Joris van Casteren, Andreas Altmann

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Zie ook alle tags voor Joris van Casteren op dit blog.

Uit: De gebroeders Zwagerman

“Het katholieke onderwijzersgezin Zwagerman bewoonde in Alkmaar een rijtjeshuis dat aan een geluidswal was gelegen. In 1963 werd de oudste zoon geboren, Joost, en hoewel er eerder pogingen waren ondernomen, kwam pas tien jaar en negen maanden later zijn jongere broertje Alexander ter wereld. Ontwaakt uit de sluimer van zijn jongste jeugd, zag Alexander op naar zijn grote broer, die een onstuimige puberteit beleefde en na schooltijd en ’s avonds vaak op zijn jongenskamer achter een geheimzinnig ratelende schrijfmachine zat verscholen.
Regelmatig zag hij zijn broer op de fiets springen en koers zetten naar het centrum van Alkmaar. ‘Dan ging hij naar de bibliotheek,’ zegt Alexander Zwagerman (32) op een zonnige middag in zijn gerieflijke Schiedamse appartement met uitzicht op een huizenrij en een hoge schoorsteenpijp. Hij draagt een pak met stropdas, geruite kousen en glimmende schoenen. Zware bril, een nette scheiding in het haar. Op een schaaltje liggen chocoladekoekjes.
‘In de bibliotheek bekeek hij de literaire tijdschriften waar hij zijn verhalen heen wilde zenden,’ vervolgt hij. Thuis deed zijn broer de uitgetikte vellen in een grote envelop waar veel postzegels op moesten. ‘Ik kan mij goed herinneren dat die dikke enveloppen altijd teruggestuurd werden. Dan zei mijn moeder: Joost heeft weer een dikke envelop gekregen, hij zal niet blij zijn.’
Op een dag liet een literair tijdschrift weten dat een bijdrage geplaatst zou worden. ‘Joost was euforisch,’ vertelt Alexander. ‘Ik ben schrijver, ik ben schrijver, riep hij uit.’ Hij zag zijn broer naar de keuken rennen, waar mevrouw Zwagerman met iets bezig was. ‘Hij trok het raam open, buiten stonden auto’s voor het stoplicht. Hij riep: rij door, rij door, de schrijver deelt geen handtekening meer uit.’
Joost ging op kamers wonen. Eerst in Alkmaar-Noord, daarna trok hij naar Amsterdam. ‘De stad waar het gebeurt,’ zegt Alexander, ‘en waar je mooie vrouwen kunt zien lopen.’ In 1986 – hij zat in de hoogste klas van de lagere school – debuteerde zijn broer met het boek De houdgreep en kwam hij voor het eerst op televisie. ‘Er werd een literatuurprijs uitgereikt en hij mocht als jonge schrijver zijn mening geven.’ In Alkmaar-aan-den-Hoef zat het gezin aan de beeldbuis gekluisterd. ‘Er waren andere schrijvers die veel meer zeiden,’ zegt hij. ‘Je zag van Joost alleen wat rook die van de zijkant van het scherm kwam; hij zat te paffen. Toch had dat een enorme impact op ons gezin.’
Meneer en mevrouw Zwagerman hadden moeite met bepaalde passages in het literaire werk van hun oudste zoon. ‘Mijn moeder zei wel eens tegen hem: Joost, moet dat nu, dat kan toch ook zonder die seks? Dan zei Joost: nee, ma, dat is een wezenlijk onderdeel.’ Zelf verslond hij de romans van zijn broer. ‘Het bezorgde mij rooie koontjes.’

 

Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 

 

zelden genoeg

wit bladdert het appelhout
in het licht van de wind.
seconden lang kijk ik door
mijn eerste ogen.
een stem, die aangroeide
in uitgelaten woorden.
ik kan haar mij niet meer herinneren.
enkel gezichten, waartoe zij behoorde,
kennen hen weer terug. spiegels
hebben geen lang geheugen.
water heeft met hen geduld.
ik kijk daartussen. als kind
heb ik vaak de aangebeten appels
in de beek gegooid.  
ze waren nog onrijp.
hun golven zetten de hemel
slechts kort in beweging.

