Markus Breidenich

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Letzte Nacht

Es war dieses Fingerspitzengefühl auf deiner Haut,
das sich einstellte, wenn man dir nahe kam. Über
dem Hals zum Beispiel, der unmerklich – aber
pars pro toto – für dich stand. Nur gelegentlich
konnte man, abends vor allen Dingen, spüren,
dass etwas dir über die Zunge kam. Die Lippen.
Dann wischte man mit angefeuchteten Tüchern
über deinen Mund. Während du fernsahst. Etwas,
das aussah wie ein Kreis oder Stern, der jetzt in
deinem Gesicht geschrieben stand. So konnte man
in einem der fallenden Abendblätter lesen, dass
der Mond über dem Schützen aufgehe und
allmählich in dein Zimmer scheine. Für ein
Licht auf die trüben Linsen. All die Krater und
Furchen erinnerten an Bestandsaufnahmen. An
Röntgen- und Spiegelbildliches im Dimmerlicht
einer kleinen, verrauchten Lunge. Nach der Sperr-
stunde. Der letzten Ölung einer Kneipentür, die dir
dort, im Augenblick deines Nach-Hause-Weges, zu-
oder einfach nur eingefallen war. So sehr lief jetzt
jeder Film über deinen Augen noch einmal an dir ab.
Die Mitwirkenden, die im Abspann ihre Erwähnung
fanden. Die Haupt- und Nebenrollen unter deinen
Stühlen. Die Gitter und Stäbe. Alles vor und
hinter deinem Rücken Gewesene. Hin und zurück
durch dein Haar Gefahrene. Jedes Streicheln, Streichen.
Alles Kuscheln und Kuschen. Zur Ruhe gesetzte,
all das Schlafen gelegte, sedierte, traumhafte Leben.

 

Luftraum

Wir kreisen. Im Kritzeln der Flugschreiber.
Tonbänder, -scherben. Drei Sauerstoff-Masken.
Passanten. Im Hintergrund: Schall.

Die Götter – hier gaben sie Helden im Spiel –
nahmen die Sicht. So lange noch Treibstoff war
in den Flügeln der Engel. Waren wir es,
auf einem der Rückflüge, heimlich, ins Paradies,
die Runde um Runde spielten. Mit Glück
berührte ein Steward den Knopf an der Jacke
des Autopiloten, nahm jedes Schicksal zur Hand.
Ein wenig noch mit den Steuerknüppeln zu lenken
und über die Tastatur am Seitenruder zu drehen.
Die Räder ein Stück weit auszufahren.
Kratzer in Wolken zu ritzen.

Was wissen wir noch nach dem Reinemachen
der Platten. Wie viele verlorene Leben?
Über den Punktestand. Die Auswertung
innerer Stimmen. Gegen Ende der Simulation:

Absturz des Rechners über Attikas Feldern.

 

HOE JE DAT VOLHOUDT.
Dat je binnen bent.
En de huid over de dingen.

Hoe je ’s avonds laat nog
op de bus wacht. Als het
mogelijk is dat hij niet komt.

Dan te voet gaat. Dan
op handen. Ondersteboven in
de regen. In het bos.

Hoe dat gaat. Hoe dat
mogelijk is. Dat met de ogen.
Dat het altijd zo blijft.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e mei ook mijn blog van 18 mei 2019 en ook mijn blog van 18 mei 2018 en eveneens mijn blog van 18 mei 2014 deel 2.

Lars Gustafsson, Adrienne Rich

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

KILLING TIME

The magazine was brick yellow and quickly read.
It was the cheapest thing in the company store

and I quickly discovered, at eleven years old,
that there wasn’t much to find there.

Daydreams for maids
and detective stories from the Riviera

which at that time was a distant land.
But the name stuck.

Can one kill time?
And if one could,

is that not a pity for an only life?
Still I know I have killed a great deal of time.

The endless boring hours in school
and the obstinate minute hand which never –

no, not even the minute hand wanted to move.

 

SMOOTHNESS

Here the calm smoothness ruled
which could be disturbed by a single oarstroke.
The season slowly cooling.
The sound of a chain being taken off
and laid in the bottom of a rowboat.
And, afraid to disturb this
surface’s rare great calm
I held my oar hovering in the air.

 

TRIVIAL PIECES OF KNOWLEDGE

Olive oil is an outstanding rust remover.

