J. C. Bloem, Jayne Cortez

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

Een dag

Het zachte water trok aan ons voorbij,
Het oude water, een der elementen,
Hetzelfde van den aanvang aller lenten.
Wij stonden aan zijn oever, zij aan zij.

Wij waren stil, veerkrachtig en vermoeid
Van liefde en het verruischen van zijn vlagen;
Dezelfde van den aanvang aller dagen
Had onze warschheid eindelijk doorgloeid.

Wij dachten dit een eind van onze pijn
En dat het leven nu zijn greep zou slaken,
Dat het ons rustig en vervuld ging maken,
Zooals de weinigen, die gelukkig zijn.

En van heel dezen aanslag op den tijd,
Van al dit hunkren naar een levenswende,
Bleef ons alleen maar kommer en ellende,
Verraad en wrok en bittere eenzaamheid.

 

De Eenzame

Hoe heeft de nood des daags geteisterd en geschonden
Den droom van mijn geluk, zoo fel, zoo droef begeerd.
Hoe drong mij ’t leven neer tot zijn gewone zonden –
Nu heb ik ’t scheemrend pad naar ’t kleine huis hervonden,
De laagheid van ’t bestaan vanaf mijn ziel geweerd.

De eentoonge dag verging in een gebonden sloven:
Het dorperlijke werk, waarmee ‘k mijn nooddruft win.
Nu gaan de lichten aan, nu donkeren de hoven,
Nu komt de troost des nachts het zware zonlicht dooven,
En slaakt de dag zijn greep, en ga ‘k mijn wezen in.

In ’t witte huisjen, aan den rand van ’t dorp gelegen,
Waar de rivier zich toont aan ’t kruiven van haar damp,
Daar wacht me uw teederheid, een stille en milde zegen,
De ontroering van u dicht bij mij te zien bewegen
Binnen den weiflen kring der zacht-bewogen lamp.

Gezeten aan uw zij, gekoesterd en omgeven,
Door ’t heil waarom ik bad den ganschen langen dag,
Zoek ik een einde, een rust van ’t wenschen en het streven –
Vergeefs: de bitterheid van mijn besloten leven
Maakt mij, deze’ avond, mat en zwak van zelfbeklag.

En, luistrend naar den val der slingrende seconden,
Bepeins ik wat mijn jeugd zich flonkrend heeft gedroomd
Van tochten onbegrensd, van lusten ongebonden,
Hoor ‘k in den tik des tijds het drupplen van de wonden,
Die ’t leven sloeg – waaruit het leven mij ontstroomt.

Vergeef mij dan, dat ik, niet als zoovele dagen,
De aloude bitterheid verbijt, waardoor ‘k verteer.
Gij gaaft mij heel uw hart – hoe zoude ik mij beklagen
Maar ik ben strijdensmoede en luister naar de vlagen
Van ’t donker in me, en weet, dat ik te veel begeer.

 


J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Daar heb je hem

En als we niet vechten
als we geen weerstand bieden
als we ons niet organiseren en verenigen en
de macht krijgen om ons eigen leven te beheersen
dan zullen we
voor altijd en eeuwig
de overdreven blik van gevangenschap
de gestileerde blik van onderwerping
de bizarre blik van zelfmoord
de ontmenselijkte blik van angst
en de ontbonden blik van repressie
in onze ogen hebben
en daar heb je hem

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jayne Cortez (10 mei 1936 – 28 december 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2020 en eveneens mijn blog van 10 mei 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Hélène Gelèns, Erich Fried

