Peter Stamm, Sascha Kokot

De Zwitserse schrijver Peter Stamm werd geboren op 18 januari 1963 in Weinfelden. Zie ook alle tags voor Peter Stamm op dit blog.

Uit: Die sanfte Gleichgültigkeit der Welt

„Ich setzte mich neben sie, und wir schauten hin-unter zu den Gebäuden aus gelblichem Stein, die aus den dreißiger Jahren stammen mussten. Neben einigen quaderförmigen Bauten war ein monumentales, von viereckigen Säulen getragenes Dach, davor ein großer, zugefrorener Teich. Auf den Wiesen der sanft gewellten Landschaft lagen Flecken von Schnee. Vom Eingang des Friedhofs her kamen Menschen in dunklen Mänteln, einige allein, andere paarweise oder in kleinen Gruppen. Vor einem der Gebäude blieben sie stehen, eine verstreute Versammlung, die nicht recht zusammenzupassen schien.
Ich mag Friedhöfe, sagte Lena. Ich weiß, sagte ich. Es ist kalt, sagte sie. Wollen wir uns ein wenig bewegen?
Wir gingen den Hügel hinunter. Die Trauergäste waren inzwischen unter dem ausladenden Dach der Kapelle verschwunden, und der Platz war wieder menschenleer. Neben dem Gebäude stand ein Kandelaber mit einer Uhr. Seltsam, sagte Lena, das sieht aus wie auf einem Bahnsteig. Sie stellte sich unter die Uhr, schaute zu ihr hoch und prüfte dann die Zeit auf ihrer Arm-banduhr wie eine Reisende, die die Abfahrt ihres Zuges nicht erwarten kann. Endstation, sagte ich. Sie lächelte mich an, aber spielte ihre Rolle weiter, bis ich ein paar Mal leise in die Hände klatschte, worauf sie sich linkisch verbeugte.
Wir liefen weiter in das Gelände hinein, vorbei an geometrisch angelegten Grabfeldern in Richtung eines lichten Kiefernwaldes. Wir gingen so nah neben-einander, dass unsere Schultern sich manchmal streif-ten. Lena schwieg jetzt, aber es war kein ungeduldiges Schweigen, wir hätten wohl noch lange so gehen können, ohne zu reden, nur mit unseren Gedanken beschäftigt. Schließlich, wir waren eben zwischen die ersten Bäume getreten, blieb ich stehen und sagte, ich möchte Ihnen meine Geschichte erzählen. Sie gab keine Ant-wort, aber sie wandte sich mir zu und schaute mich an mit einem Blick, der weniger neugierig als vollkommen offen wirkte.
Ich bin Schriftsteller, sagte ich, oder besser, ich war Schriftsteller. Ich habe nur ein Buch veröffentlicht, und das ist fünfzehn Jahre her. Mein Freund ist Schrift-steller, sagte sie, oder möchte es gerne sein. Ich weiß, sagte ich, deshalb will ich Ihnen meine Geschichte er-zählen.
Wir gingen langsam den Kiesweg entlang, der in gerader Linie durch den Wald führte, und ich erzählte Lena von jener seltsamen Begegnung vor vierzehn Jahren, die dazu geführt hatte, dass ich das Schreiben auf-gegeben hatte.“

 

Peter Stamm (Weinfelden, 18 januari 1963)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

de machines worden te klein voor je

de machines worden te klein voor je
je kunt er niets mee doen
en weet alleen hoe hij de oude apparaten moet gebruiken
met hun zware lichamen scherp en grof
gegoten staan ​​ze koppig als een kudde in de hal
en tussen dat alles het kleine schepsel
breekt bij de minste schok in stoffige stukken
als broedplaats voor de bevruchte eieren
ze wachten op een gunstig moment
als je niet meer in de kamer bent en
alleen de gloeilamp zoemt als laatste warmtebron

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e januari ook mijn blog van 18 januari 2019 en ook mijn blog van 18 januari 2015 deel 2 en ook deel 3.

