Vrijheid (Toon Tellegen), Roni Margulies

Bij Bevrijdingsdag

 

Bevrijdingsmonument in Valkenswaard, ontworpen door Theo Nahmer, 1953

 

Vrijheid

Voor doodslaan en gelukkig zijn en schromen
en weifelen
en in een afgrond vallen
en ontkennen en schuldig zijn
en koortsachtig zoeken naar waarheid, schoonheid
maakt vrijheid geen verschil,
of hooguit een verschil als tussen een bloeiende appelboom
en geen bloeiende appelboom,
of tussen een kus en geen kus, hoe vluchtig
en verraderlijk ook
.

 

Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941)

 

De Turkse schrijver, dichter, vertaler en journalist Roni Margulies werd geboren op 5 mei 1955 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Roni Margulies op dit blog.

DE RODE LUIFEL
Ter ere van Thomas Hardy

Is er iets geweest, wat ik op een dag, een plaats,
een ogenblik zou hebben kunnen zeggen,
wat alles had kunnen veranderen?

Laten we een avond nemen, bijvoorbeeld
bij een etentje, toen onze ogen elkaar ontmoetten en
we ontroerd raakten, was er toen iets wat ik niet zei,

woorden, die mij een langere en grotere liefde
zouden hebben gebracht als ik ze wel had gezegd,
maar op dat moment eenvoudig niet kon bedenken?

Of iets wat ik zou hebben kunnen doen, maar
niet nodig vond en dus niet heb gedaan:
een blijk van liefde, een teken van berouw,

een paar tranen, of een andere overdreven reactie?
Op die dag toen het plotseling begon te regenen
en we onder een rode luifel schuilden,

stond ik op het punt om spontaan te gaan kussen, maar
het hield op met regenen. Als het één minuut langer
zou hebben geregend, had dan alles anders kunnen lopen?

 

Vertaald door Sytske Sötemann

 

Roni Margulies (Istanbul, 5 mei 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e mei ook mijn blog van 5 mei 2019.

Dag van de doden (Gerrit Kouwenaar), Paul Heyse

Bij 4 mei

 

Oorlogsmonument in Nieuwegein

 

Dag van de doden  

Het is weer voorjaar, dag van de doden
maar het sneeuwde toen deze woorden zich schreven

zij schreven vandaag, maar nu zij zich spreken
sneeuwt het nog steeds op een doodstille stad

vandaag hoort de woorden de stilte bezweren
alsof de tijd ooit te stillen was

zij noemen zich bij onteigende namen
zij willen wat doodzwijgt verstaanbaar maken

en roepen omlaag en omhoog in een gat
en spellen de sneeuw die maar niet wil smelten

op voorjaarsbloemen en monumenten
op vuilnisbelten en vazen met as

de witte stilte wordt gaandeweg grijzer
en wat de woorden ook willen ontzwijgen
de doden zijn dood, de bladzij is zwart –

 

Gerrit Kouwenaar (9 augustus 1923 – 4 september 2014)

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Paul Heyse werd geboren in Berlijn op 15 maart 1830. Zie ook alle tags voor Paul Heyse op dit blog.

Laatste wil

Op de dag dat het leven zal verdwijnen
en ik niet wakker worden kan,
in welke plaats of welke stad doet er voor mij niet toe,
ze zullen het bed voor me willen opmaken.
Een rustig graf zou ik hier graag willen,
onder deze cipressen,
waar ik met mijn zoete dromen rustte
en waarheen ik mijn schreden richtte.

Aan de oever van mijn meer, waar aan de randen
de vrede wappert met zijn vleugels,
zou ik met de mompelende golven
luisteren naar een cicadengetjilp,
zou ik vanaf de hoge Monte Baldo begroeten
de in slaap gevallen top,
zwartglanzend op het meer,
en trots en onveranderlijk, bekroond met sterren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Heyse (15 maart 1830 – 2 april 1914)
Portret door Adolph Menzel, 1853

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blogs van 4 mei 2019.

