Robert Anker, André Schinkel

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Nee

wij gaan godverdomme geen lijkrede schrijven voor elkaar
met grinnikende anekdotes, pijnlijke verzwijgingen
de elegie van weer gevonden, later toch verloren maar
wij laten ons niet kisten, het was een GOED leven
dat wij gaan begraven met een MOOIE begrafenis, nee
grijnzend groeten wij elkaar tot de volgende reünie, bij wie
maar niet bij ons, wij hebben juist weer iemand overleefd
en nee, wij gaan geen gedichten maken godverdomme
waarin we de bezongene niet bezingen maar zijn lot
ontvormen tot een stem van weemoed, zich verstamelend
tot onschadelijke schoonheid geschikt voor in de krant
wij gaan met bekkens en pauken woede drijven
door het smoelbeeld van de dood als door de Schelfzee
naar het beloftevolle heden dat ons dan geheel bewoont.

 

Op de halte

Omdat de tram niet komt maar wij nog steeds niets zien, verhevigd.
Dat er om de hoek een pand gekraakt, een buurvrouw zingt,
een oude man een kind dat huppelt aan zijn hand oversteekt,
deze vogel deze mooie brievenbus geraakt heeft – liefde, liefde.
Maar hier brandt de wereld veilig in een krant met vingers.
Ergens zit een lek, verdwijnen mensen, zakt een tegel weg.
Maar iemand steekt een kind omhoog, een paraplu, een periscoop.
Iemand anders breekt in fluisterzinnen los tegen een rug.
Omdat de tram nog eens begint bij de geboorte, dat kan ook.
Boven onze hoofden komt een witte wolk, maar geen herinnering.
Dat de tram door de velden zingt, bloemen bloeit, wonden maakt
maar tranen worden grint dat onder onze schoenen kraakt
om onze huizen aan het einde van de richting.
Een autootje roept water om, dat er geen water meer.
Maar bier genoeg op het terras waar alle mensen kijken.
Loopt de liefste zwaaiend met haar glas maar niet herkend.
Staan wij met 48 schoenen op de halte en een richting.
Wij staan met 48 hakken naar de richting op de halte.

 

Alles gefilmd

Dit zijn de schoenen van een man die als je zegt
hier zijn je schoenen zegt daar zijn mijn schoenen.

Denkt: mijn bloemen, mijn bloeien in de wereld.
Hij reist op sokken voor zijn huis heen en weer.
Hij komt weer binnen en verplaatst zijn schoenen.

Is hij die lieve man die met de kinderen praat.
Kan deze nieuwe wijk een nest tegen de wereld.
Hij zwemt zijn grenzeloze ogen in en uit.

Op een ochtend als de wereld overloopt,
dat hij dan de ramen openzet, hij neemt zijn buks
en schiet alle bloemen bij de buren alle dood.

De mensen praten, wijzen, lopen door elkaar.
Alles gefilmd door de media. De bloemen,
de emoties in de buurt, kijk, zijn schoenen.

 

Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Duitse dichter, schrijver en archeoloog André Schinkel werd geboren op 27 april 1972 in Eilenburg. Zie ook alle tags voor André Schinkel op dit blog.

 

Indachtig

Waar het vaalbruine koraalbos bloeit, en nu ook jij:
Ingeschreven in het logboek van de hartkoude volkeren,

De fossielen van pijn gaan op pad, door de planken
Van veerkrachtige hunkering, van barbaarse angsten bedreigd;

Klein de gemeenschap die nog de vacht van het spreken
Vertrouwt, het lawaaiig vertrek van brullende horden:

Een kwikzilveren duivel haalt al de mast binnen waaraan
De leren vlag van de slagers nog lange tijd wappert; –

Indachtig: zoveel te veel moet men de wereld vergeven
Dat het niet langer voldoende is voor het ontlasten van mensen;

En in de graven de knikkers van de kinderen: één
zwijgend klikken zolang het vlees in de

