower
But I have found a bath in Leeds.

 

Sophie Hannah (Manchester, 28 juni 1971)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Gevonden voorwerpen

De straat is een ongesorteerd magazine.
Wat erin komt of eruit gaat – niemand weet het
noch wanneer de volgende levering komt.

Van bijna alles bestaan er slechts unieke exemplaren.
Aan het einde van mijn arm pas
worden ze – second hand?
Nee, second hand wordt vriendelijk weggegeven
en niet weggegooid, dus:
Afval!

Maar wat het ongeduld van het consumentenafval,
dat is het geluk van de oogvingers van de dichter.
Ongecensureerd betasten en ontvangen ze,
wat, vrijgelaten uit het nuttige detentiecentrum,
eindelijk vrij is, niets meer te moeten zijn,

alleen (als het wil)
die wens misschien die
mijn lieve, deze goed verstopte fee,
altijd op de vlucht voor mensen,
het hoort fluisteren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2020 en eveneens mijn blog van 28 juni 2019 en ook mijn blog van 28 juni 2018 en ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 2.

Lucille Clifton

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

A Dream of Foxes

fox

who
can blame her for hunkering
into the doorwells at night,
the only blaze in the dark
the brush of her hopeful tail,
the only starlight
her little bared teeth?

and when she is not satisfied
who can blame her for refusing to leave,
Master Of The Hunt, why am i
not feeding, not being fed?

 

the coming of fox

one evening i return
to a red fox
haunched by my door.

i am afraid
although she knows
no enemy comes here.

next night again
then next then next
she sits in her safe shadow

silent as my skin bleeds
into long bright flags
of fur.

 

dear fox

it is not my habit
to squat in the hungry desert
fingering stones, begging them
to heal, not me but the dry morninngs
and bitter nights.
it is not your habit
to watch, none of this
is ourrs, sister fox.
tell yourself that anytime now
we will rise and walk away
from somebody else’s life.
any time.

 

de komst van vos

op een avond kom ik terug
naar een rode vos
gehurkt bij mijn deur.
ik ben bang
hoewel ze weet
dat geen vijand hier komt.
de volgende nacht weer
dan de volgende dan de volgende
ze zit in haar veilige schaduw
stil terwijl mijn huid bloedt
in lange heldere vlaggen
van bont.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2020 en eveneens mijn blog van 27 juni 2019 en ook mijn blog van 27 juni 2016 en eveneens mijn blog van 27 juni 2015 deel 2.

Elisabeth Büchle, Lucille Clifton

De Duitse schrijfster Elisabeth Büchle werd geboren op 26 juni 1969 in Trossingen, Baden-Württemberg. Zie ook alle tags voor Elisabeth Büchle op dit blog.