Erik Lindner, Erich Fried

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Tot een wiek van de molen losdraait

Tot een wiek van de molen losdraait
Ivens wacht op een stoel op de wind

tot de punt van een duinpan verkruimelt
op de wind op een stoel wacht Ivens

tot de trein in een rookpluim oplost
Ivens op een stoel wacht op de wind

tot het stof zijn ogen doet tranen
wacht op een stoel op de wind Ivens

tot het zweet op zijn kin opdroogt
op een stoel wacht Ivens op de wind

tot de baarden van kamelen wapperen
tot korrels als vlooien op de vlucht slaan

tot een slinger in een vliegertouw vastraakt
tot zijn wandelstok als golfclub omverslaat

tot het zand borrelt als schuim in de branding
tot het deksel van zijn koffer opengaat

op een stoel op de bergtop wijst Ivens
daar slaapt de wind in een hol in de woestijn.

 

Ze steekt een sigaret aan in de broodrooster

Ze steekt een sigaret aan in de broodrooster.
Ze blaast de rook door een kier van het raam.

Aan de overkant staat een kale man.
Uit een plastic tas steekt een vissenstaart.

Ze haalt haar nagel langs haar voortanden.
Over haar schouder hangt een theedoek.

Als haar heup zwaarder weegt dan het kozijn
kan ze haar heup dan in bedwang houden.

Als ze zacht voor zich uit zingt is ze bang
dat haar huid schroeit bij haar mondhoek.

Ze recht haar rug en blaast naar boven.
De man staat met de handen in zijn jas.

 

Terrein

Een deken ligt naast een auto de voordeuren open
een stel zit op een picknicktafel te praten

twee paarden naderen de parkeerplaats
ruiters stappen af en nemen de zadels
leiden de paarden aan teugels in de wagen
sluiten een balk dwars achter hun konten
waarover de staarten spreiden
sluiten links en rechts de deuren

auto’s rijden af en aan hardlopers lopen om
twee mannen lopen een hond achter hen
wachten in de bocht van het bospad

de zijdeur schuift open een ruiter stapt uit
pakt de zadels op en draagt ze de auto in
de ander trekt aan de deur steekt een hand op
en loopt over het terrein naar de oprit
langs de deken die op de grond ligt
licht brandt in de wegrijdende wagen

het dorp verderop het pad rond de weilanden
ganzen die gek worden boven de vijver.

 

Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

De drie stenen

“Hoe lang kan ik nog leven
als ik de hoop verlies?”
vraag ik de drie stenen.

De eerste steen zegt:
“Zoveel minuten als je
je adem kunt inhouden,
onder water,
nog zoveel jaren.”

De tweede steen zegt:
“Zonder hoop kun je nog leven
zolang je zonder hoop
nog leven wilt”

De derde steen lacht:
“Het hangt ervan af wat je
nog ‘leven’ noemt
als je hoop dood is”.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2019 en ook mijn blog van 3 mei 2017 en mijn blog van 3 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Wytske Versteeg, Angela Krauß

De Nederlandse schrijfster Wytske Versteeg werd geboren op 2 mei 1983. Zie ook alle tags voor Wytske Versteeg op dit blog

