Ilja Leonard Pfeijffer, Raoul Schrott

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: Quarantaine Dagboek in tijden van besmetting

“DAG EEN
Genua, woensdag 11 maart 2020
Ik had nog nooit eerder gehamsterd. Maar omdat alle restaurants dicht zijn en steeds meer winkels sluiten, leek het mij verstandig een paar boodschappen te doen. Er mochten slechts tien mensen tegelijk binnen zijn in de supermarkt. De meeste schappen waren leeg. Bij de kassa waren strepen op de grond getrokken om de mensen in de rij op anderhalve meter afstand van elkaar te houden. Op het uur van het aperitief lag Piazza delle Erbe er postapocalyptisch bij. De rolluiken van alle bars waren gesloten. De terrastafeltjes lagen als dode insecten op hun rug. De gesloten parasols bungelden aan hun ophanging als lijkzakken. We kwamen onze vriendin Simona tegen, die in Caffè Letterario werkt als serveerster. Zij maakte zich zorgen over alles en ook over haar financiële situatie. Zolang de noodverordening van kracht is, heeft zij geen inkomen. ’s Avonds bij het haardvuur lazen we het bericht over de oudere dame in Borgo Santo Spirito, in de provincie van Savona, niet ver van Genua. Een paar nachten geleden was haar echtgenoot overleden. Hij lag dood op de grond. Zij had de hulpdiensten gebeld. Maar omdat haar man symptomen had vertoond van besmetting met het virus, moest er eerst een sample van zijn wangslijm naar het laboratorium in Rome worden gestuurd ter analyse voordat ze mochten beginnen na te denken over de verplaatsing van het lijk. En omdat zij mogelijkerwijs ook was besmet, moest ook zij worden getest en mocht zij in afwachting van de uitslag haar huis niet uit. De testresultaten uit Rome lieten op zich wachten. De oudere dame heeft drie dagen vastgezeten in haar krappe woning met het lijk van haar man op de vloer. Ze had zo veel mogelijk op het balkon gestaan om hem niet de hele tijd te hoeven zien.

DAG TWEE
Genua, donderdag 12 maart 2020
De draconische maatregelen hebben niet het gewenste effect gesorteerd. Italië heeft de rolluiken neergelaten, maar het virus blijft om zich heen grijpen. Daarom heeft de premier gisterenavond nog strengere regels afgekondigd. Vanaf vandaag zijn alle bedrijven en winkels gesloten, behalve apotheken en levensmiddelenzaken. De bars en restaurants, die tot gisteren om zes uur moesten sluiten, zijn nu de hele dag dicht. Van avondklok naar Sperrgebiet. Niemand mag zonder dwingende noodzaak de straat op. Mijn dwingende noodzaak was tabak hamsteren en sigaretten kopen voor Stella’s moeder, die al ruim een week het huis niet uit is geweest. De sigaretten zou ik achterlaten op de overloop voor haar voordeur. Ik bond een mondkapje voor en bereidde mij mentaal voor op de expeditie.”

 

Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

 

De Oostenrijkse dichter schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook alle tags voor Raoul Schrott op dit blog.

 

DE FOTOGRAFE

men krijgt koude ogen · ze kijken in mijn lens
en presenteren zich – hun glimlach scheef
geestig of gevoelvol · dwaas · als ongeïnteresseerd afwezig
voor de eeuwigheid waarin ze zich met elke klik vastgelegd voelen
alsof het erop aankomt het leven door poseren te rechtvaardigen
terwijl ik zoek naar wat ze alleen zichzelf toestaan
het moment van het ongeveinsde heden
uit al dit de mimiek lezend
soms betrap ik hem erop dat hij zich afwendt
om daar het gezicht op te zien
dat ze verliezen: blozend · woedend · een soort passie
bij het falen · niets ongewoons en toch een pasfoto
van het particuliere · waaruit met een onvoorstelbare resolutie
iets van ons tevoorschijn komt bijna net zo mild
als licht het zilver zwart maakt
Ik hoef alleen maar op een uitsnede te letten
die deze glinstering ·vasthoudt – te observeren
hoe verborgen we zijn doet pijn
hoe nutteloos tegen deze achtergrond van muren en narcissen
en hoe beroerd we ons een houding weten te geven

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2019, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Ester Naomi Perquin, Anthony Hecht

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Vanmorgen werd ik opgebeld

Vanmorgen werd ik opgebeld door een mevrouw die wilde weten
of ik Richard was. Dit was nooit eerder voorgekomen.

Veel mensen hebben gewild dat ik iemand was, soms iemand
die ik was geweest, soms iemand die ik zou moeten zijn
– kijk eens angstig, praat als een non, spring op en neer,
kun je niet een keer een rokje dragen –
maar Richard heeft niemand mij gevraagd.

