Simon Carmiggelt, Horst Bingel

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit: Héél vroeger (Louter leugens)

“Toen mevrouw Vere echter, op een gure nacht, door een agent bij het station gevonden was omdat ze dacht dat ze met de meisjes van haar school een dagje naar buiten zou gaan, klopte de neef de volgende dag geheel radeloos bij de directeur van een vol rusthuis aan en zei: ‘Meneer, in vredesnaam – breng haar ergens onder.’
‘Maar alle kamers zijn bezet.’
‘Kunt u dan niets improviseren?’
De directeur dacht na.
‘Tja… we zouden een badkamer kunnen missen maar…’
‘Prachtig,’ riep de neef. ‘Richt die maar in. Alles is beter dan nu.’
Zó kwam het, dat ze in dat tehuis aan die badkamer begonnen te dokteren. De kuip ging er uit. Daar kwam een bed te staan. In de hoek werd een kastje gezet en ginds de luie stoel, naast de theetafel. Een mooi schemerlampje hadden ze ook nog wel over, en met enige moeite gelukte het, aan de streng-wit betegelde wanden een paar schilderijen op te hangen. Och, het zag er ten slotte helemáál zo gek niet uit. Natuurlijk vormden de twee vaste wastafels naast elkaar, met haar hoge, koele muurspiegels, een wat ongewone syncope, doch de neef zei dat het best kon. De vraag was nu maar, wat tante zeggen zou, want bij mensen die zo’n onnoemelijke diepte met zich meedragen ben je nooit zeker.
Ze kwam in de middag, met een plantje in de arm en die glimlach om de lippen.
‘Kijk tantetje, híér is nu uw kamer.’
Men liet haar alleen binnentreden, als een kind dat mag gaan kijken welk verjaarspresentje vader en moeder hebben klaargezet. Langzaam schreed zij over de stenen vloer, bekeek de stoel, de lamp, het theekastje en draaide zich om.
Toen zag zij de wastafels. De neef hield zijn adem in. Hij bemerkte dat haar hulpeloos gezicht vertrok en opeens begon te stralen van verrassing. En hij hoorde haar stem – ontroerd: ‘Ach… hij heeft dus tóch aan mij gedacht.’

Pas later is gebleken wat zij bedoelde. Als meisje van achttien jaren had zij korte tijd gegaan met een kapper. Zij placht hem op te zoeken in zijn salon en naar hem te kijken als hij, bij de twee wastafels, zo bedreven knipte of schoor. Het was een mooie man geweest en een ongelukkige liefde, waaraan de herinnering later wegzonk in de stille vijver van een ordentelijk huwelijk. Maar nu…
‘Waar zijn de stoelen voor de klanten gebleven?’ vroeg ze.
Die hebben ze óók nog maar bij de wastafels gezet. En in die stille, illusoire kapsalon is zij toen, twee weken later, heel gelukkig doodgegaan.”

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Geradbraakt

Je hoort de zee in jou dat alles drijft, de doden,
vast geklauwd, de muren, de huizen, die je
vallen zag, de wanden, geschilderd in de nacht,
ramen, de kozijnen nog eruit gebroken,
jou mijden vogels, zon, mensen, blind, je bent, een
steen, oren diep al in het beton, de bloemen,
iemand brengt ze alsnog. Wat is dat? De boodschappers,
uit de dode wereld, de aarde,
dus dat was het, je rende sneller nog, de mist,
dik, je hoort het schreeuwen steeds, diep, onder
je voeten, je hebt ze toch allemaal opgehangen, een
stomme ruk, stevig ingekerfd, in elke nacht.
Wat ga je doen? De steen in de schoen, het was jouw tafel, waar
zij aan zaten, die je naar de trein bracht, naar de
veewagen, de wind kent hun namen,
de kinderen staan op, je bedekt je oren nu,
dat niet, de schoorsteen die de lucht vrat,
we zien jou, de steen die jouw naam
draagt, de spiegel, scherven, de aarde,
opengescheurd,
jij, vader, moeder, je hield mijn hand vast, jullie hebben
helemaal niets gezien, en wij, als hersenschimmen,
in de rook, spoken toch, tot steen bevroren,
Ik ben steeds nog elke nacht bang, ik keek niet weg, de
beulen, de kappen vielen,
Ik zat in de kelder, in het oor, de bommen. ik heb de
mensen met de gele ster gezien.
Ze zwaaiden niet.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Kira Wuck, Horst Bingel

De Nederlandse dichteres Kira Wuck werd geboren in Amsterdam op 3 oktober 1978. Zie ook alle tags voor Kira Wuck op dit blog.