Individual events have no probability.
They are points.

Therefore
Even I lack probability

The dead don’t know
that they ever existed.

Time can’t have started with the universe.
Time can’t have a beginning.

Because a beginning is always an event.

It’s difficult for horses to sleep
if they are left out alone in the night.

Horses guard each other’s sleep.

Persons who have a disturbed relationship with their mothers
become poets.

Persons who have a disturbed relationship with their fathers
become boring.

 

Vertaald door Susan W. Howard

 

Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Wat voor tijden zijn dit

Er is een plek tussen twee rijen bomen waar het gras bergop groeit
en de oude revolutionaire weg afbreekt in schaduwen
in de buurt van een ontmoetingsplaats, verlaten door de vervolgden
die in die schaduwen verdwenen.

Ik heb daar paddenstoelen geplukt aan de rand van angst, maar laat je niet misleiden
dit is geen Russisch gedicht, dit is nergens anders dan hier,
terwijl ons land dichter bij zijn eigen waarheid en angst komt,
zijn eigen manieren om mensen te laten verdwijnen.

Ik zal je niet vertellen waar de plaats is, het donkere netwerk van bossen
de ongemarkeerde lichtstrook ontmoet —
door spoken geteisterde kruispunten, paradijs voor blaadjes:
Ik weet al wie het wil kopen, verkopen, laten verdwijnen.

En ik zal je niet vertellen waar het is, dus waarom vertel ik je
eigenlijk ook iets? Omdat je nog steeds luistert, want om in tijden als deze
je hoe dan ook te laten luisteren, is het nodig
om over bomen te praten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2018 en ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.

Paul Gellings, Adrienne Rich

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

De lucht was blauw, witte barsten erin

als op een gekreukte ansichtkaart
die je dagen bij je gedragen hebt.

De zoveelste tropische nacht:
de stad trilde wat na in de verte;
het geluid van mijn ventilator
en ijsblokjes in een glas cola.

Ik liep maar met kaarten van dit land
in mijn zak waar ik ’s avonds
lang naar kon staren.

 

Soms wordt de stad weer het bos

dat zij was. Opgejaagd lig ik in bed
en weet niet dat ik slaap.

Een man loopt op straat, met een boodschap
voor mij: ik moet weg uit mijn huis.
Zijn stap en zijn stem zijn er echt,
ik mompel een antwoord.

Maar horen kan hij mij niet en kon hij dat toch
geen woord bracht herkenning.
Een vrachtwagen remt met een kreet,
een groot dier vult de nacht
met zijn angst voor het slachthuis.

Dit kan alleen ’s nachts. Geheim
leven trekt over straten en pleinen
en je weet niet dat je droomt.

 

Hazelied

Wie is hij toch? De lente brengt hem terug
in tuinen, versluierd licht, stofregen
van de zon, vandaag een groenbestikte
Pasen die naar verloren zomers geurt.

Zo gaat zijn tijd niet voor- maar
achteruit. Hij slaapt bij ijle goden,
misschien wel bij geliefde doden, want
wie heeft ooit zijn huis gezien?

Zo ligt hij in de morgen half vergaan in gras
en in de middag is hij kind, haast zich dan
door schemerdonker naar de dag dat je
hoe je zoekt hem niet meer vindt.

 

Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

Bijvoorbeeld
23 november 1963

Soms ontmoet je een oude man
wiens vuist niet blauw-wit gebald is.
Iemand zoals die oude dichter

wiens korrelige palm ooit reisde
over de lichamen van zieke kinderen.
Terug in de getypte regel

was ruimte voor alles: het blauw
druif hyacint tuintje,
de vrijwillige aanraking

van wang op de borst, het oor
alert op een veranderde hartslag
en ook voor andere geluiden

die in een getypte regel leven:
de adem van dieren, het stoppen
en het starten van bussen,

vuilnisbakken op een lege plaats.
Aandacht eenmaal gegeven
keerde weer terug als kracht.

De laatste avonden van een oude man
mogen misschien bewoond zijn
niet door een publiek —

fonteinen van applaus uit
auditorium banken,
eerbetuigingen gelezen bij hotelbanketten —

maar door weerkaatsingen
die het oor lang had verlangd,
geaccepteerd en opgenomen.

