Een vader (Hester Knibbe), Silke Scheuermann, Olivier Guez

 

Bij Vaderdag

 


Vader en zoon door Amalya Nane Tumanian, 2024

 

Een vader

Beland op zoiets als een eiland alleen
zoekt ze zich iemand. Neemt dan

bijvoorbeeld de man die van zee komt,
ontvangt en bedient hem en als hij dan

gaat, richt ze een hier voor hem in voor
als hij terugkeert, als ze weer wil. Wachten

maakt deel van haar lijf uit voortaan en
denken hoe was hij, wier aan zijn voeten
in zijn handen een net – Hij is het! Zo

worden goden gevonden door vrouwen, zij
bouwen een altaar, brengen hun zonen,
dochters erheen en zeggen: je vader.

 


Hester Knibbe (Harderwijk, 6 januari 1946)
Vischmarkt en Vischpoort, Harderwijk

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

Die Namen der Sünde

Ob Eva, als sie ihren Körper streckte,
um nach der verbotenen Frucht
zu langen, sie ergriff, ansah,
ob sie da wohl schon zu eingenommen war
von der Süße, zu beschäftigt,
alle Früchte zu benennen —
Cox Orange, Alkmene,
Summerred, Discovery —,
um ein schlechtes Gewissen zu haben?
Als ob sie die Früchte ernten könnte
und den Garten vergessen?

 

Buchstabieren wir
Unschuld noch einmal neu

Manchmal frage ich mich, ob Eva 
gerne gewusst hätte, was wir
aus ihren Äpfeln alles machen,
nachdem wir uns das Pflücken trauen,
weil der Schaden ja ohnedies schon
angerichtet ist: Wir schälen
sie und kochen sie ein.
Wir machen Mus und Kuchen.
Wir verarbeiten sie zu Kompott.
Wir wachsen, polieren sie und lassen sie
glänzen wie einen Planeten. Jeder
unversehrte Apfel ein
Traum von der Unschuld,
den wir mit der Realität wecken.

 

Apfelmadonna

Leichte Mädchen
mit Glitzer im Haar an
der Hauptausfallstraße,

eine isst einen Apfel, gierig,
nicht lasziv, als könne sie sich
bei Weltlichem gar nicht stoppen.

Ich nenne sie in
Gedanken Maria, esse
beim Fahren auch einen Apfel

und wünsche uns beiden,
wir könnten in einem
mittelalterlichen

Tableau zu Hause sein.
Man würde uns dort
als Apfelmadonnen verehren,

Schutzmadonnen, in deren Händen
die Frucht des Bösen zum Sinnbild des Guten
wird — dass Christus die Sünden

der Menschen auf sich nimmt,
versprechen die Apfelmadonnen.
Sie versprechen Erlösung.

 

HET WAS WELLICHT OPHELIA’S LIEVELINGSKWAL

Hij kwam door de oostenwind aangespoeld
Vormeloos Niet veel meer dan de vraag
naar wat er was voordat de zee naar hem trapte
en wij haar bondgenoten
hem met onze tenen kietelden

Ophelia’s liefde bijvoorbeeld Al die wilde
spelletjes met de zee Het gewaagde
heen en weer geduw van zwemmers
als straf omdat ze
zo slecht waren in het zich voorstellen
wie er verder nog leefde en spartelde
Niet zo gekunsteld als de watervrouw
in de vitrines zat

En wij: geen zeegezicht waaraan wij ons herinnerden
geen rokrand bezet met blauwe schelpenkettingen en toch –
zijn wij hier Nu Zo zeker als op papier
en niet op een of ander eiland ergens waar
niemand ons kent of verwacht en serieus wil nemen
de beide vreemdelingen die naar de grond staren
de kwal bekijken en denken De wereld

 

Vertaald door Monique de Waal

 


Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

De Franse schrijver,  essayist en journalist Olivier Guez werd geboren op 15 juni 1974 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Olivier Guez op dit blog.

Uit: Grand Tour Europa (Vertaald door Katelijne de Vuyst)

