Zonder handen, zonder tanden (Tom Lanoye), Roni Margulies

 

Bij Bevrijdingsdag

 


Het Monument voor de Vrijheid in Doetinchem, gemaakt door Marius van Beek, 1995

 

Zonder handen, zonder tanden

Geen woord zo vrij als vrij.
Het weert wat men verbiedt.
Smetvrij, vetvrij. Kogelvrij.
Maar wat is dan ‘gastvrij’?
(Ontdaan van vreemdelingenwaan?)
En vogelvrij: een doel, een straf?
Of een verzuchting op een graf?
Hier ligt hij:
Eindelijk vrij.
Geen woord zit zo gestoord vol zwijnerij.
‘Vrije jongen, vrije liefde, vrije handel.’
En toch loert overal ook angst voor vrije val.
Geen woord bekoort zozeer
Voor wie het hoort,
Geen woord vermoordt zoveel
Van wie er niet bij hoort
Vrij —
wij?
De lucht is vrij,
De vraag is vrij.
De vrijheid niet.
Ze lonkt en vrijt.
Maar zij ontschiet.

 


Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)
Sint-Niklaas tijdens een van de Vredefeesten, ter nagedachtenis van de bevrijding begin september 1944

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

 

RAP IN AMSTERDAM

In het gras in het Rembrandtpark
werd mijn blik gevangen door iets
kleurigs, wat oplichtte in de zon,

ik dacht aan een sinaasappelschil,
keek ernaar, nee, het was papier,
ik bukte me en raapte het op:

Falım!

Een stel jongens van een jaar of dertien
liepen vlak langs me
te rappen in het Turks.

Tsjik tsji-tsjik tsjak!

Een hond ontsnapte en ging er vandoor.
Met z’n allen joelden ze hem na.
De baas keek geërgerd.

Zijn die jongens in het buitenland? O nee?
Waar komen ze dan vandaan? Als we terug
zouden gaan, waar moeten we dan heen?

Als we nu elk een pakje kauwgom kochten,
“Zes kauwgom alstublieft, meneer Ahmet”,
het openmaakten en onze toekomst lazen,

wat zou er dan in staan?

 

Vertaald door Sytske Sötemann

 


Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2020 en eveneens mijn blog van 5 mei 2019.

 

Erfenis (Ted van Lieshout), David Guterson

 

Bij 4 mei (Dodenherdenking)

 


Oorlogsmonument in Raalte

 

 

Erfenis

Ooit was de wereld in zwart en wit
en van dat verre vroeger bleven beelden
bewaard vol bergen aangeharkte mensen
die vier poten hadden gekregen van de dood,
en uitgewoonde ogen. Ze zagen niet eens
dat ze bloot waren en op elkaar gestapeld,

schaamden zich niet voor hun onverschilligheid,
maalden niet om manieren, bekommerden zich
niet om wie thuis wachtte op een teken van leven.

Ik huilde van schrik; ik erfde hun tranen,
want er moet íemand om ze blijven geven,
nu de wereld in kleur is en in mij ging bestaan.

 


Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)
Oorlogs- en bevrijdingsmonument in Eindhoven

 

De Amerikaanse dichter en schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

 

Het verlaten van de Bardos

Het is een moment van spijt,
Ouders te vinden.
Je wordt wakker in het oude rijk.

Werd je wil geëerbiedigd?
Stel je voor dat alle geliefden in de bewuste nacht
God zagen aan Zijn verre kust.

Je valt erin. Met schuim bedekt, dicht opeen,
Die twee happen naar adem als vissen op een dek
En keren terug naar hun lakens en de geopende deur.

Zo ben je weer gebonden
Met je last, maar zonder staf.
Liefde, jij vreemdeling, is je weg terug.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei  mijn blog van 4 mei 2019 deel 2.