Ilja Leonard Pfeijffer, Raoul Schrott

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: Grand Hotel Europa

“Uit eigen beweging vertelde hij mij dat hij afkomstig is van het eiland Kreta, dat de Europese beschaving daar is ontstaan, dat dat geen toeval is, dat hij eigenaar is van een rederij en scheepswerf in Heraklion, dat dat hard werken is maar dat hij zich graag inspant voor de mensheid en dat hij de economische crisis goed was doorgekomen omdat hij anders dan de meesten van zijn concurrenten al jaren geleden had begrepen dat de toekomst buiten Europa lag. Ik vroeg of hij inmiddels van zijn welverdiende pensioen genoot. Hij beloonde mijn belangstelling met een bulderende lach, waarbij hij zich bijna verslikte in een garnalensoesje. Ik vroeg mij af of ik hem op zijn schouder moest slaan, maar hij deed dat al bij mij, terwijl hij hikkend van plezier zei dat er voor een man met een missie, zoals hij was, helaas niets anders op zat dan in het harnas te sterven en dat hij mij grappig vond. Deze conclusie, zijn verklaring van plichtsbesef en de resten van zijn garnalensoesje spoelde hij weg met een grote slok zoete witte wijn, terwijl ik bleef zitten met de vraag hoe hij vanuit dit geïsoleerde hotel, dat op honderden kilometers van zee lag, leiding gaf aan een intercontinentaal georiënteerd maritiem bedrijf, maar ik durfde het niet te vragen, want hij had alweer een nieuw soesje in zijn mond gestopt. Bovendien wilde ik niet al mijn kruit verschieten bij onze eerste ontmoeting, want ik vermoedde dat er nog vele gelegenheden zouden volgen, waarbij ik het voorrecht zou hebben alle details te vernemen van zijn talrijke successen.
Toen stootte hij mij aan met zijn elleboog. Ik verloor bijna mijn evenwicht. Hij knipoogde vet en gebaarde zogenaamd opvallend met zijn dikke hoofd in de richting van de deur, waar op dat moment de frêle gedaante van een lange, magere vrouw in een lange, witte jurk de Chinese kamer binnenzweefde. Ze had een hautaine, zowel gekwetste als neerbuigende blik, alsof ze een dichteres was die zich met tegenzin onder het ongevoelige gepeupel begaf. ‘Française,’ fluisterde de grote Griek en hij keek mij aan met een veelbetekenende blik, waarvan ik niet goed wist wat die betekende.
De volgende dag, gisteren dus, werd ik door meneer Montebello aan haar voorgesteld. Ze blijkt daadwerkelijk een dichteres te zijn. Ze heet Albane. Dat was haar voornaam, dan wel een soort artiestennaam. In elk geval achtte zij mij haar achternaam niet waardig. Montebello zei dat hij discretie beschouwde als een heilig gebod en dat hij nimmer de aanvechting zou hebben om er blijk van te geven dat hij ervan op de hoogte was dat zij en ik collega’s waren als hij niet gedreven werd door de overtuiging dat hij ons beiden daarmee een plezier zou doen. Ik zei dat het een eer voor mij was haar te ontmoeten. Zij beaamde dat met een knikje.
Nu ik haar schaamteloos kon aankijken omdat zij voor mij stond, zag ik mijzelf genoodzaakt te concluderen dat zij niet echt mooi was, althans niet op de banale manier waarop mooie vrouwen doorgaans mooi zijn. Zij grossierde niet bepaald in vormen. Met haar benige, tanige en uitgemergelde gestalte was zij meer iemand van duidelijke en consequente lijnen. Maar zij was in haar etherische hardheid onmiskenbaar fascinerend. Ik kon mij voorstellen dat haar poëzie compromisloos experimenteel zou zijn, en van een aantrekkelijke eenzelvige gekte, die in feite een getormenteerde en door geen criticus begrepen verschijningsvorm was van passie die woedde als een uitslaande brand.”

 

Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

 

De Oostenrijkse dichter schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook alle tags voor Raoul Schrott op dit blog.

 

Sant’Apollinare in Classe

de stappen klinken door parasoldennen · in rotseiken
en grindrozen die tussen de gemarmerde strandlelies
zich tot in het verloren bos voortzetten
siberisch edelweiss onder de vigiliën
van zijn naaldkronen. Niets jaagt steenpatrijzen
uit het mos op · ze reciteren hun strofen
waarbij de zeewind een keel opzet om op het gras
te gaan liggen als dauw · hun blauw wordt groener
om in een bloemenweide
plaats te maken voor zonnegeel · o sancta simplicitas
waarin alleen de bomen naar de hemel reiken
uit wiens steenvruchten men licht kan halen
en de rotsduiven elkaar met het bevende
slaan van hun ziel in de lucht houden · in het rode goud van god een papegaai
van wiens verenkleed van malachiet alle regen afsijpelt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2019, mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Ester Naomi Perquin, Anthony Hecht

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Moeder

Zoals ze in je praat en dingen vindt, dwars door je eigen woorden
klinkt, vaak ongevraagd, doe je haar nou wat opzij, je hebt toch
ogen, waarom moet dat nou zo open, die mouwen staan
je raar en doe een das om als het waait.

