Breyten Breytenbach, Crauss

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

Uit: Intimate Stranger

“If we want to know what it felt like to be alive at any given moment in the long odyssey of the race, it is to poetry we must turn.” (Stanley Kunitz)
For when you hold a poem to your ear you hear the deep-sound, the movements we are part of, conveying not so much a literal meaning as an existential sense. It constitutes the spinal chord of remembering. And it reminds us that remembering is movement.
Yehuda Amichai once claimed that poetry was the last art form meant for the single human voice to communicate in a totally free fashion across boundaries of tongue and of time. Nothing could be more personal and nothing could be more selfless. It may be described as a Way of Telling (off) the Self. He might as well have added that it is also the first form, the most ancient chant of daybreak, fragile and indestructible. It conveys no power (except the non-power of freedom and free-fall); it normally doesn’t give access to privilege or to status. Alles van waarde is weerloos, the Dutch poet, Lucebert, wrote. “Everything of value is defenseless.” And the defenseless should be held cupped in the heart.
Over the ages contexts fade to a palimpsest, references become interpreted to an utter corruption of the original intention, the religion within which the poem lived like a fish in its ocean or bathtub of unsolicited understanding will have disappeared, the music to which it was set no longer exists -and yet this thing, this harmless but explosive mining metaphor and tool tracing the texture of living, this frail bark-the poem-comes to us down the ages in an instantly recognizable shape. As drunken boat. I am the beloved addressed by Li Bai in his Middle Kingdom lament all of these many centuries ago; the deep-sound comes to me through the mutation of a tongue of languages. The poem survives unadulterated because poetry partakes of the how it is to be alive, not the because or the therefore.
It is, always, a homage to all those alive at the time of reading it-written in the possible tense, not the past or the future imperfect, but the perpetual might-be: when it functions fully it will bring a tongue-exciting beauty and appear as effortless as water seeming in a well. And curiously, it is as always an epitaph, drenched and darkened by an inkling (and inking) of death as certain and as enlightening as dawn; it will be water smoothed by wind which came from nowhere, waiting to be drawn by Charon’s oar. And the voice will remain encapsulated in its form the way wind is born from nothing. The poem is crypt, or just a hollow in the ground, where the swaddled remains of rot-darkening flesh has long since perished but where the voice is kept alive. The poem is the phone booth of the ancestors.”

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook alle tags voor Crauss op dit blog.

 

I

Opheliaten

ontzagwekkend water: de ouden staan
klaar op het corroderende doek. Vernis;
vedute, een dam opheliaanse pezen.
natuur en vermoeidheid, sproeikraag
aan gerimpelde halzen; het plezier in schoonheid.
verdrinken. het STRANDEN zal bron zijn.

II

de rivier is zwijgzaam. geen steen,
geen ijzig gorgelen; de meisjes
sterven ergens anders, hier rusten ze. enkel:
is deze TRANCE niet bedrieglijk? wij hebben
ervaren, water kan meer. en eenzaam
reeds wordt het wachten voor de knapen.
open breken de wegen en scheuren. daar!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Crauss (Siegen, 19 september 1971)

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2020 en eveneens mijn blog van 16 september 2019 en ook mijn blog van 16 september 2018.

Lucebert, Crauss

De Nederlandse dichter en schilder Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook alle tags voor Lucebert op dit blog.

