Marguerite Yourcenar, Nino Haratischwili, Marie Howe

De Belgisch-Amerikaanse, Franstalige schrijfster Marguerite Yourcenar werd geboren in Brussel op 8 juni 1903. Zie ook alle tags voor Marguerite Yourcenar op dit blog.

Uit: Memoirs of Hadrian (Vertaald door Grace Frick, in samenwerking met de schrijfster)

“In spite of the legends surrounding me, I have cared little for youth, and for my own youth least of all. This much vaunted portion of existence, considered dispassionately, seems to me often a formless, opaque, and unpolished period, both fragile and unstable. Needless to say I have found a certain number of exquisite exceptions to the rule, and two or three were admirable; of these, Mark, you yourself will have been the most pure. As for me, I was at twenty much what I am today, but not consistently so. Not everything in me was bad, but it could have been : the good or the better parts served to support the worse. I look back with shame on my ignorance of the world, which I thought that I knew, and on my impatience, and on a kind of frivolous ambition and gross avidity which I then had. Must the truth be told ? In the midst of the studious life of Athens, where all pleasures, too, received their due, I regretted not Rome itself but the atmosphere of the place where the business of the world is continually done and undone, where are heard the pulleys and gears in the machine of governmental power. The reign of Domitian was drawing to a close; my cousin Trajan, who had covered himself with glory on the Rhine frontier, ranked now as a popular hero; the Spanish tribe was gaining hold in Rome. Compared with that world of immediate action, the beloved Greek province seemed to me to be slumbering in a haze of ideas seldom stirred by change, and the political passivity of the Hellenes appeared a somewhat spiritless form of renunciation. My appetite for power, and for money (which is often with us a first form of power) was undeniable, as was the craving for glory (to give that beautiful and impassioned name to what is merely our itch to hear ourselves spoken of). There was mingled confusedly with these desires the feeling that Rome, though inferior in many things, was at least superior in its demand that its citizens should take part in public affairs, those citizens at least who were of senatorial or equestrian rank. I had reached the point where I felt that the most ordinary debate on such a subject as importation of Egyptian wheat would have taught me more about government than would the entire Republic of Plato.
Even a few years earlier, as a young Roman broken to military discipline, I could see that I had a better understanding than my professors of what it meant to be a Spartan soldier, or an athlete of Pindar’s time. I left the mellow light of Athens for the city where men wrapped and hooded in heavy togas battle against February winds, where luxury and debauch are barren of charm, but where the slightest decision taken affects the fate of some quarter of the world. There a young and eager
provincial, not wholly obtuse but pursuing at first only vulgar ambitions, was little by little to lose such aspirations in the act of fulfilling them; he was to learn to contend both with men and with things, to command, and what is perhaps in the end slightly less futile, to serve.”

 

Marguerite Yourcenar (8 juni 1903 – 17 december 1987)

 

De Georgische schrijfster en regisseuse Nino Haratischwili werd geboren op 8 juni 1983 in Tbilisi. Zie ook alle tags voor Nino Haratischwili op dit blog.

Uit: De kat en de generaal (Vertaald door Elly Schippers en Jantsje Post) 

“Ze keek naar de lucht. Door het dichte wolkendek zag ze een akelig felle cirkel. Ze had het gevoel dat ze dwars door het verblindende wit de gloeiende botten zou kunnen zien, als ze maar lang genoeg bleef turen, als ze het maar verdroeg dat haar netvlies vlam vatte. Maar ze wendde haar blik af, de lucht was in een paar seconden betrokken en de wolken dreven de mist de bergkloof in.
Weer die minachtende blikken toen ze het marktplein op liep, ze werd achtervolgd door gefluister. Ook de kleverige gele hagedissenblikken van de oude vrouwen brandden op haar huid. Ze waren vast weer over haar aan het roddelen omdat ze zonder hoofddoek door het dorp liep.
De mist pakte zich razendsnel samen boven de kloof. Zwaar en stil was hij de dorpen binnengekropen en met zijn onverzadigbare muil had hij alles en iedereen opgeslokt. Je moest je geweldig inspannen om een hand voor ogen te kunnen zien.
De mist en de vochtige kou maakten de mensen gespannener, prikkelbaarder, de toch al ijzige sfeer in het dorp was om te snijden. De vrouwen slopen op kousenvoeten rond en deden stilletjes hun dagelijks werk, terwijl de mannen zich met een ernstig en geheimzinnig gezicht in groepjes terugtrokken in de achterkamertjes.
De winter zou hier binnenkort even meedogenloos als altijd aanbreken. De bewoners wapenden zich en stelden zich in op de koude, heldere nachten en de ijzige ochtendwinden. Maar er hing nog iets anders in de lucht, nee, het lag op de loer, ze kon het niet onder woorden brengen, ze kende deze sfeer niet, ze wist alleen dat die niet veel goeds voorspelde. In tegenstelling tot alle anderen wilde
ze zich echter niet door zorgen en angsten laten verlammen. Ze wilde zich net als andere jaren verheugen op de eerste sneeuw. Ze wilde met de kleine Asma sneeuwballengevechten houden en sleetjerijden – ondanks het gejeremieer van haar moeder dat zulk gedrag niet gepast was voor een jonge vrouw van haar leeftijd. Ze wilde het geknerp onder haar voeten voelen, de witte dekentjes van de dunne mosgroene sparrentakken schudden en lachen om niets, gewoon zomaar, zoals ze altijd had gedaan.”

 

Nino Haratischwili (Tbilisi, 8 juni 1983)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren in 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

Slecht weer

Wat maakt het uit dat deze koude juni aanbreekt, nog een bord
op de keukenvloer, rinkelend onder de tafelpoten.
Dus is de lange bezem nodig, een keer extra bukken.
Het moet er onderuit. Als de zon terugkomt. Als de regen stopt.