(Ondertussen ruist de stilte van twee kanten in een oor.)

Er is een ander leven vóór ik antwoord geef, volop mogelijkheden,
voor het zelfde geld had het materiaal waaruit ik besta
een andere vorm of naam. Wat als ik ja zou zeggen,
ja, ik ben het: Richard. Bent u dat moeder?
Wat is het lang geleden.

Zou ik door Richard te worden ook Richard zijn, inclusief lichaam,
ademhaling, geheimen, de manier waarop hij ’s ochtends vroeg
zijn veters strikt? Houdt hij bijvoorbeeld van pastinaak?

Zou zijn moeder de verbinding verbreken
of uit standvastigheid
of uit eenzaamheid
of uit gezelligheid
in mij geloven?

Is Richard nog in leven of belt zij steeds een ander op,
vraagt ze naar hem omdat wie weet toch iemand zegt:

Richard? Ja hoor. Die is boven.

Laat niemand haar vertellen dat Richard is verdronken, dat hij is
verdwaald, ontvoerd, verongelukt. Was er niet ergens
een feestje, een man? Heb ik Richard niet alleen
gekend maar zelfs gekust, gesproken,
dronk hij wijn, lachten we samen?

Nu, precies nu is het nog mogelijk geen geluid te maken,
op te hangen of met zakjes te gaan kraken alsof we – helaas –
zijn ingesneeuwd, ik kan u niet verstaan.

Ik stel me haar voor, ze staat in een donkere kamer, kijkt vragend.
Maar ik dan? Waar haal ik op dit uur een Richard vandaan?

Mevrouw, de eerlijkheid gebiedt mij u te zeggen
dat ik Richard niet ben, nooit ben geweest
en niet herken, hoewel onze nummers
misschien weinig verschillen, onze levens
zijn gescheiden door een acht, een vier, een twee.

Er zijn mensen met wie ik minder scheel dan een getal
maar wier moeders mij niet kennen, niet zullen bellen.

U verspilt uw tijd, ik besta slechts uit halve stemmen,
halve gezichten, geen Richard waardig, geen hond
heb ik ooit meer gebracht dan halfslachtige aanwezigheid.

(Er klinkt een vastbesloten stilte op de lijn.)

Mevrouw, ik weet niet tot wie maar ik bid met u mee
dat het iemand zal lukken.

Dat het iemand zal lukken om Richard te zijn.

 

Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook alle tags voor Anthony Hecht op dit blog.

 

Het feest van Stephen

II
Als het hart zijn redenen heeft, heeft het lichaam
Misschien zijn eigen logge soort vleselijke geest,
Voelbaar in de tintelende kneuzingen van een botsing,
En bij aanvoerders bekend als esprit de corps.
Wat is deze levendige broederschap van timing,
Zwenk- en lob-bogen, of indirectheid,
Mens sana in mens sauna, in de spoeling
Van gezondheid en toiletten, privé en corporale pret,
Deze vloot caramboles, plooien en kniebuigingen
Voor de zalmsprong, de springende fontein
Geheel omhuld met glinsterend licht, gebogen en levendig?
Vanuit de enorme echokamer van de sportschool,
Tussen de struikelende kreten en het gesnerp van fluitjes
Het terugkaatsende basketbalgeluid van een leren zweep.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e januari ook mijn blog van 16 januari 2019 en ook mijn blog van 16 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Antoine Wauters, Sascha Kokot, Philip Snijder

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit: Mahmoed of het wassende water (Vertaald door Katelijne De Vuyst)

“1
Aanvankelijk, de eerste seconden, raak ik
altijd mijn hart aan om te zien of het nog klopt.
Want ik heb het gevoel dat ik sterf.
Ik hou me vast aan de steven en zet mijn masker op.
Ik beweeg mijn benen op en neer.
De wind waait hard.
Hij praat.
Ik luister hoe hij praat.
In de verte, de watermeloenvelden,
het dak van de oude school en de saffraanbloemen.
Het water is koud ondanks de zon,
en de stroming elke dag sterker.
Weldra zal het allemaal verdwenen zijn.
Geloof je dat de camera’s van de hele wereld
zich zullen verplaatsen om er verslag over te doen?
Geloof je dat ze het voldoende telegeniek zullen vinden,
Sarah?
Wat maakt het ook uit?
Vastgeklemd aan de steven zie ik mijn hut, een koe
die graast onder de bomen, de reusachtige hemel.
Alles is ver.
Hoe langer hoe verder.
Ik bevestig mijn snorkel. Ik bevestig mijn hoofdlamp
zo dat ze niet kan bewegen.
En langzaam trap ik om mijn lichaam loodrecht
te houden.
Daarna neem ik een lange, diepe ademteug
en alles wat ik ken, maar ontvlucht, alles wat
ik niet langer verdraag maar wat blijft bestaan, alles wat ons
overvalt zonder dat we er ooit om hebben gevraagd,
laat ik achter.
Een heerlijk gevoel.
Het beste.
Weldra ga ik onder, ik verdwijn, maar ben niet bang meer
want mijn hart is het gewoon geworden.
Het water, vol vuilnis, draagt me.
Ik negeer het.”