Het late gedicht kan worden geschreven
in een nacht plotseling wakker
met stille nieuwe geluiden

zoals wanneer een zoeklicht speelt
tegen het donkere struikgewas
en vogels spreken als antwoord.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn blog van 16 mei 2019 en ook mijn blog van 16 mei 2018.

Albert Verwey, Michael Lentz

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

EEN LIEDJE VOOR HANSJE

Hij is in ’t midden van de mei
Geboren en een dichter zei:
Dit is een kind dat zingen zal,
Dat de mensen ’t horen óveral;
0, wat een zeldzaam mei-geval:
Hij is in ’t midden van de mei
Geboren.

Hij mag een lelijk mosje zijn
Wie horen wil naar liedjes fijn,
Die zoekt de mooiste vogel niet:
Van de lelijkste vogel is ’t mooiste lied;
De mensen horen maar zien hem niet:
Hij is in ’t midden van de mei
Geboren.

De mei, dat is het zingenstij;
Mei-kindertjes zijn ik en jij;
En nu zing ik het eerste lied,
Maar zeker zing ik het mooiste niet:
Van Hansje komt bet mooiste lied.
Hij ook is midden in de mei
Geboren.

 

Van de liefde die vriendschap heet

14
Als voor mijn oog mijn dromen een voor een
Langs trokken als een lange karavaan
Vermoeide slaven, die de mulle baan
Gebukt aftreden, stom ten kimmen heen

De blikken richtend met een dof gesteen; –
En ’k dacht dan dat dus àlle dromen gaan,
Ook die nog komen, en me ontviel een traan,
Die heel mijn zijn-zelf te bewenen scheen: –

Dan troostte ’t mij dat ik niet arm kan zijn,
Zolang gij rijk zijt en ’k u in mij draag,
En andren zeggen kan: zie, dat is mijn!

Wat deert mij dan dat ik om dromen klaag,
Die werden wat zij zijn, een schone schijn, –
Daar gij mij rijk maakt zonder dat ik vraag.

 

Zomerweide

De blanke koeien waden ’t weigras door,
Uit hoge hemel daar een wolkbank ligt
Straalt trillende op koe-ruggen zomerlicht,
’t Gras ripplend krijgt een esmerauden gloor.
Warm vlakt de vaart daar ’t groene riet langs spicht,
Golf deint en spoelt, trekt zijn geglinsterd spoor
Stoomboot in stroom en stuurt de schomling door
Die ’t riet doet ruise’ en glinstren elke schicht.

De middagstilte is in mijn brein en warm
Voel ik mijn leên gezwoll’n en strek mij gaarn
Bij wat’r en wei die lijklijk luide zijn.
’t Hoofd achterov’r ontwaar ‘k een bleke lijn
Tussen mijn wimpers, ‘k hef een lome arm,
En hoor wijl ‘k slaap de grote boten vaarn.

 

Albert Verwey (15 mei 1865 – 8 maart 1937)
Portret door Jan Veth, 1885

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

gelsenkirchen

een oude vrouw een rollator
straatrand en witachtige duif
daar rolt de rollator verder langs oude vrouw
en met haar schoen slecht ter been
zal daar eens aan de slag gaan
zo eens naar links gerold
en aangetikt zo eens naar rechts
de holle vogel en al
vliegen erin
ach zo!
kapot
nou echt niet
over de brug daar racet deze trein
en dan?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2019 en ook mijn blog van 15 mei 2018 en ook mijn blog van 15 mei 2017 en ook mijn blog van 15 mei 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Jo Gisekin, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Taal en teken

Door een kier zie ik de zomer
als een verdubbelde radijs
met straatjes wit en zonder end
en druk rumoer van zilver
bij de antiquair
en wat men pleegt te zien
door welvaartsogen

Maar zeg mij toch
is dit een doodgemoedereerd gepraat
van handen die niet horen
de letters van een schijnbaar
onbeholpen lied

tenzij het raadsel elders ligt
en het werkwoord
als een verduisterd exemplaar
In het laagland van de verbeelding
zijn vorm krijgt

Maar zeg maar niets
hoe duurzaam ook de warmte
van een uitgesproken taal
met in elke mond het dagelijks gebit
en op elke tong omvergeblazen woorden
zo koelt de grond niet af
en krijgen klanken
hun smakelijk vocht
en adem wanhopig veel

Dan kun je binnenkomen
duikelend over de letter o
het gras is godzijdank
niet voor je voeten weggemaaid

want a en o en e en u zijn,
ach hoe lieflijk! als zomerbloemen
op een afgeweekt portret
de klinkers van je taal

Wat zeg je?