Maar er klopt iets niet. Iets klopt er niet.
De wasmachine loopt vast en zoemt te luid. De mezen
vallen uit de bomen. Er zit een zwaluw vast in de schoorsteen.
Het kleinste ramlammetje eet niet. De dagen gaan voorbij.

Juni is te koud. De spinnen die in de spanten huizen
dreigen het nest te overspoelen, Ze kunnen niet snel genoeg gegeten worden.
De moeder, buiten zichzelf, heeft dit slechts één keer eerder zien gebeuren,
de eitjes gehuld in een gaas.

Er komen geen brieven. De kleine tinnen vlag is neergelaten. Het huis kruipt
verder van de weg. Het gras rijst op in de regen. De zeisen
roesten en snijden niet. De messen piepen en zuchten, niets
te doen. Wij sluiten de portiekdeuren, maar elke avond

gaan ze een klein stukje open. We horen het vanuit de slaapkamer,
een zacht kraken. Er is niemand. De kou ligt in de wei,
waar de schapen goedgelovig en stoer en stom zijn, maar
het ramlam wil niet eten. Zijn moeder is het al vergeten.

De ramen blijven niet dicht. Zelfs de kleine spijkers
die we erin rammen, zitten ’s ochtends los en de schermen klapperen
een beetje in de zachte koude wind. Van onder de dekens,
zie ik hoe je door het huis beweegt en de kapotte dingen repareert:

de bureaulamp, de broodrooster, de radio die nog steeds niet wil praten.
De rode duiven hebben al een week niet gelegd. Er is niets wat we kunnen doen.
Niets. Het zou tien jaar geleden kunnen zijn. Ik zou kunnen dromen.
Dit zou de afgelopen winter geheel van voren af aan kunnen zijn

met het opgestapelde hout en de sneeuw die van kilometers ver aanstormt.
Ook de bomen leunden een beetje raar en de kat
was dagenlang verdwenen. Niets zou maken dat zij terugkwam.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marie Howe (Rochester, 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juni ook mijn blog van 8 juni 2020 en eveneens mijn blog van 8 juni 2019 en ook mijn blog van 8 juni 2018 en eveneens mijn blog van 8 juni 2017.

Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: De nachten van de pest (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“In de wandelgangen van het paleis deed in die dagen het gerucht de ronde dat die kwalijke bedoelingen eruit bestonden het pasgetrouwde paar uit Istanbul weg te krijgen en te laten creperen in door gele koorts geplaagde Aziatische contreien of in een door cholera geteisterde Arabische woestijn, maar er waren er ook die daartegen inbrachten dat je altijd pas begreep waar Abdülhamit op uit was als hij eenmaal klaar was met zijn machinaties. Dokter Schoonzoon had een positievere kijk op de zaak. Hij was een zeer succesvolle en hardwerkende quarantainearts van achtendertig jaar. Hij had het Osmaanse Rijk vertegenwoordigd op internationale congressen over gezondheidszorg. Met zijn successen had hij de aandacht van Abdülhamit getrokken, hij had met hem kennisgemaakt, en geconstateerd wat veel quarantaineartsen al wisten, namelijk dat de sultan niet alleen verzot was op detectiveromans, maar ook op innovaties in de Europese geneeskunst. De sultan volgde de ontwikkelingen inzake bacteriën, laboratoria en vaccins op de voet en wilde de laatste medische ontdekkingen in Istanbul en het Osmaanse Rijk introduceren. Ook had dokter Nuri bemerkt dat de sultan op de hoogte was van nieuwe besmettelijke ziekten die uit Azië en dan met name China oprukten, en dat hij daar bezorgd over was.
Omdat het windstil was op de Middellandse Zee vorderde de reis van het statelijk jacht Aziziye sneller dan voorzien. Hoewel het niet op de vooraf bekendgemaakte routebeschrijving stond, had het schip de haven van Izmir aangedaan. Terwijl de Aziziye de in nevelen gehulde Izmirse kade naderde, waren de leden van het comité om de haverklap het smalle trapje naar de stuurhut op geklauterd om daar om uitleg te vragen, maar ze kregen slechts te horen dat er een mysterieuze passagier aan boord zou komen. De Russische kapitein zei dat zelfs hij niet wist wie er zou aanmonsteren.
De mysterieuze passagier die de Aziziye betrad was de inspecteur-generaal van volksgezondheid, de befaamde scheikundige en apotheker Bonkowski pasja. De vermoeide maar levendige zestigjarige was de hofscheikundige van de sultan en de oprichter van het moderne Osmaanse apothekerswezen. Daarnaast was hij een semisuccesvolle zakenman en de voormalig eigenaar van diverse firma’s die rozenwater en geurtjes produceerden, mineraalwater bottelden en geneesmiddelen maakten. De laatste tien jaar was hij uitsluitend werkzaam geweest als inspecteur-generaal van volksgezondheid in dienst van het Osmaanse Rijk, in het kader waarvan hij rapporten over cholera en pestepidemieën schreef voor de sultan, en daarnaast van epidemie naar epidemie, van haven naar haven, van stad naar stad reisde om in naam van de sultan ter plekke toezicht te houden op de maatregelen met betrekking tot quarantaine en volksgezondheid.”

 

Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Een gedicht over de moord op Robert F. Kennedy

Bomen worden nooit gekapt. . . in de zomer . . . Niet als er nog vruchten. . .
gedragen moeten worden. . . Nooit vóór de belofte. . . wordt vervuld. . .
Niet wanneer hun verkoelende schaduw. . . nog moet troosten. . .

Toch zijn er die. . . geen acht slaand op de natuur. . . onverschillig tegenover
ecologie. . . onwetend van de behoefte. . . die. . . met bijl en geslepen
zaag . . . zouden . . . in laarzen. . . naar voren treden en schaden. . .

