Hagar Peeters, Andre Rudolph

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Als alle vogels

Mijn armen zijn de wanden
van je enkelvoud
waaraan bodem en plafond ontbreken
zodat je kunt ontsnappen
door de wijdste kier, de hemel,
onder de dikste plint, de aarde
maar laat ons eerst een nestje vlechten
van onze ledematen.

 

Mag ik naar je toe?

Mag ik naar je toe?
Samen zitten op de bank
waar jij me aait totdat ik slaap
en verder niets?

Alle winst wordt weer verlies.
Ieder woord doet afbreuk aan
het strelen van je hand,
je kussen op mijn haar.

Troost mij niet.
Je lieflijkheid draagt kilte aan.
Ons opgaan in elkaar
komt van één kant.

 

Debuut II

Licht spiraalde op de muur
van zijn studentenkamer,
gaf flakkerend de schaduw aan
van twee figuren, lichtgebogen.

Heel traag sloeg zij haar kleren af
en ook haar schaamte dwarrelde neer
temidden van ontkurkte flessen,
de asbak en leergangen fysica

kwam hij haar nader dan de dag erna
waar op de tafel in het schelle morgenlicht
de glazen schaamrood kleurden van de wijn

die op de bodem hard geworden
met de afdruk op het matras
getuigde dat niets meer hetzelfde was.

Daarvan waren alle ramen,
de studenten op college
die er samenzweerderig over zwegen,
de stoeptegels die haar zagen lopen
al op de hoogte.

 

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

de dochters zijn ramen

de dochters zijn ramen
…………………………..in de huizen van de moeders, daar

kijken ze door naar buiten; de
…………………………..zonen zijn snaren, gestemd als

de vaders. – nu zien ze er allemaal
…………………………een beetje gespannen uit.

op zichzelf zijn de viooltjes
…………………………lelijk, in de balkonbakken

buiten (zelfs nog als allegorie); “dit
………………………zou iemand opnieuw moeten omscheppen.”

de bloemkelken citeren engelen
……………………….en bijen. – op zaterdag wanneer

de kevers poetsen, ruikt het
………………………door het hele huis naar chitine

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

 

 Zie voor nog meer schrijves van de 12e mei ook mijn blog van 12 mei 2020 en eveneens mijn blog van 12 mei 2019.

Ida Gerhardt, Andre Rudolph

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

Lucretius

…noctes vigilare serenas, quaerentem dictis quibus et quo carmine demum…

Zonlicht en wolken en de roekelooze pracht
der aarde, uitgebroken, naar het licht
zich tillende en bevend toegericht, –
bloeiende leeft het vóór mij in de stille nacht.

Helderder nog en klaarder, met in het verschijnen
iets bovenaardsch, een glanzen als het eerste dagen
van wat geschapen is en in een dwingend vragen
mij toegewend. – O, eenmaal argeloos te zijn en

niets dan deel te wezen van dit bloeiend leven, –
zooals het dier, het kind, uiteindelijk ontheven
van wat ik zelf mij koos: dit zwoegen, deze pijnen.

Zal ooit het woord ik zóó formeeren dat gedreven,
gevormd tot eigen staat, een wereld in het schijnen
van jong ontsprongen licht mijn handen komt ontzweven?

 

Na den dag

Nog bergt de grond gegiste zon
warm onder ’t harsig naaldtapijt, –
een dierenspoor heeft naar de bron
en deze stilte mij geleid,
-het spat wat fijne zilverigheid –

De dag was ongemeten wijd,
ik ben doorgloeid van wat ik won, –
vandaag was het of nieuw begon
de aarde in oorspronkelijkheid.

En óók het vers, waarop ik zon, –
hoe werd het zóó van zelf bevrijd,
elk woord of het niet anders kon
volstrekt in zijn aanwezigheid.

Het ligt zoo glanzend uitgespreid
in ’t effen rijm, dat het omspon
en gaaf in zijn beslotenheid; –
de hartslag van een verre bron
rimpelt het even en verglijdt. –

Is dichten slechts aandachtigheid? –

 

Faun

Hij staat geleund tegen de stam
en keurt de saamgevoegde fluit,
besprongen door de rosse vlam
van het gewaaierd varenkruid.

Hij toeft, maar ademt elk gerucht,
de geur van loover dat vergaat,
het vallen van een rijpe vrucht,
die in de weeke aarde slaat.

