C. O. Jellema, Mary Oliver

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

Le couple/Lipschitz

Toen zij samen sliepen
de eerste nacht
werd de wereld dieper
het lachte zacht

hun lichamen aarde
en hemelboog
die de warmte bewaarden
van ’t daglichtoog

maar woorden ontstonden
toen de wereld verging
hun lippen vonden
verwildering.

Dat zij samen lagen
de tweede nacht
zo klein en verslagen
tezamen gebracht

door de angst der dingen
de nacht en de kou
of het gaan zingen
en mooi worden zou

zij voelden verlegen
het vreemde geluid
van hun zielen bewegen
achter hun huid.

Dat toen zij verlangden
een derde nacht
zij lagen bang en
op hun rug op wacht

of één zou beginnen
gefluisterde naam
strak trok het linnen
om hun lichaam

dat toen zij hoorde
dat hij al sliep
god is geboren
het jong verdriet.

 

Liefde

handen heb ik niet
om er mee te leven
woorden op papier
hebben zichzelf geschreven

liefde is: een stoep
deur die wordt gesloten
luisteren naar de voet –
stappen op de loper

dan de stoep afdalen
als een ooievaar
snuivend ademhalen
nachtwind komt van waar

bij de zevende lantaren
al mijn veren tot een kuif
en met sprekende gebaren
dans ik dan mijn liefde uit

statig al mijn Glück und Wonne
voor het nachtelijk publiek
van een zwerfkat en twee nonnen
God wat is de wereld ziek

 

Jagers

Een wee gevoel van moed,
gesneld, geteld, gehangen
de lijken en hun naam
is haas.

Gedwee, gewijd,
een moederloos geslacht;
gewei verwijst voorouderlijk
naar glas in gouden lijst.

Honger somber hurkt
in vensternissen, schaduw
van stilte schoort de balken,
spert
de echo van een schot
sprengt
die Dämmerung das Echo eines
Schusses, klaffend kalte Sterne.

Aan tafel zitten. Kandelabers.
Handen verzilveren.
Handen schillen
bevroren fruit.

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Portret door Paul Boswijk, 1996

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Als ik tussen de bomen ben

Als ik tussen de bomen ben,
vooral de wilgen en de valse christusdoorn
evenals de beuk, de eiken en de dennen,
ze geven zulke blijk van blijdschap.
Ik zou bijna zeggen dat ze mij redden, en dat dagelijks.

Ik ben zo ver verwijderd van de hoop op mezelf,
waarin ik goedheid en onderscheidingsvermogen heb,
en me nooit door de wereld haast
maar langzaam loop en vaak vooroverbuig.

Om mij heen roeren de bomen hun bladeren
en roepen: ‘Blijf nog even.’
Het licht stroomt uit hun takken.

En ze roepen opnieuw: “Het is eenvoudig”, zeggen ze,
“en ook jij kwam ter wereld
om dit te doen, om kalm aan te doen, om vervuld te worden
met licht en om te schijnen.”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2020 en eveneens mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Dolce far niente, Elly de Waard, Mary Oliver

 

Dolce far niente

 

Indian Summer door William Wendt, 1910

 

Indian Summer

BY the purple haze that lies
On the distant rocky height,
By the deep blue of the skies,
By the smoky amber light
Through the forest arches streaming,
Where Nature on her throne sits dreaming,
And the sun is scarcely gleaming
Through the cloudlets, snowy white,
Winter’s lovely herald greets us
Ere the ice-crowned tyrant meets us.

A mellow softness fills the air,
No breeze on wanton wing steals by
To break the holy quiet there,
Or make the waters fret and sigh,
Or the golden alders shiver
That bend to kiss the placid river,
Flowing on and on for ever.
But the little waves are sleeping,
O’er the pebbles slowly creeping,
That last night were flashing, leaping,

Driven by the restless breeze,
In lines of foam beneath yon trees.
Dressed in robes of gorgeous hue,
Brown and gold with crimson blent;
The forest to the waters blue
Its own enchanting tints has lent;
In their dark depths, life-like glowing,
We see a second forest growing,
Each pictured leaf and branch bestowing
A fairy grace to that twin wood,

Mirror’d within the crystal flood.
’Tis pleasant now in forest shades;
The Indian hunter strings his bow
To track through dark, entangling glades
The antler’d deer and bounding doe,
Or launch at night the birch canoe,
To spear the finny tribes that dwell
On sandy bank, in weedy cell,
Or pool the fisher knows right well—
Seen by the red and vivid glow

Of pine-torch at his vessel’s bow.
This dreamy Indian-summer day
Attunes the soul to tender sadness;
We love—but joy not in the ray:
It is not summer’s fervid gladness,
But a melancholy glory
Hovering softly round decay,
Like swan that sings her own sad story
Ere she floats in death away
The day declines; what splendid dyes,

In flickered waves of crimson driven,
Float o’er the saffron sea that lies
Glowing within the western heaven!
Oh, it is a peerless even!
See, the broad red sun is set,
But his rays are quivering yet
Through nature’s veil of violet,
Streaming bright o’er lake and hill;
But earth and forest lie so still,
It sendeth to the heart a chill;

We start to check the rising tear—
’Tis Beauty sleeping on her bier.