Niet de boom. . . want die valt. . . Maar die. . . in
zomerhitte. . . of winterkou. . . de schoonheid . . .
zouden beschouwen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Thomas Mann, Nikki Giovanni

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Herr und Hund

„Im letzten Augenblick aber und dicht vor dem Anprall weiß er zu bremsen und einzuschwenken, was sowohl für seine körperliche als seine geistige Selbstbeherr­schung zeugt; und nun beginnt er, ohne Laut zu ge­ben – denn er macht einen sparsamen Gebrauch von seiner sonoren und ausdrucksfähigen Stimme -, einen wirren Begrüßungstanz um mich herum zu vollführen, bestehend aus Trampeln, maßlosem Wedeln, das sich nicht auf das hierzu bestimmte Ausdruckswerkzeug des Schwanzes beschränkt, sondern den ganzen Hinter­leib bis zu den Rippen in Mitleidenschaft zieht, ferner einem ringelnden Sich zusammenziehen seines Kör­pers, sowie schnellenden, schleudernden Luftsprüngen nebst Drehungen um die eigene Achse, – Aufführun­gen, die er aber merkwürdigerweise meinen Blicken zu entziehen trachtet, indem er ihren Schauplatz, wie ich mich auch wende, immer auf die entgegengesetzte Seite verlegt. In dem Augenblick jedoch, wo ich mich niederbeuge und die Hand ausstrecke, ist er plötzlich mit einem Sprunge neben mir und steht, die Schulter gegen mein Schienbein gepreßt, wie eine Bildsäule: schräg an mich gelehnt steht er, die starken Pfoten gegen den Boden gestemmt, das Gesicht gegen das meine erhoben, so daß er mir verkehrt und von unten herauf in die Augen blickt, und seine Reglosigkeit, während ich ihm unter halblauten und guten Worten das Schulterblatt klopfe, atmet dieselbe Konzentration und Leidenschaft wie der vorhergegangene Taumel.“ Es ist ein kurzhaariger deutscher Hühnerhund, – wenn man diese Bezeichnung nicht allzu streng und strikt nehmen, sondern sie mit einem Körnchen Salz verstehen will; denn ein Hühnerhund wie er im Buche steht und nach der peinlichsten Observanz ist Bauschan wohl eigentlich nicht. Für einen solchen ist er erstens vielleicht ein wenig zu klein, – er ist, dies will betont sein, entschieden etwas unter der Größe eines Vorstehhundes; und dann sind auch seine Vorderbeine nicht ganz gerade, eher etwas nach außen gebogen, – was ebenfalls jenem Idealbilde reiner Züchtung nur ungenau entsprechen mag. Die kleine Neigung zur »Wamme«, das heißt: zu jener faltigen Hautsackbildung am Halse, die einen so würdigen Ausdruck verleihen kann, kleidet ihn ausgezeichnet; doch wurde auch sie wohl von unerbittlichen Zuchtmeistern als fehlerhaft beanstandet werden, denn beim Hühnerhund, höre ich, soll die Halshaut glatt die Kehle umspannen. Bauschans Färbung ist sehr schon. Sein Fell ist rostbraun im Grunde und schwarz getigert. Aber auch viel Weiß mischt sich darein, das an der Brust, den Pfoten, dem Bauche entschieden vorherrscht, wahrend die ganze gedrungene Nase in Schwarz getaucht erscheint. Auf seinem breiten Schädeldach sowie an den kühlen Ohrläppchen bildet das Schwarz mit dem Rostbraun ein schönes, samtenes Muster, und zum Erfreulichsten an seiner Erscheinung ist der Wirbel, Büschel oder Zipfel zu rechnen, zu dem das weiße Haar an seiner Brust sich zusammendreht, und der gleich dem Stachel alter Brustharnische waagerecht vorragt. Übrigens mag auch die etwas willkürliche Farbenpracht seines Felles demjenigen für »unzulässig« gelten, dem die Gesetze der Art vor den Persönlichkeitswerten gehen, denn der klassische Hühnerhund hat möglicherweise einfarbig oder mit abweichend gefärbten Platten geschmückt, aber nicht getigert zu sein.“

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)
De schrijver en Bauschan. Bronzen standbeeld in Gmund am Tegernsee, waar Thomas Mann in 1918 aan deze novelle werkte.

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Skydiving

Ik hang aan de rand
van dit universum
zing vals
praat te luid
omarm mezelf
om de val op te vangen

Ik zal tuimelen
in de diepe ruimte
nooit in deze vorm
of met dit gevoel
om terug te keren naar de aarde

Het is niet tragisch

Ik zal spiraalsgewijs
door dat zwarte gat gaan
huid ledematen verliezen
interne organen
mijn naakte ziel
verschroeien

Landen
in het volgende sterrenstelsel
met alleen mijn essentie
mezelf omarmen
terwijl

ik droom over jou

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Federico García Lorca, Paul Farley