“Hij zou het hebben over de renaissance en het humanisme, over de reformatie, de barok, de verlichting, over de strijd tussen de geestelijke en de wereldlijke macht, over de romantiek en het liberalisme, over het langzame gevecht voor vrouwenemancipatie, over de moderniteit en over de donkere perioden in onze lange geschiedenis, de broederoorlogen, de massamoorden. Europa, kasteel van Blauwbaard, achtervolgd door zijn fascistische, communistische en imperialistische misdaden.
Over al die zaken wordt niet gerept in de aanhef van het grondwettelijk verdrag dat sinds zowat vijftien jaar ons leven bepaalt. De staatshoofden hebben maandenlang gekibbeld om tot een laf compromis te komen: geen enkel erfgoed wordt vermeld, alsof wij Europeanen afkomstig zijn van een buitenaardse planeet. Alsof we mensen zijn zonder verleden, alsof het een belediging zou zijn voor de recent geïmmigreerde bevolkingsgroepen, voor de andere beschavingen en werelddelen als we de fragmenten zouden opsommen waaruit onze bonte identiteit is samengesteld. Dat is gevaarlijk. Zo bieden we uiterst rechts al decennialang de kans om onze identiteit in hokjes op te sluiten. Het is een vreselijke puinhoop. Het Europese avontuur kan niet beperkt blijven tot een algoritmisch, door bureaucratische technocraten aangestuurd verspreidingsproject, dat onder supervisie staat van een intergouvernementele, parlementaire superstructuur. Attractiviteit, rigueur, competitiviteit, oké, we leven nu eenmaal niet van de hemelse dauw. Maar we zijn geen werelddeel van robots en kruideniers. We willen geestdrift. Het Europese project heeft bezieling nodig, kleur en vlees: oneffenheden. Al in de jaren 1930 sprak Stefan Zweig de wens uit dat er een culturele pijler zou worden toegevoegd aan Europa’s economische en politieke grondvesten, opdat er een samenleving van burgers zou ontstaan die de nationale compartimenteringen overstijgt en zo aan de basis ligt van een collectieve identiteit, een Europa van kunsten en wetenschappen.”

 


Olivier Guez (Straatsburg, 15 juni  1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn blog van 15 juni 2021 en eveneens mijn blog van 15 juni 2019 en ook mijn blog van 15 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

A June Day (John Todhunter), Alex Boogers, Silke Scheuermann

 

Dolce far niente

 


Hete junidag stilleven door Kiselyova Yuliya, 2012

 

 

A June Day

The very spirit of summer breathes to-day,
Here where I sun me in a dreamy mood,
And laps the sultry leas, and seems to brood
Tenderly o’er those hazed hills far away.
The air is fragrant with the new-mown hay,
And drowsed with hum of myriad flies pursued
By twittering martins. All yon hillside wood
Is drowned in sunshine till its green looks grey.
No scrap of cloud is in the still blue sky,
Vaporous with heat, from which the foreground trees
Stand out—each leaf cut sharp. The whetted scythe
Makes rustic music for me as I lie,
Watching the gambols of the children blythe,
Drinking the season’s sweetness to the lees.

 


John Todhunter (30 december 1839 – 25 oktober 1916)
Dublin, de geboorteplaats van John Todhunter, in de zomer

 

De Nederlandse schrijver Alex Boogers werd geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Zie ook alle tags voor Alex Boogers op dit blog.

Uit: Over Otis

“Jack leefde met zijn mensen in Rotterdam-Zuid, in de wijk Charlois. Toen hij nog jong was nam Herman hem weleens mee in de Range Rover naar een naamloze stad, tegen de rand van een recreatiegebied, waar hij achter eenden aan kon jagen, en achter allerlei andere watervogels, die er voor hem allemaal even curieus uitzagen met hun lange snavels, dunne, stokachtige poten, die hij maar wat graag zou willen grijpen. Herman en Natalie woonden boven een vrouw die al verschillende keren in een inrichting was opgenomen, maar telkens weer thuiskwam. Ze noemde Jack steeds ‘het monster’. ‘Daar loopt-ie weer met dat monster!’ brulde ze als hij voorbijkwam. De eerste zes maanden droeg Herman Jack steeds naar boven, maar daarna werd hij te zwaar en moest hij de trappen zelf beklimmen. Dat vereiste wat behendigheid, want de treden dwongen zijn voor- en achterpoten om zowel voorwaartse als draaiende bewegingen te maken. Voorwaartse stappen met zijn voorpoten en draaiende bewegingen met zijn achterpoten, waardoor hij op weg naar beneden steeds wiebelde met zijn kont. Het eerste halfjaar leek hij toch al niets goed te kunnen doen. De flatwoning was te groot voor hem, want hij was nog maar een pup, dus het leek hem beter om zijn grenzen in huis te markeren, zodat hij wist waar hij leefde, en zodat hij zijn mensen binnen die grenzen in de gaten kon houden. Vooral Herman dacht daar anders over, want Natalie greep alleen maar haar buik vast en riep hysterisch uit: ‘Hij plast weer, Herman! Herman!’ Steeds kreeg hij een wijsvinger tegen zijn neus gedrukt en riep Herman heel hard ‘Nee, Jack!’ Nee? Maar hoe moest hij zich anders veilig voelen? Die afgebakende grenzen gaven hem een beschermd gevoel. Herman droeg hem elke keer naar beneden om hem in een nabijgelegen veld, tussen de bierblikjes, gebruikte naalden en plastic, te laten plassen. ‘Hier moet je pissen, Jack,’ zei hij. ‘Op het gras.’ Herman zag er vooral ’s avonds eigenaardig uit, in zijn korte broek, op zijn slippers, met een regenjas aan, buiten in de kou. Nu had Jack het ondanks zijn kortharige grijze vacht niet snel koud, maar zo warmbloedig als Herman leek te zijn was hij nog niet. Hij hield van Herman, want hij moedigde hem aan om  stappen te maken in het hoge, natte gras. De sprieten kietelden zijn kale buik en prikkelden zijn blaas om steeds korte plasjes te doen, zodat Herman in elk geval wist waar hij was. Na een paar weken begreep Jack dat Herman zijn woning zag als het hol waarin iedereen sliep, en daar hoefde Jack zijn geurvlag niet te plaatsen. Herman liet zien dat de wereld veel groter was dan het huis waarin Jack leefde. De gouden stralen waarmee Jack zijn omgeving kon afbakenen hoorden in die buitenwereld.”

