Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: De vrouw met het rode haar (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“Niet drie maar vijf volle dagen later kwam meneer Hayri met zijn kleine vrachtwagen langs. Hij wist dat we nog steeds geen water hadden gevonden, maar hij deed alsof het hem niet uitmaakte. Hij had ook zijn vrouw meegenomen en zijn zoon, die een paar jaar jonger was dan ik. Wandelend over het terrein liet hij ze zien waar de werkplaatsen voor het verven en wassen van textiel zouden komen als er eenmaal water gevonden was. Kijkend op de tekeningen en de afstanden met zijn passen metend wees hij vervolgens de plek aan waar de toekomstige opslagloods zou komen, waar het directiekantoor en waar de kantine voor het personeel. Zijn zoon stond met nieuwe voetbalschoenen aan zijn voeten en onder zijn arm de plastic voetbal die hij uit de wagen had gehaald, naar zijn vader te luisteren.
Wat later trapten vader en zoon in een hoek van het terrein een balletje, met een paar stenen hadden ze de plaats van een doel gemarkeerd, nu namen ze om de beurt strafschoppen. De moeder spreidde onder mijn walnotenboom een kleed uit en begon daarop het voedsel uit te stallen dat ze in een mand had meegebracht. Ze stuurde Ali naar ons om te zeggen dat we allemaal voor het middageten werden verwacht, wat mijn baas een ongemakkelijk gevoel gaf. Hij besefte dat deze pontificale en onnodige picknick de plechtigheid was die meneer Hayri eerder bedacht had om te vieren dat er water was. Meneer Hayri had duidelijk veel over die dag gefantaseerd. Mijn baas kwam met tegenzin met ons mee, ging aan de rand van het kleed zitten en nam van ieder gerecht, de hardgekookte eieren, de tomatensalade met ui, de gevulde pastei, één klein hapje.
Na het eten ging de zoon van meneer Hayri naast zijn moeder liggen en viel in slaap. De dikke, sterke en goedlachse vrouw stak een sigaret op en las de krant Goedemorgen, het krantenpapier ritselde in de wind.
Ik zag dat mijn baas meneer Hayri nog eens meenam naar de plek waar wij het zand stortten, en liep naar hen toe. Al die tijd is er geen water in de put gekomen, stond op het droeve gezicht van de eigenaar van het terrein te lezen, op korte termijn zal dat ook niet gebeuren, misschien komt dat water wel nooit.
‘Meneer Hayri, met permissie, geef ons nog drie dagen…’ zei mijn baas.
Hij had het heel deemoedig en zachtjes gezegd. Ik geneerde me er getuige van te zijn dat mijn baas in deze situatie was beland, ik werd kwaad op meneer Hayri. De textielondernemer liep terug naar de walnotenboom, overlegde even met zijn vrouw en zoon en kwam toen terug.”

 

Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

De wetten van beweging

(voor Harlem Magic)

De wetten van de wetenschap leren ons dat een pond goud evenveel weegt als
als een pond meel maar dat als je het in de natuurlijke staat
van een onbepaalde hoogte laat vallen het ene
de bodem zou bereiken en het andere zou wegwaaien

Bewegingswetten vertellen ons dat je een inert object moeilijker kunt
voortstuwen dan dat je een object, dat in de verkeerde richting gaat,
kunt laten omkeren. Beweging is energie – traagheid – apathie.
Apathie staat gelijk aan vijandigheid. Vijandigheid – geweld. Geweld,
zijnde energie, is zijn eigen deugd. Bewegingswetten leren ons dat

Zwarte mensen niet minder in de war zijn vanwege onze
Zwartheid dan wij verstrooid zijn vanwege onze
machteloosheid. De mens, zo wordt ons verteld, is het enige dier dat
lacht met zijn lippen. De ogen zijn echter de spiegel van
de ziel

Het probleem met liefde is niet wat we voelen, maar wat we
hadden willen voelen toen we begonnen te voelen dat we iets zouden moeten
voelen. Net zoals publiciteit geen productie is: verleiding
is niet verleidelijk

Als ik een wens mocht doen, zou ik alle kennis van de wereld
wensen. Zwart is misschien mooi zegt Professor Micheau,
maar kennis is macht. Elk gewenst object werd
gekocht en verkocht – elk verwaarloosd object daalt in waarde.
Het is tegen de aard van de mens om in een van beide categorieën te zitten

Als wit Zwart definieert en goed het kwaad definieert, dan definiëren
mannen vrouwen of definiëren vrouwen wetenschappelijk gesproken
mannen. Als zoet het tegenovergestelde is van zuur en hitte de
afwezigheid van kou dan is liefde de tegenstelling van pijn en
schoonheid is in het oog van de toeschouwer.