 

Vertaald door Mischa Andriessen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e januari ook mijn blog van 5 januari 2021 en ook mijn blog van 5 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

In Memoriam Fay Weldon

De Britse schrijver Fay Weldon is op 4 januari op 91-jarige leeftijd overleden.  Fay Weldon werd geboren op 22 september 1931 in Alvechurch, Engeland. Zie ook alle tags voor Fay Weldon op dit blog.

Uit: The Life and Loves of a She Devil

“TWO Now. Outside the world turns: tides surge up the cliffs at the foot of Mary Fisher’s tower, and fall again. In Australia the great gum trees weep their bark away; in Calcutta a myriad flickers of human energy ignite and flare and die; in California the surfers weld their souls with foam and flutter off into eternity; in the great cities of the world groups of dissidents form their gaunt nexi of discontent and send the roots of change through the black soil of our earthly existence. And I am fixed here and now, trapped in my body, pinned to one particular spot, hating Mary Fisher. It is all I can do. Hate obsesses and transforms me: it is my singular attribution. I have only recently discovered it. Better to hate than to grieve. I sing in praise of hate, and all its attendant energy. I sing a hymn to the death of love. If you travel inland from Mary Fisher’s tower, down its sweep of gravelled drive (the gardener is paid $110 a week, which is low in any currency), through the windswept avenue of sadly blighted poplars (perhaps this is his revenge), then off her property and on to the main road and through the rolling western hills, and down to the great wheat plain, and on and on for a hundred kilometres or so, you come to the suburbs and the house where I live: to the little green garden where my and Bobbo’s children play. There are a thousand more or less similar houses, to the east, north, west and south: we are in the middle, exactly in the middle, of a place called Eden Grove. A suburb. Neither town nor country: intermediate. Green, leafy, prosperous and, some say, beautiful. I grant you it is a better place to live than a street in downtown Bombay. I know how central I am in this centreless place because I spend a lot of time with maps. I need to know the geographical detail of misfortune. The distance between my house and Mary Fisher’s tower is one hundred and eight kilometres, or sixty-seven miles. The distance between my house and the station is one and a quarter kilometres, and from my house to the shops is 660 metres. Unlike the majority of my neighbours I do not drive a car. I am less well co-ordinated than they. I have failed four driving tests. I might as well walk, I say, since there is so little else to do, once you have swept the corners and polished the surfaces, in this place, which was planned as paradise. How wonderful, I say, and they believe me, to stroll through heaven. Bobbo and I live at No. 19 Nightbird Drive. It is a select street in the best part of Eden Grove. The house is very new: we are its first occupants. It is clean of resonance. Bobbo and I have two bathrooms, and picture windows, and we wait for the trees to grow: presently, you see, we will even have privacy. Eden Grove is a friendly place. My neighbours and I give dinner parties for one another. We discuss things, rather than ideas; we exchange information, not theories; we keep ourselves steady by thinking about the particular. The general is frightening.”

 

Fay Weldon (22 september 1931 – 4 januari 2023)

David Berman, Andreas Altmann

De Amerikaanse dichter, songwriter en frontman van Silver Jews David Berman werd geboren op 4 januari 1967 in Williamsburg, Virginia. Zie ook alle tags voor David Berman op dit blog.

 

The Broken Mirror

My life is almost over; that’s a fact
Statistically derived but simply true;
I look into the mirror, but it’s cracked

And so reflects two, three, or more, that lack
Cohesion. Which one’s goal shall I pursue—
My life is almost over; that’s a fact—

In time remaining? Luggage largely packed,
Past boxed and crated, little left to do,
I look into the mirror, but it’s cracked

And won’t be fixed and always did refract
The one before it into at least two.
My life is almost over; that’s a fact,

But life cannot be lived in the abstract
And begs for certainties that it once knew:
I look into the mirror, but it’s cracked;

I look away in search of the exact;
Nights melt the shadow shrinking from my view;
I look into the mirror, but it’s cracked.
My life is almost over; that’s my fact.