Het lichaam, in zijn korte rust,
is wreed en teeder tegelijk;
de oogen waken, fel van lust,
over het ondoordringbaar rijk.

 

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)
Standbeeld in Zutphen (detail)

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

zoals de rivier onder de sterren

zoals de rivier onder de sterren
………………………..hemel van de drempels

afstort; nu probeert hij met
……………………….schaamteloosheid te forceren wat

hij door taal en intuïtie niet
………………………….meer tot stand brengt: schoonheid. (sela!)

de gebarsten lippen
………………………..van maart; het vochtige bruin

van de nog gesloten knoppen. –
………………………het berekende licht van deze avond:

met een enkele zilveren munt
…………………wil de maan onze zielen vrijkopen

(god gooit ze boven in de
………………………..sleuf. we beginnen te dansen)

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn blog van 11 mei 2020 en eveneens mijn blog van 11 mei 2019 en ook mijn blog van 11 mei 2018.

J. C. Bloem, Jayne Cortez

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

DE REIZIGER

Ik ben een reizende, die gaat
Van ’t een naar ’t and’re land;
Zijn voeten loomen op de straat,
Die, regenkil of zonverbrand,
Een nieuwe weg naar ’t nieuwe spant.

Zijn mond raakt even rooden mond,
Zijn lippen proeven vreemden wijn, —
Dan voelt hij weer, hoe de oude wond
Hem nimmer toestaat stil te zijn,
En volgt zijn lange levenslijn.

En als de doovende avond daalt
Vindt hij zichzelf aan ’t havenmeer,
Waar van der masten toppen weer
Lichtspiegeling in ’t water praalt
En, peinzend, zit hij even neer

 

FRANCIS JAMMES

Dat is de weemoed van al stille steden:
Een grachtje sterft in ’t late schemerlicht
Waar ruiten gouden gaan de luiken dicht,
Boomen alleen hun schaduw-tooien breeden.

De klare dag heeft elk gevoel gemeden
Maar met vlijm-zilvren Meiemanezicht
Begint ’t verlangen d’ oude reis en richt
’t Hart, dat in zalig droomenland wil treden.

In zoo’n klein stadje aan den voet van bergen
Woont ook mijn dichter, dien ik meer bemin
Dan deze arme woorden kunnen zeggen.

Omdat ik voel, hoe zijn gedichten bergen
Mijn wezen, en dat, wat ik zwijgend zin,
Hij open in zijn teeder lied kan leggen.

 

KORTSTE NACHT

Nu àl dagen lengen hunnen luister
Wevende in een immer lichter kring,
En de nacht maar is een droom van duister
Tusschen schemering en schemering,

Op de toppen van den hoogsten zomer,
Aan het keerpunt van mijn levenstijd,
Wil ik staren, een verloren droomer,
In de nacht, die langs mij henen glijdt.

Van de verten woeien vage vlagen
Stemgejoel en dronkene muziek;
Murmlen van geliefden klonk als klagen
In de veiligheid van schaduws wiek;

Waar der seinen losse lichten hangen
Dreunden treinen door den zomernacht.
Alles was één trekken en verlangen
Vol van de onrust, die in ’t donker wacht.

En ik bad tot U, mijn lieve leven,
Dat de tochten van mijn bloed regeert:
Wil mij nooit de dompe vreugde geven
Van den wijze, die niet meer begeert.

Laat die vlam altijd mijn hart verteeren
Door wier brand ik droefste dagen duld;
Laat mij hijgen in een fel begeeren,
Zóó verlangend en zóó onvervuld.

Moge nooit mijn bonzend hart vermanen,
Voor de dood mijn lichtzieke oogen sluit,
Wat ik meer vrees dan de laatste tranen,
Wat mij erger dan niet zijn beduidt.

Nog kan ik uit drang en droom verkiezen –
Om mij hing de nacht zijn klaarste schijn —
Maar verkiezen is het droefst verliezen —
Morgen reeds zal ’t nachten langer zijn.

