Jacq Firmin Vogelaar, Adrian Matejka

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Windziekte

“Duizend naalden die regen, plotseling bewoog zijn tong, dat was geen vergissing, duidelijk voelde ik mijn tong, enigszins knakkend, enigszins krakend, deze woorden waren de eerste die zich roerden nadat ik lange tijd met stomheid geslagen was geweest. Grammatikaal nog wat krukkig, duizend naalden die regen, maar het gaf de burger moed dat de eerste woorden zich aandienden in lyries sellofaan verpakt. Van boven naar beneden, de regen valt, dus ben ik beneden, plotseling werkte mijn verstand weer, met mondjesmaat natuurlik, het licht ging aan, het gas siste en de buizen suizden, alle voorzieningen deden ’t. Waar ben ik, in heldere witte letters danste het onderschrift voor mijn geestesoog, plotseling kon ik weer zien, waar ben ik? Een fraksie van ’n sekonde was ik alleen, schommelend in ’n roeibootje, met ’n gedimde maar aanvallige herinnering, oppassen zei ik op hetzelfde moment tegen mezelf, dit zijn mijn woorden niet, ik rook iets, narigheid, daaraan herinnerde ik mij, of herinnerde mij iets, mijn hand uiterst voorzichtig dus teder want bedacht op tetterdetet luidkeelse protesten en ongerijmd misbaar (maak me klaar) teder was de bedoeling op en om en tussen weke borsten, plotseling was ik weer bij m’n positieven en bespeurde ik iets, niets anders dan oorsuizen en pulseren van het bloed hoorde ik zeggen. Ik leefde dus nog, toch meende ik stemmen gehoord te hebben, een monumentaal hoofd keek van boven op me neer, dat hebben we geklaard. Er werd niet gezegd: hij heeft het gehaald, of: nu wordt er betaald, ik zweer dat er gezegd werd: dat hebben we geklaard, en zoals bij verplegend personeel te doen gebruikelijk werd ik daarmee bedoeld. En als ik hem niet gezien had, wanneer hij niet zo laf was geweest, de neetoor, met de dag werd zijn gedrag onbetameliker, baloriger tegenover anderen lafhartiger tegenover mij, als ik toen geweten had dat zijn brein erachter zat had ik durven zweren dat er gezegd werd: dat hebben we geklaard, en dat we onder anderen Gans was. Voorlopig moet ik volstaan met een blotebillengezicht boven me dat niets goeds voorspelde en nog met konsumptie sprak bovendien. Hoe is het weer, vroeg ik. Kon er mee door, men mocht niet mopperen, er zat muziek in, hoorde ik zeggen en ’n paar onsmakelike details bestemd voor smakkende co-assistenten die de een na de ander wilden voelen, lekker knijpen in de rubber slang.”

 

Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)
In 1968

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Onfunky UFO

De eerste lancering van de Space Shuttle werd uitgesteld tot
zondag, dus moesten we in plaats daarvan in de klas kijken
naar de terugkeer van de shuttle naar de aarde: het dikke zwart & wit van de PS113
rolde naar binnen, de antennes bovenop zijwaarts
bijgesteld en lager voor een betere ontvangst. Op dezelfde
dag stal Garrett mijn nieuwe pennenbakje. Op dezelfde
dag plaste Cynthia in haar spijkerbroek in plaats van naar de wc
te gaan en liet ze Garrett haar pennenbakje
stelen. Allebei te overstuur om vragen te beantwoorden over
de ruimtevlucht, dus werden achterin de klas gezet.
Ik rook naar het soort schaamte dat een gevecht begint
op een dinsdagmiddag. Cynthia rook naar plas
& alledaagse Jordache. De shuttle volgde een vlotte weg
terug naar de aarde, wolken losmakend van de monochromatische
hemel en wij allemaal – zelfs de astronomisch marginale –
waren winnaars. Amerikaans, omdat een paar dagen eerder
een mislukte songwriter een kogel in de president schoot
in de naam van Jodie Foster. De shuttle leek
op een kogel, alleen met vleugels en een cockpit, en toen
hij eindelijk landde, barstte de klas los in applaus
& pakte de leraar een dunner wordende Amerikaanse vlag
uit de hoek, zwaaide hem heen en weer ter ere
van onze gewonde president en die astronauten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 september 2018 en ook mijn blog van 3 september 2017.

Willem de Mérode, Sabine Scho

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

Verbeiden

Ik weet, dat gij niet komen zult,
En wacht tóch op uw komen.
En mijn verbeidend ongeduld
Waakt nog in diepste droomen.

Ik lig en slaap, en, onbewust
Hoor ik op elk geruchten
En beef vervaard naar de ijdlen lust
Der nadrende genuchten.

Geen wind zoo ijl en bevend veeg
Voorbij der ramen duister,
Of ’s harten jagende onrust zweeg:
Klaar wakker lig ‘k en luister.

En in het grijze schemerlicht,
Bleek in het vage nachten,
Licht uw aanbeden aangezicht,
En lacht naar mij te wàchten.

Te wachten … ver, en zóo nabij,
En kan mij niet genake.
En ik lig, machteloos als gij,
In bovenaardsche wake.

Dan dooven, wijkend in den nacht
Uw uchtendblanke oogen.
En ik lig hopeloos, en wàcht,
Om uw gelaat bedrogen.

En ‘k wéét, dat gij niet komen zult,
En wacht toch op uw komen.
En mijn verbeidend ongeduld
Heeft niet slaaps troost genomen.

