NoViolet Bulawayo

De Zimbabwaanse schrijfster NoViolet Bulawayo (pseudoniem van Elizabeth Zandile Tshele) werd geboren op 12 oktober 1981 in Tsholotsho, Zimbabwe en ging naar de Njube High School en later naar de Mzilikazi High School voor haar A-levels. Ze voltooide haar universitaire opleiding in de Verenigde Staten, studeerde aan het Kalamazoo Valley Community College en behaalde een bachelor- en masterdiploma in het Engels aan respectievelijk Texas A&M University-Commerce en Southern Methodist University. In 2010 voltooide ze een Master of Fine Arts in creatief schrijven aan de Cornell University, waar haar werk werd erkend met een Truman Capote Fellowship. In 2011 won ze de Caine-prijs met haar verhaal “Hitting Budapest”, dat was gepubliceerd in de Boston Review van november / december 2010 en het openingshoofdstuk werd van haar debuutroman uit 2013. “We Need New Names” was opgenomen in de shortlist van de Man Booker Prize 2013, waarmee Bulawayo de eerste zwarte Afrikaanse vrouw en de eerste Zimbabwaan was die op de shortlist voor de prijs stond. Ze won onder meer de Etisalat Prize for Literature en de Hemingway Foundation/PEN Award. In 2011 werd gemeld dat ze aan een memoiresproject was begonnen. Bulawayo zat tussen 2014 en 2018 in de raad van toezicht van het pan-Afrikaanse literaire initiatief Writivism. Haar tweede roman “Glory”, gepubliceerd in 2022, is geïnspireerd door George Orwells Animal Farm en gaat over een natie die op de rand van een revolutie staat.  Ze schreef meer dan drie jaar aan het boek, waarin Bulawayo het basisactivisme op de voet volgde dat verandering eiste in landen als Soedan, Algerije, Oeganda, Eswatini en de Verenigde Staten, waar de Black Lives Matter-beweging een grote vlucht nam. Bulawayo werd in 2014 door het tijdschrift New African uitgeroepen tot een van de 100 meest invloedrijke Afrikanen. Haar debuutroman, “We Need New Names”, stond op de shortlist voor de Booker Prize 2013, en haar tweede roman, “Glory”, stond op de shortlist voor de Booker Prize 2022, waardoor ze “de eerste zwarte Afrikaanse vrouw was die tweemaal op de Booker-lijst verscheen”.

Uit: We Need New Names

“We are on our way to Budapest; Bastard and Chipo and Godknows and Sbho and Stina and me. We are going even though we are not allowed to cross Mzilikazi Road, even though Bastard is supposed to be watching his little sister Fraction, even though mother will kill me dead if she found out; we are just going. There are guavas to steal in Budapest, and right now I’d rather die for guavas. We didn’t eat this morning and my stomach feels like somebody just took a shovel and dug everything out.
Getting out of Paradise is not so hard since the mothers are busy with hair and talk, which is the only thing they ever do. They just glance at us when we file past the shacks and then look away. We don’t have to worry about the men under the jacaranda either since their eyes never lift from the draughts. It’s only the little kids who see us and want to follow, but Bastard just wallops the naked one at the front with a fist on his big head and they all turn back.
When we hit the bush we are already flying, scream-singing like our voices will make us go faster. Sbho leads: Who discovered the way to India? and the rest of us rejoin, Vasco da Gama! Vasco da Gama! Vasco da Gama! Bastard is at the front because he won country-game today and he thinks that makes him our president or something, and then myself and Godknows, Stina, Sbho, and finally Chipo, who used to outrun everybody in all of Paradise but not anymore because somebody made her pregnant.
After crossing Mzilikazi we cut through another bush, zip right along Hope Street for a while before we cruise past the big stadium with the glimmering benches we’ll never sit on, and finally we hit Budapest. We have to stop once though, for Chipo to sit down because of her stomach; sometimes when it gets painful she has to rest it.
When is she going to have the baby anyway? Bastard says. Bastard doesn’t like it when we have to stop doing things because of Chipo’s stomach. He even tried to get us not to play with her altogether.
She’ll have it one day, I say, speaking for Chipo because she doesn’t talk anymore. She is not mute-mute; it’s just that when her stomach started showing she stopped talking. But she still plays with us and does everything else, and if she really, really needs to say something she’ll use her hands.
What’s one day? On Thursday? Tomorrow? Next week?
Can’t you see her stomach is still small? The baby has to grow.
A baby grows outside of the stomach, not inside. That’s the whole reason they are born. So they grow into adults.
Well, it’s not time yet. That’s why it’s still a stomach.
Is it a boy or girl?
It’s a boy. The first baby is supposed to be a boy.”

 

NoViolet Bulawayo (Tsholotsho, 12 oktober 1981)

Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Dood Punt

Ik schuil in taal. Woorden
rijzen rechtopstandig op de blinde
speerpunt van mijn zinnen.
Ik folter en aanbid ze
in een afgoddelijk gericht.
Ik breek hun schaal.
Ik kerf een totempaal
tot hun gekarteld teken.

De dag verzuilt.
De tijd staat heidens stil.
De zon telt koppensnellend zijn trofeeën.
Ik wordt een opgezet dood dier.
Ik ben niet hier. Dit is
mijn stoffelijke overschot.
Ik tuimel in een valkuil
in de wolken.

 

Het vlees is gewillig, maar de poëzie is zwak

1.
Ik kan niet zeggen dat ik ongelukkig ben
als ik je hoor lachen in de kamer naast die
waarin ik zit te schrijven, als ik bedenk:
wij eten samen aan één tafel,
wij slapen samen in één bed
en soms zijn we dat-raad-je-wel.
Nee, ik kan niet langer zeggen dat ik
ongelukkig ben. Je lachen doet mijn pen
haperen, wanneer zij wil vervallen in een
variatie op een dichterlijke nostalgie.
Natuurlijk is er méér dan één manier
om klaar te komen. Maar daarvoor is
een vrijer ritme nodig dan het
voorgeschreven metrum van de
poëzie.

2.
Misschien kunnen wij wel zeggen
dat wij gelukkig zijn, alsof dit
vanzelfsprekend was in deze tijd.

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)
Portret door Sandra van den Bremt

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

De herinnering aan bloemen

Gelukzaligheid in de lucht
Het snijden van bloemblaadjes, helder levend
Op puur licht, onbestendige dauw.
Dit is het concept van de roos
En zingend ochtend
Kristal boven witte kiezelstenen in het zwembad.

Jij die het je herinnert,
Weet dat de geest groeit als schuim op vlak water
Opgejaagd door staal en wind;

En loop in de schemering op plaatsen zonder huurders
Terwijl je de aarzelingen van gevallen bladeren beluistert;
Betreed de mistige ruimtes die zijn opgedroogd door de zomer,
Violet en goud van de stervende herfst,
Sluiers van zonsondergangslicht gemorst dromend in duisternis
Over de stammen van bomen.
Je zult de winter niet vrezen,
Afmetingen in de lucht zullen je niet benauwen,
Verdriet, noch opeenvolging van dagen.

Als je wilt, neem dan deze andere lieftalligheid op:
Bleke vrouwen weelderig gekleed
Wandelen langzaam in de tuinen,
In het herfstbos, In de avondlucht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.