Ovens nog fluistert en ritselt; – en de merel … in
zijn zwarte frak behoedzaam zijn uitgesmeerde C zingt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

André Schinkel (Eilenburg, 27 april 1972)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl-Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

so wenig sinnlichkeit

können worte: nur engel benennen
ohne ihr gesicht abzubilden
ihr sanftes gewölbe aus knochen
ihr vermischtes gewölbe aus mann und frau.

einzig vergleiche, die noch leuchten können
wie in öl: sein metallisches flugkleid
wie der zerknitterte rumpf eines learjets
ohne lackierung ..

und dennoch: welche ärmlichkeiten.
kein roter vorhang nur aus worten
der sich begreifen lässt im auge, im gehirn. kein r-o-t
das in maria eindringt, in ihr kristallines b-l-a-u

und wie, wie willst du licht ersetzen!
noch lächerlicher hier nur
licht zu sagen
das durch das fenster stürzt und schleicht zugleich
um ihr gesicht kaum merklich anzuheben

dass es die weiße lilie sieht
endlich erblickt, in diesem raum
der lautlos schwebt, im weltall schwebt
mit strengen mustern, burg und wolken ..

ein arme-leute-essen ist gekocht, sonst nichts

ein teller suppe
wo nur worte schwimmen
wie lose hände, die nichts greifen können
doch greifen wollen, und in den flachen löffeln beten.

 

zo weinig sensualiteit

kunnen woorden: een louter benoemen
van engelen zonder hun gezicht af te beelden,
hun zachte gewelf uit botten,
hun vloeiende gewelf uit man en vrouw.

slechts vergelijkingen, die nog kunnen glanzen
als in olieverf: een metalen vliegpak
zoals de gekreukelde romp van een Learjet
zonder laklaag ..

en toch: wat een armoedigheid.
geen rood gordijn van louter woorden
dat zich begrijpen laat in ‘t oog, in de hersens. geen r-o-o-d
dat in Maria binnendringt , in haar kristallijne b-l-a-u-w,

en hoe, hoe wil je licht vervangen!
nog belachelijker om hier
licht te zeggen
dat door het raam valt en sluipt tegelijk
om haast onmerkbaar haar gezicht op te tillen

om de witte lelie te zien
er eindelijk naar te kijken, in deze ruimte
die stil zweeft, door het universum zweeft
in strakke patronen, burcht en wolken ..

een armeluis-maaltijd is gekookt, meer niet

een bord soep
waarin alleen woorden zwemmen
als losse handen die niets kunnen grijpen
maar grijpen willen, en in de platte lepels bidden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sommerfliege

an einem augustabend im jahr 2016: eine sommerfliege
die ihr nachtmahl verzehrt, auf einem baugerüst
am palazzo dario, ohne begleitung von menschen.

mit ihrem spärlich behaarten, vorderen beinpaar
stemmt sie sich gegen den getrockneten kot einer möwe
dirigiert ihren tupfrüssel, der alles befeuchtet, verflüssigt.

zwei venezianische lippenpölsterchen mit einem system
von winzigen rinnen, versteift mit noch winzigeren
spängchen, beginnen lautlos zu saugen – die sonne versinkt.

für sekunden stehn alle fenster in flammen, ist jede scheibe
lodernd orange! – manchmal innehaltend im tupfen
und herabblickend auf die vorbeiziehenden dunklen

gebilde, tausendfach gebrochen im optischen kessel ihrer
glasleuchteraugen, erweckt die speisende den eindruck
einer kleinen touristin

oder dogaressa
oder geisterjägerin
die durch die zeiten irrt.

 

Carl-Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Erik Menkveld, Ted Kooser

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Verantwoordelijk

Ik voel me zo verantwoordelijk vandaag.
Die duif bijvoorbeeld in de dakgoot
van het huis hier tegenover, kijkt
me telkens vragend aan.