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Kindertijd en dood

Op zoek naar mijn kindertijd, God nog toe,
ben ik rotte sinaasappels gaan eten, oud papier, uitgewoonde duivetillen,
en toen ontdekte ik onderin de put mijn kinderlijkje
door ratten opgevreten, onder dossen haar afgeknipt van de gekken.
Mijn matrozenpakje
was niet doordrenkt met walvistraan
maar had het kwetsbaar eeuwige van foto’s.
Verdronken, goed en wel verdronken, slaap kindje slaap
kindje gevloerd op school en door de wals der gewonde roos,
confuus van het sombere gloren van dons op de dijen,
confuus van de man in je, links pruimend op tabak.
Ik hoor een dorre rivier vol conservenblikken
waar de riolen in uitzingen en bebloede hemden uitbraken,
rivier van rottende katten die bloemkronen nadoen en anemonen
om de maan te misleiden dat die ze komt koesteren.
Hier heel alleen met mij verdronkene.
Hier heel alleen in tocht uit koude mossen en blikken deksels.
Hier heel alleen zie ik dat voor mij de deur is dichtgedaan.
Ze hebben de deur voor mij dichtgedaan en er is een groep doden
aan het schijfschieten, en nog een groep doden
in de keuken op zoek naar schillen van meloen
en eenzaam een blauwe onverklaarbare dode
op zoek naar mij de trappen op, en die in de put graait,
terwijl de sterren het slotgat der kathedralen opvullen met as
en iedereen ineens in kinderkleertjes blijft.Op zoek naar mijn kindertijd, God nog toe,
ben ik leeggeknepen citroenen gaan eten, stalvloeren, verschoten kranten,
maar mijn kindertijd bleek een rat, weggeglipt door een hele donkere tuin,
een rat met tussen zijn tandjes een doodkist van goud,
op een huis van piano’s af, fel door de maan bestookt.

 

Vertaald door Dolf Verspoor

 

Processie

Door het steegje komen
wonderlijke eenhoorns.
Uit welke streek,
uit welk mythologisch bos?
Dichterbij
lijken ze wel astronomen.
Fantastische Merlijnen
en de Ecce Homo.
De betoverde Durendael.
Orlando Furioso.

 

Juan Breva

Juan Breva had
het lijf van een reus
en de stem van een meisje.
Niets klonk als zijn hoge triller.
Het was de pijn
zelf die zong
achter een glimlach.
Hij roept de citroentuinen op
van het slapende Málaga,
en zijn klaagzang
smaakt naar het zout van de zee.
Zoals Homerus zong hij
blind. Zijn stem had iets
van een zee zonder licht
en een sinaasappel die uitgeknepen is.

 

Vertaald door Elly de Vries-Bovée

 

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

 

Voor Sint-Hiëronymus

Bewaker van de datumstempel en kaartcatalogus,
bewaarder van kennis, en een memobord voor het personeel
vol geprikt met dronkaards en mannen die de atlassen likken,
ga met me mee terwijl ik de boemannen weg tipp-ex
en Glade sproei in de krantensectie.
Zuurpruim, leer me hoe ik moet glimlachen terwijl ik een boete geef
aan de zondaars die onlangs in het ziekenhuis hebben gelegen,
met stomheid geslagen door de bliksem, of vergeten.
Leer mij hun snippers en bladwijzers te verdragen
met de standvastigheid waarvoor je niet beroemd bent:
de buskaartjes, ansichtkaarten, plakjes bacon
en voor één keer- geef me de kracht- een dichtgeknoopt condoom.
Poortwachter, waak over uitgeleende boeken;
hun maanden van vagevuur doorgebracht in badstoom
of onder bedden. Waak over degenen die in de steek zijn gelaten
op busstoelen of parkbanken. Genees de ingescheurden.
Haal ze terug uit huizen met de mazelen.
Informeer Milieugezondheid onmiddellijk.
En leer mij met een korzelige houding te werken,
En het martelaarschap van de index, die van jou was;
om me uit te spreken in de stilte van je feestdag
waarvan de wijdverbreide viering allang had moeten plaatsvinden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Ralf Thenior, Daniela Dröscher

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Alma

Ein schneeweißer Hund
schneeflockengleich weht er
übers Stoppelfeld hüpft
wie ein Schmetterling durch die Luft
läuft einem Zirkusgaul gleich
täuscht Bremsung vor
und setzt mit rehgleichem Satz
jubelnd (scheint es) über Strohwälle
noch einer und noch einer
voller Eleganz und Lebensfreude
Morgen werden sie das Stroh
zu Ballen pressen übermorgen
glänzt schwarze Scholle
im Sonnenlicht

 

Köln, Völkerkundemuseum

An der Haltestelle der Straßenbahn Nr. 16
schnäuzt sich ein Sachse, Salier niesen, drei
Ubier steigen zu, ein Hunne, Bässe im Hirn,
Knöpfe im Ohr, alte Karolingerin spricht über
Clubs, die es nicht mehr gibt, Seifenspender
damals eins a, zwei Latinas schnattern rasant,
dort malt eine Hand in Schönschrift Shitsos
an die Wand – der Tag frostklar, zerbrechlich.

Urformen der Kunst im Rautenstrauch-Joest-
Museum, Fotos von Bloßfeldt, frischer Trieb
einer Trichterlilie, weibliche Figur der Songye
aus dem Kongo – gefährliche Ähnlichkeiten
verstellen den Blick – der Keimblattkopf
der Christrose mit Schwanenhals kraftvoll
wie die Götterfigur der Nukuoro, Karolinen
– aus dem Erlebnis des Wachsens gebildet?

Der Wärter der asiatischen Götter empfiehlt
die Hühnersuppe aus dem Heißgetränkeautomat
mit slawischem Vibrato: hatte schon Schlechteres.
Das Adjektiv luftbekleidet weht mich an. Versuche
die Gesten der Erleuchteten – Fingerstellungen:
Schutzgebärde, Erdanrufung, Gabengewährung.
Ein sterbender Buddha kneift lachend ein Auge
zu. Draußen verändert sich krachend die Welt.

