Moeder en zoon (Rutger Kopland), J. C. Bloem, Jayne Cortez

 

Bij Moederdag

 

Moeder en kind door Pierre-Auguste Renoir, 1881

 

MOEDER EN ZOON

Er is ergens een vijver, schrijft Ovidius,
die ooit een moeder is geweest
‘zij smolt weg in tranen’, rouwend
om haar dood gewaande zoon

maar hij leefde nog – hij had de dood gezocht
door van een rots te springen, maar hij viel niet,
in de woorden van Ovidius: ‘zwevend werd hij
in de lucht een zwaan met witte veren’.

Die dingen gebeurden toen – soms was
de werkelijkheid zo ondraaglijk
dat er gebeurde wat niet kon.

Dit is alles wat wij weten: moeder en zoon
herenigd – je ziet in gedachten hoe een witte zwaan
wordt gewiegd door een vijver en je vraagt:
zou die vogel de rouw kennen van het water
en zou het water weten wie het wiegt.

 

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

De Zieke

Het licht is blank aan mijne kamerwanden:
Op blanke lakens liggen als een schrik
Mijn smalle polsen en mijn klamme handen,
Die ik niet meer in kramp van angst verschik.

Alleen mijn oogen leven en hun gangen
Zijn immer, in een droefheid van gemis,
Ter kleine wereld, die mij wordt omvangen
Door de vier binten van mijn vensternis.

Daar buiten tergen mij de wisselingen
Van de getijden van den zomerdag.
Uit ongeziene boomen hoor ik ’t zingen
Der vogels als een lokkend-wreeden lach.

Gij hebt het schoon der luchten nooit begrepen,
Hoe innig gij ook staardet naar hun spel,
Sterken, wien paarden staan gereed en schepen:

 

De Eilandbewoner

Die de landouwen aan de kust bewonen
Zien, hoe de wisseling van elk getij,
Waar ze in de volheid dezer wereld troonen,
Schoon en verscheiden trekt aan ’t oog voorbij.

Voor de verzaliging van hun gepeinzen
Wordt heel het herfstland een verlucht tooneel:
Hier zien zij zonverwonnen misten deinzen,
Ginds branden veege bosschen, rood en geel.

Met volle teugen mogen zij indrinken
Den zerpen geur van blaren, die vergaan,
En nevels, die nu dichten, dan weer slinken,
Terwijl zij schrijden door een vochte laan.

Ons, die dit eiland tot gebied verkozen,
Gewerd van die beminde teekens geen.
Wij zien alleen de zon wat rooder blozen,
Haar licht verkoopren door den zeemist heen.

En als wij naar de kromme boomen staren,
Wier groei in de’ eeuwig-zilten wind verschraalt,
Dan weten we aan de weinigheid der blaren,
Dat ook voor ons de zomer is gedaald.

Maar, hand in hand, aanschouwen wij gelaten
Het onweerhoudbaar leven, dat verstroomt,
Hoe anders, lief, die ’t zwerven mij deed haten,
Heb ik mij vroeger ’t stervensuur gedroomd.

Ik dacht, wanneer dit kort bestaan van wenschen,
Gelijk een schaduw van mij henen vlood,
Toch uit de warme makkerschap der menschen
Te zinken naar de diepten van den dood.

Zoolang mij ’t leven nog niet had verlaten
Zou ’t ruischen van zijn stormen om mij zijn:
Een bundel laatste zon zou ’t stof der stráten
Doen weemlen door een kier van ’t neer gordijn.

Hoe anders dan ons droomen, onze lusten,
Bestiert het lot den dool van wel en wee.
Mijn graf zal zijn aan deze barre kusten,
Bij de ongeruste en grijze brandingzee.

En als ge u voor mijn doodsbed stort in klagen,
Zij zóó de klacht, waarmee gij mij beschreit:
Schuim dat uit de’ afgrond worstelt naar het dagen,
Door wind geteisterd en oneindigheid.