 

Een dof geluid iedere keer als hij het glas raakt
een mot probeert al uren tevergeefs buiten te komen

wanneer wilde ik voor het laatst iets zo graag
dat ik er beschadigd door zou kunnen raken

ik ken wel het verlangen waar je
kramp van in je liezen krijgt

soms zie ik de dingen die ik hebben wil
als een vloedgolf die het land bedekken kan
om erbij te kunnen moet ik eerst verdrinken

 

De zee heeft honger

Als je wilt weten waar mensen wachten
dan moet je peuken zoeken
op het strand liggen
kleine dromen als opgevouwen briefjes

wachten is als de zee
tijd komt naar ons toe
maar kan zich ook van ons keren
als een uitgestrekte droogte

dorst is zo groot dat we hem niet benoemen
zout water kunnen we niet drinken
niemand weet hoelang de zee slaapt
haar dijen zijn altijd koud en gewillig

alles wat we bezitten nemen we mee
beneden zwemmen kinderen zonder honger
het liefste willen we teruggaan naar het moment
voordat alles begon te wankelen

toen wachten nog dromen betekende en
de zee geen honger had

 

Familie

Hierna drink ik niet meer doordeweeks zei ik
want toen ik mijn opa weer zag herkende ik hem eerst niet.
Vroeg aan willekeurige oude mannen
of ze mijn opa waren, onderaan roltrappen.
Eentje antwoordde dat het hem speet
dat hij niemands opa was.

Toen ik hem vond liepen we door de stad
wou dat iedereen zag dat ik een opa had
Hij marcheerde door de straat met een rechte rug
de oorlog zit nog ergens in zijn ledematen.

Ik dacht aan de man die tussen ons in was gestorven
hoe hij zijn tijd korter had zien worden op een schaakklok
en aan mijn opa, die hem als straf sambal had gevoerd

De brief die mijn vader schreef en nooit had verzonden

 

Kira Wuck (Amsterdam, 3 oktober 1978)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Roeiboot

Waarom staat de zon zo hoog?
Onze vrolijke liedjes in de nacht
bereiken alleen de maan.
De laatste tram
nam onze thuiskomst mee.
Heb je de vissen gehoord?
Elkeen vertelt
deze avond aan zijn vrouw
het verhaal van de maan.
Heb je de vissen gehoord?
En zojuist in de sprong,
toen de riem een slag lang
boven het water hing,
is de vlieg
met zijn spel begonnen.
Kijk hoe de vlieg springt,
telkens wanneer de riem
uit het water komt.
We willen ophouden met roeien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2020 en evenens mijn blog van 3 oktober 2018 en ook mijn blog van 3 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 3 oktober 2015 deel 2.

