Aldo Busi, Amin Maalouf, Anthony Burgess, Robert Rius, Karl May

De Italiaanse schrijver en vertaler Aldo Busi werd geboren op 25 februari 1948 in Montichiari, Brescia. Zie ook alle tags voor Aldo Busi op dit blog.

Uit: Standard Life of a Temporary Pantyhose Salesman (Vertaald door Ercole Guidi)

“Swallowing and by now lost, he had said:
“Why, you too remind me of a childhood   friend of mine. Now he’s in the slammer, in Hong Kong, or Bangkok, I’m not sure which. I knew you couldn’t be him.”
“Cut it out, will you? It happens.” And that is all he says. To him the conference is over and it has lasted all too long.
Angelo is standing there, awkward, half-stooped over those jagged implants of osseous death and lineaments dug out of a schoolbag, reduced into a little heap of suppressed yearnings, which from clear and easy now deafen one another into a slush of fury and humiliation wherein he again becomes confused, murky and fetid to himself. Angelo says without drawing breath:
“Well, if I’m not that friend of yours so much the better. A pretext to get to know each other now.”
It is incredible this unfortunate capacity of formulating perfect phrases, without the smears of an exhausted or excessive irony, when perhaps something muttered, indistinct, which may elicit sympathy or compassion or a releasing laughter, might prove a better bet.
The other cuts him short:
“But I don’t care to know you. You never happened to take somebody for someone else? So beat it, you hear me?”
“It was you who disturbed me, not I.”
“Hey, I don’t feel like talking anymore, all right?” and he turns the other way, toward a man and a woman to whom he smiles annoyed, as if to say «they always come my way».
Angelo had remained there, gazing at the water, not knowing what fish to catch in it.
Not knowing whether he should say good-bye or leave or just stand there, distended with convoluted breath. To have quicker reflexes, and more spunk: to fling himself onto him and rough him up.”

 

 
Aldo Busi (Montichiari, 25 februari 1948)

Lees verder “Aldo Busi, Amin Maalouf, Anthony Burgess, Robert Rius, Karl May”

Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Jacques Presser, Friedrich Spielhagen

De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: VSV

“Father Joseph wendde zich tot de bejaarde vrouw. Rond haar benen waren vleeskleurige zwachtels gewikkeld, vocht was erdoorheen gelekt.
‘Ria, ik moet je aan iemand voorstellen.’
De vrouw knikte en keek hulpeloos op. De geestelijke wees op Kohn en zei: ‘Dit is de man die het hart van Jimmy heeft gekregen. Ik heb je over hem verteld. Het hart van Jimmy, je zoon, Jimmy,’ herhaalde hij, ‘deze man heeft zijn hart.’
Alsof hij Kohn al jaren kende, veroorloofde Father Joseph het zich om met een vinger op de zijden stropdas midden op Kohns borstkas te tikken.
Ria bewoog langzaam haar hoofd en probeerde zich te concentreren op de onbekende man.
‘Heeft u Jimmy gekend?’ vroeg ze met zachte stem.
‘Nee,’ antwoordde Kohn.
‘U heeft zijn hart,’ sprak ze toonloos.
‘Ja. Ik heb Jimmy’s hart.’
‘Hij was een heilige,’ zei Ria. ‘Mijn zoon was een heilige. Hij kreeg een gezwel in zijn hoofd. Dat doet God met de mensen die Hij liefheeft. Hij wil ze dicht bij Zijn troon.’ Ze stak zoekende vingers uit, alsof ze niet precies wist waar Kohn stond. Het drong tot hem door dat ze blind was. Diabetes. Hij had gelezen dat veel zwarten eraan leden. Ze had niet gezien dat Father Joseph op Kohns borstkas had getikt. Hij nam haar breekbare hand tussen zijn handen en voelde fijne botjes onder de perkamenten huid.
Ze vroeg: ‘Hoe voelt dat, het hart van een heilige?’
Kohn zocht in haar zwevende ogen naar een antwoord: ‘Een geschenk.’
‘Wat heeft u tot nu toe met uw leven gedaan?’
Kohn keek Father Joseph een moment om raad vragend aan. De geestelijke glimlachte welwillend.”

