Miles Marshall Lewis, Christopher Fry, Viktor Rydberg

De Amerikaanse publicist en schrijver Miles Marshall Lewis werd geboren op 18 december 1970 in The Bronx, New York. Zie ook mijn blog van 18 december 2006.

Uit: There’s a Riot Goin’ On

Picture forty years after the Woodstock Festival’s three days of peace and music, into the premillennial days of 1999. Visualize through the eyes of a contemporary counterpart of someone like Meredith Hunter, the black teen murdered by Hells Angels at the Rolling Stones Altamont concert, who’d certainly have thought Sly and the Family Stone at Yasgur’s farm in ’69 was totally far out. For the sake of argument let’s say this modern-day Meredith wears dredlocks in place of his antecedents Afro, smokes as much weed as Meredith might’ve, and rents a brownstone apartment in the heart of bohemian Fort Greene, Brooklyn.

Such a location means he has a neighbor in Erykah Badu, who represents something of particular significance to the young brother. (We’ll call him Butch.) Erykah Badu recently arrived from Dallas, Texas, three years ago like a hiphop Joan Baez for the incense-and-oils set, to this section of Brooklyn where most of the women already look like her: African headwraps, ankh jewelry pieces, thrift store fashion. For Butch the runaway success of her 1997 debut Baduizm and its Live album followup means something. In specific he thinks the singers tendency towards preaching her earth mama philosophy to sold-out audiences implies that spiritual knowledge is being spread, that consciousness is being raised to a tipping point, that Erykah Badu fans will spill out of nationwide venues discovering holistic healing and transcendental meditation and Kemetic philosophy and vegan diets for themselves. What would this mean, for the millions who follow Erykah Badu’s music to embrace the singers lifestyle on a mass level at this specific period in time, the cusp of the Aquarian age? Butch wonders.

But that’s not all. In April Butch saw The Matrix in a crowded Flatbush Pavilion theatre and all spring everyones been talking about how were “living in the Matrix, man,” puffing on blunts of marijuana-filled cigars at house parties and discussing the subversive information laced throughout the film. People really get it: the society that weve been led to believe matters only serves the agenda of those who prop it up as the standard. Butch feels that everyone is on the verge of pulling the rubber pipe out the back of his head and redefining the social order. Society is in for an interesting turn; theres no way The Matrix can be this popular and millions of moviegoers not overstand what it’s really saying, he feels.

On top of this, every single day Butch sees someone on the A train to Manhattan with some sort of spiritual personal improvement book. If not Kahlil Gibran’s The Prophet then Julia Cameron’s The Artist’s Way. If not James Redfield’s The Celestine Prophecy then Dennis Kimbro’s Think and Grow Rich. He reads a few of them himself: Conversations With God, The Alchemist, The Four Agreements, The Seven Spiritual Laws of Success, Heal Thyself, Tapping the Power Within. Deepak Chopra becomes a more omnipresent talking head on Butch’s TV set. Oprah redefines the mission of her talk show and urges her viewers to “be your best self,” The Oprah Winfrey Show exposing even exurban housewives to spiritualists like Yoruba minister Iyanla Vanzant on a regular basis. Things are coming together, Butch thinks. The sixties flirted with revolution; the nineties threaten the even greater prospect of evolution.”

 

Lewis

Miles Marshall Lewis (New York, 18 december 1970)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 18 december 2006.

 

De Britse toneelschrijver Christopher Fry, pseudoniem van Christopher Harris, werd geboren in Bristol op 18 december 1907.

 

De Zweedse schrijver Viktor Rydberg werd geboren op 18 december 1828 in Jönköping, Zweden.

 

Yvonne Keuls, Ronald Giphart, Frank Martinus Arion, Ford Madox Ford, Jules de Goncourt, Hans Henny Jahnn

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook mijn blog van 17 december 2006.

Uit:  Het verrotte leven van Floortje Bloem

“Ik werd hoe langer hoe stiller, met af en toe een driftbui en een gooi- en smijtpartij. Ik keerde me van iedereen af en bracht ze op het idee om me maar weer eens te laten testen. Een andere psychiater, een andere psycholoog, maar weer dezelfde sommetjes, dezelfde vragen, dezelfde boom en blokjes. Ik heb er maar wat van gemaakt. Maar toen die vent begon te ouwehoeren over ‘wat zie je in dit vlekkie’, toen heb ik tegen hem gezegd: ’Meneer, in alle vlekkies zie ik precies hetzelfde: één grote rottigheid, één grote hoop stront, nou goed?’ Ik zei: ‘Wat hebben jullie hier nou aan? Ik ben godverdomme bijna 13 en ik zit nóg in een tehuis. Met allemaal mensen om me heen, die me geen moer kunnen schelen. Iedere dag weer diezelfde rotkop van de directrice. En om de haverklap een andere leidster, die d’r zenuwzieke voorganger moet vervangen. Ik zit úren op mijn bed voor me uit te turen. Ik hou het niet meer uit, ik loop hier weg, zoek maar een ander voor je zenuwevlekkies!’

keuls

Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)

 

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook mijn blog van 17 december 2006.

