Corpus Christi (Liam Ó Muirthile), Sophie van der Stap, Christoph Meckel

 

Bij Sacramentsdag

 

La Procession de la Fête-Dieu door Auguste-Xavier Leprince, 1820

 

Corpus Christi

Surely this procession
filed out of another zone,
Crist’s body borne aloft.

I imagine the parade at home
ascending a narrow Mediterranean street,
the sun massaging it at piazza corners.

Christ, an anonymous tourist,
had his passport stamped indifferently
by custom’s men dressed for the job.

But this sorry cortege, staggering
out of kilter, threatened by rain,
makes an altar of every house.

Were they all in vain: those sweltering days,
melting on sticky car seats,
the priest droning from a tannoy gob?

Is this all we’re left: a welter
of simmering emotion stirred up
with a pinch of belief.

We woke to our bodies long ago,
shut the door
on that stale, gutted spirituality.

But behold the bared body
of Christ, awkwardly borne,
unsettling us once more.

 

Liam Ó Muirthile (15 november 1950 – 18 mei 2018)
Cork, de geboorteplaats van Liam Ó Muirthile, met de Holy Trinity Church

 

De Nederlandse schrijfster Sophie van der Stap werd geboren in Amsterdam op 11 juni 1983. Zie ook alle tags voor Sophie van der Stap op dit blog.

Uit: En wat als dit liefde is

“Ik ben 63, afhankelijk en ik houd niet van mensen. Een ongelukkige uitkomst van omstandigheden, maar ik probeer het als een onoverkomelijkheid te beschouwen, en niet als een gevolg van de dingen die ik, als ik erover zou mijmeren achteraf anders had kunnen doen. Dat geldt trouwens voor alle dingen die me ontstemmen; het enige wat graven in mijn verleden me oplevert is pijn in m’n hart, hoofd en nek (van al dat omkijken). Niets wat de strijd van het gevecht waard is. Omdat ik mijn tijd niet hoef te besteden aan het zien groeien van mijn kapitaal (Monsieur), het achternarennen van vintage mantel. pakjes (mevrouw De Bourbon), het wachten op een ander leven (Sé-verine) of het verschijnen in televisieprogramma’s (Tara) — ziezo, nu weet je een beetje in wat voor buurt ik woon — heb ik mij toegelegd op een studie naar de Waarheid achter de dingen terwijl ik deze bijzondere banaliteiten observeer. En dat is wat ik doe: observeren, registreren, analyseren. Met dezelfde behendigheid waarmee mevrouw De Bourbon zondags op de markt nietsvermoedende echtgenoten wegrooft, vergaar ik de missende stukjes uit de meest mysterieuze puzzel waar de mens zich over kan buigen: de mens zelf. Iedere ochtend steek ik mijn voeten in Tod’s-achtig schoeisel. Mijn paar is van suède en donkerblauw van kleur, met een neus die niet rond maar ook niet puntig is. Zo zou ik mezelf ook prima kunnen beschrijven. Mijn lijf heeft ronde vormen, maar mijn karakter is scherp, puntig. lk heb dezelfde schoenen in ecru, voor de zomerdagen. Daar is niks toevalligs aan; mijn uiterlijk is volledig uitgebalanceerd met het doel mezelf zo goed mogelijk aan het zicht van de medebewoners te onttrekken. Een onopvallend uiterlijk is onmisbaar in mijn bezigheid de Waarheid te bemachtigen. Zo heb ik mezelf aangeleerd geruisloos door de straat te bewegen; ik stap niet, ik glijd. Verder wijk ik niet af van mijn vaste route. Variatie of een misstap is catastrofaal. Te allen tijde vermijd ik de verrassing. En dat werkt. De mensen zien me niet.”

 

Sophie van der Stap (Amsterdam, 11 juni 1983)

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Ontwerp van een mens van de toekomst

Iemand loopt met de mobiele telefoon
rond in Monza,
praat met zijn monsters,
bendes van de IJzeren Gordels, aan toekomstige moordenaars
onbekend, lege smoel –
how are you. I’m fine.
Wie hem zoekt
lokaliseert bloedbeeld, frequentie, functie
van zenuw en bot.
Niemand weet iets over hem. Onvindbaar
waar leegte de ruimte overnam
en zich voortzet in voortijd, eindtijd, natijd.
Hij loopt door de dag, de nacht
zonder gemist te worden, gewenst te zijn,
business and more.
Zonder gevoelens de vrije loop te laten
en binnen te laten. Zonder. Zonder.
En is geen stof voor zichzelf
en zijn soort.
Geen geheim nummer, geen code.
Volgt geen spoor, laat niets achter
human society, niet zijn huis.
Komt terug in niemands plaats.
Geen reden voor doodslag, gelach, genade.
Niet terug te vinden in chronologie
en verschijningen van anderen.
Hem eigent geen God en geen hel zich toe.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juni ook mijn blog van 11 juni 2021 en ook mijn blog van 11 juni 2020 en eveneens mijn blog van 11 juni 2019 en ook mijn blog van 11 juni 2017 deel 2.

De bonte storm (Mathias Kemp), Sally Rooney, Elke Erb

 

Bij  Carnaval

 

Carnaval in Arcueil door Lyonel Feininger, 1911

 

De Nederlandse dichter, journalist en schrijver Mathias Hubertus Kemp werd geboren in Maastricht op 31 december 1890.