 


Alex Boogers (Vlaardingen, 14 juni 1970)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

DE TATOEËERDER

Alles in huid gekerfd
Donker omlijnd
Zelfs de plotseling in het schouderblad
staande zon beweegt
met zwarte rand

Geen van zijn klanten
weet hoelang hij
naar de beste maker van
vloeibaar zwart moest zoeken
Soms stond hij er heel alleen voor
met zijn waanzin en lievelingsgedierte

De zaak bleef open
maar er kwam niemand
Ze misten
de zeeslang met reuzenogen die
zich boven de pees aftekent

de trol die met
het scheenbeen aanpapt
de kleine christus aan het kruis
Al die adelaars zwaluwen initialen
tatoeëerders woorden terwijl

hij de schetsen toont
Kijk zegt hij Zie die pracht
Ben een zwak man
eentje die zielen
stempelt op lui zoals jij

Maar wat is leven anders
dan omgevormde verwonding
jarenlang bladeren in ontwerpen
en dan tipt een andere vinger
op het beste Het doodsmotief

 

Vertaald door Monique de Waal

 


Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2021 en ook mijn blog van 13 juni 2020 en eveneens mijn blog van 13 juni 2019 en ook mijn blog van 13 juni 2017 en mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

June Twilight (John Masefield), Thomas Heerma van Voss, Silke Scheuermann

 

Dolce far niente

 


Twilight in June door Edwin Headley Holgate,1950

 

June Twilight

The twilight comes;
the sun dips down and sets,
The boys have done
play at the nets.

In a warm golden glow
The woods are steeped.
The shadows grow;
The bat has cheeped.

Sweet smells the new-mown hay;
The mowers pass
Home, each his way,
through the grass.

The night-wind stirs the fern,
A night-jar spins;
The windows burn
In the inns.

Dusky it grows. The moon! The dews descend.
Love, can this beauty in our hearts end?

 


John Masefield (1 juni 1878 – 12 mei 1967)
Ledbury, Herefordshire, de geboorteplaats van John Masefield

 

De Nederlandse schrijver Thomas Heerma van Voss werd geboren in Amsterdam op 13 juni 1990. Zie ook alle tags voor Thomas Heerma van Voss op dit blog.

Uit: Het archief

“Mijn vader vertrouwde spullen meer dan mensen. De torens van papier rondom zijn bureau, de tijdschriften en notulen, de poppenhuizen, tasjes, pennen en paperclips, dvd’s, videobanden: mijn moeder beschouwde het vooral als rommel, hij zag voorwerpen die hij door en door kende en die altijd nog eens van pas konden komen. ‘Je moet voorbereid zijn,’ zei hij op mijn zesde of zevende, de ruit van zijn Opel Vectra was ingetikt en het bleek dat hij mijn cassettebandjes preventief thuis had verstopt. Bedrog kon overal opduiken. Wisselgeld in de supermarkt diende nageteld te worden. Achter iedere goedlachse collectant kon een oplichter schuilgaan.
Vanaf zijn twaalfde had hij al zijn agenda’s bewaard. Daarin legde hij zijn dagen zorgvuldig vast, onvoorziene ontmoetingen en voetbaluitslagen noteerde hij ook. Op de laatste pagina’s stonden, steevast gecodeerd, de gegevens die nooit mochten kwijtraken. Het wachtwoord van zijn mailaccount duidde hij aan met ‘kluisbeveiliging bv Gerard Oegel’. Toen ik mijn eerste bankrekening opende, schreef hij in zijn agenda iets over het Italiaanse restaurant Pierre Rabopinni, gelegen aan de Via nog wat op nummer 1098.
Na een van mijn eerste biologielessen vroeg ik tijdens het avondeten wanneer ik verwekt was.
‘Gadverdamme,’ zei mijn broer.
Mijn moeder begon opgetogen over een broeierige avond in een hotelletje in Saint-Valery-sur-Somme, een badplaatsje met meer bootjes dan inwoners, later een vaste uitvalbasis halverwege onze zomerse autorit naar Bretagne.
‘Onmogelijk,’ zei mijn vader meteen. ‘Dan zou Pierre na dertien maanden geboren moeten zijn.’
Hij schudde zijn hoofd, verliet met vlugge passen de tafel, opende de glas-in-loodschuifdeuren die toegang gaven tot zijn werkkamer – ik zie hem nog lopen. Moeiteloos trok hij tussen het mikado van boeken en papieren het geschrift tevoorschijn dat hij zocht: zijn beduimelde Parker-agenda uit 1990. Hij bladerde, wees tevreden naar een decemberdag die in zijn keurige handschrift was volgeschreven. Afspraken met mensen die ik niet kende, een rits tijdstippen en cafés. Onderaan stond iets over een verjaardagsetentje bij Centra. ‘Daarna is het gebeurd,’ zei hij met gespeelde nadruk tegen mijn moeder, als een advocaat die een verdachte heeft klemgezet. ‘Zo jammer trouwens dat dat restaurant weg is.’