 

Brieven

Stamelwoorden van verrukking,
Die geen zin en geen verband meer kennen;
Flarden van gedachten, afgebroken
Als een nieuwer zoeter visioen zijn toover
Langs uw droomend aangezicht liet gaan.
Deze onnoozle kinderlijke woorden,
Heilig in hun ongeweten onschuld,
Deze golvingen van jeugdig hartbloed,
Dit zich naakt naar buiten wagen
In de goudgloed van de zon…

 

DE MARTELAAR

Toen heeft zijn hart, lang door zijn angst belet,
Een wraakschreeuw naar den hemel uitgestooten
En in Gods ooren donderden de schoten
Die deze ziel losbrandde tot ontzet.

En God kwam neder; en dit grijs benet
Gelaat werd van Zijn heerlijkheid omvloten
En onaantastbaar; en zijn vuist’ ontsloten
Als knoppen, en ontbloeiden in gebed.

En toen de beul in een beklemmend zwijgen
De vlammen door het drooge rijs liet stijgen,
Scheen ’t of zijn hoofd den dood begroetend neeg.

En ’t was of men de armelijke resten
Verbrandde van ruw neergehaalde nesten,
Terwijl een vogel ruischende ontsteeg.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Willem de Mérode op het San Marcoplein in Venetië, 1923

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

skin

zuurbescherming en druk
gevoeligheid, laat
eens het been zien, a heart-
shaped bruise, my
business, wat gaat het
jou aan, identifica-
tie-oefening middels meesleep-
zaken, de zorgen zijn
toch al lang weg – over de hele
linie een bovenarm
vastgrijpen, een fonkelen,
een sissen omhult
het lachen, dat moet
eerst intrekken, de epi-
kritische punten, wacht
ik houd het koelkussen vast

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2020 en eveneens mijn blog van 2 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

W. F. Hermans, Sabine Scho, Babs Gons

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: Het behouden huis

“Bij de troep die uit Bulgaarse, Tsjechische, Hongaarse en Roemeense partizanen bestond, was niemand die ik kon verstaan.
Hoelang nu al uit Nederland weg, dacht ik, aldoor in andere vreemde landen, overal dezelfde duisternis ’s avonds in de steden en dan tenslotte niemand meer met wie ik kan praten. In Duitsland kon ik tenminste nog gesprekken tussen anderen afluisteren. Maar nu was alles wat ik hoorde niets dan puur geluid. Gedreun van motoren, ontploffingen, gebrom van kogels, geschreeuw van dieren, geritsel, gekraak, bonken, blaffen. Ook uit de mensen kwamen alleen maar geluiden. Proletariërs aller landen verenigt u! – Maar ze zijn niet in staat een stom woord met elkaar te spreken.
Soms begreep ik de bevelen niet eens. Dat kon de officieren weinig schelen. Drie dagen tevoren lag ons peloton onder eigen vuur. Ook was er een speciale Russische afdeling gekomen die vijf man had uitgezocht en achter de schuur waar wij lagen, doodgeschoten. Een had geprobeerd weg te lopen. Hij lag de volgende ochtend op de weg, met zijn gezicht naar boven. Niemand durfde hem opzij te schuiven. Wij marcheerden over hem heen, wij zetten onze voeten op hem om niet uit de pas te raken. Ik liep achter in de rij. Toen ik bij hem kwam, was zijn hoofd al gekraakt en onherkenbaar. Ik kon niet uitmaken wie het was. Drie maanden moest ik hem dagelijks hebben gezien. Maar ik zou toch niet geweten hebben hoe hij heette. Ik dacht, terwijl een der jagers hoogte begon te verliezen aan de Spanjaard die Frans sprak. Ik zou nu met hem hebben willen praten.
Het vliegtuig veranderde in een komeet van roet en sloeg ergens achter mij tegen de grond.
De ontploffing klonk of de wereld een miljoenvoudig versterkt slikgeluid maakte. Er was voldoening in dat geluid of de aardbol op het vliegtuig had geloerd zoals een kikker op een vlieg.
Toen begon een zwarte roetwolk langzaam het uitzicht op de weg te belemmeren. Opeens zag ik door de walm heen de Spanjaard blootshoofds op mij af komen lopen. Het leek of het neergestorte vliegtuig hem hier had gebracht, of hij ongedeerd uit de wrakstukken te voorschijn was gekomen.
Ik wilde wat tegen hem roepen; ik had willen roepen: Ik zat juist aan je te denken! Maar ik wist dit zo gauw niet te formuleren. Mogelijk was ik het spreken helemaal verleerd.”

 

W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)
Beeld van Willem Frederik Hermans door Sylvia Willink, 1981

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

grote miereneter

een rustige tandarme, mie-
ren in zijn buik, ik zag het
regenwoud branden
en een miereneter
ook, niemand met een
blusdeken greep in
de cyclus in vlammen
orgaanactiviteit wordt opgeschort
hoe voelt dat
in vlammen om te komen
onlangs doodden miereneters
twee Braziliaanse boeren
of ze hun vitale sfeer bedreigden
en hun leefgebied
– is hoe dan ook te betreuren
met vlijmscherpe klauwen
kun je je niet verdedigen
tegen brandlandbouw
breekt zo’n dier breekt termieten
heuvel open en likt verhit
in alle gangen, roepen ze
ren, termiet, ren
een lichaamsbouw waarin
lange lijmtongen wonen
biedt een zekere groottongigheid
voor smaaksensaties
kan me voorstellen dat, zou men
insecten flamberen,
dat bij miereneters
de darmactiviteit zou veranderen
hij neuriede dan nauwelijks hoorbaar
burning down the house
scheidde smeulende
heuweltjies af