 

omeinse elehymne

wit en licht ligt mijn geest op de maan
als mijn lijf op de goudschaal der zon
van de zuil van de nacht kraait de haan
als de taal van de donkre kolom mijner tong

ei en oer in de dans van het zaad
straalt de mens – hij kent de pijl hij kent de boog
ben ik de jacht ben ik de jager van de laat
op land gebrachte ziel – zij staat gehoor zij staat gevangen in mijn oog
o dans als de lopende borst van genot
leng mij mijn ijlte pijlen – vlug van getal en van droom
tis in volt van het vuur of in stilt van het steen
dat gij rust als de vrucht als de vondeling god

 

Oogst

Nacht. de zomer gaat dood in de nacht
Krampachtige veren vallen, krimpend rondom
Worgen de wolken de bergen
In de dorpen gefluister en klinkende lippen

Nimmer nog gingen gouden ogen zo ver
In het blinkende woud hurken de slapers
En zilveren netten bedelven de herfstzee

Zo’n zacht spel is de regen
Dat vruchten van verlangen vallen
En handen gaan open een kruis
Is gekust en een mes en de dorst
Met de donkerste vlammen gelest

 

Sin & Meriba

Jezus lag te lachen
omdat hij geen eten meer had
leeg was de aarde en zwart
maar jezus lag te lachen

Dood was het dagelijks brood
en dood het gedienstige dier
dood de gewillige schoot
de gespierde wil een vampier

Geen pijn en geen angst geen licht
de vensters helder en kuis
de nacht met een stalen gezicht
sloeg een gezuiverd gezwel aan het kruis

De haan daarenboven driemaal
in de droom van de routineur

in het voorhang een veilige scheur
en weer wakker vrij van verhaal

Dit was hel en woestijn
dit de grimmige rots
en daar moest het lachen zijn
om gods brood en de wateren gods

 

Lucebert (15 september 1924 – 10 mei 1994)

 

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook alle tags voor Crauss op dit blog.

 

het terras

de middag is zwak. de acacia’s geuren,
ergens vandaan klinkt conga: boventonen, of het ruisen
in ‘t oor?! Saint-Tropez kleedt zich netjes voor de avond,
maar jij droomde weer van ophouden. doet je
de warmte goed of niet?! je vriend, terwijl jij
slenterend verwelkte, is in slaap gevallen
in de zijdeachtige schaduw van zijn terras, weggezonken
in de plooien van een japanse kamerjas, jij grijnst,
wilde hem naakt; schraapt zachtjes je keel, “SIGNAL!”
brul je dan, “aperitief!”

de oleander staat in bloei. dat is het eerste.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Crauss (Siegen, 19 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn blog van 15 september 2020 en eveneens mijn blog van 19 september 2018 en ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Hans Faverey, William Carlos William

De Nederlandse dichter Hans Faverey werd op 14 september 1933 geboren in Paramaribo. Zie ook alle tags voor Hans Faverey op dit blog.

 

Eenmaal los gelaten door zijn hand

verheft zich de boemerang,
doorklieft het luchtruim,
wil al niet meer terug,
ruikt de zee, ziet de zee,
scheert over het water

en duikt onder. Net of zij nog
klaar zat op haar gonzende heuvel,

de uitgekookte jageres

met de stervormige violette irissen,
met haar twee lynxen aan haar voeten
op scherp; alledrie dezelfde indringende
starende blik die je blijft volgen
tot je denkt te zijn ver-
dwenen uit zicht.

 

Het landschap om mij, in mij

Het landschap om mij, in mij
ademt aandachtig.

Zonder haast verteert het zichzelf. Dit

zijn de wortels van de wind
die blootliggen: mijn
ruggemergszenuwen. Hier slijt

mijn hart, ontstaat zand, woelt soms
licht onder mijn nagels.

Een andere ruimte dan deze
aanvaard ik niet; zingen

doe ik zelden.

 

Lichtval

voor Remco Campert

Een paraplu aan zee:

soms is de zee een bol;
soms is de zee
niet zo’n bol.

Als iemand een paraplu heeft:
ging hij de paraplu open doen

en de paraplu wegwerpen,

of zich inzepen met zee?

De rat-race naar zee –
zwijgen dat doorbreekt;
spitskool die doorschiet;

het gekke woord lemming;
mijn lichaam aan zee.