 


Thomas Heerma van Voss (Amsterdam, 13 juni 1990)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

DISTANTIE EN EEN ZEKER LICHT

We stonden tussen de kaars en de sterren
hadden tot overmaat van liefde besloten dat de
nacht niet alles zou krijgen Niet vandaag
Slaap zou ons in zijn handen draaien
alleen En daarvoor hoorden we hetzelfde concert
Maar dan rechts en links van de recorder
staarden versteld een donkerte in zo volmaakt
dat onze polsslag elk moment zou kunnen stijgen
en wij zouden vliegen
Werkelijk en waarachtig
een spiegel binnen vliegen
die niet splinterde

 

Vertaald door Monique de Waal

 


Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2021 en ook mijn blog van 13 juni 2020 en eveneens mijn blog van 13 juni 2019 en ook mijn blog van 13 juni 2017 en mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Sophie van der Stap, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijfster Sophie van der Stap werd geboren in Amsterdam op 11 juni 1983. Zie ook alle tags voor Sophie van der Stap op dit blog.

Uit: Een blauwe vlinder zegt gedag

“Je bent ziek en gaat misschien hetzelfde jaar nog dood. De werkzaamheden langs de weg liggen plotseling stil. Tot deze tijdelijke adempauze had ik nooit kunnen bedenken dat ik ooit nog het leven zou leiden dat ik vandaag de dag leef, door op een middag niet alleen mezelf in de spiegel terug te zien, maar ook mijn eigen sterfelijkheid. Ik wist toen nog niet dat die ongewenste gast naast mij in de spiegel mijn spiegelbeeld beter vormgaf dan iedere andere spiegel ooit had gedaan. Ik wist ook nog niet dat in dat spiegelbeeld een schrijver verborgen lag of een vrouw die tot leven komt in de armen van een tangodanser. Als je maar lang genoeg kijkt, breekt er altijd wel iets. Een stukje onbevangenheid, of misschien een ander stukje romantiek. Sinds die ene dag in januari, toen ik de dood de hand schudde, is mijn leven een aaneenschakeling van momenten geworden. Ik reis van moment naar moment, zonder me ergens te vestigen. Het fenomeen tijd ziet er heel anders uit als voorheen, toen ik nog langetermijnplannen had. Tijd is geen bron meer, zo diep dat de bodem verder weg is dan je zicht reikt. Een bodem zo peilloos dat zelfs de zon zijn laagste punt niet bereiken kan. Het is slechts nog een plasje, dat met iedere zonnestraal kleiner wordt. Ik moest me niet alleen zien los te maken van de toekomst, maar ook van het verleden, waar mijn dromen zo opgevoerd waren. Pas toen ik alles losliet, lukte het me me vast te grijpen aan hetgeen wat me te doen stond: overleven. Ik putte geluk uit wat ik had en berusting uit wat ik niet had. En berusting leidt tot nieuwe dromen en deuren. Die spiegel voelde leeg aan, zo zonder de jongemeisjesdromen van gisteren en de weloverwogen plannen van morgen die in alles wat ik deed als hete wax aan me kleefden, maar gek genoeg ook heel bevrijdend. Zonder verwachtingen is alles makkelijker, en zelfs leuker. Mijn dromen bleken veel dichter bij huis te liggen dan ik ooit had gedacht. De paradox in dezen is dat het niets van de dood me heel dicht bij de bron van het leven heeft gebracht. Van geboren worden in een maas van etiketten en stickers, tot mens worden zoals ik denk dat de mens bedoeld is te zijn, universeel en ongebonden. Die dag in maart, de 27ste, toen de aprilwind al in mijn rug duwde om mij vooruit te waaien, bevond ik mezelf op een splitsing tussen twee werelden.”

 


Sophie van der Stap (Amsterdam, 11 juni 1983)

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Stemmen in de make-up kamer

Hij was geen koning,
geen acteur in de rol van koning.
Was geen rechter,
geen acteur in de rol van rechter,
en was geen dief.
Wisselende stemmen in de make-up kamer
echoden: jij bent de nar achter het gordijn.
Toen de tijd bevroor tot een symbool,
de dood liet gaan, de priesters verdreef,
loop jij met de bel
door de lege binnenplaatsen van de Verboden Stad
en roept: Ik was geen koning
en was geen Shylock,
geen acteur in de rol van Shylock.
Was geen killer,
geen acteur in de rol van killer,
en ben de nar met de bel!