 

Ein Anflug von etwas

oh die Botschaft von der zyklischen Weisheit des
Körpers kommt im Umschlag eines unbedachten
Augenblicks GUTEN MORGEN der Frühling ist da
kein Weiß kein Rot kann so erglühn in Zärtlichkeit
wie dieses Grün und alle Knöpfe platzen auf
die Zunge taumelt dir im Munde wie springt vom
Fuß der Hochzeitsschuh von diesem winzigen
Gefühl das sich bewegt und eine Wunde legt aus
der die Blumen sprießen die schon gefressen sind

 

Fièvre Tangerienne

Het is niet gemakkelijk te krijgen
Je moet betrouwbaar zijn
Het is beter als je hier al een tijdje woont

De mensen kennen jou weten dat je cool bent
Het beste is een dealer in de buurt
Even aanbellen en voor weinig geld een pietsje

Met een harsachtige hand kom je thuis
Je snuift eraan fièvre tangerienne
Je kunt ontspannen de dag is binnen

Terwijl Dealer een paniekaanval krijgt
Lieve God, ik zou nooit walvissen doden!
Nooit! Nooit! En jij ’s nachts tegen je balkon –

Reling leunend -het schoolplein van de Lessing-
Basisschool gadeslaat en naar deze magische lamp
Kijkt boven de trap van de achteringang

Die het dahlia-achtige licht in de nacht verdoezelt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

De Duitse schrijfster Daniela Dröscher werd geboren op 4 juni 1977 in München. Zie ook alle tags voor Daniela Dröscher op dit blog.

Uit: Lügen über meine Mutter

„Meine Mutter passt in keinen Sarg. Sie ist zu dick, sagt sie. Nach ihrem Tod soll die Asche nicht in einer Urne aufbewahrt werden, sondern einfach über das offene Wasser zerstreut. Seit ein paar Jahren lebt meine Mutter am Haff Es ist der nordöstlichste Punkt des Landes. Näher an Polen, also dem Land ihrer Geburt, geht es nicht. Wir sprechen viel über den Tod. Eigentlich spricht nur sie davon. Es ist ihr Gewicht, das ihr zu schalen macht, und das, obwohl sie keines der klassischen Leiden hat, die Ärzte dicken Menschen unbesehen attestieren. Ihre Schmerzen sitzen in den Muskeln, den Gelenken. Ich kann über vieles mit meiner Mutter reden. Über fast alles eigentlich. Das Einzige, woran wir nie rühren, ist die Frage nach dem Geld. Wie es aussieht, wird sie dieses Geheimnis niemals preisgeben. Sie selbst würde vermutlich bestreiten, je ein Geheimnis gehabt zu haben. Und ob du welche hast, denke ich. So wie jeder Mensch drei Leben hat. Ein öffentliches, ein privates und ein geheimes. Mein Blick wandert über ihre Bücherregale. Tolstoi, überlege ich. Meine Mutter liebt Anna Karenina. Vielleicht könnten wir über den dramatischen Ruin von Tolstois Heldin ins Gespräch kommen? »Alle glücklichen Familien …«<, hebe ich an, doch da dreht meine Mutter bereits den schönen Kopf beiseite. »Ach was. Unglück.« Jawohl, Unglück!, denke ich. Ihr Unglück lag meine ganze Kindheit und Jugend über wie Blei auf meinen Schultern. Deshalb ist das hier nicht nur ihre es ist auch meine Geschichte. »Wenn du nicht endlich redest«, drohe ich, »muss ich etwas erfinden. Ich muss lügen.« »Nur zu. Das ist ja dein Beruf «
Meine Mutter lächelt geschmeichelt und keineswegs beeindruckt. Fast so, als wäre sie gern die Heldin in meinem Roman. Ich dagegen klinge wie ein schüchternes Kind. Nicht wie eine Schriftstellerin. Die Geschichte, die mir vorschwebt, ist eine Geschichte mit viel Schminke, blonden Perücken, Trapez und doppeltem Boden. Eine in vielerlei Hinsicht absolut dktive Geschichte. In der Philosophie beschreibt die Fiktion ein »methodisches Hilfsmittel bei der Lösung eines Problems«. Mein Problem lautet: Es gibt in meiner Familie so viele Geheimnisse, dass ich nicht weiß, wo ich anfangen soll. Die Sache mit dem Geld ist nur eines davon. Dass auch meine Mutter, obwohl sie mir so nah ist, manchmal so rätselhaft vorkommt, liegt auch an meinem Vater. Für ihn ist sie der mysteriöseste Mensch der Welt. Zugleich behauptet er, bis ins letzte Detail über sie Bescheid zu wissen.“

 

Daniela Dröscher (München, 4 juni 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.

Norbert Gstrein, Ralf Thenior

De Oostenrijkse schrijver Norbert Gstrein werd geboren op 3 juni 1961 in Mils bei Imst, Tirol. Zie ook alle tags voor Norbert Gstrein op dit blog.

Uit: Als ich jung war

„Nach dem Unglück, das dort vor dreizehn Jahren passiert ist, hätte ich nie gedacht, dass im Schlossrestaurant jemals wieder Hochzeitsfeiern stattfinden würden, und schon gar nicht, dass ausgerechnet mein Bruder sie von neuem anbieten könnte. Bis dahin und noch ein Jahr darüber hinaus, weil so lange der Vertrag lief, war unser Vater der Pächter gewesen. Danach hatte sich über Monate kein Nachfolger gefunden, und dann fand sich einer, der auf eine ganz andere Klientel aus war, eine Pizzeria eröffnete, im Keller eine Kegelbahn einrichtete, zwei Zielscheiben für Darts aufhängte und darauf setzte, dass die Geschichte mit der toten Braut entweder in Vergessenheit geraten oder im Gegenteil sogar eine makabere Attraktion werden würde. Man hatte meinem Bruder gegenüber mehreren Mitbewerbern den Vorzug gegeben, als die Pacht im vergangenen Jahr erneut ausgeschrieben worden war, und er hatte das Restaurant in kürzester Zeit zu seinem früheren Ruf gerührt, ja, sich sogar weit über die Region hinaus Anerkennung erkocht, wie es hieß, und wollte deswegen in Zukunft auch wieder an die alte Tradition mit der Heiraterei anschließen. In meiner Kindheit hatten wir gewöhnlich zwei oder drei Wochen nach Ostern, wenn die Wintersaison vorbei war, unser Hotel in den Bergen verlassen und das Restaurant bezogen, und dann begann es auch schon mit den Hochzeiten, Wochenende für Wochenende, oft zwei, eine am Frei-tag, eine am Samstag, bis in den September hinein oder gar bis Anfang Oktober. Das Hotel blieb im Sommer geschlossen, unser Vater fuhr alle paar Tage hin, um nach dem Rechten zu sehen, und erst nach Allerheiligen, wenn es oft schon wieder schneite, packten wir unsere Sachen zusammen, verriegelten alles und kehrten nach Hause zurück. Ich war damit aufgewachsen, im Winter das Hotel und die Skischule, im Sommer die Hochzeitsfabrik, wie zuerst unser Vater sie ironisch nannte, wie sie dann aber von allen ernsthaft tituliert wurde, ohne dass dadurch die Anziehungskraft litt. Man heiratete im Schloss, auch wenn es in Wirklichkeit keines war und nur so hieß, man heiratete bei unserem Vater, der diese Position irgendwann ein für alle Mal besetzt hatte. Kaum jemand aus den umliegenden Dörfern schlug sein Angebot aus, aber die Leute kamen auch aus der Stadt, entschieden sich für eine der drei Möglichkeiten, Standard, Medium oder Extraklasse, und ließen sich von unserem Vater beraten, der für alles garantierte, nur nicht für das Glück.“