 

 
Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

Lees verder “Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Jacques Presser, Friedrich Spielhagen”

Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

funeral in early spring

as the grave preacher recites
tired disingenuous clichés
on the glories of eternal life
a little girl wanders off
during her grandmother’s funeral
a girl of three or four
in her brand-new easter bonnet
bought three days earlier
with easter still weeks away

her mother had seemed horrified
at the girl’s fashion faux pas
but harried after weeks in the hospital
watching her own mother fade
she had reluctantly given in
to her daughter’s begs and cries
to wear the dress before its time

and now beneath the preacher’s words
the whispers grow among the spinsters
as they scowl at the impropriety
the very audacity of this splash of pink
gliding over the land of the dead

but the girl continues her dance
over the nearby graves
still far too young to pretend to understand
what it means to die

she dances along
her dress catching the breeze
floating upward as if buoyed by the souls
the memories
the empty silences
of the dead
flowing softly
into the promise of her silent womb

 

Twilight

These long stars
on

stalks
that have grown up

early
and are like

water
plants and that stand

in all
the pools and the lake

even
at the brim

of
the dark cup

before
your mouth these are

the one
slit star

 

 
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

Lees verder “Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms”

Erich Kästner, Jef Geeraerts, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Samuel Pepys

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Nachtgesang des Kammervirtuosen

Du meine Neunte letzte Sinfonie!
Wenn du das Hemd anhast mit rosa Streifen …
Komm wie ein Cello zwischen meine Knie,
und laß mich zart in deine Seiten greifen!

Laß mich in deinen Partituren blättern.
(Sie sind voll Händel, Graun und Tremolo.)
Ich möchte dich in alle Winde schmettern,
du meiner Sehnsucht dreigestrichnes Oh!

Komm, laß uns durch Oktavengänge schreiten!
(Das Furioso, bitte, noch einmal!)
Darf ich dich mit der linken Hand begleiten?
Doch bei Crescendo etwas mehr Pedal!

Oh deine Klangfigur! Oh die Akkorde!
Und der Synkopen rhythmischer Kontrast!
Nun senkst du deine Lider ohne Worte . . .
Sag einen Ton, falls du noch Töne hast!

 

Niedere Mathematik

Ist die Bosheit häufiger
oder die Dummheit geläufiger?
Mir sagte ein Kenner
menschlicher Fehler
folgenden Spruch:
“Das eine ist ein Zähler
das andere ein Nenner,
das Ganze – ein Bruch!”

 

 
Erich Kästner (23 februari 1899 – 29 juli 1974)
Als jongen op de muur van Villa Augustin (Kästner museum), Dresden 

Lees verder “Erich Kästner, Jef Geeraerts, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Samuel Pepys”

Henri Meilhac, B. Traven, Amoene van Haersolte, David Kalisch, Josephin Soulary

De Franse schrijver Henri Meilhac werd geboren op 23 februari 1831 in Parijs. Zie ook alle tags voor Henri Meilhac op dit blog.

Uit : La Belle Hélène

“Philocome.
Oui, seigneur !
Calchas.
Et le Tonnerre … a-t-on rapporté le Tonnerre ?
Philocome.
Pas encore !
Calchas.
Comment, pas encore ?
Philocome.
Non, seigneur, mais je l’attends !
Calchas.
Nous pouvons nous passer de Tonnerre aujourd’hui, la journée sera chaude : la fête d’Adonis présidée par notre grâcieuse souveraine … puis l’assemblée des Rois et en leur présence le concours des jeux d’esprit.
Philocome.
Sans compter l’imprévu.
Calchas.
Une pareille journée ne se passera pas sans oracle … et il n’y a pas d’oracle sans tonnerre … il me faut mon tonnerre.
Philocome.
Le forgeron Eutycles m’a bien promis … et le voici…”