Dimitri Verhulst, John Hegley

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: Hebben en zijn

“Leven is nog steeds de grootste doodsoorzaak.” Een spreuk op de deur. Eigenlijk hangt die hier op álle deuren, en dat zijn vele deuren: een mantra, iets wat met alle macht en tegen elke prijs in de ketels van de misnoegde aanwezigen moet worden gestampt.
Er is Malodot een kamer toegewezen die ruikt naar walnoten en ammoniak en volgens de Opzichter mag hij zich gelukkig prijzen, al was het maar omwille van de mannen met wie hij ze moet delen tot, tja, hij weet hoegenaamd niet tot wanneer. Vrolijke mannen, ondanks alles, zodat ze ook wat dommig ogen, en die goed met elkaar opschieten.
De oudste van de kamergenoten is Hubert, vierenzestig zouden de meesten zeggen als ze geld kregen om op en leeftijd in te zetten, van wie weinig opmerkelijks valt te noteren, op een lamme linkerarm na dan, en een tong die ietwat lusteloos uit zijn mond hangt, als wasgoed uit het nam om te drogen. Hij heeft vriendelijke ogen, de ruwe poten van een overtuigde werker, en te oordelen naar het vuil onder zijn vingernagels wroette hij vaak in de aarde. Wroette. Daar is het al. De verleden tijd. Emanuel is de tweede oudste. Hij zit onder de brandwonden, zijn gezicht nog het meest, etterachtige brijen sijpelen uit iedere porie die het nog opbrengt zijn huid te kuisen. Malodots afschuw amuseert Emanuel, ook al omdat hij weet dat de nieuwe die wufte sentimentjes hier snel zal kwijtspelen. `Terpentine op de barbecue is nooit een goed idee? De man met wie Malodot het stapelbed zal moeten delen, daar ziet het toch naar uit, heet Didier, een jonkie nog. Zijn broek hangt tot op zijn voeten, zodat Malodot zomaar diens jeugdig florissante, stijve geslacht kan zien. En zijn ene oog is met een 9mm Luger doorboord, zo stelt Didier zichzelf meteen voor, omdat hij de pech had een vrouw bij haar thuis op de wasmachine te nemen toen haar echtgenoot thuiskwam, luttele seconden voor zijn climax. Stom, want hij had helemaal niet geweten dat die lekkere geit getrouwd was, en al helemaal niet met een halvegare wapenfreak, maar ach, sommige dingen moet je nemen zoals ze komen. Waarna hij vraagt of Malodot boven- of onderaan in het stapelbed wil liggen. Dat maakt hem niet zo uit. Doe maar onderaan. Als hij boven ligt gaat hij het gevoel hebben dat de toeter van de jeugdeling de hele tijd naar hem wijst. Maar als die Didier belooft niet op zijn buik te zullen slapen, dan wil Malodot het onderste bed nemen. Graag. En hoe heet jij, Nieuwie, mogen we dat weten? Voorheen, wanneer zijn naam werd gevraagd, vroegen mensen bijna meteen daarna hoe je die schreef. Nu niet Dat valt hem op. Hij heeft te maken met drie kamergenoten die niet zinnens zijn ooit nog eens iets op te schrijven. Ze heten hem van harte welkom en stellen hem daarna de vraag die iedereen als eerste moet horen wanneer hij hier tot zijn eigen verbazing belandt. De vraag: Hoe ben jij aan je eind gekomen? Het heeft misschien minder met vergeten dan met willen vergeten te maken, maar hadden deze drie mannen hem er niet aan herinnerd nu, dan had Malodot het weer niet meer geweten sinds kon dood te zijn. Zijn einde, dat vroegen ze. Daar moet hij nog even over nadenken, eigenlijk, hetgeen normaal schijnt te zijn, iedereen heeft in het begin last van een beetje geheugenverlies.”

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Het welpen dagboek

Op een kerstdag vertelde ik mijn vader
dat mijn zus de pagina’s van mijn nieuwe welpen-dagboek had bekrabbeld.
Toen hij haar confronteerde met de schade
zei ze dat ze onschuldig was. Ik vroeg wie het gedaan had als zij nooit
en beseffend dat er geen andere waarschijnlijke verdachte was,
ervan uitgaande dat onze ouders boven zo’n zinloze overtreding staan,
zei Angela dat zij, hoewel ze geen
herinnering had aan het incident,
de schuldige moest zij zijn geweest;
een bekentenis waarvan mijn vader vond dat
die een grondig pak slaag rechtvaardigde.
Wat er feitelijk was gebeurd, was dit:
Toen ik mijn adres in het dagboek schreef,
dat ik er zo netjes mogelijk wilde laten uitzien,
had ik een fout gemaakt,
doorgestreept, er een knoeiboel van gemaakt
en mijn geduld verloren,
het boek verpest
met een reeks onuitwisbare markeringen.
Toen de razernij voorbij was
besloot ik dat iemand moest lijden voor deze daad van vernietiging
en dat die persoon mijn zus moest zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 2 oktober 2018.

Oktober (M. Vasalis), John Hegley, Wallace Stevens

 

Bij het begin van oktober

 

The Pond, October door Clarence Gagnon, ca.1921

 

Oktober

Teder en jong, als werd het voorjaar
maar licht nog, want zonder vruchtbegin,
met dunne mist tussen de gele blaren
zet stil het herfstgetijde in.


Ik voel alleen, dat ik bemin,
zoals een kind, iets jongs, iets ouds,
eind of begin? Iets zo vertrouwds
en zo van alle strijd ontheven –
niet als een einde van het leven,
maar als de lente van de dood.


De kruinen ijl, de stammen bloot
en dit door stilte en mist omgeven.