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

daar is de man

hij noemt zijn vier namen
zijn stem tekent het land van de bloemen
de moeder de vader de heuvels van daken
de raven die cirkelend hoger en hoger zweven
zijn stem tekent de straat van de slangen
één slang opent één slang sluit de straat
een slang voor elk huis en een huis voor elke slang
(de straat is gesloten)
 

steel de straat steel de man
open de straat plaats zijn voetstap op wit
hij banjert door plassen verrimpelt er maan
en gitzwarte takken de slangen zien toe
de straat ligt bezaaid met scherven hij trapt
één scherf recht op de bek van een slang
zijn knerpstap verheldert klinkt luider en luider hij groeit
(sluit de straat en je verliest de man)

daar is de man
hij noemt jouw vier namen
zijn stem tekent zijn kamers: één van schapenvacht
vol teder gebabbel van haar en het kind
één zonder luiken van vuisten en rook
één lege doorwaaide van uitzicht op raven
die beurt om beurt van een gletsjertong roetsjen
(de kamers zijn gesloten)

steel de man open jouw straat plaats je voetstap op wit
je balanceert op de stoeprand je roept:
alle straten hier voeren naar zee! hij prevelt:
hier beloopt men van straten de zonzijde
je wijst omhoog de zon kleurt er de meeuwen oranje
je roept: en de zee voert naar de hemel!
open je huis toon hem je kamers
(steel zijn kamers en je verliest het spel)

hier is de man
noem zijn vier namen
steel je stem teken en speel

 

[.interval]

daden achterwege laten
gedachten radicaal stilzetten
een half woord spreken niets verplaatsen
aan water neerzijgen – staren
elke dag de witte lijnen in het blauw
die elkaar kruisen en zwellen tot vegen
tot sluiers en weer oplossen
elke avond het zwarte gat
dat vanaf de kant het meer in trekt

er waaien wat mensen weg

ten slotte krijgt een eend twee koppen
één kop boven één kop onder
speelt een dartele vis met water
met zijn staart houdt hij druppels hoog
weeft een rups een cocon in een brand
netelblad dat ze vooraf aanvrat
landt een bij op haar vleugels en alles gonst
er waaien weer mensen door je buik
in je oren door je keel

interval.

 


Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Leniging…

Zijn ongeluk
kunnen uitademen,
diep uitademen,
zodat je weer
kunt inademen.

En misschien ook zijn ongeluk
kunnen zeggen
in woorden,
in echte woorden,
die samenhangen
en zinvol zijn,
en die jij zelf nog
kunt begrijpen,
en die misschien zelfs
verder nog iemand begrijpt
of zou kunnen begrijpen.

En kunnen huilen!

Dat zou bijna
weer
geluk zijn!

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2020 en eveneens mijn blog van 6 mei 2019 en ook mijn blog van 6 mei 2018 deel 3 en eveneens deel 4.

 

Erfenis (Ted van Lieshout), David Guterson

 

Bij 4 mei (Dodenherdenking)

 


Oorlogsmonument in Raalte

 

 

Erfenis

Ooit was de wereld in zwart en wit
en van dat verre vroeger bleven beelden
bewaard vol bergen aangeharkte mensen
die vier poten hadden gekregen van de dood,
en uitgewoonde ogen. Ze zagen niet eens
dat ze bloot waren en op elkaar gestapeld,

schaamden zich niet voor hun onverschilligheid,
maalden niet om manieren, bekommerden zich
niet om wie thuis wachtte op een teken van leven.

Ik huilde van schrik; ik erfde hun tranen,
want er moet íemand om ze blijven geven,
nu de wereld in kleur is en in mij ging bestaan.

 


Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)
Oorlogs- en bevrijdingsmonument in Eindhoven

 

De Amerikaanse dichter en schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

 

Het verlaten van de Bardos

Het is een moment van spijt,
Ouders te vinden.
Je wordt wakker in het oude rijk.

Werd je wil geëerbiedigd?
Stel je voor dat alle geliefden in de bewuste nacht
God zagen aan Zijn verre kust.

Je valt erin. Met schuim bedekt, dicht opeen,
Die twee happen naar adem als vissen op een dek
En keren terug naar hun lakens en de geopende deur.

Zo ben je weer gebonden
Met je last, maar zonder staf.
Liefde, jij vreemdeling, is je weg terug.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei  mijn blog van 4 mei 2019 deel 2.