Uit: Quarantaine

“Zelf zei ze de ene keer het ene en de volgende weer iets heel anders; ze gaf me zo veel verklaringen dat ik niet wist welke ik kon geloven. Ze was misschien een pathologisch leugenaar, of gewoon in het bezit van een bloeiende fantasie – ik meet mij geen oordeel aan over de geest van een ander, althans niet die van haar. Dat ik nooit een definitief antwoord heb gekregen is in mijn huidige toestand een voordeel, want de leegte stelt me in staat naar hartenlust te fantaseren over haar Spaanse achtergrond, een verre voorvader uit die contreien, ontdekkingsreiziger misschien. Onmiddellijk slaat dan mijn geest op hol, visioenen van inheemse vrouwen zoals op de schilderijen van Gauguin, naakt op een schelpenketting na, verleidelijk wiegend met hun heupen. Zij op het zand tussen hen in, eveneens naakt natuurlijk, loom brengt ze een passievrucht naar haar mond; zo dadelijk, als ze de eerste hap neemt, zal het kleverige sap over haar dijen druipen. Direct daarna, gedachten schieten heen en weer als vissen, beelden van een dikke matrone met duidelijk zichtbare snor, kleine zwarte haartjes boven haar bezwete lippen, roerend in een gigantische pan met paella, nu verheft ze haar stem, roept: ‘Maríaa!’ Daar rent ze de keuken binnen, klein meisje met vlechtjes, om de een of andere reden zie ik een hond die om haar heen springt als op een middeleeuws schilderij, bleek licht van de tl-balken en alle tafeltjes bedekt met plastic zeil. Dan het schemerige licht van een moeilijk vindbaar zaaltje ergens in een Argentijnse stad, het ongegeneerd seksuele ritme van de tango dringt door een steegje heen. Zij met blote rug tussen de dames op stilettohakken, iemand schenkt te sterke drank, er klinkt geschreeuw wanneer er bloed vloeit – ah, had ik haar daar kunnen ontmoeten!”

 

Wytske Versteeg (Amsterdam (?), 2 mei 1983)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Krauß werd geboren op 2 mei 1950 in Chemnitz. Angela Krauß viert vandaag haar 70e verjaardag. Zie ook alle tags voor Angela Krauß op dit blog.

 

Zo vanzelfsprekend alles wat we bewonen.
Als ons lichaam,
waarvan het verval ons net zo ontgaat
als zijn constante vernieuwing.
Alles is vanzelfsprekend
zolang het leeft.

De manier waarop we een deur openen
en weer sluiten,
laat de grenzen tussen lichaam en woning
vervagen – slechts een moment,
maar vanzelfsprekend genoeg om ons eraan te herinneren
dat we niet gewoon diegenen zijn
die hier komen en gaan.

Of de schaduw
als die zich bandeloos, zomers
een jonge rij huizen om de nek legt,
voordat de warme, vochtige adem
van de straat na de stortbui
zoals vroeger door die van jezelf heen stroomt.

Wat we bewonen zijn we zelf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Angela Krauß (Chemnitz, 2 mei 1950)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2018 en ook mijn blog van 2 mei 2017 en ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

1 MEI (C. S. Adama van Scheltema), Johano Strasser

Bij de eerste mei

 

1e Mei demonstratie door Isaak Brodsky, 1934

 

1 MEI

Kom vriend met uw jonge vrouw!
Met uw liefdevol hartlijke vrouw,
Met uw al zo zorgende vrouw –
Welkom! welkom is zij
De eerste Mei!

Kom vriend met uw zoon, uw kind!
Met uw jonge en al verstandige kind,
Met uw o! eenmaal gelukkiger kind –
Welkom! welkom is hij
De eerste Mei!

Kom vriend met uw kloppende hart!
Met uw duldend maar dappre hart,
Wij roepen uw hoopvolle hart
Welkom in onze rij
De eerste Mei!

Wij allen behoeven elkaar!
Wij winnen slechts met elkaar –
Helpen, helpen wij dan elkaar:
Maken we elkander vrij
De eerste Mei!

Ons is immers deez’ dag!
Ons is deez’ bloeiende dag!
Als eenmaal der dagen dag –
Die vindt ons zij aan zij
De eerste Mei!

Aan óns is de komende tijd!
Ons, óns is de nieuwe tijd!
O heerlijk toekomstige tijd
Wij voele’ u nabij
De eerste Mei!

Want wij zijn de groten der aard!
Wij zijn de werkers der aard!
Wij zijn de winners der aard!
Dat zijn wij állen – wij
Den eerste Mei!

 

C. S. Adama van Scheltema (26 februari 1877 – 6 mei 1924) De diamantbeurs in Amsterdam, de geboorteplaats van Adama van Scheltema

 

De Duitse dichter en schrijver Johano Strasser werd geboren op 1 mei 1939 in Leeuwarden. Zie ook alle tags voor Johano Strasser op dit blog.