Soms wil ik je aanraken en aangeraakt worden
op mijn beurt. Maar jij denkt dat ik naar je grijp en ik denk dat jij
me ontwijkt en mama zei altijd om uit te kijken voor mannen zoals jij

Dus ik ga de straat op met mijn lippen rood geverfd en mijn
ogen zorgvuldig afgeschermd om de wereld te verleiden mijn onwillige
minnaar

En jij zoekt met een goed gevoel het gezelschap van je mannen op
doet je voor als een man omdat je weet dat zolang je heel
heel stil zit de bewegingswetten van kracht zullen zijn

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Thomas Mann, Nikki Giovanni

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Der Tod in Venedig

„Ob er nun aus dem Innern der Halle durch das bronzene Tor hervorgetreten oder von außen unversehens heran und hinauf gelangt war, blieb ungewiß. Aschenbach, ohne sich sonderlich in die Frage zu vertiefen, neigte zur ersteren Annahme. Mäßig hochgewachsen, mager, bartlos und auffallend stumpfnäsig, gehörte der Mann zum rothaarigen Typ und besaß dessen milchige und sommersprossige Haut. Offenbar war er durchaus nicht bajuwarischen Schlages: wie denn wenigstens der breit und gerade gerandete Basthut, der ihm den Kopf bedeckte, seinem Aussehen ein Gepräge des Fremdländischen und Weitherkommenden verlieh. Freilich trug er dazu den landesüblichen Rucksack um die Schultern geschnallt, einen gelblichen Gurtanzug aus Lodenstoff, wie es schien, einen grauen Wetterkragen über dem linken Unterarm, den er in die Weiche gestützt hielt, und in der Rechten einen mit eiserner Spitze versehenen Stock, welchen er schräg gegen den Boden stemmte und auf dessen Krücke er, bei gekreuzten Füßen, die Hüfte lehnte. Erhobenen Hauptes, so daß an seinem hager dem losen Sporthemd entwachsenden Halse der Adamsapfel stark und nackt hervortrat, blickte er mit farblosen, rot bewimperten Augen, zwischen denen, sonderbar genug zu seiner kurz aufgeworfenen Nase passend, zwei senkrechte, energische Furchen standen, scharf spähend ins Weite. So – und vielleicht trug sein erhöhter und erhöhender Standort zu diesem Eindruck bei – hatte seine Haltung etwas herrisch Überschauendes, Kühnes oder selbst Wildes; denn sei es, daß er, geblendet, gegen die untergehende Sonne grimassierte oder daß es sich um eine dauernde physiognomische Entstellung handelte: seine Lippen schienen zu kurz, sie waren völlig von den Zähnen zurückgezogen, dergestalt, daß diese, bis zum Zahnfleisch bloßgelegt, weiß und lang dazwischen hervorbleckten.
Wohl möglich, daß Aschenbach es bei seiner halb zerstreuten, halb inquisitiven Musterung des Fremden an Rücksicht hatte fehlen lassen; denn plötzlich ward er gewahr, daß jener seinen Blick erwiderte und zwar so kriegerisch, so gerade ins Auge hinein, so offenkundig gesonnen, die Sache aufs Äußerste zu treiben und den Blick des andern zum Abzug zu zwingen, daß Aschenbach, peinlich berührt, sich abwandte und einen Gang die Zäune entlang begann, mit dem beiläufigen Entschluß, des Menschen nicht weiter achtzuhaben. Er hatte ihn in der nächsten Minute vergessen. Mochte nun aber das Wandererhafte in der Erscheinung des Fremden auf seine Einbildungskraft gewirkt haben oder sonst irgendein physischer oder seelischer Einfluß im Spiele sein: eine seltsame Ausweitung seines Innern ward ihm ganz überraschend bewußt, eine Art schweifender Unruhe, ein jugendlich durstiges Verlangen in die Ferne, ein Gefühl, so lebhaft, so neu oder doch so längst entwöhnt und verlernt, daß er, die Hände auf dem Rücken und den Blick am Boden, gefesselt stehen blieb, um die Empfindung auf Wesen und Ziel zu prüfen.“

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Suikerspin op een regenachtige dag

Nu niet kijken
ik vervaag langzaam
in het grijs van mijn ochtenden
Of het blauw van elke nacht
Komt het doordat mijn nagels
blijven breken
Of misschien door de likdoorn
op mijn tweede kleine teen
Er ploffen steeds dingen open
op mijn gezicht of uit mijn leven
Het lijkt niet uit te maken wat
ik ook probeer ik word moeilijker
te houden
Ik ben geen gemakkelijke vrouw
om te willen
Ze hebben gevraagd
aan de psychiaters. . . psychologen. . .
politici en maatschappelijk werkers
waar dit decennium om bekend
zal staan.
Het lijdt geen twijfel . . . het is
eenzaamheid

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Federico García Lorca, Elizabeth Alexander

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

The Unfaithful Housewife

For Mary Peace

Then I led her to the river
certain she was still a virgin
though she had a husband.
The fourth Friday in July,
as good as on a promise.
The street lights were vanishing
and the crickets flaring up.
Last bend out of town
I brushed her sleepy breasts.
They blossomed of a sudden
like the tips of hyacinths
and the starch of her petticoat
bustled in my ear like silk
slit by a dozen blades.
The pines, minus their halo
of silver, grew huger
and the horizon of dogs
howled a long way from the river.

Past the blackberry bushes,
the rushes and whitethorn,
beneath her thatch of hair,
I made a dip in the sand.
I took off my neckerchief.
She unstrapped her dress.
Me my gun and holster,
she her layers of slips…
Not tuberose, not shell,
has skin as half as smooth
nor does mirror glass
have half the shimmer.
Her hips flitted from me
like a pair of startled tench:
the one full of fire,
the other full of cold.
That night I might
as well have ridden
the pick of the roads
on a mother-of-pearl mare
without bridle or stirrups.
Gentleman that I am,
I won’t say back the scraps
she whispered to me.
It dawned out there
to leave my lip bitten.
Filthy with soil and kisses,
I led her from the river
and the spears of lilies
battled in the air.

I behaved only the way
a blackguard like me behaves.
I offered her a big creel
of hay-colored satins.
I had no wish to fall for her.
She has a husband after all,
though she was still a virgin
when I led her to the river.