Uit: De bonte storm

“Een doffe daver rolt.
Nes schrikt wakker. Het moet twaalf uur zijn. Het Momus-kanonnetje schiet op het Vrijthof de Vastenavond in.
Over de Markt klinkt neuzig getoeter. En geratel. Met een leeg hoofd en de schedel vol speldeprikken, gaat Nes voor het raam kijken. O, de eerste verkleders. Kindertjes van drie tot zes jaar. Hollandse en Limburgse boertjes en boerinnetjes, een clowntje, een miniatuur landstormofficiertje.
De schoten dreunen.
Het moet nu aardig worden op het Vrijthof. Een levendige drukte.
Bont gewemel van gecostumeerde kinderen, jongelui vol verwachting voor de komende dagen. Bezadigde, uitgeraasde familievaders en fuifnummers van alle zijden samengestroomd om weer eens flink mee te doen.
Op de kiosk gaat een harmonie te keer. Een opera-fantasie, mengsel van aangrijpende stuiverstragiek en stroperige sentimentaliteit. Dat kan niemand wat schelen, mits er maar muzieklawaai schatert, om de stemming erin te krijgen. Af en toe duiken de opera-tederheden voor klarinet en piston volslagen weg onder het gedruis en voetgeschuifel der menigte. Het Kukelekuen-de-kins-miech-neet-motief wordt hoorbaar in de massa.
‘De zès hertekes’ zijn niet compleet. Riet en Staaf lopen af en toe gearmd voorop. Daarachter de lange Nol, geflankeerd door Gonneke en Tielke. Het verliefde paartje stelt geen belang meer in de rest van de wereld. Tielke wandelt mee met een zichtbaar hangend mondje. Over het plezier van Wienblom en juffrouw Dupont waart een schaduw. Ze houden veel van het zoete vriendinnetje en respecteren in Nes tenminste een serieuze jongen.
Nol heeft in de Balletdanseres een lid der ‘fine fleur’ menen te herkennen, binnengesmokkeld door een van de Roemruchten.
Hij durft er niet over praten. Tielke weet van die dingen weinig af en bovendien, veel heeft de jonge musicus zijn kameraad ook niet bezig gezien met dat verdachte typetje.
Aha! de eerste grote maskes. Opgeschoten kwajongens zeker.
Een achter ’n afgerammeld draaiorgeltje; de ander onder de gebruikelijke paraplu met halve bekleding. De orgeldraaier, half Mexicaan (sombrero en rossig hemd), half van alles en nog wat, meest stalknecht evenwel, door boerenklompen met stro in.
De ander omgekeerde jas met zijden hoed, waarom heen – om het incognito strenger te bewaren – een stuk venstergordijn. Ze kwellen speciaal de bakvissen.
Het lieve, fleurige Tielke rekenen ze daar ook nog toe, naar het schijnt. Opeens komt de omgekeerde jas aangesprongen, grijpt Tielke bij de polsen en roept met hoge stem:
– De moos tich dene leefste neet laote aofkaarte, keend. En door wat veur get! Hei, öllegermaan, drèj ins ene marche funèbre.”

 

Mathias Kemp (31 december 1890 – 7 augustus 1964)
Carnaval op het Vrijthof in Maastricht, de geboorteplaats van Mathias Kemp

 

De Ierse schrijfster Sally Rooney werd geboren op 20 februari 1991 in Castlebar. Zie ook alle tags voor Sally Rooney op dit blog.

Uit: Mr Salary

“Nathan was waiting with his hands in his pockets beside the silver Christmas tree in the arrivals lounge at Dublin airport. The new terminal was bright and polished, with a lot of escalators. I had just brushed my teeth in the airport bathroom. My suitcase was ugly and I was trying to carry it with a degree of irony. When Nathan saw me he asked: What is that, a joke suitcase?
You look good, I said.
He lifted the case out of my hand. I hope people don’t think this belongs to me now that I’m carrying it, he said. He was still wearing his work clothes, a very clean navy suit. Nobody would think the suitcase belonged to him, it was obvious. I was the one wearing black leggings with a hole in one knee, and I hadn’t washed my hair since I left Boston.
You look unbelievably good, I said. You look better than last time I saw you even.
I thought I was in decline by now. Age-wise. You look OK, but you’re young, so.
What are you doing, yoga or something?
I’ve been running, he said. The car’s just out here.
Outside it was below zero and a thin rim of frost had formed on the corners of Nathan’s windshield. The interior of his car smelled like air freshener and the brand of aftershave he liked to wear to ‘events’. I didn’t know what the aftershave was called but I knew what the bottle looked like. I saw it in drugstores sometimes and if I was having a bad day I let myself screw the cap off.
My hair feels physically unclean, I said. Not just unwashed but actively dirty.
Nathan closed the door and put the keys in the ignition. The dash lit up in soft Scandinavian colours.
You don’t have any news you’ve been waiting to tell me in person, do you? he said.
Do people do that?
You don’t have like a secret tattoo or anything?
I would have attached it as a JPEG, I said. Believe me.
He was reversing out of the parking space and onto the neat lit avenue leading to the exit. I pulled my feet up onto the passenger seat so that I could hug my knees against my chest uncomfortably.
Why? I said. Do you have news?
Yeah yeah, I have a girlfriend now.
I turned my head to face him extremely slowly, one degree after another, like I was a character in slow motion in a horror film.”

 

Sally Rooney (Castlebar, 20 februari 1991)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Een verbazing neemt vorm aan

Uit een soort schuur
(aanbouw, zwartgrauw) of

waar je het niet vermoedt,
ergens

komt een statig paard naar buiten

of plomp
of in beweging.

Voert figuren uit.
Jij niet, niet ik,

niemand wist ervan.
Wie weet

wat? Iemand weet wat.

Door beschouwing
vindt het plaats.

Kwam op gang
en heeft zin

juist in die zin
zo paardsgewijs, verscheen

op het gras,
in de lucht

rechts. Zoals daarvoor de berk

of het weiland
de blik ving, telegraafpaal…

Onverhoopt komt vaak
misschien minder vaak dan bedoeld is.

