Anton Wildgans, Rolf Schneider, Cynthia Ozick, Helen Meier, Rolf Kalmuczak, Karl Henckell, Henry Vaughan, John Ford

De Oostenrijkse dichter en schrijver Anton Wildgans werd geboren op 17 april 1881 in Wenen. Zie ook alle tags voor Anton Wildgans op dit blog.

 

Abend über der Stadt

Noch zeichnen sich die Türme in die Schicht
grau-finstern Qualms, in den die Stadt versunken.
Nun schwinden sie, bald ist das letzte Licht
von all den vielen Augen aufgetrunken.

Hier oben, wo die letzten Häuser sind,
neigt sich der Tag noch zögernd in die Beete
dunkelnder Gärten, manchmal harft der Wind
im Saitenspiel der Telegraphendrähte.

Ein tiefes Dröhnen pulst von unten her
wie ein gewaltig-dumpfes Ohrensausen,
wenn über Eisenbrücken eisenschwer
die späten Züge ins Gelände brausen.

Da – eine Kuppel, die in Flammen steht –
wölbt purpurn sich der Mond aus Häusermassen,
nun schwebt er auf und steigt wie ein Gebet,
um hoch im Äther silbern zu verblassen.

Jetzt geben in der Stadt die Glocken Laut
gleich Hunden, die im Schlaf den Mond anwimmern,
und, wie aus bläulichem Metall gebaut,
glimmern die Dächer – Lichterreihen schimmern!

 

Einem, der ein Dichter ist

Ich bin ein Kind der Stadt. Von Häuserquadern
Ist mir der Blick in Straßen eingeengt.
Schwer, wie sich Volk des Abends heimwärtsdrängt,
Rinnt mir ein dunkler Blutstrom durch die Adern.

Mit Gott und mit der Welt und mir zu hadern,
Nach Not zu spüren, dies ist mir verhängt,
Doch nicht zu heilen, wo ein Leid bezwängt,
Nein, nur mit Worten dran herumzuhadern.

Du aber spendest mit berauschtem Tun
Aus dieser Erde königlicher Fülle.
Da sinkt von uns die graue Bettlerhülle,

Und Flügel wachsen unsern Alltagsschuhen.
Die tragen uns in eine stille Stille,
Wo Lächeln ist und träumerisches Ruhn.

 

 
Anton Wildgans (17 april 1881 – 3 mei 1932)

Lees verder “Anton Wildgans, Rolf Schneider, Cynthia Ozick, Helen Meier, Rolf Kalmuczak, Karl Henckell, Henry Vaughan, John Ford”

Sarah Kirsch, Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Tristan Tzara, Ewald Vanvugt, Sibylle Lewitscharoff, Jan Luyken

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Fahrt II

3
Arme Erde rußschwarz und mehlig
Schöne Gegenfarbe von Schwertlilien, die blau
Und mit seidig geäderten Blüten
In letzter Sonne stehn, das geht vorbei
Neue Bilder drehn sich der Zug ist so langsam
Daß ich die Pflanzen benennen kann
Jetzt die Robinien Weißes und Grünes Duft
Oder liegt auf den Pfennigblättern
Geriesel vom Kalkwerk

4
Die Fahrt wird schneller dem Rand meines Lands zu
Ich komme dem Meer entgegen den Bergen oder
Nur ritzendem Draht der durch Wald zieht, dahinter
Sprechen die Menschen wohl meine Sprache, kennen
Die Klagen des Gryphius wie ich
Haben die gleichen Bilder im Fernsehgerät
Doch die Worte
Die sie hörn die sie lesen, die gleichen Bilder
Werden den meinen entgegen sein, ich weiß und seh
Keinen Weg der meinen schnaufenden Zug
Durch den Draht führt
Ganz vorn die blaue Diesellok

 