Erik Lindner, Erich Fried

De Nederlandse dichter en schrijver Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

Uit: 51 manieren om de liefde uit te stellen

“Karmele haalt de sleutel uit het slot en loopt de winkel binnen, houdt de klapdeuren open en laat de honden vrij. Het is het lunchuur, haar vader is gaan zwemmen. De honden lopen met haar mee naar buiten, ze springen tegen haar op en likken haar handen. Ze sluit af, steekt het plein over en gaat de straat in die uitkomt bij de haven. Hier is het stukken lichter dan in de oude stad, de baai kromt tot aan de bergen op het einde. Een eilandje ligt midden in de baai, op de kustlijn met de uitlopers aan beide kanten. De honden rennen heen en weer, houden telkens stil om even ergens aan te snuffelen, ze blaffen naar de laagvliegende meeuwen. Karmele loopt langzaam over de kade. Ze draagt een witte blouse en een ruimvallende lange rok. Achter haar tekent de Monte Urgull zich af, de berg op het schiereiland. Er staat een Jezus-beeld op de top met een antenne op zijn rug. De haven op dit uur is rustig, her en der dobberen aangemeerde vissersboten. De twee honden liggen hijgend op hun zij op de kade. Kerkklokken klinken op uit de binnenstad. Karmele is gaan zitten, heeft een been opgetrokken en steunt met haar arm op haar knie, haar andere been hangt over de rand van de kade boven het water. Ik weet niet wat ze denkt, zelfs niet of ze vrolijk is of niet, ik weet alleen dat ze zolang ze thuis is hier elke dag zit.
De stad aan de baai is een klein labyrint. Ik kan er een tekening van maken met naast het schiereiland een windroos in zee, twee dwarsstreepjes voor de toegangen naar het centrale plein, de huizenblokken volgekrast. Ik kan met mijn vinger door de plattegrond van straten gaan. De berg op het schiereiland wordt omcirkeld door een grote lus, erbinnen kringelen hoogtestrepen. Links begint onder de haven de lange baai, die beslaat een kromming waarvoor het blad niet groot genoeg is. Aan de overkant van het kanaal dat naast het schiereiland uitmondt in zee, zijn de straten veel breder en lopen naar het station waar de trein uit het binnenland aankomt en omkeert naar de grens, niet ver in het noorden, bij de uitlopers van de bergen.
Aan de ene kopse kant van het plein is een terras, aan de andere kant de bibliotheek. De balkons aan de lange kanten zijn op alle etages genummerd. Daar is een sjabloon voor gebruikt, de cijfers zijn identiek en lijken op die van een typmachine.”

 


Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Oefeningen met het oog op een wonder

Voor de lege bouwplaats
met gesloten ogen wachten
tot het oude huis
er weer staat en open is

Naar het stilstaande uurwerk
zo lang kijken
tot de secondewijzer
zich weer beweegt

Aan je denken
tot de liefde
voor jou
weer gelukkig mag zijn

Het opwekken
van doden
is dan
heel eenvoudig

 

Vertaald door Harry Gielen

 


Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2022 en ook mijn blog van 3 mei 2020 en eveneens mijn blog van 3 mei 2019 en ook mijn blog van 3 mei 2017 en mijn blog van 3 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Rob Waumans, Gottfried Benn