 

Grace

As one who, reading late into the night,
When overcome by sleep, turns off the light
And yields whatever he can sense by sight

To what the gates of ivory or of horn
Will send him, sightless as a child unborn,
To goad, amuse, remind, reveal or warn,

So may I turn a light off and embrace
With resignation, better still with grace,
The dreamless sleep that all awake must face.

 

Catallus CX – A Translation

Alfie, honest mistresses are lauded;
The presents they receive they earn, but you,
Who lead me on with lies, leave me defrauded.
My anti-mistress, brazen what you do;
You keep my gifts but, suddenly demure,
Renege on my reward. Either be chaste
Before accepting fees or be the whore
That you pretend, your total body placed
Where just your mouth is. Greed and ‘virtue’ make
Strange bedfellows, each sure the other’s fake.

 

David Berman (4 januari 1967 – 7 augustus 2019)

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook alle tags voor Andreas Altmann op dit blog. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 

 

fabriek terrein

de weg verliest zijn sporen onder de struiken.
misschien ben ik de enige, die er nog op loopt.

het losse hout van de bomen klopt tegen de wind,
die het verstrooit. de nabije fabriek is geruimd. en
 
de muren beginnen,  zich een geheim te zoeken.
er wordt verteld, dat ze machines in het meer hebben gedumpt

en zijn ijs heeft in de winter roest aangezet
velen, die hier gewerkt hebben, zijn al dood.

er is een hek, dat aan hoogte verloren heeft
en enkel nog een woord uit het verleden is.  

de waarschuwende borden zijn weggehaald. ik krijg
hun tekst niet meer bij elkaar. slechts een paar schroeven

waarmee zij bevestigd waren, steken gebogen in het gat.
de geluiden van de wind vervreemden zich hier.

pas bij de resten van het hek heb ik gemerkt, dat
de weg zich enkel om de fabriek draaide en eigenlijk geen

uitgang had, als je er eenmaal op gekomen was.

 

Vertaald door door Mischa Andriessen

 

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook mijn blog van 4 januari 2019 en ook mijn blog van 4 januari 2017 en mijn blog van 4 januari 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Peter Ghyssaert, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Erftante

Na haar dood hadden wij grijze amber
uit haar potvisachtig lijk geput.
Wij vonden in een keukenkast een pot
met goud, bedekt met poederlagen gember.
Wij vonden goedgerolde sigaretten
die, langzaam verbrand, een fijne rook
uitwasemden tot schone silhouetten
van glorie en van aangename reuk.
Wij vonden dranken die een bres sloegen
in hersencellen, waar genot en angst
even als een klamme wind kloegen.
Uit dankbaarheid, meenden wij, zou een mes,
een bord sardines, een ontwormde kaas
mijn tante in haar droog praalgraf vervoegen.

 

Familiefoto

Wij werkten zwetend aan het fries van roomijs
op ons bord. Klassieke moten werden
onder snorren fijngekraakt. Een nieuwe
schaal, nog dampend van het vriesvak,
stond te wachten op de winnaars.
Kinderen bleven eten, kregen pijn
en braken door het hagelwitte scherm
van kelners; tikken van de lepels op
de borden knikkerde de vijver in.
Als er niet meer geconverseerd werd schoor
zon met haar blinkende tondeuses eerste
schaduwen van tafel weg en kookten de
likeurglazen in kelen over.
Twee nichtjes zaten uitgebreid
in engels kortgehouden gras. Men vond
het nu wel tijd worden door de familiefoto:
overhemden straalden, bloemen
lagen in coma op de jurken. Op
de achterkant van het fotopapier
zou datum komen en een spreuk. Ter ere
van ’t communiefeest.