 

Vertaald door Conor O’Callaghan

 

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Portret door Mick Rooney, 1990-95

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Stravinsky in L.A.

In witte geplooide broek, turend door groene
zonneschermen, op zoek naar de wijze waarop de zon rood
geluid is , hoe sprinkhanen sissen om de zon na te bootsen.
Wat is het visuele equivalent
van syncopering? Rijen aangebraden palmen rimpelen
in de hittegolven door groen glas. Sproeiers
tik, tik, tik. De Watts Towers beogen
de lucht in chroma te splitsen, torenspitsen betegeld met natuursteen
niets minder dan ambitie. ik verliet
minaretten voor zon en syncopering,

zevenenzestig tinten groen die ik heb
geteld, om te beginnen: palmbladeren, voor- en achterkant,
augurk bij de lunch, flessenglas, et cetera.
Op een dag zal ik de verschillende gradaties
van rood begrijpen. Op die dag zal ik deze mensen
begrijpen, ritmes, jazz, Simon Rodia,
Watts, Los Angeles, ambitie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Ralf Thenior

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

Uit: Die Nachtbotaniker (Prosa)

„I
Es war einer von diesen Augusttagen, dessen Licht sogar die Glenchecks in den Städten aufleuchten lässt. Hier draußen, nördlich der Appel-Apfel-Linie – das große Stück Himmel über dem Kopf – verschmierte die Sonne alles mit einem geelen Sirup, der die Bewegungen träge machte und selbst die Geräusche des Nachmittags in ihrer Ausbreitung und gegenseitigen Durchdringung verlangsamte.
Ohne Bewegung das Ried um den See.
An den trockenen Wassergräben flackerndes Blühen zur Frucht. Knisternde, platzende Samengehäuse. Bienen, Wespen – Kriechtiere und Insekten auf Nektar – Rispen, Dolden, Ampeln. Pagoden. Gewimmel, verzweigtes, zur Seite sich neigendes, aufwärts steigendes sich ausbreitendes, zum Licht sich drängendes Gewimmel zur Frucht hin, zum Samen.
Die Lichtung lag am Ende eines Trampelpfades, der durch ein verwildertes Grundstück führte – ein Obstgarten früher, von dem nur ein paar verwachsenen Apfelbäume übrig geblieben waren, verstreut inmitten von Rainfarn, Beifuß, Brennnessel und all dem anderen, das das Land mit einem dichten Gestrüpp überzogen hatte; ein Gras bewachsener Flecken, eingefasst von Holunder, Hagebuttensträuchern und einem verkrüppelten Apfelbaum, dem Wohnraum eines Grünfinkenschwarms.
Hier, wo das meckernde Lachen der Faune durch die Luft zischte, wo die Stimmen der Elementargeister in ihren Ohren klangen, trafen sich die Nachtbotaniker zum Volksmondfest. Selbstverständlich waren sich alle klar darüber, dass sie nie genau wissen würden, ob es wirklich Geisterstimmen waren oder nur zufällige Zusammenklänge verschiedener Töne, die sich im Rauschen des Windes mischten und sich in ihren Köpfen mit Wesen begabten.

II
Roister Doister kam zu Fuß auf der Straße Es war so heiß, dass er den Kopf nicht heben mochte. Er ging am Rand und sah vor seine Sandalen. Der rechte Fuß auf dem Pflaster, der linke ging im Sand. Gräser, Löwenzahn und Spitzwegerich. Es lebe der Straßenrand, dachte er. Und Spitzweg, der vielleicht in einer geheimen Verbindung mit dem Spitzwegerich steht. Was zu beweisen war. Er drehte den Kopf etwas nach links und sah die Kaliberge. Sie waren schneeweiß, grellweiß.
Er schloss die Augen. Dieses Phänomen stand auch noch zur Untersuchung an. Wieso sich die Oberfläche der Kaliberge mit dem Wetter färbte, sodass man sogar Regen vorhersagen konnte. Dann waren sie dumpf und dunkelgrau. Ob die Quarks bei Schlechtwetter ihre Rückseiten zeigten?
Er dachte an Gallimafré und Minaretta, die mit den Fahrrädern aus Wustrow kamen, die Flaschen mit dem selbstgebrauten 3-D-Pils klappernd in den Körben auf den Gepäckträgern. Hoffentlich achteten sie auf die Dogge, wenn sie am alten Gutshaus vorbeikamen. Er war einmal fast vom Rad gefallen, als sich der Mistköter bellend gegen den Maschendraht warf.
Weit hinten sah Roister das Hemd in den Farben des Kiebitzes. Grimmbart kam über die Wiesen. Senfkorn und Lamadieter lagen bestimmt schon im Gras. Schöner Klang war mit dem Fahrrad aus Köhlen unterwegs. Und Erdmann würde plötzlich unter ihnen sein, ohne dass jemand bemerkt hätte, woher er gekommen war.
Eine Libelle flog an ihm vorbei am Grabenrand entlang. Was, bei der Hitze noch draußen, sagte Roister und ging eine Weile hinter ihr her. Er schwitzte. Seine Gedanken waren eine träge, gasförmige Masse, die sich langsam in den Nachmittag verströmte.
Und so kam er erst wieder zu sich, als er den heiligen Hain schon betreten hatte. Sie waren alle da. Roister ließ sich ins Gras fallen. Nein, einer fehlte noch.
Da kam Vasco da Gummi angepanthert. Sein nachtblaues Flanellhemd war mit roten Blitzen übersät. Hallo, keuchte er und warf sich auf den Boden.“

 

Uit: Het Bulgaarse gevoel

15
“Wat een groezelige stad!” zei de Nederlandse vrouw, ik
was het niet met haar eens, had het anders gezien; eerst, misschien,
op het tweede gezicht wordt men zich bewust van de schoonheid van deze stad,
van de bleke kleuren in de kromme straten, waar een zacht verdriet
doorheen waait, de overlijdensberichten aan de gevels, mensen met
serieuze gezichten kopen brood, stoppen, praten en vervolgen
hun weg, en dan het kleine draaimolentje bij de Djumaya-moskee,
soms draait het, maar meestal staat het stil.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.