 

Lente ’74

Ken ik mezelf nog
met
in mijn neus het vluchtende sap
van lenige nachten
op de rand van het bed

tussen onze vingers
draven bloesems
en vallen over het laatste gewicht
van de sneeuw

tot in de struiken zie ik
het gras gedijen
hyacinten weten amper iets af van de kou

terwijl
de dag een verse draad spint
rond kinderwagens op de stoep
voel ik de vijver zwellen in mijn
buik:
het kind stampt lenteluiken open.

 

Ach

Ach
ik weet wat water is
het wier van schaamte
en tijdloosheid
van terloops plezier.

Het haakwerk van liefde
is een schichtig motief
ternauwernood
kunnen jij of ik
haar bloem versieren.

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

Gedicht

Ik loop aan de rand van het land,
vol malende gedachten over
een privé-situatie.
Vandaag is de zee indigo.
Dertig jaar een volwassene –
dezelfde gedachten, dezelfde
belachelijke dilemma’s –
maar elke keer ziet de zee
er anders uit: vandaag
een tumultueuze droom,
die zijn golven op de kust werpt –

Niets opgelost,
Ik loop terug over de hei
– maar elke keer ziet de hei
er anders uit: vanavond
plukjes moeras-katoen
die zich losknopen in de wind
– en dan komt de weg
zo vermoeiend vertrouwd
de oude glanzende weg
die alle kanten op gaat

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 2.

Jan Lauwereyns, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

Watervrees

Laat het bad vollopen en

de huid verbleekt, zweet breekt uit,
en iets als wind blaast schokgolven
door haar donsachtig plukje haar.

Imminente toepassing van het stinkdierprincipe.

Zelfs al weet Pappie dat
kleine meid naakt =
armed & dangerous

de luier dient hooguit voor wat
de duim doet met de tuinslang.

Moraal van het verhaal:
stront sproeit in het rond.

 

Gnomon

Steek een stok in de grond,
een kaarsrechte stok in een stukje
biljarttafelvlakke grond.

Stok: paal, erectie.

Wacht op de zon en stel vast
hoe je meetinstrument zich kranig houdt

in het licht van de warmte.

Heldere hemel, schitterend vuur
maar het is hem/jou om de schaduw te doen,

de ontsluiering van de aarde.

 

Slaapwonder

Na enige ogenblikken neemt hij waar
dat zijn mond wijdelijk open is.

De zoon van de natuurfilosoof
begrijpt, gehoorzaam als hij is,
dat hij hem geopend heeft.

Haar?

La bouche.

Zaak zo zacht
mogelijk adem in te halen.

(Baby slaapt.)

Adem: de zoveelste in/ont-
spanning van de onvermoeibare muze

die niet zal verstenen,
ook niet in rook opgaan,
niet eens een U-turn maken.

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

Madeliefjes

We zijn bloemen van het gewone
grasveld, zoveel begrijpen we.
Aan al het andere
zijn we onschuldig. Geen Schepper
legde dergelijke voorwaarden vast
voor ons aangename leven,
– het is gewoon onze natuur,
waren we niet zo,
zouden we geen madeliefjes zijn, onze
wimpers sluitend bij de eerste
suggestie van Venus. Dan,
zijn we bijna uitgeput. Avond
betekent slapen, en het is zeker beter
onszelf te vernieuwen dan te sterven
aan al die openheid?
Maar sterven zullen we, onschuldig
of nee, aan hoe de nacht
valt over onze tuin,
tweelingen glinsteren daar
voor ieder van ons; sterven,
nooit wetend wat we missen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hagar Peeters, Andre Rudolph

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Van heldinnen en hun daden die voorbijgaan

De batjesvedette is oud.
Haar handen trillen van de Parkinson
maar zij weet niet van ophouden.

Vibrerend vliegt de pingpong door de lucht,
raakt spiegels, vazen en violen
die op de vloer aan stukken slaan
maar zij wint als altijd.

Eén misslag van haar hand
brengt zoveel turbulentie in de lucht teweeg
dat de bal de juiste hoek maakt.

Wanneer de bal bijna het net raakt,
maakt dit een diepe buiging.
Als ze hem naast de tafel slaat,
springt deze razendsnel opzij en salueert.