 

Uit: Ik omhels je met duizend armen

 

“Boven Frankrijk, 13 januari, 9.47 uur
Het is toch fantastisch dat er vier miljard jaar geleden door een chemische reactie een ingewikkeld molecuul ontstond dat zichzelf met behulp van andere, minder ingewikkelde moleculen spontaan kon reproduceren, en dat sommige kopieën van dat molecuul beter hulpstoffen konden aantrekken dan andere, zodat het leek of ze strijd voerden, en dat van al die reproducerende vormen er één is geweest die het blinde reproductiegevecht won, en dat de kopieën van dit molecuul de wereld letterlijk wisten te veroveren en dat mutaties van deze kopieën op hun beurt weer met elkaar strijd gingen leveren om hulpstoffen, en dat reproducties van dit ingewikkelde molecuul steeds ingewikkelder werden, zo ingewikkeld dat kopieën niet meer na enkele uren uiteenvielen, maar een systeem ontwikkelden om eiwitten te maken die allerhande machinerie in werking konden zetten (membranen, weefsel), en dat we dit levensvormpje Luca noemen, ofwel onze Last Universal Common Ancestor, omdat ook de nazaten van Luca in een immens gevecht verzeild raakten, ook wel de Viermiljardjarige Oorlog genoemd, en dat de kleinkleinklein-kinderen van Luca elkaar gingen opeten en zich tegen elkaar gingen wapenen, en afzonderlijk cellen gingen vormen, en dat cellen gingen klonteren, en dat er nogingewikkelder systemen werden ontwikkeld om de reproduceerbaarheid te vergroten (seks) en nog meedogenlozer manieren van aanval en zelfverdediging, en dat er uit de reproduceerbare moleculen soorten organismen van meerdere cellen ontstonden, die maar bleven strijd voeren en muteren en zich ontwikkelen, en dat heden ten dage ongeveer vijf miljoen verschillende soorten de strijd hebben overleefd en dat er inmiddels ongeveer zes miljard overlevingsmachines zijn van de soort ‘mens’, waarvan elk individu ongeveer honderd biljoen cellen bevat met een kopie van het reproduceerbare molecuul, en dat één van die zakjes met honderd biljoen cellen jou nu vriendelijk groet, je meer dan het allerbeste wenst, en zeker geen strijd met je wil voeren.”

 

ronald_giphart

Ronald Giphart (Dordrecht, 17 december 1965)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 17 december 2006.

De Antilliaanse dichter en schrijver Frank Martinus Arion werd geboren op 17 december 1936 op Curaçao.

De Engelse dichter, schrijver en publicist Ford Madox Ford werd geboren op 17 december 1873 in Merton, Surrey.

De Franse schrijver Jules de Goncourt werd geboren op 17 december 1830 in Parijs.

De Duitse schrijver Hans Henny Jahnn werd geboren op 17 december 1894 in Hamburg.

 

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook mijn blog van 16 december 2006.

Uit: Familieziek

“Moeder heeft van tante Mijntje een doos kersenbonbons cadeau gekregen. Mooiere letters dan op de doos zag de Jongen niet eerder. Kringelletters in dik goud opgelegd, zelfs een blinde kon ze lezen, prima overtrekbaar. Helaas geen oefenmateriaal. Moeder bewaard hem boven in de kast. Hij zal pas op een feestelijke dag worden opengemaakt. Dat kan nog lang duren. Na een maand ligt de doos nog steeds in de kast. Stoel voor de kast, kijken, de letters overtrekken – de golvende K, de handtekening van de fabrikant – en voelen natuurlijk: de vijf rode kersen aan hun groene stelen, de nerven van de blaadjes, het gladde cellofaan. Maar het is niet alleen de buitenkant die de Jongen naar de doos lokt; daarbinnen ritselt het… Hij heeft hem al tegen zijn oor gehouden en geluisterd hoeveel erin zitten. Terug die doos. Zo gaat het al dagen. Tot zijn pinknagel voorzichtig de naden van het cellofaan verkent en de verpakking zonder scheuren openbreekt. Het deksel klemt, een chocoladewind ontsnapt – er is geen weg meer terug. Toegevouwen onder dekentjes van glanzend bruin papier verlangen twee dozijn bonbons in geribbelde kuipjes naar een gulzige mond. De Jongen haalt er twee uit, herschikt de tweeëntwintig overblijvers en denkt ze toe. Deksel erop, cellofaan erom, een lik Arabische gom langs de naad en niemand die er iets van ziet. De volgende dag neemt hij er weer twee en de dag daarop weer. Hij is handiger dan hij dacht. Hij bouwt een honingraat van lege kuipjes. Met zijn dievenvingers. Weken later haalt moeder de bonbons uit de kast en opent een lege doos… De hele familie wordt erbij gehaald. Keuren, ruiken… Inderdaad, het cellofaan zat er strak omheen, de kuipjes zijn intact, het moet een fabrieks fout zijn! Dit neemt de familie niet. Meneer Java zet zich onmiddellijk aan tafel om een boze brief aan de directeur van de chocoladefabriek te schrijven…’

adriaanvandis

Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

De Engelse schrijfster Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2006.