Jeroen Brouwers, Ulla Hahn

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: De zondvloed

“Jaren geleden woonde ik in een verwaarloosd huis in het hart van een dennenbos, omringd door stilte die grensde aan absoluutheid, – de stilte die klinkt nadat het revolverschot is afgegaan. Soms kwam de wind in het bos, en veroorzaakte tussen de stammen het geluid dat hoorbaar is als men in een lege fles blaast, maar de rest van de tijd bewogen alleen de hoogste toppen van de bomen, zonder geluid. Behalve door stilte werd mijn bestaan er beheerst door vocht. Het altijd groene bos was altijddurend vochtig, want geen zonnestraal drong tot de mosgrond door, en het huis viel met geen mogelijkheid droog te stoken, nog niet met de grootste kachel die ik had kunnen vinden en die ik brandende hield met kolen, met hout, met de verzamelde werken van tal van schrijvers en voorts met alles wat maar vlam wilde vatten: – binnenmuren, vloeren en plafonds van het huis bleven met waterdruppels overdekt alsof zij, ontroostbaar, niet konden ophouden met huilen, en waar de warmte niet tot de andere vertrekken kon doordringen raakte alles behangen en belegd met tapijten van schimmels en zwammen in vele tinten grijs. Dagelijks begon ik omstreeks elf uur in de ochtend jenever te drinken, om tegen het eind van de middag, bij het grauwer worden van het toch al altijd grauwe schemerlicht dat er hing, een tot de bodem geledigde fles uit het raam van mijn zogenaamde werkvertrek het bos in te gooien.
Het was in het jaar dat ik drieëndertig was geworden, – het rampenjaar in mijn leven tot dusver: alle kabels waren doorgehakt, alle ankerkettingen doorgeroest, alle schepen gezonken, – de tijd voor de balans was aangebroken, het was tijd voor conclusies.
Eerder dat jaar, in de vroege lente, was er een novelle van mij verschenen: mijn vijfde literaire publikatie in boekvorm, – ik sloot er de beginperiode van mijn schrijverij mee af. Van deze novelle verschenen vele jubelende recensies, maar evenals mijn vorige boeken bleef ook dit boek onverkocht, en niet lang later werd het evenals mijn vorige boeken aan een ramsjfirma van de hand gedaan. Iedere boom is goed om je aan op te knopen, iedere hoogte is goed om je van te pletter te storten, ieder water is goed om je in te verdrinken. Niet, dat ik per se dood wilde, hoewel, als het niet Anders kon zou het mij ook weinig hebben kunnen schelen, – ik verlangde om er een poosje niet te zijn, om een paar maanden á een halfjaar in een soort slaap, of roes, of een nog andersoortige toestand van onbewustheid, door te brengen om niet aan ‘het leven’ te hoeven deelnemen.”

 


Jeroen Brouwers (30 april 1940 – 11 mei 2022)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Ik ben de vrouw

Ik ben de vrouw
die je nog eens zou kunnen bellen
als de televisie je verveelt

Ik ben de vrouw
die je weer eens zou kunnen uitnodigen
als iemand heeft afgezegd

Ik ben de vrouw
die je liever niet uitnodigt
voor de bruiloft

Ik ben de vrouw
dat je liever niet vraagt
naar een foto van haar kind

Ik ben de vrouw
die geen vrouw is
voor het leven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Robert Anker, Edwin Morgan

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Het goede schip

In Amsterdam bij Kostverloren door de brug
kwam het hoge schip, het had de luiken open
gevaren in de stad. Het was een ochtend in april
het verkeer was stil gevallen, zelfs geen fietsbel
rinkelde want aan dit varen kwam geen einde.
Ik stak een sigaret op, met de kringelende rook
– het was windstil, het raam stond open van de auto –
tilde zich uit mij verloren wimpeling hoog op
in de lucht, met de hartslag van het schip, het zachte
razen van de stad, het tjilpen van de vogels
toen een rinkelende bel mij maande op te gaan
naar mijn verloren doel. Ver weg al zag ik net niet
haar naam onder de vlag, van de schroef het witte water.

 

Kleine Geschichte des historischen Materialismus
(De val van Icarus)

Geen boer die ooit begrijpt
wat zijn ploegen overhoop haalt.
Geen visser die beseft
wat zich niet vangen laat, zich hecht
aan een zwaarbeladen kiel,
die ruimte koos voor geld.
Toch zijn ze allen tot het eigen
handwerk ingekeerd (het is een zot
die zich maar steeds kapot vliegt
op veren, te licht voor ander heil).
De boer staat eindelijk voorop.
Geen schoonheid dan de onbedoelde
symmetrie der voren,
dan wat een vogel er in vindt.

