Hans Lodeizen, Uwe Johnson, Simin Behbahāni

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

je hebt me alleen gelaten

je hebt me alleen gelaten
maar ik heb het je al vergeven

want ik weet dat je nog ergens bent
vannacht nog, toen ik door de stad
dwaalde, zag ik je silhouet in het glas
van een badkamer

en gisteren hoorde ik je in het bos lachen
zie je, ik weet dat je er nog bent

laatst reed je me voorbij met vier
andere mensen in een oude auto
en ofschoon jij de enige was die
niet omkeek, wist ik toch dat jij
de enige was die mij herkende de enige die
zonder mij niet kan leven

en ik heb geglimlacht

ik was zeker dat je me niet verlaten zou
morgen misschien zul je terugkomen
of anders overmorgen of wie weet wel nooit

maar je kunt me niet verlaten

 

ik wou dat ik je ergens vinden kon

ik wou dat ik je ergens vinden kon
de nacht is uitgegaan als een kaars
de wind heeft haar uitgeblazen
waar komt de muziek vandaan?

de wereld heeft haar versierselen afgedaan
er is een kaal huis, red mij, kom;
ik wil niet alleen zijn

maar ik weet dat je nergens bent
alleen zal ik leven
alleen doodgaan.

 

Hij die de wind

Hij die de wind
had na willen bootsen in haar
meest intieme bewegingen;
nu ligt hij als een steen
in de beek, zwijgend in het
spelende water.

Hij die zijn hand
wou laten regeren over de
dingen is moe, en een klacht
draagt hij op zijn hoofd als
een doornenkroon, maar hij lacht
in de herfstzon.

 


Hans Lodeizen (20 juli 1924 – 26 juli 1950)

Hier met zijn vader

Lees verder “Hans Lodeizen, Uwe Johnson, Simin Behbahāni”

Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt

De Italiaanse dichter en schrijver Francesco Petrarca werd geboren in Arezzo op 20 juli 1304. Zie ook alle tags voor Francesco Petrarca op dit blog.

 

Ist Liebe lauter nichts

Ist Liebe lauter nichts, wie dass sie mich entzündet?
Ist sie dann gleichwohl was, wem ist ihr Tun bewusst?
Ist sie auch recht und gut, wie bringt sie böse Lust?
Ist sie nicht gut, wie dass man Freud aus ihr empfindet?

Lieb ich gar williglich, wie dass ich Schmerzen trage?
Muss ich es tun, was hilfts, dass ich solch Trauren führ?
Tu ichs nicht gern, wer ists, der es befiehlet mir?
Tu ich s gern, warum, dass ich mich dann beklage?

Ich wanke wie das Gras, so von den kühlen Winden
Um Vesperzeit bald hin geneiget wird, bald her.
Ich walle wie ein Schiff, das in dem wilden Meer

Von Wellen umgejagd nicht kann zu Rande finden.
Ich weiß nicht was ich will, ich will nicht was ich weiß,
Im Sommer ist mir kalt, im Winter ist mir heiß.

Vertaald door Martin Opitz

 

 

Es hob mich der Gedanke in ihre Kreise

Es hob mich der Gedanke in ihre Kreise
Zu ihr nach der hier vergeblich geht mein Streben
Dort sah ich sie im dritten Himmel schweben…
Schön war sie wie nie doch in minder stolzer Weise.

Sie fasste mich bei der Hand und sagte leise:
„So michs nicht trügt werden hier vereint wir noch leben…
Ich bins die so große Kämpfe dir gegeben
Und die vor Abend beendete ihre Reise.

Mein Glück begreift kein menschlicher Verstand:
Dich allein erwart ich und meine schöne Hülle
Die da unten blieb – der Anfang deiner Liebe“

Ach warum schwieg sie und entzog sie ihre Hand?
Bei solcher liebreicher und keuscher Worte Fülle
War mir als ob ich in dem Himmel bliebe.

 

Vertaald door Stefan Georg

 

Francesco Petrarca (20 juli 1304 – 19 juli 1374)

Lees verder “Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt”

Cormac McCarthy, Pavel Kohout, Elfriede Kern, Thomas Berger, Thomas Lovell Beddoes, Lotte Ingrisch

De Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy werd geboren op 20 juli 1933 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Cormac McCarthy op dit blog.

Uit: Cities of The Plain

„Late that night lying in his bunk in the dark he heard the kitchen door close and heard the screendoor close after it. He lay there. Then he sat and swung his feet to the floor and got his boots and his jeans and pulled them on and put on his hat and walked out. The moon was almost full and it was cold and late and no smoke rose from the kitchen chimney. Mr Johnson was sitting on the back stoop in his duckingcoat smoking a cigarette. He looked up at John Grady and nodded. John Grady sat on the stoop beside him. What are you doin’ out here without your hat? he said.
I don’t know.
You all right?
Yeah. I’m all right. Sometimes you miss bein’ outside at night. You want a cigarette?
No thanks.
Could you not sleep either?
No sir. I guess not.
How’s them new horses?