 

Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

je ziet het dooiweer grazen in de onderste lagen

je ziet het dooiweer grazen in de onderste lagen
niemand anders haalt de laatste hekken weg
vreet aan de wallen aan de stormzijde
de gebroken leisteen blijft liggen
met dikke vacht gaan de katten in een rij staan
kauwen hun klauwen scherp ruiken de kou
reeds slaan de eerste honden aan
wanneer ze wakker worden
jouw geur voor hen opeens vreemd is
jij pas aan het eind van het jaar weer
kunt afdalen naar de huizen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Philip Snijder werd geboren in Amsterdam in 1956. Zie ook alle tags voor Philip Snijder op dit blog.

Uit: Het smartlappenkwartier

“De zondag van mijn moeders verdwijning — haar desertie, haar onderduik, of misschien wel gevangenschap, misschien wel gijzeling, had ik er voor mezelf later bij verzonnen — was er niet eens openlijk ruzie geweest tussen mijn ouders. Althans, ik had daar geen signalen van doorgekregen, achter de deur van mijn kamer boven. Die deur drukte ik, in een zinloze strijd tegen allerlei geluid uit onze woning dat me wilde storen bij het huiswerk maken, slapen of masturberen, altijd overdreven stevig dicht Zodra ik binnen was en hem had gesloten, zette ik werktuigelijk een hand tegen het bovenste deel, een knie tegen het onderste, en duwde dan met al mijn kracht. Alsof ik zo alle geluid achter die deur, alle geluid van de rest van de wereld, als een enorm, loodzwaar schip traag maar onomkeerbaar van me weg kon laten drijven. Maar tussen mijn Escher-posters, zitkussens en druipkaarsen was er toch geen enkel plekje te vinden waar ik niet voluit bereikbaar was voor de als een donderslag doorspoelende wc, de venijnig jankende stofzuiger, de bulderend lachende televisie of de vals schetterende kinderpick-up als mijn zesjarige zusje Francien plaatjes draaide. Van alle herrie in onze woning braken de ruzies veruit het meest verwoestend door mijn hermetisch gesloten kluizenaarsdeur. Ook al had ik die, inmiddels zestien, al zo’n twaalf, dertien jaar bewust meegemaakt, immuun was ik er nooit voor geworden. Ze negeren, me ervoor afsluiten, het was nog net zo onmogelijk als toen ik klein was. Het waren er gemiddeld twee á drie per week, en ze speelden zich af in de huiskamer, keuken of in hun slaapkamer, waar ook het kleine ledikant van mijn zusje stond, vaak zich bonkend verplaatsend tussen die ruimtes. Mijn moeders agressieve, bijtende scheldpartijen, mijn vaders ingehouden tegengeluid, waarbij soms de woede zijn stem liet overslaan, en het tussen haar huilsnikken door ‘Niet doen! Niet doen!’ roepende zusje. Zodra ik achter mijn deur geluiden hoorde van omvallende meubels of brekend glas, werd ik door een impuls gedwongen erop af te rennen, om Francien aan haar hand mee te trekken naar mijn kamer. Maar zoiets had zich helemaal niet voorgedaan op de zondag dat mijn moeder de deur uit ging en niet meer thuiskwam. Toen ik even beneden was om een snee brood met stroop te eten, had ik vastgesteld dat er in ons huls, met nooit meer dan twee keuzes, die ochtend de ándere sfeer heerste, het alternatief van de ruziesfeer, het kabbelende kielzog van een ruzie, alsook natuurlijk de stilte voor de onafwendbare volgende zeestorm tussen onze muren. De gemelijke landerigheid sloeg me meteen klef in het gezicht toen Ik even om de hoek van de huiskamerdeur keek. Mijn zusje zat op de grond, zich oefenend met mijn vaders bush puppy in wat ze net had geleerd: een strik leggen in een veter.”

 

Philip Snijder (Amsterdam, 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2019 en ook  mijn blog van 15 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

J. Bernlef, Sascha Kokot

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog..