 

Susanna Moodie (6 December 1803 – 8 April 1885)
Oxford, de geboorteplaats van Susanna Moodie

 

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

Soms
Voor Andreas om te lachen

Soms –
wachtte ze ook op mij

liggend in bed, gereed
mij te ontvangen. Onder haar

dunne hemd alleen in de slip
gekleed, die ik uit Parijs

voor haar had meegebracht:
een vlek van kant en zij

en over de hele bilnaad
slechts een smalle band.

Haar te bezitten gaf mij
het gevoel dat ik haar schiep

dat ik haar lijf onder mijn
handen zijn volmaaktheid

gaf, ik die tevens een diep
ontzag voor de schier eindeloze

stroom van haar orgasmes had
die ik als een natuurverschijnsel

zag, waar ik een even nietig
als onmisbaar onderdeel

van was. – Een wijfjesdier
dat ben je en altijd

geweest! En wat ben jij dan?
– Ik? Ik ben gewoon alleen

een beest

 

Existentiële vraag

Wat is er in de lichtheid
van mijn leven overdag
dat het betaald moet worden
met de zwaarte van de nacht?

Dat uit het hijgen van mijn
borst, uit dat moeras, uit van
mijn dromen de benarde damp
de kracht getrokken moet

voor lachen? Leef ik mijn tijd
te snel, waardoor de donkere
materie van de aarde zelf
als zij haar kans krijgt, mij
terneer drukt en haar tol eist?

 

En in de schemering

En in de schemering zong
de uil zijn blues; veel

van ook zijn verdriet
was al geweest, zijn droevig

lied kwam immers uit
zijn hele lichaampje en niets

gekunstelds was er aan
het werd door niets

gestuit – zo hoort muziek
te zijn: voluit, een druppel

die je dorstige, je uit-
gedroogde ziel

in zich opzuigt.

 

Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

In het bos slapen

Ik dacht dat de aarde
me nog kende, ze
nam me zo liefdevol terug, haar donkere
rokken schikkend, haar zakken
vol korstmossen en zaden. Ik sliep
als nooit eerder, een steen
op de rivierbedding, niets
tussen mij en het witte vuur van de sterren
behalve mijn gedachten, en ze fladderden
licht als motten tussen de takken
van de perfecte bomen. De hele nacht
hoorde ik de kleine koninkrijken om me heen
ademen, de insecten, en de vogels
die hun werk in het donker doen. De hele nacht
ging ik op en neer, alsof ik in water dreef, worstelend
met een schitterend noodlot. Tegen de ochtend
was ik minstens tien keer verdwenen
in iets beters.

 

Vertaald door Sietske Boonstra

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Merijn de Boer, Mary Oliver

De Nederlandse schrijver Merijn de Boer werd geboren in Heemstede op 7 september 1982. Zie ook alle tags voor Merijn de Boer op dit blog.

Uit: Het Surinamedagboek

“Zaterdag 26 maart 2011 Vanochtend bladerde ik door De Groene Amsterdammer en las de volgende advertentie:

Gratis last minute op vakantie? Maak een avontuurlijke en literaire reis door het binnenland van Suriname in het kielzog van Albert Heiman. Meer informatie: helmanreis@paradijsvogels.n1 of 0572-301406.

lk heb meteen gebeld. Erg aardige man aan de lijn. Het blijkt te gaan om een door de Stichting Vrienden van Lou Lichtveld betaalde reis van drie weken door het oerwoud. Overdag varen in een uitgeholde boomstam en ’s nachts slapen in een hangmat langs de rivier. Het lijkt me wel wat. De reis is bedoeld om meer bekendheid te creëren voor het leven en werk van Albert Helman. De man, Maurits Blomhert heet hij en hij werkt aan de biografie van Helman, vroeg of ik weleens van de schrijver had gehoord. Toen ik zei van wel, en vertelde dat ik tijdens mijn studie “De stille plantage” heb gelezen, was hij enorm verrast. Hij wilde meer van me weten en ik vertelde dat in september mijn debuut Nestvlieders uitkomt en dat ik als redacteur voor uitgeverij Van Oorschot werk. lk vertelde ook dat ik altijd al geïnteresseerd ben geweest in Suriname omdat mijn vader er is geboren. Blomhert vond dit allemaal interessant om te horen. Hij kan zelf niet mee met de reis vanwege allerlei gezondheidsklachten en familieperikelen waarover hij nogal uitvoerig uitweidde. Hij suggereerde dat ik misschien een reisverslag kan schrijven. ‘Het zou echt heel mooi zijn als je dat wilt doen,’ zei hij. Hij heeft, als secretaris van de Stichting Vrienden van Lou Lichtveld, de reis georganiseerd en vindt het duidelijk ais je dat wilt doen; zei hij. Hij heeft, ais secretaris van de stichting Vrienden van Lou Lichtveld, de reis georganiseerd en vindt het duidelijk erg jammer dat hij thuis moet blijven. Toen begon hij voor een tweede keer uitgebreid over die gezondheidsklachten, met details over urinewegen die ik niet per se had hoeven horen trouwens (al snap ik nu wel waarom hij niet mee kan). Het zou een troost voor hem zijn als hij een reportage van de reis kan lezen. Een van de andere reizigers heeft hij al gestrikt om onderweg foto’s te maken. Die kunnen dan, samen met mijn verslag, te zijner tijd bij de stichting worden ingeleverd. Misschien wilde ik er zelfs wel een boek van maken, suggereerde hij. Waarom niet? Ja, waarom niet, dacht ik. Het klonk me allemaal uitermate aangenaam in de oren. Ik zei dus op alles ja, met als gevolg dat ik geloof ik aanstaande dinsdag al naar Suriname vlieg. Ik moet het nog wel met Van Oorschot bespreken.“