 

————–

* heuweltjies – Afrikaans: kleine bultjes – heuvels in Zuid-Afrika, vooral in de West-Kaap. Er wordt aangenomen dat het gefossiliseerde termieten zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlands schrijfster, dichteres, columniste en spoken-word performer Babs Gons werd geboren in een klein dorp in de VS in 1971.  Gons kwam eind jaren negentig in New York in aanraking met spoken word en is sindsdien in Nederland een prominente performer geworden van deze voordrachtskunst. Vanaf 2001 organiseerde ze in Paradiso tien jaar lang Palabras, een maandelijkse podium voor jonge dichters en schrijvers. In 2007 was ze een van de oprichters van Poetry Circle Nowhere, een “landelijk platform voor schrijvende performers en performende schrijvers”; ze was tot 2014 artistiek leider van het platform. In 2018 ontving Gons een Black Achievement Award in de categorie kunst en cultuur. In 2020 werd ze genomineerd voor de Gieskes-Strijbis Podium Prijs “omdat zij, naast de wezenlijke bijdrage die ze leverde en levert voor het Nederlandse Podiumkunstenlandschap, zichzelf als kunstenaar steeds opnieuw blijft uitvinden.” Ze is samensteller van de bundel Hardop, een overzicht van de spoken word-scene in Nederland met – naast haar eigen teksten – ook werk van onder meer Akwasi, Sandy Bosmans, Gershwin Bonevacia en Siham Amghar. Sinds juli 2019 schrijft Gons elke zaterdag een column in Het Parool. Haar dichtbundel “Doe het toch maar” werd gepubliceerd in april 2021. In 2021 werd ze ook door de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPBB) aangesteld als Boekenweekdichter binnen het thema Tweestrijd. Ze schreef in dat kader het boekenweekgedicht “Polyglot”. Gons was de Vrije Schrijver 2021/22 van de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2022 werd zij benoemd tot lid van de Akademie van Kunsten. Ook kreeg ze dat jaar De Johnny en de daarbij horende trofee genoemd naar Johnny van Doorn. In 2023 werd ze benoemd tot Dichter des Vaderlands, voor een termijn van twee jaar.

 

POLYGLOT

ik leerde de ene taal na de andere
die van de nette kleren
die iets van je huid compenseren
van de woorden verzorgd tot in de puntjes
die je iets lijken te vergeven

de taal van opgeheven hoofd en rechte rug
en net doen alsof
niemand je kan raken
de taal van wie denkt ze wel niet dat ze is
wie denk ik wel niet dat ik ben

de taal van hou van mij ondanks dit lichaam
de taal van hou van mij dankzij dit lichaam
van haal je vingers uit mijn haar
alleen de wind mag er doorheen
haal je vingers uit mijn mond
ik draag mijn tong in mijn borst

de taal die de mond scheidt van het hart
het hart van het bloed
het bloed van de botten
archiefkasten met verloren verhaallijnen
waarin je soms in de weerklank
van een verre voorouder
jezelf ontmoet
de taal die je ziel terug naar huis zingt

de taal zo kaal
dat ze je niets geeft om je mee te bedekken

maar het liefste is me
de taal die me zo bloot legt
als mijn huid maar toelaat

 

PRECIES GOED

Soms wil je gewoon je hoofd op de aarde leggen,
je vuist naar de hemel heffen,
de tranen laten komen en zeggen:
het is zeker omdat ik zwart, wit, vrouw,
dik, dun, te groot, te klein,
te lief, onaardig,
omdat ik lelijk, eerlijk,
direct, poëtisch, welbespraakt,
te zichtbaar, onzichtbaar,
kwetsbaar,
onbegrepen, geprezen
arm, trots en confronterend ben?
Daarom zeker!

En dat de aarde je dan met haar zachte handen
heel voorzichtig omhoog duwt,
je op de wang kust en fluistert;
het is omdat je zo ontzettend mens bent.
Niet te veel, niet te weinig, gewoon genoeg mens.
Net zo mens als andere mensen.
Precies goed.

 

Babs Gons (1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2020 en eveneens mijn blog van 1 september 2018.

Sander Kok, Wolfgang Hilbig

De Nederlandse schrijver Sander Kok (ook bekend fotomodel) werd geboren in Arnhem op 31 augustus 1981. Zie ook alle tags voor Sander Kok op dit blog.

Uit: Smeltende vrouw

“Daar was hun witgepleisterde huis, waarin ze op hem wachtte.
Hij stak de sleutel in het slot en besefte dat hij hem al minutenlang in zijn hand had.
Hij zette zijn schooltas onder de kapstok en hing zijn ski-jack op, verplaatste het cadeautje van zijn jaszak naar zijn broekzak. Zijn natte laarzen liet hij op de deurmat staan. Door de smalle ruit naast de deur van de woonkamer bekeek hij zijn vrouw.
‘Dag lieverd,’ zei hij, terwijl hij de deur opende.
Ze lag niet in bed, zoals gebruikelijk op dit uur, maar hing tegen de driezitsbank, waar hij haar die ochtend voor het laatst had gezien.
Hij kuste haar.
‘Hoe was je dag?’
‘Goed, gewoon. Is de bezorgservice geweest?’
‘Alles staat in de keuken. En er is bier in de ijskast, dat moet nu wel koud zijn.’
‘O, een biertje is lekker.’
‘Kun je aan mijn been trekken?’ vroeg zijn vrouw.
Hij trok aan het been. Eigenlijk was het niet meer echt een been, maar een boomstam, omhuld met vlees, gevuld met pap. Neeltje woog nu 240 kilo. Haar lichaam was zo groot dat wanneer ze achterover op bed lag, wat ze meestal deed, het hoofd achter het lichaam leek te liggen, alsof iemand het erbij had gelegd.
‘Neeltje, lieverd,’ zei hij, ‘ik heb wat voor je mee- gebracht.’ Hij pakte een door de lichaamswarmte verbogen reep chocola uit zijn broekzak. ‘Hershey, puur, met noten.’
Neeltjes hoofd kwam iets overeind en maakte zich gereed.
Langzaam, behoedzaam, schoof hij de reep in haar mond.
‘Bijt,’ zei hij.
Ze beet en kauwde.
Reukens streek, nog voor ze haar mond leeg had, teder met de afgehapte kant van de reep over haar lippen. ‘Open.’
‘…Bijt.’
‘…Slik.’
En weer, hij duwde de reep iets verder in haar keel.
‘Houd je van Hershey? Je houdt van Hershey,’ zei Reukens tegen Neeltje.”