Ik waarschuw hem: nu
moet je gaan, dan kom je niet te laat.
En goddank, inderdaad,
hij slaat zijn vleugels uit.

Als ik er toch niet was.

Maar nu de bomen nog.
Die halen het nooit.

 

Locus amoenus

Eeuwen na de hoofse zeden,
tijdens ons afwezig eten,

staat de vanillevla
opeens in bloei.

Tafel en stoelen
lopen uit. Gekwinkeleer.

De vloerbedekking
klatert bij mijn schoenen.

Onze driezitsbank
is niet te houden,

heel de kamer
begint te stoeien.

Je legt je lepel neer
en kijkt me aan.

De boothals van je
beige trui

zakt zomaar
van je schouder.

In bed blijkt kniehoog
gras te staan.

 

Kinderspel

Met stok in vuist vanonder kinderkin
het benarde klankkastje uitgesleurd
door de f-gaten deze snikhete
muziekschoolvoorspeelavonden in – ach
heel wat zachtzinniger tevoorschijn
gestreken kan je sarabande zeker, Bach.

Maar hoe verfomfaaid ook, hoe heelhuids
allerminst en op het scherpst bevochten –
onverdrotener reddeloos en vlijmender
dan in dit vuurrode optredentje
kun je nauwelijks klinken….

 

Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

 

Een ruimte in het verleden

Het is een keuken. De gordijnen vullen zich
met een ochtendlicht zo helder
dat je niet verder dan de ramen de middag in
kunt kijken. Een keuken
vallend door de tijd met zijn dingen
op hun plaats, de borden rinkelend
in de kast, de emmer
met drinkwater golvend alsof
er net een vrachtwagen voorbijreed, maar die vrachtwagen
was dertig jaar. Niemand is thuis
in deze ruimte. Het aanrecht wordt afgeveegd,
en de vaatdoek hangt aan zijn spijker,
een droog blad. In huisjurken van mist,
blauwe schorten van regen, ging mijn oma
als een geest door dit leven,
en toen zij aan het eind van haar jaren was,
zette ze alles terug op zijn plaats
en veegde de gootsteen schoon en keerde de rest
van ons de rug toe, voor altijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook mijn blog van 25 april 2019 en ook mijn blog van 25 april 2016 en mijn blog van 25 april 2015 deel 2.

Frans Coenen, George Oppen

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: In duisternis

“Zij was wel lichtzinnig, maar niet slecht…zij wou het leven genieten…dat was haar levensnoodzakelijkheid…zij kon geen gêne hebben…En dat hij om haar alles in de steek gelaten had, zich gebrouilleerd met z’n hele familie…Ja, God! Dat was heel mooi, heel opofferend van ‘m, maar op den duur had zijd d aar toch eigenlijk niets aan…Hun leven samen werd er niet rijker door, door zijn mooie daad. Hij had dat nooit zo ingezien als nu, soezend met zijn mat hoofd in den winterschen vroegmorgen…. Hij voelde zich zoo week en treurig, met veel zelfmeelij en ook veel meelij om haar, of nu opeens die korst van wrok in hem gebarsten was en hij alles veel ruimer zag…. Zoo wàs ’t. Hij had altijd maar gewild dat zij hem eeuwig liefhebben en eeren zou om die verloochening van alles voor haar. Maar praktisch gesproken: daar kon je toch op den duur niet van eten…. Er was geen gebrek geweest, zij hadden heel zuinig geleefd van zijn vaders versterf, dat hij had opgeëischt…. Maar zij was toch nooit recht vroolijk geworden…. Hij had haar tot een zuinig huisvrouwtje willen maken en zij had in ’t eerst ook gedwee haar best gedaan, want zij hield wel van hem, dacht hij. Op haar timiden aandrang naar weelderiger leven, vragen om wat meer voor haar toilet, had hij altijd streng geantwoord, haar verweten haar frivolen aard en ook gewezen op ’t wegslinken van hun geld, zonder dat hij nog iets van inkomsten daartegen gevonden had…. En hij geloofde ’t zou wel wennen met haar, haar ongedurigheid en behoefte aan luxe zou ze wel afleggen….
Dwaasheid! dacht hij nu in een zoet-smartelijk gevoel dat hij haar vergeven kon…. Zij was altijd een wilde vogel gebleven en had niet kunnen wennen…. Zijn weigering en wreed-duidelijke uiteenzetting van hun precairen toestand hadden haar angstig gemaakt. Als ’t geld eens heelemaal op is! had zij zich gezegd…. En moe van dit leven van bekrimpen en vergeefsch begeeren, niet meer verdragende die bekrompenheid, was zij op een dag weggeloopen met een man, die haar een leven van chique maintenée aanbood: toiletten en bals en rijden en comedies.”