 

Vertaald door Willem van Toorn.

 

Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn blog van 20 februari 2021 en ook mijn blog van 20 februari 2019 en eveneens mijn blog van 20 februari 2016 deel 2.

Hittegolf 2, (David van Reybrouck), Wolf Wondratschek, Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

Zindering door Peter Smit, 2002

 

HITTEGOLF 2

1.
ben je bereid te bloeden
met je huid van berkenhout
en je wervels aan de muur?

kan je nog splijten
tot houtskool en nacht
nu haar bed als een netel
een lucifer wacht?

hoe je stapels laat staan
en pakhuizen ontziet
hoe je met één veeg niet
het nachtkastje wreekt

wij verstaan dit niet
windstil is de zomer
en slapeloos het gloren
was de winter dan een ander gewas?

een hotelkamer
een plein vol plassen
spijt, even
onmisbaar als het ontbijt

 

David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)
Brugge in de zomer

 

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt. Zie ook alle tags voor Wolf Wondratscheck op dit blog.

 

Zo waarlijk helpe mij God almachtig

Toen ik verliefd op je werd,
wist mijn lichaam eerder dan ik,
wat was er aan de hand en begon te schreeuwen,
iets in de richting van de buik,
wat onmiddellijk doorwerkte in mijn benen,
want ze waren onbruikbaar toen ik opstond
en me excuseerde. Op dat soort nieuwigheden
was ik niet voorbereid (en ik haatte romans,
waarin dit aan de orde van de dag was).
Mijn lichaam echter was alles om het even.
Het schreeuwde niet meer, maar zijn gefluister,
dat toen begon, was nog luider.
Ik sloot mijn ogen.
Mijn hoofd was een racebaan van vele gedachten
die allemaal de weg naar huis waren vergeten en nu
het toilet niet wilden verlaten.
Ik had er moeite mee om weer tegenover je te gaan zitten.
We hebben gepraat, geloof ik, waarbij mij opviel
dat je veel liever met mijn neus sprak,
met mijn vingers, mijn schouders.
Natuurlijk ging je er terecht van uit
dat die je beter begrijpen dan ik.
Ook mijn buik bemoeide zich er weer mee,
grenzeloos enthousiast over jou.
Toen, ik was niet in staat, het te verhinderen
stak je een sigaret aan op mijn huid.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943

 

Zie voor nog meer schrijvers ook mijn blog van 11 augustus 2021 en ook mijn blog van 11 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 11 augustus 2016 en ook mijn blog van 11 augustus 2011 deel 2.

Eckhart Nickel, Ralf Thenior

De Duitse schrijver en journalist Eckhart Nickel werd geboren op 2 juni 1966 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Eckhart Nickel op dit blog.

Uit: Hysteria

„Mit den Himbeeren stimmte etwas nicht. Die kleinen geflochtenen Holzschalen, die Bergheim auf dem Markt immer hochhob, um zu sehen, ob sich das weiße Vlies am Boden schon von zerfallenden Früchten rötlich verfärbte, waren übervoll mit zu dunklen Beeren. Während der natürliche Prozess ihrer Auflösung sich in der Regel als Schimmel zeigte, der über die zum Platzen mürben Fruchtgefäße hinauswuchs, handelte es sich hier um einen zutiefst beunruhigenden Farbwechsel. Die Farbe, an die sich Bergheim bei Bio-Himbeeren seit vielen Jahren gewöhnt hatte, war ein blasses, bläuliches Rot, das bei Lichteinfall fast durchscheinend wirkte. Diese aber waren anders, sie leuchteten in schwärzlichem Purpur, was den Früchten etwas entschieden Jenseitiges gab.
Bei seiner Inspektion der Schalen stellte Bergheim fest, dass selbst die Papiertücher unter den Beeren schon tiefdunkelrot waren und sich erste Tropfen wie frisch ausgetretenes Blut am hellen Holz der Schale sammelten. Der Name der Kooperative, Sommerfrische, war in Fraktur mit einem Retrostempel aufgedruckt. Seit kurzer Zeit tauchten überall Typografien auf, die an das früher als reaktionär geltende Sütterlin erinnerten. Mit dem altertümlichen Schriftzug wollte man sich bewusst zu einer Tradition bekennen, die noch Bezug zur Herkunft hatte und das eigene Land als Produktionsort ausländischen Importen vorzog. Bergheim konnte die Adresse nur mit Mühe entziffern. Automatisch sortierte er die achtlos übereinandergestapelten Schalen und rückte sie zurecht, sodass ihre Ränder eine gerade Linie ergaben und genügend Raum zwischen ihnen entstand, um die Früchte nicht noch weiter zu zerdrücken.
Er nickte, während er sich das Ergebnis prüfend besah, und musste wegen der Farbe unwillkürlich an Samtvorhänge denken, wie sie vor die Fenster von Leichenwagen gezogen wurden. Der kitzelnde Flaum, der sich beim Zerdrücken der Frucht im Mund wie ein Pelz auf die Zunge legte, widerte ihn auf einmal an. Dazu kamen die weißen Poren im Inneren der Himbeere, die schon von Natur aus an bedenklichen Pilzbefall erinnerten, obwohl sie nur die Punkte bezeichneten, an denen sie mit der Pflanze verbunden waren.