I think he done all right.
Them was some boogerish colts I seen penned up in the corral.
I think he’s goin’ to sell off some of them.
Horsetradin’, the old man said. He shook his head. He smoked.
Did you used to break horses, Mr Johnson?
Some. Mostly just what was required. I was never a twister in any sense of the word. I got hurt once pretty bad. You can get spooked and not know it. Just little things. You don’t hardly even know it.
But you like to ride.
I do. Margaret could outride me two to one though. As good a woman with a horse as I ever saw. Way better’n me. Hard thing for a man to admit but it’s the truth.
You worked for the Matadors didn’t you?
Yep. I did.
How was that?
Hard work. That’s how it was.
I guess that ain’t changed.
Oh it probably has. Some. I was never in love with the cattle business. It’s just the only one I ever knew.
He smoked.“

Cormac McCarthy (Providence, 20 juli 1933)
Lees verder “Cormac McCarthy, Pavel Kohout, Elfriede Kern, Thomas Berger, Thomas Lovell Beddoes, Lotte Ingrisch”

Anna Enquist, Gottfried Keller

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook mijn blog van 19 juli 2010 en eveneens alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

Stuwmeer

Toen de dam klaar was

begon het water te stijgen.

Kilte ving aan in de berg-

wand. De bomen begrepen

niet hoe zij stikten in wat

hen lief was. Vissen kwamen

te zwemmen in de wijngaard.

Schreeuwend breken mijn kinderen

het gladde watervlak. Ik wil

hen roepen: acht niet de pijn

van tekort, maar vrees de on-

keerbare kracht van teveel, hoor

mij, hoe ik roep, hoe ik keihard zwijg.

Zij maken fonteinen en regenbogen.

Zij lachen en luisteren niet, daar

aan de bovenkant van de diepte,

aan de overkant van de tijd.

Als water ben ik uitgestort

Dom water. Beukt en striemt de

pijlers van de brug die zwijgend

schrap staat tegen overgave. Eeuw

na eeuw is wat hij weet het binden

van twee oevers. Waakzaam, moe.

Weer ga ik door de oude stad, altijd

naar de rivier. Midscheeps posteer ik mij

in machteloze aandacht, blote hand

op steen. Ik brul met doorgesneden keel,

zonder geluid, van woede en verlies:

Al wat wij weten, hoe wij zijn, verdwijnt

als wind over het land. Herinnering

die even spartelt in het water en

verloren gaat. Grijsbruine golven die

hun naam niet zijn. De kamparts Tijd.

Rivier, stroom achterwaarts. Steen,

wordt weer vuur. Lucht om mij heen,

wordt lichaam dat mij draagt en

troost. Geheugen, val uiteen.

 

Ineens

Ineens was ik het vermogen

om warmte vast te houden

verloren. Nu de kinderen

het huis uit zijn, snoof ik,

ja ja. Ik kroop onder steeds

meer dekens. De kachel

loeide. De warmste van ons

tweeen kon mij niet meer

verhitten. Ik rilde en

huiverde alsof ik oog

in oog stond met de dood.

Wat ook zo was. De dood

en ik stonden op een dijk.

Tussen ons was niets dan

een aanzienlijke afstand.

 

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

Lees verder “Anna Enquist, Gottfried Keller”

Miltos Sachtouris, Jean-Pierre Faye, Hermann Bahr, Robert Pinget

De Griekse dichter Miltos Sachtouris of Miltos Sahtouris werd geboren in Athene op 19 juli 1919. Zie ook alle tags voor Miltos Sachtouris op dit blog.

 

The Canary

They placed him there where the wind blows most wild

they pledged him to the bitter frosts

they gave him a black garment

and a red tie

a sun pierced with a nail that would drip

black glasses

blood on top of the poison

a staff

and a canary

they placed him there where pain springs

they gave him to death

that he’d shine of silver

 

The Mirror

To Nora Anagnostaki

When my mirror turned

to the sky

there appeared

a moon half-devoured

by the flame

red ants

and a head beside it

burning too in the fiery rain

the head shone

gleamed

as the fire took hold and left it charred

and whispered:

The trees burn and are lost like hair

the angel vanishes with wings scorched

and pain

a dog with broken leg

remains

remains

 

Vertaald door David Connoly

 

Miltos Sachtouris (19 juli 1919 – 29 maart 2005)

Lees verder “Miltos Sachtouris, Jean-Pierre Faye, Hermann Bahr, Robert Pinget”

A. J. Cronin, Heinrich Christian Boie, Dominic Moraes, Georg Diefenbach, Ferdinand Brunetière, Jean-Marie Déguignet

De Schotse schrijver Archibald Joseph Cronin werd geboren op 19 juli 1896 in Cardross, Dunbartonshire. Zie ook alle tags voor A. J. Cronin op dit blog en ook mijn blog van 19 juli 2010.