 

Norbert Gstrein (Mils, 3 juni 1961)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Adventsraam Amsterdam

Gekookte aardappelen met bloemkool en hollandaise saus
nerveuze Darjeeling een uitzicht vanuit het raam boven
Dikker & Thijs zijn DeliCATessenshop de tram
schreeuwt als een gewonde hond en beneden loopt de kleine
man met een pet waar twee armen uit steken met twee
handen eraan en als hij aan het lint trekt, klappen ze
de dwalende geest door de vroege avond in de schaduw
van een stad zonder meeuwen, gehaast leven niet gehaast leven
of zoals ze zei een spacecake en de tafel heeft drie
erotische benen (Amors aroma) neon salami merkper-
soonlijkheden een goliath-melange de tijd loopt altijd
nog door zei ze en nou en tuitte haar mond Spui Spöe Amor
of tremor de tweeklanken verschuiven de tijd loopt
The Kiss Of The Spider-Woman het nachtprogramma

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2021 en ook mijn blog van 3 juni 2019 en eveneens mijn blog van 3 juni 2018 deel 2.

Wien, Fronleichnam 1939 (Theodor Kramer), Eckhart Nickel, Ralf Thenior

 

 

Sacramentsprocessie in een dorp door Jean-Louis Demarne, ca. 1804

 

Wien, Fronleichnam 1939

Wenige waren es, die Stellung nahmen
unterm Himmel, um zur Stadt zu gehn;
als sie singend ihres Weges kamen,
blieben viele auf den Steigen stehn.

Schütter quoll der Weihrauch und die Reiser
längs der Straße standen schier erlaubt;
klagend sang der kleine Chor sich heiser
und das Volk entblößte still das Haupt.

Manche kannten nur vom Hörensagen
noch den Umgang; doch dem baren Haar
tat es wohl, daß selbst in diesen Tagen
irgendetwas manchen heilig war.

Und indessen sie dem Zug nachstarrten,
salzigen Auges, Mannsvolk, Weib und Kind,
schwenkten aus den Fenstern die Standarten
alle das verbogne Kreuz im Wind.

 

Theodor Kramer (1 januari 1897 – 3 april 1958)
De Parochiekerk van Niederhollabrunn, Oostenrijk, de geboorteplaats van Theodor Kramer

 

De Duitse schrijver en journalist Eckhart Nickel werd geboren op 2 juni 1966 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Eckhart Nickel op dit blog.

Uit: Spitzweg

„Gleichzeitig ließ er aber mit ausgestrecktem Arm nahezu geräuschlos seinen Zeichenblock sehr langsam über das Porträt von Kirsten gleiten, bis dieser es vollends bedeckte. Ich weiß bis heute nicht, warum mich diese seine Bewegung unwillkürlich an den Mondschatten erinnerte, wie er sich bei einer Finsternis vor die Sonne schiebt. Aber ich hielt augenblicklich die Luft an, weil ich befürchtete, mein Ausatmen würde ihn verraten. Obwohl ich dem »Neuen«, wie ihn die meisten nannten, bis zu diesem Zeitpunkt eher skeptisch gegenübergestanden hatte, fühlte ich, wie uns von diesem Moment an so etwas wie eine erzwungene Komplizenschaft verband. Sie wuchs mit jedem Millimeter, den der Zeichenblock, nun mit dem Porträt von Kirsten darunter, wieder in Richtung Carl zurückwanderte, bevor er unmerklich vor ihm zum Halt kam. Carl war anders, er sprach mit niemandem von uns. Der erste und einzige Satz, den ich von ihm außerhalb des Unterrichts gehört hatte, fiel auf dem Hof, kurz vor Ende der großen Pause am Getränkeautomaten. Er war vor mir an der Reihe und hatte nach dem Einwerfen der Münzen ziemlich unentschlossen und gelangweilt auf die Auswahl gesehen, bevor er schließlich die Rückgabetaste gedrückt und das Kleingeld wieder in seine Hosentasche gesteckt hatte. Dabei musste ich ihn wohl etwas zu unverblümt angestarrt haben, jedenfalls schnipste er mit den Fingern in die Luft, als ob er mich wie ein Zauberer aus der Trance zurückrufen würde. Dazu lächelte er mir gequält ins Gesicht und sagte mit einem entschuldigenden Achselzucken: »Ich frequentiere Milch. Und daran fehlt es hier offensichtlich, wie an vielem anderen mehr.« Womit er mehr als recht hatte. »So habe ich es ja gar nicht gemeint!«, murmelte Frau Hügel kopfschüttelnd in die beklemmende Ruhe des Saals, aber eher zu sich selbst. Als ich gerade etwas zu Kirstens Verteidigung sagen wollte, streifte mein Blick Carl, der eine Augenbraue hochgezogen hatte und mir direkt in die Augen sah. Sein Daumen zog vor dem Mund einen imaginären Reißverschluss zu, dann fletschte er für den Bruchteil einer Sekunde seine Zähne und nahm sofort wieder seine übliche Pose ein — eine betont teilnahmslose Ernsthaftigkeit.“

 

Eckhart Nickel (Frankfurt am Main, 2 juni 1966)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Agenda

Ik geef niet op.
Ik koop tulpen.