 

 
Henri Meilhac (23 februari 1831 – 6 juli 1897)
Uitvoering van “La Belle Hélène“ in Dijon, Théâtre des Feuillants, 2011

Lees verder “Henri Meilhac, B. Traven, Amoene van Haersolte, David Kalisch, Josephin Soulary”

Ljoedmila Oelitskaja

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Oelitskaja groeide op in Moskou, waar ze biologie studeerde aan de Universiteit van Moskou. Daarna werkte ze aan het Academie-instituut in Moskou als wetenschapster op het terrein van de genetica en biochemie. Oelitskaja begon haar literaire carrière in de jaren tachtig als schrijfster voor het ‘Joods Theater’ en als scenarioschrijfster voor de film. Haar eerste novelle, Sonetjska (1992), was meteen een groot succes en de start van een snelle literaire carrière, ook internationaal. Haar bekendste roman is “Reis naar de zevende hemel” uit 2002: de geschiedenis van de Russische artsenfamilie Koekotski, een verhaal waarin het begrip vrijheid op alle mogelijke manieren centraal staat. Oelitskaja’s boeken werden in vele landen vertaald, ook in het Nederlands. Haar werk werd ook veelvuldig onderscheiden, onder meer met de Russische Bookerprijs (2002), de Orde van de Academische Palmen (2003), de Orde van Kunst en Letteren (2004) en de Man Booker International Prize (2009).

Uit:The Funeral Party (Vertaald door Cathy Porter)

“Something had happened to Alik’s vision. Things disappeared and sharpened simultaneously. Densities altered and expanded. The faces of his friends became liquid, and objects flowing. But this flowing was pleasant rather than unpleasant, and revealed the connections between them in a new way. The corner of the room was cut off by an old ski, from which the dingy white walls ran off cheerfully in all directions. These undulations were halted by a female figure sitting cross-legged on the floor, touching the wall with the back of her head. This point, where her head touched the wall, was the most stable part of the picture.
Someone had raised the blinds and the light fell on the dark liquids in the bottles, shining green and gold on the window-sill. The liquids stood at different levels, and this xylophone of bottles suddenly recalled a youthful dream. In those years he had painted many still lifes with bottles. Thousands of bottles. Maybe more than he had drunk. No, he had drunk more. He smiled and closed his eyes.
But the bottles didn’t go away: they stood there palely, like waving columns on the other side of his eyelids. He realized that this was important. The realization crept in slowly and hugely, like a loose cloud. Bottles, bottle rhythms. Music sounded. Scriabin’s light-music. This had turned out on closer study to be thin, mechanical rubbish. He had gone on to learn about optics and acoustics, but these hadn’t been the key to anything either. His still lifes weren’t bad, just utterly irrelevant: he hadn’t discovered the metaphysical still lifes of Morandi yet.
All those paintings had been blown away in the wind; none were left now apart from a few in Petersburg maybe, stored by his friends there, or by the Kazantsevs in Moscow. God, how they used to drink in those days. They had collected the bottles, taking back the ordinary empties, but the foreign ones and the old ones of coloured glass they kept.
The bottles standing on the tin flap which edged the roof of the Kazantsevs’ house in Moscow were Czech beer-bottles of dark glass. No one could remember who had put them up there. In the Kazantsevs’ kitchen was a low door leading up to the attic, and from the attic a window opened on to the roof. Irina once darted out of this window and ran across the roof. There was nothing unusual about this, they were forever running on to the roof to dance and sunbathe.”

 
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

In Memoriam Leo Vroman

In Memoriam Leo Vroman

De Nederlandse dichter en schrijver Leo Vroman is vanochtend op 98-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Fort Worth in de Verenigde Staten. Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Uitstel van het einde

Het advies in dit stakkergebouw
is: Blijf zo lang mogelijk bezig,
maar ik neem dat niet zo nauw
en ben dus flakkerend aanwezig.