 

Merijn de Boer (Heemstede, 7 september 1982)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

Rozen, nazomer

Wat gebeurt er
met de bladeren als
ze rood kleuren of goud, als ze
afvallen? Wat gebeurt er

met de zangvogels
als ze niet langer kunnen
zingen? Wat gebeurt er
met hun snelle vleugeltjes?

Denk je dat er een
persoonlijke hemel is
voor ieder van ons?
Denk je dat er iemand,

gene zijde van die duisternis,
ons zal roepen, daarmee ons zal bedoelen?
Achter de bomen
blijven de vossen hun welpen leren

hoe je leeft in de duinpan;
het lijkt wel of ze nooit verdwijnen, ze zijn er altijd
in het bloeiende licht
dat elke ochtend weer oprijst

in de donkere lucht.
En nog weer een duinenrij verder,
vlak langs de zee,
beginnen de laatste rozen hun productie van lieflijkheid,

en schenken ze deze terug aan de wereld.
Als ik een ander leven zou krijgen,
zou ik het willen geven aan een onbekend
tomeloos geluk.

Het zou een vos kunnen zijn, of een boom
vol met wuivende takken.
Ik zou het niet erg vinden een roos te zijn
in een veld vol met rozen.

Angst is nooit tot hen doorgedrongen; ambitie evenmin.
Verstand valt buiten hun besef.
Ook vragen ze nooit hoe lang ze rozen moeten zijn, en wat dan?
Of welke idiote vraag dan ook.

 

Vertaald door Arie Sonneveld

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e september ook mijn blog van 7 september 2021 en ook mijn blog van 7 september 2020 en eveneens mijn blog van 7 september 2018.

Christopher Brookmyre, Cyrus Atabay

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: The Cliff House:

“They had been on the island less than five hours and al-ready the whole thing was falling apart. There was a bite to the breeze as Jen stood outside the house, a reminder that though the calendar said late June, it was still night-time on a remote Scottish island on the edge of the Atlantic. She saw no sign of Samira. She had said she was going to grab some air, but from the state of her there was a greater chance she was actually off to be sick. It turned out Jen’s future sister-in-law was a mouthy rage-monster who couldn’t handle her drink, and she was the least of Jen’s problems. She glanced back at the house, where she could see the others through the drawing room’s huge windows. None of them was speaking. This whole shebang had been a stupid idea, and she was an eejit to have let herself get talked into it. It hadn’t helped that Zaki, her fiancé, had been thoroughly encouraging of the notion. She’d wondered if that was because he had big plans for a stag weekend. If so, they hadn’t materialised.
She pictured him back at home, popping open a can and getting comfy in front of the TV. She wished she was there instead. Suddenly she just wanted to be with Zaki, and Zaki alone. That was a good sign, right? Then she remembered how they had left things. She had as good as told him she didn’t trust him. It hadn’t come out of nowhere; it had been a background hum to their relationship from the off. But that she had put it out there in the open on the morning she departed for her hen weekend was a hell of a red flag. He had been acting secretive of late, shifty and evasive. A couple of weeks ago, she had suspected that he had gone through her bedside drawer. Nothing was missing, but she got this instinctive feeling that the things in it weren’t quite how they had been before. Then last week, in the documents folder of his laptop, she found a scan of her passport. Zaki didn’t have a private log-in for the laptop, something he had presented as a sign of openness, but it struck her that it also ensured she believed she was seeing everything. Then last night he had shut the lid just as she walked into the kitchen, trying to be nonchalant about it but merely having the opposite effect. She had caught a glimpse of what was on-screen. He was replying to an email from an account identified only as grim-pox02@vapourmail.com. Jen had looked up the domain and found that it specialised in disposable email ad-dresses. But more troublingly, she had accessed the laptop while he was in the shower this morning, and couldn’t find the incoming email or the reply he was composing. She checked the inbox, archive and sent folders. There was nothing. He had deleted all trace. That was why, when he emerged from the bathroom, she had asked him directly. ‘Who were you emailing last night?’ she asked. Who is grimpox02?’ ‘It’s nothing you need to concern yourself with.’ He tried to sound casual, though he surely knew it was point-less. ‘If it’s nothing, why did you delete it? Yes, I looked. You emptied the trash too. That’s a lot of steps for nothing.”

 

Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

De Duitstalige, Iraanse dichter en schrijver Cyrus Atabay werd geboren op 6 september 1929 in Teheran. Zie ook alle tags voor Cyrus Atabay op dit blog.

 

Dat allemaal

Dagen. dagen
wilde duiven van vergankelijkheid!
Ah, klaprozen en korenaren
en wat anders de zomer
in zijn schild voert
zonk in de afscheidskist.