 

Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Om een oude dame te wekken

Ouderdom is
een zwerm kleine
tjilpende vogels
scherend
langs kale bomen
boven verijsde sneeuw.
Stijgend en vallend
wordt het ze lastig gemaakt
door een donkere wind –
Maar kijk!
Op harde ruigtehalmen
is de troep neergestreken,
de sneeuw
ligt vol geschilferd
kaf
en de wind wordt getemperd
door een hoop
schril gepiep.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2020 en eveneens mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

Tõnu Õnnepalu, Werner Dürrson

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

 

A very windy day, delicate young leaves soaring in the air

A very windy day, delicate young leaves soaring in the air.
Then rain. Then evening. Then wine,
then I wonder: what else could there be?
Even love, that grossly overrated real estate.
When you go to look, only a railroad car
that stops for a moment, and the sun does shine
upon the platform, the roses, those waiting;
it’s just that you have nothing to do with it.

The wind stirs up more clouds from the sea;
they are dramatic in sunset,
the light as if made of a metal.

 

Vertaald door Adam Cullen

 

4. Dezember, Donnerstag.

Tod, du Guter, du bist es,
der uns mit dem Leben
am sichersten verknüpft.
Heute hat es wieder geschneit.
Die Flocken waren groß und stoben,
als wäre wieder Frühling.
Als wäre wieder Frühling:
in meinem heimlichen Körper
wirbeln schwarze Wasser.
Ich bin glücklich,
dass ich sterblich bin.
Wenigstens darin
bin ich so
wie Du.

 

Vertaald door Cornelius Hasselblatt

 

18 mai, dimanche

La pluie. La pluie enfin, qui arrose
ce printemps froid et sec.
Pour arroser une âme froide et sèche,
il faudrait des larmes. Mais il n’y en a pas.
La tristesse est comme du tartre
qui se dépose peu à peu dans l’âme.
Et un beau jour cette couche devient si épaisse
que l’on comprend : il n’est plus possible de s’en débarrasser.
Mieux vaut jeter le récipient.

 

Vertaald door Antoine Chalvin

 

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog.

 

Tot slot

bleven de appels aan
bladerloze bomen hangen of ze
lagen allemaal in het gras.

Voorlopig blijft sneeuw de
akkers bewerken. Over vervaagde voren
misschien een hertenspoor of strepen
van kraaienvleugels.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2020 en eveneens  mijn blog van 13 september 2018 en ook mijn blog van 13 september 2015 deel 1 en ook deel 2.

Chris van Geel, Werner Dürrson

De Nederlandse dichter en tekenaar Christiaan Johannes van Geel werd geboren op 12 september 1917 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Chris van Geel op dit blog.

 

In een meer

Stevige korte massieve gedaante
zag ik door het doorschijnende water
optornen tegen onzichtbare stormen,
een steen gekoesterd aan de borst.

Voorovergebogen kluizenaar
verzonken in gedachten, stap
na stap behoedzaam vorderend
op de van keien vergeven grond.

Onmogelijk was het als kind al
de aandacht te trekken van een ijsbeer
in een stuiter van glas, onmogelijk
is het te vragen wat hij zocht.

 

Eenden

De eenden zijn met lucht alleen,
zij reikhalzen naar water,
zij eten van de lage kant
en samen duchten zij de wind.

Uit waar ze dreven weggejaagd
spant vluchten hun verwachting strak
op zoek naar nieuwer water dat
zich aan ze koestert, poten bindt.

 

Witte nachtuil

Zij kijkt mij aan met kleine stippen
zij heeft geen naam, weegt niets, geen blad
voelt zich betast hoe stijf ze ook
zich vastklemt straks als ik het wil.

Ze is een driehoek van wit dons,
haar poten haken in mijn hand.
Geluk waar toch geen naam voor is
dan schoonheid die je zelf niet kent.

Je hoort het suizen
er is een betekenis
het is niet zegbaar

je mag het niet verliezen.

 

Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog.