Ausflug

Ach Vogel, fremde Pfeifente, verirrt im Springbrunnenteich, sag nicht
Daß ich das nicht kann:
Nachts besteig ich den Nylonmantel, bezahl
Die Helfer im voraus mit Knöpfen, flieg einfach los
Nicht schlechter als du, Graufedrige
Die Sterne, Poren in meinen Flügeln
Umtanzen den kleinen Mond in der Tasche
Wind in den Ä
rmeln hebt mich in maßlosen Schornsteinruß
Ich häng überm Land, seh nichts vor Nebel und Rauch
Fort reißts mich über den F
luß, die aufrechten Bäume, den Tagebau
Hier werf ich scheppernd Ersatzteile ab – bloß so, die
Brauchen sie immer, du, Vogel, pfeif nicht, ich singe, da trägts mich
Schwarz von der Arbeit des Fliegens bis in die Vorstadt
Durchs Fenster fall ich in weiße Decken
Kissen gefüllt mit Entendaunen (hüte dich, fremder Vogel)
Und mein Freund, der Schmied aus dem Rauchkombinat
Gibt mir ein duftendes Seifenstück

 

 
Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

Lees verder “Sarah Kirsch, Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Tristan Tzara, Ewald Vanvugt, Sibylle Lewitscharoff, Jan Luyken”

Rolf-Dieter Brinkmann, Anatole France, Eberhard Panitz, Spike Milligan, John Millington Synge, Konstantin Vaginov

De Duitse dichter en schrijver Rolf-Dieter Brinkmann werd geboren op 16 april 1940 in Vechta. Zie ook alle tags voor Rolf-Dieter Brinkmann op dit blog.

 

EINEN JENER KLASSISCHEN

schwarzen Tangos in Köln, Ende des
Monats August, da der Sommer schon

ganz verstaubt ist, kurz nach Laden
Schluß aus der offenen Tür einer

dunklen Wirtschaft, die einem
Griechen gehört, hören, ist beinahe

ein Wunder: für einen Moment eine
Überraschung, für einen Moment

Aufatmen, für einen Moment
eine Pause in dieser Straße,

die niemand liebt und atemlos
macht, beim Hindurchgehen. Ich

schrieb das schnell auf, bevor
der Moment in der verfluchten

dunstigen Abgestorbenheit Kölns
wieder erlosch.

 

 
Rolf-Dieter Brinkmann (16 april 1940 – 23 april 1975)

Lees verder “Rolf-Dieter Brinkmann, Anatole France, Eberhard Panitz, Spike Milligan, John Millington Synge, Konstantin Vaginov”

Thomas Olde Heuvelt

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Toen hij drie jaar oud was, overleed zijn vader. Zijn moeder heeft hem en zijn zuster sindsdien alleen opgevoed. Sinds 2007 woont hij in ‘s-Hertogenbosch. Olde Heuvelts roman HEX (2013) speelt zich af in Beek, een dorpje in de gemeente Berg en Dal waar hij opgroeide, vlakbij Nijmegen. Daar doorliep hij het gymnasium van het Canisius College. Als kind was Olde Heuvelt fan van de boeken van Roald Dahl en Paul van Loon, en in zijn tienerjaren las hij het gehele oeuvre van Stephen King, H.P. Lovecraft en Tolkien. Pas later, tijdens zijn studie aan de Radboud Universiteit Nijmegen waar hij Amerikaanse literatuur studeerde, kwam hij in aanraking met auteurs als Jonathan Safran Foer, Carlos Ruiz Zafón, Neil Gaiman en Yann Martel, die naar eigen zeggen zijn horizon hebben verbreed en ervoor hebben gezorgd dat onder andere magisch realisme een grote invloed heeft gekregen op zijn schrijven. In 2002 verscheen Olde Heuvelts debuutroman “De Onvoorziene” bij uitgeverij Intes International. Hij schreef het manuscript hiervoor op zestienjarige leeftijd. Twee jaar later verscheen het vuistdikke “PhantasAmnesia”, een bovennatuurlijke thriller met waarin hij horror met humor en satire combineert. Als eregast op het jaarlijkse fantasyevenement de Elf Fantasy Fair, werd hij in 2005 opgemerkt door Jacques Post, uitgever van Luitingh-Sijthoff (Stephen King, George R.R. Martin en Dan Brown). Hier brak Olde Heuvelt in 2008 door met zijn derde roman “Leerling Tovenaar Vader & Zoon”. Olde Heuvelt won tweemaal de Paul Harland Prijs voor beste Nederlandstalige fantastische verhaal (2009 en 2012), hij was jurylid voor de Paul Harland Prijs en de Unleash Award, en redacteur voor Duistere Parels (2006) en [Re]writing History (2013). Met zijn boek “Harten Sara” (2011) week hij af van de genreliteratuur en schreef hij een psychologische coming-of-age roman met magisch-realistische invloeden, over een meisje met asperger. Met “HEX” (2013) keerde Olde Heuvelt weer terug naar zijn roots van de griezelliteratuur. HEX was de bestverkochte nieuwe fantasyroman van de eerste helft van 2013. Olde Heuvelts verhaal “De jongen die geen schaduw wierp” werd vertaald door Laura Vroomen als “The Boy Who Cast No Shadow” en werd in 2013 genomineerd voor de prestigieuze Hugo Awards, waarmee Olde Heuvelt de eerste en enige Nederlander is die voor een Hugo Award is genomineerd.