 

De heiligen

Hun voegen zijn gebreeuwd met kunstlicht en
hun onderkaak is volgeschonken met
een lauw insecticide dat nog meer
dan kevers of wormen een dode uitbijt
onder de houten pij. Op hun gezwollen
lijven staan hoofden gekroond met mager
bladgoud. Stuntelig en rammelend
blijven ze hun protectie uitoefenen.
Iedereen wordt voortdurend behoed,
zelfs wie zijn huis hier onterecht gevuld heeft,
al de koppen gods verduisterd en
weer opgelicht in nieuwe constellatie.
Hoor hun spieren kraken, denk aan hen.
Wie zij al niet in hun gedacht houden.
Het krachtig aangedreven schip der kathedraal
vaart schuimend van hen weg, de sluitspier
van hun aureool is voorgoed dicht.
Verbrand een kaars, een gouden calorie,
attentie voor hun wormstekige stofwisseling.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Kijk hem

Kijk hem. Waarom is die man verdrietig?
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Misschien inderdaad. Misschien is er inderdaad iets gebeurd.
Maar misschien ook niet. Misschien is hij helemaal niet verdrietig.
 
Misschien was het gisteren. Maar misschien niet.
Misschien wel. Misschien een paar dagen eerder.
Misschien nooit. Misschien toch een keer.
Er werd stevig gedronken. Misschien meer dan goed was.
 
Misschien minder. Er had misschien meer gedronken moeten worden.
Er was toch een meer? Waarom heb je het meer niet leeggedronken?
Maar misschien was er geen meer. Maar meer een rivier.
Misschien zelfs de zee. Misschien was er helemaal geen water.
 
Misschien was er een meisje. Misschien een ander meisje.
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Maar misschien niet. Er werd vreselijk gedronken.
Maar misschien ook niet. Misschien was er helemaal geen water.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Jasper Mikkers

De Nederlandse schrijver en dichter Jasper Mikkers werd geboren in Oerle op 3 januari 1948. Hij groeide op in Liempde. In 1961 ging hij naar een kostschool in Oosterhout, waar hij in 1968 zijn gymnasiumdiploma haalde. Na een studie rechten en MO Nederlands werd hij docent. Mikkers debuteerde onder het pseudoniem Tymen Trolsky in 1974 bij uitgeverij De Bezige Bij in zeer korte tijd de roman “Hyachinta en Pasceline” (1974), de verhalenbundel “Aliesje’(1975) en de dichtbundels “Liederen van weemoed, wanhoop en waanzin” (1974), “Indiase liederen” (1974) en “Zwarte liederen” (1976). In 1979 verscheen de bundel “Kwatrijnen”. Daarna duurde het tot 1990 voordat hij nieuw werk publiceerde. Onder eigen naam verschenen vervolgens de roman “De weg van de regen”, de dichtbundels “Wie is uiteindelijk”, “Weemoed” en “De verdwijning” en de verhalenbundel “De kleine jongen en de rivier”. In 1996 verscheen “Nagelaten Gedichten & Indonesische Gedichten” van Tymen Trolsky. In 2001 verscheen de lijvige roman ‘Het einde van de eeuwigheid’, wederom met Tymen Trolsky als auteur.

 

Gedachten over de onsterflijkheid

I
Jij was naar bed, ik deed de afwas.
“Niks is onsterfelijker dan een klein gedicht”,
dacht ik, “geschreven onder wat stoffig lamplicht”.
Ik nam de vuile pannen van het gas.

Ik dacht: “Je schrijft een gedicht
zoals je een kever in het gras
kust, of een kapotte trapper onder je jas
verbergt: het is van geen of heel gering gewicht”.

Een van de pannen had een lek
op een oude las. Op het druiprek
dampten de kopjes en het oud bestek.

Ik dacht: “Een ei bij het ontbijt,
een kus of teder woordje op zijn tijd:
dat zijn onze stukjes onsterfelijkheid”.

 

II
De afwas was klaar, de handdoek droop.
Ik dacht: “Misschien is het wel wáár
dat alles leeft, zelfs de klok en de kandelaar”.
Ik hoestte terwijl ik naar boven sloop.

Ik zakte door een gat in de overloop.
Er zat een grote scheur in mijn peignoir.
Ik streelde je: mijn gedachten en jouw haar
raakten even volledig in de knoop.