 

J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door Sierk Schröder, 1953

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

De onderdrukkers

Kunst
wat geven de kunst
onderdrukkers
om kunst
ze springen op de wagen
wentelen in persclips
& laten de planeet stinken
met hun
pornografische onderdrukking
Kunst
wat geven ze om kunst?
ze veranderen van
eigentijdse babykussers
tot ouderwetse corrupte politici
tot zelfbenoemde censuurklerken
die geen kunst willen ondersteunen
maar oorlog zullen ondersteunen
armoede
longkanker
racisme
kolonialisme
en giftig slib
dat is hun moraal
dat is hun religieuze overtuiging
dat is hun bescherming van het publiek
& bijdrage aan familie-entertainment
wat geven ze om kunst?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jayne Cortez (10 mei 1936 – 28 december 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Jorie Graham, Charles Simic

De Amerikaanse dichteres Jorie Graham werd geboren op 9 mei 1950 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Jorie Graham op dit blog.

 

Mind

The slow overture of rain,
each drop breaking
without breaking into
the next, describes
the unrelenting, syncopated
mind. Not unlike
the hummingbirds
imagining their wings
to be their heart, and swallows
believing the horizon
to be a line they lift
and drop. What is it
they cast for? The poplars,
advancing or retreating,
lose their stature
equally, and yet stand firm,
making arrangements
in order to become
imaginary. The city
draws the mind in streets,
and streets compel it
from their intersections
where a little
belongs to no one. It is
what is driven through
all stationary portions
of the world, gravity’s
stake in things, the leaves,
pressed against the dank
window of November
soil, remain unwelcome
till transformed, parts
of a puzzle unsolvable
till the edges give a bit
and soften. See how
then the picture becomes clear,
the mind entering the ground
more easily in pieces,
and all the richer for it.

 

Jorie Graham (New York, 9 mei 1950)

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

Hotel Insomnia

Ik hield van mijn kleine hol,
Het raam uitkijkend op een bakstenen muur.
Naast de deur stond een piano.
Een paar avonden per maand
kwam een kreupele oude man en speelde
“Mijn blauwe hemel.”

Maar meestal was het stil.
Elke kamer met zijn spin in zware overjas
Die zijn vlieg ving met een web
Van sigarettenrook en mijmering.
Zo donker,
Dat ik mijn gezicht niet zien kon in de scheerspiegel.

Om 5 uur ’s ochtends het geluid van blote voeten boven.
De “zigeuner” waarzegger,
Wiens etalage op de hoek is,
Die ging plassen na een nacht vol liefde.
Ook een keer het geluid van een snikkend kind.
Zo dichtbij was het, dat ik even dacht
Dat ik zelf snikte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2019 en ook mijn blog van 9 mei 2018 en ook mijn blog van 9 mei 2015 deel 2.

Roddy Doyle, Gary Snyder

De Ierse schrijver Roddy Doyle werd geboren in Dublin op 8 mei 1958. Zie ook alle tags voor Roddy Doyle op dit blog.

Uit: Brilliant

“Gloria wished she had her own bed back. That was all she missed really. She had her duvet and her pink cover. But it wasn’t the same. `Rayzer?’ She said it a bit louder. Nearly proper talking. Maybe he was asleep. She kind of liked that, the fact that her big brother had fallen asleep before her. She tried again. `Rayzer?’ `What?’ `Are you not asleep?’ `That’s a stupid question.’ `I bet you were asleep,’ said Gloria. ‘And I woke you.’ `I wasn’t,’ said Raymond. `Bet you were,’ said Gloria. ‘Prove it.’ `Easy,’ said Raymond. ‘You said “Rayzer” four times.’ She heard him moving, turning in his bed. `Didn’t you?’ `Yeah,’ she said. ‘I think. Why didn’t you answer?’ `Didn’t want to.’ `I knew that,’ said Gloria. ‘I knew you were awake.’ `What d’you want?’ `Can you hear them?’ said Gloria. `Yeah.’ Gloria was talking about the grown-ups. Her mam, her dad, her granny and Uncle Ben. They were down in the kitchen. Raymond’s bedroom was right on top of them. `They’re mumbling again,’ Gloria whispered. `Yeah,’ said Raymond. The house was full of mumbles these days. Mumbles that often stopped whenever Raymond or Gloria walked into the room. Mumbling was what grown-ups did when they thought they were whispering. Whispers only stayed in the air for a little while but mumbles rolled around for ages, in the high corners, along the window frames, all around the house. The mumbles had almost become creatures. Gloria imagined she could see them. They were made of dust and hair, pushed into a ball, with skinny legs that barely touched the walls and ceilings as they slid along the paint and glass and wood. The mumbling had started when their Uncle Ben had come to live with them. Or just before he came. Gloria didn’t like the mumbles. They worried her. But she didn’t blame her Uncle Ben for them. Neither did Raymond. He didn’t like having to share his bedroom with Gloria, but he didn’t blame his Uncle Ben for that either. Gloria was a pain in the neck — and in other places too. But Raymond knew all little sisters were like that. It was one of the rules of life. And sometimes sharing the bedroom wasn’t too bad. Like now. Raymond had always been a bit afraid of the dark. Just a small bit.”