Uit: HEX

“Stefan de Graaf kwam juist op tijd om de hoek van het parkeerterrein achter de Nico de Witt-supermarkt gerend om te zien hoe Katharina werd overreden door een antiek draaiorgel.
Even leek het een optische illusie, want in plaats van dat de vrouw achterover op straat werd geworpen, loste ze op in krullend houtsnijwerk, gevederde engelenvleugels en chroomkleurige orgelpijpen. Het was Martijn Winkel die het orgel aan de koppelingsas achteruitduwde en op aanwijzing van Loes Krijgsman tot stilstand bracht. Hoewel er niet eens een bons had geklonken toen Katharina werd geraakt en er geen druppel bloed vloeide, kwamen er overal vandaan mensen toegesneld met de urgentie die dorpelingen nu eenmaal tentoonspreiden bij een ongeluk. En toch liet niemand zijn of haar big shopper vallen om te hulp te schieten… want als de Bekenaren iets hoger in het vaandel hadden staan dan urgentie, was het wel een afwachtende houding.
‘Niet te dichtbij,’ riep Martijn met uitgestoken hand tegen een klein meisje dat weifelend naderbij was gekomen, niet gelok ‘t door het bizarre ongeluk, maar door de pracht van het gevaarte. Op hetzelfde moment begreep Stefan dat het helemaal geen ongeluk was. In de schaduw onder het draaiorgel zag hij twee smoezelige voeten en de bemodderde zoom van Katharina’s jurk uitsteken.
Hij glimlachte meewarig: dus toch een illusie. Twee tellen later schalde de Radetzkymars luidkeels over het parkeerterrein.
Hij hield zijn pas in, moe maar uiterst voldaan, bijna aan het eind van zijn grote ronde: vierentwintig kilometer door de Ooijpolder, via Duitsland naar Millingen en terug over de dijk. Het gaf hem een goed gevoel, en niet alleen omdat hardlopen de ideale manier was om de spanningen van een lange dag met colleges op het Radboud uit zijn lijf te krijgen. Vooral de heerlijke buitenBeekse nazomerbries die door zijn longen wervelde en de geur van zijn zweet naar noordelijker streken voerde, bracht hem in een opperbeste stemming. Het was iets mentaals natuurlijk, want met de lucht in Beek was niets mis. .. niets wat met experimenten kon worden geduid, althans.”