 

Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936) Portret door Ferdinand Hart Nibbrig, 1894.

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

Leviathan

Waarheid is ook het najagen ervan:
Zoals geluk, en zal niet standhouden.

Zelfs het vers begint te verteren
In het zuur. Streven, streven;

Een wind beweegt een beetje,
Bewegend in een cirkel, erg koud.

Hoe zullen we het verwoorden?
In het gewone betoog—

We moeten nu praten. Ik ben niet meer zeker van de woorden,
Het uurwerk van de wereld. Wat onverklaarbaar is

Is het ‘groter gewicht van objecten’. Dagelijks klaart
De lucht op met dat overwicht

En we zijn het heden geworden.

We moeten nu praten. Angst
Is angst. Maar we laten elkaar in de steek.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

William Shakespeare, Peter Horst Neumann

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

 

Sonnetten

35

Berouw niet langer wat je hebt gedaan:
Doorns heeft de roos en slik de zilveren bron,
De teerste knop lokt het verderf juist aan,
Wolk en verduistering smetten maan en zon.
Ieder mens faalt, zoals ik hierin faal
Dat ‘k jouw vergrijp met beeldspraak sanctioneer,
Mijzelf ziek maak met balsem voor jouw kwaal,
En meer nog dan jij zondigt excuseer;
Jouw fout uit lust bestrijd ik met verstand,
Je tegenstrever is je advokaat,
Tegen mijzelf in een pleidooi ontbrand;
Zo’n burgeroorlog is mijn liefde en haat,
Dat ik mij medeplichtig weten moet
Aan ’t bitter roven van een dief zo zoet.

41

Dat vrijheid jou tot teder kwaad bekoort,
Als je mij soms niet tot je hart toelaat,
Is iets dat bij je jeugd en schoonheid hoort,
Verleiding volgt je immers waar je gaat.
Mooi ben je, daarom wordt op jou gejaagd,
Edel, en daarom kun je niet weerstaan;
En welke vrouwezoon, door ’n vrouw belaagd,
Laat haar, voor hij gezegevierd heeft, gaan?
Maar waarom, ach, zocht jij juist dat van mij,
Betoomde niet je jeugdig schoon dat woest
Je voerde naar die ene plaats waar jij
Tweeërlei trouw aan mij verraden moest:
De hare, waar jouw schoonheid haar verleidt,
De jouwe, waar haar schoon jou van mij scheidt.

97

Hoe winters alles was toen ‘k jou niet zag,
’t Genot van ’t vlietend jaar bij jou niet vond!
Hoe kil werd alles mij, hoe grauw de dag!
Wat een decemberkaalheid ver in ’t rond!
Toch was het dit maal zomer die ons scheidde,
En najaar wemelend van rijke oogst,
Zwaar van de dartele vrucht van beter tijden,
Als, na haar meesters dood, een weduwschoot.
Mij scheen het dat die nieuwe weelde er
Verweesd door was, slechts vaderloze vrucht.
Zomers genot staat klaar voor jou, maar ver
Van jou maakt zelfs de vogel geen gerucht.
Of, als hij zingt, is het zo’n somber lied,
Dat, bang voor ’s winters komst, het loof verschiet.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Standbeeld in Londen

 

De Duitse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Peter Horst Neumann werd geboren op 23 april 1936 in Neisse. Zie ook alle tags voor Peter Horst Neumann op dit blog.