Buiten ruiste de beukelaar.
Ik stond op, had weer even hoop.
Ik dacht aan jouw woorden: “Een raar

soort kikker ben jij”, maar misschien was het wel waar
dat de onsterfelijkheid binnen de dingen sloop
zoals ik nu weer terug bij jou in bed kroop.

 

Jasper Mikkers (Oerle, 3 januari 1948)

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Boek

Ik had het boek wel duizend keer gelezen. Letterlijk. Het was een heel werk. Ik kende het van binnen en van buiten. En toch kon ik, toen mijn broer terugkwam van zijn reis en we met z’n allen in de kleine achterkamer zaten, hem er niks over vertellen. Er hing een gekke sfeer. Er was geen sfeer van vertellen. Ik drentelde rond, van de tafel naar de keuken en weer terug. Op het laatst vertrok ik naar mijn kamer. Ik ging liggen op bed en kon maar één ding doen. Ik nam het boek en las het nog een keer.

 

Twente

Ik was in slaap gevallen in de laadbak van een pick-up truck. Ik weet niet hoeveel later ik wakker werd. Het was donker geworden. Het voelde alsof ik ergens in Mexico was, maar aan de gevel van een boerderij zag ik dat ik me in Twente bevond. Achter mij schenen felle koplampen op een houten wand. Verderop stond een groepje mannen: donkere silhouetten met hooivorken in hun hand. Ik staarde naar hen en een sterke angst bekroop mij, een oude angst, tot ik blijkbaar bewoog en een klomp van een van de mannen mijn aandacht trok. Het ding schoof met de punt door het zand. En daarmee draaide alles om, het hele universum. Ik keek niet naar hen. Zij keken naar mij.

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Wie Begrijpt Mij Behalve Ik

Ze sluiten het water af, dus ik leef zonder water,
ze bouwen muren hoger, dus ik leef zonder boomtoppen,
ze schilderen de ramen zwart, dus ik leef zonder zonneschijn,
ze doen mijn kooi op slot, dus ik leef zonder ergens heen te gaan,
ze nemen elke laatste traan die ik heb, ik leef zonder tranen,
ze nemen mijn hart en scheuren het open, ik leef zonder hart,
ze nemen mijn leven en verpletteren het, dus ik leef zonder toekomst,
ze zeggen dat ik beestachtig en duivels ben, dus ik heb geen vrienden,
ze stoppen elke hoop, dus ik heb geen doorgang uit de hel,
ze geven me pijn, dus ik leef met pijn,
ze geven me haat, dus ik leef met mijn haat,
ze hebben me veranderd, en ik ben niet dezelfde man,
ze geven me geen douche, dus ik leef met mijn geur,
ze scheiden me van mijn broers, dus ik leef zonder broers,
wie begrijpt mij als ik zeg dat dit mooi is?
wie begrijpt mij als ik zeg dat ik andere vrijheden heb gevonden?

Ik kan niet vliegen of iets in mijn hand laten verschijnen,
Ik kan de hemel niet openen of de aarde doen beven,
Ik kan met mezelf leven, en ik sta versteld van mezelf, mijn liefde, mijn schoonheid,
Ik ben gegrepen door mijn mislukkingen, verbijsterd door mijn angsten,
Ik ben koppig en kinderachtig,
te midden van dit wrak van het leven dat ze hebben veroorzaakt,
oefen ik om mezelf te zijn,
en ik heb delen van mezelf gevonden waar ik nooit van heb gedroomd,
ze werden onder de rotsen in mijn hart vandaan geprikkeld
toen de muren hoger werden gebouwd,
toen het water werd afgesloten en de ramen zwart geverfd.
Ik volgde deze signalen
als een oude spoorzoeker en volgde de sporen diep in mezelf
volgde het met bloed bevlekte pad,
dieper in gevaarlijke gebieden, en vond zoveel delen van mezelf,
die me leerden dat water niet alles is,
en me nieuwe ogen gaven om door muren te kijken,
en als ze spraken, kwam er zonlicht uit hun mond,
en ik lachte om mij samen met hen,
we lachten als kinderen en sloten deals om altijd loyaal te zijn,
wie begrijpt mij als ik zeg dat dit mooi is?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3.