Die Härchen, die wild zwischen einzelnen Waben herausragten, schienen sich noch dazu zu bewegen, und über den zellenartigen Fruchtbällen formte sich gräulicher Schimmer, der sie fast staubig aussehen ließ, wie ein dünnhäutiger Bovist. Die Fruchtzellen, die ihm bislang als Schlüsselreiz dienten, um seinen Mund wässrig zu machen, flößten ihm auf einmal Furcht ein. Er sah grässliche Spinnenköpfe aus den Himbeeren herausspähen, das Wachstum des Fruchtfleisches, zuvor Beweis für die wunderbare Vermehrung der Natur, erschien ihm nun als gefährliches Wuchern, bösartige Fruchtzellen, die sich unentwegt teilten und der Welt feindlich entgegenwuchsen, um sie zu beherrschen und am Ende zu vernichten. Bergheim sah sich ungläubig um: Merkten all die anderen Marktbesucher denn nicht, was hier gerade geschah?“

 

Eckhart Nickel (Frankfurt am Main, 2 juni 1966)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Het licht van de grote U
Voor Michael Steffens

De jonge dichter zit op het zolderappartement op de vierde verdieping van de Johanna-Melzer-Straße en plukt aan zijn haar. Het is al ver na middernacht en hij moet nog zijn tekst schrijven voor de schoollezing van morgen aan het gymnasium. Hij zal met een verhaal over zijn eigen schoolervaringen komen. Hij zal er uiteindelijk een modderfiguur slaan maar goed, hij zal ze in ieder geval de kneepjes van het vak hebben laten zien. Zo stelt hij het zich voor. Nu hoeft hij alleen nog maar het verhaal te schrijven. Maar keer op keer is zijn blik gericht op de grote, verlichte U op de in onbruik geraakte, langzaam rottende gebouwen van de Union-brouwerij. Vanuit zijn raam ziet hij de U in een rechte lijn van een kilometer boven de daken zweven. De grote U, een prachtig visioen. Voor hem is het een icoon, een lettermeditatie, een enorme, volle bierpul aan de nachtelijke hemel. – Wanneer, denkt hij bezorgd, dooft zijn licht?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2021 en ook mijn blog van 2 juni 2019 en ook mijn blog van 2 juni 2018 deel 2.

Johan Harstad, Elizabeth Bishop

De Noorse schrijver Johan Harstad werd geboren op 10 februari 1979 in Stavanger. Zie ook alle tags voor Johan Harstad op dit blog.

Uit: Max, Mischa & het Tet-offensief (Vertaald door Paula Stevens en Edith Koenders)

“De dag begint. Niets aan te doen. Niets, door niets en niemand niet. Dat is nog wel het ergste, geen ochtend zonder deze allesverslindende teleurstelling: weer een dag. Altijd en eeuwig van voren af aan, godsallemachtig nog aan toe. Nooit gaat een dag verder waar de vorige is opgehouden, een dinsdag die een dinsdag blijft tot de sneeuw komt, maar steeds weer begint alles opnieuw, pedant en zonder uitzondering, iedere vierentwintig uur, tot op de minuut en de seconde nauwkeurig, als een vervelend, voorlijk kind dat indruk probeert te maken met zijn abnormale gevoel voor punctualiteit. Ze hadden best eens kunnen experimenteren met een week die twee keer zo lang was, zodat je tenminste niet de ene na de andere maandag voor je kiezen kreeg. De dagen en de week zijn nog niet om of daar zijn ze alweer, identiek en altijd van dezelfde matige kwaliteit, keurig aan huis afgeleverd, door de brievenbus geschoven, door open ramen naar binnen gegooid, door de schoorsteen gedonderd, je door de strot geduwd, als een abonnement dat je niet kunt opzeggen, terwijl het bedrijf erachter maar niet snapt waarom je ervan af wilt. Ochtendschemering boven Minneapolis/St. Paul. Het zou weleens een mooie dag kunnen worden, zo te zien, nog geen wolkje aan de lucht. Maar helemaal zeker is dat niet, het weer is vaak mooier in de uren voordat de zon opkomt, helderder, zachter en vriendelijker; ik neem aan dat daar een meteorologische verklaring voor is, ik zou erachter kunnen komen door het iemand te vragen, maar ik ben bang dat de persoon in kwestie zijn hoofd zal schudden, zijn papieren met analyses en weersvoorspellingen opzij zal schuiven en met een dappere glimlach zal zeggen: Het weer ’s ochtends? Dat is alleen maar zo om ervoor te zorgen dat we het weer een dag kunnen volhouden. Dat geldt ook voor het ochtendlicht, waarschijnlijk. God moet in de reclame zitten, of op zijn minst een opleiding tot scenograaf hebben gehad. Iets anders kan ik me haast niet voorstellen. ’s Ochtends ziet bijna alles er ook beter uit. Behalve de mens. De mens ziet er juist ’s avonds op zijn best uit. Pas in het pikkedonker toont hij zijn ware gezicht. Vervolgens wordt dat verlicht door de blauwe cijfers van de digitale wekker op het nachtkastje: 04.44. Ik zou moeten slapen, ik kan niet slapen. Ik slaap al een hele poos niet goed, niet meer dan een paar rusteloze uren per nacht. Ik lig wakker in het donker, omgeven door een knisperende stilte, nee geen stilte, maar een verontrustende rust. Anonieme voetstappen over het hoogpolige tapijt in de hotelgang, een slot dat voorzichtig wordt geopend met een sleutelkaan, gekuch of flarden van een vrijpartij (het verschil is moeilijk te horen), misschien een kamer of vijf verderop in de gang. Moeilijk te zeggen welke kamer. Achter twee ramen van de universiteit aan de overkant van de weg brandt licht, vast overijverige of wanhopige studenten die daar de hele nacht hebben gezeten en straks naar huis gaan. Ze bevinden zich in een andere stilte, een mildere stilte, waar aan het einde van de doorwaakte nacht een beloning wacht, wat die ook moge zijn.“

 

Johan Harstad (Stavanger, 10 februari 1979)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

De kaart

Land ligt in water; is geschaduwd groen.
Schaduwen, of zijn het zandbanken, aan de randen
afgebiesd met lange zeewierige banden
waar wieren naar eenvoudig blauw overhangen vanuit het groen.
Of leunt het land voorover om de zee vanonder op te tillen
en plooit haar onverstoorbaar om zich heen?
Trekt langs de delicaat geelbruine rand van steen
het land van onderen aan de zee?