 

Heel iemand anders

Volgens de bovenmeester was ik een mulo-kandidaat
voorbeeld van grijze middelmaat, onopvallend
verlegen, tot niet bijster veel in staat

Toen mijn vader verhaal kwam halen
keek meester peinzend voor zich uit
zat zo’n jongen werkelijk in zijn klas?

Vader kwam briesend thuis: hij wist
niet eens je naam of wie je was
ik knikte maar wist: meester had gelijk

Hij kon mij niet zien omdat ik jaren
getraind had op onzichtbaarheid
die kunst tot in de puntjes meester was

Vader kwam er later vaak op terug
wilde dat ik van alle markten thuis
de enig juiste richting vond

Ik trainde omgekeerd tot ik
tenslotte plotseling heel iemand
anders geworden voor hem stond.

 

Stilleven (met echt bloed)

de oprechtheid van
de groene plastic beker
met witte stippen

de baldadigheid van de
tandenborstel met wijd
uitstaande haren

de eerlijke ouderdom
van de half op-
gerolde tube

zo zou ik iedere morgen
willen denken

even duidelijk
mijn woorden
als de beweging

waarmee ik poets
en poets tot
het tandvlees bloedt

 

Winst in de woestijn

En steeds weer moet ik het ongelofelijke leren
een spiegelbeeld waarin ik leef
de pool verandert uit liefde zijn lading

De hitte van de huid ontwaakt in een woestijn
alleen zijn – zwijgen – slapen zonder schaduw
blijkt opeens uiterste copulatie te zijn

Dit geluiddichte zand is de enige metafoor
al zo versleten dat het haar voetstoots aanvaardt
zonder dat ik bijgeluiden hoor

Ik kan haar niets beloven want alles is te zien
(niet achter heuvels het zachte gras – het eiland – de vrije woning)
zij ziet meteen wat ik verdien

Zand. En niet eens een schep voorhanden
(ik wil alles voor je doen)
er is geen keuze, er bestaan geen betere landen

Zomin als er iets is
waarmee je bent te vergelijken
‘als’ is in dit land steeds mis

En dat is de winst uit dorst gewonnen
ik zeg ik heb je lief en jij weet
hij heeft het niet verzonnen.

 

J. Bernlef (14 januari 1937 – 29 oktober 2012)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

de kinderen zijn we kwijtgeraakt

de kinderen zijn we kwijtgeraakt
we kennen hun namen niet
er was geen tijd om ze uit te kiezen in te studeren
hun kamers blijven ongebruikt
onze lichamen hebben daarin geen nut
onzeker tegenover elkaar
wijzen ze ons steeds verder weg
ze lijken de routes feilloos te kennen
ook al weten we nauwelijks nog
wat ons hier houdt in de koude gangen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2019 en eveneens mijn blog van 14 januari 2018 deel 2.

Donald Niedekker

De Nederlandse dichter en schrijver Donald B. Niedekker werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1963. Hij publiceerde met fotograaf Harold Naaijer een aantal reisboeken. Hierna publiceerde hij romans, novellen en dichtbundels. Zijn romandebuut is “Hier ben ik uit 2002”. Hoofdonderwerpen zijn de familie Bruynzeel en liefdevolle herinneringen aan zijn grootvader. In 2008 schreef Niedekker onder het pseudoniem Ellen Wenkelbach het boek “Het moet wel beschaafd blijven” waarin hij het leven van de hoofdpersoon Carla beschrijft. Deze roman gaat over eenzaamheid en over de onbelangrijkheid van luxe. De roman “Oksana” werd in 2017 genomineerd voor de Fintro literatuurprijs. Niedekker ontving in 2021 de Brusselse VUB Luc Bucquoye Prijs voor eigenzinnige literatuur, en kreeg de F. Bordewijk-prijs 2022 “voor Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost”.