Eeuwen was het stil toen plotseling
dit landschap in beweging kwam,
los van ons denken, onze wil.

Ik kijk omhoog, ik weet het niet,
leun op mijn stok of ik iets mis,
krab dan mijn hond, mijn schapen op de kop.

 

Uit het dorp

1 Koga miyata

Sta op, het is nu zondag aan de voorkant.
Durf een deur naar buiten uit het hoofd.
Geranium. Balkon voor jou alleen.
Geen straatgedruis beneden; slaap en zon.

Haaks op mijn kaatsend kijken komt geruis
van banden aan, massageolie, zweet:
de Pinksterrace. In Hoofddorp is de finish.
Hun verte is het wegdek, hun tijdsbesef
teruggebracht tot tienden van seconden.
Een bidon is toereikend voor hun dorst.

Ik ga terug naar binnen, naar het dorp
waar ik gewoond heb. In het hoofd dat ik
bewoon ontfiets ik slingerend mijn angst.
Spitsuur raast aan alle kanten langs.

 


Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

Noors

Ik kende zijn naam goed, maar kon me hem niet meer herinneren.

Hij was Noorwegens antwoord op Robert Burns, een plattelander
tussen de erudieten, en hun eerste modernist.

Weet je niet wie ik bedoel? Ik heb hier geen boeken
om het na te kijken, maar heb ooit een lezing over hem gegeven:
Niet-Engelstalige modernistische schrijfstijl.
Niet Arne Garborg, hoewel hij de Odyssee wel
in het Nynorsk vertaalde, die vooral romanschrijver was. Was het Obstfelder
of Olaf Bull? Misschien was hij het wel. Hij overlapte de Victorianen.
Jij zou het moeten weten. Ik zou het moeten weten. Maakt niet uit –

Wat verbazingwekkend was in de droom, was
dat ik hele strofen van zijn gedichten uit mijn hoofd kon opzeggen.
was zelfs verbaasd over mezelf terwijl ik sliep.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Edwin Morgan (27 april 1920 – 19 augustus 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2024 en ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

vater im luftraum, nimm uns die angst
vor jeder verwandlung, öffne den schaltkreis
in unserm gehirn, der dich sieht
noch während wir atmen
noch während wir klagen
erscheine uns lächelnd und klar.
unsre gefährten: mütter und väter
brüder und schwestern und hunde
jetzt liegen sie da, erstarrt
und erwachen nie wieder.
wir kannten sie nur in bewegung
und sprechend. jetzt liegen sie da
wie die steine. vater im luftraum
lass uns die steine sprechen hören
in unsrer größten not, nimm uns die angst
vor jedem verlust, zeig uns das leben
hinter der stille.

 

der unterschied zwischen einem stein
und einem hund
scheint für menschen gewaltig zu sein.
bewegung und wachstum
fortpflanzung und entwicklung
stoffwechsel und reizbarkeit
die merkmale alles lebendigen: die ehernen sechs.
in allen schulen dieser welt
werden sie gelehrt. sie vollständig
zu nennen, und zu begründen
warum eine kerzenflamme nicht lebt
obwohl sie im wind flackert
wird immer belohnt.
10-jährige hören auf mit steinen
zu reden, mit ihren stofftieren und stöcken.
ihre gehirne verändern sich, unmerklich
von komplexeren, verzweigten galaxien
zu einfachen datenautobahnen
die nur noch im kreis fahren.
äußerlich wachsen unsere schädel
einschließlich ihrer zerfurchten füllung
aber es sind nur die raststätten, die wachsen
nicht die straßen. nur die raststätten
wachsen zu immer größeren löchern
heran, um in sich tausendschaften
zu versammeln. alle raststätten aller gehirne
sind restlos überfüllt. in jedem
quadratmillimeter lungern reisende
millionen ausgewachsene
müde gestalten
kinderzimmerträumende krüppel.