Fronleichnam (Fritz Lemmermayer), Maarten van Buuren, Ralf Thenior, Liesbeth Lagemaat

 

Bij Sacramentsdag

 

Fronleichnam in Oberösterreich door Wilhelm Richter (1824 – 18920)

 

Fronleichnam

Hoch vom Himmel strahlt die Sonne
Nieder auf den grünen Hag,
Freudig quellen alle Herzen,
Heute ist Fronleichnamstag!

Weithin tönt vom Turm die Glocke,
Feierlich, mit Macht und Klang,
Weckt im sinnenden Gemüte
Süßer Sehnsucht tiefen Drang.

Und das Herz will sich erheben
Über Kleinmut, Angst und Not,
Sich zu blauen Höhen schwingen,
Fürchtend Leben nicht und Tod!

Hätten wir die Kraft des Glaubens,
Wie Kristall so fest und rein,
Leichter trüge sich des Lebens
Armer, trügerischer Schein.

Doch wir wandeln trüb und trüber
Durch das dunkle Erdental,
Statt uns innig zu bereiten
Für ein göttlich Abendmahl.

In des Lebens eitlem Kampfe
Wird uns in der Seele dumpf
Und im stolzen Flug des Geistes
Werden bald die Flügel stumpf. . –

Sei, was muss! Doch einmal lasst uns
Freien, reinen Herzens sein;
Wie zum Beten, glockentönend,
Steigre sich das innre Sein!

Bringt an Blumen, was ihr findet!
Sommergolden glänzt der Hag —
Schmückt euch mit dem Gold der Freude:
Heute ist Fronleichnamstag!

 

Fritz Lemmermayer (26 maart 1857 – 11 september 1932)
Franz von Assisi kerk in Wenen, de geboorteplaats van Fritz Lemmermayer

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Maarten van Buuren werd geboren op 3 juni 1948 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten van Buuren op dit blog.

Uit: Kikker gaat fietsen!

“Op 17januari 2000ontspoorde mijn leven. Op die dag kwam de stuurgroep van De Nederlandse cultuur in Europese context bijeen voor een niet al te moeilijke vergadering. Ik was als redacteur bij dit encyclopedische project betrokken. Het werk was verzet, de manuscripten waren klaar. De stuurgroep vergaderde over bijkomstig -heden zoals spelling, de onderschriften bij de illustraties. Napraten eigenlijk. Er was een kamer gereserveerd op het bureau van d eLetterenfaculteit in de binnenstad van Utrecht. Pal tegenover mijneigen instituut en werkkamer. Een thuiswedstrijd. We kwamen om half tien bij elkaar in de grote vergaderzaal van het faculteitsbureau. Ik liep naar binnen, begroette mijn collega’s en bleef drentelen bij het hoofdeinde van de ovalen tafel waarop thermoskannen koffie, thee en, voor de gelegenheid, koekjes waren neergezet. De secre-taresse van het project die bezig was kopjes op schotels te zetten, vroeg of ik koffie wilde. Ja graag, wilde ik zeggen, terwijl ik in haarrichting probeerde te kijken. Maar dat kijken lukte niet. Ik snakte naar een kop koffie en wilde degene die me de koffie aanbood aankijken om te zeggen dat ik dat graag wilde. Ik kneep mijn ogen samen en stuurde ze met alle macht in de richting van de hare, maar net als wanneer je tuurt naar iets wat zich pal in de buurt vande zon bevindt, kon ik niet verder doordringen dan tot de ruime omtrek van een kring waarvan haar ogen het centrum moesten vormen. Ik raakte in verwarring, mompelde iets, nam met afgewend gezicht mijn kop koffie aan en raakte nog meer in verwarring toen ik ontdekte dat het me evenmin lukte mijn collega’s aan te kijken. Ik begon druk te bladeren in mijn papieren, de vergadering werd geopend, het moment kwam snel naderbij dat ik iets moestzeggen. Ik fluisterde tegen mijn mederedacteur dat ik me niet lekker voelde, liep de zaal uit en vluchtte naar huis. Daar verschanste ik me de volgende dagen. Ik ging alleen het huis uit om boodschappen te doen bij de Albert Heijn om de hoek, bang om iemand tegen te komen die ik kende en die iets tegen me zou zeggen. De ontsporing had zich aangekondigd in een reeks moeilijkheden waarmee ik het halve jaar voorafgaand aan de vergadering te kampen had gehad, maar waartussen ik tot dan toe geen verband had gelegd.Zo was ik extreem vermoeid geweest na de reorganisatie vanmijn boekenkast in de nazomer van 1999. Een alleszins uitvoerbare klus, naar ik aanvankelijk had gedacht. De ruimte op elk van devijftig planken in mijn huiskamer was gevuld met rijen achter elkaar staande boeken. Stapels ongeplaatste boeken bedekten de bovenkanten van de kasten, de vrije ruimte boven de andere boeken, de ruimtes tussen de boekenkasten en de meubels, het bureau, deeettafel, de slaapkamer en sinds kort ook de bank en de stoelen. Ik besloot me extra boekenruimte te verschaffen door een boekenkastuit de wand te laten springen waar mijn kasten gewoontegetrouw tegenaan staan. Een uitspringende kast dus, naar het voorbeeld van opstellingen zoals die ook in bibliotheken worden gebruikt, maar met dit verschil dat bibliotheekkasten uitermate breed en stevig zijn gebouwd om ze als vrijstaande kasten naast elkaar op te stellen, terwijl mijn Lundia-stellingen daar niet op zijn berekend.”