De schaduw van Newfoundland ligt plat en stil.
Labrador is geel, waar de dromerige Eskimo
het heeft geolied. Wij kunnen deze lieflijke baaien strelen,
onder een loep alsof zij dan zouden gaan bloeien,
of om onzichtbare vissen van een schone leefomgeving te geven.
De namen van kustplaatsen lopen uit in zee,
de namen van steden lopen dwars door de nabije bergen
– de drukker ervaart hier dezelfde opwinding
als wanneer emotie zich te ver te buiten gaat.
Deze schiereilanden nemen het water tussen duim en wijsvinger
als vrouwen die de soepelheid van ellewaar beproeven.

In kaart gebrachte wateren zijn kalmer dan het land,
lenen het land hun eigen golvende structuur:
de Noorse haas rent opgewonden naar het zuiden,
profielen onderzoeken waar zee grenst aan land.
Worden ze hun toegewezen, of kiest elk land zijn eigen kleur?
– Wat bij het karakter of de inheemse wateren ’t beste past.
Topografie trekt niemand voor: west is even ver als noord.
Fijnzinniger dan die van geschiedschrijvers zijn de cartografenkleuren

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e februari ook mijn blog van 10 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Saskia de Coster, Maik Lippert

De Vlaamse schrijfster Saskia de Coster werd geboren in Leuven op 29 januari 1976. Zie ook alle tags voor Saskia de Coster op dit blog.

Uit: Wat alleen wij horen

“Er zijn mensen die zeggen dat alles wat je meemaakt, je opeen of andere manier verandert Alles, van het madeliefje dat je ooit plukte in de weide van je kindertijd tot de kans die je niet greep omdat je er nog niet klaar voorwas, van die ochtend dat je alleen wakker werd tot die avond toen een vreemde hand even de jouwe raakte in een druk café. Het vormt je allemaal, menen zij, het stuurt je voortdurend bij. Er zijn mensen die beweren dat niemand echt verandert. Geen herinnering, geen ervaring, geen andere mens kan hun harde contouren aan stukken slaan. Je bent en blijft wie je bent Tot op een dag ook zij worden ingehaald door iets wat ze niet in hun dode hoek hebben zien aankomen. De mensen die blijven veranderen, de onveranderlijke mensen en alle anderen, je vindt ze overal, in elke stad. Ook hier bevolken ze de straten en gebouwen. Het New York van Europa wordt deze stad ook wel genoemd omdat ze even onvermoeibaar is, omdat hipheid en traditie elkaar hier omarmen, omdat originele denken en durvende stad haar zoveelste adem geven. Na al die eeuwen van heen en weer slingeren tussen historische grootsheid en verval op de hoge hakken van restauratiesteigers, na al die oorlogen, herstelperiodes en gloriemomenten plaatsen in duigen valt, rijst ze in andere wijken weer op, eerst als een kind dat leert lopen en vervolgens als trendsetter waar anderen achteraan hollen. In de loop van de eeuwen heeft ze enorme aantallen bewoners verwelkomd en geherbergd. Doorlopend, dag en nacht, zonder adempauze, worden er in haar ziekenhuizen, huiskamers en ook wel eens op een van haar bussen of in een overvolle supermarkt stadsbaby’s geboren. Maar net zo goed neemt de grootstad dagelijks afscheid van haar bewoners op een van haar bloemenmarkten, in haar bars, voor of achter haar historische gevels, in haar discotheken en kantoren. Ieder halfuur, om precies te zijn, komt er een nieuwe stedeling bij en trekt er eentje weg, naar de stadsrand, naar een ander land of de eeuwigheid, in een perfecte aflossing van de wacht Over de vele pogingen om het lot om te buigen, de gewoontes en de ongeschreven regels te doorbreken, het verlangen en de angst te slim af te zijn, bestaan amper cijfers. Het zijn enkel de spectaculaire overwinningen en de pijnlijke missers die het tot nieuws schoppen terwijl zo vele stadsbewoners proberen. Hun blokkentoren van pogingen staat vaak wankel of dondert omlaag. Soms geraakt er iemand hogerop, een enkele keer loopt iemand regelrecht in de armen van het geluk De grootstad, op solide Europese gewoontes gebouwd, heeft altijd de deur opengezet voor groei en vooruitgang, maar nu barst ze uit haar voegen door de toevloed aan nieuwe mensen die haar geschiedenis niet delen. Ze siddert van onzekerheid bij de gedachte aan haar toekomst, terwijl ze om zichzelf op te peppen opbonden en banners uitroept hoe Gewoon Buitengewoon ze is, een verbindende slogan bedacht door een dik betaald marketingbureau.“

 