Op de drempel
Voor Franziska

Het geluk:
Op een zomerochtend
Uit de voordeur te stappen
En een moment
Niet te weten wie je bent

Onberispelijk de dingen
De levende wezens
Voltallig als had men jou achteraf
Toegevoegd aan het universum
Als een soort bij nader inzien
(Of omdat het misschien toch
Niet zonder jou gaat)

Maar dan het vermoeden
Dat er mogelijkerwijs
Niets noemenswaardigs is gebeurd
Sinds de laatste ijstijd het meer uitgroef
En de modderheuvel opwierp
Achter het huis

Glanzend
Als een zijden draad
Zweeft de gedachte in het ochtendlicht
Een licht, bijna onhoorbaar kloppen
Een geritsel misschien
Een knetteren
Meer niet

Dat is dus wat er overblijft
Wanneer de dood naar mij reikt:
Een wereld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Johano Strasser (Leeuwarden, 1 mei 1939)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Jeroen Brouwers, Ulla Hahn

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Het hout

“Daar zit Mansuetus die zijn naam uitspreekt als Mansoeweetoes. Hoofd van de middelbare klassen. Knapen van twaalf tot zestien, zeventien jaar, over wie ik in deze slaapzaal moet waken. Ik hoor je wel Bruinsma! Zodra ik mijn gloei-peer doof en de lichtvlek van het plafond verdwijnt, komt het janhagel tot leven. Bruinsma doet of hij nadrukkelijk kucht. Ahèmm ahùmm. Uit een andere chambrette komt geknor. Jou ook Weytjens! Ga slapen, man, het is hier geen varkensstal. Ik tik met het kruis van mijn rozenkrans op het tafelblad. Ik heb het ding in mijn hand om iets in mijn hand te hebben. Wij dienen dit kralensnoer dagelijks ten einde te prevelen daar wij zijn toegewijd aan de heilige maagd volgens de regel van Franciscus, zelf een gebeten vrouwenhater, al had hij volgens apocriefe bronnen iets met de heilige Clara. In de voorlopig weergekeerde stilte lijkt de hitte te gonzen. De atmosfeer als dreigend beest. Achter het schoolgebouw gloeit het schijnsel van de buitenwereld, zoals wij het autistisch noemen. De buitenwereld omspant de hele planeet en het universum. Onze gebouwencomplexen vormen een gesloten enclave, wij leven separaat van de buitenwereld, waar wij niet bij horen, onze terreinen zijn afgegrensd door muren. Wij vormen een autonome mannenkloostergemeenschap met jongenspensionaat, ons instituut heet sint Jozef ter Engelen, gesitueerd in het afgelegenste zuidoosten van Nederland. Om ons heen ligt het mijndorp Blijderhagen, waar soms fanfaremuziek vandaan komt, gedempt door verte. soms stemmen en gelach van mensen zoals ik aan de andere kant van de muren. Ik zit met zondige opstandige gedachten en met heimweeërige verlangens die in strijd zijn met knoop drie. Naar rechts loopt de straat dood op de grensboom met Duitsland.”

 

Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Aangekeken

Je hebt me aangekeken nu
heb ik opeens twee ogen minstens
een mond de mooiste neus
midden in mijn gezicht.

Je hebt me aangeraakt nu
groeit er een engelenvacht waar
je mij belast hebt.

Je hebt mij gekust nu
vliegen mij de gebakken
duiven patrijzen en kapoenen
zomaar uit de muil ach
en jij deed je tegoed.

Je bent me vergeten nu
sta ik hier
vraag ik wat
moet ik alleen
met al die rommel beginnen?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

K. P. Kaváfis, Monika Rinck

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

In the Same Space

The setting of houses, cafés, the neighborhood
that I’ve seen and walked through years on end:

I created you while I was happy, while I was sad,
with so many incidents, so many details.

And, for me, the whole of you has been transformed into feeling.