 

Roddy Doyle (Dublin, 8 mei 1958)

 

De Amerikaanse dichter Gary Snyder werd geboren op 8 mei 1930 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Gary Snyder op dit blog.

 

Voor iedereen

Ah om te leven
op een ochtend half september
een stroom doorwadend
blootsvoets, met opgerolde broek,
laarzen vasthoudend, bundel,
zonneschijn, ijs in het ondiepe water,
noordelijke rockies.

Geritsel en glinstering van ijzige kreekwateren
stenen draaien onder de voeten, klein en hard als tenen,
koude neus druipend,
inwendig zingend
kreek muziek, hart muziek,
geur van zon op grind.

Ik beloof trouw

Ik beloof trouw aan de grond
van Turtle Island,
en aan de wezens die daarop wonen
één ecosysteem
in diversiteit
onder de zon
Met vreugdevolle interpenetratie voor iedereen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gary Snyder (San Francisco, 8 mei 1930)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e mei ook mijn blog van 8 mei 2019 en ook mijn blog van 8 mei 2018 en ook mijn blog van 8 mei 2016 deel 3.

Willem Elsschot, Volker Braun

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

Uit: Kaas

“Dien avond had ik tot middernacht kaart gespeeld in de Drie Koningen en een viertal Pale-Ales gedronken, zoodat ik in de beste conditie was om den heelen nacht in éénen adem door te slapen.
Ik probeerde mij zoo stil mogelijk uit te kleeden, want mijn vrouw sliep al lang en ik houd niet van dat gezanik.
Toen ik echter op één been ging staan om mijn eerste kous uit te tekken, viel ik tegen de nachttafel aan en schoot zij wakker.
– Schaam je,’ begon het.
En daarop klonk de straatbel door ons stille huis, zoodat mijn vrouw rechtop ging zitten.
’s Nachts is zoo’n bel plechtig.
Wij wachtten beiden tot het gegalm in de trapzaal weggestorven was, ik met kloppend hart en met mijn rechtervoet in mijn handen.
– Wat mag dat zijn?’ fluisterde zij. ‘Kijk eens door het venster, je bent tòch nog maar half uitgekleed.’
Gewoonlijk liep het zoo niet af, maar die bel had haar den adem afgesneden.
– Als je nu niet dadelijk gaat kijken, dan ga ik zelf,’ dreigde zij.
Maar ik wist wat het was. Wat kòn het anders zijn?
Buiten zag ik voor onze deur een schaduw staan die riep dat hij Oscar was en mij verzocht direkt mee te gaan naar moeder. Oscar is een van mijn zwagers, een man die onmisbaar is bij dergelijke gelegenheden.
Ik zei aan mijn vrouw waar het om ging, trok mijn kleeren weer aan en ging de deur openmaken.
– ’t Is voor vannacht,’ garandeerde mijn zwager. ‘De doodstrijd is begonnen. En sla een sjaal om, want het is koud.’
Ik gehoorzaamde en ging met hem mede.
Buiten was het stil en helder en wij stapten flink door als twee die zich naar eenig nachtwerk spoedden.
Bij het huis gekomen stak ik machinaal de hand naar de bel uit, maar Oscar hield mij tegen, vroeg of ik mal was en deed de brievenbus zachtjes kleppen.
Wij werden door mijn nichtje opengedaan, een dochter van Oscar. Onhoorbaar deed zij de deur achter ons dicht en zei dat ik maar naar boven moest gaan, wat ik dan ook deed, achter Oscar aan. Mijn hoed had ik afgenomen, wat anders thuis bij moeder mijn gewoonte niet was.”