Zoals ze in je borstkas zucht wanneer je iets onnodigs dreigt te kopen,
zegt dat suiker, vet, voor je bloed, je hart, je lever slecht, door
drank en sigaretten is gekwetst, als je slordig oversteekt
of fietst door rood – je mag van haar niet dood,
niet eens geschud, geschaafd.

Als een achtervolgingsscène die een leven lang vertraagd
wordt afgespeeld. Ze loopt je na. Dit voortbewegen,
één en twee, in hetzelfde beeld.

Zo vaak val je tegen, zo vaak val je mee. Steeds ongevraagd
gered. Bij hond, stoep, hek en noodlot weggegrist.
Je kijkt naar haar. Je weet niet wie ze is.

 

Nattigheid

(Bij de aanhoudende droogte in Nederland) (NRC Handelsblad, 19 juli 2018)

Wat moeten we nu van ons landschap maken? Een akker moet van bovenaf
toch zichtbaar zijn maar alles is al lang vergeeld, vervaagd. Het veld,
de zoom, het gras, de bomen – bij de losplaats van de supermarkt
zullen de wagens komen. Kisten vol stofvormig fruit,
verpulverde slierten, draden, knollen.

Aardappels koken in de aarde droog. Vlees blijft stollen. De tijd wordt kaal.
De zon een bloeddoorlopen, starend oog dat onkruid brandt over
de godverlaten wegen. Een hark buigt langzaam krom.
Een hondentong plakt piepend vast
aan heet metaal.

De sloot spuugt gaargekookte eenden uit. Onzichtbaar leven stinkt en
woekert aan de kant. En vannacht staan de boeren op, sjouwen
langs akkers, houden de zonsopkomst tegen – bidden
tegen statistieken in. Grote weerman, aarde die
ons kostbaar is, geef ons heden regen

 

Bloem

(Bij de opnening van de Boekenweek op het thema ‘natuur’) (NRC Handelsblad, 9 maart 2018)

Natuur is voor tevredenen of legen.
Uitzicht waarbij geen uitleg nodig is.
Een aaibaar lapje vlees noch vis
waarlangs we ons gewapend voortbewegen.

Haast alle herten zijn van pluche gemaakt,
de goudvis zwemt de kinderkamer rond
en zelfs de stijf bevroren wintergrond
blijkt roomijs, met bastognesmaak.

Zelf vielen we tevoorschijn uit een boek,
bedachten de grenzen en tekenden kaarten,
kweekten rokerslongen, paardenstaarten,
de ongeslachtelijke onderbroek.

De evolutie is ons goed gezind geweest,
God heeft ons ingeënt tegen verdwalen.
Achter de hekken van onze verhalen
zijn wij het gezegendste beest.

 

Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook alle tags voor Anthony Hecht op dit blog.

 

Lot’s vrouw

Hoe eenvoudig de geneugten van die kindertijd,
Eenvoudig maar gevuld met exquise genoegens.
Het iriserende labyrint van de spin,
Zijn vastgebonden tensornest van polygonen
Opgezwollen door de wind tot een klein bolstaand zeil –
Dit alleen maar observeren gaf oneindig veel plezier.
Het geluid van regen. De zachte grafieten sluier
Van regen die van de wereld een staalgravure maakt,
Vol zachte vervagingen en vage afstanden.
De zelffelicitatie! van een vlieg,
Die in zijn handen wrijft. Het bruine bicamerale brein
Van een walnoot. De geur van was. Het gevoel
Van suiker op de tong: een heerlijk zand.
Men begrijpt meteen hoe Proust
Al die postzegeldetails zou kunnen koesteren.
Wie kan de charmes van retrospectie weerstaan?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e januari ook mijn blog van 16 januari 2019 en ook mijn blog van 16 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Antoine Wauters, Sascha Kokot