 

M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)
Herfst in Den Haag, de geboorteplaats van M. Vasalis

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Zeer slechte hond

Ik nam Rover onlangs mee naar het park
Ik kwam onderweg een andere kerel met een andere hond tegen
zijn hond was een Duitse herder
mijn hond was dat niet
hij zei is die hond een Duitse herder
ik zei nee
en hij zei waarom neem je geen echte hond?
en ik zei Rover
negeer deze vuurtoren
en ik pak een stok
en ik houd hem boven Rover
en zeg Rover spring hier eens over
en bijt je vast in de stok
en Rover springt erover
en bijt me in de arm
ALARM ALARM
mijn hond mijn hond waarom heb je me verkeerd verstaan?
ik ben niet kalm
mijn hond heeft me pijn gedaan
in mijn arm
Ik laat hem de tandafdrukken zien
kijk Rover waar de huid mauver is
Rover likt deze beurse plekken af en
blijft blaffen
en blijft smeken
om vergeving
maar ik weet dat ik zijn poten nu moet breken

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The snow man

Men moet doorwinterd kijken
Naar de sneeuwbedekte takken
Van de pijnboom.

Men moet het al een hele tijd
Koud hebben om vorstruige
Sparren aan te zien,
Strak in de kale glinster
Van de zon in januari –

En niet ellende
Te vermoeden in het ruisen
Van wind over wat barre takken –

Ruisen van de aarde:
Dezelfde wind waait over
Dezelfde schrale plek

Waar de luisteraar, zelf niets,
Gadeslaat niets
Wat er niet is en het niets
Dat er is.

 

Vertaald door Lloyd Haft

 

Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2021 en ook mijn blog van 1 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 1 oktober 2018 en ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Hendrik Marsman, Stephan Reich

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

Uit: Tempel en kruis

De dierenriem (Fragment)

Naar deze reede zenden zon en maan
hun zwevend schip met droomen; zie, de jacht
der bliksemende vleugels in hun val
sneeuwen voorbij zijn raam; hij peinst en schrijft,
en langzaam vult zich het geduldig blad
met teekens die zijn hand bevreemd herkent
als letterbeelden uit een dood visioen;
en als ’t papier doorschijnend wordt en zwart
van woorden uit een blinden onderlaag
van de moerassen der vergetelheid,
bezweert zijn schrift als een mystiek getal
het sterrenbeeld dat in zijn droomen hing
en dat nu, volgezogen van ’t geheim
der noodlotsgronden, neergeslagen ligt
in ’t blanke veld, dat langzaam blauw en goud
zich kleurt als ’t byzantijnsch missaal
dat hij als jongen las: wéer klinkt de taal
der catacomben, ruischend als een bron.

Het oud gesternte gloeit, en in den nacht
leest hij het spijkerschrift van het heelal,
dat in de sterren stond van Babylon
en klinken zal wanneer de kinderstem
het dies irae zingt bij de Bazuin:
en diep in ’t microscopisch onderzoek
van ’t peilloos hart, hoort hij de nachtegaal
de vlammen uitslaan van het pinkstervuur
en in een vergezicht ziet hij den tuin
die aan het einde blinkt van het Verhaal:
want eenmaal zal het luiden van de schel
den klank verkrijgen van een nieuw metaal.

het wordt nu langzaam duister in de stad,
en opziend van het dichtbeschreven vel
draalt hij een oogwenk bij het avondraam,
vóor hij het grijs struweel der schemering
scheidt van het witte donker van zijn cel.

 

Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse dichter en schrijver Stephan Reich werd geboren in 1984 in Kassel. Zie ook alle tags voor Stephan Reich op dit blog.

 

43° 42′ 15″ N, 7° 18′ 42″ E

Je opent de diepte
als een ritssluiting,
een zachte, waterige naad

je draagt de stroming als huid & je hoofd
in de wolken
van een omgekeerde hemel

als je duikt, ben je het eo
in neopreen: daar, tot dit punt
van een absoluut recht labyrint.

maar er is geen aardkern, alleen
de weg daarheen & jij
vervoegt de tinten blauw
maakt deze ene beweging: hoe het aanvoelt
iets helemaal loslaten

& in de verte gaan vissen branden
als lampions pulseren kwallen & jij
wil krill zijn, een substantie, lichter
dan vloeibaar zout.

trek aan het koord.
doof het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephan Reich (Kassel, 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2020 en eveneens mijn blog van 30 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Pé Hawinkels, Stephan Reich

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Het uiterlijk van de Rolling Stones (Fragment)
Een lyrisch-episch leerdicht