Uit: Die Erbin des Bernsteinzimmers

„Prolog
1837 — Zarskoje Selo
WILHELM »Freiheit« war nach Wilhelms Auffassung etwas, was innerhalb eines eng gesteckten Rahmens stattfand. Dabei war dem Fünfzehnjährigen bewusst, dass die Begrenzungen seines Lebens durchaus enger waren als noch vor fünf Jahren. Zugleich aber bedeutend weiter als jene, mit denen die meisten anderen Menschen im russischen Reich leben mussten. Für den Sohn eines deutschen Kochs, der von der Zariza Alexandra Fjodorowna höchstpersönlich nach St. Petersburg beordert worden war, war es nun mal vorgesehen, dass er in die Fußstapfen seines Vaters trat.
Also lemte Wilhelm, die exquisitesten Speisen zuzubereiten, sowohl in überschaubaren als auch in ausufernden Mengen. Man brachte ihm bei, die Beiköche und Küchenhilfen anzuleiten und sie gelegentlich auch zurechtzuweisen, damit er einst eine gesicherte Anstellung als erster Koch der Zarenfamilie einnehmen konnte. Dabei interessierte es niemanden, dass Wilhelm den Geruch von heißem Fett hasste. Und dass er stets dagegen ankämpfte, sich nicht zu übergeben, sobald ihm das in die Nase stieg, was sein Vater und die Zarenfamilie den »delikaten Duft eines perfekt zubereiteten Fischgerichts« nannten.
Wahre Freiheit würde für Wilhelm bedeuten, nicht tagein, tagaus in der Küche stehen zu müssen, um den Anforderungen von Zar Nikolaus I. gerecht zu werden, vor allem aber denen seines Vaters. Wie gern würde er wieder zur Schule gehen.
Schließlich gab es noch so viele wunderbare Geheimnisse zu ergründen, die ihm nun wohl für immer verschlossen bleiben würden.
Das laute Bellen eines Hundes, dem sich ein tiefes, grollendes Knurren entgegensteilte, ließ Wilhelm erschrocken den Kopf heben. Er hatte seine Pause dazu genutzt, sich im Lustgarten des Katharinenpalasts herumzudrücken. Versteckt hinter Schatten spendenden Baumen und hohen Hecken war er gedankenverloren von einer Statue zur nächsten spaziert und halte sich wieder einmal seinen unerfüllbaren Träumen hingegeben. Er hatte Traumschlösser erbaut, die größer waren als jene, in denen die Zarenfamilie abwechselnd wohnte, und die täglich von der Realität eingerissen wurden.
Da er hier keinesfalls erwischt werden wollte, spickte Wilhelm vorsichtig an einer Strauchreihe vorbei. Was er sah, brachte sein Herz zum Stolpern.
Ein großer dunkelbrauner Hund, vermutlich der eines Gastes, bedrohte das verwöhnte Windspiel von Zarewna Olga. Dem Tier troffen Sabberfäden aus dem Maul, dann schnappte es mit seinen langen, spitzen Zähnen boshaft zu. Der wendige kleine Windhund entzog sich dem Angriff durch eine schnelle Drehung, war allerdings nicht bereit, das Feld zu räumen. Vielleicht weil er zu verspielt war, vielleicht aber auch, weil er wie die Zarensprösslinge um seinen Wert und seine Freiheiten wusste. Nur dass man das dem zotteligen Angreifer nicht gesagt hatte…
Ohne über die Folgen nachzudenken, stürzte Wilhelm hinter der Hecke hervor und klatschte mehrmals kräftig in die Hände, da er die Aufmerksamkeit des angriffslustigen Tieres auf sich lenken wollte. Dann packte er den nun einigermallen verwirrt dreinblickenden Kater im Nacken und zerrte ihn von Olgas Schoßhündchen fort, das erneut watend kläffte, als hätte es selbst den Sieg über den unfreundlichen Artgenossen errungen.“

 

Elisabeth Büchle (Trossingen, 26 juni 1969)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Vos

Wie
kan haar kwalijk nemen dat zij hunkert
in de deuropeningen ’s nachts,
de enige gloed in het donker
de borstel van haar hoopvolle staart,
het enige sterrenlicht
haar kleine ontblote tandjes?

en wanneer ze niet voldaan is
wie kan het haar kwalijk nemen dat ze weigert te vertrekken,
Meester van de jacht, waarom geef ik
geen voedsel, word ik niet gevoed?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juni ook mijn blog van 26 juni 2020 en eveneens mijn blog van 26 juni 2019 en ook mijn blog van 26 juni 2018 en ook mijn blog van 26 juni 2017 en eveneens mijn blog van 26 juni 2016 deel 2.

Jakub Małecki, Lucille Clifton

De Poolse schrijver en vertaler Jakub Małecki werd geboren op 25 juni 1982 in Kolo, Polen. Zie ook alle tags voor Jakub Malecki op dit blog.