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juni ook mijn blog van 11 juni 2021 en ook mijn blog van 11 juni 2020 en eveneens mijn blog van 11 juni 2019 en ook mijn blog van 11 juni 2017 deel 2.

Jan Brokken, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden. Zie ook alle tags voor Jan Brokken op dit blog.

Uit: De weemoed van de reiziger 

“Ik was in Collioure en zag een brievenbus op de begraafplaats. Niet een namaakkastje, nee, een echte brievenbus van de Franse posterijen, bevestigd aan een staande grafsteen. Of beter nog: half ingemetseld in die steen. Je kon er een brief in posten, en aan de klep te voelen, die soepel openging, hadden heel wat mensen dat in de loop der tijden gedaan. De brievenbus moest er al lang hangen, de oorspronkelijk gele kleur was vervaagd, het ijzer geoxideerd. Het was een rouwende brievenbus geworden maar het logo van de Franse posterijen bleef duidelijk herkenbaar.
Over het uur van de lichting gaf de brievenbus geen uitsluitsel, en in het licht van de eeuwigheid is dat ook wel te begrijpen. Haast houdt op bij het hek van het kerkhof.
Je moest je diep vooroverbuigen om een brief te posten. Na een vluchtige blik om me heen knielde ik neer, want dat leek me de beste manier om het te proberen. Mijn linkerknie vond steun op de liggende grafsteen, wat ik toch een tikkeltje oneerbiedig vond. Ik richtte me snel weer op en vergewiste me ervan dat niemand me had opgemerkt.
Ik bleef geruime tijd wachten, in de schaduw van een paar parasoldennen en een enkele cipres. Waar hoopte ik op? Dat een oud dametje er een brief kwam posten, een brief op hemelsblauw papier die ze eigenlijk al haar hele leven had willen schrijven? Of dat een jongeman met halflang sluik haar en het brilletje van een boekenwurm zou neerknielen voor het graf en een paar woorden zou prevelen, als was het een gebed. Of dat de postbode een brief met wel vijf postzegels kwam bezorgen, postzegels in alle kleuren van de regenboog, een brief die in Sevilla was gepost of in Buenos Aires of in Santiago de Chile?
Na twee uur en vijftig minuten – ik kreeg dorst en had net op mijn horloge gekeken – verscheen een echtpaar met twee kinderen, een jongen van een jaar of tien en een meisje dat van een onbepaalde leeftijd was en zowel elf als veertien kon zijn. Ik verschool me half achter een zerk. De ouders bogen eerbiedig het hoofd, zoon en dochter keken elkaar even aan alsof ze zich afvroegen waar deze poppenkast voor nodig was. Maar de dood is een griezelfilm voor alle leeftijden. Ze trokken hun gezicht in een benauwde plooi, staarden naar de grond en vouwden de handen.”

 


Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Een andere aarde

Zodra de bomen geteld zijn en de bladeren
blad voor blad naar de instanties zijn gebracht,
zullen we weten wat de aarde waard was.
Duiken in rivieren vol water
en kersen plukken op een ochtend in juni
zal een voorrecht zijn, niet voor velen.
Graag zullen we aan de versleten wereld
Terugdenken, toen de tijd zich vermengde
met monsters en engelen, toen de lucht
een open schacht was voor de rook
en vogels in zwermen over de snelweg vlogen
(we stonden in de tuin, en onze gesprekken
hielden de tijd tegen, het sterven van de bomen
vluchtige legendes van brandnetelkruid).
Shut up. Een andere aarde, een ander huis.
(Een haviksvleugel in de kast. Een blad. Een water.)

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2024 en ook mijn blog van 10 juni 2021 en ook mijn blog van 10 juni 2020 en eveneens blog van 10 juni 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Pfingstlied (Georg Weerth), Marie Howe

 

Prettige Pinksterdagen!

 


Vuurwerk van de Geest door Christel Holl, z.j.

 

Pfingstlied

Sie herzten sich und sie küssten sich
Mit liebevoller Gebärde.
Der junge Herr Frühling wonniglich,
Der besuchte die alte Frau Erde.

Er ist der guten, ehrlichen Frau
Mit eins an den Hals gesprungen,
Dass bis hinauf in den Himmel blau
Nur Lust und Jubel erklungen.

“Mein Sohn, es freut mich, dass du hier!
Lang währte des Winters Tosen.
Meine Felder brauchen die goldne Zier,
Meine Gärten Lilien und Rosen.

Verstummt sind all meine Nachtigalln,
Seit ich dich verloren hatte;
Drum schmücke den Vögeln die grünen Halln
Und den Hirschen die blumige Matte.