Uit: Waarachtige beschrijvingen uit de permafrost

“De geograaf denkt na. De predikant denkt na. De astronoom denkt na. Over grenzen. Grenzen van het land en grenzen van de open zee. Grenzen die God aan de mens heeft gesteld. Grenzen aan wat we kunnen weten en grenzen van het heelal. Grenzen aan het meten van de lengtegraad. De Jakobsstaf zou al lang verouderd moeten zijn. Grenzen achter Kaap Tabin. Petrus Plancius is de geograaf. Petrus Plancius is de predikant. Petrus Plancius is de astronoom. Hij is zo te zeggen de drieschaar van de Noordoostpassage. Of ik bij deze afvallige van de Roomse Kerk met de drie-eenheid, heilig of niet, op de proppen kan komen is een kwestie die buiten mijn overigens uiterst bescheiden bevoegdheid valt. Petrus Plancius kent de wereld van kaarten en van verhalen waar stuurmannen mee terugkomen. Observaties, kustlijnen, dieptemetingen met het schietlood, ankerplaatsen, heersende winden, zeestromingen, gedrag van vogels, afwijkingen van het kompas. Hij kent de wereld van de cijfers en die van het Woord. Als Petrus Plancius nadenkt is het bijna alsof God nadenkt. Laten we zeggen, een koele, misschien wat steile geest waarvan elk punt een middelpunt is van gedachten, theorieën en leerstellingen. Nu denkt hij na over grenzen en stuit hij op een grens in zijn geheugen. Dat irriteert hem. Zijn geheugen staat hem normaal ter beschikking als de Bijbel. Onfeilbaar, een glashelder, kloppend bouwwerk van verwijzingen, toespelingen, allegorieën die elkaar in elkaar spiegelen. Geen speld tussen te krijgen. De koets, getrokken door drie vosbruine paarden en een schimmel, hotsebotste over een kuilige zandweg. Ze passeerden lotgenoten die ook Brussel, Antwerpen, Brugge waren ontvlucht. Een vader in een gehavende vilten jas deelde in de berm een plat brood en een worst met drie kinderen die tegen hem aan leunden. Nee, hij wilde niet kijken. De wielen rammelden over een knuppelbrug, was het de Rijn bij Leiden?, en Petrus Plancius had een flits van inzicht. Hij had het meteen moeten opschrijven, maar zijn ganzenveren, inktpot en vellen papier lagen in een kist op het dak van de koets waar takken langs schuurden. Ergerlijk. Ook het geluid van die takken. En nog ergerlijker is het dat hij zich nu, nu zijn pennen geslepen op de eikenhouten tafel liggen onder het scheepje aan het balkenplafond, een tafel groot genoeg voor een kaart van de wereld, Cornelis Claesz had hem op zijn tweede dag in Amsterdam er een verkocht, nu zijn pennen klaar voor gebruik liggen, het papier blank en de inktpot geopend, hij zich inval niet kan herinneren. Hij had de doorgang gevonden. Maar als je de premisse bent vergeten kun je niets aanvangen met die verwarrende reeks van thesen, antithesen en synthesen. Ergerlijk. Hij had niet naar buiten moeten kijken. Naar de vrouw in een dikke katoenen, ruim geplooide rok, die onder haar verstelde jas een grijs hemd losknoopte en de baby, een kleine roze vlek in jute, zoogde terwijl een man de akker in sjokte. Enkele weken geleden was Plancius de vrouw misschien in Brussel op het marktplein gepasseerd.”

 

Donald Niedekker (Amsterdam, 14 januari 1963)

Edmund White, Adrian Kasnitz

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: A Previous Life

“Six months had gone by and the day was fast approaching when they’d agreed to read their memoirs in alternating chapters out loud to each other. They were in the Engadin, in the little town of Sils Maria. Around the corner, in a two-story house painted white with green trim, Nietzsche had lived briefly in the upstairs room. Now the Engadin was a costly ski resort, twice the site of the Winter Olympics, but in Nietzsche’s time, it must have been one of the most remote places on earth, reachable from Italy only by a steep, perilous road through the Maloja Pass in a carriage, then a sleigh pulled by six lathered-up horses baring their big yellow teeth around the bits, their breath visible in the cold mountain air (a sleigh ride was disagreeably called a Schlittenfahrt in German). The most famous village in the area was St. Moritz.
They had no visible servants there, though an expensive service washed the sheets, shoveled the roof and walkway, watered the plants, ran the sweeper, aired the rooms (throwing back the heavy duvet), turned up the heat a day in advance of their return, dusted everything (though there was no dust so high up in the mountains). The simple priceless side tables inlaid with split reeds and designed in the 1920s, the overhead lamp from the 1950s made in Milan, sprouting multicolored metal cups of light, the matronly restuffed 1950s couch from Paris in green velvet, the polished wood zigzag chairs, the huge painting of the naked, dagger-wielding artist himself with Italian words spilling out of his mouth— all of it materialized before their eyes as Ruggero turned on the track lighting and disarmed the security system. The room looked glaring and guilty as a police photo of a murder scene. Not one thing in it had Constance chosen. She had put up a favorite Chagall poster of a red rooster, but it had mysteriously disappeared and found its way into the unused maid’s room. She knew the house represented the high point of taste (she knew it because connoisseurs exclaimed over it and shelter magazines often asked to photograph it but were always turned down. Ruggero was worried about thieves and tax collectors).
This afternoon they’d arrived in their four-wheel drive, so suited for navigating through the snow. Ruggero had insisted on skiing right away. Constance didn’t really ski. She’d taken lessons but was afraid of heights, and even the mountain lifts made her sick. The only reason to ski was to keep Ruggero company, and after she discovered he found her ineptness annoying she abandoned the unpleasant effort. Whereas he had gone on ski holidays with his distant cousins every January since he was six, she had never even put on a ski boot until she was twenty-eight— and had promptly broken her toe and had to sit slightly drunk by the fire with a lap robe and a brandy snifter (how delightful!), watching through the windows the dying light illuminate the downhill racers.”