 

Winter in Bosnië

De bomen aan flarden, brok-
stukken hout van de huizen
der doden, kast bed stoelen.

Opgestookt, zegt de man, schuift
met klamme vingers het laatste
stuk vloerplank in het

fornuis. We hebben de boeken nog
zegt hij. Als geen granaat
er tussenkomt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2020 en eveneens mijn blog van 12 september 2018 en ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.

Murat Isik, Mary Oliver

De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook alle tags voor Murat Isik op dit blog.

Uit: Mijn moeders strijd


‘Ik ben teruggekeerd uit de dood.’
Het zij n woorden die mij n moeder vaak gebruikt als het over haar kinderjaren in het dorp gaat. De naam van haar geboortedorp klinkt poëtisch: Kemere Hemgini. De betekenis is dat ook: stenen van honing. Maar Kemere Hemgini, in het oosten van Turkije  was allesbehalve poëtisch: het was armoedig en stoffig, zonder stromend water of elektriciteit. Een van God verlaten plek met zo’n vijftig stenen huizen, waar ongeletterde boeren met hun kinderen en vee leefden en een overlevingsstrijd voerden. Elke winter stierven er veel kinderen aan onschuldige ziektes omdat ze niet ingeënt waren en het dorp niet beschikte over medicijnen, laat staan dat een van de dorpelingen geschoold was in de geneeskunde.
Mijn moeder was het negende kind van haar ouders, eenvoudige Zaza’s die het grootste deel van hun leven geen Turks spraken en decennialang de streek, waar verder Koerden en Armeniërs leefden, niet zouden verlaten. Elf kinderen zou mijn grootmoeder baren, maar mijn moeder was slechts een van de drie die zouden blij ven leven. De andere twee ‘overlevers’ zijn haar oudere broer Hasan en haar zusje Sevgi, een nakomertje dat tien jaar na mij n moeder ter wereld kwam. De acht andere kinderen werden door verschillende ziektes en verwoestende aardbevingen geen van allen ouder dan vijf jaar.
De mens was in Kemere Hemgini – ver weg van het gezag in Ankara, de moderniteiten van Istanbul en de beschaving van Izmir – overgeleverd aan de onbarmhartige natuur. Een gezegde dat veel verklaart over de positie van kinderen in die tijd en streek, luidt: als een kind honger heeft , eet het maar zijn eigen snot op. Kinderen waren er in overvloed, net als hongerig vee, maar konden hun ouders ook zo weer ontvallen ‘als het Gods wil was’, of wanneer het noodlot hen gevonden had.
De gezichten van de overleden kinderen zij n inmiddels vervaagd, en zelfs hun namen zijn voorgoed vergeten, weet ik uit de gesprekken die ik met mijn moeder heb gevoerd als onderdeel van de research voor mij n debuutroman Verloren grond.
Mijn moeder werd geboren op 3 april 1953. Bij haar geboorte kreeg ze de Zaza-naam Agçık. Zo werd ze de eerste acht jaar van haar leven genoemd, tot er op een dag een Turkse leraar naar het dorp kwam om de kinderen Turks te leren en hun een gevoel van nationalisme bij te brengen. Klaarblijkelijk ging zijn taak verder, want hij veranderde ook de namen van sommige Zaza-kinderen omdat ze te weinig Turks klonken. Mij n moeder, besloot hij , zou voortaan Aynur heten, een degelijke Turkse naam die ‘maanlicht’ betekent.”

 

Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

De motten

Er is een soort witte mot, ik weet
niet wat voor soort, die glimt
zo tegen half mei
in het bos, net
als de roze venusschoentjes
opkomen.

Als iets je opvalt,
leidt dat ertoe dat meer
en meer
je opvalt.

En hoe dan ook
zat ik zo vol energie.
Ik rende altijd rond, kijkend
naar dit en dat.

Als ik stopte
was de pijn
ondraaglijk.