 
Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

Tomas Tranströmer, Henry James, Daniël Samkalden, Jérôme Lambert, Patrick Bernauw, Benjamin Zephaniah, Wilhelm Busch, Ina Boudier-Bakker

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

Alcaic

This forest in May. It haunts my whole life:
the invisible moving van. Singing birds.
              In silent pools, mosquito larvae’s
furiously dancing question marks.

I escape to the same places and same words.
Cold breeze from the sea, the ice-dragon’s licking
              the back of my neck while the sun glares.
The moving van is burning with cool flames.

 

From the Island, 1860

I
One day as she rinsed her wash from the jetty,
the bay’s cold grave rose up through her arms
and into her life.

Her tears froze into spectacles.
The island raised itself by its grass
and the herring-flag waved in the deep.

II
And the swarm of small pox caught up with him,
settled down onto his face.
He lies and stares at the ceiling.

How it had rowed up through the silence.
The now’s eternally flowing stain,
the now’s eternally bleeding end-point.

 

Vertaald door Patty Crane

 

 
Tomas Tranströmer (15 april 1931 – 26 maart 2015)

Lees verder “Tomas Tranströmer, Henry James, Daniël Samkalden, Jérôme Lambert, Patrick Bernauw, Benjamin Zephaniah, Wilhelm Busch, Ina Boudier-Bakker”

Tjitse Hofman, Roman Graf, Alexandre Jardin, Péter Esterházy, Landolf Scherzer, Gabriele Stötzer, Charles Lewinsky

De Nederlandse dichter Tjitse Hofman werd geboren in Assen op 14 april 1974. Zie ook alle tags voor Tjitse Hofman op dit blog.

 

Roodvocht

Meer meer
en vooral meer
en dat het mooi

Roodvochtige ijlslaap
van stroom en stoom
dat er bloedsoep kookt

Dat het borrelt
dat wij blootlijf

Koudzweet en warm
rillen en alles willen
alles tegelijk

Dat we dampen
stijgen en hopen
dat het licht uit

Dat het donker –

 

ZOMER

Het gulpt uit
alle poriën

Een beetje plakkerig
aan de zak

Wat zweterig
in de naad ook

Kleffe dreadlocks
in de oksels.

 

 
Tjitse Hofman (Assen, 14 april 1974)
Portret door Lammert Joustra, 2006

Lees verder “Tjitse Hofman, Roman Graf, Alexandre Jardin, Péter Esterházy, Landolf Scherzer, Gabriele Stötzer, Charles Lewinsky”

Nachoem Wijnberg, Alexander Münninghoff, Michel Faber, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett, Seamus Heaney, Tim Krabbé, Eudora Welty

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

Naar de markt kijken als naar de sterren en naar de staat als de maan in de herfst

Je staat op een leeg toneel
en moet uitleggen wat je ziet.

Zoals: Ik sta nu in een hoek
van een drukke markt.

Nu kun je tot vertegenwoordiger
van de staat op deze markt benoemd worden.

De opzichter die kan zeggen of de gewichten juist zijn
door ze in zijn handen te nemen.

Want je hebt je nooit vergist
in van wie een gedicht was.

 

Afspraak

Ach jij, jij
kunt midden op een warme dag
een bad nemen.

Je bent vroeg opgestaan
om op tijd te komen
en je bent alweer terug.

Je hebt geluisterd,
soms met je ogen dicht,
maar niet in slaap.

In alle kleren die je aanhad
was het zo warm
en je wilde zo weinig mogelijk bewegen.

En straks, als
het avond is
drink je thee met wie je
dat afgesproken hebt,
half in de tuin, half ergens anders.