 

J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Poëzie

In feite
zal
poëzie
de
bliksem
laten inslaan
in geen
enkele
groep kippen

Vandaag zijn gedichten als vlaggen
die wapperen op het dak van de slijterij
gedichten zijn als bavianen
wachtend om te worden gevoed door toeristen

& maakt het uit
hoeveel metaforen
je de hand reiken
wanneer de zon
daalt als

een opgezette vogel in
het tropisch woud
van je eenzaamheid

In feite
zal
poëzie
geen
jazz zingen
door de
vernauwde mond
van een miereneter
maakt niet uit hoeveel
symbolen er overleven
om de maan te zien
sterven in het zaagsel
van je teennagel

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jayne Cortez (10 mei 1936 – 28 december 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2020 en eveneens mijn blog van 10 mei 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Lied van de arbeid (Charles Ducal), Johano Strasser

 

Bij 1 mei          

 

Industrial Composition door Robert Gilbert, 1932

 

Lied van de arbeid
voor de werknemers van Ford Genk en ArcelorMittal

Nooit droeg de boom zo veel vruchten,
maar de tijden zijn hard, zegt de heer.
Hij neemt twee ladders weg, de plukkers
die blijven plukken nu meer.

Nooit vulden zich rijker zolders en kelders,
maar het deel van de plukkers neemt af.
Al plukken zij langer en sneller,
voor de heer is hun arbeid een last.

Elders klimt men met honger de boom in
en daalt er met honger uit af.
Het wekt in de heer de hoop op gewin:
de boomgaard wordt omgehakt.

In verre grond wordt een nieuwe geplant.
Als afscheid krijgt iedere plukker
een mandje mooi fruit. De tijden zijn hard
als onder een ladder een man staat die huilt.

Zonder boom is een plukker een hand
in het ijle die niet meer beweegt,
waar dagelijks een aalmoes in valt.
Een aalmoes maakt lui, vindt de heer.

Waarop hij zijn priester stuurt met het Woord
dat de werkloze plukker zondig spreekt
en hem aanspoort op zoek te gaan
naar een boom. Er is er vast nog wel een.

Moraal:

Zo de arbeidsmarkt verdween
was er werk voor iedereen.

 

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)
De Vaartkom in Leuven, ooit industrie- en brouwerijterrein, tegenwoordig cultureel bastion

 

De Duitse dichter en schrijver Johano Strasser werd geboren op 1 mei 1939 in Leeuwarden. Zie ook alle tags voor Johano Strasser op dit blog.

 

In mijn tijd
Voor Klaus Hahnel

Door de bossen van mijn kindertijd
Zwierven auto’s
Doken als men dichterbij kwam
Schuw weg in de varens
Of trokken
Angstig snuivend met gezwollen neusgaten
In roedels over beboste hellingen

Eens – ik herinner het me
Zag ik een
Groen geschilderde Buick tussen de bomen
Om hem heen in het schaarse bos
Maakten vijf of zes
Opel Olympia’s capriolen Speels wiegend
Trokken ze hun devotiecirkels

Als je geluk had in mijn tijd
Kon je
In de schemering
Op een open plek of aan de rand van het bos
Een enkele stoomlocomotief zien:
Stampend en sissend in de laatste gloed
van de voorbijgaande dag

Toen ik jong was, was het bos
Vol wonderen
Vandaag moet je de ruimte in
Om een televisiesatelliet
In het wild tegen te komen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Johano Strasser (Leeuwarden, 1 mei 1939)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2021 en ook mijn blog van 1 mei 2020 en eveneens mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Jeroen Brouwers, Ulla Hahn