 

Sander Kok (Arnhem, 31 augustus 1981)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

‘laat mij toch’

laat mij toch
laat mij naar koude vreemde landen gaan
thuis
zink ik weg
in deze warme kleverige brij
die nauwelijks doorzichtig is
die me vasthoudt, die me zo
vasthoudt

laat mij naar vreemde landen
daar wil ik om mij heen slaan
met mijn schaduw vechten dat
slagen suizen in waterheldere lucht
hier wurgt de stilte mij
hier zuigt dikke pulp aan mijn hand

laat mij
waar het zicht helder is
of in stenen in hoge stenen muren in
muren voor mijn schedel – –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Charles Reznikoff, Rita Dove

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Spain: Anno 1492

Torquemada. Now that Castile and Aragon in holy wedlock
are Spain,
and the last city of the Moors in Spain is Spanish
except for Moor and Jew—
about every crucifix in every market-place
and in the court itself the Jews!—
as seven centuries of Christian valor, Christian piety
triumph
stay not your hand;
Spain of the knights,
one in fealty to your majesties,
become one in faith,
Spain of the saints!
Like the sun,
rising as our Savior from His tomb into the brilliant sky
blaze
until the clouds that still obscure the light
are drawn into His brightness
and earth is brilliant as the sky is bright.
Spain newly united
still divided—
as the season of cold is the season of darkness
in the spring of our rejoicing that the Moor is gone from Spain,
the Jew go too!
But if the Spaniard speaks,
I speak no less a Christian:
throw away the curse, you Jews,
of fifteen hundred years;
stay and prosper
and Church and Heaven prosper,
in our nets a goodly catch.
Think not that we want aught of you
but your souls;
your money and your jewels—
all your trash—
keep if you stay and are Christian,
take if you are Jews and go;
we ask of you nothing but your Judaism
which has brought you so much misery
and will bring each of you—
the youngest and the gentlest—
to the flames of Hell
and the worm that dies not.
We give you,
miserable sinners,
the waters of
Paradise;
we give you the blessings of the saints,
the blessings of Mary, the blessed mother of Christ,
and the blessings of our Lord Jesus.
Isabella. There is a sweet reasonableness in the words of our
prior;
it is Saint Dominic who speaks to us
through his Dominican or Saint James himself.
Abrabanel. No noble in your court, your majesties,
proud of his forefather, conquering Goth or Visigoth or Vandal,
is of an older Spanish line than we—
Jews in Iberia before the Romans came.
No noble boasting his service
boasts of more than that Jew who through a thousand shoals
and reefs
piloted Aragon to Castile—your marriage and Spain’s glory.
The rest of us, many tens of thousands,
serve you humbly
in smithy, field or vineyard, soldiers or physicians,
as we have served in Spain two thousand years,
Spaniards, true to your majesties
as we are to the God of Israel—and of Spain,
unlike the others only in our faith
for which, if we must answer,
we shall answer to our God.
Torquemada. Since all we do,
and each word spoken, if only in our hearts,
must be in worship—
not a leaf falls slowly but in His service—
to be unlike us in our faith
is to be unlike in everything.
True, you Jews must answer to your God,
and in the flames and burning ice of Hell forever
you shall answer;
but we too, priests, bishops, queen and king,
must answer for you:
farmer or captain answers;
shall we be less answerable for souls?
Abrabanel. You do not honor your God
by bringing Him captives,
like a mere emperor
who must have retainers and retinue,
serfs and forced labor;
the loadstone
without visible motion
draws to itself every particle of iron;
the sword—even though a winged angel swings it—
served only
to drive Adam from his paradise.
Your fingers stiff with rings and jewels,
you dishonor your faith, your majesties, by cruelty,
give it whatever noble name you will
as princes make a rogue knight or lord.
Will thieves and pirates be gentler with us
than your constables and soldiers?—
your majesties will hear of many
ripped up for the jewels it will be said they swallowed;
many left by sailors to die on reefs and sandbars
for a smock or a pair of hose; many dead of plague
or found like birds in winter
dead in the fields about towns or like fish upon a beach;
many will die as slaves at work
beasts would be fitter for but costlier,
who have written a page of Castilian
or handled a Toledo blade with the best.
And yet the weak has each his strength,
Spain of Spaniard, Basque, and Catalonian, Moor and Gypsy,
else all beasts were tigers,