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit : L’enfant des ravines

« J’ai vécu jusqu’à mes dix-huit ans dans un petit village d’Ardenne où mon imagination se trouve, encore aujourd’hui. Que je le veuille ou non, tout ce que j’écris vient de là, des quelques mètres carrés du hangar à poules de mon grandpère, de l’odeur des fraises qu’il cultivait derrière l’église, face aux collines de Hoyemont, au-dessus de l’Ourthe et de l’Amblève, des silos à foin de la ferme de Jacques Martin, des bêtes sachant d’instinct trouver le bonheur, des machines agricoles défoncées par l’usage, dans le purin.
Je suis marqué à vie par ce monde presque disparu. C’est une immense joie et une immense peine. Je ne peux pas le dire mieux : mon enfance me remplit et de peine et de joie.
Ne pas arrêter de faire signe à l’enfant que j’étais, tenter de le revoir et de revoir mon frère, tout cela porte un nom : écrire. Mes livres pourraient d’ailleurs tous commencer par cette phrase, qui ouvre Pense aux pierres sous tes pas. « On était nés jumeaux, pourtant mon frère avait toujours été comme un aîné pour moi. » Quelque part, ça résumerait tout.
J’avais peur de la ferme de Jacques Martin, même si elle m’attirait. Il y avait les oies, qui me paraissaient être des bras automatiques nés pour blesser, des dindons, des porcs, un verrat dont Jacques disait qu’il pouvait nous réduire en bouillie en un seul coup de mâchoire, toutes sortes d’êtres préhistoriques puant atrocement, pourtant quelque chose m’y ramenait constamment, dans cette ferme, qui m’attirait comme un poison. Je peux chercher dans tous les sens, presque toute ma joie se trouve là, au milieu de ces pierres d’avoine, près des silos, contre le flanc des bêtes, dans le purin.
J’étais fasciné par ces vaches qui dormaient littéralement dans leur merde. Je pouvais rester des heures à les regarder. J’étais fou d’elles, fou comme on l’est toujours des choses qui nous font peur, fou comme je le suis encore de celles qui me dégoûtent. Le fromage, par exemple. Et le lait.
Avec mon frère, on habitait dans le bas du village, dans les remblais d’un trou aux crasses recru de ronces et de fleurs sauvages, une de ces déchetteries dont sont pleines les campagnes. Le terrain, en pente, filait droit dans le bois qui faisait partie de la propriété. Un bois qui fut la jungle où il me semble avoir laissé la part la plus vivante de moi. La plus cruelle. Et la plus douce.”

 

Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

altijd als de schemering tegen

altijd als de schemering tegen
het voorgloeien van de lantaarns wordt ingewisseld
staat iemand voor het raam en kijkt naar
wat hem langzaam uithongert
hoever het in deze paar minuten ook is
het komt weer merkbaar dichterbij
komt in zijn ban krijgt langzaam
vorm als een gegarandeerde herinnering
die niet kan worden afgeschud weggepraat
tussen huisgevels over tramrails
en groene ruimtes in dichte takken beweegt het
zonder enig gewicht met een kracht als
alleen dit licht nog kan vóór de
natriumdamplampen hun temperatuur bereiken
ons allemaal terughalen om de laatste dingen
te verrichten voordat de nacht en de komende dag
ons omhullen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook mijn blog van 15 januari 2019 en ook  mijn blog van 15 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

J. Bernlef, Sascha Kokot

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog..

Uit: Het wonder

‘Let op je woorden, jongen.’
‘Ja vader.’ Ik boog mijn hoofd en stak een hap eten in mijn mond. Snel slikte ik en keek onderhand op de klok. Over twintig minuten wachtte Rudi op me. Hij was er ook bij geweest vanmiddag. Ik was jaloers op hem want hij droeg als bewijs van de slag een smalle rode striem over zijn rechterhand. We zouden over onze overwinning praten, succesvolle aanvallen en slagen nog eens nabootsen, en scheldwoorden tegen de christelijken schreeuwen in de zomerse straat. De mensen die uit hun ramen hingen, zouden naar ons kijken en we zouden lachen omdat wij de overwinnaars waren. Daarom kon ik mijn mond niet houden. Ik moest praten over de slag omdat hij mij verhief boven alles wat ik tot nu toe was geweest. Terwijl ik praatte keek ik mijn broertje recht in zijn bolle gezicht, dat mij met een uitdrukking van verwondering aanstaarde. Hij begreep er natuurlijk niets van, maar hij zou mij tenminste niet in de rede vallen. Want terwijl ik praatte wist ik dat mijn vader iets zou gaan zeggen, een aanmerking zou maken over mijn taalgebruik, een plat uitgesproken woord uitdrukkelijk zou herhalen zodat ik genoodzaakt zou zijn het in keurig nederlands na te zeggen, voor ik verder kon gaan. Maar hij zei niets. Daarom hield ik even op met praten en keek in zijn richting. Hij moest al die tijd naar mij hebben gekeken want zijn ogen die op mij rustten hadden een gefixeerde uitdrukking.
Hij legde zijn mes en vork neer en wees op mij. Ik keek hem angstig maar ook vol verwachting aan. Misschien zou hij mij vragen wat ik gedaan had, hoe snel ik gerend had over de heuveltjes van het terrein, mij verstopt had in kuilen om opeens luid schreeuwend op te springen en een christenhond bij zijn overhemdje vast te grijpen en af te tuigen. Hij zei:
‘Jij moet eens luisteren. Heb je wel eens gehoord van het woordenpotje?’
Ik schudde mijn hoofd. Nee, daar had ik nog nooit van gehoord. Het woord deed mij denken aan een sprookje, maar mijn vader was geen man die sprookjes vertelde. Dat deed mijn moeder, vroeger, met woorden die zich als watten op mijn hoofd stapelden tot ik in slaap viel.
Hij liet zich achterover in zijn stoel zakken en zei:
‘Kijk, ieder mens heeft een woordenpotje van binnen. In dat potje zitten woorden, een heleboel woorden en iedereen heeft er evenveel in zitten. Maar elk woord dat je zegt verdwijnt eruit en er komen geen nieuwe bij.’
Terwijl hij dat zei keek hij naar het plafond alsof de woorden die hij zojuist gesproken had daar nu ergens zweefden. Hij keek ernstig, bedroefd haast. Zijn zware wenkbrauwen trokken samen en op zijn voorhoofd kwamen drie glanzende rimpels. Opeens keek hij mij weer recht en doordringend aan.
‘Maar mensen die te veel praten die raken zoveel woorden kwijt als ze klein zijn dat het potje leegraakt. Leeg! Die kunnen opeens niks meer zeggen! Nooit meer!’
Hij sloeg zijn handen in elkaar, als om te demonstreren hoe leeg dat wel was, hoe onverbiddelijk leeg. Mijn broertje begon hard te lachen en in zijn handen te klappen. Ik staarde een ogenblik naar mijn vader en draaide mij toen om naar mijn moeder. Ze knikte en glimlachte. Dat verwarde mij. De ernst van mijn vader en de glimlachende bevestiging van mijn moeder. Dan was het waar.”