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Cliënt E. Busken

“Ze heeft me met een riem om mijn middel in de stoel gefixeerd, de metalen gesp op mijn navel is niet door mij te openen. Mijn woede daarover en mijn verzet worden met injecties en pillen platgekookt. Wat nog kan bewegen zijn mijn handen en onderarmen. Met mijn benen, mijn voeten, kon ik schoppen, tot die ook aan de stoel werden vastgeknoopt. Hebt u uw saffies?
Aansteker? Fluitje zit hier in het linker zakje van uw overhemd, meneer Busken. Als u voelt dat u moet, meteen blazen. Dat er weer geen ongelukjes gebeuren. Ik denk dat ze niet beseft dat ze schreeuwt. Haar fraaie verschijning is als die op dat schilderij, doch haar decibels verstoren mij. Ze kijkt naar me. Ja meneer Busken? U hoort me wel. Meneer Busken? Antwoord geven kan u ook best.
Hier raakt ze mijn hoofd aan, bij mijn slaap, met haar gesloten slanke hand een duwtje bij mijn oor, niet hard, maar toch dat ik het voel, een lichtgevend stompje. Vandaar dat ik opeens aan mijn moeder denk. Ze marcheert terug naar het gebouw, het instituut, de inrichting, de gijzelaarsbewaarschool, Huize Madeleine voor ouden van dagen die in hun luier pissen en de rest. Haar plastic kontje in de broek die zich er vacuüm omheen en tegenaan heeft gezogen. Op haar slofjes, waarmee men haar en dezulken nooit hoort aankomen. Geluidloos, onhoorbaar zijn ze er altijd plotseling als witte geesten, wat altijd even schrikken is. Rechtop, het bovenlichaam zelfs ietwat achterover, loopt ze in het neutrumpersoneelsuniform van het gesticht haar ivoorblote armen voor‑ en achteruit te zwaaien.
Mij is het een troost van schoonheid haar te zien, naar haar te kunnen kijken, maar waar haalt ze die stem vandaan met de kracht en de klank van een ramsbazuin uit die zoete mond en die keel als van een zwaan. Wat zou ze zijn, eind twintig? Voorin, maar beslist niet ouder dan halverwege de dertig.
Zou ze een vrijer hebben? In het korte halfblond van haar jongenscoupe plakt iets wat meebeweegt op haar kordate passen, een blaadje van een struik of boom of bloemetje, een snippertje, iets fladderends. Ze is hier pas enkele dagen. Hoelang ik hier zelf ben weet ik niet. Ik ben Moniek, baste ze toen ze zich voor het eerst, halfzeven ’s ochtends, ze maakte me wakker, aan mijn bed vertoonde.

 

Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Hij komt

Winkelen: kersensap, spinazie en
nieuwe aardappels asperges niet die
is nog steeds te duur of ach wat
twee pond asperges, alstublieft.
Oh mijn god: de kapper had
geen kleur meer. Neem ik in plaats van
rood mahonie alleen niet
zo kort van voren.
De jurk zit als gegoten: maar
de jeans zit strakker van blauw

houdt hij en zwart goed
dus zwart blauw.
Staat de klok stil: nee, nog een keer het
Beethoven Trio in het tweede deel gaat
de bel ik open de deur
ben je er al?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Robert Anker, André Schinkel

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

De seizoenen, gekorrigeerd

II Lente

s Nachts wordt hij weer uitgestuft.
Hij kiest een nieuwe route in de witte wereld.
Of hij wordt nagewuifd? Een witte boord?

Hij is een kwieke reiziger in hout
en ruwe materialen.
Hard rock dendert door zijn hoofd.
Ha! Hij lacht, hij klaksonneert.

Over de induktie van beweging.
Bv. het geluid van banden door een landschap:
stokt heimwee naar een toekomst in je keel.

Bijvoorbeeld: wat je denkt doordat je praat.

Zo zwenkt hij dorpen in en uit,
valt werkplaatsen binnen met zijn mopjes.
Het gevoel een film te zijn.
Action! Een glanzende man.

Thee en koffie drinkt hij in de keukens.
Daar gaat hij in debat over het weer,
de wereld en het ruwe hout.
De timmerman vertoont hem tekeningen
van zijn prachtige konstrukties.
De reiziger praat losjes door de tekeningen heen.

Over het opdoen van nieuwe ervaringen
en het bewaren ervan, huiswaarts.

Vervuld van wat hij zelf genereerde,
loopt hij het witte tuinhek door, het grintpad op,
naar binnen. In de lente van zijn eenzaamheid.

Hij manoevreert zich langs de koppen van de krant.
Hij denkt: ik ben alweer vergeten waar ik was,
maar mijn hoofd zit vol met maten en getallen.
Dat komt als ik ga praten goed van pas.
Wat mij beweegt. Wat mij bestemt.

Wat hem zo vast verankert in het heden.

 

I Zomer

Het land dat hij verlaten heeft is leeg.

Dat is pas reizen in het knallen van de motor.
Hij woont in het lawaai. Er zijn geen echo’s.
Want hij luistert niet. Hij hoort maar wat hij ziet.

Zo komt hij binnen het verband, vergeten wat nog komt.