 

Maarten van Buuren (Maassluis, 3 juni 1948)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Uit: Het Bulgaarse gevoel

13
Vlinders, grote gele vlinders fladderen om het stenen
machinegeweer van het veertien meter hoge soldatenmonument op
de hoogste heuvel boven de stad; Ik zie de voet van het Rodopegebergte,
zonnevlekken op de bergkammen, een hoop stippen, dorpen misschien,
(moet de verrekijker meenemen!); sigarettenpauze bij het monument voor
de Russische tsaar Alexander II.; de afdaling zal makkelijk zijn met de
gedachten bij ‘Don Quichot’, de avondvoorstelling in het poppentheater.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres Liesbeth Lagemaat werd geboren in Bergen op Zoom in 1962.  Lagemaat studeerde Nederlands en Taal- en Literatuurwetenschap. Naast haar dichterschap heeft zij gewerkt als journalist, actrice, reclametekstschrijver, accountmanager en docent NT2. Ze publiceerde regelmatig gedichten in De Tweede Ronde en Maatstaf. Haar debuutbundel “Een grimwoud in mijn keel” werd tijdens Poetry International gekozen tot Beste Poëziedebuut van 2005.

 

Afscheid

Het roze aderwerk: de lijnen met een dun penseel gezet,
en hoe het aan de slapen marmert. Ledematen
die in steen verstomden- de vingertoppen broos, in kringen
heeft de tijd korstmossen, algen afgezet op schouderblad, een

borstbeen dat, nog niet gebarsten, lijkt te spreken-
nee, alles is stil nu. Je staat in de post van de
deur. Geen negatief ontwaakt. Erosie aan de randen van het
beeld: tijd breekt de tijden in zich af.

Zij was degene naar wie elke naam steeds
terug zou komen, kinderen dansten de keerkring
rond haar sokkel- niemand zag de tekening op
deze vloeren- tegels die geen voetstappen verdroegen zonder

aanwijzing van deze heerseres. Men schikte zich,
als anderen. Sprak lof en vleide en aanbad volgens de
regels van haar spel. ‘Tarantula? Ach kom. Ik ben
gewoon die ben. En bovendien: wie kan bestaan zonder zijn

dampkring? Ze zijn mijn sterrenstelsels, magische cirkels.
Elk kind een parel in mijn kroon.’
Haar oog- topaas, desnoods. Graniet: pupil en iris rood.
‘Maar alles blijft zoals het is: ik ben de Moeder en men

heeft mij lief.’
De deurpost, jaren later. Ook nu geen veiligheid, maar een
vergissing in het perspectief, een ander oculair:
een fout is zo gemaakt, en dat gebarsten borstbeen: een scheur
zo dun als een haar.

 

Liesbeth Lagemaat (Bergen op Zoom, 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2020 en ook mijn blog van 3 juni 2018 en ook mijn blog van 3 juni 2018 deel 2.

Sibylle Berg, Ralf Thenior

De Duitse schrijfster Sibylle Berg werd geboren in Weimar op 2 juni 1962. Zie ook alle tags voor Sibylle Berg op dit blog.

Uit: Nerds retten die Welt

Als ich während der letzten Jahre des Kalten Krieges meinen Doktor in Sicherheitspolitik machte, hätten Sie sämtliche Seminare des Studiengangs besuchen können und dabei
nicht einmal mitbekommen, dass es Frauen auf dem Planeten Erde gibt. Das war eine völlig frauenlose Welt, in die ich da eingetaucht war. Auf meinem Lebensweg als Frau wurde
mir klar, dass es sich hierbei um eine Karikatur handelte.
Und ich bin zu der Überzeugung gelangt, dass sich viele der Wurzeln dessen, was wir schätzen – Frieden, Freiheit, Demokratie –, aus der grundlegenden politischen Ordnung
zwischen Männern und Frauen in der Gesellschaft ergeben.
Man kann keinen Frieden auf der Welt haben, wenn es keinen Frieden zwischen Männern und Frauen gibt. Solange Frauen unfrei sind und kein Mitspracherecht bei der Entscheidung über ihre eigenen Lebensräume haben, wird es keine Freiheit und keine Demokratie geben.