 

J. Bernlef (14 januari 1937 – 29 oktober 2012)

 

De Duitse dichter, schrijver en fotograaf Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

op mijn benen slaapt in wit bont

op mijn benen slaapt in wit bont
de onrust in de ochtend
de honger in de avonduren
het verwarmende comfort ertussenin
en buiten mijn bereik
in de hoeken van de kamer
net onder de dekens
daagt je schaduw in de grijze vacht
altijd schuw en verkouden
hij kan nauwelijks naar buiten worden gelokt
Ik hoor hem slechts zacht hijgen
of diep in de nacht
speels door het huis jagen
ben je weg
dan wordt hij amicaal
volgt mij op het bed
wil lang geborsteld worden
ravot met de onrust
en de honger tot wij
kleine schrammen overhouden
en erkennen wie hier woont
hoe fout we het hadden

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn blog van 14 januari 2019 en eveneens mijn blog van 14 januari 2018 deel 2.

Edmund White, Adrian Kasnitz

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: The Unpunished Vice

“Sometimes I read now to fill up my mind-banks with new coins – new words, new ideas, new turns of phrase. From Joyce Carol Oates I learned to alternate italicized passages of mad thought with sentences in Roman type narrating and describing in a straightforward manner. To me the first half of D. H. Lawrence’s The Rainbow shows how far prose can go toward the poetic without falling into a sea of rose syrup.
Each classic is eccentric. Samuel Beckett is both bleak and comic. Karl Ove Knausgaard is both boring and engrossing. Proust is so long-winded he often loses the thread of an anecdote; too many interpellations can make a story nonsensical – and sublimely interesting, if the narrator possesses a sovereign intellect. V. S. Naipaul’s The Enigma of Arrival is both confiding and absurdly discreet (he doesn’t mention he’s living in the country with his wife and children, for instance; nor does he tell us that his madman-proprietor is one of England’s most interesting oddballs, Stephen Tennant). I suppose all these examples demonstrated to me that any excess can be rewarding if it explores the writer’s unique sensibility and goes too far. The farthest reaches of fiction are marked by Mircea Cărtărescu’s monumental Blinding and Samuel Delany’s The Mad Man and Compass by Mathias Énard – and there are no books more memorable.
Almost every literary gay book gets sent to me for a blurb, and I’ve become a true ‘blurb slut.’ It’s a bit like being a loose woman; everyone mocks you for your liberality – and everyone wants at least one date with you. I like to help first-time authors (if I admire their work), but serious writers aren’t supposed to be so generous with their favours. Now that I’m old I turn down most manuscripts, and I always remind publishers that I might not like their new books if I do read them. A good blurb is pithy, phrased unforgettably, at once precise and a statement that makes broad claims for the book.
Reading books by friends is a special problem. They usually want a review, not a mere blurb. If I have mixed feelings about a friend’s book, I phone him or her rather than write something. In a conversation one can judge how honest the writer wants you to be. He or she will clam up right away or press for a fuller statement. Sometimes I give writers reports as I read along; most writers can’t wait for a week to get a full report.
Reading books for pleasure, of course, is the greatest joy. No need to underline, press on, try out mentally summarizing or evaluating phrases. One is free to read as a child reads – no duties, no goals, no responsibilities, no clock ticking: pure rapture. Proust’s essay ‘On Reading’ is a magical account of a child’s absorption in a book, his regret about leaving the page for the dinner table, even the erotic aspect (he reads in the water closet and associates with it the smell of orris root). Perhaps my pleasure in reading has kept me from being a systematic reader. I never get to the bottom of anything but just step from one lily pad to another.”