Ich habe so oft an dich gedacht,
Wenn es stürmte wilder und wilder;
Doch sprich, was hast du mir mitgebracht
Für die lieblichen Menschenbilder?”

“Für die Menschenbilder?” versetzte da
Der junge Herr Frühling stutzend –
In die Tasche griff er behend: “Voilà!
Revolutionen ein Dutzend.”

 


Georg Weerth (17 februari 1822 – 30 juli 1856)
De Erlöserkirche in Detmold, de geboorteplaats van Georg Weerth

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren in 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

Naar huis lopend

Alles sterft, zei ik. Hoe kwam ik daarbij?
Een boom? De winter? Ik niet, zei ze.

En ik zei: O ja? En zij zei: Ik reïncarneer.
Ha, zei ze, Tot over een paar duizend jaar!

Waarom jaren, wilde ik weten, waarom geen minuten? Dagen?
Ze vond dat zo grappig – Ha Ha – dubbelgevouwen –

Jaren, zei ze vol vertrouwen.
Ik denk dat jij en ik elkaar al een paar levens kennen, zei ik.

Ze zei: Ik ben nog nooit eerder een ziel op deze aarde geweest.
(Het was koud. We hadden honger.) De volgende keer ben jij de moeder, zei ik.

No way, Jose, zei ze, terwijl we de laatste winderige bocht omsloegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Marie Howe (Rochester, 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2024 en ook mijn blog van 9 juni 2020 en eveneens mijn blog van 9 juni 2019 en ook mijn blog van 9 juni 2018 deel 2.

Pfingstlied (Gustav Falke), Nikki Giovanni

 

Prettige Pinksterdagen!

 


De uitstorting van de Heilige Geest door Otto van Veen, 1873

 

Pfingstlied

Pfingsten ist heut, und die Sonne scheint,
Und die Kirschen blühn, und die Seele meint,
Sie könne durch allen Rausch und Duft
Aufsteigen in die goldene Luft.

Jedes Herz in Freude steht,
Von neuem Geist frisch angeweht,
Und hoffnungsvoll aus Tür und Tor
Steckt’s einen grünen Zweig hervor.

Es ist im Fernen und im Nah’n
So ein himmlisches Weltbejah’n
In all dem Lieder- und Glockenklang,
Und die Kinder singen den Weg entlang.

Wissen die Kindlein auch zumeist
Noch nicht viel vom heiligen Geist,
Die Hauptsach spüren sie fein und rein:
Heut müssen wir fröhlichen Herzens sein.

 


Gustav Falke (11 januari 1853 – 8 februari 1916)
De St. Marienkirche in Lübeck, de geboorteplaats van  Gustav Falke

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

ik ben niet eenzaam

ik ben niet eenzaam
nu ik helemaal alleen slaap

je denkt dat ik bang ben
maar ik ben een grote meid
ik huil niet
of zoiets

ik heb een heerlijk
groot bed
om in te rollen
en veel ruimte
en ik droom geen
nare dromen
meer
zoals vroeger waarin
je me verliet

nu je weg bent
droom ik niet
en wat je ook denkt
ik ben niet eenzaam
nu ik helemaal alleen
slaap

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: Het museum van de onschuld (Vertaald door Margreet Dorleijn)

“Het bleek het gelukkigste moment van mijn leven te zijn, maar ik besefte het niet. Als ik het wél had beseft, had ik dat geluk dan in stand kunnen houden? Had alles dan een totaal andere wending genomen? Zeker, als ik me had gerealiseerd dat dit het allergelukkigste moment van mijn leven was geweest, had ik het nooit zomaar weg laten glippen. Dit wonderbaarlijke, gouden moment waarin ik volledig vervuld was van een diepe sereniteit duurde misschien niet langer dan een paar seconden, maar het geluk leek zich voor mij over uren, ja jaren uit te strekken. Het moment deed zich voor rond kwart voor drie op maandag, de z6ste mei van het jaar 1975. Het was alsof wij verlost waren van alle schuld, zonde, straf en berouw, en de wereld vrij was van de wetten van zwaartekracht en tijd. Ik kuste Fsuns schouder, die bezweet was van het vrijen, sloeg behoedzaam mijn armen van achter om haar heen, drong voorzichtig bij haar binnen en beet zachtjes in haar linkeroor. Toen was het of de oorbel die ze in had een moment in de lucht zweefde en vervolgens uit zichzelf naar beneden viel. Z,6 gelukkig waren we dat we die oorbel totaal niet leken op te merken, die oorbel waar ik die dag in het geheel geen aandacht aan had geschonken, en we gingen gewoon door met kussen. Buiten glansde de hemel zoals hij dat alleen maar doet op een lentedag in Istanbul. Door de warmte raakten de inwoners van de stad bezweet; ze hadden hun winterse gewoonten nog niet afgelegd. Binnen, in winkels en gebouwen, en onder de linde- en kastanjebomen was het echter nog koel. Een dergelijke koelte steeg ook op uit het muf ruikende dunne matras, waarop wij hadden liggen vrijen, alles om ons heen vergetend als twee gelukkige kinderen. Een lentebries blies door de open balkondeuren, geurend naar lindebloesem en zee, liet de vitrages opbollen en zwaar op onze rug vallen zodat kippenvel over onze naakte lichamen trok. Vanuit de achterkamer in het appartement op de tweede verdieping, vanaf het bed waarop we lagen, konden we kinderen zien voetballen in de achtertuin, ze vloekten verbeten in de meiwarmte. Het drong tot ons door dat de onbehoorlijke dingen die ze elkaar toeriepen, precies die dingen waren die wij met elkaar aan het doen waren, we stopten even midden in onze vrijpartij, keken elkaar diep in de ogen en glimlachten. Maar ons geluk was zo groot en allesomvattend, dat we de grap die ons vanuit de achtertuin werd aangereikt onmiddellijk weer vergaten, net als de oorbel.”