Es gibt verschiedene Theorien zu den Ursachen von Misogynie. Manche besagen, sie begann mit dem Entstehen der monotheistischen Religionen. Dem gegenüber stehen jedoch die Initiationsriten junger Männer, die sich vom Weiblichen reinigen, um ein Mann zu werden. Wissen Sie mehr?
Aus meiner Sicht ist es eine Verknüpfung aus Evolution und kollektiven Entscheidungsprozessen innerhalb der Gemeinschaft. Religionen und Bräuche ergeben sich direkt daraus. Unser evolutionäres Erbe hat Männern einen Körper vermacht, der meist deutlich größer und deutlich stärker ist als jener der durchschnittlichen Frau. Darüber hinaus hat es die Evolution Männern ermöglicht, sich außerhalb ihres Körpers fortzupflanzen, während Frauen sich unter hohen körperlichen Belastungen in ihrem eigenen Körper fortpflanzen. Und schließlich hat es die Evolution Männern ermöglicht, Frauen gewaltsam zu befruchten.
Dennoch resultiert aus diesen drei Tatsachen keineswegs automatisch eine Ungleichstellung zwischen Männern und Frauen. Man könnte sich eine Gesellschaft vorstellen, die in
diesem evolutionär bedingten Kontext lebt und dabei die Gleichstellung von Männern und Frauen anerkennt und sogar institutionalisiert. Doch wie wir sehen, herrschen in den
meisten Gesellschaften der Welt Männer aufgrund dieses Sachverhalts über Frauen, und zwar ganz einfach, weil sie es können.“

 

Sibylle Berg (Weimar, 2 juni 1962)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Het beste, ouwe (1978)

Ik ga nu eerst mijn verjaardag vieren,
Ik zal heel kalm blijven
en niets doen
en gewoon mijn verjaardag vieren,
ik zal mijn hand schudden,
me op de schouder kloppen,
van harte gefeliciteerd ouwe jongen,
het beste enzovoort,
hou je haaks,
zal ik tegen mezelf
zeggen op mijn verjaardag,
‘s nachts om half twee
op het balkon
met de elfde fles bier
onder de grijze ochtendhemel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2019 en ook mijn blog van 2 juni 2018 deel 2.

Wiel Kusters, Ralf Thenior

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

Zelfportret in as

‘freilich ist es wieder lyrik geworden’ – webern

Hij staat geheel tevreden
in het gat van de deur
met een hoge noot in zijn keel

de grens lijkt bereikt
de waanzin op zinnige wijze
in vegen as op witte muren
achter hem uitgedrukt

de wolkjes van zijn sigaar
zet hij in namen om, kreeftsomkering
van de allereerste
en laatste

een vaste baan
van ingewijde taal

nietsvermoedend vult hij
een kinderkamer met as en de tijd
van zijn krimpende corona

happend naar lucht
terwijl hij terugloopt,
naar binnen strompelt

 

Zout

Schapevlees, zout en een houweel.
Onthul mij mijn geheimen niet, gebroken tak van goud.
Ik schenk je beker vol en vul je broden. Maar ik ken je niet.
De zon draait zich nog eenmaal om, voor zij haar trap
opgaat. Een knipoog naar wie daalt. Ontken me niet.
Verbannen en vermand, met al mijn accenten. Houwelen.
Ik bleef onschuldig, maar ik was het niet. Verbrande brieven.
Ik ging mijn gangen na.
Geef mij mijn beker en dien op. Schapevlees en zout.
Gesmolten beeld van dit geheel: houwelen in een wond.

 

Trakls koper

Opgedolven bossen, losgeslagen bladeren, bomen aan touwen
omhoog gehesen.
Mijn gang door de struiken: lage takken, kale gewelven.
Najaarsdraden en de haas.

 

Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Volle maan boven Balkonia

De klimopripper uit het Rombergpark is weer als een waanzinnige de klimop aan het hakken. Maar dat stoort niemand op Balkonia. Men zit en drinkt Sangria con mucho alegria. Zojuist waren de wolken zalmrood van zonsondergang, nu is het al donker, schemerblauw met een violette gloed, en de vleermuis vliegt door het vierkant van de lucht in de achtertuin. Godzijdank mogen de buren niet meer barbecueën. Zou hij vandaag weer gaan hakken – De klimopripper? Goed mogelijk. Aan de overkant staat een eenzame vrouw en rookt. De maan is opgekomen. Een baby huilt. Dat is de maan! De baby schreeuwt harder. Dan snikt hij alleen nog maar, wordt het stil. De geur van de zomersering die uit het schuurdak groeit, stijgt op en zweeft door de achtertuin. Iedereen praat gedempt, lacht zachtjes, alleen op de derde verdieping gromt er één: altijd dat geklungel met dat weerwolvengebit!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

Mariä Heimsuchung (Luise Hensel), Walt Whitman

 

Bij Maria Visitatie

 

Maria Visitatie door Marx Reichlich. Rechtervleugel van een Maria Altaar uit 1511

 

Mariä Heimsuchung

O Jungfrau, welch ein sel’ger Gruß
Erfüllt Dein Herz mit Freude!
Wie eilt Dein leichtbesohlter Fuß
Hin über blühende Haide!

Es duftet süß der Thymian,
Gestreift von Deinem Saume.
Die Blumen sehn Dich wonnig an;
Wie rauscht’s im Palmenbaume!

Leicht eilst Du über Bergeskamm,
Die Andacht giebt Dir Schwingen.
Die lieben Vögel wonnesam
Die schönsten Lieder singen. –

O nimm mich mit, o Jungfrau rein!
Will Dir Dein Bündlein tragen;
Will fromm auch und andächtig sein,
Kein einzig Wörtlein sagen. –

Da steht im Abendschein das Haus,
Drin walten Fried’ und Segen,
Die greise Freundin schaut heraus
Und eilt Dir froh entgegen.

Ihr Gruß tönt Dir wie Engels Gruß,
Der noch im Herzen klinget.
Demüthig sinkt sie Dir zu Fuß,
Die zärtlich sie umschlinget.