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: Oevers

“Daar is de rivier. Ze staken hem deze vakantie regelmatig over bij hun tochtjes naar de bergen, naar dorpjes en het zwemmeer. Toch is hij verrast. Het water stroomt geruisloos maar razendsnel. Op het pad staat hij even stil. Vanwege de kracht waarmee het ijsblauwe water in westelijke richting naar de veertien kilometer verderop gelegen hydraulische krachtcentrales dendert, verwacht hij geraas, maar het enige dat hij hoort zijn koolmezen, lijsters en de alarmroep van een merel. Uit zijn keel ontsnapt een lage bromtoon, als uiting van tevredenheid. Het onlangs geasfalteerde pad doet hem aan de fietspaden in eigen land denken. Hij komt in beweging, stroomopwaarts, in de richting van de besneeuwde toppen die door de zon feloranje kleuren. De vogels, het water, de afwezigheid van mensen, de kalme tred en het pad dat recht als een schietlood voor hem ligt, zouden hem moeten ontspannen, maar dat lukt nauwelijks.
Elf dagen geleden waren ze op de kleine camping gearriveerd. Onmiddellijk nadat Luc de auto bij de tent had geparkeerd, trok Boaz – de oudste – zijn step uit de achterbak en reed erop weg om de camping te verkennen. Rik sjorde een tas uit de achterbak, sleepte hem naar de tent en probeerde daarna een plastic krat met boodschappen uit de auto te tillen. Luc kon niet voorkomen dat een fles wijn op het grindpad uiteenspatte. Hij bleef kalm, wat hij als een bescheiden overwinning beschouwde. Rik vertrok daarna ook op zijn step, maar pas nadat Luc met een zwarte marker het nummer van de staanplaats op zijn handje had geschreven en hem een paar ijkpunten in de buurt van hun tent – het doucheblok, de zendmast – had aangewezen. Luc veegde de scherven bij elkaar, haalde de rest van de bagage uit de auto, zette de tassen met kleding in de slaapruimtes en ruimde het keukentje in. Van de zes blikjes Heineken zette hij er vier in de koelkast en twee in de vriezer. Deze safaritent was kleiner dan die bij voorgaande vakanties. Dit jaar had hij via een andere reisorganisatie geboekt en hij had nu al spijt dat hij van zijn routine was afgeweken.”

 


Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Chopin

Niet erg vlot in het gesprek,
meningen vormden niet zijn sterkste zijde,
meningen praten om de zaken heen,
wanneer Delacroix theorieen ontwikkelde
werd hij onrustig, terwijl hij op zijn beurt
niets zinnigs kon zeggen over de nocturnen.

Zwakke minnaar;
schaduw in Nohant
waar George Sands kinderen
zijn pedagogiese adviezen
in de wind sloegen.

Longziekte met een verloop
dat langdurig is,
vol bloedingen en vorming van littekens;
stille dood
in tegenstelling tot een dood
met pijnparoxismen
of door geweersalvo’s:
men schoof de vleugel (Erard) voor de deur
en Delphine Potocka
zong in het laatste uur
voor hem een viooltjeslied.

Hij reisde naar Engeland met drie vleugels:
Pleyel, Erard, Broadwood,
speelde ’s avonds voor twintig guineas
een kwartier lang
bij de Rothschilds, de Wellingtons, in Strafford House
en voor talrijke Kousebanden;
grauw van vermoeidheid en doodsbesef
keerde hij terug
op de Square d’Orleans.

Toen verbrandde hij zijn schetsen
en manuskripten,
vooral geen restanten, fragmenten, notities,
die vormen van verraderlijke inkijk –
en tenslotte zei hij:
‘Mijn pogingen zijn voltooid naarmate
het mij mogelijk was.’

Iedere vinger moest spelen
met de kracht die bij zijn bouw past,
de vierde is de zwakste
(slechts siamees met de middelvinger).
Als hij begon lagen ze
op e, fis, gis, b, c.

Wie ooit bepaalde preludes
van hem hoorde,
in buitenhuizen of
in een bergdorp
of vanuit open verandadeuren,
bijvoorbeeld uit een sanatorium,
zal dat moeilijk vergeten.

Komponeerde nooit een opera,
geen enkele symfonie,
alleen deze tragiese progressies
vanuit artistieke overtuiging
en met een kleine hand.

 

Vertaald door Huub Beurskerns

 


Gottfried Benn (2 mei 1886 – 7 juli 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2022 en ook mijn blog van 2 mei 2021 en ook mijn blog van 2 mei 2018 en ook mijn blog van 2 mei 2017 en ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Ehre der Arbeit (Ferdinand Freiligrath), Aleksander Wat

 

Bij 1 mei

 


The History of Labour door Maureen Scott, 1975

 

 