Als ik stopte en dacht, misschien
kan de wereld
niet worden gered,
was de pijn
ondraaglijk.

Eindelijk viel mij genoeg op.
Overal om me heen in het bos
zweefden de witte motten.

Hoe lang leven ze, fladderen ze
in en uit de schaduw?

Je bent niet veel, zei ik
op een dag tegen mijn spiegelbeeld
in een groene vijver,
en grijnsde.

De vleugels van de motten vangen het zonlicht
en branden
zo schitterend.

’s Nachts, soms,
glijden ze tussen de roze lobben
van de venusschoentjes en liggen daar tot het ochtendgloren,
roerloos
in die donkere zalen van honing.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver 10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2020 en eveneens mijn blog van 11 september 2018 en ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Paweł Huelle, Mary Oliver

De Poolse schrijver Paweł Huelle werd geboren op 10 september 1957 in Gdańsk. Zie ook alle tags voor Pawel Huelle op dit blog.

Uit: The Gift of Freedom

“I don’t remember much in detail from those days. I forget how much I had to pay for a tram ticket or how much bread used to cost. However, what I remember perfectly well is that, as staff member of Gdańsk University, I was earning more or less the equivalent of 17 US dollars. My wife, our young son and I shared one tiny room. Only after they went to bed did I turn on the TV to watch the Round Table negotiations – or rather, a summary of them. I remember committees, sub-committees, discussions. I remember faces – those of Adam Michnik and Andrzej Stelmachowski [representing the opposition], Czesław Kiszczak and Aleksandr Kwaśniewski [on the government side]. Unlike many of my friends, I did not choose to go into politics. I had already embarked on my own writer’s path to which I have stayed faithful until this day. But I did support those changes ardently and wrote a few ad hoc articles wondering what future had in store for Poland, a country with no capital and a very poor society, as the burden of reforms – drastic and inevitable – was obvious even to a layman. In a word – how we would get through the next period with its many unknowns.
Looking back after 20 years it all appears quite different – our optimism of those days, our faith in the future and our joy may seem somewhat naïve and unsubstantiated. But as the time has come to sum up, I will try to do so unemotionally, in a dry, factual and analytical way.
So, first of all: what made the victory of “Solidarity” as an idea and a specific movement possible was primarily the fact that its resistance was based on the principle of non-violence. Despite communist propaganda claims in the first months of martial law (that a bloodbath was being prepared for the regime) not a single window or shop, not a single people’s police headquarters were attacked or broken. It was a revolution without violence that called for a respect of civil and political rights, reminiscent in essence of Gandhi’s movement. Go ahead, attack us, beat us up, lock us up in prisons and detention centres – we won’t fall for your provocations and we will not respond to violence by violence. Undoubtedly, the personality and authority of Pope John Paul II was of huge significance in this respect. His ascendance to the throne of St. Peter in 1978 changed everything in Poland, giving the small group of people in opposition as well as millions of ordinary people courage and the sense that they could demand something more than organized holidays or subsidized milk.
The Church played an enormous and positive role in these changes. Today some in the Polish Catholic Church hierarchy cannot find a modus vivendi alongside full freedom of speech, market, politics, and customs, as if they were irritated by the fact that the crucible of transformation did not bring forth a 100% Catholic Poland, patriotic in a traditional style, coherent in its attitudes to religious education at school or to in vitro fertilization. I do not share this irritation and I am concerned by the occasional expressions of xenophobic, anti-Semitic and anti-European views in the Church. Yet – despite their loudness, as for example in Radio Maryja – these are not dominant views.”