all fish sharks,
and only giants left;
the stricken remember—
as wounds and scars last longer than the blow—
and if drops of water wear channels in the rock
on which the earth itself is,
in the action of centuries
how powerful are tears.
Would you have our religion
like our clothes—for comfort and the eyes of men,
put off at night,
and we left lying naked in the darkness?
The body is like roots stretching down into the earth—
forcing still a way over stones and under rock, through sand,
sucking nourishment in darkness,
bearing the tread of man and beast,
and of the earth forever;
but the spirit—
twigs and leaves
spreading
through sunshine
or the luminous darkness
of twilight, evening, night, and dawn,
moving
in every wind of heaven
and turning
to whatever corner of the sky is brightest,
compelled by nothing stronger than the light;
the body is like earth,
the spirit like water
without which earth is sand
and which must be free or stagnant;
or if the body is as water,
the spirit is like air
that must have doors and windows
or else is stuffy and unbreathable—
or like the fire
of which sun and stars have been compounded,
which Joshua could command but for an hour.
Isabella. If our eye offends us,
pluck it out!
Even so, we will sweep away the Jews
from every town and hamlet, field and corner of our dominion,
though they are the sands for number.
Go and begone—but stay as Christians;
come and be dear to us,
as the Prodigal!
Abrabanel. We Jews have been accused of love of wealth,
but not for all our wealth in Spain,
fields and vineyards, houses of timber and houses of stone
that we must leave,
and all the wealth that will be stolen from us,
will we stay;
we Jews have been accused of arrogance,
but not for all the dignities that we must leave,
our offices and honors
in this, the proudest court of Christendom,
will we stay;
we Jews have been accused of love of life,

delighting in the flesh,
but though we shall die along a thousand roads
we will not stay—
striking roots
somewhere
to flourish
as we flourished,
giving shade and fruit.

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

De voorjaarskrekel overdenkt de kwestie van de zwarte mens

Ik speelde mijn wijsjes helemaal alleen;
Ik kende niemand anders
die met me mee kon spelen.

Zeker, de wijsjes waren droevig –
maar ook mooi en kwamen pas
als de dag ten einde liep: je weet

hoe de hemel soms haar laatste
heldere sliertjes achterhoudt? Dan
woekerde de pijn van binnen

tot ik niet kon wachten; ik knielde neer
om mezelf schoon te schrapen,
wat iedereen mocht horen.

Toen kwam het schreeuwen en fluiten
het in potten stoppen, wild geklauter.
Nu waren er anderen: gevallen,

bedrukt. Ik kende hun namen niet.
We waren een muzieklantaarn;
kinderen sliepen op onze raspende zuchten.

En als nu en dan een van ons
zich losrukte en zong terwijl hij
naar de rand klom, viel hij steevast

weer neer. Waarop zij lachten
en in hun handen klapten. Toen wisten we
ten minste wat ze fijn vonden,

en waar de grens lag.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e augustus ook mijn blog van 30 augustus 2023 en ook mijn blog van 30 augustus 2019 en ook mijn blog van 30 augustus 2017 en ook mijn blog van 30 augustus 2016.

Elma van Haren, Rita Dove

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog.

 

Koudvuur

Gisteren brak men ijzer met handen.
Gisteren baarde een vulkaan een zwart
korstig eiland voor de kust van Japan.
(Later verdween dat onder water, maar
steen wordt toch niet week.)

Hopelijk gaat vandaag over brood
inplaats van over gisteren.

Met zijn zachte witte binnenkant
ligt het brood naar buiten gekeerd.

Wij zouden onze vingertoppen
moeten aanraken tussen elkaars dijen

in plaats van dat wij ons schaven
in ons eigen gezicht
en een traliewerk leggen

op de huid.
Vandaag

lassen ze tralies voor de ramen
tegen inbraak.
In welk vuur
mag je nu eens wel
openlijk kijken?

 

Mores

I
Onder het spervuur van de eksters
blijft dit een dun bezwaluwde stad
met een dof zomers luchtruim.

In het kielzog van hun geschetter zoek ik naar de schat.
Voor morgen wil ik niet meer zelf betalen.
Dan maar geen morgen.
Mij best!

Ik heb me al veel in morgens geoefend.
Nu speel ik die etudes vlekkeloos.
Dan is het geen oefenstuk meer,
niet waar?

Gisteren b.v. op tijd ontsnapt aan een indiaas restaurant
met van die heerlijke lamskerrie…
Op de trap snel omgedraaid, zodat ik
die 4200 seconden vol
van tevoren voorspelbaar gedrag
weer teruggaf aan mezelf.

En morgen of geen morgen,
deze nacht heb ik er met droom en al
gratis uitgesleept!

II
We schoten woorden tekort:
de vroegboekkorting
de wankelmotor
de vrieskou in Poznan
het roof-coördinatieteam
de nieuwste omsnoeringstechnieken
de smaakevolutie en
let wel!
de kosovaakse man van Nicole –
Er moet iets deelbaar zijn bij zoveel gemeenschappelijks,
maar hoe heet het?

Waarom al die woorden?
Bedenk,
dat als je je hele leven houtnerventellend
aan tafel blijft zitten,
je oorlellen al die tijd doorgroeien

en omdat je koolstof in je lichaam hebt,
door ontploffende sterren het heelal ingeslingerd,
je lichaam altijd een hemellichaam is.

Er zit immers warmte in het mechanisme
dat de ijskast koud moet houden,
hé, jij daar!…

Laten we liever verzeild raken in oude Soul
dan in deze moderne poging
het woord ‘liefde’
te omsingelen.