 


Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Altijd Zijn Er De Kinderen

en altijd zijn er de kinderen

er zullen kinderen zijn in de hitte van de dag
er zullen kinderen zijn in de kou van de winter

kinderen als een gewatteerde deken
worden verwelkomd in onze ouderdom

kinderen als een blok ijs voor een woestijnsjeik
zijn tekenen van status in onze jeugd

we voeden de kinderen met onze cultuur
opdat ze onze beproevingen mogen begrijpen

we voeden de kinderen op met onze goden
opdat ze respect mogen begrijpen

we drijven de kinderen in onze voetsporen
opdat ons ras niet tekort zal schieten

maar onze kinderen zijn niet van ons
en wij niet van hen, zij zijn de toekomst, wij zijn het verleden

hoe verwelkomen we de toekomst
niet met het kolonialisme van het verleden
want dat is ons probleem
niet met het racisme van het verleden
want dat is hun probleem
niet met de angst voor onze eigen status
want geschiedenis wordt geleefd, niet gedicteerd

we verwelkomen de jongeren van alle groepen
als de onze met de stevige voedingsstoffen
van voedsel en warmte

we bereiden de weg met de stevige
voedingsstoffen van zelfontplooiing

we moedigen alle jongeren aan zich voor te bereiden op de jeugd,
want er zullen altijd kinderen zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)
In 1973

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

150 Jaar Thomas Mann, Nikki Giovanni

 

150 Jaar Thomas Mann

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog. Dat is vandaag precies 150 jaar geleden.

Uit: Buddenbrooks

„Ich komme zum erstenmal auf, aber niemand ist so nahe, daß er mich fassen kann; ich komme zum zweitenmal auf, allein die Schute geht mir über den Kopf. Es waren Leute genug da, die mich gerne retten wollten, allein sie mußten erst schieben, daß die Jagd und Schute nicht über mich kämen, und all’ ihr Schieben hätte doch nichts geholfen, wenn nicht in diesem Augenblick ein Tau auf einer Nordfahrerjagd von selbst gerissen wäre, wodurch die Jagd hinaustrieb, und ich also durch Gottes Verhängnis Raum erhielt, und obwohl ich zum drittenmal nicht weiter aufkam, als daß nur die Haare zur Sicht kamen, so gelang es, weil alle die Köpfe, der eine hier, der andere dort, aus der Schute über dem Wasser waren, daß einer, der nach vorne zu aus der Schute lag, mich an den Haaren faßte, und ich griff ihn am Arm. Allein da er sich selbst nicht halten konnte, schrie und brüllte er so gewaltig, daß die anderen es hörten und ihn so geschwind an den Hüften faßten und mit Macht festhielten, daß er standhalten konnte. Auch ich hielt immer fest, wenngleich er mich in den Arm biß, und kam es dadurch dahin, daß er auch mir helfen konnte …« Und dann folgte ein sehr langes Dankgebet, das der Konsul mit feuchten Augen überlas.
»Ich könnte gar vieles anführen«, hieß es an anderer Stelle, »wenn ich gewilligt wäre, meine Leidenschaften zu entdecken, allein …« Nun, hierüber ging der Konsul hinweg und begann hie und da ein paar Zeilen aus der Zeit seiner Verheiratung und seiner ersten Vaterschaft zu lesen. Diese Verbindung war, sollte er ehrlich sein, nicht gerade das gewesen, was man eine Liebesheirat nennt. Sein Vater hatte ihm auf die Schulter geklopft und ihn auf die Tochter des reichen Kröger, die der Firma eine stattliche Mitgift zuführte, aufmerksam gemacht, er war von Herzen einverstanden gewesen und hatte fortan seine Gattin verehrt, als die ihm von Gott vertraute Gefährtin …
Mit der zweiten Heirat seines Vaters hatte es sich ja nicht anders verhalten.