Uit: Sense and Sensibility

“Mrs. John Dashwood did not at all approve of what her husband intended to do for his sisters. To take three thousand pounds from the fortune of their dear little boy would be impoverishing him to the most dreadful degree.
She begged him to think again on the subject. How could he answer it to himself to rob his child, and his only child too, of so large a sum? And what possible claim could the Miss Dashwoods, who were related to him only by half blood, which she considered as no relationship at all, have on his generosity to so large an amount. It was very well known that no affection was ever supposed to exist between the children of any man by different marriages; and why was he to ruin himself, and their poor little Harry, by giving away all his money to his half sisters?
“It was my father’s last request to me,” replied her husband, “that I should assist his widow and daughters.”
“He did not know what he was talking of, I dare say; ten to one but he was light-headed at the time. Had he been in his right senses, he could not have thought of such a thing as begging you to give away half your fortune from your own child.”
“He did not stipulate for any particular sum, my dear Fanny; he only requested me, in general terms, to assist them, and make their situation more comfortable than it was in his power to do. Perhaps it would have been as well if he had left it wholly to myself. He could hardly suppose I should neglect them. But as he required the promise, I could not do less than give it; at least I thought so at the time. The promise, therefore, was given, and must be performed. Something must be done for them whenever they leave Norland and settle in a new home.”
“Well, then, LET something be done for them; but THAT something need not be three thousand pounds. Consider,” she added, “that when the money is once parted with, it never can return. Your sisters will marry, and it will be gone for ever. If, indeed, it could be restored to our poor little boy–“
“Why, to be sure,” said her husband, very gravely, “that would make great difference. The time may come when Harry will regret that so large a sum was parted with. If he should have a numerous family, for instance, it would be a very convenient addition.”
“To be sure it would.”
“Perhaps, then, it would be better for all parties, if the sum were diminished one half.–Five hundred pounds would be a prodigious increase to their fortunes!”
“Oh! beyond anything great! What brother on earth would do half so much for his sisters, even if REALLY his sisters! And as it is–only half blood!–But you have such a generous spirit!”

Austen

Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)
Dit portret van Jane Austen werd gemaakt door Melissa Dring in 2003 naar de originele schets gemaakt door Cassandra Austen.

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 december 2006.

De Nederlandse schrijver Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam.

De Engelse schrijver Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen.

De Antilliaanse schrijver Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao.

 

Jan Gresshoff, Hans Carossa, François de La Rochefoucauld

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Greshoff werd geboren op 15 december 1888 in Nieuw Helvoet. Zie ook mijn blog van 15 december 2006.

Uit: Afscheid van Europa

 “Toen ik besloot het rammelende Europa te verlaten, wist ik niet welk een bittere beslissing dit zou blijken. De laatste dagen in Parijs waren nu achteraf gezien de zwaarste in mijn leven van komen en gaan. Dit leek toen onherroepelijk en bleek ook onherroepelijk te zijn. Het Europa dat ik verliet, stierf zonder één kans op wederopstanding. Wij joegen geen twijfelachtig vermaak na, hoezeer een langzame vaart langs Afrika’s oostkust ons ook aantrok; wij ondernamen een stap welke de zin en de vorm van ons bestaan zou wijzigen. Zo bezit ik nu drie groepen van vrienden en bekenden, door de geschiedkundige ontwikkeling van elkaar gescheiden. Allereerst de oude beproefden van vóór mijn afscheid van de oude wereld. Vervolgens die mij met hartelijkheid en tact de ellende van de verwijdering en de eerste oorlogsjaren hielpen dragen en tenslotte de enkelen die in mijn geest en gevoel onherroepelijk met New York verbonden zijn. Iedere vriend is omgeven door een eigen atmosfeer, welke mijn verhouding tot hem, de zijne tot mij bepaalt. Van mijn levensleerjaren had ik altijd een kleine groep om mij heen met wie ik mij verwant gevoelde, zonder wie ik het bestaan niet kon denken, omdat zij met hun rijke gaven mij het vertrouwen schonken dat ik broodnodig had. Ik overdrijf niet wanneer ik zeg dat mijn jeugd voor een belangrijk deel door mijn vriendschappen gemáákt werd. Ik kan mij met de beste wil niet voorstellen wat er van mij geworden zou zijn, hoe ik er nu uit zou zien als ik om en bij 1908 niet Van Eyck, Bloem, Holst, Besnard, Van Nijlen had leren kennen; later niet zoveel met Van Schendel verkeerd had, vervolgens niet mijn bondgenootschap met Du Perron, Ter Braak, Binnendijk, Marsman gesloten had; als Van Wyk Louw en Marnix Gijsen, Ries en Opperman; als van der Veen, Dubois, Vroman, Ab Visser niet in mijn leven getreden waren. En ik begrijp de waarde van dit alles, daar ik sedert lang reeds het ogenblik bereikt heb waarin, volgens een wijs man als Courteline: ‘l’on n’éprouve plus que trois désirs: avoir les mêmes pays, relire les mêmes livres, garder les mêmes amis’.

Werkelijk, ik kan het zonder mijn portretten niet stellen! De herinnering is een onvolmaakt werktuig, onbetrouwbaar en weinig standvastig. De werkelijkheid is vluchtig als ether. En het is zaak die zo snel mogelijk te bestendigen in een voorstelling welke wij onveranderlijk wanen, doch die inderdaad haar wezen en vorm mèt de wisseling van ons innerlijk leven wijzigt.”

 

Greshoff

Jan Greshoff (15 december 1888 – 19 maart 1971)

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Carossa werd geboren op 15 december 1878 in Bad Tölz. Zie ook mijn blog van 15 december 2006.

Barbaratag

Kirschenzweige bringt ein Mädchen
Über kahle kalte Heide.
Dämmertag ist Nacht geworden
Dörfchen blinkt wie Lichtgeschmeide

Engelstimme singt vom Himmel:
Dunkler Reiser, seid erkoren.
Staubverweht sind lang die Blumen,
Feld und Garten eingefroren.

Ihr nur werdet grünend leben,
wenn der Erde Pflanzen fehlen.
Heilige Nacht wird Blüten treiben,
und ein Glück kommt in die Seelen.

Letztes Rot verlischt am Walde
Ton in Lüften bebt entschwindend.
Über die verhüllte Heide
Haucht der Bergwind, Schnee verkündend.

 

Der alte Brunnen

Lösch aus dein Licht und schlaf! Das immer wache

Geplätscher nur vom alten Brunnen tönt.

Wer aber Gast war unter meinem Dache,

Hat sich stets bald an diesen Ton gewöhnt.