 

Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

Bremerhaven 2

de wind voert het geluid weg
een geroezemoes van de havenfaciliteit
in lichtkegels

de hele stad op korter
wordende dagen – lichtsnoeren
naar buiten gewend
om de duisternis te verdrijven
(alsof ze daar woonde!)

de containers wagen zich
dichter en dichter bij de dorpen
kranen loodsen ze daarheen

de dijk houdt
het bier zo koud als lucht

alleen de bediening aan de bar
belooft troost in haar decolleté.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn blog van 13 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Cees van der Pluijm, Katharina Hacker

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

In het dal van Hinnom

Hij heeft het met behoedzaamheid gedaan –
Het was ook wel een kwestie van gewicht –
Hij trok de laatste deur voorzichtig dicht
En nam de lift die hem naar boven bracht
Tot waar hij niet meer verder hoefde gaan

Wat restte was het gruwelijk gezicht
Van zijn verminkt gelaat dat nooit meer lacht
Van zijn gebroken lichaam dat de kracht
Niet opbracht om hem vleugelen te geven
En van het bloed dat op de stoep bleef staan

Wat heeft hij in dat laatste uur gedacht
En zag hij in de vlucht zijn hele leven?
Hij stapte van het duister in het licht
De avond viel, de lampen gingen aan;
Ik heb sindsdien alleen clichés geschreven

 

De verlossing van het vers

Uw dichter houdt zich momenteel niet thuis
Hij bouwt een barricade in de gang
En geeft belet, wel vijftien regels lang
De deur is dicht, de winkel is gesloten

De ramen zijn verduisterd. Het gespuis
Mag bellen, kloppen, roepen, enzovoort
Hij is er niet, hij heeft het niet gehoord
Maar als u schiet, wordt er teruggeschoten

Hij duldt geen levend wezen meer in huis
De tederheid is op, de liefde stuk
Hij tolereert alleen nog het geluk
Van eenzaamheid; er is genoeg genoten

Ik hoor de mensen, maar ik ben niet bang
Ik voel de ruwe vezel van het koord
Nog even en dan stap ik van de kruk

 

Psalm 88

Schrap de naam, die zich honderd
keer opnoemt als ik slapend mijn zoektochten
staak; als zijn beeld in de nacht voor mij opdoemt
en ik badend in angsten ontwaak, ligt het woord als een vloek
op mijn lippen, word ik eeuwen per nachtgezicht ouder

Haal de last van wat was van mijn schouder, laat
zijn adem mijn lichaam ontglippen, laat de doden
de doden begraven; tussen levenden sta ik alleen
en geen mens die mijn eenzaamheid peilt

Die mij vroeger met vriendschap omgaven, deinsden
weg waar ik later verscheen; hij is dood
die bij doden verwijlt

Schrap de naam die mijn leven belaagt, mijn bestaan
tot de dood heeft verdaagd

 

Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

 

in januari

met de dag wordt de eenzaamheid groter
onder de mensen wier voetafdrukken niets
afbeelden als hun eigen grootte en het
bericht blijft weg dat aan de aarde plakt
niet voor en niet tegen ons getuigt
ons niet nodig heeft en niet onze angst
de bovenleiding kruist velden en wegen
opengesprongen koestert het land
– ijsresten en plassen en rottend hout –
en spaarzaam een paar stemmen met elkaar
zoals hand in hand over de hoogte slechts twee
een eindje en weer terug
omdat het verder niet gaat omdat het niet draagt
onder de hoogspanningslijnen
ter grootte van een voet en niet groter

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e januari ook mijn blog van 12 januari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Katharina Hacker

De Duitse dichteres en schrijfster Katharina Hacker werd geboren op 11 januari 1967 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Katharina Hacker op dit blog.