Of, vertikaal: de mateloze avondlucht, zijn hoofd
ter hoogte van het riet, de poten van het vee,

zich bukkend onder bruggen.
Door het lauwe water sliert zijn hand.

Waar je hem ziet, daar moet hij zijn.
Er zijn geen vragen. Je zou het kunnen filmen.

Dat hij alleen vaart. Dat er geen zwanen voor hem uitgaan.
Er wil een rat in dit verhaal, als een symbool.
Om mee te zwemmen in de boeggolf. Snorren, oogjes.

Het hondje staat als boegbeeld op de plecht.
Bloembollen reizen los van verleden.
Dat hij een bouwer is die terugkeert van het land.
Wat hij natuurlijk is, hij is geen metafoor,
hij is een lege man, om in te kleuren.

Hij vaart achter het dorp langs met stilte in zijn hoofd.
Om etenstijd, dus niemand die hem ziet of hoort.
Vrede haaks op de tevredenheid.

Tenslotte legt hij aan, vol wolken, land en water.
De bollen laat hij maar voor later.
Dat is pas aankomst: voorbij nog iets te doen.

Het ruikt naar heimwee in de schuur, van zaad en bonen.
Van de grond. En god ruist in de bomen om het erf.
D.i. de bomen ruisen en hij draait zich om:
dampende velden ziet hij en de zon.

Zijn bord staat in de keuken op de krant.
Het beslagen raam, de pan met aardappels voorbij,
waagt hij de vergeelde toetsen even
aan zijn gekloofde hand, om Schubert.

Dan kijkt hij op, in ons gezicht.
Klaar om in details te treden.

 

Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Duitse dichter, schrijver en archeoloog André Schinkel werd geboren op 27 april 1972 in Eilenburg. Zie ook alle tags voor André Schinkel op dit blog.

 

Vliegend stuifmeel

In het voorjaar bewegen de wolken
Rood-geel van bloeiend verlangen,
Door de schaduwen, de groene
Hyperbolen van het voorgebergte;

De merels roepen tevergeefs
En pluizen de borsten op
Tegen de eksters, die bedrijvig
De nesten leeghalen; en

De wielewaal bevedert schuchter de zwart-
Gele stempel van de vlucht

In het uitgeleverde landschap
Waar stuifmeel heerst; –

Wat een omgeving denk je,
Vertrekt vol spijt: met in je
Rug de kuddes van de heuvels,
Op weg naar de drinkplaats..

 

Vertaald door Frans Roumen

 

André Schinkel (Eilenburg, 27 april 1972)
Hier geflankeerd door Caroline Schlegel-Schelling, Novalis en Schiller

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

du hast zu lange auf schwankenden pontons gestanden

du hast zu lange auf schwankenden pontons gestanden
und jetzt schwankst du selbst, ein einziges schwanken
durch gassen, die sich salzig verbiegen
zu möwenflügeln, selbst im schlaf schwankst du noch
selbst im traum. eine durchsichtige mülltüte
auf deinem kopf, die im vaporetto flattert und sich sanft
an dich legt, deine schläfen. alles was du siehst
ist ein trick, um deine augen zu schälen
ohne dass du es merkst. jemand operiert dich
auf der piazza, ohne dass du es merkst.
ganz im innern deiner zapfen gibt es ein küken
in einem palast, das dich empfängt, um dir zu sagen
dass deine eltern erfindungen sind
und auch du bist erfunden. deine brüder und schwestern
sind gondeln und kreuzfahrtschiffe, kirchen und ratten.
nur deshalb schwankst du
diese stadt ist ein teilchenbeschleuniger
sie löst dich auf, um dich sehend zu machen
deine ewigen teilchen, und du kannst nicht mehr fliehen
zurück ins wartezimmer, wo die illustrierten liegen