 

Zwar kann es einmal sein, wenn du schon mitten

Im Traume bist, daß Unruh geht ums Haus,

Der Kies beim Brunnen knirscht von harten Tritten,

Das helle Plätschern setzt auf einmal aus,

 

Und du erwachst, – dann mußt du nicht erschrecken!

Die Sterne stehn vollzählig überm Land,

Und nur ein Wandrer trat ans Marmorbecken,

Der schöpft vom Brunnen mit der hohlen Hand.

 

Er geht gleich weiter. Und es rauscht wie immer.

O freue dich, du bleibst nicht einsam hier.

Viel Wandrer gehen fern im Sternenschimmer,

Und mancher noch ist auf dem Weg zu dir.

 

Carossa

Hans Carossa (15 december 1878 – 13 september 1956)

 

 

De Franse schrijver François de La Rochefoucauld werd geboren op 15 december 1613 in Parijs. Zie ook mijn blog van 15 december 2006.

P. C. Hooftprijs 2008 voor Abram de Swaan

De P.C. Hooftprijs 2008 is vrijdag toegekend aan schrijver en socioloog Abram de Swaan.

 

De Nederlandse schrijver en socioloog Abram de Swaan werd geboren op 8 januari 1942. De Swaan studeerde politicologie aan de UvA en aan twee Amerikaanse universiteiten: Yale en Berkeley. Hij was redactielid van het studentenblad Propria Cures (1963-’65) en van De Gids. In 1973 promoveerde hij cum laude op het onderwerp coalitievorming, om in hetzelfde jaar nog lector en in 1977 hoogleraar te worden. Tussendoor studeerde hij psychoanalyse en hij werkte daadwerkelijk als psychotherapeut van 1973 tot 1984. Later publiceerde hij over dit onderwerp. Ook heeft hij verschillende gasthoogleraarschappen aan buitenlandse universiteiten bekleed. De Swaan is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen.

 

 

Uit: Amerika in termijnen

 

Vulgariteit

 

“Amerika was het land van de techniek en Europa bezat cultuur. Dat was zo ongeveer de taakverdeling die de westerse mensheid voor de continenten had gemaakt. En als dan de Amerikaanse toeristen kwamen, uiteraard met sigaar en fototoestel en een or-di-nair overhemd, dan gingen wij vlug op de stoep van onze oude kathedraal staan en medelijdend toekijken hoe weinig die Amerikanen wel van onze cultuur begrepen. Het was wel even slikken als ze na het maken van de foto’s wegsuisden in hun 8-cilinder slee, maar wij hadden dan nog altijd onze kathedraal en onze paleizen, .ook al waren we er nooit of in geen jaren binnen geweest. Maar eerlijk is eerlijk, zij geld en techniek en wij geschiedenis en cultuur. De Amerikanen wilden geen spelbrekers zijn en lieten het maar zo. Ze geloofden er eigenlijk zelf ook wel in. Alleen, zo langzamerhand hingen er meer impressionisten in New York dan in Parijs. Goed dat was gekocht met een overvloed van harde dollars, kunst, met geweld. Dat zei nog niets over Amerika’s cultuur. Nog een tijdje later speelden ze Shakespeare beter op Broadway dan in Londen. En er kwamen veel meer mensen kijken. Maar dat was Broadway en dat zat vol neon en bioscopen, dat telt dus niet, dat is commercie, geen cultuur, maar het begon er al wel vervaarlijk op te lijken. Dat de grootste bibliotheken in Amerika staan, dat komt natuurlijk alleen door de dollars, liefde voor de grote getallen en verzameldrift. Dat de beste universiteiten in de Verenigde Staten zijn, dat is uiteraard enkel maar te danken aan de Europese immigranten uit de jaren dertig.
Maar gastvrij was het wel. En hoe komt het dat ze dertig jaar later nóg beter zijn? Alleen maar technisch, raketten, weetje wel. Dat is geen echte cultuur. Dat is meer knutselen met computers. Computers ! Zodra ze overweg konden met het toetsenbord begonnen bijbelgeleerden aan een computeronderzoek naar het auteurschap van de Pentateuch, anderen zochten naar de geheime grondslagen van het schaakspel door het met de machine uit te spelen. Psychologen ontrafelden de motieven voor zelfmoord, taaigeleerden onderzochten gewoonten in het taalgebruik. Bijbel, schaak, zelfmoord en taal, met cultuur heeft dit alles niets van doen: de Amerikanen weten er niets beters mee uit te richten dan optellen en aftrekken, ze willen alles uitrekenen met machines. Het doet er niet toe wat er uit komt, ze missen het wezen van de taal, het wezen van de dingen. Want het wezen is van ons, van Europa.”

 

abramdeswaan

Abram de Swaan (8 januari 1942)

Gerard Reve, Boudewijn Büch, Robert Long, Paul Eluard

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook mijn blog van 14 december 2006 en mijn blog van 8 april 2007.