 

Silezische zomerkoelte 1943

Het paard heeft de brandende
wagen naar de blusvijver getrokken,
de boer lag dood in het hooi.

Dat was nog midden in vrede
en ze vertelden het graag.

’s Avonds werden de kippen geteld
de melk in de keuken geslingerd.

In de schuur de Moravische oogsters,
die zich ’s ochtends bij de fontein wasten.

De dienstmaagden sliepen in ‘t huis,
een kwispedoor in elke kamer,
wat ging mij dat aan?

De kleinknecht was door een dors-
vlegel geraakt boven de slaap,
die hoefde geen oorlog te voeren.

In een bruin hemd speelde de lerares
tijdens de zondagsmis op het orgel,
twee jongensvoeten traden de balgen.

Hooi-warme nachten.

De hond maakte een zacht geluid
wanneer de haan ’s nachts op de ladder
slapend van poot wisselde.

De oogstkronen in de deel,
knetterende boerengebeden van stro.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Peter Horst Neumann (23 april 1936 – 27 juli 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn blog van 23 april 2019 en ook mijn blog van 23 april 2017 deel 2.

Giorgio Fontana, Louise Glück

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Dood van een gelukkig man (Vertaald door Philip Supèr)

‘Goed,’ antwoordde de jongen. Hij had hetzelfde blonde haar als zijn vader, maar steil en lang, zijn neus en mond trilden af en toe. ‘Stel dat jullie de gasten pakken die mijn vader hebben vermoord. Wat dan?’ `Dan komen ze voor de rechter.’ `En daarna?’
`Als ze schuldig worden bevonden, krijgen ze een straf opgelegd.’ `Blijven ze dan hun hele leven in de gevangenis?’ `In ieder geval heel veel jaren. Ze zullen niemand meer iets kunnen aandoen.’ `Dat is niet genoeg,’ zei de jongen, en hij schudde zijn hoofd. ‘Dat is niet genoeg.’ Colnaghi knikte weer. lij heet Luigi, toch?’ vroeg hij. ‘Ja.’ `Hoe oud ben je, Luigi?’ `Veertien.’ `Veertien. Zit je op school?’ `Op het lyceum. Onderbouw.’ `Oké. Vertel me dan maar ’s wat we moeten doen met de moordenaar van je vader.’ Ontstemd gemompel, schuddende hoofden. Colnaghi realiseerde zich dat hij te ver was gegaan, maar hij had inmiddels voor zichzelf een hypothese opgesteld, en die moest worden getest. De jongen leek overigens helemaal niet verrast door de vraag. Hij wendde zich alleen maar naar de deur en kneep zijn ogen samen om even goed te kunnen nadenken. Toen keek hij Colnaghi weer aan. `Ik zou hem doodmaken,’ zei hij. ‘Ik zou hem meteen doodmaken, gewoon met mijn handen.’ Nu rees er een geroezemoes op. Zijn moeder trok hem stevig aan zijn hand. tuigir siste ze, zonder veel overtuiging. De jongen negeerde haar. Hij bleef Colnaghi aankijken en Colnaghi begreep dat wat hier tussen hen gebeurde niet zomaar een tweestrijd was, maar iets veel groters en complexers. Het ging om het lot van een hele natie die een tragedie probeerde te verwerken, om een lange geschiedenis van over en weer aangedaan onrecht en geslagen wonden. Want uiteindelijk kwam alles samen in dezelfde, banale vraag: hoe vertel je een kind over de dood van zijn vader? Wat heb je aan redeneringen en verklaringen bij zo’n verlies? We zien onze kinderen opgroeien vol van rancune, dacht hij bij zichzelf. We zien ze opgroeien als wezen die nieuwe vaders nodig hebben, en ik heb niets te bieden.”