 

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

Gewekt uit de dogmatische sluimer

Heb je de nacht goed besteed – Ik oefende
In afwachting. – Van wie? – Ken jij ook
De zoete pijn: houden van de onbekende? –
De onbekende daad? – Hoe? – Waar heb je het over? –
De aderen barstten bijna in mijn vlees.
Wat ben ik ‘t beu om het San Marcoplein over te steken. –
Je droomt, nietwaar, je droomt met noodzakelijk gevolg. –
En over de straten waait de transparantie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2019 en ook mijn blog van 7 mei 2018 en ook mijn blog van 7 mei 2017 deel 2.

Hélène Gelèns, Erich Fried

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

Halt

II
halt? op de rem en geen stap meer verzetten?

zo halt hield ik een maal – het recept:
buiten na veel bier op een nuchtere maag
mijn stad ineens vreemd stil wit en leeg
het wit te hoog te betoverend om te fietsen
in de verte de verlichte ramen van mijn huis

ik zag mijn licht en bevroor – midden op de brug
mijn fiets aan mijn prikkelhand mijn schoenen doorweekt
de volle lengte van de gracht tussen mij en mijn licht
een bitterkoud halt maar dat gaf niet: ik was thuis

je kunt wel stoppen met alles en je thuis wanen maar waartoe
wat rem je zo tevoorschijn? de mens die je bent maar nooit zag
neruda’s eeuwige onpeilbare ader? rem je niets weg
blijf je mens als je niet beweegt niets in beweging zet

 

niet wij rennen

I
we denken aan doelloos aan ongeremd rennen
we rennen en rennen vertragen het beeld
zet af zweef en land

elke pas rolt van de hak
naar de bal van de voet naar de grote teen
elke afzet vol kracht elke pas wordt een sprong
zet af zweef en land zet af en zweef

we zweven en zweven in ongeremd rennen
we luchtklieven meer dan we grond raken
zet af zweef en land zet af en zweef land zet af

we denken ons doelloos ons ongeremd rennend
we lopen ons leeg het lijf tot een pijl
moeiteloos rennen we niets doet nog pijn

niet wij rennen
het pad rent

 

Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Zonneklaar

Het kan niet zo zijn
dat de Amerikanen
zonder noodzaak
Vietnamese kinderen verbranden

Het kan niet zo zijn
dat de Amerikanen
maarschalk Ky steunen
als dat echt een schurk is

Ze steunen hem echt
dus zo erg kan het niet zijn
en wat hij zegt
kan niet zo fout zijn

Hij zegt het echt
zijn rolmodel is Adolf Hitler
dus zo erg kan het niet zijn
als je Hitler als rolmodel gebruikt

Maar ook Hitler heeft kinderen verbrand
en niet in Vietnam maar dichterbij
Dus waarom maakt men zich druk
wanneer de Amerikanen dat doen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2019 en ook mijn blog van 6 mei 2018 deel 3 en eveneens deel 4.

Dag van de doden (Gerrit Kouwenaar), Paul Heyse

Bij 4 mei

 

Oorlogsmonument in Nieuwegein

 

Dag van de doden  

Het is weer voorjaar, dag van de doden
maar het sneeuwde toen deze woorden zich schreven

zij schreven vandaag, maar nu zij zich spreken
sneeuwt het nog steeds op een doodstille stad

vandaag hoort de woorden de stilte bezweren
alsof de tijd ooit te stillen was

zij noemen zich bij onteigende namen
zij willen wat doodzwijgt verstaanbaar maken

en roepen omlaag en omhoog in een gat
en spellen de sneeuw die maar niet wil smelten

op voorjaarsbloemen en monumenten
op vuilnisbelten en vazen met as

de witte stilte wordt gaandeweg grijzer
en wat de woorden ook willen ontzwijgen
de doden zijn dood, de bladzij is zwart –

 

Gerrit Kouwenaar (9 augustus 1923 – 4 september 2014)

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Paul Heyse werd geboren in Berlijn op 15 maart 1830. Zie ook alle tags voor Paul Heyse op dit blog.