 

Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

Gelukkige nederlagen

De lijst met nederlagen begint met het krabben
als baby de uitslag die maar niet weggaat
de chemische crème die de zaken alleen maar erger maakt
de pijn in het hoofd en in plaats van grapjes, de vage gedachten
de angsten van het kind de ongesteldheid de benauwdheid
het toekijken bij het spelen van de anderen
die altijd anders zullen blijven, hoe hard je ook je best doet
de breuken, de puistjes, de meisjes die je uitlachten
passen allemaal op het blad en zijn niets slechts
vergeleken met de beproevingen die voor je liggen
het onvermoeibare dagelijkse leven het najagen van geld
armoedige stoffen verkies je boven armoedige prestaties
en nu, nu je struikelt, valt, begin je
afstand te nemen, los te laten, schuif je het slechte opzij
rolt je af blijft op de straat liggen kijkt ganzen na
die het luchtruim kruisen in de vlucht schreeuwen ze gaggagggag

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn blog van 13 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Cees van der Pluijm, Katharina Hacker

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

VOORLOPIGE BESTEMMING 1

Een kale kamer, wasbak, kastje, bed
Essentie van een opgeschoond bestaan
Het kastje leeg, schaars water uit de kraan
Een raam met zicht op een vervallen flat

Verstild in een vergrijsd namiddaglicht
Een auto claxonneert, er slaat een deur
Er staat geen wind; er hangt de droge geur
Van stof en zand; je doet het raam maar dicht

En trekt vertraagd je zware schoenen uit
Geen doel, geen haast, er zijn lijkt nu genoeg
Alleen te zijn, met niemand in de buurt –

Het is voor elke keuze nog te vroeg
Je neemt niet eens tot niets doen het besluit
Laat staan dat je bepaalt hoe lang het duurt

 

Afscheid

Ik had vannacht mijn moeder aan de lijn
En iemand zei: ‘Er zal een auto komen’
’t Was niet mijn moeder echter die ik hoorde

Toen klonk een zacht gekraak, er stoorde
Iets of iemand de verbinding;
zelfs geen hijgen
Was daarna nog te horen – enkel zwijgen

‘k Heb nooit meer van mijn moeder iets vernomen
En nooit meer zal ik dromen zonder pijn

 

GROEN VAN TOEN – Park Sonsbeek

Terwijl de molens braaf de wind vermalen
Terwijl de zon de aarde blijft bestralen
Terwijl het water altijd maar blijft stromen
Lijkt hier de tijd soms haast tot staan gekomen:

Gestold in eeuwenoude hoge bomen
In rondingen van heuvels en van dalen
In stenen die van ijs en reizen dromen

We zien de hand van God en hier en daar
De mens die Hem een handje hielp wanneer
Het aankwam op een waterval, een meer
Wat snoeien met de zaag of met de schaar

Want hoe dan ook, de schepping is niet klaar:
Of God bestaat of niet, aan ons de eer
Zijn tuin te wieden, jaar na jaar na jaar

 

Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

 

In oktober

de kleur bladdert van de ogen
terwijl de dag boven het dak de wind
aandrijft en de geur van wierook
uit de struiken opstijgt de buizerdroepen
onophoudelijk weerklinken en allerlei soorten vliegtuigen
voorbijgangers zijn hier overal paraderen
zoals in de stad honden voor ze uit en
met licht schoeisel aan de voeten
terwijl het landschap zichzelf uitput
onder de dagelijkse blikken
worden de kleuren van dag tot dag
gewaagder bladderen van de ogen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn blog van 12 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Katharina Hacker, Adrian Kasnitz

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

Uit: Die Gäste

„1
Am 21. Juni, meinem fünfzigsten Geburtstag, klingelte es, bevor ich ins Institut für schwindende Idiome aufbrechen konnte, um halb acht an der Tür, und ein Bote brachte einen Brief des alten Rechtsanwalts Doktor Kowalk. Der Bote, ein schlaksiger junger Mann in blauem Drillich und weißen Turnschuhen, wartete, dass ich den Brief öffnete und las.
Er bitte mich, schrieb Doktor Kowalk, im Namen meiner Großmutter, noch am selben Tag in seine Kanzlei in der Genthiner Straße zu kommen, noch vormittags, denn er habe mir eine wichtige Mitteilung zu machen.
Meine Großmutter ist tot, sagte ich dem Boten, der gleichgültig mit den Achseln zuckte, mir ein Blatt hinhielt zum Unterschreiben, sogar einen Stift hatte er dabei. Dann eilte er die Treppen hinunter, übersprang zuweilen eine Stufe, wie Florian es oft getan hatte, und war davon.