 

 
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

Lees verder “Nachoem Wijnberg, Alexander Münninghoff, Michel Faber, Jean-Marie Gustave Le Clézio, Samuel Beckett, Seamus Heaney, Tim Krabbé, Eudora Welty”

K. Michel

De Nederlandse dichter K. Michel werd geboren op 13 april 1958 in Tilburg. Michel studeerde filosofie in Groningen en Amsterdam. Debuteerde in 1989 met de dichtbundel ‘Ja, naakt als de stenen’. Drie jaar later verscheen de verhalenbundel ‘Tingeling & Totus’. In 1994 verscheen zijn tweede dichtbundel ‘Boem de nacht’ die met de Herman Gorter-prijs werd bekroond. In 1999 verscheen de bundel ‘Waterstudies’ waarvoor hij de VSB-poëzieprijs en de Jan Campert-prijs ontving. In datzelfde jaar werd door het Onafhankelijk Toneel een theatervoorstelling gemaakt van de verhalen over Tingeling. In 2004 verscheen de poëziebundel ‘Kleur de schaduwen’, die werd gevolgd door ‘In een handpalm’ (verhalen en beschouwingen, 2008) en ‘Bij eb is je eiland groter’ (poëzie, 2010) waarvoor hij de Awaterprijs kreeg èn de Guido Gezelle-prijs. Michel was redacteur van het literaire tijdschrift Raster. Hij vertaalde ook poëzie van o.a. Octavio Paz, Arthur Sze en Michael Ondaatje en hij stelde bloemlezingen samen uit het werk van John Berger en Stefan Themerson.

Boekhouding

mijn boekhouder komt op bezoek
samen ruimen we een tafel leeg
voor zijn scheve toren van mappen
mijn zus komt binnen
ze doet heel kwaaiig tegen hem
eerst draagt ze een slobberig trainingspak
zoeen als danseressen tijdens het opwarmen dragen
even later een spijkerpak
waarom doe je zo bozig
vraag ik zachtjes op de gang
nou daarstraks was ik bij de huisarts
en die vertelde met veel omhaal dat ik sterven ga
wat een onnozele gast zeg ik
je bent toch allang dood
en we barsten in lachen uit
dan gaat zij naar de stomerij, gordijnen ophalen
en ga ik dit gedicht opschrijven
in de voorkamer, geen idee
waar de accountant is gebleven

iedere nacht hetzelfde de laatste tijd
met dan weer een rolkoffer dan weer een bloemetjesjurk
zo komt de boekhouding nooit op orde

 

Jan op feb af

maart staart april wil
droomde dat ik het nieuwe kabinet
moest fotograferen
op de trappen van het decemberpaleis
in diverse formaties

gezichten met knikkerogen
gestuukte kaken
een stapeling van schouders

rijtjes rijtjes
grijs zwart gebroken wit
als vroeger op het schoolbord
de tafels tot tien
de volledige vervoeging van het werkwoord moeten


K. Michel (Tilburg, 13 april 1958)

Antje Rávic Strubel, Alan Ayckbourn, Scott Turow, Tom Clancy, Agnes Sapper

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.

Uit: In den Wäldern des menschlichen Herzens

„Alles wurde anders mit ihrem zweiten Sommer im Camp.
Im vorigen Jahr war hier noch braches Land gewesen, auf dem Brennnesseln und gelbe Rautewucherten. Ein alter Holzschuppen hatte als Küche gedient. Inzwischen wurde der Schuppen als Lager benutzt, in dem Paddel, Zelte und Schwimmwesten aufbewahrt wurden, die alle den Schriftzug Hemingway trugen.
Das war der Name des Camps. Teilnehmer der geführten Kanutouren hatten sich über das veraltete Männlichkeitsbild beschwert, das darin zum Ausdruck kam, ausgerechnet hier, wo sie sich erholen wollten. Aber die Campleitung hielt an diesem Namen fest. Die Teilnehmer hatten Outdoor-Urlaub gebucht inklusive Verpflegung und Ausrüstung, Erste-Hilfe-Sets und Wasseraufbereitungstabletten, sie wurden in die Paddeltechnik eingewiesen und über Verhaltensregeln auf Rastplätzen belehrt, sie waren versichert und trugen wasserabweisende Kleidung. Der Name war das Einzige, was noch echte Abenteuer heraufbeschwor. Er erinnerte an Überlebenskämpfe in der Wildnis, an das Ringen mit den Gewalten der Natur, das entschieden wurde nach den großen, unzweideutigen Prinzipien von Sieg oder Tod.
Im letzten Sommer hatten die Scouts Tipis aufgestellt.
Sie hatten junge Bäume gefällt und die Stämme entastet und gehobelt, ohne es je vorher gemacht zu haben. Die Aufbauanleitung einer alten Cheyenne-Indianerin aus dem Internet hatte ihnen geholfen, und so standen jetzt Cheyenne-Tipis mit schön gekreuzten, blanken Fichtenstämmen auf der Wiese und erinnerten daran, dass nichts und niemandem ein fester Platz auf der Welt vorherbestimmt war.
Katja und René hatten schon im Vorjahr in einem der Tipis geschlafen, nach der langen Anreise von Berlin. Es waren hohe Zelte. Durch eine Öffnung in der Spitze kam frische Luft. Die Feuerstelle in der Mitte war unbenutzt, aber die Leinenplanen waren von der Witterung inzwischen ausgebleicht genug, um den Anschein zu erwecken, dass es sich um Originalstücke handelte.“