Und hell erschallt Dein Hochgesang,
Das höchste aller Lieder;
Die Himmel lauschen seinem Klang,
Der Erdball hallt ihn wieder.

 

Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)
De dorpskerk in Linum, de geboorteplaats van Luise Hensel

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

Te denken aan tijd

6
Wat zal zijn zal goed zijn – want wat is is goed,
Belang hechten is goed, en geen belang hechten zal goed zijn
.

De hemel blijft mooi… het genot van man met vrouw zal nooit bevredigd worden… noch het genot van vrouwen met mannen… noch het genot van gedichten;
De vreugdevolle dingetjes in huis, het dagelijks huishouden of dagelijkse zaken – dit zijn geen spoken… de dingen hebben gewicht en vorm en plek;
Het verschil tussen zonde en goedheid is geen spookverschijning;
De aarde is geen echo… de mens en zijn leven en alle dingen van zijn leven zijn goed overdacht.
Je bent niet verspild… je schaart je zeker en veilig rond jezelf,
Jezelf! Jezelf! Jezelf voor altijd en eeuwig!

7
Het is niet om jou te ontbinden dat je geboren bent uit je moeder en vader – het is om je te vereenzelvigen,
Het is niet dat je onbesloten zou moeten zijn, maar dat je vastbesloten zou moeten zijn;

Iets vormeloos’ dat zich lang heeft voorbereid is gekomen en gevormd in jou,
Daarom ben je veilig, wat ook komt of gaat.

De draden die gesponnen zijn komen bij elkaar… de inslag kruist de schering… het patroon is systematisch.

De voorbereidingen zijn allemaal nodig geweest;
Het orkest heeft zijn instrumenten voldoende gestemd… het stokje heeft het signaal gegeven.

De gast die kwam… hij had goede redenen om zo lang te wachten… hij is nu onder dak,
Hij is een van hen die mooi en gelukkig zijn… hij is een van hen voor wie geldt dat het voldoende is naar hen te kijken en bij hen te zijn.

De wet van het verleden kan niet worden ontdoken,
De wet van het heden en de toekomst kan niet worden ontdoken,
De wet van de levende wezens kan niet worden ontdoken… hij is eeuwig,
De wet van voortgang en verandering kan niet worden ontdoken,
De wet van helden en weldoeners kan niet worden ontdoken,
De wet van dronkaards en verklikkers en valse personen kan niet worden ontdoken.

 

Vertaald door Ilja Leonard Pfeijffer

 

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)
Portret door Xanthus Russell Smith, 1897

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: Jachthuis

“De zomer van 1979. Voor het eerst sinds mijn kleutertijd ben ik terug in de tropen. Ik sta tussen mijn ouders in Albina onder de palmen op de zandige oever van de rivier die de grens vormt tussen Suriname en Frans-Guyana. In de verte brullen apen vanuit de donkere bosrand. Achter ons is de zon tussen de vrolijke huisjes bijna ondergegaan. Nog een paar tellen en we worden opgeslokt door donkerpaars en zwart. ‘Waar ontspringt de Marowijne?’ vraag ik aan Jim. ‘Ergens in Brazilië,’ antwoordt hij. ‘Dat is toch geen antwoord,’ zegt Elsie met haar zonnebril nog op. Jim zegt niets. ‘En dat voor een militair!’ ‘Ik zal thuis op mijn stafkaarten kijken. ’‘Maxwell heeft een sterke vader nodig,’ zegt ze terwijl ze een sigaret opsteekt. ‘Papa is sterk,’ verdedig ik. ‘Is het sterk om een kind in de steek te laten?’ ‘Hij heeft me niet in de steek gelaten. ’‘Wat deed hij anders toen hij twee jaar geleden de deur van het jachthuis achter zich dichttrok?’ ‘Hij deed wat van hem werd… ’‘Maak jezelf niets wijs,’ snauwt Elsie. ‘Maar nu is het vakantie,’ zegt Jim, de slanke korjaal wenkend. De uitgeholde boom houdt voor ons stil en de zwarte bootsman steekt lijdzaam zijn hand naar Elsie uit om haar als eerste aan boord te laten gaan. Jim en ik volgen. Jim, die vooraan in de boot is gaan zitten, wijst naar de overkant van de brede rivier. ‘Daar in Saint-Laurent fietsen ze op Peugeot-fietsen met alpinopetten op.’ ‘En een stokbrood onder de arm,’ vult Elsie hem aan. ‘En ze dragen Yves Saint Laurent-zonnebrillen,’ voeg ik toe. De bootsman zet zijn motor aan en keert de neus oostwaarts. Hij laat zijn schouders berustend hangen. Hij ruikt naar kokoszeep. De maan schittert door de jagende wolken in het stromende water. De boot gaat wild op en neer en de golfslag is hoog. Af en toe slaat er een guts water binnen. ‘We gaan het dodenrijk binnen,’ zegt Elsie dromerig. Over haar schouder zie ik tussen de plooien van Charons schaamrok zijn opgewonden geslacht. ‘Jullie hebben toch wel honger?’ vraagt Jim, die de kunst verstaat niet te zien wat hij niet wil zien. ‘Ik heb gegeten en gedronken,’ zegt Elsie. Alleen het tweede is waar. Na drie cuba libres in de bar van het hotel zou ze beter iets eten. ‘Ik wel hoor, papa,’ hoor ik mezelf roepen, hoewel ik misselijk ben van al die flesjes Fernandes-limonade die ik sinds mijn aankomst heb gedronken, ik wilde mierzoete herinneringen ophalen: cherry bouquet, golden orange en green punch. We meren aan op de Frans-Guyanese oever voor een laag gebouwtje dat op palen in het water staat. Vanuit de breedkruinige amandelbomen die eromheen staan klinkt het krijsen van ara’s. In de schaars verlichte kantine nemen we plaats aan een tafel bij het raam. In de verte flikkeren onrustig de lichtjes van Albina.  ‘Is het restaurant wel open?’ vraagt Elsie. Vanuit het donker verschijnt een man met borden en glazen. Het lijkt alsof de tafel zichzelf dekt. Zonder op de kaart te kijken, doet Jim de bestelling. ‘Je vader probeert Frans te spreken,’ schertst Elsie. ‘Wees lief,’ draag ik haar op. ‘Ik bén toch lief,’ fluistert ze.”