Op een dag als deze,
als je boten ziet
die over zeeën varen,
dan dragen ze jouw as
en je houdt ze niet meer tegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Cyrus Atabay (6 september 1929 – 26 januari 1996)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2019 en ook mijn blog van 6 september 2017 en ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

Marcel Möring, Richard Jones

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit : Louteringsberg

“Hij liet zijn hoofd iets zakken en keek mij vanonder zijn wenkbrauwen aan. Toen begon hij in zijn colbertzakken te frommelen. Hij haalde er zijn sigaretten uit, stak er een op en inhaleerde alsof hij aan de zuurstof lag. “Dat huis…” zei hij na een tijdje. Hij ontweek mijn blik, maar wilde blijkbaar ook niet naar het huis kijken. Het resultaat was dat hij uiteindelijk nogal visionair vanuit zijn rookwolken in het niets staarde. Ik trok een wenkbrauw op en wachtte op zijn uitweiding, maar die kwam niet. Ik vroeg me af hoe zo’n weinig spraakzame man zulke goede zaken kon doen dat hij er een Jaguar aan over had gehouden. “Wat is er met dat huis?” Hij schokschouderde in zijn blazer. “Ik krijg er de rillingen van.” “Waarom?” “Wat?” “Waarom krijg je de kriebels van dit…” Hij schudde zijn hoofd. “De afgelegen plek… Midden in het bos. Hier op de heuvel. Ik weet het niet… Er is iets met dat huis.” “Berg,” zei ik. “Vergeet niet dat wij Hollanders dit een berg noemen. Ik kende ooit een Engelsman die vroeg, toen ik hem had uitgelegd dat wij onze heuvels bergen noemen, of een heuvel bij ons dan soms een gat in de grond was.” Hij kon er niet om lachen. “Zorg dat je morgen bereikbaar bent,” zei ik. Hij opende zijn mond, maar ik besloot hem te negeren. “Wij kijken hier nog even rond,” zei ik. Hij knipperde met zijn ogen en aarzelde even. Toen stapte hij in zijn auto en reed knerpend het grindpad af. Ik zag hem in zijn achteruitkijkspiegel kijken terwijl de wagen in de bosrand verdween. “En, schatje? Wat denk je ervan?” Becky, de vingers van haar handje om mijn wijsvinger geklemd, keek naar het huis. “Zijn er spoken?”
“In het huis? Nee, dat denk ik niet. Denk jij dat er spoken wonen?” Ze knikte. Ik nam haar op en liep het grasveld over. Daar, voor dat kolossale pand, stonden we naar de dode ogen van de ramen en de gesloten mond van de dubbele voordeur te kijken. “En wat doen we daar dan aan?” Becky wurmde in mijn armen en ik zette haar op de grond. Ze rende in haar fladderende jurkje naar de rand van het gazon, hield daar stil, zette haar handen aan haar mond en riep zo hard ze kon “Boe!” “Ik denk dat dat wel heeft geholpen,” zei ik, toen ik naast haar stond. “Geen spook durft te blijven als Rebecca Kolpa “Boe!” roept. Denk je dat ik ook nog moet roepen?” Ze keek omhoog en dacht even na. Toen schudde ze haar hoofd. “Nee,” zei ik. “Ik denk ook niet dat spoken van mij schrikken.” “Ik jaag ze weg,” zei Becky. Ik knikte. “Altijd,” zei ze. Ik tilde haar op en liep met haar naar de auto. “Becky jaagt de spoken weg,” zei ik. “Daar reken ik op.” Een halfjaar later verhuisden we. In die zes maanden hadden een zwijgzame aannemer en een even zwijgzame ploeg mannen het dak gedicht, verwarmingsbuizen onder de vloeren gelegd, elektriciteitskabels ingefreesd en een heleboel andere dingen gedaan die voor mij onzichtbaar bleven maar volgens de aannemer “absoluut nootzakelijk” waren, zoals hij niet ophield te herhalen als hij met een meerwerknota kwam. Het was oktober.”

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, in 1953.  Zie ook alle tags voor Richard Jones op dit blog.

 

Het altaar

Voordat ik een schoon vel papier tevoorschijn haal,
hou ik voor het blauw van het raam
een pas geslepen potlood dat naar de hemel wijst
en blaas voordat ik aan de slag ga
het onmerkbare stof weg
van de punt.
Want op de lange reis van het leven
zijn er maar weinig dingen die meer voldoening schenken
dan het draaien van de krukas
en het aandrijven van de cilindrische bramen
van een mechanisme dat
de afgestompte geest van een geel potlood nummer 2 scherpt.
In de zilveren puntenslijper
ben ik getuige van het huwelijk tussen nut en schoonheid
– een model voor kunst en een doel voor het leven,
elke ochtend gevierd voor dit kleine altaar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Jones (Londen, 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2020 en eveneens mijn blog van 5 september 2018 en ook mijn blog van 5 september 2017 en ook mijn blog van 5 september 2015 deel 2.