Saskia de Coster (Leuven, 29 januari 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

bijv. bananen

eet ik nog steeds
liefst overrijp

zoals toen
vruchtlichaam
met gebarsten schil
gestrande boten
op de bodem van de nylon tas
moeder nog steeds in het schort van de winkelmanager
versterkte kraagpunten
in de keukenhemel
de essentie
mijn ambrosius een vluchtige ester
isobutylacetaat
in elk scheikundeboek op te zoeken
en toch vergat ik en vergeet mezelf nog steeds vandaag
bij het losmaken van de schil
met elke hap tot in de kern
en ik beken
niet aan juanita te hebben gedacht
niet aan haar vader miguel
niet aan jaime julio en atahualpa

ik weet hun school
zijn gezwollen handen
en het moderne alfabet van vaste planten
en ik eet nog steeds bananen
liefst overrijp
in de keuken zit moeder
de punten aan de kraag zijn moe
wanneer je vertrekt
vergeet de bananen niet
en ik kauw gewetenloos
tussen de tanden tast de tong
tevergeefs naar het verlangen
om boete te doen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn blog van 29 januari 2019 en ook mijn blog van 29 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Ilja Leonard Pfeijffer, Raoul Schrott

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: Grand Hotel Europa

“Omdat Montebello, wie niets ontging, moet hebben gemerkt dat de conversatie niet wilde vlotten, begon hij uit zijn hoofd in het Frans poëzie te citeren, waarvan ik vermoedde dat het haar woorden waren. Ik kan niet alles letterlijk reproduceren en ik moet toegeven dat ik ook niet alles verstond, omdat ik niet was voorbereid op deze uitbarsting van Franse poëzie, maar ik verstond genoeg om te begrijpen dat het ging om een feministische visie op drie verlaten vrouwen uit de mythologie, Nausicaä, Medea en Dido, die volgens mij werden samengesmolten tot één modern personage in de gedaante van een zwerfster in de metro van Parijs, maar voor het laatste deel van deze interpretatie moet ik gezien de particuliere metaforiek een slag om de arm houden.
Deze indrukwekkende demonstratie van betrokkenheid van de kant van de majordomus had een onverwachte uitwerking op de gevleide dichteres. Ze begon te schateren, waarbij zichtbaar werd hoe haar tanden verankerd waren in de met roze tandvlees overtrokken mandibula van haar schedel. Het was bijna angstaanjagend hoe grappig zij de goedbedoelde declamatie van haar eigen meesterwerk achtte.
‘Er was een tijd,’ zei ze, ‘waarin troubadours vrouwen het hof maakten met hun gedichten. Je zou bijna heimwee krijgen naar dat verleden. Want zie mij aan, omstuwd door twee heren die in hun pogingen een vrouw genegen te stemmen niets beters kunnen verzinnen dan indruk op haar te maken met haar eigen woorden.’
Ze keerde ons haar rug toe en zweefde weg.
‘Welnu,’ zei Montebello tegen mij, ‘ik zou durven stellen dat deze ontmoeting naar omstandigheden voorspoedig verliep. Ze heeft zich zowaar verwaardigd enige woorden tot ons te spreken. Ze is lang niet altijd zo genereus.’
Ik complimenteerde hem met zijn indrukwekkende vertoon van bonhomie. Hij glimlachte verveeld.
‘Het is een essentieel onderdeel van mijn professie om zo veel mogelijk te weten over mijn gasten,’ zei hij. ‘Op uw gedichten studeer ik nog. Ik heb echter moeite met de klanken van uw moedertaal, dus ik vrees dat ik, wanneer de gelegenheid zich voordoet om iets van uw hand te citeren, mijn toevlucht zal moeten nemen tot de Engelse, Duitse of Italiaanse vertaling. Ik hoop dat u bij voorbaat de grootmoedigheid kunt opbrengen om mij dat te vergeven.’

 

Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

 

De Oostenrijkse dichter schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook alle tags voor Raoul Schrott op dit blog.

 

ISAAC NEWTON-PRINCIPIA

het was een dinsdag · de wit geschilderde tafel
en de stoelen stonden in het gazon en ik zat
met mijn stiefzusters te eten · het was warm

en vanwege de pest de faculteit gesloten · een glas
water naast het bord en de gefileerde vis
deed me walgen: de dunne darm

het zwart gestolde bloed · we babbelden wat
ik zag hun monden geluidloos bewegen
en achter haar rug iets als een vleugel

maar aan de randen bijgesneden · een aanraking
zonder opzet alsof een engel je gedachten wilde overwegen
toen viel er ineens een appel van zijn tak

en de wereld was in zichzelf geborgen · de heuvels
het huis het hek · geen begin vond
meer het einde op een vooraf bepaald punt – weerstond

zijn natuurlijke drang naar orde · een last
lag op de dingen en van hun massa ging een zwaarte
uit die ze van elkaar afstootte · het onbestemde in

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2019, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Ester Naomi Perquin, Anthony Hecht

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Over het effect van poëzie

Mijn zoon leert taal voor over zee. Hij worstelt met een t die klinkt
alsof hij er niet is. ‘Ik slis,’ zegt hij, ‘maar dat is niet zo erg
in het begin.’

Omdat ik van hem hou krijg ik hem zo te zien, vers gedolven taal,
moeizaam slalommend om zijn grotemensentanden,
een jongen uit een ander land.

Als ik huil, huil ik niet om hem. Niet om zijn uitspraak, de restjes
verwarring in zijn hoofd over Engeland en engelen,
niet eens om zijn onzekerheid.

Als ik huil is het omdat hij vraagt, aan zijn volwassen, iets te dikke
en weinig elegante moeder, terwijl hij er de meest oprechte
belangstelling in legt: ‘Do you want to be a ballet dancer?

En mam? Weet je wat ik heb gezegd?’

 

Onze geschiedenis

Je kunt je de dagen niet voorstellen, in zo’n hof. De dagen.
De gang van trage kuddedieren, de leeuw altijd kalm
naast het lam. Dof getok, schor gekakel.

Geritsel dat maar voort bleef duren, als het stromen
van een volkomen droge rivier. Steeds die gapende,
eindeloze uren. Het verlangen naar elders
beving ons, nam zienderogen toe.