Mijn kat is dood.
Ik kan niet meer schrijven.
Mijn tuin, chemisch vervuild.

Geen courgettes, zegt de
provinciale gezondheidsfunctionaris.

De tulpen gaan open.
Ze bloeien op de keukentafel.

Ik heb roze met een witte rand
uitgekozen, frivool hangen ze in de lucht.

Ik verdedig mijn strandstoel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2021 en ook mijn blog van 2 juni 2019 en ook mijn blog van 2 juni 2018 deel 2.

Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: In de naam van de zoon

“TERWIJL ER NIETS leek te gebeuren is alles veranderd. Ik ben opgehouden te leven maar beginnen te bestaan. De cocon is deze morgen opengescheurd. Ik zet de doos met aantekeningen in mijn auto. ‘Het jaar van de metamorfose’ staat op het karton gekrabbeld. Ik zal de planten nog een keer water geven, de thermostaat op het maantje zetten, de mezoeza een handkus geven, het huis goed afsluiten, voorzichtig rijden, iedere twee uur stoppen, een hotel nemen zo vaak ik het nodig heb. Ik heb mijn middeltjes bij me. Een blik op het dashboardklokje en de tijd begint te tikken. 2200 kilometer, berekent het navigatiesysteem. Ik heb achtenveertig uur om Italië binnen te rijden. Het is wennen om terug te zijn in de wereld, terwijl die op slot zat vergat ik dat tijd en ruimte bestaan. In mijn hoofd hoefde ik geen afstanden te overbruggen. Mijn man was zich de laatste maanden zorgen gaan maken omdat ik hele dagen in mezelf gekeerd was. Ik zou nog in mezelf verdwijnen. Druiven en noten houden me de eerste paar honderd kilometer gefocust, de radio blijft uit, zozeer ben ik van de stilte gaan houden. In Luxemburg kan ik me niet goed oriënteren. Een tikje met mijn zoekende vinger en de kaart draait plots om. Ik ga zelf over de kop, een seconde maar, een kortsluiting in mijn hoofd. Ik zet mijn auto aan de kant. In een flits zie ik het schitterend wrak, de sportwagen met de witte banden glanst onaangetast, maar de hele voorkant is verbrijzeld. Het portier staat keurig open. De krantenfoto die mijn moeder vroeger bewaarde in de doos waarop ze `P.B.’ had geschreven komt tot leven. Bernhard had eerst zijn brilletje kunnen rechtzetten en is grijnzend uitgestapt terwijl hij het stof van zijn kleren klopt. Was de motor van de Ford cabriolet losgekomen, toen hij in 1937 in Diemen met honderdzestig kilometer per uur tegen een zandwagen botste, had hij hem verpletterd. Ik zou zevenentwintig jaar later niet zijn geboren.
Ik stel mijn navigatiesysteem opnieuw in. Het is de man die ik vader noemde niet gelukt om mij kaart te leren lezen. De militair had met mij geen geduld. Ik leefde te veel in mijn fantasie en te weinig in de realiteit. Ik zou de oorlog nooit kunnen winnen. ‘Welke oorlog, papa?’ Het was voor hem altijd oorlog. Daarom bewaarde hij een pistool in de onderste la van zijn nachtkastje. In een legergroene washand. Als er thuis een conflict was, dreigde hij zichzelf neer te schieten. Onbewust begreep ik de boodschap. Als ik zou vertellen dat hij niet mijn biologische vader was, ging de trekker over. Dat is wat ik nog steeds niet kan begrijpen. Ik heb me monddood laten maken. Ik had de kracht niet, ik was al zo lang niet meer aanwezig in mijn lichaam.”

 

Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Minnesota Fats beschrijft zijn jeugd

Ik heb gegeten
als een sultan
sinds ik twee dagen oud was.

Ik had een moeder
en drie zussen
die mij aanbaden.

Toen ik twee jaar oud was
Kwakten ze mij altijd
in een bed met een ziljoen

satijnen kussens
en besproeiden mij
met exotische parfums

en seringenwater,
en dan
schoten ze de druiven op mij af.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.

Eduard Escoffet, Elizabeth Alexander

De Catalaanse dichter, schrijver en vertaler Eduard Escoffet werd geboren op 29 mei 1979 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Eduard Escoffet op dit blog.