Helga Ruebsamen, Richard Jones

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen werd op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

Uit: Een vrek met woorden

“Verlaine wilde geen romans schrijven, omdat hij geen zin had zich te wijden aan mededelingen die behelsden dat een personage de deur opendeed alvorens naar buiten te gaan, om vervolgens deze deur weer zachtjes dan wel met een klap achter zich te sluiten.
Volgens Verlaine werd het volume van een roman voornamelijk door de hoeveelheid van dit soort vermeldingen bepaald. De korteverhalenschrijver kan het hier van harte mee eens zijn. De gemiddelde lezer echter niet. Want de meeste lezers willen liever een roman lezen dan een kort verhaal. Als je deze lezers vraagt waarom dit zo is, dan komen hun antwoorden neer op het feit dat ze te weinig waar krijgen voor hun geld. Bovendien moeten ze voor dit weinige dan ook nog zoveel moeite doen! Waar de schrijver van een roman de lezer bij de hand neemt en hem meevoert door het bouwwerk van zijn eigen verbeelding en hem van alles hierover uitlegt, kortom de ene deur na de andere voor hem opent en vervolgens ook beleefd deze deuren weer achter hem sluit, ondertussen niets anders van zijn lezer verlangend dan dat deze zich laat meeslepen als een braaf kind dat zich zonder tegenstribbelen laat aansmoezen wie hier aan het woord zijn en wat er aan de hand is, daar verlangt de korteverhalenschrijver, nee, daar eist de korteverhalenschrijver zonder pardon dat zijn lezer zich gaat inspannen!
De romanschrijver is een welbespraakte gids die zijn lezers in een autobus door zijn wondere wereld leidt, ‘links,’ vertelt hij en wat klinkt zijn stem veelbelovend, ‘bevinden zich oude grijze duinen die op hun flanken de korstige dennenbomen dragen die zijn kromgetrokken door de ruwe wind uit zee, rechts in de luwte daar ziet U de lege bollenvelden waar de tulpenkoppen zojuist door mensenhanden koelbloedig zijn afgeslagen… allemaal!’

 

Helga Ruebsamen (4 september 1934 – 8 november 2016)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, op 8 augustus 1953.  Zie ook alle tags voor Richard Jones op dit blog.

 

De lepel

Op sommige dagen denk ik dat ik niets meer nodig heb
in het leven dan een lepel.
Met een lepel kan ik havermout eten,
of de medicijnen innemen die artsen voorschrijven.
Ik kan een vlieg meppen die op de vensterbank slaapt
of op de tafel beuken om aandacht te trekken.
Ik kan beschuldigend naar God wijzen
of herhaaldelijk de lege lucht steken.
Kijkend in de spiegel van de lepel,
kan ik mijn kleine gezicht bestuderen in zijn glimmende kom,
of één oog bedekken om de halve wereld te laten
verdwijnen. Met een lepel
kan ik een tunnel graven naar de vrijheid,
lepel voor lepel vol vuil,
of leven verspillen door maanlicht te vangen
en het de zwartste nacht in te go
oien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Jones (Londen, 8 augustus 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e september ook mijn blog van 4 september 2018.

Jacq Firmin Vogelaar, Adrian Matejka

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Windziekte

“Duizend naalden die regen, plotseling bewoog zijn tong, dat was geen vergissing, duidelijk voelde ik mijn tong, enigszins knakkend, enigszins krakend, deze woorden waren de eerste die zich roerden nadat ik lange tijd met stomheid geslagen was geweest. Grammatikaal nog wat krukkig, duizend naalden die regen, maar het gaf de burger moed dat de eerste woorden zich aandienden in lyries sellofaan verpakt. Van boven naar beneden, de regen valt, dus ben ik beneden, plotseling werkte mijn verstand weer, met mondjesmaat natuurlik, het licht ging aan, het gas siste en de buizen suizden, alle voorzieningen deden ’t. Waar ben ik, in heldere witte letters danste het onderschrift voor mijn geestesoog, plotseling kon ik weer zien, waar ben ik? Een fraksie van ’n sekonde was ik alleen, schommelend in ’n roeibootje, met ’n gedimde maar aanvallige herinnering, oppassen zei ik op hetzelfde moment tegen mezelf, dit zijn mijn woorden niet, ik rook iets, narigheid, daaraan herinnerde ik mij, of herinnerde mij iets, mijn hand uiterst voorzichtig dus teder want bedacht op tetterdetet luidkeelse protesten en ongerijmd misbaar (maak me klaar) teder was de bedoeling op en om en tussen weke borsten, plotseling was ik weer bij m’n positieven en bespeurde ik iets, niets anders dan oorsuizen en pulseren van het bloed hoorde ik zeggen. Ik leefde dus nog, toch meende ik stemmen gehoord te hebben, een monumentaal hoofd keek van boven op me neer, dat hebben we geklaard. Er werd niet gezegd: hij heeft het gehaald, of: nu wordt er betaald, ik zweer dat er gezegd werd: dat hebben we geklaard, en zoals bij verplegend personeel te doen gebruikelijk werd ik daarmee bedoeld. En als ik hem niet gezien had, wanneer hij niet zo laf was geweest, de neetoor, met de dag werd zijn gedrag onbetameliker, baloriger tegenover anderen lafhartiger tegenover mij, als ik toen geweten had dat zijn brein erachter zat had ik durven zweren dat er gezegd werd: dat hebben we geklaard, en dat we onder anderen Gans was. Voorlopig moet ik volstaan met een blotebillengezicht boven me dat niets goeds voorspelde en nog met konsumptie sprak bovendien. Hoe is het weer, vroeg ik. Kon er mee door, men mocht niet mopperen, er zat muziek in, hoorde ik zeggen en ’n paar onsmakelike details bestemd voor smakkende co-assistenten die de een na de ander wilden voelen, lekker knijpen in de rubber slang.”