Nu moet hij altijd wandelen. Nu wordt van hem
Verwacht dat hij het laagland dwars & delicaat
Doorkruist. Vol onbegrip voor zijn martyrium
Wuift het riet, onnut & dor als winterboeketten,
Naar hem als naar een anachronisme;
Vlijmsnel schiet het daglicht als een passerende snoek
Naar het Westen, waar de nerveuze keizer hof houdt,
Marionet & voetveeg van hem, in de abyssus
Van wiens muil plaats zat is voor de zwarte keizer,
Zijn onderhorigen en zijn antipoden, van wie
Men op een plaats als deze steeds de verpauper-
De prins der Pyrenaeën noemt. Aan het hof,
Het enige dat beter eeuwen interesseren kan, neemt de invloed
Van de elfendertig intriganten toe. Neemt toe,
En wie, in ’t hart gegrepen door een humide
Aantrekkingskracht in de manège strelen wil
Wat de nooit bereden paarden in hun neusgaten hebben,
Een edel beven, komt op de koffie:
Die randen snijden, wat het riet niet langer deed,
Zijn ruw & scherp als likzout onder vele rundertongen,
Waarop de myriaden van papillen ieder ogenblik
Tot kraaloogjes kunnen uitbotten.
Mijn pooiertje wordt ziek bij de gedachte, maar,
Onder de bedreven vingers van de enige coiffeur,
Die niet hoeft te ademen of eten maar
Z. bitterder betalen laat dan onverschillig wie
In zijn dienst betaald kan worden,
Verandert dat, en is het ziek met hem,
Is niet hìj meer ziek, maar hij deeltje van
Een ziekte die hèm onberoerd laat, maar
Met listen en met lagen huig doet zwellen,
Okselklieren opzet, de liezen corrumpeert
Van het avonduur, dat, met een mauve spoeling in
Het haar – de avond heeft de haren telkens anders –
De vervolmaking wacht.
Een zwaluw is het dan, die voor
De finishing touch zorgt, met opengesperde kaakjes
De atmosfeer schoonveegt en verdwijnt,
Verdwijnen, weet U wel, maar niet zonder sporen na
Te laten die te velen van de slaap beroven.
Wie heeft er in dit teken ooit ’t geduld,
De deemoed opgebracht om alle soorten bloesem met
Zijn eigen oogwit te vergelijken, om de iris
Te bedekken, en z. zo een indruk te verwerven
Van het toekomstig dodenmasker? Zijn keuze zal
Tenslotte vallen op een snipper van een keukenrol.
Want wij sterven als gloeilampen, die, men weet het,
Onmogelijk onverslijtbaar geproduceerd kunnen worden:
Men moet ook om de toekomst denken. En,
Voor wie dit te kras geformuleerd vindt,
De schildersleerling heeft zoiets nooit gezegd.
Hij zwijgt, staat stralend naar de aanstromende massa’s
Gekeerd in de ingang van Barnum & Bailey
Tot de oneindige, oneindigste macht.

 

Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse dichter en schrijver Stephan Reich werd geboren in 1984 in Kassel. Zie ook alle tags voor Stephan Reich op dit blog.

 

urban legend

’s nachts, zeggen ze, krabbelen spinnen, arachne,
over je tongstyx, god

zit in jou & in het vuil van je lakens, aan een zijden draadje eet
je gemiddeld 8 in de loop van het jaar als

scheermesjes in appels, van mond
tot mond, arachne, laat geschiedenis zich doorgeven

als een ziekte, een legende, voor elk van de poten,
de korte, een mogelijk einde, een fantasie

van constante transformatie de verdubbelde puls in de
maag het tintelen dat niet kan worden verpopt, arachne:

naai je mond dicht.
span er een net voor.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephan Reich (Kassel, 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2020 en eveneens mijn blog van 29 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Philip Huff, Albert Vigoleis Thelen

De Nederlandse dichter en schrijver Philip Huff werd geboren op 28 september 1984 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Philip Huff op dit blog.