 

Vertaald door Edmund Keeley

 

Caesarion

In part to verify a date,
and in part just to pass the time,
last night I picked up a volume
of Ptolemaic inscriptions and began reading.
Those endless poems of praise and flattery
all sound the same. All the men are brilliant,
great and good, mighty benefactors;
most wise in all their undertakings.
The same for the women of the dynasty, all the Berenices
and Cleopatras, wonderful, each and every one.

When I managed to find the date in question,
I’d have put the book aside had a brief mention
of King Caesarion, an insignificant note really,
not suddenly caught my eye…

Ah, there you stood, with that vague
charm of yours. And since history has devoted
just a few lines to you, I had more freedom
to fashion you in my mind’s eye…
I made you handsome, capable of deep feeling.
My art gave your face an appealing,
dreamlike beauty. In fact, I imagined you
so vividly last night, that when my lamp
went out—I let it go out on purpose—
I actually thought you had come into my room;
you were there, standing before me,
just as you would have looked in defeated Alexandria,
pale and tired, ideal in your sorrow,
still hoping for mercy from those vicious men
who kept on whispering ’too many Caesars.’

 

Vertaald door Avi Sharon

 

The Next Table

He can’t be more than twenty-two.
And yet I’m certain it was at least that many years ago
that I enjoyed the very same body.

This isn’t some erotic fantasy.
I’ve only just come into the casino
and there hasn’t been time enough to drink.
I tell you, that’s the very same body I once enjoyed.

And if I can’t recall precisely where—that means nothing.

Now that he’s sitting there at the next table,
I recognize each of his movements—and beneath his clothes
I see those beloved, naked limbs again.

 

Vertaald door Avi Sharon

 

K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

vijver

zegt hij: het leed is een vijver.
zeg ik: ja, leed is een vijver.
omdat het leed door vissen doorschoten
in een trog ligt en bedorven ruikt.
zegt hij: en de schuld is een vijver.
zeg ik: ja, de schuld ook vijver,
omdat de schuld in een verzakking klotst
en mij al met mijn arm omhoog
tot aan de gestrekte oksel reikt.
zegt hij: de leugen is een vijver.
Ik zeg: ja de leugen eveneens vijver.

Omdat men in de zomer ‘s nachts
op de oever van de leugen picknicken kan
en daar altijd iets vergeet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e april ook mijn blog van 29 april 2019.

Wim Hazeu, Kathryn Maris

De Nederlands dichter, schrijver, journalist, radio- en televisieprogrammamaker, uitgever en biograaf Wim Hazeu werd geboren in Delft op 28 april 1940. Zie ook alle tags voor Wim Hazeu op dit blog.

 

maurits mok

de pijn van nooit geweest te zijn
staat in zijn blik te lezen
honger en vergassing zijn over z’n wezen
gegleden als de zee over de vloedlijn

wel zit hij ’s avonds op de bank
te bladeren in het boek Sobibor
op zoek misschien naar z’n zuster
omgekomen, weggevaagd lang hiervoor

 

Zichtbaar de tijd

4.
in het kiezelsteenwatergat
tuimelt de maan
in zeven uur stierf het kind
dat nu speelt met de zonnepool


5.
langs mijn rug
kruipen de dieren
in de ark van noach
voor de eenzaamheid
geef ik hen een zegen

troebel water
in de okselholte
slaat de kwast neer
op het dier
in mij en
van mij

6.
de rivier dampt
grijze stoom
nevel die oevers verzwijgt
ons om de tuin leidt
en brengt, als boot,
in havens van vroeger

 

Wim Hazeu (Delft, 28 april 1940)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Kathryn Maris werd geboren in New York in 1971. Zie ook alle tags voor Kathryn Maris op dit blog.