 

Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)
In 1968

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Onfunky UFO

De eerste lancering van de Space Shuttle werd uitgesteld tot
zondag, dus moesten we in plaats daarvan in de klas kijken
naar de terugkeer van de shuttle naar de aarde: het dikke zwart & wit van de PS113
rolde naar binnen, de antennes bovenop zijwaarts
bijgesteld en lager voor een betere ontvangst. Op dezelfde
dag stal Garrett mijn nieuwe pennenbakje. Op dezelfde
dag plaste Cynthia in haar spijkerbroek in plaats van naar de wc
te gaan en liet ze Garrett haar pennenbakje
stelen. Allebei te overstuur om vragen te beantwoorden over
de ruimtevlucht, dus werden achterin de klas gezet.
Ik rook naar het soort schaamte dat een gevecht begint
op een dinsdagmiddag. Cynthia rook naar plas
& alledaagse Jordache. De shuttle volgde een vlotte weg
terug naar de aarde, wolken losmakend van de monochromatische
hemel en wij allemaal – zelfs de astronomisch marginale –
waren winnaars. Amerikaans, omdat een paar dagen eerder
een mislukte songwriter een kogel in de president schoot
in de naam van Jodie Foster. De shuttle leek
op een kogel, alleen met vleugels en een cockpit, en toen
hij eindelijk landde, barstte de klas los in applaus
& pakte de leraar een dunner wordende Amerikaanse vlag
uit de hoek, zwaaide hem heen en weer ter ere
van onze gewonde president en die astronauten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 september 2018 en ook mijn blog van 3 september 2017.

Willem de Mérode, Sabine Scho

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

Verbeiden

Ik weet, dat gij niet komen zult,
En wacht tóch op uw komen.
En mijn verbeidend ongeduld
Waakt nog in diepste droomen.

Ik lig en slaap, en, onbewust
Hoor ik op elk geruchten
En beef vervaard naar de ijdlen lust
Der nadrende genuchten.

Geen wind zoo ijl en bevend veeg
Voorbij der ramen duister,
Of ’s harten jagende onrust zweeg:
Klaar wakker lig ‘k en luister.

En in het grijze schemerlicht,
Bleek in het vage nachten,
Licht uw aanbeden aangezicht,
En lacht naar mij te wàchten.

Te wachten … ver, en zóo nabij,
En kan mij niet genake.
En ik lig, machteloos als gij,
In bovenaardsche wake.

Dan dooven, wijkend in den nacht
Uw uchtendblanke oogen.
En ik lig hopeloos, en wàcht,
Om uw gelaat bedrogen.

En ‘k wéét, dat gij niet komen zult,
En wacht toch op uw komen.
En mijn verbeidend ongeduld
Heeft niet slaaps troost genomen.

 

Brieven

Stamelwoorden van verrukking,
Die geen zin en geen verband meer kennen;
Flarden van gedachten, afgebroken
Als een nieuwer zoeter visioen zijn toover
Langs uw droomend aangezicht liet gaan.
Deze onnoozle kinderlijke woorden,
Heilig in hun ongeweten onschuld,
Deze golvingen van jeugdig hartbloed,
Dit zich naakt naar buiten wagen
In de goudgloed van de zon…

 

DE MARTELAAR

Toen heeft zijn hart, lang door zijn angst belet,
Een wraakschreeuw naar den hemel uitgestooten
En in Gods ooren donderden de schoten
Die deze ziel losbrandde tot ontzet.

En God kwam neder; en dit grijs benet
Gelaat werd van Zijn heerlijkheid omvloten
En onaantastbaar; en zijn vuist’ ontsloten
Als knoppen, en ontbloeiden in gebed.

En toen de beul in een beklemmend zwijgen
De vlammen door het drooge rijs liet stijgen,
Scheen ’t of zijn hoofd den dood begroetend neeg.

En ’t was of men de armelijke resten
Verbrandde van ruw neergehaalde nesten,
Terwijl een vogel ruischende ontsteeg.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Willem de Mérode op het San Marcoplein in Venetië, 1923

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

skin

zuurbescherming en druk
gevoeligheid, laat
eens het been zien, a heart-
shaped bruise, my
business, wat gaat het
jou aan, identifica-
tie-oefening middels meesleep-
zaken, de zorgen zijn
toch al lang weg – over de hele
linie een bovenarm
vastgrijpen, een fonkelen,
een sissen omhult
het lachen, dat moet
eerst intrekken, de epi-
kritische punten, wacht
ik houd het koelkussen vast

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2020 en eveneens mijn blog van 2 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