Uit: Wat je van bloed weet

“Je wordt wakker in je broertjes bed. Je arm, die uitgestrekt onder zijn rug ligt, slaapt nog. Dit is je eerste indruk van de dag. Dan: je mond is droog en het voelt alsof iemand op je borstkas zit. Daarna: de stilte. Je houdt je adem in. Je luistert aandachtig, anticiperend op mogelijke geluiden, terwijl het stof danst en glinstert. De klokken van de kerk in het midden van het dorp luiden. Verder hoor je niets. Je ademt uit en draait je op je zij. De indrukken worden onderdeel van een reeks. Alexander, met zijn korte, krullende haar, zijn duim in zijn mond, ligt naast je te slapen, eindelijk rustig, zijn knuffellam met glimmende ogen en bruine hoefjes in zijn duimhand. Voorzichtig trek je je arm onder hem vandaan. Je drukt je lippen op zijn wang – nog altijd zacht. Zijn haar ruikt naar boter. Je stapt uit bed, pakt je nieuwe jojo van de vloer – een cadeau van je oom en je mooiste bezit -, loopt naar de deur en luistert nog eens goed, maakt dan het haakje los. Op de gang: scherven van een vaas. Op de Lichtgroene vloerbedekking is het restant van een vochtvlek te zien, de bloemen liggen verspreid op de grond. Je moet zo lang plassen dat je denkt dat het eeuwig zal duren. Het haalt iets van de druk van je borst, maar je mond is nog steeds droog. Je neemt enkele slokken water uit de kraan. Daarna ga je op je tenen staan om door het wc-raampje naar bulten te kijken. Je wist het al: zijn auto staat niet op het pad.
Het bed is leeg. De donsdeken ligt aan één kant opengeslagen, het onderlaken is gerimpeld. Je moet uitkijken met je blote voeten: op de vloer ligt een kapotgeslagen lijst, veel glas. De foto is van het huwelijk. Je vader en moeder lachend op de bumper van een oldtimer. Je vader houdt je zus vast, haar ogen bijna helemaal gesloten door haar wangen die door een glimlach omhoog worden geduwd. Ze is vijfjaar oud op die foto – drie jaar jonger dan jij nu bent, en bijna een jaar ouder dan je broertje. Emil ie zit al op de middelbare school en is tweedejaars a.. Ze heeft je vannacht wakker gemaakt om naar de wc te gaan, zodat je niet in bed plaste. Daarna heeft ze je in Alexanders bed gelegd. Vanochtend vroeg is ze naar de hockey gefietst. Je ziet jezelf weer in de spiegel van de klerenkast. Dunne armen, een ronde buik. Twee knokige knieën. Kleine voeten die nog steeds te dicht bij je hoofd voelen. Je hoofd, dat wel groot is. Je ademt diep in, trekt je schouders recht en stoot je borst vooruit. Dat is al beter. De deur van de klerenkast is niet helemaal dicht. Je trekt hem verder open. Een brede rij jasjes – grijs, donkerblauw, lichtbruin – met daaronder schoenen in dezelfde kleurschikking. Op de planken: polo’s, truien en shirts. Aan de binnenkant van de deur hangen dassen, naast elkaar, op elkaar, over elkaar. Je pakt een zwarte met diagonale grijze en gele strepen. De stof glijdt door je vingers. Je doet de deur dicht, ziet jezelf in de spiegel en hangt de das om je nek. Je kunt hem niet strikken, dus vouw je hem twee keer om jezelf heen. Met de das omloop je de gang in.”

 

Philip Huff (Zwolle, 28 september 1984)

 

De Duitse dichter, schrijver en criticus Albert Vigoleis Thelen werd geboren in Süchteln op 28 september 1903. Zie ook mijn blog van 28 september 2010 en eveneens alle tags voorAlbert Vigoleis Thelen op dit blog.

 

Vergeet-ze-niet

Huil niet omdat je niet kunt huilen
over de heilige stormen van de wereld:
de openbare overlast in de Hof van Eden,
de goddelijke zondvloed,
Sodom en Gomorha
de ondergang van Atlantis met man en muis,
de ondergang van de Titanic met man en muis,
de ondergang van 2367 talen
inclusief hun sprekers
de uitbarsting van de Krakatau,
de syfilis
van de Boerenoorlog,
mond- en klauwzeer,
cycloon en orkaan,
tyfoon en tornado,
het bioscoopongeval in Harburg,
loden daken, gecapitonneerde cellen, gaskamers,
een gewurgde bruid,
een leven barende pausin,
mijngas,
een goddeloze god
en je huilt nog steeds niet?
Denk dan aan de ui,
allium cepa;
ze lost het raadsel van de tranen voor je op
en evenzeer de traan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Albert Vigoleis Thelen (28 september 1903 – 9 april 1989)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e september ook mijn blog van 28 september 2020 en eveneens mijn blog van 28 september 2018 en ook mijn blog van 28 september 2017 en eveneens mijn blog van 28 september 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Kay Ryan

De Amerikaanse dichteres Kay Ryan werd geboren op 27 september 1945 in San Jose, California. Zie ook alle tags voor Kay Ryan op dit blog.