Uit: Darf ich dir das Sie anbieten? Minutenessays

Wetter

Man redet über das Wetter, es geht den Bach runter, sagt man, der Winter kein Winter mehr, die Sommer zu heiß und zu trocken, die Nächte zu kalt, der Globus dreht sich, das ist auch alles, und der Philosoph Bertrand Russell bemerkte schon zum Huhn, das jeden Morgen sein Futter erwartet, jedoch eines Tages geköpft wird, es hätte sich besser einen genaueren Begriff von Induktion gemacht. Das Wetter ist zum Fürchten, oder anders herum, wenn man sich eh fürchtet, warum nicht auch vor dem Wetter. Harmlos ist das ­Thema nicht, seit wir denken, das Wetter sei weder launisch noch gott­gegeben. Wir haben es gemacht, und was wir angerichtet haben, ist schlimmer als ein Gottesgericht.
Wir sind uns selbst ausgeliefert, in uns sind wir das schon immer, jetzt sind wir es auch in der Welt. Das Werk unserer Phantasie quält unsere Phantasie.

 

Später

Wie oft versteht man’s nicht zu dem Zeitpunkt, da man es verstehen wollte und sollte: Was es heißt, zu lieben, was es heißt, ein Elternhaus zu verkaufen, was es bedeutet, eine Freundschaft zu beenden, was es bedeutet, jemanden vor seinem­ Tod nicht mehr gesehen zu haben oder gerade um­ gekehrt sich doch zu verabschieden.
Was man nicht verstanden hat in dem Moment, in dem es vielleicht­ darauf ankam, ist darum nicht verloren. Es wartet. Es ruht, wie es in einer der von Martin Buber gesammelten Geschichten heißt, auf dem Herzen. Denn meist, wer könnte das leugnen, ist das Herz verschlossen. Dann aber öffnet es sich, öffnet sich doch einmal, für einen Augenblick, und was darauf lag, fällt hinein in seine Tiefen. Und wir verstehen es, glücklich oder mit Wehmut, da es zu spät ist, oder mit dem unwägbaren Gefühl, daß sich etwas ereignet hat.

 

Wolke

Manchmal fehlen die Vögel: ihre Stimmen.
­Manchmal fehlt der einzig sanfte Moment am Tag, eine bekömmliche Wolke, ein kurzes Innehalten des Windes.

 

—————–

in oktober

de kleur barst uit de ogen
terwijl de dag over het dak de wind
aandrijft en geur van wierook
uit een struik het roepen van een buizerd
onophoudelijk geluid en allerlei soorten vliegtuigen
overal hier flaneren voorbijgangers
zoals in de stad de honden voorop en
lichte schoenen aan de voeten
terwijl het landschap wordt opgebruikt
onder de dagelijkse blikken
worden de kleuren van dag tot dag
stoutmoediger barsten uit de ogen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katharina Hacker (Frankfurt am Main, 11 januari 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e januari ook mijn blog van 11 januari 2019 en ook mijn blog van 11 januari 2015 en ook mijn blog van 11 januari 2016 deel 2.

Saskia Stehouwer, Adrian Kasnitz

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Saskia Stehouwer op dit blog.

 

Jonge ogen

zeilboten in mijn hoofd de woorden
genoeg lege dagen in de la

stem omhoog
kop omlaag

ik wil je vertellen hoe lelijk je bent
je handen te groot om mijn planten water te geven
je voeten rolluiken voor mijn huis

ik vertel je hoe lelijk ik ben

iemand die nog niet bestaat
loopt over mijn typelint verzint zichzelf
ik loop hem achterna
kom jou opnieuw tegen

je handen bewegen als een hartslagmeter
om de letters aan elkaar te naaien
je voeten balanceren op de punt van mijn tong

heb ik dit zelf meegemaakt
of heb ik erover gelezen?

ik bouw een huis
waar je tekeer kunt gaan
het raam waardoor de wind
naar binnen gluurt ben ik

waar zullen we zijn als ze ons vinden
wat laten we achter in hun handen
nergens in mijn lichaam
zit iets wat op mij lijkt

toen ik gisteren bloemen kocht
wist ik niet dat ze voor jou waren

 

Kloof

twee handen in een wit veld
gravend naar wortels
geen woord voor hoe je moet lopen
als het glad is

voor je de put opent
is het handig om te weten
hoe je een ladder afdaalt

besmette randen aan de pot
hier heeft een dier gelekt

twee jurken en een dagboek pakken
en aan de waslijn hangen
schoon wordt het niet meer

je opent het luik
ziet geen ladder
de geur zet je op een lopen

in de dans zit een moment
waarop de dansers niet bewegen
maar de dans verdergaat in hun ogen
er wordt iemand opgetild
en verderop neergezet
uit hun hoofd steekt een voet

 

Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Zie ook alle tags voor Adrian Kasnitz op dit blog.