 

hölle

schlag dir das köpfchen mit einem schlag
ab! esse die äuglein, schlucke ein lämpchen
zieh auch zwei drähtchen bis zu den äuglein
drücke von außen die taste, dreh’s rädchen
siehst du beleuchtet von innen die hölle
klippen & trolle, ausgedehnte blubberseen
aufgelöste ballen, stollen, nirgendwo nirgendwo
feen. – überall falten, überall waltet
knüppelnde, treibende, stückelnde kraft.
alle die äuglein drehn sich & sehen
saugen & glauben sich tüchtig dran satt:
DAS IST DIE HÖLLE von innen besehen!
ziehe am drähtchen & zieh jedes äuglein
nach draußen & hole das lämpchen herauf
heb dir das köpfchen mit einem hub drauf.

 

in de kelder

uit mijn ogen kijken mijn vaders
als uit weckpotten: vormeloze vruchten.
Ik bewaar ze op planken in de kelder.
Ik eet ze niet. Ik haal mij iets vers
van de hoofden die met mij mee dwalen
op zinkende, hinkende ledematen.

alleen soms stoot ik er van achteren tegenaan
dan ligt daarin een vader in stukken.
& morgen lig ik in de kelder van zonen
& hou mezelf vast op de donkere planken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Erik Menkveld, Ted Kooser

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

Uit: Het grote zwijgen

“Jo steekt de pianokaarsen aan, gaat achter de toetsen zitten en bladert even In haar Marsyas-kopie. Het voorspel tot de zomernachtscene gaat ze spelen. Diepenbrock gaat achter haar staan en kijkt over haar schouders mee naar zijn eigen noten in haar prachtige handschrift en naar haar slanke vingers op hef klavier. De omhoog groeiende haren in haar nek krullen over haar kanten kraag, haar hals en armen zijn bruin van het wandelen in de zon. O die huid van haar, denkt hij, die schitterende matte teint en die sproetjes. Hij moet zich weerhouden haar even met zijn vingertoppen aan te raken, even zijn hand op haar schouder te leggen. Maar dat zou de betovering verbreken Alles moet verlangen blijven, onuitgesproken allesomvattend verlangen, net als in de muziek. Tot gisteren leek er niets aan de hand. Ze deden precies tegen elkaar als tijdens de eerdere keren dat hij haar hier in Ukkel opzocht. Ze namen een tram naar Brussel, flaneerden langs de Louisalaan of rond de uitspanning in het bos van Tervuren, dwaalden door het museum, of ze wandelden in het dorp door de lanen rond het Observatorium van de sterrenwacht en in de landelijke omgeving van Jo’s huisje. Ze praatten onverzadigbaar over boeken en uniek, musiceerden ’s avonds, als Cathrientje sliep en de juffrouw zich had teruggetrokken, en lazen daarna. Alle Amsterdamse drukte viel van hem af , deze vakantie-achtige dagen en zwijgzame avonden in het gesuis van de gaslampen, met de ramen open en de zomeravondgeuren die binnenwoeien. Jo las hem soms een passage voor die haar getroffen had, dit keer steeds uit “Het ivoren aapje”, de nieuwe
roman van een jonge Vlaamse schrijver die ze kortgeleden op een soiree persoonlijk had leren kennen. Maar vandaag, de dag voor hij terug moet na. huis, is de stemming omgeslagen. In de stad keek ze naar hem op een manier die ze anders zoveel mogelijk vermeed en die je ronduit zinnelijk zou komen noemen; aan tafel maakte ze aan een stuk door grapjes, raakte af en .e zijn hand aan en zag er goddelijk uit in haar witte blouse met korte pofmouwen. En nu speelt ze het voorspel tot de zomernachtscene uit zijn Marsyas.”

 


Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

 

Kalkoengieren

Cirkelend boven ons, hun vleugeltippen uitgespreid
als vingers, is het alsof ze een van die naaipatronen

van vloeipapier gladstrijken,
tegen de lichtblauwe lucht

de hemel met ontspannen plezier aanraken,
slechts een paar woorden heen en weer roepen,

en alle tijd van de wereld nemen, ook al
staat de zon laag en rood in het westen, en

zijn ze achterop geraakt met het maken van lijkwaden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook mijn blog van 25 april 2020 en eveneens mijn blog van 25 april 2019 en ook mijn blog van 25 april 2016 en mijn blog van 25 april 2015 deel 2.