A New Year’s Song (Edgar Guest), Anne Duden

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

Mensen in een winterlandschap bij een kerk door Nils Hans Christiansen, tussen 1874 en 1903

 

A New Year’s Song

Love and laughter lead you
Down the pathways of the year,
And may each morning feed you
From the golden spoon of cheer;
May every eye be shining,
And every cheek aglow,
And may the silver lining
Of the clouds forever show.

May peace and plenty find you,
May pain and grief depart ;
And may you leave behind you
The little cares that smart;
May no day be distressful,
No night be filled with woe,
And may you be successful
Wherever you may go.

May June bring you her roses,
May summer poppies bloom,
And may each day that closes
Be fragrant with perfume.
May you have no regretting
When evening is begun,
No vain and idle fretting
O’er what you might have done.

May envy quit your dwelling
And hatred leave your heart ;
May you rejoice in telling
Your brother’s better part.
May you be glad you’re living
However dark your way,
And find your joy in giving
Your service to the day.

 

Edgar Guest (20 augustus 1881 – 5 augustus 1959)
De St. George kerk in Birmingham, Engeland, de geboorteplaats van Edgar Guest

 

De Duitse dichteres en schrijfster Anne Duden werd geboren op 1 januari 1942 in Oldenburg. Zie ook alle tags voor Anne Duden op dit blog.

 

Winterreis

1 Vertrek

Vanuit de lucht
aan de stuw-, aan de vluchtrand
afsluitend en schimmig gezind
onder het ijskoude knipvlies
van de overkoepelende wintermiddag
half-zalig uitgeschakeld
door wat voorbijging en voorbij was
plotseling tot in het hart geraakt.

Uittocht en terugkeer
slechts
van de brul- en klaagagente
in de geventileerde vleugelcabine.
Te denigrerend en onschadelijk gemaakt
om dood te vallen
na het afbakken van alle gevoelens
tot pijnvoorraad
in een dunwandige noodgemeenschap.
Omcirkeld en afgeschermd
van witte verlichting
en warme handreiking
om te eten en te drinken
askleurig zeker
in de trillende buitenbocht genesteld
wordt de bundel van sensaties
nu zoemend en zeer intelligent –
een kleine tong tussen de eonen-talen.

The day breaks not
and it is not my heart.
Jaar en dag braken boven het water.
In het oog van de verte
onder de soevereiniteit van de voortbeweging
en in de beeldstille
branding van verdwijnende kusten.

Denkend aan vuursponzen
koortsachtig gestolen
van het onverdraaglijk soortgelijke.
Drooggewoede tonder tot aan de longstam.
En bij een ijzige vonkensprong
van Xantener-kristal
het gloeiende bloed.
Rinkelend vertrouwen
vanuit de kapkroonlijst:
uitglijd-, trekgebied
tussen hemel en toekomst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Duden (Oldenburg, 1 januari 1942)

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.

Oudjaarsdag (C. O. Jellema), Jacob A. Riis

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

Landschap met schaatsers door Hendrik Gerrit ten Cate, 1829

 

Oudjaarsdag

Weer, van een jaar, in ’t veld de laatste schoten
weer lijkt er meer voorbij dan komen zal
gedachtenissen aan wat was vergroten
tot in je dromen het gevoel van val;

je denkt de tijd, ’t moment is je ontschoten
je wilde ’t ogenblik, je vindt getal
en ook die inzichten, door slaap omsloten
oplichtend een bezit dat jou bestal.

Zo bleef dit uitzicht: op dezelfde gronden
waarin nu liggen die eens elkaar vonden
de erven waar het kind de groten zag

zoals zij na de jacht daar dampend stonden
’t geweer geschouderd, aangelijnd de honden
tableau van doodstil kleinwild – oudjaarsdag.

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)
Jaarwisseling in Groningen, de geboorteplaats van C. O. Jellema

 

De Deens-Amerikaanse dichter, journalist en sociaal fotograaf Jacob August Riis werd geboren op 3 mei 1849 in Ribe, Denemarken.