Dreigt ze ondanks dit alles te verliezen
dan zet ze zo’n enorme keel op
dat langs haar stembanden de bal
alsnog naar zijn bestemming rolt.

Dingen weten dat je oude winnaars
nooit teleur moet stellen.

 

Krantenbericht

Er was vervallen. Er was verslagen.
Er waren woorden van de levenden later.
Er was onbegrip, weemoed,
een lege auto langs de weg.
Er was een coupé gevallen in de vallei.
Er waren ramptoeristen, verslaggevers,
cameramensen en mensen zonder camera’s,
zonder menselijks en zonder mens te zijn.
Er waren artikelen in de krant
en foto’s van de fotografen. Er was zand.
Er was geen afscheid, daar was geen tijd voor
en er was spijt, al wist niemand om wat.
Er was een weg en er was een bestemming
en er was iets dat daar tussen kwam.
Zo ben ik verleden week nog overleden.
Ik ben door iets onnoembaars overreden
toen ik onoplettend overstak van mij naar jou.

 

Zelfportret aan tafel

In de rook van je sigaret kringelen alle gestalten
die je niet geworden bent maar wel bent
naar het plafond en op muren
werpen zij schaduwen, multipel,
de talenten waarmee
je nooit naar buiten trad.

Die sluier van rook, dat is ook
de aaneenschakeling van schouders
van alle voorouders die zichzelf
aan je doorgaven. Je ging gebukt onder hun donatie.

Wij brengen een toast uit aan tafel
op alles dat ons ontglipt. Rook omsluit ons
volledig. Nu is de wereld verstikt.

De rook, dat zijn de handen
die je naar hoogten dragen vanwaar
bijna alles verdraaglijk is.
Kijk maar naar me:
er zijn vele schakeringen Hagar.

 

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

na jaren van loonarbeid aan de vlinderzaag

begonnen we eindelijk de nadelige
effecten van goudstof te voelen,
diens elektrische geknetter, in de koortsige lucht,
die ons altijd omringt. de glansloosheid van onze acties
viel op de heldere spiegels van onze ogen,
een pijnlijke, constante hoest maakte
duidelijk: onze longen verzanden;
maar onze tongen slibben dicht
(dit veroorzaakte overigens die zeldzame
armoede van onze taal, in de sombere
jaren van loonarbeid)

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

 

Zie voor nog meer schrijves van de 12e mei ook mijn blog van 12 mei 2019.

Ida Gerhardt, Andre Rudolph

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

Kosmos

Het spel van lijn en kleur en van schakeering
dat leeft in de natuur, het donker en het licht,
– wetten van wisseling en wederkeering –
ik vind het terug in het voltooid gedicht.

De groeiwijs van de plant, het levend zich ontvouwen
van vorm na vorm, weer rustend in de regelmaat
die fijn vertakt door bloem en blad en stengel gaat,
is mij een teeken dat het stil, geduldig bouwen

van woord aan woord gehoorzaamt aan eenzelfde streven.
– Wij luist’ren: hoorbaar, op ons ademen bewogen,
stuwende en gestadig is het eigen leven

verborgen arbeidend; totdat het diepst verlangen
tot rust wordt in het woord. Dan ligt voor onze oogen
de vorm, waarin het trillende is ingevangen.

 

Het veerhuis

Als langs de duisterende waterbaan
de veerboot aan de meerpaal is gebracht,
begint het rijkste wat ik ken: te nacht
hoor ik het water aan de schoeiing slaan.

Diep ingenesteld in het donker huis
lig ik te luist’ren naar die trage klop;
en een verbeiden richt zich langzaam op,
speurend – het hart wordt in de stilte thuis.

En wéér hervindt het, door de stroom bespeeld,
zijn ondoorgrondelijk en diep bezit, –
van hemel en rivierland rijst het beeld;
de dag is heerlijk, heerlijker is dit

verholene, wat de daggezichten bindt:
één blinde kern, die schoksgewijs ontstaat, –
en het vertragen dan tot diep beraad
als woord na woord te fluisteren begint.

Daarbuiten leeft de stroom, waarover wijd
der sterrebeelden pracht is opgegaan;
door ’t venster waait een reuk van water aan,
ik weet geen naam voor dèze zaligheid.

 

Zueignung

Dag Pegasus! – Wat doe jij hier in het gebouw?
Ik ben met zaterdagse thema’s nagebleven.
Kijk niet: mijn kleren zijn vol krijt, mijn ogen grauw;
en rode inkt blijft altijd aan m’n vingers kleven.