 

A Certain Kind of Eden

It seems like you could, but you can’t go back and pull
the roots and runners and replant.
It’s all too deep for that.
You’ve overprized intention,
have mistaken any bent you’re given
for control. You thought you chose
the bean and chose the soil.
You even thought you abandoned
one or two gardens. But those things
keep growing where we put them—
if we put them at all.
A certain kind of Eden holds us thrall.
Even the one vine that tendrils out alone
in time turns on its own impulse,
twisting back down its upward course
a strong and then a stronger rope,
the greenest saddest strongest
kind of hope.

 

THE EGYPTIANS

Novelty had not yet
replaced seasons in
the ancient pantheon
of the Egyptians. With
the available majesty
of the Nile rising
up the legs of the ibis
and flooding the fields
of papyrus, why court
oddity?
There was active
distaste among even
maize slaves and stone
masons for changes
other than the seasons.
Take Death: too sudden;
thus steps taken such as
the preparations of
Tutankhamen. No Egyptian
liked surprises or the
vagaries of hope, knowing
the water one crosses
shapes to the boat.

Oh the brave and confident, the
habitual people of Egypt
who filled Heaven with Earth
by the cubit.

 

Crocodile Tears

The one sincere
crocodile has
gone dry eyed
for years. Why
bother crying
crocodile tears.

 

WOLK

Een blauwe vlek
kruipt over
de diepe massa
van het wintergroen.
Van binnenuit het bos
lijkt het op
een interne
zaak, iets
dat alles te maken heeft
met bomen, een kleur
doorgegeven van de één
aan de ander, een
vereiste
waaraan zij zich
onverschrokken onderwerpen
zoals soldaten of
moedige mensen
die ouder worden.
Dan komt de zon
terug en
is ’t geheel en al voorbij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kay Ryan (San Jose, 27 september 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e september ook mijn blog van 27 september 2020 en eveneens mijn blog van 27 september 2018 en eveneens mijn blog van 27 september 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Niccolò Ammaniti, Dannie Abse

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti werd geboren in Rome op 25 september 1966. Zie ook alle tags voor Niccolò Ammaniti op dit blog.

Uit: Zo God het wil (Vertaald door Etta Maris)

“Wakker worden! Wakker worden, tering nog aan toe!”
Cristiano Zena opende zijn mond en klampte zich aan de matras vast alsof er een gapend gat onder zijn voeten was.
Een hand omklemde zijn keel. “Wakker worden! Je weet toch dat je maar één oog dicht mag hebben als je slaapt? Ze grijpen je altijd in je slaap.”
“Het is niet mijn schuld. De wekker…” mompelde het jongetje, en hij bevrijdde zich uit de wurggreep. Hij tilde zijn hoofd op van het kussen.
Maar het is nacht, dacht hij.
Buiten was het pikdonker, behalve de gele kegel van de straatlantaarn waarin sneeuwvlokken als watten wegzakten.
“Het sneeuwt,” zei zijn vader, die midden in de kamer stond.
Een lichtstreep drong binnen vanuit de gang en tekende de contouren van het kale achterhoofd van Rino Zena, zijn haviksneus, zijn snor en sikje, zijn hals en gespierde schouders. Waar zijn ogen hoorden te zijn, had hij twee zwarte gaten. Zijn bovenlijf was bloot.
Daaronder droeg hij een legerbroek en met verf besmeurde werkschoenen.
Hoe kan het dat hij het niet koud heeft, vroeg Cristiano zich af terwijl hij zijn hand uitstrekte naar de lamp naast het bed.
“Niet aandoen. Daar heb ik last van.”
Cristiano rolde zich op in de warme wirwar van dekens en lakens. Zijn hart bonkte nog steeds. “Waarom heb je me wakker gemaakt?”
Toen zag hij dat zijn vader een pistool in zijn hand had. Wanneer hij dronken was, haalde hij dat vaak tevoorschijn en doolde dan door het huis terwijl hij het pistool op de televisie, de meubels, de lampen richtte.
“Hoe kun jij slapen?” Rino draaide zich om naar zijn zoon.
Hij had een dikke stem, alsof hij een handvol gips had ingeslikt.
Cristiano trok zijn schouders op. “Ik slaap…”
“Heel knap.” Zijn vader haalde een bierblikje uit zijn broekzak, maakte het open, dronk het in één teug leeg en veegde zijn baard af met een arm, drukte het blikje vervolgens in elkaar en gooide het op de grond. “Hoor je hem niet, dat rotbeest?”

 

Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog.