Ehre der Arbeit

Ehre der Arbeit
Wer den wucht’gen Hammer schwingt;
Wer im Felde mäht die Ähren;
Wer ins Mark der Erde dringt,
Weib und Kinder zu ernähren;
Wer stroman den Nachen zieht;
Wer bei Woll’ und Werg und Flachse
Hinterm Webestuhl sich müht,
Daß sein blonder Junge wachse: –

Jedem Ehre, jedem Preis!
Ehre jeder Hand voll Schwielen!
Ehre jedem Tropfen Schweiß,
Der in Hütten fällt und Mühlen!
Ehre jeder nassen Stirn
Hinterm Pfluge! – Doch auch dessen,
Der mit Schädel und mit Hirn
Hungernd pflügt, sei nicht vergessen!

 


Ferdinand Freiligrath (17 juni 1810 – 18 maart 1876)
Het centrum van Detmold, de geboorteplaats van Ferdinand Freiligrath

 

De Poolse schrijver en dichter Alexander Wat werd geboren op 1 mei 1900 in Warschau. Zie ook alle tags voor Aleksander Wat op dit blog.

 

Voor het zelfportret van Dürer in Weimar
(in twee variaties)

1

Je lichaam kleurt groen van schrik,
wanneer je ’s nachts wakker wordt. Om het angst waardig tegemoet
te treden,
ga je naakt voor de spiegel staan, met de kaars in de hand.
Elke vezel van je lichaam
bezwijmt van afgrijzen,
siddert van angst.
Wat vreselijk om ’s nachts je spiegelbeeld tegen te komen,
wanneer het je ’s nachts wekt: ‘Kom,’ roept het, ‘kom, ventje.’
En vervolgens zonder poespas: ‘En nu terug!’
Als een korporaal tegen een recruut, die van het slagveld weg dacht te
komen.
Vruchteloos.
De kachels zijn al opgestookt. De rookt stijgt hemelwaarts.
‘Terug,’
beveelt de korporaal. En jij weet: terug nergens heen.
Naar het niets.
Dat een kluwening van doodschrik is
waarvan het haar de oerarchaïsche Medusa te berge rijst.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 


Aleksander Wat (1 mei 1900 – 29 juli 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2021 en ook mijn blog van 1 mei 2020 en eveneens mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Jeroen Brouwers, Ulla Hahn

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: De zondvloed

“Jaren geleden woonde ik in een verwaarloosd huis in het hart van een dennenbos, omringd door stilte die grensde aan absoluutheid, – de stilte die klinkt nadat het revolverschot is afgegaan. Soms kwam de wind in het bos, en veroorzaakte tussen de stammen het geluid dat hoorbaar is als men in een lege fles blaast, maar de rest van de tijd bewogen alleen de hoogste toppen van de bomen, zonder geluid. Behalve door stilte werd mijn bestaan er beheerst door vocht. Het altijd groene bos was altijddurend vochtig, want geen zonnestraal drong tot de mosgrond door, en het huis viel met geen mogelijkheid droog te stoken, nog niet met de grootste kachel die ik had kunnen vinden en die ik brandende hield met kolen, met hout, met de verzamelde werken van tal van schrijvers en voorts met alles wat maar vlam wilde vatten: – binnenmuren, vloeren en plafonds van het huis bleven met waterdruppels overdekt alsof zij, ontroostbaar, niet konden ophouden met huilen, en waar de warmte niet tot de andere vertrekken kon doordringen raakte alles behangen en belegd met tapijten van schimmels en zwammen in vele tinten grijs. Dagelijks begon ik omstreeks elf uur in de ochtend jenever te drinken, om tegen het eind van de middag, bij het grauwer worden van het toch al altijd grauwe schemerlicht dat er hing, een tot de bodem geledigde fles uit het raam van mijn zogenaamde werkvertrek het bos in te gooien.
Het was in het jaar dat ik drieëndertig was geworden, – het rampenjaar in mijn leven tot dusver: alle kabels waren doorgehakt, alle ankerkettingen doorgeroest, alle schepen gezonken, – de tijd voor de balans was aangebroken, het was tijd voor conclusies.
Eerder dat jaar, in de vroege lente, was er een novelle van mij verschenen: mijn vijfde literaire publikatie in boekvorm, – ik sloot er de beginperiode van mijn schrijverij mee af. Van deze novelle verschenen vele jubelende recensies, maar evenals mijn vorige boeken bleef ook dit boek onverkocht, en niet lang later werd het evenals mijn vorige boeken aan een ramsjfirma van de hand gedaan. Iedere boom is goed om je aan op te knopen, iedere hoogte is goed om je van te pletter te storten, ieder water is goed om je in te verdrinken. Niet, dat ik per se dood wilde, hoewel, als het niet Anders kon zou het mij ook weinig hebben kunnen schelen, – ik verlangde om er een poosje niet te zijn, om een paar maanden á een halfjaar in een soort slaap, of roes, of een nog andersoortige toestand van onbewustheid, door te brengen om niet aan ‘het leven’ te hoeven deelnemen.”