 

Paweł Huelle (Gdańsk, 10 september 1957)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Wilde ganzen

Je hoeft niet je best te doen
Je hoeft niet honderden kilometers
door de woestijn op je knieën te kruipen, vol berouw
Je hoeft alleen maar het zachte dier van je lichaam
Te laten liefhebben waar het van houdt
Vertel mij van wanhoop, de jouwe, en ik vertel je de mijne.
Ondertussen gaat de wereld door
Ondertussen bewegen de zon en de heldere kiezels van regen
over het landschap,
over de vlaktes en de diepe bomen
de bergen en de rivieren.
Ondertussen gaan de wilde ganzen,
hoog in de schone blauwe lucht
weer naar huis.
Wie je ook bent, ongeacht hoe eenzaam,
de wereld geeft zichzelf door je verbeelding.
Roept je, steeds maar weer,
als wilde ganzen, schel en opwindend
naar je plek
in de familie van dingen.

 

Vertaald door Walter Berghoef

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september ook mijn blog van 10 september 2020 en eveneens mijn blog van 10 september 2018 en ook mijn blog van 10 september 2017 deel 2..

C. O. Jellema, Mary Oliver

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

Mei

Een avond waarop oude mensen wandelen gaan
een heimwee achterna: hoe alles nu jong lijkt –
terwijl hij naar zijn grote voeten kijkt
ziet zij een wolk boven de bomen staan

en overweegt dat zij gelukkig was
toch wel, maar voelt ook een gemis
als zij de berken ruikt, manlijk en fris –
hij loopt behoedzaam om een regenplas.

zij zijn zo eenzaam in hun vreemd geluk,
zij breken elk systeem van liefde stuk –

hoe zij een steentje uit haar schoen haalt,
hoe hij doorloopt, zij hem weer inhaalt;

en in de bocht een dikke grijze prop,
God berg hen in de hemel op.

 

Chopin

Jef Last schrijft over Gide
(mijn vriend André): ‘Hij kon
op reis gaan, maar niet emigreren.
Hij was niet slechts rebel, maar ook
voortzetter der traditie.’

Dat doet mij denken aan Chopin.

Ik zet de plaat op en je komt
de kamer binnen, je gaat zitten
naast me op de grond;
ik streel je haar.
Genoeg. Ik word klaarwakker,
zie pagina’s vol zwarte noten,
schriftuur van puur
gelukt gemis,

na urenlang etudes
(Czerny) speelbaar

op elke vleugel,
ten allen tijde.

 

Op de boot

Jonger, maar hoevéél durf ik niet te denken
(misschien de helft en daarom haast je zoon?),

op reis naar Rhodos, naar een oom
van moederszijde, en student;

meer niet, meer is me van hem niet bekend,
kwam niet aan bod en zal ik ook nooit weten,

meer niet dan dat, toen wij elkaar
aanspraken (want wie zei als eerste iets?),

hem zweet uitbrak, uit voorhoofd, wangen,
en uit zijn gladde borst in stromen;

zo jong nog – bijna al mijn zoon.

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Portret door Trudy Kramer, 2002

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Engelen

Je kunt een engel zien, altijd
en overal. Natuurlijk moet je
je ogen openen voor een soort van
tweede niveau, maar dat is niet echt
moeilijk. De hele kwestie van
wat realiteit is en wat niet werd
nooit opgelost en waarschijnlijk
wordt het dat ook nooit. Dus kan het me niet schelen
dat ik te stellig over iets ben.
Ik heb veel kanten genaamd Misschien
en bijna niets dat je Zekerheid
kunt noemen. Voor mezelf, maar niet
voor andere mensen. Dat is een plaats
waar je gewoon niet bij kunt, hoe
dan ook niet helemaal, het hoofd
van andere mensen.

Ik laat dit gewoon voor je achter.
Het kan me niet schelen hoeveel engelen
kunnen dansen op de kop van een speld. Het is
genoeg om te weten dat ze voor sommige mensen
bestaan, en dat ze dansen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2020 en eveneens mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Indian Summer (Sara Teasdale), Elly de Waard, Mary Oliver

 

Dolce far niente

 

Indian Summer door Jacques Pepin, z.j.