Uit: A. J.Cronin. TheMan Who Created DrFinlay (Biografie door Alan Savies)

“It is necessary to go back to the generation of Cronin’s greatgrandparents to understand the man himself, as well as to appreciate the meaning of certain key references in some of his books and unravel many of the claims made about his life and personality.
In the early- to mid-nineteenth century, the main characters inthe Cronin story were drawn to western Scotland from a widearea of the british Isles – County Armagh in Ireland, Edinburghand berwick-upon-Tweed in England – eventually converging onGlasgow, where the skilled and industrious could always find work.
As a result, Cronin’s genetic make-up was half Irish, three-eighthsScottish and one-eighth English.

On the paternal side, his grandfather Owen and his grandmotherbridget (née McShane), both staunch Catholics and founders of the Scottish dynasty – if that is not too grand a term – were born in Ireland in about 1826 and 1832 respectively. Owen Cronin’s origins have not been verified, since his parents never left Ireland.
However, his wife’s parents – McShane and Smith – are known to have hailed from Annaghmore in County Armagh. It is not known if Owen was from the same region, nor if he and bridget McShane knew each other before emigrating to Scotland. Owen’s surname, however, when he arrived in Scotland in about 1850, was Cronague, changed to Cronin in 1870. He married bridget McShane in Eastwood, Renfrewshire, in January 1851.
Their first child, James, was born in Glasgow in about 1854, and sometime after that date, but before 1861, the Cronagues set up business in Alexandria, north of Dumbarton. Initially hawkers – another name for rag-and-bone men – they were later described as “glass and china merchants” as they became more sophisticated and affluent.”

A. .J. Cronin (19 juli 1896 – 6 januari 1981)
Lees verder “A. J. Cronin, Heinrich Christian Boie, Dominic Moraes, Georg Diefenbach, Ferdinand Brunetière, Jean-Marie Déguignet”

Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Simon Vinkenoog op dit blog.

 

Ver als de horizon ben je

ver als de horizon ben je
in de glazen kist van het weer geborgen
beukend op de blikken deksels
van het najaar
ik zie de bliksem langs je lichaam trillen
en de regen loopt onrustig door je ogen

ik kan de afstand die mij van je scheidt
in lichtjaren tellen
en in de meter van het geluid
zoemen de seconden

mijn handen opnieuw in gebruik gesteld
sluiten het onweer in je borsten buiten

alleen de regen is thuis
op de platte daken van de nachten
zonder duizelingen

 

Het spiegelend evenbeeld

Wat is leven? Ogen die elkaar niet zien,
hout op hout de woede van het lichaam,
draaiend in het cirucusspel van heden.

Het is een straatnaam aan een huis,
de ogen rode tekens aan een voorhoofd,
terend op de gedachte aan gisteren:

‘Ik loop in zoveel duisternis
dat ik blind ben van vragen.
’s Nachts de koele mist van de liefde
bij dag de godsdienst van het ademhalen’.

Terend op een wanhoop die morgen is:
alleen met anderen die alleen zijn,
samen met de eigen stem, die niet klinkt
in een wankel en vermoeid bestaan
waar geen geluid meer doordringt.

En ik die dit leven niet ken
ik, een toerist in eigen land,
vreemde voeding in mijn cellen,
vreemde rook in mijn mond.

Ik loop langs alle wegen die mij dragen
en vraag, maar kan niet meer vragen,
Geef mij het einde, zodat ik mijzelf herken.

 

Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

Lees verder “Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko”

William M. Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Stanisław Skorupski

De Engelse schrijver William Makepeace Thackeray werd geboren in Calcutta op 18 juli 1811. Zie ook alle tags voor William Makepeace Thackeray op dit blog en mijn blog van 18 juli 2010.

Uit: George Cruikshank

“A ccusations of ingratitude, and just accusations no doubt, are made against every inhabitant of this wicked world, and the fact is, that a man who is ceaselessly engaged in its trouble and turmoil, borne hither and thither upon the fierce waves of the crowd, bustling, shifting, struggling to keep himself somewhat above water–fighting for reputation, or more likely for bread, and ceaselessly occupied to-day with plans for appeasing the eternal appetite of inevitable hunger to-morrow–a man in such straits has hardly time to think of anything but himself, and, as in a sinking ship, must make his own rush for the boats, and fight, struggle, and trample for safety. In the midst of such a combat as this, the “ingenious arts, which prevent the ferocity of the manners, and act upon them as an emollient” (as the philosophic bard remarks in the Latin Grammar) are likely to be jostled to death, and then forgotten. The world will allow no such compromises between it and that which does not belong to it–no two gods must we serve; but (as one has seen in some old portraits) the horrible glazed eyes of Necessity are always fixed upon you; fly away as you will, black Care sits behind you, and with his ceaseless gloomy croaking drowns the voice of all more cheerful companions. Happy he whose fortune has placed him where there is calm and plenty, and who has the wisdom not to give up his quiet in quest of visionary gain.