 

Het nieuwe jaar “ingooien”

Het oude jaar vertrok met net zoveel kabaal als we tegenwoordig maken,
maar van een heel andere categorie.
We hebben het nieuwe jaar niet ingeblazen,
we hebben het “ingegooid”.
Toen het op oudejaarsavond donker was,
gingen we op pad met al het gebarsten en kapotte aardewerk van het jaar
dat voor dit doel was opgespaard en,
haastten we ons naar de deur van een favoriete buurman,
wierpen er potten tegen.
Dan renden we weg , maar niet erg ver of erg snel,
want het hoorde bij het spel dat als iemand erop betrapt werd,
hij zou worden binnengehaald en getrakteerd op hete donuts.
Het werpen was een gunstbewijs,
en de burger tegen wiens deur de meeste potten waren gebroken,
was de populairste man van de stad.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jacob A. Riis (3 mei 1849 – 26 mei 1914)
Ribe, Denemarken

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Mathias Kemp

De Nederlandse dichter, journalist en schrijver Mathias Hubertus Kemp werd geboren in Maastricht op 31 december 1890. Hij was onder meer redactiesecretaris van het in 1956 begonnen maandblad Boortoren en Schachtwiel. Nieuw maandblad over de mijnindustrie. Mathias Kemp was een broer van schrijver-dichter Pierre Kemp. In het dagelijks leven was Kemp aanvankelijk werkzaam bij de aardewerkfabriek Société Céramique in Wyck-Maastricht; later was hij bibliothecaris en freelance journalist. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Kemp door de Duitse bezettingsmacht als gijzelaar gevangen gezet. Op 12 maart 1951 werd Mathias Kemp ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag gehuldigd. Op dat moment waren er al plannen voor de instelling van de Mathias-Kempprijs.
De poëzie van Kemp is zijn eigenlijke levenswerk; zij maakt ook het beste deel uit van zijn hele oeuvre. Er zijn dertien bundels gepubliceerd. In ieder deel is de dichter minstens interessant door het visionaire element. Zo had hij grote vragen bij het gebruik van kernenergie, plutonium en alles wat daarmee samenhangt. Na de eerste delen met romantische schilderingen van bovenaardse schoonheid is ook de actualiteit in zijn gedichten gekomen. Hij bleef die kritisch bekijken en beschouwen.

 

Het goede lichtje

Een vuurvlieg is opgestegen
na zwoelen Juni-regen,
– geel-groene ster –
uit dal vol nachtegalen,
om deinend heen te dwalen,
heel ver.

Uit purperblauwe wonder
van late schemering, zonder
zon of maan,
is ze achteloos stijgend, dalend,
weiflend en vredig stralend
gegaan,

naar de heete, walmende huizen
der armen, vol krekels en muizen,
– plagend gediert –
in voorstad, waar wrevel en haten
zoo laat in harten en straten
nog tiert.

Twee kregele stempelaars staarden
verbluft en monkelend naar den
vriend’lijken schijn,
uit schooner wereld gekomen;
hun ziel vol toornige droomen
werd rein.

Ze doken voor enk’le seconden
uit kleine, donkere zonden
dankbaar omhoog.
Tot het lieflijkjes lichtende diertje
hun honken in zorgeloos zwiertje
ontvloog.

 

Levensgang

Tusschen de sterren en onder de maan
Waren wij even maar heengegaan.

Men dwong ons in nesten van staal en beton,
wij keeren terug nu naar regen en zon.

Wij weten het: oorlog, mijngas en roet
zijn weinig begeerlijk en zelden goed.

Wij waden weer weg uit dampen en slijk
en werken opnieuw de graanvelden rijk,

Tot waan van rekenaar, ziener of gek
ons andermaal dompelt in bloed en drek.