 

Indian Summer

Lyric night of the lingering Indian summer,
Shadowy fields that are scentless but full of singing,
Never a bird, but the passionless chant of insects,
Ceaseless, insistent.

The grasshopper’s horn, and far off, high in the maples
The wheel of a locust slowly grinding the silence,
Under a moon waning and warn and broken,
Tired with summer.

Let me remember you, voices of little insects,
Weeds in the moonlight, fields that are tangled with asters,
Let me remember you, soon the winter will be on us,
Snow-hushed and heartless.

Over my soul murmur your mute benediction
While I gaze, oh fields that rest after harvest,
As those who part look long in the eyes they lean to,
Lest they forget them.

 

Sara Teasdale (8 augustus 1884 – 29 januari 1933)
City Museum in St. Louis, de geboorteplaats van Sara Teasdale

 

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

Drie kleine vogels levend op de rand van zee en strand

Drie kleine vogels levend op de rand van zee en strand
houden mij gezelschap aan de branding.
De gratie van hun rennen en bewegen,
half vliegen over het water, te licht voor zwaartekracht,
samen alleen in lucht, nat zand en spiegeling,
dat woordloze toebehoren aan elkaar en niemand anders –
opeens zijn ze verdwenen zonder dat ik zag waarheen.

Die eenvoud, dacht ik, is voldoende paradijs,
wij drieën zijn het, ik ook eindelijk gestorven
en levend had ik het geluk het al te mogen zien.
De aarde is niet sterk genoeg om ons te binden,
zij klemt zich nog slechts aan mijn voeten vast,
maar wind dwingt zand mijn stappen toe te dekken
en ik heb niets te doen dan dat ik wacht.

 

Liefste van ooit

De blonde leeuwen
met hun gemelijke
koppen, trekken rondom
lopen kringen
in het losse zand, aleer
zij door de brandende hoepels
springen –

Een koperen pauw
draagt in zijn snavel
je spiegel –

Jij Narcissus die naar
haar evenbeeld kijkt

Ik: altijd bezig je ongrijpbaarheid
te bezweren in het net zo efemere*)
van de liefdesdaad

Lucht is je teken, lucht
doorzichtig van helderheid
en water dat van je ogen –
de mijne zijn lucht en vuur en
strijd

 

Zoals het lijden niet is

Zoals het lijden niet is te
Vermijden, het is gegeven, zo voel
Ik een verdriet dat als een spoel uit
Een machine in mij losschiet: ik dacht
Nooit aan de weg, ik dacht aan het doel.
Als ik trappenhuizen van flatgebouwen
Zag, die als verlichte ritsen in een
Onzichtbare jas gestoken stonden
In de nacht, dan waren het ritsen die
Ik opentrok. Ik was op weg, blind als een

Zenuw die onder een ooglid klopt, doel-
Treffend als een pees die is gespannen op.
– En drie uur reizen voor één nacht
Met je samen, en dan te moe om je met
Liefde te beslapen – was ik altijd
Onderweg zonder ooit thuis te raken,
Wat ik vergat, omdat ik aan niemand en
Niets anders denken kan dan dat en hoe
Je laatste snik onder mijn ontembaar
En ellendig ik geklonken had.

 

Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

ELKE MORGEN

lees ik de kranten.
Ik vouw ze open en blader ze door in het zonlicht.
De manier waarop de rode mortel, op foto’s,
In de omgeving naar beneden buigt
als sterren, de manier waarop de dood