Latere mensen spraken graag over God, zijn hof
als snijvlak van ruimte en onbegrensde tijd.
Maar voor ons was hij vooral begrenzing,
gebodsbord, overheid.

Wij staarden almaar voor ons uit, wij hadden geen verhaal.
Voor welke zonde was dat onze straf? Wij vroegen beleefd
om verlichting, verbeelding. Gedichten desnoods;
we oogstten gelach.

Er moest een uitgang zijn. Wij lagen wakker ’s nachts en
streepten opties weg. Een gat in de grond, een muur,
een hek. Maar uit wat volkomen lijkt
kom je niet meer weg.

Uiteindelijk begrepen we het allebei: het antwoord was
ons óók door God gewezen. We klommen omhoog,
betaalden de slang. Een vooraf vastgestelde prijs.

En eenmaal boven plukten we gretig, braken de ruggen
en sloegen toen open: ieder woord dat we lazen
was valluik, uittocht, paradijs.

 

Wet

Nu men over stilte bijna niets meer heeft te zeggen, het onderzoek
is afgerond, wereldwijd filosofen, psychologen, geologen
en de gewone man twijfelen aan het bestaan ervan

nu alles klinkt en piept, raast en knaagt, men naar buitenlandse
bergen moet of nachtelijke hei, naar binnenmeren,
buitenwijken, we nooit meer raken uitgepraat,
nooit meer tot bedaren komen –

Nu wat ons rest te klein wordt om onze doden in te passen,
kan men hooguit géén antwoord geven. Komma’s sparen.
Witregels verzamelen. Stillevens. Pauzes. Hapering.

Eén wet blijft altijd ongeschonden. Ter bescherming.
Vóór de stilte valt kan men iets zeggen. Of er na.
Maar nooit er midden in.

 

Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook alle tags voor Anthony Hecht op dit blog.

 

Het feest van Stephen

1
Het stuntelige spel van de kleedkamer,
Klam door de stoom van de betegelde douchecabines,
Met schaamteloze melanges van civet, musk en zweet,
Het lawaai van de petsende klappen met natte handdoeken
Onder de stalen kooien van kale peertjes,
In een dergelijke omgeving van dikke kelderbuizen
En schoonmaak werkelijkheden
Kijken jongens voor het eerst openlijk naar elkaar,
Inspecteren elkaars lichamen van dichtbij,
En wat ze zien is niet zozeer iemand anders
Als wel een vreemde, mogelijke versie van zichzelf,
En heel die sparringdans, dat hormoonleven,
Die gespannen, uitbundige lenigheid, is slechts een vaag,
Rusteloos, ongericht ballet van eigenliefde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e januari ook mijn blog van 16 januari 2019 en ook mijn blog van 16 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Antoine Wauters, Sascha Kokot, Philip Snijder

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit: Mahmoud ou la montée des eaux

« Au début, les premières secondes, je touche toujours mon coeur pour vérifier qu’il bat.
Car j’ai le sentiment de mourir.
J’ajuste mon masque, me tenant à la proue.
Je fais des battements de jambes.
Le vent souffle fort.
Il parle.
Je l’écoute parler.
Au loin, les champs de pastèques,
le toit de la vieille école et des fleurs de safran.
L’eau est froide malgré le soleil,
et le courant chaque jour plus fort.
Bientôt, tout cela disparaîtra.
Crois-tu que les caméras du monde entier se déplaceront pour en rendre compte ?
Crois-tu que ce sera suffisamment télégénique pour eux, Sarah ?
Qu’importe.
Agrippé à la proue, je vois mon cabanon, une vache qui paît en dessous des arbres, le ciel immense. Tout est loin.
De plus en plus loin.
J’enfile mon tuba. Je fixe ma lampe frontale afin qu’elle ne bouge pas.
Et je palme lentement pour maintenir mon corps d’aplomb.
Je prends ensuite une grande, profonde respiration, et tout ce que je connais mais que je fuis, tout ce que je ne supporte plus mais qui subsiste, tout ce qui nous tombe dessus sans qu’on l’ait jamais demandé, je le quitte.
Une sensation exquise.
La meilleure.
Bientôt, je code, je disparais mais je n’ai plus peur car mon cœur s’est habitué. »

 

Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

kalm word ik niet

kalm word ik niet
met mijn blik op het bos
en de zwarte meubels
die achter me zijn neergezet
de vrouw staat in de keuken
praat met het kind in de box
de honger laat het zeuren
morgen komt de mortel
voor de laatste voegen aan het huis
sinds een paar dagen blijft
de warmte langer in de oven hangen
hem aansteken gaat nu beter
zelfs de vorst trekt zich terug
maar wild verzamelt zich voor de poorten
kalm wordt ik niet

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Philip Snijder werd geboren in Amsterdam in 1956. Zie ook alle tags voor Philip Snijder op dit blog.