 


Jeroen Brouwers (30 april 1940 – 11 mei 2022)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Ik ben de vrouw

Ik ben de vrouw
die je nog eens zou kunnen bellen
als de televisie je verveelt

Ik ben de vrouw
die je weer eens zou kunnen uitnodigen
als iemand heeft afgezegd

Ik ben de vrouw
die je liever niet uitnodigt
voor de bruiloft

Ik ben de vrouw
dat je liever niet vraagt
naar een foto van haar kind

Ik ben de vrouw
die geen vrouw is
voor het leven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

K. P. Kaváfis, Monika Rinck

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

Lieflijke stemmen

Zeer lieflijke stemmen die voor immer
zwegen, die alleen in
een verdrietig hart droef weerklinken.

In de dromen komen angstig en nederig
de zwaarmoedige stemmen;
zij brengen in onze zo zwakke herinnering

dierbaren die gestorven zijn; hen bedekt koude,
koude aarde en voor hen straalt
nooit meer vrolijk het morgenrood, lentes bloeien niet.

De zangerige stemmen klagen; en in de ziel
klinkt de eerste poëzie
van ons leven – als muziek, ’s nachts, in de verte.

 

 

Geschilderd

Ik besteed zorg aan mijn werk en houd ervan.
Maar vandaag ben ik ontmoedigd omdat het dichten zo traag gaat.
De dag heeft mij beïnvloed. Het wordt
aldoor donkerder. Aldoor wind en regen.
Ik wil liever kijken dan schrijven.
Op dit schilderij zie ik nu een mooie jongen
die nabij de bron is gaan liggen,
vermoedelijk moe geworden van het rennen
Wat een mooie knaap; wat een goddelijke middag
heeft hem overvallen om hem in te doen slapen. –
Zo zit ik lange tijd te kijken. En terug in de kunst,
kom ik tot rust na mijn werken aan de kunst.

 

Ionisch

Ofschoon we hun beelden braken
ofschoon we hen verjoegen uit hun heiligdommen
zijn de goden helemaal niet gestorven.
O aarde van Ionië, jou hebben ze nog steeds lief,
hun zielen gedenken jou nog immer.
Als over jou een augustusmorgen daagt
doortrekt de adem van hun leven jouw atmosfeer
en soms – vaag, snel en vluchtig, – gaat
over de toppen van je heuvels
een efebeachtige gestalte voorbij.

 

Vertaald door Hans Warren en Mario Molegraaf

 


K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)
Bronzen borstbeeld uit 1982 door Kostas Valsamis in Athene