2
Ich dachte daran, wie mir Florian früher Blumen gebracht, zum ersten Mal, als er vierzehn war, zum letzten Mal kurz vor seinem achtzehnten Geburtstag, bevor er fortging und nicht wiederkehrte. Er hatte drei Wochen nach mir Geburtstag, dieses Jahr würde es der einundzwanzigste sein.
Sie hatten auch Kuchen gebacken und den Frühstückstisch geschmückt, nämlich mit den Geschenken, die sie mir machten, Daniel und Florian, so wie ich es für Florian und Daniel tat, dessen Geburtstag im Dezember lag.
In der Wohnung war es still, eine Taube gurrte vom Dach, es war freundlich aufgeräumt. Wo alle fort sind, könnten sie zurückkehren, und wer schwarzsieht, ist nicht besser, als wer die Hoffnung behält. Und wer das nächste Unglück schon kommen sieht, hält es damit auch nicht ab, hatte ich Florian gesagt, wenn er mich fragte, ob er, wenn er erwachsen sei, noch Tiere und Blumen und Bäume sehen werde, oder ob die Hitze und die Stürme und die Ozeane alles verschlingen würden.
Bis es so weit ist, sagte ich ihm, sollten wir eine Lebendfalle für die Maus in der Küche aufstellen. Denn in der Küche sahen wir früh morgens, wenn ich mit Florian aufstand, um ihm vor der Schule sein Frühstück zu machen, an vielen Tagen eine Maus. Sie ist auch ein Tier, sagte ich, und wenn auch nicht das letzte auf Erden, so freut sie sich doch über glimpfliche Behandlung.“

 

Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

Bushalte in maart

Ze tolereert zichzelf in het bushokje en schopt tegen blikjes
in verdoemenissen, belt naar andere steden zonder wachttijd

denkt naargeestig land dit en mensen zonder regels
tegen het recht van de dommere vechten, de wonderen

laten gelden, verbindingen in schijn uitzoeken
naar andere bestemmingen en nummers opdiepen

oude vijfcijferige telefoonnummers noemt ze uit haar hoofd

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn blog van 11 januari 2019 en ook mijn blog van 11 januari 2015 en ook mijn blog van 11 januari 2016 deel 2.

Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Saskia Stehouwer op dit blog.

 

BAARDGROEI

vannacht ben ik een man die een vrouw kust
en zijn halfnaakte vader belooft
op zoek te gaan naar een bruid

vannacht steelt een vrouw een blauw hertje van mijn balkon
en moppert dat onze kleren haar kat bang maken
zelfs in mijn dromen moeten mensen van me houden

ik vind het dagboek van mijn oma in een wachtkamer
het is druk het loopt slecht af

een man verdwijnt in een veld vol molens
zijn gedachten kleine kinderen die op hun knie zijn gevallen

morgen ontmoet hij een jongen
die een helder beeld heeft van zijn toekomst

morgen zal hij iets kwijtraken en in een hotel gaan wonen
om het terug te vinden

 

BEZOEK

haar wijst naar het noorden
handen wapperen een bevel
naar de tas die onbereikbaar op de grond ligt
een pad dat eindigt in fluisterende auto’s
een vader die discreet zijn kind het perron opduwt

ze raakt mijn schedel
vlak bij de plek
waar jij vroeg
wat ik wilde worden

niemand komt haar halen
haar stem geen partij
voor haar stuiterende armen
lichaam dat wil stijgen
boven alle nieuwbouw
boven de slechte huid
het kan geregeld worden
als de pauze lang genoeg duurt

er is geen kleingeld in dit dorp
wel vrouwen met baarden
en verregende kinderen

we halen de borrelnoten uit de vuilnisbak
en zetten ons aan tafel
kom eens langs
we zitten er nog

 

glimp

toen onze vader het huis uit
en zijn hoofd in liep
hoorden we de deur
dichtslaan

we zagen hem nooit meer
maar er kwamen boodschappen
die ons zeiden wantrouwend te staan
tegenover mensen die lange vakanties boeken

de kleuren veranderden
een helder blauw kwam op de muren terecht
en onze nagels ontwikkelden een duidelijk
groene ondertoon

we leerden op een andere manier naar vogels kijken hoewel we hun namen vergaten
we verzamelden de slakken die ons het meest raakten en legden ze op een hoopje op de keukentafel
we rechtten onze schouders
en ontdekten onze nek

op een dinsdagochtend besloten
we de berg te beklimmen
die naast ons huis verschenen was
terwijl we hoger klommen pelde de wind onze kleren af
onze huid leerde vloeiend een nieuwe taal

weer thuis deden we alle boeken weg
zaten op het kleed en luisterden
naar de wereld die geduldig op onze deur klopte