Uit: Saturnin (Vertaald door Karol Lesman)

“Mijn moeder draagt anderhalve kilo zon in een grote blauwe stoffen tas met witte strepen en ik dribbel naast haar voort, ongeduldig, met een pijnlijke kaak. Mijn huid is zongebruind en heeft de kleur van koffie met melk, dat zegt opa tenminste. Het is de gelukkigste dag van mijn leven. Mama zei dat als ik het trekken van twee kiezen dapper zou verdragen, zij voor mij zou kopen wat ik maar wilde. Ik begrijp heel goed dat de formulering ‘wat ik maar wilde’ in feite de afkorting is van ‘wat ik maar wilde, maar, laat ons zeggen, tot een bedrag van vijftien zloty’, maar dat maakt geen enkel verschil, want ik kan me niet voorstellen wat je zou kunnen willen voor meer dan vijftien zloty. Ik wilde natuurlijk anderhalve kilo zon. Ik zou nooit in één keer meer dan één verpakking op kunnen, maar omdat ik het gevoel had dat met de declaratie van mijn moeder zich de gelegenheid zou voordoen om meteen een voorraadje in te slaan, besloot ik tot een poging dit uit te proberen. Dus kochten wij vanille, chocola en toffee. Zo nu en dan opspringend dribbelde ik naast mijn moeder voort en probeerde het probleem van welk ijsje met welke smaak ik na thuiskomst als eerste zou opeten op te lossen. Ik weet de naam niet meer van die ijsjes, het staat me alleen nog bij dat de bekertjes gemaakt waren van hard plastic en dat er een lachend zonnetje op het etiket stond. Op de grafiek van mijn leven zouden die, de verpakkingen van ijsjes en allerlei snoep, alle belangrijke momenten aanduiden. Prestaties, successen, nederlagen en moeilijkheden. Uitdagingen, beroepen, ziektes en verrassingen. Soms denk ik dat ik niet meer zal achterlaten dan dat zinledige spoor van verpakkingen van producten met een hoog suikergehalte. Nu ben ik dertig en volgens mij is er niets meer over van dat jongetje dat rond zijn moeder op straat liep te huppelen. Het is 2014, ik ben werkzaam als vertegenwoordiger en woon in Warschau. Mensen als ik noemen ze ‘single; maar ik ben niet single, ik ben gewoon eenzaam. Vandaag is het dinsdag, vanavond kijk ik voetbal en voor het slapen ga ik zoals altijd nog even op internet. Nu sta ik op mijn balkon en zie hoe mijn buurman, meneer Andrzejczak met een spons zijn auto wast.
Geduldig dompelt hij de spons in een rood emmertje met schuim en vervolgens brengt hij die plotseling omhoog tot boven de motorkap, duidelijk bang om een druppel op het beton te morsen. Misschien is hij de laatste persoon op aarde die nog zoiets doet: zijn auto wassen voor zijn flat. Ik zwaai naar hem van boven het droogrek met uitstaande vleugels —waarvan er één een tijdje geleden is verbogen, ik zou het eindelijk eens moeten vervangen; maar op de een of andere manier kom ik er maar niet toe — en hij zwaait terug, rechtopstaand, alsof ik me niet op een balkon bevind maar in een trein die op het punt staat het station te verlaten, en dan belt mijn moeder. Ik neem op, terwijl ik eerst nog even een T-shirt recht hang en een sok corrigeer die van een stang dreigt te vallen, terwijl de zon in mijn nek en op mijn schouders brandt.”

 

Jakub Małecki (Kolo, 25 juni 1982)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Een droom van vossen

in de droom van vossen
is er een veld
en een optocht van vrouwen
schoon als brave kinderen
geen hol in de wereld
omringd door honden
geen pels samengeklonterd bloederig
op de grond
alleen een mooie tijd
van eerbare vrouwen die
zonder angst of schuld of schaamte
veilig door de overvloedige velden stappen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2020 en eveneens mijn blog van 25 juni 2019 en ook mijn blog van 25 juni 2018 en ook mijn blog van 25 juni 2017 deel 2.