alles tot een grijs puin kamt voordat
de camera verder gaat. Welke
donkere schaal van mijn ziel
huivert: meer wil je niet weten
hierover. En dan: je weet van niets
tenzij je dat wel doet. Hoe de slapers
ontwaken en naar de kelders rennen,
hoe de kinderen schreeuwen, hun tongen
proberen weg te zwemmen-
hoe de morgen zelf eruit ziet
als een langzame witte roos
terwijl de gestalten over de borrelende drempels klimmen,
zich verplaatsen tussen de vernielde auto’s, de straten
waar de tetterende ambulances de hele dag
niet stoppen – dood en dood, smerige dood –
dood als geschiedenis, dood als gewoonte—
hoe soms de camera pauzeert terwijl een gezin
zichzelf telt, en ze zijn allemaal in leven,
hun monden droge holen van woordeloosheid
in de vlekkerige manen van hun gezichten,
een waanzin waar we tot nu toe geen naam voor hebben—
dit alles lees ik in de kranten,
in het zonlicht,
lees ik met mijn koude, scherpe ogen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2020 en eveneens mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Merijn de Boer, Michael Guttenbrunner

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit: De Saamhorigheidsgroep

“Ambassadeur Bernhard Wekman, permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in New York, stond ergens tussen drie en vier uur ’s nachts voor het raam van de Nederlandse residentie aan Beekman Place, dronken, uitkijkend over de East River, Roosevelt Island en de lichtjes van Long Island City, zich afvragend hoe het ook alweer zat met die beroemde uitspraak: ‘Wie jong is en links…’ Nee, zo was het niet. Hij nam een slok wijn en dacht na. ‘Wie jong is en réchts heeft geen hart, wie oud is en links geen verstand.’ Ja, zo was het.
Hij liep naar zijn bordeauxrode chaise longue in de hoek van de kamer en ging erop liggen. Vanaf hier kon hij de Queensborough Bridge zien. Koplampen van auto’s die naar Manhattan reden, vormden een zachtgeel snoer over het water. Boven op de brug knipperden rode lichten.
Het was een lange dag geweest: in de ochtend had hij een vergadering met de hele staf gehad, vervolgens een lunch met de Spanjaarden, in de middag een zitting in de Veiligheidsraad en ter afsluiting een receptie, die was georganiseerd door de Belgen. Daarna was hij met twee medewerkers gaan eten en ten slotte was hij toch nog maar naar een borrel op de Oegandese post gegaan, omdat daar een jonge vrouw werkte met wie hij een tijdje terug erg geanimeerd had staan praten. Maar op de borrel was ze niet en hij was toch maar gebleven.
Hij voelde zich oud, en misschien wel voor het eerst in zijn leven. Het verleden laten we in het verleden, zo had hij er altijd over gedacht. Die instelling had hem behoed voor melancholie maar vooral ook: besef van de voortschrijdende tijd. En nu was het er ineens bijna: het einde van zijn carrière.
Het lag voor de hand om over vijf maanden, als het zover was, naar Nederland terug te keren, al had zijn vrouw daar weinig te zoeken. De afgelopen weken was hij sluipenderwijs tot het besluit gekomen. Na dertig jaar repatriëren… En áls hij terugging naar Nederland, dan moest en zou het Haarlem worden, de stad waar hij nooit had gewoond maar waar het belangrijkste deel van zijn leven zich had afgespeeld.
Een tijdje terug had hij een e-mail gekregen van een van die schimmen uit de Haarlemse tijd. Bronno Koolmees kwam naar New York en wilde met hem afspreken. De grote roerganger van weleer enterde het land van het Kwaad.”

 

Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Michael Guttenbrunner werd geboren op 7 september 1919 in Altenhofen. Zie ook alle tags voor Michael Guttenbrunner op dit blog.

 

Georg Trakl

Een stel zwaargewonde soldaten
en geen bijstand, en de lange nacht
en dan, bij ‘t ochtendgloren, op het dorpsplein
de lijken van geëxecuteerde Roethenen,
en dan, in het garnizoenshospitaal, het vooruitzicht,
om voor de krijgsraad te worden berecht:
dat zijn de laatste dingen van deze dichter,
de brieven die hij meenam.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Guttenbrunner (7 september 1919 – 12 mei 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e september ook mijn blog van 7 september 2020 en eveneens mijn blog van 7 september 2018.