Here is, no doubt, the reason why a man, after the period of his boyhood, or first youth, makes so few friends. Want and ambition (new acquaintances which are introduced to him along with his beard) thrust away all other society from him. Some old friends remain, it is true, but these are become as a habit–a part of your selfishness; and, for new ones, they are selfish as you are. Neither member of the new partnership has the capital of affection and kindly feeling, or can even afford the time that is requisite for the establishment of the new firm. Damp and chill the shades of the prison-house begin to close round us, and that “vision splendid” which has accompanied our steps in our journey daily farther from the east, fades away and dies into the light of common day.”

William Makepeace Thackeray (18 juli 1811 – 24 december 1863)
Lees verder “William M. Thackeray, Nathalie Sarraute, Aad Nuis, Ludwig Harig, Jan Stanisław Skorupski”

Ricarda Huch, Tristan Corbiere, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson

De Duitse dichteres en schrijfster Ricarda Huch werd op 18 juli 1864 in Braunschweig geboren. Zie ook mijn blog van 18 juli 2009.

 

Wiedersehen

Aus der Trennung Schale
Trank ich tropfenweis den bittren Wein;
Ganz in einem Male
Soll das Wiedersehn genossen sein.

Gib mir beide Hände!
Aus dem nie erschöpften Überfluß
Unsrer Huld verschwende
Alle Zärtlichkeit in einem Kuß!

Hauche deine Seele
Tief in meines Busens Grund hinein;
Nicht im Wort erzähle:
Was du denkst, wird so im Fühlen mein.

 

Wie liebten wir so treu in jenen Tagen

Wie liebten wir so treu in jenen Tagen,
Fest wie die Sonne stand das Herz uns da.
Getrennt, wie hatten wir uns viel zu sagen,
Und sagten stets nur eines: Liebst Du? Ja!
O Liebe, kannst du wie ein Traum der Nächte
Vorübergehen, die du unendlich scheinst?
Mir ist, als ob er fernher mein gedächte

Und fragte: Liebst Du mich? Sag ja wie einst!

 

Ricarda Huch (18 juli 1864 – 17 november 1947)

Portret door Martin Lauterburg, 1930

Lees verder “Ricarda Huch, Tristan Corbiere, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson”

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

In Memoriam John Kraaijkamp sr.

De Nederlandse acteur Jan Hendrik (Johnny) Kraaijkamp is gisteren overleden. Johnny Kraaijkamp werd geboren op 19 april 1925 in Amsterdam. Na een lange periode van komische rollen – zo speelde hij in 1978 met zijn zoon in De verlegen versierder, een door Berend Boudewijn vertaald blijspel van Robin Hawdon – was Kraaijkamp van 1979 tot 1984 actief bij het RO Theater, waar hij onder andere King Lear speelde. Kraaijkamp overleed op 17 juli 2011 in het Rosa Spier Huis in het Noord-Hollandse Laren. Hij werd 86 jaar

Scene uit King Lear, links: Lou Landré, rechts: John Kraaijkamp sr

Uit: King Lear (vertaling: Jan Jonk)

Cordelia
Wij zijn niet de eersten,
die het beste wilden, maar het slechtste kregen.
Gekrenkte Koning, jouw lot kan mij deren;
zelf zou ik de valse grijns van het lot pareren.
Zien wij die dochters en die zusters nog?
Lear

Nee, nee, nee, nee. Kom vlug naar onze cel.
Daar zingen wij als vogels in een kooi.
Als jij mijn zegen vraagt, kniel ik en vraag
jou om vergeving. Zo zullen wij leven,
bidden, zingen, van sprookjes spreken, lachen
om vergulde vlinders, van arme drommels
het hofnieuws horen, en met hen bespreken
wie wint en wie verliest, wie in, wie uit is.
Daar schouwen wij het mysterie van ons zijn,
als godeninformanten, in die kerker,
verslijten wij de kliek van hoge heren,
wier tij daalt en rijst met de maan.
Edmund
Voer ze af.
Lear
Op zulk een heilig offer, lieve Cordelia,
strooien de Goden wierook. Heb ik jou gestrikt?
Alleen een hemelfakkel scheidt ons nog,
en drijft ons weg als vossen. Droog je ogen.
Laat de duivels ze vreten, huid en haar,
wij huilen niet. Eerst komt hun hongerdood.
Kom.
Lear en Cordelia af

John Kraaijkamp sr. (19 april 1925 – 17 juli 2011)