 

De H-man

Zijn superkracht was het onderwerp van steeds sterkere verhalen
over zijn bekwaamheid in hurling, een sport met prehistorische, Gaelic
oorsprong waarbij spelers hurleys (stokken) gebruiken met een sliotar (bal),
om ze over de lat van de doelpaal richten voor 1 punt,
of onder de lat van de doelpaal in het net voor 3.
Beschouwd als “de snelste speler ooit” in een sport die bekend stond
als ‘de snelste veldsport ter wereld’, brak de H Man ooit
de neus van een tegenstander met zijn kracht plus zijn snelheid
(hoewel sommigen zeggen dat hij zijn ribben of benen brak). Hij werd geen
“professional” omdat er geen professioneel hurling is,
maar hij werd dichter omdat die baan wel bestaat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathryn Maris (New York, 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e april ook alle drie de blogs van 28 april 2019.

Robert Anker, André Schinkel

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Nee

wij gaan godverdomme geen lijkrede schrijven voor elkaar
met grinnikende anekdotes, pijnlijke verzwijgingen
de elegie van weer gevonden, later toch verloren maar
wij laten ons niet kisten, het was een GOED leven
dat wij gaan begraven met een MOOIE begrafenis, nee
grijnzend groeten wij elkaar tot de volgende reünie, bij wie
maar niet bij ons, wij hebben juist weer iemand overleefd
en nee, wij gaan geen gedichten maken godverdomme
waarin we de bezongene niet bezingen maar zijn lot
ontvormen tot een stem van weemoed, zich verstamelend
tot onschadelijke schoonheid geschikt voor in de krant
wij gaan met bekkens en pauken woede drijven
door het smoelbeeld van de dood als door de Schelfzee
naar het beloftevolle heden dat ons dan geheel bewoont.

 

Op de halte

Omdat de tram niet komt maar wij nog steeds niets zien, verhevigd.
Dat er om de hoek een pand gekraakt, een buurvrouw zingt,
een oude man een kind dat huppelt aan zijn hand oversteekt,
deze vogel deze mooie brievenbus geraakt heeft – liefde, liefde.
Maar hier brandt de wereld veilig in een krant met vingers.
Ergens zit een lek, verdwijnen mensen, zakt een tegel weg.
Maar iemand steekt een kind omhoog, een paraplu, een periscoop.
Iemand anders breekt in fluisterzinnen los tegen een rug.
Omdat de tram nog eens begint bij de geboorte, dat kan ook.
Boven onze hoofden komt een witte wolk, maar geen herinnering.
Dat de tram door de velden zingt, bloemen bloeit, wonden maakt
maar tranen worden grint dat onder onze schoenen kraakt
om onze huizen aan het einde van de richting.
Een autootje roept water om, dat er geen water meer.
Maar bier genoeg op het terras waar alle mensen kijken.
Loopt de liefste zwaaiend met haar glas maar niet herkend.
Staan wij met 48 schoenen op de halte en een richting.
Wij staan met 48 hakken naar de richting op de halte.

 

Alles gefilmd

Dit zijn de schoenen van een man die als je zegt
hier zijn je schoenen zegt daar zijn mijn schoenen.

Denkt: mijn bloemen, mijn bloeien in de wereld.
Hij reist op sokken voor zijn huis heen en weer.
Hij komt weer binnen en verplaatst zijn schoenen.

Is hij die lieve man die met de kinderen praat.
Kan deze nieuwe wijk een nest tegen de wereld.
Hij zwemt zijn grenzeloze ogen in en uit.

Op een ochtend als de wereld overloopt,
dat hij dan de ramen openzet, hij neemt zijn buks
en schiet alle bloemen bij de buren alle dood.

De mensen praten, wijzen, lopen door elkaar.
Alles gefilmd door de media. De bloemen,
de emoties in de buurt, kijk, zijn schoenen.

 

Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Duitse dichter, schrijver en archeoloog André Schinkel werd geboren op 27 april 1972 in Eilenburg. Zie ook alle tags voor André Schinkel op dit blog.

