Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook mijn blog van 18 juli 2007 en eveneens mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 12 juli 2009 en ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

Ver als de horizon ben je

ver als de horizon ben je
in de glazen kist van het weer geborgen
beukend op de blikken deksels
van het najaar
ik zie de bliksem langs je lichaam trillen
en de regen loopt onrustig door je ogen

ik kan de afstand die mij van je scheidt
in lichtjaren tellen
en in de meter van het geluid
zoemen de seconden

mijn handen opnieuw in gebruik gesteld
sluiten het onweer in je borsten buiten

alleen de regen is thuis
op de platte daken van de nachten
zonder duizelingen

 

Het spiegelend evenbeeld

Wat is leven? Ogen die elkaar niet zien,
hout op hout de woede van het lichaam,
draaiend in het cirucusspel van heden.

Het is een straatnaam aan een huis,
de ogen rode tekens aan een voorhoofd,
terend op de gedachte aan gisteren:

‘Ik loop in zoveel duisternis
dat ik blind ben van vragen.
’s Nachts de koele mist van de liefde
bij dag de godsdienst van het ademhalen’.

Terend op een wanhoop die morgen is:
alleen met anderen die alleen zijn,
samen met de eigen stem, die niet klinkt
in een wankel en vermoeid bestaan
waar geen geluid meer doordringt.

En ik die dit leven niet ken
ik, een toerist in eigen land,
vreemde voeding in mijn cellen,
vreemde rook in mijn mond.

Ik loop langs alle wegen die mij dragen
en vraag, maar kan niet meer vragen,
Geef mij het einde, zodat ik mijzelf herken.

Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

Lees verder “Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko”

William M. Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Stanisław Skorupski

De Engelse schrijver William Makepeace Thackeray werd geboren in Calcutta op 18 juli 1811. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.en ook mijn blog van 18 juli 2008 en ook mijn blog van 18 juli 2007 en ook mijn blog van 18 juli 2006.

Uit: George Cruikshank

“A ccusations of ingratitude, and just accusations no doubt, are made against every inhabitant of this wicked world, and the fact is, that a man who is ceaselessly engaged in its trouble and turmoil, borne hither and thither upon the fierce waves of the crowd, bustling, shifting, struggling to keep himself somewhat above water–fighting for reputation, or more likely for bread, and ceaselessly occupied to-day with plans for appeasing the eternal appetite of inevitable hunger to-morrow–a man in such straits has hardly time to think of anything but himself, and, as in a sinking ship, must make his own rush for the boats, and fight, struggle, and trample for safety. In the midst of such a combat as this, the “ingenious arts, which prevent the ferocity of the manners, and act upon them as an emollient” (as the philosophic bard remarks in the Latin Grammar) are likely to be jostled to death, and then forgotten. The world will allow no such compromises between it and that which does not belong to it–no two gods must we serve; but (as one has seen in some old portraits) the horrible glazed eyes of Necessity are always fixed upon you; fly away as you will, black Care sits behind you, and with his ceaseless gloomy croaking drowns the voice of all more cheerful companions. Happy he whose fortune has placed him where there is calm and plenty, and who has the wisdom not to give up his quiet in quest of visionary gain.

Here is, no doubt, the reason why a man, after the period of his boyhood, or first youth, makes so few friends. Want and ambition (new acquaintances which are introduced to him along with his beard) thrust away all other society from him. Some old friends remain, it is true, but these are become as a habit–a part of your selfishness; and, for new ones, they are selfish as you are. Neither member of the new partnership has the capital of affection and kindly feeling, or can even afford the time that is requisite for the establishment of the new firm. Damp and chill the shades of the prison-house begin to close round us, and that “vision splendid” which has accompanied our steps in our journey daily farther from the east, fades away and dies into the light of common day.”

William Makepeace Thackeray (18 juli 1811 – 24 december 1863)
Lees verder “William M. Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Stanisław Skorupski”

Ricarda Huch, Tristan Corbiere, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson

De Duitse dichteres en schrijfster Ricarda Huch werd op 18 juli 1864 in Braunschweig geboren. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

Wiedersehen

Aus der Trennung Schale
Trank ich tropfenweis den bittren Wein;
Ganz in einem Male
Soll das Wiedersehn genossen sein.

Gib mir beide Hände!
Aus dem nie erschöpften Überfluß
Unsrer Huld verschwende
Alle Zärtlichkeit in einem Kuß!

Hauche deine Seele
Tief in meines Busens Grund hinein;
Nicht im Wort erzähle:
Was du denkst, wird so im Fühlen mein.

 

Wie liebten wir so treu in jenen Tagen

Wie liebten wir so treu in jenen Tagen,
Fest wie die Sonne stand das Herz uns da.
Getrennt, wie hatten wir uns viel zu sagen,
Und sagten stets nur eines: Liebst Du? Ja!
O Liebe, kannst du wie ein Traum der Nächte
Vorübergehen, die du unendlich scheinst?
Mir ist, als ob er fernher mein gedächte

Und fragte: Liebst Du mich? Sag ja wie einst!

 

Ricarda Huch (18 juli 1864 – 17 november 1947)

Portret door Martin Lauterburg, 1930

Lees verder “Ricarda Huch, Tristan Corbiere, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson”

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

De Nederlandse acteur Jan Hendrik (Johnny) Kraaijkamp is gisteren overleden. Johnny Kraaijkamp werd geboren op 19 april 1925 in Amsterdam. Na een lange periode van komische rollen – zo speelde hij in 1978 met zijn zoon in De verlegen versierder, een door Berend Boudewijn vertaald blijspel van Robin Hawdon – was Kraaijkamp van 1979 tot 1984 actief bij het RO Theater, waar hij onder andere King Lear speelde. Kraaijkamp overleed op 17 juli 2011 in het Rosa Spier Huis in het Noord-Hollandse Laren. Hij werd 86 jaar

Scene uit King Lear, links: Lou Landré, rechts: John Kraaijkamp sr

Uit: King Lear (vertaling: Jan Jonk)

Cordelia
Wij zijn niet de eersten,
die het beste wilden, maar het slechtste kregen.
Gekrenkte Koning, jouw lot kan mij deren;
zelf zou ik de valse grijns van het lot pareren.
Zien wij die dochters en die zusters nog?
Lear

Nee, nee, nee, nee. Kom vlug naar onze cel.
Daar zingen wij als vogels in een kooi.
Als jij mijn zegen vraagt, kniel ik en vraag
jou om vergeving. Zo zullen wij leven,
bidden, zingen, van sprookjes spreken, lachen
om vergulde vlinders, van arme drommels
het hofnieuws horen, en met hen bespreken
wie wint en wie verliest, wie in, wie uit is.
Daar schouwen wij het mysterie van ons zijn,
als godeninformanten, in die kerker,
verslijten wij de kliek van hoge heren,
wier tij daalt en rijst met de maan.
Edmund
Voer ze af.
Lear
Op zulk een heilig offer, lieve Cordelia,
strooien de Goden wierook. Heb ik jou gestrikt?
Alleen een hemelfakkel scheidt ons nog,
en drijft ons weg als vossen. Droog je ogen.
Laat de duivels ze vreten, huid en haar,
wij huilen niet. Eerst komt hun hongerdood.
Kom.
Lear en Cordelia af

John Kraaijkamp sr. (19 april 1925 – 17 juli 2011)