Ja, dit is zogezegd de school. – War wil je nou?
Ik heb mezelf al zoveel maanden afgeschreven…
Of dacht je dat we – God, wat is het buiten blauw!
door de kapotte tuimelramen konden zweven?

Jij hoort daarbuiten, Pegasus, en hier hoor ik.
O, doe dát niet, kniel niet op deze planken vloer
vol stof – en dat voor mij, mijn trots, mijn prachtig dier.

Pegasus – laat mij, dat ik in je manen snik.
Wist jij dan hoeveel malen ik mijzelf ontvoer,
nochtans, om deze kind’ren? – Dráág mij: ik ben hier.

 

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)



De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

het echte troje ligt binnen

een keer,
tijdens een van die staten van beleg
waar wij ons lichaam
door overvloedig cocktailmisbruik,

in stortten, alsof
we zeevarenden of hoeren waren
en niet alleen in onze dromen,

werd je zo benaderbaar
dat mijn ogen er van bloedden

de stad lag er zo vredig bij als altijd
en merkte niet eens
dat zij net beschoten werd

hele straten werden intussen weggevaagd;
wij waren de enigen die het zagen

maar we zaten vast
en wachtten tot het voorbij was

toen borrelde buiten
uit de afgehakte hoofden van de brandkranen

nieuw leven op
en overspoelde alles

weet je nog, beste christoph 
hoe we naar buiten gingen,
jij met je eigenaardige hoed
en ik met een paar konijnenoren

maar we hebben het gehaald,
de lantaarns bogen naar ons toe
met hun kromme nek,
vreedzame dinosauriërs

ze vraten het licht
uit onze handen,

en ik vertelde jou
dat ik de laatste tijd mediteer
tegen de dodelijke nervositeit
die mijn hele leven beheerst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn blog van 11 mei 2019 en ook mijn blog van 11 mei 2018.

Moeder en zoon (Rutger Kopland), J. C. Bloem, Jayne Cortez

 

Bij Moederdag

 

Moeder en kind door Pierre-Auguste Renoir, 1881

 

MOEDER EN ZOON

Er is ergens een vijver, schrijft Ovidius,
die ooit een moeder is geweest
‘zij smolt weg in tranen’, rouwend
om haar dood gewaande zoon

maar hij leefde nog – hij had de dood gezocht
door van een rots te springen, maar hij viel niet,
in de woorden van Ovidius: ‘zwevend werd hij
in de lucht een zwaan met witte veren’.

Die dingen gebeurden toen – soms was
de werkelijkheid zo ondraaglijk
dat er gebeurde wat niet kon.

Dit is alles wat wij weten: moeder en zoon
herenigd – je ziet in gedachten hoe een witte zwaan
wordt gewiegd door een vijver en je vraagt:
zou die vogel de rouw kennen van het water
en zou het water weten wie het wiegt.

 

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

De Zieke

Het licht is blank aan mijne kamerwanden:
Op blanke lakens liggen als een schrik
Mijn smalle polsen en mijn klamme handen,
Die ik niet meer in kramp van angst verschik.

Alleen mijn oogen leven en hun gangen
Zijn immer, in een droefheid van gemis,
Ter kleine wereld, die mij wordt omvangen
Door de vier binten van mijn vensternis.

Daar buiten tergen mij de wisselingen
Van de getijden van den zomerdag.
Uit ongeziene boomen hoor ik ’t zingen
Der vogels als een lokkend-wreeden lach.

Gij hebt het schoon der luchten nooit begrepen,
Hoe innig gij ook staardet naar hun spel,
Sterken, wien paarden staan gereed en schepen:

 

De Eilandbewoner

Die de landouwen aan de kust bewonen
Zien, hoe de wisseling van elk getij,
Waar ze in de volheid dezer wereld troonen,
Schoon en verscheiden trekt aan ’t oog voorbij.

Voor de verzaliging van hun gepeinzen
Wordt heel het herfstland een verlucht tooneel:
Hier zien zij zonverwonnen misten deinzen,
Ginds branden veege bosschen, rood en geel.

Met volle teugen mogen zij indrinken
Den zerpen geur van blaren, die vergaan,
En nevels, die nu dichten, dan weer slinken,
Terwijl zij schrijden door een vochte laan.