W. F. Hermans, Sabine Scho, Babs Gons

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: Het behouden huis

“Bij de troep die uit Bulgaarse, Tsjechische, Hongaarse en Roemeense partizanen bestond, was niemand die ik kon verstaan.
Hoelang nu al uit Nederland weg, dacht ik, aldoor in andere vreemde landen, overal dezelfde duisternis ’s avonds in de steden en dan tenslotte niemand meer met wie ik kan praten. In Duitsland kon ik tenminste nog gesprekken tussen anderen afluisteren. Maar nu was alles wat ik hoorde niets dan puur geluid. Gedreun van motoren, ontploffingen, gebrom van kogels, geschreeuw van dieren, geritsel, gekraak, bonken, blaffen. Ook uit de mensen kwamen alleen maar geluiden. Proletariërs aller landen verenigt u! – Maar ze zijn niet in staat een stom woord met elkaar te spreken.
Soms begreep ik de bevelen niet eens. Dat kon de officieren weinig schelen. Drie dagen tevoren lag ons peloton onder eigen vuur. Ook was er een speciale Russische afdeling gekomen die vijf man had uitgezocht en achter de schuur waar wij lagen, doodgeschoten. Een had geprobeerd weg te lopen. Hij lag de volgende ochtend op de weg, met zijn gezicht naar boven. Niemand durfde hem opzij te schuiven. Wij marcheerden over hem heen, wij zetten onze voeten op hem om niet uit de pas te raken. Ik liep achter in de rij. Toen ik bij hem kwam, was zijn hoofd al gekraakt en onherkenbaar. Ik kon niet uitmaken wie het was. Drie maanden moest ik hem dagelijks hebben gezien. Maar ik zou toch niet geweten hebben hoe hij heette. Ik dacht, terwijl een der jagers hoogte begon te verliezen aan de Spanjaard die Frans sprak. Ik zou nu met hem hebben willen praten.
Het vliegtuig veranderde in een komeet van roet en sloeg ergens achter mij tegen de grond.
De ontploffing klonk of de wereld een miljoenvoudig versterkt slikgeluid maakte. Er was voldoening in dat geluid of de aardbol op het vliegtuig had geloerd zoals een kikker op een vlieg.
Toen begon een zwarte roetwolk langzaam het uitzicht op de weg te belemmeren. Opeens zag ik door de walm heen de Spanjaard blootshoofds op mij af komen lopen. Het leek of het neergestorte vliegtuig hem hier had gebracht, of hij ongedeerd uit de wrakstukken te voorschijn was gekomen.
Ik wilde wat tegen hem roepen; ik had willen roepen: Ik zat juist aan je te denken! Maar ik wist dit zo gauw niet te formuleren. Mogelijk was ik het spreken helemaal verleerd.”

 

W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)
Beeld van Willem Frederik Hermans door Sylvia Willink, 1981

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

grote miereneter

een rustige tandarme, mie-
ren in zijn buik, ik zag het
regenwoud branden
en een miereneter
ook, niemand met een
blusdeken greep in
de cyclus in vlammen
orgaanactiviteit wordt opgeschort
hoe voelt dat
in vlammen om te komen
onlangs doodden miereneters
twee Braziliaanse boeren
of ze hun vitale sfeer bedreigden
en hun leefgebied
– is hoe dan ook te betreuren
met vlijmscherpe klauwen
kun je je niet verdedigen
tegen brandlandbouw
breekt zo’n dier breekt termieten
heuvel open en likt verhit
in alle gangen, roepen ze
ren, termiet, ren
een lichaamsbouw waarin
lange lijmtongen wonen
biedt een zekere groottongigheid
voor smaaksensaties
kan me voorstellen dat, zou men
insecten flamberen,
dat bij miereneters
de darmactiviteit zou veranderen
hij neuriede dan nauwelijks hoorbaar
burning down the house
scheidde smeulende
heuweltjies af

 

————–

* heuweltjies – Afrikaans: kleine bultjes – heuvels in Zuid-Afrika, vooral in de West-Kaap. Er wordt aangenomen dat het gefossiliseerde termieten zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlands schrijfster, dichteres, columniste en spoken-word performer Babs Gons werd geboren in een klein dorp in de VS in 1971.  Gons kwam eind jaren negentig in New York in aanraking met spoken word en is sindsdien in Nederland een prominente performer geworden van deze voordrachtskunst. Vanaf 2001 organiseerde ze in Paradiso tien jaar lang Palabras, een maandelijkse podium voor jonge dichters en schrijvers. In 2007 was ze een van de oprichters van Poetry Circle Nowhere, een “landelijk platform voor schrijvende performers en performende schrijvers”; ze was tot 2014 artistiek leider van het platform. In 2018 ontving Gons een Black Achievement Award in de categorie kunst en cultuur. In 2020 werd ze genomineerd voor de Gieskes-Strijbis Podium Prijs “omdat zij, naast de wezenlijke bijdrage die ze leverde en levert voor het Nederlandse Podiumkunstenlandschap, zichzelf als kunstenaar steeds opnieuw blijft uitvinden.” Ze is samensteller van de bundel Hardop, een overzicht van de spoken word-scene in Nederland met – naast haar eigen teksten – ook werk van onder meer Akwasi, Sandy Bosmans, Gershwin Bonevacia en Siham Amghar. Sinds juli 2019 schrijft Gons elke zaterdag een column in Het Parool. Haar dichtbundel “Doe het toch maar” werd gepubliceerd in april 2021. In 2021 werd ze ook door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPBB) aangesteld als Boekenweekdichter binnen het thema Tweestrijd. Ze schreef in dat kader het boekenweekgedicht “Polyglot”. Gons was de Vrije Schrijver 2021/22 van de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2022 werd zij benoemd tot lid van de Akademie van Kunsten. Ook kreeg ze dat jaar De Johnny en de daarbij horende trofee genoemd naar Johnny van Doorn. In 2023 werd ze benoemd tot Dichter des Vaderlands, voor een termijn van twee jaar.