De familie Buddenbrook: v.l.n.r.: Tony (Jessica Schwarz), Christian (August Diehl), Johann (Armin Mueller-Stahl), Thomas (Mark Waschke) en Elisabeth (Iris Berben) in de film Buddenbrooks van regisseur Heinrich Breloer uit 2008

»Ein guter Mann, ein braver Mann,
Ein Mann von Complaisancen« …
trällerte er leise im Schlafzimmer. Bedauerlich, wie wenig Sinn er für alle diese alten Aufzeichnungen und Papiere besaß. Er stand mit beiden Beinen in der Gegenwart und beschäftigte sich nicht viel mit der Vergangenheit der Familie, wenngleich er ehemals dem dicken Goldschnittheft immerhin ein paar Notizen in seiner etwas schnörkeligen Handschrift hinzugefügt hatte, und zwar hauptsächlich in betreff seiner ersten Ehe.
Der Konsul schlug die Blätter auf, die stärker und rauher waren als das Papier, das er selbst hineingeheftet, und die schon zu vergilben begannen … Ja, Johann Buddenbrook mußte diese erste Gattin, die Tochter eines Bremer Kaufmannes, in rührender Weise geliebt haben, und das eine, kurze Jahr, das er an ihrer Seite hatte verleben dürfen, schien sein schönstes gewesen zu sein. »L’année la plus heureuse de ma vie«, stand dort, mit einer krausen Wellenlinie unterstrichen, auf die Gefahr hin, daß Madame Antoinette es las …“

 


Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Mooie zwarte mannen

(Met complimenten en excuses aan iedereen die niet bij naam genoemd wordt)

Ik wil gewoon iets zeggen
over die prachtige, prachtige, prachtige, prachtige, geweldige
zwarte mannen
die met hun afro’s
over straat lopen
‘t is hetzelfde oude gevaar
maar een gloednieuw plezier

die op stoepen zitten, in bars, naar kantoren gaan
getallen verwerken op hun hoeren letten
preken in kerken, hun varkens hoeden
hun honden uitlaten, naar me knipogen
in hun vuurrode, limoengroene, verbrand oranje
koningsblauwe strakke broeken die omvatten
wat ik graag omvat

jerry butler, wilson pickett, the impressions
temptations, machtige, machtige sly
hoeven niets anders te doen dan te lopen
op het podium
en ik schreeuw en stamp en schreeuw
zie een nieuwe generatie mannen in een generatie allemaal
dashiki pakken met bijpassende overhemden
de voering die de stropdassen complimenteert
die glimlachen naar de sandalen
waar vieze tenen me aanstaren
en ik schreeuw en stamp en schreeuw
om meer mooie mooie mooie
zwarte mannen met geweldige afro’s

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

In Memoriam Edmund White

In Memoriam Edmund White

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White is afgelopen dinsdag, 3 juni, op 85-jarige leeftijd gestorven. Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: Jack Holmes and His Friend

“Jack had feared that his father would oppose his studying Chinese art history but no, he thought that China was the future and Jack was smart to be out ahead. What Jack didn’t bother to tell his father was that he was studying mid-Ching painting and classical Chinese and that he had no interest in mastering contemporary conversational Mandarin. Nor did he much want to visit China; the land of his dreams lay entirely in the past. He took a few conversation classes to throw his father off his scent, but he was too embarrassed by the strange tonal sounds to be able to speak the language out loud. He did help one of his teachers translate a history of Buddhist art written in classical Chinese.
Jack was a tall, rangy guy with stomach muscles as hard as a turtle’s shell. His straight hair was called dirty-blond, but in fact he kept it squeaky-clean with Breck shampoo, though he knew that product was for women. Girls who liked him said he had a “boy-next-door look,” but if they really liked him, they said they could imagine him as the pitcher on a baseball team. Any hint of praise or interest in him made him perk up foolishly (which he instantly regretted). He wondered if he’d been undernoticed by his strange parents.
In boarding school, the boys had watched movies on Saturday evenings with girls from their sister school. The boys, especially the boarders, were as awkward as monks around women, and it was hard to convince them to talk to their guests during the cookie-and-cider reception after the projection. The day boys, who usually weren’t around on weekends, were a lot more relaxed when they happened to attend. They treated women as if they were members of the same species at least, whereas the boarders gulped and turned funny colors and jabbed each other in the ribs, almost as if a girl were something like a newly purchased thoroughbred horse, valuable but hard to ride.
Jack got along with girls and boys because he was a classic “good guy.” He had a way of addressing a total stranger with a highly specific, off beat question. Standing in front of a student photo exhibit, he might say to a stranger, without any introduction, “You can tell all these pictures were taken by the same person, can’t you? They all look like people in the 1930s.” Odd as the approach might be, it required nothing from his interlocutor but an opinion. It suggested they’d known each other forever.”

 


Edmund White (13 januari 1940 – 3 juni 2025)