Zo voel ik mij soms naar buiten zweven
als ik naar ons uitzicht kijk,
en ben, Bezig, dan weer even
in twee kamers tegelijk.

Dan weer, graag bij bliksemlicht,
moet ik nodig een gedicht
en ben een vleugelsinterklaas,
een onweerbare huispoweet
van fladderend meesterwerk, helaas
niet wetend hoe het onweer heet.

Duikelend schaam ik mij dan weer
voor mijn vlegelachtigheid
en de draad noodlottig kwijt
schrijf ik mij neer.

 

Steen

Drie stenen zitten op een steen.
Acht stenen liggen er om heen.
Daar onder liggen er nog negen.
Andere daar naast en tegen.
Een steen steekt half uit het zand naar buiten
om zich nog eventjes te uiten.
Leert, kinderen, dit uit zijnen mond:
houdt steeds een vuist boven de grond.

 

Sluiting

Als ik morgen niet opsta
moet je niet schrikken:
per slot, elke opera
en alle toneelstukken
hebben hun ogenblikken,
het vallen van gordijnen
of andere ongelukken.
Dit is dan het mijne.

Sluit dus mijn gezicht,
doe die mond en twee ogen
maar netjes dicht
en ik ben voltooid.

Laat zo maar gaan,
en die oren mogen
nog openstaan,
want je weet nooit

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Sean O’Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Huid en haar

‘Waar wacht je op?’ vraagt Lea.
Ze draagt een zwarte wollen jas met een bontkraag, tweedehands gekocht. Ze kan zich zulke jassen niet nieuw permitteren. Lea reist lichtbepakt. Een rugzak, meer heeft ze niet nodig voor vijf dagen. Met een föhn krijg je de meeste kreukels uit je kleren.
Op haar knie ligt een hand. Maar een hand op een knie is nog geen intimiteit.
‘Waarvan bent u precies een kenner?’ had een professor haar die avond tijdens een staande receptie gevraagd terwijl hij schijnbaar terloops haar bovenarm aanraakte. Ze had het onprettig gevonden. De vraag en de aanraking.
Een uur daarvoor had ze haar jurk in de badkamer opgehangen aan de rail waaraan ook het douchegordijn was bevestigd en hem met de föhn behandeld. De kreukels gingen er minder goed uit dan ze had gehoopt. Morgenochtend gaat ze naar huis, dan kan ze haar jurk laten stomen.
Kenner. Een belachelijk woord. Je kunt het eigenlijk alleen ontkennend gebruiken, als in: ‘Ik ben geen kenner van porseleinwerk.’ Ze is een kenner van Rudolf Höss, dat moest ze toegeven.
‘Höss,’ had ze geantwoord. Vervolgens had ze zich geëxcuseerd met de woorden: ‘Even kijken of hier nog meer mensen zijn die ik ken.’
In de verte, ingeklemd tussen een pilaar en een gesticule- rende man met een baard, had ze Roland Oberstein zien staan. Ze had de behoefte gevoeld om op hem af te stappen en zonder verdere plichtplegingen tegen hem te zeggen: ‘Red mij.’
Pathetisch natuurlijk. Maar is hoop op redding niet per definitie pathetisch? Hebben we leren leven zonder hoop? Als we al redding zoeken, mogen we dan alleen diep in onszelf graven?
Ze weigert dit te aanvaarden.
De professor was achter haar aangelopen. ‘Höss,’ had hij gezegd, ‘de commandant van Auschwitz. Boeiend. Had hij niet een verhouding met een gevangene in het kamp?”

 

 
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

Lees verder “Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Sean O’Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed”

Morley Callaghan, Wayne C. Booth, Jules Renard, James Russell Lowell, Edna St. Vincent Millay, Ottilie Wildermuth

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto. Zie ook alle tags voor Morley Callaghan op dit blog.