 

pizza vongole (alsof)

Ik at een pizza vongole met een dichter
collega. deed alsof ik de gedichten, de verzen
goed kon verteren. ik beet er met smaak in.
Ik vond het hartige lekker toen het hartig werd.
Ik prees de kruiden, het zout dat weerstand bood,
niet wilde opgaan in de gematigde smaak.
zelfs als er een stuk, de rand bijvoorbeeld
of de bodem, gegarneerd was met een verbrande korst.
Ik prees het hele ding, de breuk beseffend, lettergrepen
verslindend. Vaak schuurde het tegen mijn gehemelte,
natuurlijk deed het pijn, maar het was een soort
van pijn die iets groters vertegenwoordigde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e januari ook mijn blog van 10 januari 2019 en ook mijn blog van 10 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Bas Heijne, Nora Bossong

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Onbehagen

“Na 2001 schreef ik over weinig anders, vaak tot verbazing of onbegrip van een maatschappelijke, intellectuele en artistieke klasse die zich ferm gecommitteerd had aan het progressieve optimisme en die alle krachten die dat optimisme dreigden te ondermijnen, afdeden als oprispingen die uit het niets tevoorschijn waren gekomen – of een vreselijke terugval betekenden naar vooroorlogse, reactionaire fantasieën. Talloos waren de bijeenkomsten en discussieavonden waarop ontsteld of gepikeerd werd vastgesteld dat er iets heel lelijks uit de samenleving was opgeborreld – racisme, moslimhaat, anti-Europese sentimenten, de hernieuwde hang naar alles wat `Nederlands’ was – zonder dat daar verder diep op werd ingegaan. In de zaal zat immers niemand die dat soort sentimenten deelde. Het was betreurenswaardig, het moest zo snel mogelijk verdwijnen, maar men leek weinig zin te hebben zich erin te verdiepen. Belangstelling of begrip voor de emoties die ten grondslag lagen aan die steeds feller wordende reactie leken beschouwd te worden als een vorm van intellectueel verraad, een jammerlijke overstap naar the dark side. Daarbij, je kon in het geval van deze steeds bredere kloof toch niet aan beide kanten tegelijk staan? Dat zou morele onhelderheid betekenen. En dat in een tijd die, zoals de Amerikaanse filosofe Susan Neiman niet ophoudt te beweren, om morele helderheid schreeuwt. Ben je vóór of tegen de Verlichting? Onderschrijf je de principes van vrijheid en gelijkheid? Je kunt erover twisten wat de Verlichting nu precies inhoudt, welke denkers erbij horen en welke niet, wat de misvattingen rond de Verlichting zijn of de gebreken en beperkingen ervan. Die debatten worden overal gevoerd. Maar kun je er ook tegelijkertijd in geloven en niet in geloven? Kan dat? Of, anders gezegd: is oprecht optimisme over de mens mogelijk in een door pessimisme gekleurd wereldbeeld? In mijzelf bleef die ambivalentie lang onopgehelderd. Onwillekeurig beschouwde ik mijn groeiende verlichtingskritiek -en vooral mijn kritiek op de hedendaagse aannames over mens en maatschappij die zich op een mengeling van verlichtingsdenken en een op het christendom geïnspireerd humanisme baseerden -toch nog altijd als een correctie op het optimistische mensbeeld van mijn jeugd, in plaats van dat het dat mensbeeld verving. Wat je met de paplepel ingegoten hebt gekregen, laat zich niet zomaar ongeldig verklaren. Dat was waarschijnlijk de reden dat er iets stierf in mij, die winterse januaridag in Parijs.”

 

Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Bezoek

De oude vrouw zit dagenlang bij het raam
en houdt een zakdoek vast, te traag
om mee naar een wereld te zwaaien,
die ze niet meer betreedt Buiten
is een televisiebeeld. Hoe ik slaag
om van daaruit haar kamer binnen te gaan,
blijft een mysterie voor haar,
ze vraagt het mij niet
zegt alleen: er is zo veel,
dat ik niet begrijp,
ach meisje, weet je
de slimste ben ik immers niet.
En achter haar schaduw gaapt
haar woning,
de te grote schaal van een schelp, begraven
in het tijdslib, dat niet meer aan de stad toebehoort.
Het begon ermee dat ze dwergachtiger werd
jaar na jaar, niet meer te vinden
haar modieuze gang, haar knipperende ogen,
alsof er rokerige lucht
van een casino in haar ogen brandde.
Misschien, zegt ze, en op een dag
en wil niet weg van haar raam,
ze is zo mager geworden,
dat ze geen dag meer voelt.
Ach meisje, zegt ze.
weet je, we hebben immers de tijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.