Uit: De Avonden

” ‘Uit de diepten heb ik geroepen,’ zei hij bij zichzelf, ‘maar mijn stem is niet gehoord. Bessen-appel. Nu ga ik op weg naar huis. Eeuwige, enige, onze God, ik ga naar mijn ouders.’ Zijn ogen werden vochtig.
‘Eeuwige, enige, almachtige, onze God,’ zei hij zacht, ‘vestig uw blik op mijn ouders. Zie hen in hun nood. Wend uw blik niet af.’ ‘Luister,’ zei hij, ‘mijn vader is doof als de pest. Hij hoort weinig, het is niet de moeite van het noemen waard. Schiet voor de grap een kanon bij zijn oor af. dan vraagt hij, of er gebeld wordt. hij slurpt bij het eten. Hij schept suiker met de dessertlepel. Hij neemt het vlees in zijn vingers. Hij laat winden, zonder dat iemand er een nodig heeft. Hij weet niet, waar de gulden in moet. Als hij een ei pelt, weet hij niet, waar de schaal heen moet. Hij vraagt in het Engels, of er nog nieuws is. Hij mengt het eten op zijn bord door elkaar. Eeuwige
God, ik weet, dat het niet ongezien is gebleven.’
Er passeerde hem een groep van zes meisjes, die naast elkaar gearmd, nu eens hard holden, dan weer hun vaart inhielden. ‘Hij morst bij het uitkloppen van zijn pijp,’  fluisterde hij, toen ze voorbij waren. ‘Hij maakt postzegels weg. Niet expres, maar hij maakt ze weg. Je bent ze kwijt, en daar gaat het toch maar om. Hij veegt zijn vingers af aan zijn kleren. Hij zet de radio af. Als ik sol zeg met de vork, denkt hij, dat ik gek ben. En hij prikt in de schalen. Dat is onrein. En vaak heeft hij geen das aan. maar groot is zijn goedheid.’ Hij bleef staan en tuur over het water. ‘Zie mijn moeder,’ zegt hij zacht. ‘ze zegt, dat ik gezellig thuis moet blijven. Dat ik de witte slipover aan moet doen. Ze bakt oliebollen met verkeerde stukjes appel. Dat zal ik u bij gelegenheid wel eens uitleggen. Zij maakt de kachel aan met een heleboel rook. En ze heeft de zoldersleutels laten verbranden. Almachtige, eeuwige, ze dacht dat ze wijn kocht, maar het was vruchtensap. De lieve, de goede. Bessen-appel. Ze gaat met haar kop heen en weer. Ze is mijn moeder. Zie haar onmetelijke goedheid.’  Hij veegde met zijn mouw een traan uit zijn rechterooghoek en liep verder.
‘Duizend jaren zijn voor u als de dag van gisteren,’ ging hij voort, ‘en als een wake in de nacht. Zie de dagen van mijn ouders. De ouderdom nadert, ziekten nemen bezit van hen, en er is geen hoop. De dood nadert, en het graf gaapt. Een graf is het eigenlijk niet, want ze komen in een urn: daar betalen we elke week voor.’ Hij schudde het hoofd.
‘Zie hen,’  fluisterde hij. ‘Er is voor hen geen hoop. Ze leven in eenzaamheid. waar ze om zich heen tasten, is leegte. Hun lichamen zijn een prooi van het verval. Haar heeft hij nog wel op zijn kop, een flinke bos. Nee, kaal is hij niet. Maar dat komt nog wel.’ 
Hij had de huisdeur bereikt. ‘Vrede,’ dacht hij, ‘het is voorbij. Het is vrede. Een verheven blijmoedigheid stijgt op.’ Met voorovergebogen hoofd ging hij naar binnen, klom zacht de trap op en liep langzaam door de gang. in de huiskamer stond zijn vader in ondergoed bij de kachel. ‘Goedenavond,’  zei Frits. ‘Zo, mijn jongen,’  antwoordde de man. ‘Hoe kan iemand zo’n uitpuilende buik krijgen?’  dacht Frits. ‘Een zwangere huisknecht.’  ‘Almachtige God,’ zei hij bij zichzelf, ‘zie dit. Hoe heet zulk ondergoed met hemd en onderbroek uit één stuk? Hansop, geloof ik.’  Hij bekeek de kleding nauwlettend. Aan de achterkant, onder aan de rug, was een lange, vertikale spleet, die open stond. ‘Ik kan zijn reet zien,’ dacht hij. ‘ De klep om te kakken staat open.’ ‘Almachtige God,’  zei hij bij zichzelf, ‘zie toe: zijn reet is te zien. Zie deze man. Het is mijn vader. behoed hem. Bescherm hem. Leid hem in vrede. Hij is uw kind.’

reve

Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

 

De Nederlandse dichter, schrijver en televisiemaker Boudewijn Maria Ignatius Büch werd geboren op 14 december 1943 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 14 december 2006.

Van dood

 van dood kan ik
geen leven maken

alleen nog herinnering

van wat wij bespraken

de muziek van Poco en
het proefwerk Frans

vertelde ik tevergeefs

over moeilijke romans

die je niet kan lezen

en hoe jij op je

fiets kunt racen

want waar dit vers
geschreven wordt

kwam je nooit met

je overgangsrapport

 

Verjaardag van Gijsje en Goethe

dit lied met
rijmend toebehoren
is de triestheid aangeboren

vandaag verschoof je
met een jaar
tot veertienvoudig
doodsgevaar

waarom jou hechten
aan een taal
waarin het leed
nooit maksimaal
wordt uitgelegd

dat pijn
zo onterecht
mij toegedacht
dit doelloos vers
volbracht

buch

Boudewijn Büch (14 december 1943 – 23 november 2002)

 

De Franse schrijver Paul Eluard werd geboren op 14 december 1895 in Saint Denis. Zie ook mijn blog van 14 december 2006

En nog even dit: Het was gisteren al weer een jaar geleden dat zanger en liedjesschrijver Robert Long is overleden. Zie ook mijn blog van 14 december 2006.