 

Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

Bekentenis

Om te zeggen dat ik niet bang ben –
Het zou niet waar zijn.
Ik ben bang voor ziekte, vernedering.
Zoals iedereen heb ik mijn dromen.
Maar ik heb geleerd ze te verbergen,
Om mezelf te beschermen
Tegen vervulling: alle geluk
Trekt de woede van het noodlot aan.
Het zijn zussen, wilden –
Uiteindelijk hebben ze
Geen gevoel behalve afgunst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn blog van 22 april 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Giorgio Fontana, Louise Glück

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Dood van een gelukkig man (Vertaald door Philip Supèr)

‘Goed,’ antwoordde de jongen. Hij had hetzelfde blonde haar als zijn vader, maar steil en lang, zijn neus en mond trilden af en toe. ‘Stel dat jullie de gasten pakken die mijn vader hebben vermoord. Wat dan?’ `Dan komen ze voor de rechter.’ `En daarna?’
`Als ze schuldig worden bevonden, krijgen ze een straf opgelegd.’ `Blijven ze dan hun hele leven in de gevangenis?’ `In ieder geval heel veel jaren. Ze zullen niemand meer iets kunnen aandoen.’ `Dat is niet genoeg,’ zei de jongen, en hij schudde zijn hoofd. ‘Dat is niet genoeg.’ Colnaghi knikte weer. lij heet Luigi, toch?’ vroeg hij. ‘Ja.’ `Hoe oud ben je, Luigi?’ `Veertien.’ `Veertien. Zit je op school?’ `Op het lyceum. Onderbouw.’ `Oké. Vertel me dan maar ’s wat we moeten doen met de moordenaar van je vader.’ Ontstemd gemompel, schuddende hoofden. Colnaghi realiseerde zich dat hij te ver was gegaan, maar hij had inmiddels voor zichzelf een hypothese opgesteld, en die moest worden getest. De jongen leek overigens helemaal niet verrast door de vraag. Hij wendde zich alleen maar naar de deur en kneep zijn ogen samen om even goed te kunnen nadenken. Toen keek hij Colnaghi weer aan. `Ik zou hem doodmaken,’ zei hij. ‘Ik zou hem meteen doodmaken, gewoon met mijn handen.’ Nu rees er een geroezemoes op. Zijn moeder trok hem stevig aan zijn hand. tuigir siste ze, zonder veel overtuiging. De jongen negeerde haar. Hij bleef Colnaghi aankijken en Colnaghi begreep dat wat hier tussen hen gebeurde niet zomaar een tweestrijd was, maar iets veel groters en complexers. Het ging om het lot van een hele natie die een tragedie probeerde te verwerken, om een lange geschiedenis van over en weer aangedaan onrecht en geslagen wonden. Want uiteindelijk kwam alles samen in dezelfde, banale vraag: hoe vertel je een kind over de dood van zijn vader? Wat heb je aan redeneringen en verklaringen bij zo’n verlies? We zien onze kinderen opgroeien vol van rancune, dacht hij bij zichzelf. We zien ze opgroeien als wezen die nieuwe vaders nodig hebben, en ik heb niets te bieden.”

 

Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

Bekentenis

Om te zeggen dat ik niet bang ben –
Het zou niet waar zijn.
Ik ben bang voor ziekte, vernedering.
Zoals iedereen heb ik mijn dromen.
Maar ik heb geleerd ze te verbergen,
Om mezelf te beschermen
Tegen vervulling: alle geluk
Trekt de woede van het noodlot aan.
Het zijn zussen, wilden –
Uiteindelijk hebben ze
Geen gevoel behalve afgunst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn blog van 22 april 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Charlotte Brontë, Gerrit Wustmann

De Britse schrijfster Charlotte Brontë werd geboren in Thornton op 21 april 1816. Zie ook alle tags voor Charlotte Brontë op dit blog.