 

Röntgenfoto

Sommigen jagen op zeebodems, sommigen suizen naar een ster
en, moeder, sommigen keren geobsedeerd elke steen om
of openen graven om dat sterrenlicht binnen te laten.
Er zijn mannen die alles zouden openen.

Harvey, de bloedsomloop,
en Freud, de omloop van onze dromen,
waren eervol nieuwsgierig en worden geëerd
zoals alle ontdekkingsreizigers. Mannen die mannen zouden openen.

En die anderen, moeder, met ziektes
als grote straten die naar hen vernoemd zijn: Addison,
Parkinson, Hodgkin – artsen die snel
en als eerste bij elke bittere sterfbedscène zouden arriveren.

Ik ben hun treuzelaar-medebroeder, half bang,
onwetend. Als jongen was het zo: je weet hoe
mijn kleine hand nooit een wekker uit elkaar
zou halen of een omgekomen muis zou villen.

En deze grotere hand is net zo. Hij steekt nu
uit een witte mouw om je röntgenfoto, moeder, omhoog
te houden tegen het gloeiende scherm. Mijn ogen kijken
maar willen het niet; Ik wil het nog steeds niet weten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor de schrijvers van de 25e september ook mijn blog van 25 september 2021 en ook mijn blog van 25 september 2019 en ook mijn blog van 25 september 2018 en eveneens mijn blog van 25 september 2016 deel 2.

Joke van Leeuwen, Dannie Abse

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Service compris

Weer liep een stoet van lijken
door de nacht, wereldwijd uitgezonden
en herhaald en herhaald en
herhaald, waarna een man in schone
kleren wat hij dacht.

We hielden onze hoofden
achterover. Het toestel hing
te hoog. Wit licht weerkaatste
in de glazen op de toog, waarachter
zwarte obers lachten: laatste ronde
maar bleven schenken, onbetaald.

 

Raad eens

Raad eens wie er is. Hij zet zijn schoen
tussen de deur. Die kunt u laten staan
zegt hij aan wie hem vraagt wat hij
komt doen. Dan legt hij er een
stuiver in en zingt
haast zuiver
bijna plechtig
helemaal gratis dit lied:
Een ting drie ting pling pling zeven
waar is heregotje gebleven
hij is niet hier hij is niet daar
hij is niet.

 

Binnen

Die wachtte was te goed in doodverzinnen.
Weghelften weg, begroeide grond verschoven,
meren gezwollen, als bij wie ver, met
tijdelijke namen, in de slaap verrast.

Die wachtte dacht een strand, had zich
in zand verpakt, nat zand dat plakte,
hoofd eruit, een hand om plat te slaan,
dat elke vrouw beschreven in een mal.

Pak dit maar uit. Stel maar die vraag.
Een mal? Maar alles druk met scheppen, innen,
spetten, mobiel bellen, nieuwer weer
voorspellen en daar was het al.

Die komen moest kwam lachend, natte voeten,
tas vol groeten, wakker en verwacht.
Ik ben het. Ben je boven?
Nam die verdampte vast.

 

Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

 

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales. Zie ook alle tags voor Dannie Abse op dit blog

 

De oude goden

De goden, zo oud als de nacht, vallen ons niet lastig.
Arme huilende Venus! Haar schaamhaar is grijs,
en haar magische liefdesgordel heeft zijn veer verloren.
Neptunus vraagt zich af waar hij zijn drietand heeft gelaten.
Mars is gaga – illusoire gieren op de vleugel.

Pluto opgegraven, knipoogt. Mijn soort wereld, denkt hij.
Ontvoering en verkrachting, zoals mijn voorpagina handig
brutaal uitbaat- maar hij ziet er niet uit wanneer
andere verontruste goden hun hoofd schudden tut tut,
opschepperig reageren, saai anekdotisch.

Diana is hem gesmeerd, uit angst voor astronauten.
Saturnus, met de Tijd om handen, staart naar niets en
niets staart terug. Sippe Bacchus praat tot vervelens toe
over cirrose en kleine kale Cupido hannest
met pijlen, kan zich niet herinneren aan welke kant het hart is.

Alle oude goden zijn verzwakt,
louter speelgoed voor dichters. Enkelen, duf of dwaas,
dartelen over Parnassische klaver. Zeker, soms
sterft zomerlicht in een kamer – maar alleen
een bebaard profiel in een wolk drijft over.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Dannie Abse (22 september 1923 – 28 september 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2020 en eveneens mijn blog van 24 september 2019 en ook mijn blog van 24 september 2017 deel 2.