Laatste wil

Op de dag dat het leven zal verdwijnen
en ik niet wakker worden kan,
in welke plaats of welke stad doet er voor mij niet toe,
ze zullen het bed voor me willen opmaken.
Een rustig graf zou ik hier graag willen,
onder deze cipressen,
waar ik met mijn zoete dromen rustte
en waarheen ik mijn schreden richtte.

Aan de oever van mijn meer, waar aan de randen
de vrede wappert met zijn vleugels,
zou ik met de mompelende golven
luisteren naar een cicadengetjilp,
zou ik vanaf de hoge Monte Baldo begroeten
de in slaap gevallen top,
zwartglanzend op het meer,
en trots en onveranderlijk, bekroond met sterren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Heyse (15 maart 1830 – 2 april 1914)
Portret door Adolph Menzel, 1853

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blogs van 4 mei 2019.

Erik Lindner, Erich Fried

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Tot een wiek van de molen losdraait

Tot een wiek van de molen losdraait
Ivens wacht op een stoel op de wind

tot de punt van een duinpan verkruimelt
op de wind op een stoel wacht Ivens

tot de trein in een rookpluim oplost
Ivens op een stoel wacht op de wind

tot het stof zijn ogen doet tranen
wacht op een stoel op de wind Ivens

tot het zweet op zijn kin opdroogt
op een stoel wacht Ivens op de wind

tot de baarden van kamelen wapperen
tot korrels als vlooien op de vlucht slaan

tot een slinger in een vliegertouw vastraakt
tot zijn wandelstok als golfclub omverslaat

tot het zand borrelt als schuim in de branding
tot het deksel van zijn koffer opengaat

op een stoel op de bergtop wijst Ivens
daar slaapt de wind in een hol in de woestijn.

 

Ze steekt een sigaret aan in de broodrooster

Ze steekt een sigaret aan in de broodrooster.
Ze blaast de rook door een kier van het raam.

Aan de overkant staat een kale man.
Uit een plastic tas steekt een vissenstaart.

Ze haalt haar nagel langs haar voortanden.
Over haar schouder hangt een theedoek.

Als haar heup zwaarder weegt dan het kozijn
kan ze haar heup dan in bedwang houden.

Als ze zacht voor zich uit zingt is ze bang
dat haar huid schroeit bij haar mondhoek.

Ze recht haar rug en blaast naar boven.
De man staat met de handen in zijn jas.

 

Terrein

Een deken ligt naast een auto de voordeuren open
een stel zit op een picknicktafel te praten

twee paarden naderen de parkeerplaats
ruiters stappen af en nemen de zadels
leiden de paarden aan teugels in de wagen
sluiten een balk dwars achter hun konten
waarover de staarten spreiden
sluiten links en rechts de deuren

auto’s rijden af en aan hardlopers lopen om
twee mannen lopen een hond achter hen
wachten in de bocht van het bospad

de zijdeur schuift open een ruiter stapt uit
pakt de zadels op en draagt ze de auto in
de ander trekt aan de deur steekt een hand op
en loopt over het terrein naar de oprit
langs de deken die op de grond ligt
licht brandt in de wegrijdende wagen

het dorp verderop het pad rond de weilanden
ganzen die gek worden boven de vijver.

 

Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

De drie stenen

“Hoe lang kan ik nog leven
als ik de hoop verlies?”
vraag ik de drie stenen.

De eerste steen zegt:
“Zoveel minuten als je
je adem kunt inhouden,
onder water,
nog zoveel jaren.”

De tweede steen zegt:
“Zonder hoop kun je nog leven
zolang je zonder hoop
nog leven wilt”

De derde steen lacht:
“Het hangt ervan af wat je
nog ‘leven’ noemt
als je hoop dood is”.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2019 en ook mijn blog van 3 mei 2017 en mijn blog van 3 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Wytske Versteeg, Angela Krauß

De Nederlandse schrijfster Wytske Versteeg werd geboren op 2 mei 1983. Zie ook alle tags voor Wytske Versteeg op dit blog