 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

American Smooth

We dansten – het moet een
foxtrot of wals zijn geweest,
iets romantisch dat toch
beheersing vereiste,
rijzen en dalen, precies
uitgevoerde bewegingen
op het lied zonder te
stoppen, twee borstkassen zwoegend
boven een zevenmijls-
pas – de volmaakte kwelling
waar je doorheen leert glimlachen,
want extatische mimiek
is het sine qua non
van American Smooth.
En omdat ik werd afgeleid
door mijn pogingen om
mijn patronen te volgen
(overhellen naar links, het hoofd net
voldoende gedraaid om te turen
langs je oor en steeds blijven
glimlachen, glimlachen),
zag ik niet
hoe stil je was geworden tot
het voorbij was
(twee maten lang?
vier?) – het vliegen
die snelle en serene
verhevenheid,
voordat de aarde
weer wist wie we waren
en ons neerhaalde.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 29 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2017 en ook mijn blog van 29 augustus 2016 en ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Maria Barnas, Rita Dove

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

Nachtboot

I
Ik zag een schip dat het diepste zwart
vervoert waarin iets opflakkert

als een gezicht in een herinnering.
Het is het donker van verblinden

die zo lang blind zwemmen in een cel
dat zij kleuren zien of vinden.

Met vliezen tasten ze de wand af
op zoek naar substantie in licht.

Ik maak van tijd momenten
door mijn ogen dicht te doen en open.

De vracht die door het water sleept
bewaakt wat nog moet komen. Altijd

eerder dan ik dacht en later vaart
de boot die niets vervoert dan nacht.

 

Momenten

Dat iemand bij het ontwaken vraagt: Kun jij het begin vinden?
Dat iemand je zoon is. 
Zijn hand nog warm van slaap.

Dat de tijd zich stervormig uitstrekt 
naar alle keren dat de dingen zich moeilijk lieten hechten 
of niet. De momentenlijn scheurt uit elkaar. 
Kermend het plastic en van walvis 
of was het konijn de lijm.
Laat los!

Dat iemand een man is die lacht
als je vraagt waarom lach je. 
Zich omrolt.

De deken spreekt: Ik lach niet.

De werkelijkheid is een rolletje plakband
hoor je.

Ik kan het begin niet vinden.

 

Istanbul

De stromende mannen de meanderende vrouwen
en de opspattende kinderen zijn als in een droom verzonken.

De plenzende regen heeft geen vat op de lichamen
die zich al wadend wanen in de zon. Ik volg het water

dat door de straten gutst tot aan een flakkerend hotel
waar mijn koffer open in een rivierkamer drijft.

Terwijl iemand een variatie vormt op een melodie
in de mond van iemand die van geen ophouden weet

ijlt het verraad van levens die ik liefhad als een schip
waarvan het zeil de wind vangt bij me vandaan.

De vensters rijzen. Iemand bonst op de wand van de kamer
waarin ik heel mijn leven bundel. Of het niet wat stiller kan.

 

Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

Demeters bede aan Hades

Dit alleen wens ik je toe: kennis.
Begrijpen dat elk verlangen een grens heeft,
weten dat we verantwoordelijk zijn voor de levens
die we veranderen. Alle geloof heeft zijn prijs,
niemand gelooft zonder te sterven.
Nu zie ik voor het eerst
helder het spoor dat je plantte,
de grond die zich opende voor verspilling,
hoewel je droomde van een rijkdom
aan bloemen.

    Er zijn geen vervloekingen – alleen spiegels

die de zielen van goden en stervelingen worden voorgehouden.
en dus geef ook ik dit lot op.
Geloof in jezelf,
ga door – zie waar het je brengt.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor de schrijvers van de 28e augustus ook mijn blog van 28 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 28 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 28 augustus 2017 en ook mijn blog van 28 augustus 2016 en ook mijn twee blogs van 28 augustus 2015.

Tom Lanoye, Walter Helmut Fritz

De Belgische dichter, schrijver en vertaler Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

Uit: De draaischijf

“Tot mijn voldoening hebben opvallend veel vrouwen zich de moeite getroost om afscheid van mij te komen nemen. Ze zijn van alle leeftijden en posturen, gaan gekleed in stijlvol zwart en zijn bescheiden gemaquilleerd. Hun handtas bevat, uit voorzorg, meer papieren zakdoekjes dan anders.
Er is zowaar ook een forse Haagse delegatie afgezakt, met een touringcar, en verrassend veel van mijn lokale vakbroeders geven eveneens acte de présence. Jong en oud, vriend en vijand. Dat is geen traditie in wat men ‘ons theaterlandschap’ noemt. Elke generatie rekent genadeloos af met de vorige, met vervangingen op ieder echelon. Thans is zelfs een van mijn vaste critici opgedoemd. Hij houdt zich wel enigszins afzijdig. Een paria op het huwelijksfeest van een maharadja.
Mijn trouwste kompanen — kameraden van het eerste uur, leden van het gezelschap dat ooit mijn naam droeg — hebben de zwaarste wallen onder hun ogen. Ze geven besmuikt heupflesjes door, ik vermoed met citroenjenever, te mijner ere. Een van hen — jarenlang mijn favoriete jeune premier, tot hij te dik en te kaal werd voor andere rollen dan die van Falstaff of De Ingebeelde Zieke — snottert als enige nu al in een geruite zakdoek. Voorzichtig en toch opzichtig. Gezien worden is bestaan.
Het zij hem vergeven. Zoals de Fransen zeggen: Un acteur est aussi une actrice. De grootste diva’s die ik heb geregisseerd waren allemaal mannen, ook als ze niet op mannen vielen.
Het wachten duurt. Zo zijn onze begrafenissen. Wie zijn handschoenen vergeten is, blaast geregeld in de handen. Anderen kuchen de kou van zich af. De wolkige adem van alle afscheidnemenden is goed zichtbaar, als om te bewijzen dat zij wel nog in leven verkeren. In tegenstelling tot de stakker die nu eindelijk toch naar zijn laatste rustplaats wordt gedragen door vier geüniformeerde en niettemin boers ogende begrafenishelpers. Behalve mijn stoffelijke resten torsen ze alle vier een te grote kepie. Hollanders, Hagenaren op kop, spreken verkeerdelijk van een sjako. De sjako is Hongaars van oorsprong, kokervormig en bezet met tressen van goud- of zilverdraad. Perfect voor operettes. Deze petten lijken op afdragertjes van een Sovjetleger.
Het viertal stapt plechtstatiger dan nodig. De ernst van de amateur is altijd aandoenlijk. Eentje is volgens mij een Turk, een andere heeft Indonesische trekken. Door hun ongelijke lengte slingert mijn kist — van zwart gepolitoerd luxehout — als een sloep in de branding vóór een waterval. De vier blijven desondanks als gehypnotiseerd voor zich uit kijken.”