 

POLYGLOT

ik leerde de ene taal na de andere
die van de nette kleren
die iets van je huid compenseren
van de woorden verzorgd tot in de puntjes
die je iets lijken te vergeven

de taal van opgeheven hoofd en rechte rug
en net doen alsof
niemand je kan raken
de taal van wie denkt ze wel niet dat ze is
wie denk ik wel niet dat ik ben

de taal van hou van mij ondanks dit lichaam
de taal van hou van mij dankzij dit lichaam
van haal je vingers uit mijn haar
alleen de wind mag er doorheen
haal je vingers uit mijn mond
ik draag mijn tong in mijn borst

de taal die de mond scheidt van het hart
het hart van het bloed
het bloed van de botten
archiefkasten met verloren verhaallijnen
waarin je soms in de weerklank
van een verre voorouder
jezelf ontmoet
de taal die je ziel terug naar huis zingt

de taal zo kaal
dat ze je niets geeft om je mee te bedekken

maar het liefste is me
de taal die me zo bloot legt
als mijn huid maar toelaat

 

PRECIES GOED

Soms wil je gewoon je hoofd op de aarde leggen,
je vuist naar de hemel heffen,
de tranen laten komen en zeggen:
het is zeker omdat ik zwart, wit, vrouw,
dik, dun, te groot, te klein,
te lief, onaardig,
omdat ik lelijk, eerlijk,
direct, poëtisch, welbespraakt,
te zichtbaar, onzichtbaar,
kwetsbaar,
onbegrepen, geprezen
arm, trots en confronterend ben?
Daarom zeker!

En dat de aarde je dan met haar zachte handen
heel voorzichtig omhoog duwt,
je op de wang kust en fluistert;
het is omdat je zo ontzettend mens bent.
Niet te veel, niet te weinig, gewoon genoeg mens.
Net zo mens als andere mensen.
Precies goed.

 

Babs Gons (1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2020 en eveneens mijn blog van 1 september 2018.

Sander Kok, Wolfgang Hilbig

De Nederlandse schrijver Sander Kok (ook bekend fotomodel) werd geboren in Arnhem op 31 augustus 1981. Zie ook alle tags voor Sander Kok op dit blog.

Uit: Smeltende vrouw

“Daar was hun witgepleisterde huis, waarin ze op hem wachtte.
Hij stak de sleutel in het slot en besefte dat hij hem al minutenlang in zijn hand had.
Hij zette zijn schooltas onder de kapstok en hing zijn ski-jack op, verplaatste het cadeautje van zijn jaszak naar zijn broekzak. Zijn natte laarzen liet hij op de deurmat staan. Door de smalle ruit naast de deur van de woonkamer bekeek hij zijn vrouw.
‘Dag lieverd,’ zei hij, terwijl hij de deur opende.
Ze lag niet in bed, zoals gebruikelijk op dit uur, maar hing tegen de driezitsbank, waar hij haar die ochtend voor het laatst had gezien.
Hij kuste haar.
‘Hoe was je dag?’
‘Goed, gewoon. Is de bezorgservice geweest?’
‘Alles staat in de keuken. En er is bier in de ijskast, dat moet nu wel koud zijn.’
‘O, een biertje is lekker.’
‘Kun je aan mijn been trekken?’ vroeg zijn vrouw.
Hij trok aan het been. Eigenlijk was het niet meer echt een been, maar een boomstam, omhuld met vlees, gevuld met pap. Neeltje woog nu 240 kilo. Haar lichaam was zo groot dat wanneer ze achterover op bed lag, wat ze meestal deed, het hoofd achter het lichaam leek te liggen, alsof iemand het erbij had gelegd.
‘Neeltje, lieverd,’ zei hij, ‘ik heb wat voor je mee- gebracht.’ Hij pakte een door de lichaamswarmte verbogen reep chocola uit zijn broekzak. ‘Hershey, puur, met noten.’
Neeltjes hoofd kwam iets overeind en maakte zich gereed.
Langzaam, behoedzaam, schoof hij de reep in haar mond.
‘Bijt,’ zei hij.
Ze beet en kauwde.
Reukens streek, nog voor ze haar mond leeg had, teder met de afgehapte kant van de reep over haar lippen. ‘Open.’
‘…Bijt.’
‘…Slik.’
En weer, hij duwde de reep iets verder in haar keel.
‘Houd je van Hershey? Je houdt van Hershey,’ zei Reukens tegen Neeltje.”

 

Sander Kok (Arnhem, 31 augustus 1981)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

‘laat mij toch’

laat mij toch
laat mij naar koude vreemde landen gaan
thuis
zink ik weg
in deze warme kleverige brij
die nauwelijks doorzichtig is
die me vasthoudt, die me zo
vasthoudt

laat mij naar vreemde landen
daar wil ik om mij heen slaan
met mijn schaduw vechten dat
slagen suizen in waterheldere lucht
hier wurgt de stilte mij
hier zuigt dikke pulp aan mijn hand

laat mij
waar het zicht helder is
of in stenen in hoge stenen muren in
muren voor mijn schedel – –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.