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

berouw

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen, hier is een voorstel:
doe het beter meteen en doe het snel. Dan hebben jullie meer tijd over
om het te berouwen. Hoe pakken jullie het aan? Ik zou het wel weten.
Ik zeg het niet. Ah, het zou eigenlijk nog sneller kunnen gaan.
Zijn jullie oud? Ik vraag het maar. Je reinste hoon. Ver weg. Kijk hier,
bijvoorbeeld dit kopje. In folie verpakt. Heeft iemand hier
een mes? Of een draad? Heeft iemand onder ons hier
het bewustzijn dat het verder gaat? Ten gunste van ons?
Kusje, liefje! Laat dat. Ik zal een advocaat bedenken,
die het tegengaat, ha. Ik zal een advocaat bedenken
die zich in jullie lobby ophangt, explodeert, in vlammen opgaat.
Wat willen jullie erin? Watjullieerinwillen, wilikweten. In het kopje.
Het ingepakte. Jullie willen nog wat dralen. Goed, draal dan.
We hebben tijd. Natuurlijk niet! Wie uit jullie groep nu nog verder
wil dralen, betreurt dan voortaan alsjeblieft wat achterwege blijft.

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 


Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e april ook mijn blog van 29 april 2019.

Gerbrand Bakker, Monika Rinck

De Nederlandse schrijver Gerbrand Bakker werd geboren in Wieringerwaard op 28 april 1962. Zie ook alle tags voor Gerbrand Bakker op dit blog.

Uit: Jasper en zijn knecht

“Ik droom regelmatig over opa Bakker. Ik denk dat ik erg van hem gehouden heb. In die dromen is zijn geur altijd heel sterk, zo’n typische oudemannenlucht, die bij een vreemde, oude man niet lekker of zelfs vies is. Bij opa Bakker was het lekker, ik pakte hem graag vast. Vlak nadat oma overleden was, had hij er ook niet zo’n zin meer in, uiteindelijk heeft hij het in zijn eentje nog zeven jaar volgehouden. Hij begon gebakken aardappelen te eten en ging weer naar de kapper waar hij van oma niet heen mocht. Hij kon zijn tijd vullen, dat was knap, en heeft tot de dag waarop hij stierf in zijn eigen huis gewoond. Hij had een hekel aan bepaalde nieuwslezers omdat hij die niet kon verstaan. Noraly Beyer was puik, Pia Dijkstra kon hij met moeite verstaan, maar het waren vooral de mompelmannen waar hij niets van hebben moest. Hij was altijd blij als je langskwam. Ik heb hem nooit horen klagen. Nee, dat is niet helemaal waar, hij zei wel eens hoe vreselijk het was als iedereen om je heen wegvalt, als je vrouw, familieleden en al je vrienden een voor een doodgaan. Hij maakte kruiswoordraadsels en redderde zo de hele dag een beetje door. Toen hij op mijn afstuderen kwam in 1992, hij was vierennegentig jaar oud — had hij de dag ervoor met opzet niet de tuin gemaaid, om extra fris te zijn. Ik denk dat hij tevreden was. Dat is een mooie staat van zijn, tevredenheid. Tot het einde heeft hij een kuif gehad. Een mooie man was hij. Naarmate hij ouder werd, kreeg hij steeds meer een zwembadpas. Ik weet dat mensen hebben geprobeerd de zwembadpas na te doen, of na te gaan hoe die geweest kan zijn, maar mijn grootvader deed het helemaal uit zichzelf. De schouders wat naar voren, de onderrug ook wat krom en dan beide armen altijd naar achteren bij het lopen, de handen duwend tegen de lucht als was die water. Dat gaf hem tot op hoge leeftijd een heel energieke uitstraling; hij was doelgericht ergens op weg naartoe. Mijn vader heeft die zwembadpas voor de helft: de schouders naar voren en de onderrug krom, maar hij zwaait niet met zijn armen, laat staan dat hij door de lucht maait met zijn handen. Er is bij hem dus geen sprake van een zwembadpas. Ik kijk wel eens opzij naar mezelf als ik langs een grote ruit kom. Nog lang niet de houding van opa of vader. Ik vrees dat ik veel meer op mijn oma lijk dan op mijn opa. Oma was zo iemand die in staat was een trui die ze voor me aan het breien was onmiddellijk uit te halen als ze hoorde dat ik met mijn vriendinnetje Joke een weekend naar Parijs zou gaan.”