 

Frans Coenen, George Oppen

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: De kunst van Dickens en de romantiek

“Charles Dickens.
De naam heeft een grooten historischen klank. Hij staat op midden in een reeds vaag verleden. Hij dekt een gansch tijdvak, het midden-19e eeuwsche Engeland, dat over schijnt te nemen van zijn persoonlijkheid en zich te voegen naar zijn karakteristiek, als ware het inderdaad uit hem ontstaan.
En geen wonder. Nooit heeft eens schrijvers ideale macht zwaarder gewogen, wijder gestrekt, dan deze, die in gansch Engeland, maar ook ver daarbuiten, duizenden van geesten beroerde en samenbracht in ééne sfeer van aandoening, als weer een van die bekende shillings-nummers verschenen was, waar een gansche maatschappij in heet verlangen naar uitzag. Voor honderdduizenden is Dickens meer geweest dan een schrijver, een die hun ontspanning en vermaak verschafte. Hij was hun zonneschijn, hun troost, hun evangelie, vaak de voornaamste inhoud van hun wereldkennis en levensbeschouwing. Hij verzoende hen periodiek door zijn boeken met het vale leven, waarvan zij soms begonnen te twijfelen of het wel zedelijk was en moreelen zin had. Maar Dickens, hun profeet, sprak en het kreeg weer kleur en diepte en hoogeren zin. Zij lachten, schreiden, wreven hun oogen uit, of zij ook iets mochten gewaar worden van de heerlijke dwaasheid en schoone treurigheid, die hij, de Begenadigde, hun, als zijnde, had geopenbaard.
En inderdaad, soms zagen zij iets van een grimas, van een pathetisch gebaar tot nog toe onopgemerkt, zagen zij ook zichzelven in een vreemd, schril licht, dat hun werken en zwoegen toch wel een grooter beteekenis gaf en deden hun best het zoo te blijven zien, om er, waar ’t kon, naar te handelen.
Aldus maakte Dickens zijn tijd, gelijk zijn tijd hem gemaakt heeft, als diens schoonste verbeelding en innigst voor zijn medemenschen kloppend hart. Is het te verwonderen, dat de eerbied en dankbaarheid der duizenden mateloos is geweest voor hem, die hun eigen zachte gemoederen en edele opwellingen, niet minder dan hun levendige, maar verwarde verbeeldingen, aan hen openbaarde en vorm gaf!”

 


Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936)
Portret door Ferdinand Hart Nibbrig, 1894

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

Vijf gedichten over poëzie

2

Het kleine gaatje

Het kleine gaatje in het oog
Noemde Williams het, het kleine gaatje

Heeft ons naakt blootgesteld
Aan de wereld

En wil niet dicht.

Wezenloos kijkt de wereld
Naar binnen

En wij componeren
Kleuren

En het gevoel

Van thuis
En je hebt diegenen

Daarin zo gewelddadig
En zo alleen

Dat ze kunnen geen rust vinden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2021 en ook mijn blog van 24 april 2020 en eveneens mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

Goede Vrijdag (Leonard Nolens), Hanane Aad

 

Bij Goede Vrijdag

 


De kruisiging door Francesco Conti, 1709

 

 

Goede Vrijdag

Met jou begon mijn dag, mijn tijd in de lijdende vorm,
Doordacht verdriet waaruit mijn jaartelling verscheen.
Je groeide op tot heer en meester van je nietigheid
En je betastte alle pijn, je nam haar bij de graat.

Hoe heftig moest je haat jegens je enkelvoud, je naam,
In hartebloed gekookt om honderd generaties te doorstaan?

Je wonden waren de ogen waardoor ik de wereld bekeek,
Want ik, een ongelovige, geloofde dat onmenselijk gebaar,
Die open armen vastgespijkerd om me los te maken.
Je dood pakte mijn schreeuwen af en stal mijn dood.