 

 
Antje Rávic Strubel (Potsdam, 12 april 1974)

Lees verder “Antje Rávic Strubel, Alan Ayckbourn, Scott Turow, Tom Clancy, Agnes Sapper”

Leonard Nolens, Mark Strand, Silvia Avallone, Walid Soliman, Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Barbara Köhler, Rolf Schilling

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog.

 

Verklärte nacht

We zitten er naakt aan tafel. je ogen verlichten de kamer.
Je fosforescerende vlinderhanden verschikken de lucht
Als je tegen me praat of slapen op het zwarte kleed.
Ik raak ze dagelijks aan. Hun levenslijn weet hoe ik heet.
Hun doorzichtige aders verbergen de loop van mijn lot, de vlucht
Van ons bloed dat het wit van je wangen verandert in vlekkend verlangen.

De tuindeur waait open. Beginnende regen doorritselt de bomen,
Besproeit het rukkende raam waarin jij zit te blinken,
Licht waarin ik me zie, in wie ik misschien verdwijn.

Je stapelt borden, verwijdert de kruimels en schenkt nog wat wijn.
Ik hoor in de keuken het blauw porselein en de messen tinken,
Ver. Mijn benen doen pijn van het niet naar je toe kunnen komen.

 

Klein

Leer het me, Herman, ik ben nog zo klein.
Leer me daar vallen, en zonder te huilen,
dwars door de stoep van een wildvreemde stad.

Ook ik moet mijn gezicht vergeten.
Ook ik moet met geen vorm en geen gewicht
het diep in van een ander land.

Ook ik moet met geen oor de gond aftasten,
moet met geen hand de bron vastpakken
die jij nu al maanden de hoogte in steekt,

die jij nu al maanden hier op laat borrelen
onder mijn tafel, hier drukt tegen mijn mond.
Leer het me, Herman, ik ben nog zo klein.

 

Zonder mij

Wat kan ik voor je doen, ik heb alleen maar woorden.
Met die muziek heb ik ons huis gebouwd, mijn leven
Vernield om toe te zien of dood de moeite waard is,
Of ik daar weg mee kan zonder te moeten sterven.

Wat kan ik voor je doen, ik moet toch van je blijven.
Ik heb je toch op mij genomen zonder je te nemen,
Zonder me te geven want ik ben alleen maar jij.
Ik ben alleen maar jij geweest om niet te moeten zijn.

Ik ben alleen maar jij geworden om niet ik te zijn.
Dat is een laffe liefde, Zoet, vergeef het mij.
Wat kan ik voor je doen, ik ben alleen maar woorden,
Wou je worden, wou ons worden zonder mij.

 

 
Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

Lees verder “Leonard Nolens, Mark Strand, Silvia Avallone, Walid Soliman, Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Barbara Köhler, Rolf Schilling”