 

es gibt die frau

es gibt die frau, die dir zuhört, und die andere.
es gibt die frau, die mit der nacht den mond abstumpft und die du triffst, und es gibt die andere.
es gibt die frau, die du siehst,
und die andere, und die, die du gern sehen würdest… und die andere.
es gibt die frau, so glaubst du dich zu erinnern, die dich die welt
hat vergessen lassen, und die andere. auch
gibt es die frau, die dich sie vergessen lässt und die andere, die auch.
es gibt die frau und den wind, ungezähmt, und sie sind rede
und sie sind worte und ein traum, der geht. und flieht. und die andere.
es gibt die frau, die du gern kennen lernen würdest, und die andere.
es gibt die andere und die frau, an die du dich nicht erinnerst.
es gibt die frau und die andere, die du gern
vergessen würdest. es gibt die frau ohne augen, die
weinschläuche sind in der dämmerung eines segelboots, das
schluss gemacht hat mit dem meer und dir sagt, dass es keine meerjungfrauen
gesehen habe. die andere auch nicht. es gibt die frau, die
schreien wird, dass sie das feuer nicht angerührt habe,
dass ihr die augen verbunden gewesen seien, und es gibt die andere,
der du die augen verbunden hast, und auch du stehst,
die augen mit den wurzeln herausgerissen, zwischen dem spiegel
und dem sonnenlicht. es gibt die frau, die murrt
und es gibt die andere. es gibt die frau, die wäsche aufhängt
oder die zerbrechlichkeit der welt neu ordnet, und es gibt die andere.
es gibt die frau, fleisch geworden, die im licht ist und im dunkel ist,
und es gibt die andere, im dunkel und im licht.
es gibt die frau und den sex. auch den sex. und die andere.

 

Vertaald door Roger Friedlein

 

Eduard Escoffet (Barcelona, 29 mei 1979)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Het nieuws van vandaag

Wereldkampioen zwaargewicht Mike Tyson
brak zijn vuist tijdens een straatgevecht in Harlem
om drie uur ’s nachts buiten een nachtwinkel voor kleding
waar hij een witte leren jas
van 800 dollar kocht. De andere kerel zei op tv:
“Het was een onverwachte slag.” Mohammed Ali zei
dat Tyson niet mooi genoeg is om wereldkampioen
zwaargewicht te zijn. Jaren geleden gooide een nieuwe Ali
zijn Olympisch goud in de Ohio
River, zei dat hij het zou ophalen als zwarte mensen echt
vrij zouden zijn in dit land. In Zuid-Afrika bestaat er een dans
die zegt we hebben geen werk, we zijn het beu jij hebt
een rots geraakt. Ik zag het op het nieuws van vandaag.

Ik wilde geen gedicht schrijven waarin stond: ‘zwartheid
is,” omdat wij beter weten dan wie dan ook
dat we niet één, tien of tienduizend dingen zijn
Geen één gedicht. We konden onszelf voor altijd tellen
en het nooit eens worden over het aantal. Wanneer de eerste
zwarte Olympische turnster zwart was en op TVI
naar huis belde om te zeggen dat het in kleur was op kanaal drie
in negentienachtentachtig. De meeste ochtenden tegenwoordig
komt Ralph Edwards de slaapkamer binnen en zegt: “Elizabeth,
dit is je leven. Sta op en zoek naar kleur,
zoek overal naar kleur.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2022 en ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.

Ad Zuiderent, Linda Pastan

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Gedicht in zand

Wie is de gelukkige? Die zonder
pennestreek of ademstoot zich afstaat
aan de luwe eenzaamheid, besloten
tot een eigen oase? Die zijn verhaal
als plakkerige handen afveegt aan
het stof om zich heen, in de woestijn
zichzelf aanboort; iemand die roept?
Of, onder het gehoor van samoem en
sirocco, jij in de duistere wind,
je huid droog, je adem al sneller, en
je vinger klaar om in wat je aanwaait
te schrijven dat je gewassen wilt worden.
Wie is dat? Wie is de gelukkige?

 

Water

Wolken hangen als een koets met zwartbepluimde paarden
boven de bergkam boven het dal van Skjåk
lekt de zon uit een haren vergiet

Groeit het oevergras, waar geen water is?
Stofwolken waarschuwen de tegenligger
voor een bocht in het pad door de pas
dalen zij gevolgd door een vuurkolom snachts

De violist voorop speelt met bonthulzen
om de vingers tegen de kou valt geen vuist
te maken geen muziek verbergt de stomme lippen

Is er een oever, waar geen water is?
Zacht regent gruis uit hun voetstappen
iedereen sluit zich aan de ogen
op een kier om de levensgeesten te luchten

De veerman van Skjåk neemt hen op
de schouders in de bestofte bedding zij blijven staan
tot ook de kluiten zijn neergedaald om hen heen
hangen de pluimen als uitgebluste wolken

 

Vuur

Onder het rookgat brandt al een vuur
voor de midzomernacht buiten de tent
zwerven gedachten van mannen als vlammen
over de stoffige toendra

Waar is de weg naar de plaats waar
het licht zich verdeelt in warmte en
dood door verstikking? Wie in de nacht
passeert kan uit de dwaallichten geen wijs
en rijdt maar noordwaarts

Als dode bomen groeien de rendieren
uit hun kracht zij bieden geen verzet
aan droogte of bedwelming met hun gewei
blijven zij hangen in de rode gloed

Wie in de nacht passeert ruikt meer
dan onraad offermalen aan de zon
as regent op de weg naar de plaats waar
het vuur zich verdeelt in tongen en rook

 

Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Wachtend op mijn leven

Ik wachtte tot mijn leven zou beginnen,
jarenlang staande bij bushaltes
kijkend naar de verte in een bocht,
denkend dat elke bus de verkeerde bus was;
of verloren in boeken waar ik naartoe zou reizen
zonder bagage van de ene pagina
naar de andere; waar het enige briesje
het geritsel was van het omslaan van pagina’s,
en levens opkwamen en ten onder gingen
in de gewelddadige kleuren van zonnen.

Soms hoestte en hoestte mijn leven:
een stilstaande auto die werd ingehaald,
en ik zou iemand in mijn armen houden,
ook al was het altijd iemand anders die ik wilde.
Of ik stapte in een willekeurige bus, verdrongen
door dijen en ellebogen die wisten
waar ze heen gingen; verzamelde restjes
van gesprek, ze vastleggend als vogelgezang
in mijn notitieboekje, waar ik ooit heen zou gaan
op zoek naar mijn leven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.