Achter hun ruggen hinniken, zachtjes, de paarden van de open lijkwagen. Ze stampvoeten behoedzaam en gooien hun hoofd achterover, waardoor de belletjes van hun bepluimde tooi rinkelen. De gelegenheidsfanfare — bestaand uit alleen blazers, een paar trommelaars en een sukkelaar die zeult met een draagbare xylofoon — ziet er een sein in en begint nu pas, en sourdine, een dodenmars te spelen. Niet de afgezaagde van Frédéric Chopin. De stijve van Ludwig van Beethoven.”

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

De Duitse dichter en schrijver Walter Helmut Fritz werd geboren op 26 augustus 1929 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Walter Helmut Fritz op dit blog.

 

Alledaagse tederheid

Nu ik de theepot
hoe vaak gebruikt,
vervolgens weggezet –
weer uit de kast pak,
bekijk ik hem opeens
-verbonden met onze jaren-
met tederheid,
zie ik de met sneeuwvlokken
gestippelde dag,
waarop je hem meegebracht
en op tafel hebt gezet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Walter Helmut Fritz (26 augustus 1929 – 20 november 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2019 en ook mijn blog van 27 augustus 2018 en ook mijn blog van 27 augustus 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Paula Hawkins, Walter Helmut Fritz

De Britse schrijfster Paula Hawkins werd geboren op 26 augustus 1972 en groeide op in Salisbury (het huidige Harare in Zimbabwe) in Rhodesië. Zie ook alle tags voor Paula Hawkins op dit blog.

Uit: Confessions of a Reluctant Recessionista

“Cassie Cavanagh loves her Louboutins God, they’re beautiful. They are quite possibly the most beautiful shoes I have ever seen in my entire life. Last night, after I’d come home and tried them on with just about everything in my entire wardrobe (there is nothing they don’t look good with), I put them on the coffee table in the middle of the living room and just sat there, looking at them. They were still sitting there when Ali arrived. Tad luck,’ was the first thing she said when she came into the room.
‘Bad luck?’ ‘Shoes on the table,’ she said, knocking them to the floor. ‘You’re just jealous.’ ‘Jealous, my arse. You won’t be able to walk fifty yards in those things. They’ll cripple you.’ ‘They’re taxi shoes, Al. I don’t intend to walk fifty yards in them. It’s just taxi to bar, bar to taxi, taxi to front door. That’s about thirty yards max over the course of an entire evening. Anyway, Dan can always carry me …’ All slumped down onto the sofa, stretching out her legs and kicking off her own rather elegant heels. ‘You’re right, you cow. You are lucky, having someone to spoil you, even if he is constantly admiring his own assets. I am jealous. Some days I feel like no one would notice if I turned up at the pub barefoot.’ This is not true. At five nine with a pair of legs to make Gwyneth Paltrow turn green with envy, All never passes unnoticed. She’s just so used to being one of the boys, which is virtually a job requirement when you do what she does, that she sometimes forgets the impact she makes on the opposite sex. ‘You had a long day?’ I asked, handing her a glass of champagne. ‘The longest. Had to get up at quarter to five in order to get a decent run in before I left for work, got stuck on the Northern Line for twenty minutes on the way in, which meant I missed half the morning meeting, got bollocked by Nicholas, had endless calls with impossible-to-please clients, no time for lunch, no time to pee …’ Ali and I met at Hamilton Churchill, the investment bank where we work. She’s the high-powered one —she’s a trader — and I’m just a lowly PA, but I know whose job I’d rather have. My boss might be a complete pain in the arse, but I don’t have to be at work at six thirty every morning, I don’t have to spend all day yelling into a phone, I don’t have the responsibility of buying and selling millions of pounds’ worth of stock, of trying to call the market, to sort the good tips from the bad, trying to please my clients while also pleasing my bosses. Granted, I don’t earn a six-figure bonus either, but I get by. Plus, I am fortunate to have a boyfriend, Dan, who is also a trader – and in addition to being extremely attractive he’s also very generous, hence the Louboutins. Generous as he is, I have to admit that the shoes came as a bit of a surprise. It wasn’t as if it was my birthday, or an anniversary or even Valentine’s Day –just a plain old Wednesday in October. We went out to dinner and when we got back to his flat, there they were, all wrapped up with a crimson bow, sitting in the middle of the bed. My friends won’t believe it, but he can be very romantic.”

 

Paula Hawkins (Salisbury, 26 augustus 1972)

 

De Duitse dichter en schrijver Walter Helmut Fritz werd geboren op 26 augustus 1929 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Walter Helmut Fritz op dit blog.