Uit: Jane Eyre

” Good-night, then, sir,” said I, departing. He seemed surprised—very inconsistently so, as he had just told me to go. ” What!” he exclaimed, “are you quitting me already, and in that way?” ” You said I might go, sir.” ” But not without taking leave; not without a word or two of acknowledgment and good-will: not, in short, in that brief, dry fashion. Why, you have saved my life! —snatched me from a horrible and excruciating death! and you walk past me as if we were mutual strangers! At least shake hands.” He held out his hand; I gave him mine: he took it first in one, them in both his own. ” You have saved my life: I have a pleasure in owing you so immense a debt. I cannot say more. Nothing else that has being would have been tolerable to me in the character of creditor for such an obligation: but you: it is different;—I feel your benefits no burden, Jane.” He paused; gazed at me: words almost visible trembled on his lips,—but his voice was checked. ” Good-night again, sir. There is no debt, benefit, burden, obligation, in the case.” ” I knew,” he continued, “you would do me good in some way, at some time; —I saw it in your eyes when I first beheld you: their expression and smile did not”—(again he stopped)—”did not” (he proceeded hastily) “strike delight to my very inmost heart so for nothing. People talk of natural sympathies; I have heard of good genii: there are grains of truth in the wildest fable. My cherished preserver, goodnight!” Strange energy was in his voice, strange fire in his look. ” I am glad I happened to be awake,” I said: and then I was going. ” What! you will go?” ” I am cold, sir.” ” Cold? Yes,—and standing in a pool! Go, then, Jane; go!” But he still retained my hand, and I could not free it. I bethought myself of an expedient. ” I think I hear Mrs. Fairfax move, sir,” said I. ” Well, leave me:” he relaxed his fingers, and I was gone.”

 

Charlotte Brontë (21 april 1816 – 31 maart 1855)
Cover

 

Onafhankelijk van geboortedagen:

De Duitse dichter Gerrit Wustmann werd in 1982 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Gerrit Wustmann op dit blog.

 

Berlijn II

de stoel waarop je zit
voor de spiegel waarin
de gordijnen zijn opgeruimd
het is een stille stoel
hij laat je huid
ritselen de rugleuningen strelen
je handen die
niet weten waar naartoe
aan je handen
ontglijden de woorden zetten zich vast
in de groeven en nissen
tot de een of ander
ze vindt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gerrit Wustmann (Keulen, 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e april ook mijn blog van 21 april 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

Martinus Nijhoff, Sarah Kirsch

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

O, die olie verspeeld
was geenszins verspild geweest!
Eén ogenblik had de geest
in vergezichten gedwaald
en was, door het oog van een naald,
als de kemel, binnengegaan.
In welk land kwam hij aan?
Op aarde. – In eigen land. –
Gelijk een maan was de hand
die over het voorhoofd gleed
en door een dauw van zweet
zich langzaam voortbewoog;
en ook het starend oog,
dat wijd open bleef staan,
het deed meer aan een maan
denken dan aan een zon.
Maar weldra, uit dooiende bron,
ontsprong, sprongsgewijs, het bloed,
en reeds spoelde op die vloed
– zoals na onweer een boom
de rivier afdrijft – de droom
met wat hij aanrichtte uit zicht.
Men ademde als verlicht
het amen na van een preek.
De geest, toen hij nederstreek
uit het ledige zwerk
en thuiskwam onder de zerk
van vast werk en dagelijks brood,
was dankbaar dat deze dood
hem bevrijdde van ruimtevrees.
Hij was, terug in het vlees,
moe, weliswaar, zeer moe,
maar was, platgezegd, blij toe
met dit vlees, zo zwak het was:
geen zo groot tekort in kas
dat niet geschoven kon
op die gebrekkige compagnon
die ’t lot hem beschoren had. –
Maar kijk, die metgezel zat
alweer aan het schrijfbureau
te zwoegen, en wel zo,
dat de geest, beschaamd neerziend
naar die trouwe, arbeidzame vriend,
niet dan een lastige traan
verdrijvend tot hem dorst gaan.