Uit: Retour Palermo

“Wang tegen wang, de mijne tegen die van de non, zeker al een kwartier. Onze mondhoeken bevonden zich op een centimeter van elkaar, minder nog, doordat ik de zijkant van mijn gezicht waar dat maar kon in volkomen symmetrie tegen de hare probeerde te duwen. Mijn kin tegen die van haar, dan het volle oppervlak van onze wangen, daarboven mijn rechterslaap tegen haar stugge witte hoofdkapje. Om nog dichter bij haar te komen had ik mijn vette lange haar achter mijn oor gehaakt. Ik stelde me voor dat ik bij het knipperen met mijn wimpers die van haar, op haar gesloten oogleden,
steeds raakte en liet meebewegen. Dat ik haar zo bijna on- merkbaar kriebelde en dat de snelle trekjes die haar neus en bovenlip maakten door deze ragfijne strelinkjes werden veroorzaakt. Al meerdere keren had ik mijn tong naar buiten laten komen en snel langs haar iets openhangende mond laten glijden. Op het glas van het coupéraam dat ons scheidde, was op die plek in de condens van mijn adem een vettige streep te zien.
Zittend op mijn rugzak, platgelegd in het gangetje van de nachttrein, kon ik mijn gezicht exact op dezelfde hoogte brengen als dat van de non, die in diepe slaap was weggezakt tegen het raampje dat naast de schuifdeur haar coupé afsloot. Waarschijnlijk om mij, na onze eerdere uitwisseling van sympathiebetuigingen, niet onbeleefd van zich te scheiden, en om mij zicht te geven op de tegen haar schouder slapende Ingrid, had ze het gordijntje dat zich naast haar bevond niet dichtgetrokken, wat haar toch een aangenamer hoofdsteun zou hebben gegeven.
En zo kon ik mij, aan de andere kant van het glas, over- geven aan een van de vele koortsige hersenkronkels die me door slaapgebrek, vermoeidheid en hitte in dit laatste deel van onze reis steeds vaker kwamen bezoeken. In de plotselinge zekerheid dat de bedorven atmosfeer in het gangetje aan míj te wijten was, had ik zeker een uur angstvallig mijn adem onderzocht in mijn zwetende handpalm, waarbij elke controle zowel een bevestiging als een weerlegging oplever-
de. Daarvóór had ik een lange tijd met woest kloppend hart zitten loeren naar de knieën en voeten van de mannen op de bank tegenover Ingrid.”

 

Philip Snijder (Amsterdam, 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2019 en ook  mijn blog van 15 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

The Visitation (Malcolm Guite), Paolo Giordano, Jens Fink-Jensen

 

Bij de vierde zondag van de Advent

 

De Visitatie door Frans Francken II, 1618

 

The Visitation

Here is a meeting made of hidden joys
Of lightenings cloistered in a narrow place
From quiet hearts the sudden flame of praise
And in the womb the quickening kick of grace.
Two women on the very edge of things
Unnoticed and unknown to men of power
But in their flesh the hidden Spirit sings
And in their lives the buds of blessing flower.
And Mary stands with all we call ‘too young’,
Elizabeth with all called ‘past their prime’
They sing today for all the great unsung
Women who turned eternity to time
Favoured of heaven, outcast on the earth
Prophets who bring the best in us to birth.

 

Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)
Molete Baptist Church, Ibadan, Nigeria

 

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: In tijden van besmetting (Vertaald door Pietha de Voogd)

“De corona-epidemie maakt een goede kans om de belangrijkste gezondheidsdreiging van onze tijd te worden. Niet de eerste, niet de laatste, en misschien niet eens de huiveringwekkendste. Waarschijnlijk heeft ze tegen de tijd dat ze is uitgewoed niet meer slachtoffers gemaakt dan andere epidemieën, maar drie maanden na de uitbraak heeft ze al een record gebroken: sars-CoV-2 is het eerste nieuwe virus dat zich zo snel over de wereld heeft verspreid. Andere virussen die er sterk op lijken, zoals zijn voorganger sars-CoV, zijn in korte tijd tot staan gebracht. Weer andere, zoals hiv, hebben jarenlang in het geniep op ons liggen loeren. Maar sars-CoV-2 is driester. Zijn brutaliteit maakt ons iets duidelijk dat we al wisten maar nog niet zo goed konden inschatten: op hoeveel niveaus we, overal, met elkaar verbonden zijn, en de complexiteit van de wereld waarin we leven, zijn sociale, politieke, economische, maar ook interpersoonlijke en psychische samenhang.
Ik schrijf dit op een uitzonderlijke 29ste februari, een zaterdag in dit schrikkeljaar. Het aantal bevestigde besmettingen in de wereld heeft de vijfentachtigduizend overschreden, waarvan tachtigduizend alleen al in China, en het aantal doden nadert de drieduizend. Deze merkwaardige boekhouding klinkt nu al drie maanden als ondertoon mee in mijn leven.
Ook op dit moment heb ik de interactieve kaart van de Johns Hopkins University weer voor me. De verspreidingsgebieden worden aangegeven met een rode cirkel die scherp afsteekt tegen de grijze ondergrond: alarmerende kleuren die wel wat terughoudender hadden mogen worden uitgekozen. Maar goed, virussen zijn natuurlijk rood, en noodsituaties ook. China en Zuidoost-Azië zijn onder één grote vlek verdwenen, maar de hele wereld zit onder de rode vlekken, en die rash wordt gegarandeerd steeds ernstiger.
Italië heeft zich, tot verrassing van velen, ontpopt als kampioen in de wedstrijd om welk land het griezeligst is. Maar dat is puur toeval. In een paar dagen tijd kunnen andere landen er zomaar slechter aan toe zijn dan wij.”

 

Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

 

De Deense schrijver, dichter, fotograaf en componist Jens Fink-Jensen werd geboren op 19 december 1956 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jens Fink-Jensen op dit blog.

 

Boven het stervende land

Onder:
Verscheurde berglandschappen
Met strepen sneeuw

Tussen twee lagen plexiglas:
Een vlieg opgegroeid en gestrand
In eindeloze ketens van afscheid
En aankomsten waar ik zelf
De zwakste en brekende schakel ben

Boven:
Vorstheldere zon en wazige dromen
Verwachting zekerheid

Vanbinnen:
Verlangen. Bijna voordat
Het afscheid in mij is neergedaald.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jens Fink-Jensen (Kopenhagen, 19 december 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e december ook mijn blog van 19 december 2018 en eveneens mijn blog van 19 december 2015 deel 2.