 

Het open raam

Het venster wordt geopend naar de nieuwe dag waarop er veel dagen zijn; naar een man en vrouw die langs de kust lopen; naar de Rijn, die zelfs bevaarbaar bleef als het land onder ijs en sneeuw lag. Stroomopwaarts en stroomafwaarts ademende nabijheid en weids uitzicht, dat eraan herinnert dromen en verdwijnpunten serieus te nemen. Het water draagt zijn zand, zijn duisternissen en lichten met zich mee. De ogen volgen een van de schepen, van waaraf iemand zwaait. Met duizelingwekkend leven beweegt de rivier zich voort als de moorddadige eeuw die zich uit de voeten maakt. Geluid van golven. Golftoppen die glinsteren en breken. Ervoor staat nu een roedel woedende honden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Walter Helmut Fritz (26 augustus 1929 – 20 november 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2021 en ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Martin Amis, Charles Wright

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog. Martin Amis overleed op 19 mei van dit jaar op 73-jarige leeftijd.

Uit: De gele hond (Vertaald door Gert Jan de Vries)

“Maar ik ga naar Hollywood maar ik ga naar het ziekenhuis, maar jij bent de eerste maar jij bent de laatste, maar hij is groot maar hij is klein, maar jij blijft boven maar jij gaat omlaag, maar wij zijn rijk maar wij zijn arm, maar zij vinden rust maar zij vinden…
Xan Meo ging naar Hollywood. En met haastige spoed en begeleid door een koor van wanhoopskreten ging Xan Meo enkele minuten later naar het ziekenhuis. !let kwam door geweld van mannen.
‘Ik ben foetsie weg, ik,’ zei hij tegen zijn Amerikaanse vrouw Russia.
‘0,’ zei ze, het uitsprekend als het Franse woord voor waar. ‘
Ben zo terug. Ik doe ze wel in bad. En lees ze ook wel voor. Daarna kook ik. Daarna vul ik de vaatwasser. Daarna krijg je een lange rugmassage van me. Oké?’
‘Mag ik mee?’ vroeg Russia.
‘Ik wilde eigenlijk alleen zijn.’
‘Je bedoelt dat je eigenlijk alleen wilt zijn met je vriendin.’
Xan begreep dat dit geen echt verwijt was. Maar hij gebruikte een weinig gangbare gelaatsuitdrukking (fronsen) en zei, niet voor de eerste keer en voor zover hij wist naar waarheid: ‘Ik hou niks voor jou verborgen, meid.’
‘Hmm’, zei ze en keerde hem haar wang toe.
‘Weet je niet welke dag het is?’
‘O. Natuurlijk.’
Het stel omhelsde elkaar in een gang met een hoog plafond. Nu liet de man door een armbeweging de sleutels in zijn broekzak rammelen. Dit half opzettelijke gebaar gaf aan dat hij de deur uit wilde. Xan zou het in het openbaar niet toegeven, maar vrouwen hadden van nature de neiging het te rekken als mannen gewoon vertrokken. liet vormt de keerzijde van hun plezier om mensen te laten wachten. Daar zouden mannen zich niets van moeten aantrekken. Afwachten is een bescheiden genoegdoening voor vijf miljoen jaar overheersing… Xan liet zachtjes een zucht ontsnappen toen de trap boven hem zachtjes kraakte. Er kwam een complexe gestalte naar beneden, tot aan het middel normaal, maar tweehoofdige en vierarmig: Meo’s baby’tje Sophie, verkleefd met de heup van haar Braziliaanse au-pair Imaculada. Achter hen, op een afstand die zowel dromerig als onafhankelijk was, doemde hun kleuter op: Blik.
Russia pakte de baby aan en zei: ‘Wil jij wel heerlijke yoghurt bij het eten?’
‘Nee!’ zei de baby. ‘Wil je lekker badderen met al je badspeeltjes?’
‘Nee!’ zei de baby en geeuwde: de eerste ondertandjes als twee rijstkorrels.
‘Doe de aapjes eens voor papa.’ ‘De aapjes op het bed sprongen door elkaar heen. D’r viel er een, die brak zijn been. Ze gingen naar de dokter en die zei meteen: Vanaf nu is Je bed voor slapen alleen.”

 

Martin Amis (25 augustus 1949 – 19 mei 2023)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Verhaaltje voor het slapengaan

De generator zoemt als een ding an sich in de verte.
Het is vroeg in de avond, en tijd, als de hond die hij is,
snakt naar voedsel,
En zal gevoed worden, twijfel er niet aan, zal gevoed worden, mijn kleintje.
Het bos begint zijn stiltes te verzamelen.
De weide hergroepeert zich en hurkt neer
vanwege zijn gespleten hoeven.

Iets wringt het lapje zonlicht
onverbiddelijk naar buiten en hangt het op.
Iets zorgt ervoor dat het riet buigt en zijn hoofd bedekt.
Iets likt de schaduwen op,
En rijgt de lege ruimtes aan elkaar en vult ze in.
Iets dringt ons hart binnen,
krabt daar zijn blauwe spijkers tegen de muur.

Moeten we het binnenlaten?
Moeten we het begroeten zoals het verdient,
Handen op onze oren, mond open?
Of moeten we het een stoel geven om op te zitten, en het vlees aanbieden?
Moeten we de radio aanzetten,
moeten we in onze handen klappen en dansen,
De Zoiets Dans, de gastvrije Zoiets Dans?
Ik denk van wel, liefje, ik denk van wel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 25 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.