 

Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

L.A. BIJ NACHT

We zitten in een ansichtkaart, rijdend
over Hollywood Boulevard:
de auto heeft vinnen, de palmbomen
zijn roze, we dragen cat-eye zonne-
brillen in de L.A-nacht-
gloed, het neongebabbel, wazige
witte lichten van snel rijdende auto’s.
Wij zijn snelheid en licht, vlam
en vingers; de hele nacht
is een handvol minuten,
een snelle auto, sterren.

Later,
zullen we luid de liefde bedrijven
in een kamer die
van geen van ons beiden is, een kamer
bezaaid met onze kleren en onze
bezittingen. We zullen herhalen
waar we het meest van houden, onze tongen
wijs en specifiek. Je zult zeggen
dat ik een glimworm ben, een kobaltster.

In L.A., zijn de palmbomen
ouder dan ze eruit zien
en objecten dichterbij dan ze
lijken, maar geen stadsmythen
kunnen onze twee maangezichten
in het donker verklaren. We zijn zoemende
en luide, snelle handen, een helder
licht, een prachtige
planeet, L.A. bij nacht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.

André Brink, Linda Pastan

De Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink werd geboren op 29 mei 1935 in Vrede. Zie ook alle tags voor André Brink op dit blog.

Uit: A Fork in the Road

“IF I CLOSE my eyes and silently mouth the word dorp, what I conjure up. even now. sixty or more years later, is an image of wide dusty streets, the pavements overgrown with thorns (which we called, with good reason. duwweltjies, little devils), in a predictable grid around the tall spire of the Dutch Reformed Church, that sat brooding over the surrounding houses like a large and somewhat unwieldy hen with outstretched wings protecting her chickens. Twice on Sundays, and on Wednesday evenings for prayer meetings. the congregation would be summoned by the booming of the church bell, and men. women and children would respond — not so much out of conviction as because an empty place would undoubtedly invite ever-expanding circles of gossip rippling through town and district, possibly for weeks on end. After the Sunday service, having reviewed all the most recent news and scandals and secrets of the town, everybody would hurry back to the gargantuan meals prepared by black women on Aga or Dover stoves in kitchens as hot as the furnace of Nebuchadnezzar: roasted leg of lamb, and frikkadelle or meatballs, a joint of venison in winter, or chicken, perhaps a tomato stew on the side, and potatoes and sweet potatoes. yellow rice with raisins, beans and peas and carrots, stewed prunes and peaches. and quinces, pumpkin with cinnamon and sugar, gem squashes, possibly rhubarb. beetroot with sugar and vinegar, bean salad, followed by blancmange and yellow and green and red jelly, and a banana foam. maybe trifle or a vinegar or brandy pudding or roly-poly, or the custardy dessert our family knew as ‘My mad aunt’s sister’, with or without green fig preserve or quince jelly or the grape syrup called moskop61. all of it washed down with sweet wine. preferably muscadel or jerepigo. Afterwards, as grown-ups snored in a stupor of overindulgence. and giggling. viciously inventive children went about their arcane business while they were supposed to ‘rest’ on their beds or read edifying books, the same women would clear the tables and wash and stack the dishes, before carrying off the scraps to their own kids waiting in the ‘location’ (but only after the most tasty morsels had been scraped off for the chickens. the dogs and cats, and sometimes a pig wallowing in the backyard). Near the church would be two or three streets of shops with wide stoops: a pharmacy, two or three grocers recognisable by large posters advertising Big Ben or C-to-C cigarettes, Lyle’s Golden Syrup. Marmite, Elastoplast. Black Cat peanut butter. shoes, khaki overalls: butcher, baker. a café or two, an undertaker who might also sell books and newspapers and cover his customary suit of solemn black with a soiled white dustcoat to double as hairdresser, a Pegasus garage with handpumps, the bank. and some offices. one or two lawyers. And a hotel — Royal or Masonic or Commercial — with an off-sales where even before the official advent of apartheid separate entrances kept white and black decently segregated.”

 

André Brink (29 mei 1935 – 6 februari 2015)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Nachtelijk

Als dieren nadenken
over de dood,
zullen de nachtelijke –
de lemuur bijvoorbeeld
of de wasbeer—
hem beschouwen als
een soort licht,
een schittering
in de toekomst,
een plek
waar roofdieren
zich wapenen met Gods
fluorescerend schild?

Zijn ze bang voor
een wildernis van licht
zoals wij bang zijn
voor het donker? ik slaap
met de lampen aan
in de andere kamer,
alsof je voor de gek houdt
wat voor ons ligt, uilvormig
of vooruitziend
als een vleermuis, die wacht
om me te smoren
in zijn nachtelijke vleugels.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2020 en eveneens mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en ook mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.