Een schitterende jongen

Wat zou ik graag een schitterende jongen willen zijn
Zo een waarvoor de mensen blijven staan
Die nooit onopgemerkt voorbij kan gaan
Omdat de mensheid steeds naar hem moet kijken
En fluisteren: daar gaat Sebastiaan
Zo’n jongen waar ze graag op willen lijken

Wat zou ik graag een welgeschapen jongen willen zijn

Maar zonder hoogmoed, zonder eigenwaan

En met een trots en mannelijk orgaan

Dat zoet en heel vertederend kan hangen

Maar fier en onverbiddelijk gaat staan

Wanneer ik naar jouw liefde zou verlangen

 

De wereld zou begrijpen hoe het zat

En lachend zeggen: Kijk, twee koningszonen

Leg vruchten, wierrook, mirre voor hun tronen

Ze houden van mekaar, hé zie je dat?

Wat zou ik graag een wonderschone jongen willen zijn

Gekleed in een katoenen pantalon

Met billen als een perzik in de zon

Die steeds weer jouw verlangen zouden wekken

Als een constante inspiratiebron

Om mij tegen jouw lichaam aan te trekken

 

Wat zou ik graag een droombeeld van een jongen willen zijn

Zo’n knaap waaraan echt alles is gelukt

Voor wie je vlier en korenbloemen plukt

En latirus, seringen en pioenen

Die sierlijk loopt en zit en staat en bukt

En die je in zijn hals zou willen zoenen

En op een weiland in het verse hooi

Zou ik je mijn verliefdheid laten blijken

De mensen zouden stilletjes staan kijken

En zuchten: Ach wat is de liefde mooi

 

Wat zou ik graag een jongen zoals jij bent willen zijn

Maar ja, ik ben de vijftig al voorbij

En geen Sebastiaan, zo zie ik mij

Een man met lijnen, rimpeltjes en vouwen

Maar als ik net zo mooi zou zijn als jij

Zou jij dan nog wel van mij kunnen houden?

 

robertlong-thisisrobertlong

Robert Long (22 oktober 1943 – 13 december 2006)

Heinrich Heine, Kenneth Patchen, Robert Gernhardt

De Duitse dichter Heinrich Heine werd geboren in Düsseldorf op 13 december 1797. Zie ook mijn blog van 13 december 2006.

 

Das Fräulein stand am Meere

Das Fräulein stand am Meere
Und seufzte lang und bang.
Es rührte sie so sehre
der Sonnenuntergang.

 

Mein Fräulein! Sein sie munter,
Das ist ein altes Stück;
Hier vorne geht sie unter
Und kehrt von hinten zurück.

 

 

Nachtgedanken

Denk ich an Deutschland in der Nacht,
Dann bin ich um den Schlaf gebracht,
Ich kann nicht mehr die Augen schließen,
Und meine heißen Tränen fließen.

Die Jahre kommen und vergehn!
Seit ich die Mutter nicht gesehn,
Zwölf Jahre sind schon hingegangen;
Es wächst mein Sehnen und Verlangen.

Mein Sehnen und Verlangen wächst.
Die alte Frau hat mich behext,
Ich denke immer an die alte,
Die alte Frau, die Gott erhalte!

Die alte Frau hat mich so lieb,
Und in den Briefen, die sie schrieb,
Seh ich, wie ihre Hand gezittert,
Wie tief das Mutterherz erschüttert.

Die Mutter liegt mir stets im Sinn.
Zwölf lange Jahre flossen hin,
Zwölf lange Jahre sind verflossen,
Seit ich sie nicht ans Herz geschlossen.

Deutschland hat ewigen Bestand,
Es ist ein kerngesundes Land,
Mit seinen Eichen, seinen Linden,
Werd ich es immer wiederfinden.

Nach Deutschland lechzt ich nicht so sehr,
Wenn nicht die Mutter dorten wär;
Das Vaterland wird nie verderben,
Jedoch die alte Frau kann sterben.

Seit ich das Land verlassen hab,
So viele sanken dort ins Grab,
Die ich geliebt – wenn ich sie zähle,
So will verbluten meine Seele.

Und zählen muß ich – Mit der Zahl
Schwillt immer höher meine Qual,
Mir ist, als wälzten sich die Leichen,
Auf meine Brust – Gottlob! sie weichen!

Gottlob! durch meine Fenster bricht
Französisch heitres Tageslicht;
Es kommt mein Weib, schön wie der Morgen,
Und lächelt fort die deutschen Sorgen.

 

 

Hast du die Lippen mir wundgeküßt

Hast du die Lippen mir wundgeküßt,
So küsse sie wieder heil,
Und wenn du bis Abend nicht fertig bist,
So hat es auch keine Eil.

Du hast ja noch die ganze Nacht,
Du Herzallerliebste mein!
Man kann in solch einer ganzen Nacht
Viel küssen und selig sein.

 

heine

Heinrich Heine (13 december 1797- 17 februari 1856)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 13 december 2006.

De Amerikaanse dichter  Kenneth Patchen werd geboren op 13 december 1911.

De Duitse dichter en schrijver Robert Gernhardt werd op 13 december 1937 in het Estische Reval (het huidige Tallinn) geboren

Gustave Flaubert, John James Osborne, Shrinivási

De Franse schrijver Gustave Flaubert werd op 12 december 1821 geboren in Rouen. Zie ook mijn blog van 12 december 2006.