Uit: All the Years of Her Life

“The drug store was beginning to close for the night. Young Alfred Higgins who worked in the store was putting on his coat, getting ready to go home. On his way out, he passed Mr. Sam Carr, the little gray hair man who owned the store. Mr. Carr looked up at Alfred as he passed and said in a very soft voice, ”Just a moment, Alfred, one moment before you go.”
Mr. Carr spoke so quietly that he worried Alfred. ”What is it, Mr. Carr?”
”Maybe you’d be good enough to take a few things out of your pockets and leave them here before you go.” Said Mr. Carr.
”What things? What are you talking about?”
”You’ve got a compact and a lipstick and at least two tubes of toothpaste in your pockets, Alfred.”
”What do you mean?” Alfred answered. ”Do you think I am crazy?” His face got red.
Mr. Carr kept looking at Alfred, coldly. Alfred did not know what to say and tried to keep his eyes from meeting the eyes of his boss. After a few moments, he put his hand into his pockets and took out the things he had stolen.
”Petty thieving, eh, Alfred?” said Mr. Carr. ”And maybe you’d be good enough to tell me how long this has been going on.”
”This is the first time I ever took anything.”
Mr. Carr was quick to answer, ”So now you think you tell me a lie? What kind of a fool do I look like, hah? I don’t know what goes on in my own store, eh? I/ tell you, you have been doing this for a long time.” Mr. Carr had a strange smile on his face. ”I don’t like to call the police,” he said, ”but maybe I should call your father and let him know I’m going to have to put you in jail.”
”My father is not home, he is a printer, he works nights.”

 

 
Morley Callaghan (22 februari 1903 – 25 augustus 1990)

Lees verder “Morley Callaghan, Wayne C. Booth, Jules Renard, James Russell Lowell, Edna St. Vincent Millay, Ottilie Wildermuth”

Herman de Coninck, Chuck Palahniuk, Hans Andreus, Wystan Hugh Auden, Laure Limongi, Justus van Effen

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook alle tags voor Herman de Coninck op dit blog.

 

Mijn Moedertje

juist als ik bedenk hoe onnoemelijk mooi je rug
verandert in twee wonderen,
komt mijn moeder binnenvallen om nog avondijke
overschrijvingen te doen. we zoeken beide de vrede
des harten op nogal verschillende manieren.

ze komt om haar dagelijkse portie zoon.
ze zegt dat ik mijn voeten moet verwijderen
van de zetel van haar keuze, en laat er dan
haar achterste als een strandbal in neer.

op de schoot waar ik vroeger zat liggen
belastingformulieren die ze beter begrijpt.
het is niet haar fout dat ik mezelf ben,
echt niet. we zwijgen.

tot ze eindelijk slapengaat. ik plak
een zoen als een scheve postzegel
op haar kaak. ik lig een verdieping hoger wakker
dan zij. door de avond razen treinen
als lange aa’s door lange ziekenzalen.

 

Cadeau

Het gaat niet over hebben, hooguit over krijgen.
Alléén ben ik degene die nooit praat,
maar met jou kan ik zwijgen.

Over wat voorbij is en nooit overgaat.
Over mijn vader. Over een vroegere vrouw.
Over hoe verliezen kan verrijken.

Neem een kind dat zijn eerste stappen zet.
Het gaat niet over hen vasthouden, maar over -zou
ik?- loslaten en lang kijken.

 

Flamingo’s

Flamingo’s op poten zo dun als de ff’s
van mejuffer, of als twee sigarette-
pijpjes waaraan ze zuinig de rook
van zichzelf opzuigen: met dit soort
raffinementjes zetten ze zichzelf voortdurend
voorzichtig op stelten.

En hoe ze op één been staan, het andere
in hun veren opgeplooid als een handtas
onder de arm, deftige dames, wachtend op de tram
naar Rilke (psst, Germaine, laat niks merken,
daar zijn weer toeristen naar ons aan ’t kijken!).

 

 
Herman de Coninck (21 februari 1944 – 22 mei 1997)
Op een flyer

Lees verder “Herman de Coninck, Chuck Palahniuk, Hans Andreus, Wystan Hugh Auden, Laure Limongi, Justus van Effen”