 

Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

noordwijk, shoarma

onder het groene licht van de tl-buis
eten we in brood gerold vlees
en dromen van reïncarnatie
elders het leven, b.v. op Java

op het strand zijn er maar twee richtingen
alsof goed en kwaad daar voor altijd gescheiden zijn
maar jij lacht

we oefenen vlucht, we zijn koppig
we sluiten met het verleden
een carthaagse vrede

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e januari ook mijn blog van 10 januari 2019 en ook mijn blog van 10 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Leugen & waarheid

‘In potentie zijn we allemaal kleine dictators.’
Gesprek met Richard Wrangham, antropoloog
………………………………………………………………………
Het idee dat een soort zichzelf kan domesticeren werd lang voor onmogelijk gehouden. Er werd altijd van uitgegaan dat de ene soort de andere moest domesticeren, zoals mensen met honden hebben gedaan.
‘In zijn klassieker The Descent of Man komt Charles Darwin heel dicht in de buurt bij het idee dat de mens een zichzelf domesticerende soort is, maar hij schrikt er op het laatste moment voor terug. Hij zag in dat mensen in veel opzichten op gedomesticeerde dieren leken. In de eerste plaats omdat wij in onze persoonlijke interacties opvallend weinig agressief zijn, vergeleken met andere diersoorten.
Maar hij begreep maar niet welk evolutionair mechanisme dat veroorzaakt kon hebben.’
U stelt dat wij mensen steeds minder agressief zijn geworden, omdat in de vroegste menselijke gemeenschappen agressieve, dominante mannen ter dood werden gebracht. Het is, ironisch genoeg, de doodstraf die ons beschaafd heeft gemaakt.
‘De mens is de enige soort die over de cognitieve verfijning beschikt om met een groep mensen tot het besluit te komen dat een agressief element geëxecuteerd moet worden. Je ziet dat nog altijd in bepaalde kleine gemeenschappen. Op de lange termijn heeft dat een systeem geschapen waarin wij beseffen dat wanneer we ons te agressief gedragen, te dominant, te asociaal, we gevaar lopen. Tegenwoordig dreigt dan gevangenisstraf. Maar voordat gevangenissen bestonden was er maar één manier om van mannen – want we hebben het vooral over mannen – af te komen die als een gevaar voor de samenleving werden beschouwd: de doodstraf. Het heeft ons geleerd ons in te houden, ons aan te passen.
U beschouwt die oeroude angst voor executie ook als basis van ons moreel besef, ons altruïsme. Zelfs onze neiging anderen de les te lezen, komt daar vandaan. We zijn dus niet goed, we deugen helemaal niet, we zijn gewoon bang.
‘Ik weet dat veel mensen de voorkeur geven aan het idee dat ons altruïsme voortkomt uit een of andere aangeboren positieve houding tegenover de wereld. En natuurlijk is het ingewikkeld, want dankzij een evolutionair psychologisch proces ervaren we zulke gevoelens ook werkelijk als positief. Ik beweer ook niet dat we enkel goed doen uit angst. Maar ik denk wel dat dit de beste evolutionaire verklaring is voor hoe we aan die positieve gevoelens zijn gekomen.’
Dus zelfs dat stemmetje in je hoofd dat wij ons geweten noemen…
‘…is het gevolg van dat proces. Vanuit evolutionair perspectief is het echt heel lastig te ontkennen dat ons geweten negatieve aspecten in zich draagt. Het wordt geactiveerd door angst voor overtredingen, angst voor straf, angst om af te wijken van de norm.’

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Licht verenkleed

Misschien te laat als een kraai
onze morgen snoeit. Een klap.
En of hij valt en of hij doorvliegt –
Ik vraag te luid of je nog koffie wilt.
Je blik is nors, als uit de dag gebroken.
Het ruikt naar zand. Je vraagt me of ik het weet
dat kraaien ooit wit gevederd waren.
Ik maak de sigaret uit, ik wens mij
weg van hier, ik zou niemand,
ik zou hoogstens één ander willen zien.
Je noemt me: Koronis. Ik wijs naar het raam:
Kijk maar, het uitzicht is niet veranderd!
Wat gaan jou de uren aan die je niet kent?
Ik wil slechts meisje zijn, niet in Arcadia wonen.
Je nagel krabt nog in de as
maar je bent stil alsof je weg bent.
Ik ben te licht voor je mythen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.