 


Gerbrand Bakker (Wieringerwaard, 28 april 1962)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

krachtens een raster

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen, haren, uren, begeerte,
bolides, de stortberg brandde. Ruimtewapens stortten neer,
ongeremd als suikerwerk in hotels met binnenbaden. Ik zag dat
de stoeterij in de laagvlaktes aan plunderaars ten offer viel,
of was ’t het wegkwijnen van een winde? Doe iets! Krachtens
een raster! Laat zakken. Knipperend in de dwaze asymptoten kijken.
Ik zag wat gloeide uitgloeien, zag het doven en geleidelijk vervagen.
Ik zag dieren die zichzelf molken. Zag hoe bevers het een of ander
door een zeef draaiden. Ronde hoeves cirkelden, een kudde brak
in paniek dwars door een reusachtig speldenkussen, riet! Ik zag
de opgezweepte blos op de wangen der tenoren. Ik zag gangsters,
kopergroen, gemengde terreinen, mimesis. Vlechtwerk was de wapenhandel
van een taalfamilie. Superieure drugskoeriers zag ik gegrild vlees
en Pekinggroente verorberen. Ik zag: schaakhostessen
deden hun boodschappen in volgzame onmacht, opa’s, plaatsaanwijzers.
Ik keek omhoog naar de hemel. Daar waren grote vogels, trokken
hun lijnen, sloegen af. Alsof zij, ook zij, wezen op een moord.

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 


Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook mijn blog van 28 april 2021 en ook mijn blog van 28 april 2020 en eveneens mijn blog van 28 april 2019 deel 1 en ook deel 2.

Robert Anker, Edwin Morgan

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Het goede schip

In Amsterdam bij Kostverloren door de brug
kwam het hoge schip, het had de luiken open
gevaren in de stad. Het was een ochtend in april
het verkeer was stil gevallen, zelfs geen fietsbel
rinkelde want aan dit varen kwam geen einde.
Ik stak een sigaret op, met de kringelende rook
– het was windstil, het raam stond open van de auto –
tilde zich uit mij verloren wimpeling hoog op
in de lucht, met de hartslag van het schip, het zachte
razen van de stad, het tjilpen van de vogels
toen een rinkelende bel mij maande op te gaan
naar mijn verloren doel. Ver weg al zag ik net niet
haar naam onder de vlag, van de schroef het witte water.

 

Kleine Geschichte des historischen Materialismus
(De val van Icarus)

Geen boer die ooit begrijpt
wat zijn ploegen overhoop haalt.
Geen visser die beseft
wat zich niet vangen laat, zich hecht
aan een zwaarbeladen kiel,
die ruimte koos voor geld.
Toch zijn ze allen tot het eigen
handwerk ingekeerd (het is een zot
die zich maar steeds kapot vliegt
op veren, te licht voor ander heil).
De boer staat eindelijk voorop.
Geen schoonheid dan de onbedoelde
symmetrie der voren,
dan wat een vogel er in vindt.

Eeuwen was het stil toen plotseling
dit landschap in beweging kwam,
los van ons denken, onze wil.

Ik kijk omhoog, ik weet het niet,
leun op mijn stok of ik iets mis,
krab dan mijn hond, mijn schapen op de kop.

 

Uit het dorp

1 Koga miyata

Sta op, het is nu zondag aan de voorkant.
Durf een deur naar buiten uit het hoofd.
Geranium. Balkon voor jou alleen.
Geen straatgedruis beneden; slaap en zon.

Haaks op mijn kaatsend kijken komt geruis
van banden aan, massageolie, zweet:
de Pinksterrace. In Hoofddorp is de finish.
Hun verte is het wegdek, hun tijdsbesef
teruggebracht tot tienden van seconden.
Een bidon is toereikend voor hun dorst.

Ik ga terug naar binnen, naar het dorp
waar ik gewoond heb. In het hoofd dat ik
bewoon ontfiets ik slingerend mijn angst.
Spitsuur raast aan alle kanten langs.

 


Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

Noors

Ik kende zijn naam goed, maar kon me hem niet meer herinneren.