Uit: Bouvard et Pécuchet

Comme il faisait une chaleur de 33 degrés, le boulevard Bourdon se trouvait absolument désert.
Plus bas le canal Saint-Martin, fermé par les deux écluses étalait en ligne droite son eau couleur d’encre. Il y avait au milieu, un bateau plein de bois, et sur la berge deux rangs de barriques.
Au delà du canal, entre les maisons que séparent des chantiers le grand ciel pur se découpait en plaques d’outremer, et sous la réverbération du soleil, les façades blanches, les toits d’ardoises, les quais de granit éblouissaient. Une rumeur confuse montait du loin dans l’atmosphère tiède ; et tout semblait engourdi par le désoeuvrement du dimanche et la tristesse des jours d’été.
Deux hommes parurent.
L’un venait de la Bastille, l’autre du Jardin des Plantes. Le plus grand, vêtu de toile, marchait le chapeau en arrière, le gilet déboutonné et sa cravate à la main. Le plus petit, dont le corps disparaissait dans une redingote marron, baissait la tête sous une casquette à visière pointue.
Quand ils furent arrivés au milieu du boulevard, ils s’assirent à la même minute, sur le même banc.
Pour s’essuyer le front, ils retirèrent leurs coiffures, que chacun posa près de soi ; et le petit homme aperçut écrit dans le chapeau de son voisin : Bouvard ; pendant que celui-ci distinguait aisément dans la casquette du particulier en redingote le mot : Pécuchet.
— “Tiens !” dit-il “nous avons eu la même idée, celle d’inscrire notre nom dans nos couvre-chefs.”
— “Mon Dieu, oui ! on pourrait prendre le mien à mon bureau !”

— “C’est comme moi, je suis employé.”
Alors ils se considérèrent.
L’aspect aimable de Bouvard charma de suite Pécuchet.
Ses yeux bleuâtres, toujours entreclos, souriaient dans son visage colore. Un pantalon à grand-pont, qui godait par le bas sur des souliers de castor, moulait son ventre, faisait bouffer sa chemise à la ceinture ; — et ses cheveux blonds, frisés d’eux-mêmes en boucles légères, lui donnaient quelque chose d’enfantin.
Il poussait du bout des lèvres une espèce de sifflement continu.
L’air sérieux de Pécuchet frappa Bouvard.
On aurait dit qu’il portait une perruque, tant les mèches garnissant son crâne élevé étaient plates et noires. Sa figure semblait tout en profil, à cause du nez qui descendait très bas. Ses jambes prises dans des tuyaux de lasting manquaient de proportion avec la longueur du buste ; et il avait une voix forte, caverneuse.
Cette exclamation lui échappa : — “Comme on serait bien à la campagne !”
Mais la banlieue, selon Bouvard, était assommante par le tapage des guinguettes. Pécuchet pensait de même. Il commençait néanmoins à se sentir fatigué de la capitale, Bouvard aussi.
Et leurs yeux erraient sur des tas de pierres à bâtir, sur l’eau hideuse où une botte de paille flottait, sur la cheminée d’une usine se dressant à l’horizon ; des miasmes d’égout s’exhalaient. Ils se tournèrent de l’autre côté. Alors, ils eurent devant eux les murs du Grenier d’abondance.

 

flaubert

Gustave Flaubert (12 december 1821 – 8 mei 1880)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 12 december 2006.

De Engelse toneelschrijver John James Osborne werd geboren op 12 dezember 1929 in Fulham.

De Surinaamse dichter Shrinivási werd geboren op 12 december 1926 op de grond Vaderszorg, Kwatta, in het district Beneden-Suriname.

 

Naguib Mahfouz, Aleksandr Solzjenitsyn, Alfred de Musset

De Egyptische schrijver Naguib Mahfouz werd geboren op 11 december 1911 in Caïro. Zie ook mijn blog van 30 augustus 2006 en mijn blog van 11 december 2006.

Uit: Midaq Alley

Many things combine to show that Midaq Alley is one of the gems of times gone by and that it once shone forth like a flashing star in the history of Cairo. Which Cairo do I mean? That of the Fatimids, the Mamlukes or the Sultans? Only God and the archaeologists know the answer to that, but in any case, the alley is certainly an ancient relic and a precious one. How could it be otherwise with its stone-paved surface leading directly to the historic Sanadiqiya Street. And then there is its coffeeshop known as “Kirsha’s”. Its walls decorated with multicolored arabesques, now crumbling, give off strong odors from the medicines of olden times, smells which have now become the spices and folk-cures of today and tomorrow …

Although Midaq Alley lives in almost complete isolation from all surrounding activity, it clamors with a distinctive and personal life of its own. Fundamentally and basically, its roots connect with life as a whole and yet, at the same time, it retains a number of the secrets of a world now past.

The sun began to set and Midaq Alley was veiled in the brown hues of the glow. The darkness was all the greater because it was enclosed like a trap between three walls. It rose unevenly from Sanadiqiya Street. One of its sides consisted of a shop, a café and a bakery, the other of another shop and an office. It ends abruptly, just as its ancient glory did, with two adjoining houses, each of three storeys.”

Mahfouz

Naguib Mahfouz (11 december 1911 – 30 augustus 2006)

 

De Russische schrijver en historicus Aleksandr Isajevitsj Solzjenitsyn werd geboren in Kislovodskb op 11 december 1918. Zie ook mijn blog van 11 december 2006.