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Portret door Joop Sjollema, 1944

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Reis II

1
Maar het liefst reis ik met de trein
Door mijn kleine verwarmende land
In alle seizoenen: de winter
Werpt sporen van vergeten koolplantages
Door het raam, ik zie de contouren van de kale bomen
Fijne lijn rond de takken ze komen dichterbij
Keren om verlaten me weer

2
In ‘t voorjaar loopt de fazant voorbij
Zijn gouden paardebloemveren
Maken hem kostbaar, ik vrees voor hem
Dan is hij al weg, gebroken aarde
Ligt schaamteloos langs de spoorbaan maar
Bij het baanwachtershuis wordt zij geëgaliseerd
Door madeliefjes pioenrozenstruiken en viooltjes
Ik kan de zomer al zien dan
Wordt het gevleugelde wiel rood geverfd
De baanwachter legt uit stenen
Goede wensen aan de reizigers

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e april ook mijn blog van 20 april 2019 deel 2 en ook deel 3.

Marjoleine de Vos, Hanane Aad

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957. Zie ook alle tags voor Marjoleine de Vos op dit blog.

 

Op de foto

Is dat nu Despina, die vrouw
met sproetig masker op, te bleu
voor poederkwast of lippenstift
de man voorbij die naar haar lonkt
als zij in goedgevulde jas haar dromen
aanglijnd laat lopen in de straat.

Zij ziet zichzelf zo anders want
een heksenbezem en geheim godin
gehuld in rozerood en rinse charme
granaatappelgelijk – die je moet slaan
wil hij zich korrelig geven aan
wie naar hem dorst.

 

Mevrouw Despina is verdwaald

Middenin het leven zou ze in een donker –
maar was daar niet, waarschijnlijk ergens
op de fiets de stad door op de weg naar niets
geen wonderen wel roze ondergoed
en droeve junks, een vuilnisbak patat.
Ziet ze geen pad naar ooit of later
alleen het donker klopt, het grachtenwater
ruikt naar gracht de nacht is goed
maar hoe het leven moet, mijn God
zo laat al en geen weet van heg en steg.
Moet ze wellicht de wereld in om nieuw
haar ogen uit te spoelen, anders bestaan
op verre grond de oude maan zien
krimpen met haar mee of met pensioen
en uien kweken. Was ze maar oud
en liefst nog wijs, wou ze wel dood
had ze die zogenaamde levensreis
gewoon gemaakt. Zou ze bezweren:
niets aan het ging vanzelf het is gedaan.

 

Altijd die dingen

Ze staan afwezig zichzelf te verdragen
de zwijgende dingen waarbij je moet horen
die je gevoelig vol sporen moet slijten
zodat ze gaan spreken van wie je ooit was.
Ze kraken gelaten, ze scheuren of vallen
ze liegen geheimen het kan ze niet schelen
wiens handen ze strelen pakken of breken.

Ach rottige dingen ik wil jullie treffen
met striemende woorden of zinloos geweld
dat jullie voelen hoe ik hier moet leven.
Voor mij altijd rimpels rommel en herrie
voor jullie de glans van bescheiden mysterie.
Ik woon hier temidden van stille verraders
koelbloedig veranderen zij van bezitter
houden mij even – zolang het hun past.

 

Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

 

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.

Wens

Het stof ruikt naar eeuwige rust.
Het lied geurt naar vrijheid.
Hopelijk ruik ik mijn vrijheid
voor de dood.
Hopelijk kan ik mijn lied zingen
voordat het stof me verslindt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hanane Aad (Beiroet, 18 april 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook mijn blog van 19 april 2019 en ook mijn blog van 19 april 2018 en ook mijn blog van 19 april 2015 deel 2.