 

Indachtig

Waar het vaalbruine koraalbos bloeit, en nu ook jij:
Ingeschreven in het logboek van de hartkoude volkeren,

De fossielen van pijn gaan op pad, door de planken
Van veerkrachtige hunkering, van barbaarse angsten bedreigd;

Klein de gemeenschap die nog de vacht van het spreken
Vertrouwt, het lawaaiig vertrek van brullende horden:

Een kwikzilveren duivel haalt al de mast binnen waaraan
De leren vlag van de slagers nog lange tijd wappert; –

Indachtig: zoveel te veel moet men de wereld vergeven
Dat het niet langer voldoende is voor het ontlasten van mensen;

En in de graven de knikkers van de kinderen: één
zwijgend klikken zolang het vlees in de

Ovens nog fluistert en ritselt; – en de merel … in
zijn zwarte frak behoedzaam zijn uitgesmeerde C zingt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

André Schinkel (Eilenburg, 27 april 1972)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl-Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

so wenig sinnlichkeit

können worte: nur engel benennen
ohne ihr gesicht abzubilden
ihr sanftes gewölbe aus knochen
ihr vermischtes gewölbe aus mann und frau.

einzig vergleiche, die noch leuchten können
wie in öl: sein metallisches flugkleid
wie der zerknitterte rumpf eines learjets
ohne lackierung ..

und dennoch: welche ärmlichkeiten.
kein roter vorhang nur aus worten
der sich begreifen lässt im auge, im gehirn. kein r-o-t
das in maria eindringt, in ihr kristallines b-l-a-u

und wie, wie willst du licht ersetzen!
noch lächerlicher hier nur
licht zu sagen
das durch das fenster stürzt und schleicht zugleich
um ihr gesicht kaum merklich anzuheben

dass es die weiße lilie sieht
endlich erblickt, in diesem raum
der lautlos schwebt, im weltall schwebt
mit strengen mustern, burg und wolken ..

ein arme-leute-essen ist gekocht, sonst nichts

ein teller suppe
wo nur worte schwimmen
wie lose hände, die nichts greifen können
doch greifen wollen, und in den flachen löffeln beten.

 

zo weinig sensualiteit

kunnen woorden: een louter benoemen
van engelen zonder hun gezicht af te beelden,
hun zachte gewelf uit botten,
hun vloeiende gewelf uit man en vrouw.

slechts vergelijkingen, die nog kunnen glanzen
als in olieverf: een metalen vliegpak
zoals de gekreukelde romp van een Learjet
zonder laklaag ..

en toch: wat een armoedigheid.
geen rood gordijn van louter woorden
dat zich begrijpen laat in ‘t oog, in de hersens. geen r-o-o-d
dat in Maria binnendringt , in haar kristallijne b-l-a-u-w,

en hoe, hoe wil je licht vervangen!
nog belachelijker om hier
licht te zeggen
dat door het raam valt en sluipt tegelijk
om haast onmerkbaar haar gezicht op te tillen

om de witte lelie te zien
er eindelijk naar te kijken, in deze ruimte
die stil zweeft, door het universum zweeft
in strakke patronen, burcht en wolken ..

een armeluis-maaltijd is gekookt, meer niet

een bord soep
waarin alleen woorden zwemmen
als losse handen die niets kunnen grijpen
maar grijpen willen, en in de platte lepels bidden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sommerfliege

an einem augustabend im jahr 2016: eine sommerfliege
die ihr nachtmahl verzehrt, auf einem baugerüst
am palazzo dario, ohne begleitung von menschen.

mit ihrem spärlich behaarten, vorderen beinpaar
stemmt sie sich gegen den getrockneten kot einer möwe
dirigiert ihren tupfrüssel, der alles befeuchtet, verflüssigt.

zwei venezianische lippenpölsterchen mit einem system
von winzigen rinnen, versteift mit noch winzigeren
spängchen, beginnen lautlos zu saugen – die sonne versinkt.

für sekunden stehn alle fenster in flammen, ist jede scheibe
lodernd orange! – manchmal innehaltend im tupfen
und herabblickend auf die vorbeiziehenden dunklen

gebilde, tausendfach gebrochen im optischen kessel ihrer
glasleuchteraugen, erweckt die speisende den eindruck
einer kleinen touristin

oder dogaressa
oder geisterjägerin
die durch die zeiten irrt.

 

Carl-Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.