 


Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)
De Sint-Michielskerk in Bree

 

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.

 

De Lichtspeler (over Albert Einstein)

Ja, de geest heeft in hem zijn wijze dichter.
De lichtspeler – Is hij de meester? Is hij de speler met het licht?
Of wist hij alleen hoe hij de tijd moest verlichten met een olielamp,
vanuit het verlangen tot aan de zekerheid
en door de omarmingen van de kennis?

Ridders van de relativiteit –
Hij betoverde hen en was betoverd.
Hij heeft zijn naam in het voorhoofd van de tijd gekerfd
met de edele beitel van de wetenschap.
Met de inspanning van het zoeken naar het zoeken.

Denkers over het ontstaan van de wereld,
bewakers van het spirituele ontwaken.
Hij speelde ooit viool,
Tegenwoordig bespeelt hij de snaren van de tijd.
Hij zegt zonder te spreken: Ik heb de tijd ingehaald.

Ja, de geest heeft in hem zijn wijze dichter.
Hij is de meester, de lichtspeler, de speler met het licht.
De bekwame speler in dienst van het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Hanane Aad (Beiroet, 18 april 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn blog van 18 april 2023 en eveneens mijn blog van 18 april 2019 en ook mijn blog van 18 april 2017 en ook mijn blog van 18 april 2015 deel 2.

Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: Echo

“Ze beeldt zich in dat die tocht als zij slaapt leven in de kooltjes zal blazen, gloeiende asdeeltjes op het tapijt laat warrelen en de gordijnen in brand zal steken. Vijftien jaar geleden was haar grote broer er geweest om haar te wekken voor ze in de rook kon stikken – zij zes, hij negen – maar de laatste keer dat hij vanavond heeft gebeld is om iets voor halfelf, als hij vastzit op de snelwegen rondom Bern. De sneeuwploegen doen hun uiterste best, zegt Sam over de wegvallende verbinding, maar sneller dan stapvoets komt hij niet vooruit en het ergste deel in de bergen moet nog komen. Dat wil zeggen, als de weg door het dal nog open is. Misschien heeft hij het opgegeven en een hotel gepakt. Dat hoopt Julia eigenlijk, want Sam staat onder veel te veel spanning en ze is als de dood dat hij van de weg raakt en een ongeluk krijgt. Ze hoort dat het meer is dan alleen ongerustheid in zijn stem, wanneer hij haar smeekt op de uitkijk te blijven voor Nick… en voor hem op haar hoede te zijn. Alleen Is het nu bijna drie uur later en heeft hij niets meer laten horen. Van Nick is er geen teken geweest. Ook Julia is inmiddels meer dan ongerust. Ze is bang. Op blote voeten loopt ze over de plinten, die kraken onder haar gewicht, om de steunmuur heen naar het voorportaal. Naar het trapgat. Dat trapgat. Het leidt regelrecht het donker in. Er zit een lichtknopje, maar nog voor ze ernaar kan tasten staat ze op de bovenste trede en ziet ze de mensen onder aan de steile trap omhoogstaren. Het zijn nauwelijks meer dan silhouetten, zwart tegen zwart, maar ze voelt hun blikken op zich gevestigd, voelt het doelbewuste in hun aanwezigheid. Zes, zeven gedaantes, samengedrongen in het trapgat, roerloos. Ze begrijpt onmiddellijk dat dit geen indringers zijn; daarvoor is het chalet te afgelegen, de nacht te onvergeeflijk. Ze begrijpt ook, ingegeven door primitief overlevingsinstinct, dat ze het licht niet mag aandoen. In het licht zullen de mensen in het trapgat niet meer zichtbaar zin- en hen niet zien, terwijl ze weet dat ze daar zijn, is erger dan ze wél zien.”

 


Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Brandnetelbloesem

Het kleine tuinpaviljoen
Verloor ramen en deuren.
De zwaluwen vliegen er doorheen
Alsof het niet meer bestaat
Vleermuizen slapen hun hele leven
Ondersteboven onder de nok.
Er steken zeisen en hooivorken in het zand
Van de opgeloste, verbrokkelde dekvloer.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.