 

Mathias Kemp (31 december 1890 – 7 augustus 1964)

Peter Buwalda, Norbert Hummelt

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: De wethouders van Juinen. (20e Kellendonklezing)

“Neem nou bijvoorbeeld Frans Kellendonk, ik heb al zijn romans, verhalen en essays gelezen, maar ik heb geen idee of de man van scherp eten hield. Zelf heb ik op televisie verteld dat ik drie keer per week hete Thaise curry eet. En nog veel meer egocentrische, onbelangrijke, triviale onzin. Waarom eigenlijk? Om mijn roman verder te helpen, waarschijnlijk. Maar een eigenschap van goede fictie is dat ze van a tot z voor zichzelf spreekt. Een boek dat het van zijn schrijver moet hebben lijkt me een misbaksel.
Vroeger, in Kellendonks tijd en ervoor, zweefde een schrijver als een onzichtbare god boven de wateren van zijn werk. Ik had vijftien romans van Philip Roth gelezen voor ik hem op televisie hoorde vertellen wat ik eigenlijk al wist. Een maestro als Nabokov heb ik nooit zien bewegen. Die weigerde overigens uit de losse pols te praten. „Mijn stijl is het enige dat ik heb”, zei hij, en schreef daarom alles uit voor hij zijn mond opende.
Dat is nu wel anders, de schrijver van vandaag gedraagt zich als de wethouder van Juinen – u weet wel, de kleine ijdeltuit uit de sketches van Koot en Bie die zich vals glimlachend vóór zijn burgemeester elleboogt. De burgemeesters waar ik en mijn generatiegenoten pontificaal vóór staan zijn onze eigen boeken. We openbaren ons aan het publiek via quizzen en talkshows, in columns, op Facebook en Twitter, in de talloze interviews die we geven.
Die omgekeerde volgorde is even eigentijds als onnatuurlijk. Literatuur draait vanzelfsprekend om die ándere stem, om het veel krachtiger geluid dat opstijgt van de pagina. Alleen daar, op de pagina, bestaat de schrijver. Wanneer alles een beetje gelukt is achter het bureautje, zit het ego in de roman; de afzender blijft achter als een leeg geschraapte botervloot. Toch is ‘zichtbaarheid’ het mantra van iedereen die tegenwoordig een boek schrijft.
Niet dat de ouwehoerende, quizzende, koekhappende, spijkerpoepende schrijver veel te verwijten valt. Ik snap onszelf best. We leven nu eenmaal in een onvertoond mediatijdperk; kranten, tijdschriften, radio, televisie, en daarbovenop: internet met zijn social media – nooit eerder in de geschiedenis bestonden er zoveel te bestijgen podia. Het is ook een kwestie van techniek, van mogelijkheid, van vraag en aanbod, van gelegenheid die de dief maakt. Begin jaren zestig, toen Nederland nog maar twee televisienetten had, zaten ze er ook gewoon hoor, Harry Mulisch, Godfried Bomans en Hella Haasse, in een lichtvoetig taalquizje dat Hou je aan je woord heette. Zelfs zij hadden al door dat televisie een wonderkastje is. Ik heb het zelf zien gebeuren, thuis op de bank: Bonita Avenue liep al aardig, maar pas met een stevig item in De Wereld Draait Door ging de lont erin. Dat maakt het verdomde moeilijk om geen causaal verband te vermoeden tussen succes en het hebben van een bekende kop.”

 

Peter Buwalda (Blerick, 30 december 1971) 

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummel top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

de eerste sneeuw

je zegt je wist al toen je naar het raam
liep het is de merel die ons daar bespiedt
zo diep als jij in mijn armen ligt hield hij

zich vliegend aan zichzelve vast nu zit hij
stil in de donkere takkenvork waar nog
sporen van iets wits resteren die zijn zeker

pas met de nacht gekomen en stuiven omlaag
als hij de tak verlaat in je slaap zeg je       
heb je de eerste sneeuw geroken maar

wat ons deed scheiden is nog niet besproken
zijn de lijsterbessen dan nog niet bijna
bevroren ik zag ze glanzen in het takkenwerk

 

Vertaald door Peter Holvoet-Hanssen en Jessica Manthey

 

Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.