Uit: Quarantaine

“Zelf zei ze de ene keer het ene en de volgende weer iets heel anders; ze gaf me zo veel verklaringen dat ik niet wist welke ik kon geloven. Ze was misschien een pathologisch leugenaar, of gewoon in het bezit van een bloeiende fantasie – ik meet mij geen oordeel aan over de geest van een ander, althans niet die van haar. Dat ik nooit een definitief antwoord heb gekregen is in mijn huidige toestand een voordeel, want de leegte stelt me in staat naar hartenlust te fantaseren over haar Spaanse achtergrond, een verre voorvader uit die contreien, ontdekkingsreiziger misschien. Onmiddellijk slaat dan mijn geest op hol, visioenen van inheemse vrouwen zoals op de schilderijen van Gauguin, naakt op een schelpenketting na, verleidelijk wiegend met hun heupen. Zij op het zand tussen hen in, eveneens naakt natuurlijk, loom brengt ze een passievrucht naar haar mond; zo dadelijk, als ze de eerste hap neemt, zal het kleverige sap over haar dijen druipen. Direct daarna, gedachten schieten heen en weer als vissen, beelden van een dikke matrone met duidelijk zichtbare snor, kleine zwarte haartjes boven haar bezwete lippen, roerend in een gigantische pan met paella, nu verheft ze haar stem, roept: ‘Maríaa!’ Daar rent ze de keuken binnen, klein meisje met vlechtjes, om de een of andere reden zie ik een hond die om haar heen springt als op een middeleeuws schilderij, bleek licht van de tl-balken en alle tafeltjes bedekt met plastic zeil. Dan het schemerige licht van een moeilijk vindbaar zaaltje ergens in een Argentijnse stad, het ongegeneerd seksuele ritme van de tango dringt door een steegje heen. Zij met blote rug tussen de dames op stilettohakken, iemand schenkt te sterke drank, er klinkt geschreeuw wanneer er bloed vloeit – ah, had ik haar daar kunnen ontmoeten!”

 

Wytske Versteeg (Amsterdam (?), 2 mei 1983)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Angela Krauß werd geboren op 2 mei 1950 in Chemnitz. Angela Krauß viert vandaag haar 70e verjaardag. Zie ook alle tags voor Angela Krauß op dit blog.

 

Zo vanzelfsprekend alles wat we bewonen.
Als ons lichaam,
waarvan het verval ons net zo ontgaat
als zijn constante vernieuwing.
Alles is vanzelfsprekend
zolang het leeft.

De manier waarop we een deur openen
en weer sluiten,
laat de grenzen tussen lichaam en woning
vervagen – slechts een moment,
maar vanzelfsprekend genoeg om ons eraan te herinneren
dat we niet gewoon diegenen zijn
die hier komen en gaan.

Of de schaduw
als die zich bandeloos, zomers
een jonge rij huizen om de nek legt,
voordat de warme, vochtige adem
van de straat na de stortbui
zoals vroeger door die van jezelf heen stroomt.

Wat we bewonen zijn we zelf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Angela Krauß (Chemnitz, 2 mei 1950)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2018 en ook mijn blog van 2 mei 2017 en ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

1 MEI (C. S. Adama van Scheltema), Johano Strasser

Bij de eerste mei

 

1e Mei demonstratie door Isaak Brodsky, 1934

 

1 MEI

Kom vriend met uw jonge vrouw!
Met uw liefdevol hartlijke vrouw,
Met uw al zo zorgende vrouw –
Welkom! welkom is zij
De eerste Mei!

Kom vriend met uw zoon, uw kind!
Met uw jonge en al verstandige kind,
Met uw o! eenmaal gelukkiger kind –
Welkom! welkom is hij
De eerste Mei!

Kom vriend met uw kloppende hart!
Met uw duldend maar dappre hart,
Wij roepen uw hoopvolle hart
Welkom in onze rij
De eerste Mei!

Wij allen behoeven elkaar!
Wij winnen slechts met elkaar –
Helpen, helpen wij dan elkaar:
Maken we elkander vrij
De eerste Mei!

Ons is immers deez’ dag!
Ons is deez’ bloeiende dag!
Als eenmaal der dagen dag –
Die vindt ons zij aan zij
De eerste Mei!

Aan óns is de komende tijd!
Ons, óns is de nieuwe tijd!
O heerlijk toekomstige tijd
Wij voele’ u nabij
De eerste Mei!