Ons, die dit eiland tot gebied verkozen,
Gewerd van die beminde teekens geen.
Wij zien alleen de zon wat rooder blozen,
Haar licht verkoopren door den zeemist heen.

En als wij naar de kromme boomen staren,
Wier groei in de’ eeuwig-zilten wind verschraalt,
Dan weten we aan de weinigheid der blaren,
Dat ook voor ons de zomer is gedaald.

Maar, hand in hand, aanschouwen wij gelaten
Het onweerhoudbaar leven, dat verstroomt,
Hoe anders, lief, die ’t zwerven mij deed haten,
Heb ik mij vroeger ’t stervensuur gedroomd.

Ik dacht, wanneer dit kort bestaan van wenschen,
Gelijk een schaduw van mij henen vlood,
Toch uit de warme makkerschap der menschen
Te zinken naar de diepten van den dood.

Zoolang mij ’t leven nog niet had verlaten
Zou ’t ruischen van zijn stormen om mij zijn:
Een bundel laatste zon zou ’t stof der stráten
Doen weemlen door een kier van ’t neer gordijn.

Hoe anders dan ons droomen, onze lusten,
Bestiert het lot den dool van wel en wee.
Mijn graf zal zijn aan deze barre kusten,
Bij de ongeruste en grijze brandingzee.

En als ge u voor mijn doodsbed stort in klagen,
Zij zóó de klacht, waarmee gij mij beschreit:
Schuim dat uit de’ afgrond worstelt naar het dagen,
Door wind geteisterd en oneindigheid.

 

J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door Sierk Schröder, 1953

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

De onderdrukkers

Kunst
wat geven de kunst
onderdrukkers
om kunst
ze springen op de wagen
wentelen in persclips
& laten de planeet stinken
met hun
pornografische onderdrukking
Kunst
wat geven ze om kunst?
ze veranderen van
eigentijdse babykussers
tot ouderwetse corrupte politici
tot zelfbenoemde censuurklerken
die geen kunst willen ondersteunen
maar oorlog zullen ondersteunen
armoede
longkanker
racisme
kolonialisme
en giftig slib
dat is hun moraal
dat is hun religieuze overtuiging
dat is hun bescherming van het publiek
& bijdrage aan familie-entertainment
wat geven ze om kunst?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jayne Cortez (10 mei 1936 – 28 december 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Jorie Graham, Charles Simic

De Amerikaanse dichteres Jorie Graham werd geboren op 9 mei 1950 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Jorie Graham op dit blog.

 

Mind

The slow overture of rain,
each drop breaking
without breaking into
the next, describes
the unrelenting, syncopated
mind. Not unlike
the hummingbirds
imagining their wings
to be their heart, and swallows
believing the horizon
to be a line they lift
and drop. What is it
they cast for? The poplars,
advancing or retreating,
lose their stature
equally, and yet stand firm,
making arrangements
in order to become
imaginary. The city
draws the mind in streets,
and streets compel it
from their intersections
where a little
belongs to no one. It is
what is driven through
all stationary portions
of the world, gravity’s
stake in things, the leaves,
pressed against the dank
window of November
soil, remain unwelcome
till transformed, parts
of a puzzle unsolvable
till the edges give a bit
and soften. See how
then the picture becomes clear,
the mind entering the ground
more easily in pieces,
and all the richer for it.

 

Jorie Graham (New York, 9 mei 1950)

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

Hotel Insomnia

Ik hield van mijn kleine hol,
Het raam uitkijkend op een bakstenen muur.
Naast de deur stond een piano.
Een paar avonden per maand
kwam een kreupele oude man en speelde
“Mijn blauwe hemel.”

Maar meestal was het stil.
Elke kamer met zijn spin in zware overjas
Die zijn vlieg ving met een web
Van sigarettenrook en mijmering.
Zo donker,
Dat ik mijn gezicht niet zien kon in de scheerspiegel.

Om 5 uur ’s ochtends het geluid van blote voeten boven.
De “zigeuner” waarzegger,
Wiens etalage op de hoek is,
Die ging plassen na een nacht vol liefde.
Ook een keer het geluid van een snikkend kind.
Zo dichtbij was het, dat ik even dacht
Dat ik zelf snikte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2019 en ook mijn blog van 9 mei 2018 en ook mijn blog van 9 mei 2015 deel 2.