 

Uit: Der Archipel Gulag (Vertaald door Anna Peturnik)

 

Im Jahre 1949 etwa fielen uns, einigen Freunden, eine bemerkenswerte Notiz aus der Zeitschrift “Die Natur”, herausgegeben von der Akademie der Wissenschaften, in die Hände. Da stand in kleinen Lettern geschrieben, man habe bei Ausgrabungen am Fluß Kolyma eine unterirdische Eislinse freigelegt, einen gefrorenen Urstrom, und darin ebenfalls eingefrorene Exemplare einer urzeitlichen … Fauna. Ob’s Fische waren oder Tritonen: der gelehrte Korrospondent bezeugte, sie seien so frisch gewesen, dass die Anwesenden, sobald das Eis entfernt was, die Tiere MIT GENUSS verspeisten.
Die keineswegs zahlreichen Leser der Zeitschrift waren wohl nicht wenig verwundert zu erfahren, wie lange Fischfleisch im Eis Frische zu bewahren imstande ist. Doch nur einzelne vermochten den wahren, den monumentalen Sinn der unbesonnenen Notiz zu erfassen.
WIR begriffen ihn sofort. Wir sahen das Bild klar und in allen Details vor uns: Wie die Anwesenden mit verbissener Euile auf das Eis einhackten; wie sie, alle hehren Interessen der Ichtiologie mit Füßen tretend, einander stoßend und vorwärtsdrängend, das tausend Jahre alte Fleisch in Stücke schlugen, diese zum Feuer schleppten, auftauen ließen und sich daran sättigten. Wir begriffen es, weil wir selbst zu jenen Anwesenden gehörten, zu jenem auf Erden einzigartigen mächtigen Stamm der SEKI, der Strafgefangenen, der Lagerhäftlinge, die allein es zustande brachten, einen Tritonen MIT GENUSS zu verspeisen.”

 

180px-Aleksandr_solzhenitsyn_gulag

Aleksandr Solzjenitsyn (Kislovodskb, 11 december 1918)

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Musset werd geboren op 11 december 1810 in Parijs. Zie ook mijn blog van 11 december 2006.

 

Emily Dickinson, Nelly Sachs, Gertrud Kolmar, Karl Heinrich Waggerl, Ara Baliozian, Eugène Sue

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

Because I could not stop for Death

Because I could not stop for Death –
He kindly stopped for me –
The Carriage held but just Ourselves –
And Immortality.

We slowly drove – He knew no haste
And I had put away
My labor and my leisure too,
For His Civility –

We passed the School, where Children strove
At Recess – in the Ring –
We passed the Fields of Gazing Grain –
We passed the Setting Sun –

Or rather – He passed us –
The Dews drew quivering and chill –
For only Gossamer, my Gown –
My Tippet – only Tulle –

We paused before a House that seemed
A Swelling of the Ground –
The Roof was scarcely visible –
The Cornice – in the Ground –

Since then – ’tis Centuries – and yet
Feels shorter than the Day
I first surmised the Horses’ Heads
Were toward Eternity –

 

The Soul unto itself

The Soul unto itself
Is an imperial friend –
Or the most agonizing Spy –
An Enemy – could send –

Secure against its own –
No treason it can fear –
Itself – its Sovereign – of itself
The Soul should stand in Awe –

 

There’s a certain Slant of light

There’s a certain Slant of light,
Winter Afternoons –
That oppresses, like the Heft
Of Cathedral Tunes –

Heavenly Hurt, it gives us –
We can find no scar,
But internal difference,
Where the Meanings, are –

None may teach it – Any –
‘Tis the Seal Despair –
An imperial affliction
Sent us of the air –

When it comes, the Landscape listens –
Shadows – hold their breath –
When it goes, ’tis like the Distance
On the look of Death

 

Dickinson

Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nelly Sachs werd op 10 december 1891 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Nelly Sachs op dit blog.

 

 

Einer war

Einer war
Der blies den Schofar –
Warf nach hinten das Haupt,
Wie die Rehe tun, wie die Hirsche
Bevor sie trinken an der Quelle.
Bläst:
Tekia
Ausfährt der Tod im Seufzer –
Schewarim
Das Samenkorn fällt –
Terua
Die Luft erzählt von einem Licht!
Die Erde kreist und die Gestirne kreisen
Im Schofar,
Den Einer bläst –
Und um den Schofar brennt der Tempel –
Und Einer bläst –
Und um den Schofar stürzt der Tempel –
Und Einer bläst –
Und um den Schofar ruht die Asche –
Und Einer bläst –

 

Immer

Immer
dort wo Kinder sterben
werden die leisesten Dinge heimatlos.
Der Schmerzensmantel der Abendröte
darin die dunkle Seele der Amsel
die Nacht heranklagt –
kleine Winde über zitternde Gräser hinwehend
die Trümmer des Lichtes verlöschend
und Sterben säend –

Immer
dort wo Kinder sterben
verbrennen die Feuergesichter
der Nacht, einsam in ihrem Geheimnis –
Und wer weiß von den Wegweisern
die der Tod ausschickt:
Geruch des Lebensbaumes,
Hahnenschrei der den Tag verkürzt
Zauberuhr vom Grauen des Herbstes
in die Kinderstuben hinein verwunschen –
Spülen der Wasser an die Ufer des Dunkels
rauschender, ziehender Schlaf der Zeit –

Immer
dort wo Kinder sterben
verhängen sich die Spiegel der Puppenhäuser
mit einem Hauch,
sehen nicht mehr den Tanz der Fingerliliputaner
in Kinderblutatlas gekleidet;
Tanz der stille steht
wie eine im Fernglas
mondentrückte Welt.

Immer
dort wo Kinder sterben
werden Stein und Stern
und so viele Träume heimatlos.

 

Sachs

Nelly Sachs (10 december 1891 – 12 mei 1970)

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 10 december 2006.

De Duitse dichteres en schrijfster Gertrud Kolmar (pseudoniem van Gertrud Käthe Chodziesner) werd op 10 december 1894 in Berlijn geboren.

De Oostenrijkse schrijver Karl Heinrich Waggerl werd geboren op 10 december 1897 in Bad Gastein.

De Armeense schrijver Ara Baliozian werd geboren op 10 december 1936 in Athene.

De Franse schrijver Eugène Sue werd geboren op 10 december 1804 in Parijs.