Want wij zijn de groten der aard!
Wij zijn de werkers der aard!
Wij zijn de winners der aard!
Dat zijn wij állen – wij
Den eerste Mei!

 

C. S. Adama van Scheltema (26 februari 1877 – 6 mei 1924) De diamantbeurs in Amsterdam, de geboorteplaats van Adama van Scheltema

 

De Duitse dichter en schrijver Johano Strasser werd geboren op 1 mei 1939 in Leeuwarden. Zie ook alle tags voor Johano Strasser op dit blog.

Op de drempel
Voor Franziska

Het geluk:
Op een zomerochtend
Uit de voordeur te stappen
En een moment
Niet te weten wie je bent

Onberispelijk de dingen
De levende wezens
Voltallig als had men jou achteraf
Toegevoegd aan het universum
Als een soort bij nader inzien
(Of omdat het misschien toch
Niet zonder jou gaat)

Maar dan het vermoeden
Dat er mogelijkerwijs
Niets noemenswaardigs is gebeurd
Sinds de laatste ijstijd het meer uitgroef
En de modderheuvel opwierp
Achter het huis

Glanzend
Als een zijden draad
Zweeft de gedachte in het ochtendlicht
Een licht, bijna onhoorbaar kloppen
Een geritsel misschien
Een knetteren
Meer niet

Dat is dus wat er overblijft
Wanneer de dood naar mij reikt:
Een wereld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Johano Strasser (Leeuwarden, 1 mei 1939)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Jeroen Brouwers, Ulla Hahn

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Het hout

“Daar zit Mansuetus die zijn naam uitspreekt als Mansoeweetoes. Hoofd van de middelbare klassen. Knapen van twaalf tot zestien, zeventien jaar, over wie ik in deze slaapzaal moet waken. Ik hoor je wel Bruinsma! Zodra ik mijn gloei-peer doof en de lichtvlek van het plafond verdwijnt, komt het janhagel tot leven. Bruinsma doet of hij nadrukkelijk kucht. Ahèmm ahùmm. Uit een andere chambrette komt geknor. Jou ook Weytjens! Ga slapen, man, het is hier geen varkensstal. Ik tik met het kruis van mijn rozenkrans op het tafelblad. Ik heb het ding in mijn hand om iets in mijn hand te hebben. Wij dienen dit kralensnoer dagelijks ten einde te prevelen daar wij zijn toegewijd aan de heilige maagd volgens de regel van Franciscus, zelf een gebeten vrouwenhater, al had hij volgens apocriefe bronnen iets met de heilige Clara. In de voorlopig weergekeerde stilte lijkt de hitte te gonzen. De atmosfeer als dreigend beest. Achter het schoolgebouw gloeit het schijnsel van de buitenwereld, zoals wij het autistisch noemen. De buitenwereld omspant de hele planeet en het universum. Onze gebouwencomplexen vormen een gesloten enclave, wij leven separaat van de buitenwereld, waar wij niet bij horen, onze terreinen zijn afgegrensd door muren. Wij vormen een autonome mannenkloostergemeenschap met jongenspensionaat, ons instituut heet sint Jozef ter Engelen, gesitueerd in het afgelegenste zuidoosten van Nederland. Om ons heen ligt het mijndorp Blijderhagen, waar soms fanfaremuziek vandaan komt, gedempt door verte. soms stemmen en gelach van mensen zoals ik aan de andere kant van de muren. Ik zit met zondige opstandige gedachten en met heimweeërige verlangens die in strijd zijn met knoop drie. Naar rechts loopt de straat dood op de grensboom met Duitsland.”

 

Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Aangekeken

Je hebt me aangekeken nu
heb ik opeens twee ogen minstens
een mond de mooiste neus
midden in mijn gezicht.

Je hebt me aangeraakt nu
groeit er een engelenvacht waar
je mij belast hebt.

Je hebt mij gekust nu
vliegen mij de gebakken
duiven patrijzen en kapoenen
zomaar uit de muil ach
en jij deed je tegoed.

Je bent me vergeten nu
sta ik hier
vraag ik wat
moet ik alleen
met al die rommel beginnen?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.