Hij was Noorwegens antwoord op Robert Burns, een plattelander
tussen de erudieten, en hun eerste modernist.

Weet je niet wie ik bedoel? Ik heb hier geen boeken
om het na te kijken, maar heb ooit een lezing over hem gegeven:
Niet-Engelstalige modernistische schrijfstijl.
Niet Arne Garborg, hoewel hij de Odyssee wel
in het Nynorsk vertaalde, die vooral romanschrijver was. Was het Obstfelder
of Olaf Bull? Misschien was hij het wel. Hij overlapte de Victorianen.
Jij zou het moeten weten. Ik zou het moeten weten. Maakt niet uit –

Wat verbazingwekkend was in de droom, was
dat ik hele strofen van zijn gedichten uit mijn hoofd kon opzeggen.
was zelfs verbaasd over mezelf terwijl ik sliep.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Edwin Morgan (27 april 1920 – 19 augustus 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2024 en ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

vater im luftraum, nimm uns die angst
vor jeder verwandlung, öffne den schaltkreis
in unserm gehirn, der dich sieht
noch während wir atmen
noch während wir klagen
erscheine uns lächelnd und klar.
unsre gefährten: mütter und väter
brüder und schwestern und hunde
jetzt liegen sie da, erstarrt
und erwachen nie wieder.
wir kannten sie nur in bewegung
und sprechend. jetzt liegen sie da
wie die steine. vater im luftraum
lass uns die steine sprechen hören
in unsrer größten not, nimm uns die angst
vor jedem verlust, zeig uns das leben
hinter der stille.

 

der unterschied zwischen einem stein
und einem hund
scheint für menschen gewaltig zu sein.
bewegung und wachstum
fortpflanzung und entwicklung
stoffwechsel und reizbarkeit
die merkmale alles lebendigen: die ehernen sechs.
in allen schulen dieser welt
werden sie gelehrt. sie vollständig
zu nennen, und zu begründen
warum eine kerzenflamme nicht lebt
obwohl sie im wind flackert
wird immer belohnt.
10-jährige hören auf mit steinen
zu reden, mit ihren stofftieren und stöcken.
ihre gehirne verändern sich, unmerklich
von komplexeren, verzweigten galaxien
zu einfachen datenautobahnen
die nur noch im kreis fahren.
äußerlich wachsen unsere schädel
einschließlich ihrer zerfurchten füllung
aber es sind nur die raststätten, die wachsen
nicht die straßen. nur die raststätten
wachsen zu immer größeren löchern
heran, um in sich tausendschaften
zu versammeln. alle raststätten aller gehirne
sind restlos überfüllt. in jedem
quadratmillimeter lungern reisende
millionen ausgewachsene
müde gestalten
kinderzimmerträumende krüppel.

 

hölle

schlag dir das köpfchen mit einem schlag
ab! esse die äuglein, schlucke ein lämpchen
zieh auch zwei drähtchen bis zu den äuglein
drücke von außen die taste, dreh’s rädchen
siehst du beleuchtet von innen die hölle
klippen & trolle, ausgedehnte blubberseen
aufgelöste ballen, stollen, nirgendwo nirgendwo
feen. – überall falten, überall waltet
knüppelnde, treibende, stückelnde kraft.
alle die äuglein drehn sich & sehen
saugen & glauben sich tüchtig dran satt:
DAS IST DIE HÖLLE von innen besehen!
ziehe am drähtchen & zieh jedes äuglein
nach draußen & hole das lämpchen herauf
heb dir das köpfchen mit einem hub drauf.

 

in de kelder

uit mijn ogen kijken mijn vaders
als uit weckpotten: vormeloze vruchten.
Ik bewaar ze op planken in de kelder.
Ik eet ze niet. Ik haal mij iets vers
van de hoofden die met mij mee dwalen
op zinkende, hinkende ledematen.

alleen soms stoot ik er van achteren tegenaan
dan ligt daarin een vader in stukken.
& morgen lig ik in de kelder van zonen
& hou mezelf vast op de donkere planken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.