 

unsere mütter haben uns auf einem flughafen ausgesetzt

unsere mütter haben uns auf einem flughafen ausgesetzt
ohne gepäck, blutig und nackt, entkabelt.
einige haben sofort geschissen, klebrig und schwarz
so schwarz, als wäre der teufel aus uns herausgetreten
und so klebrig, als könnten wir niemals mehr schweben
was so nicht stimmt, wir schweben sofort
mit einem arsenal von grausamkeiten, auf einem flughafen
der selber schwebt. unser flughafen ist gefüllt
mit ländern, städten und winzigen flughäfen, die nur
vom namen her flughäfen sind, in wirklichkeit:
flitzende punkte, obwohl worte wie flitzende punkte
in wirklichkeit nirgendwo sind, nur teilchen, schwebende
teilchen, die schwingen, ununterbrochen schwingen
solange wir warten in form von lose zusammengefügten
relativ kurzen, sprechenden stäbchen, warten
auf unseren einzigen flug, der uns abstürzen lässt
und unsere gehirne zurücknimmt; nicht in die engen schöße
unserer mütter, die längst morsch geworden sind
aber in die vorschöße; zwischen die schenkel 
einer hoffentlich gut aussehenden, uralten, mädchenhaften
planetaren dame.

 

je hebt te lang op schommelende pontons gestaan

je hebt te lang op schommelende pontons gestaan
en nu schommel je zelf, een enkel schommelen
door steegjes die zich gezouten verbuigen

tot zeemeeuwvleugels, zelfs in je slaap schommel je nog
zelfs in dromen. een doorzichtige vuilniszak
op je hoofd die fladdert in de vaporetto en zachtjes
tegen je aan gaat liggen, tegen je slaap. alles wat je ziet
is een truc om je ogen te schillen
zonder dat je het merkt. iemand opereert je
op de piazza zonder dat je het merkt.
precies in je kegeltjes zit een kuiken
in een paleis dat je verwelkomt om je te vertellen
dat je ouders verzinsels zijn
en jij bent ook verzonnen. je broers en zussen
zijn gondels en cruiseschepen, kerken en ratten.
Alleen daarom schommel je
deze stad is een deeltjesversneller
zij lost je op om je te laten zien
je eeuwige deeltjes, en je kunt niet langer vluchten,
terug naar de wachtkamer, waar de tijdschriften liggen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Erik Menkveld, Ted Kooser

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

De waarheid nadert

Deze dag, waarop elke inwoner zijn angstigst
vermoeden uit zal zien komen, lijkt nog een dag
zonder mij: vertrouwde geuren van houtvuur,
vochtige aarde, dampend voorjaarsgroen. Een vrouw
staat de buitenboel te doen, achter de slaperdijk
oefent een koor. In het hakbos stuiten de honden
lallend op eigen spoor. Door weinigen nog voor
mogelijk gehouden schijn ik niet meer te bestaan
tegenwoordig. Dat gaan ze hier beleven vandaag.
Levensgroot en oorverdovend nader ik het dorp.

 

Hoekse Waard 1 

Gaarne biedt ons kunstenaarscollectief jongens
laat elkaar eens met rust deels bestaande uit architecten
u als dichter vierentwintig uur exclusief
volstrekte eenzaamheid jongens mag ik dit even
lezen in een grote, sober vormgegeven lege houten kist
ergens in the middle of nowhere koelkast magnetron
matras en verder niks toe nou jongens hou eens op
met dat gekibbel eventueel een blocnote mag
natuurlijk maar het gaat om wat er zich dan in u
af zal spelen nu is het afgelopen naar jullie kamers
allebei laat u ons even weten of u ervoor voelt
gebruik te maken van deze mogelijkheid.

 

Regen

Glimmende straat. Een raam
met Duitsland 3 nog aan

en een waar net het licht
uit gaat. Stapt iemand

daar in bed? Dan glijdt
zijn hand nu langs de rug

die er al ligt, de lakens
dringen hun vertrouwdheid

aan hem op, misschien
herinnert hij zich nu

waar hij mee wakker werd.
Geclaxonneer. En grootlicht

zet ons op een streperige
filmcopie, onhandige fietsen

tussen onze benen; lachen
in de taxi die passeert.

De achterlichten vreten
in het wegdek

en de vermoeide woorden
die ik praat.

 

Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

 

De Amerikaanse dichter Ted Kooser werd geboren op 25 april 1939 in Ames, Iowa. Zie ook alle tags voor Ted Kooser op dit blog.

 

Verandaschommel in september

De verandaschommel hangt vast in een ochtendzon
die zijn grijze latten verbleekt, zijn gebloemde kussen
waarvan de bloemen verwelkt zijn, zoals die van de zomer,
en een kleine bruine spin heeft haar web uitgehangen
op een lijn tussen verandapaal en ketting
zodat niemand kan schommelen zonder het te breken.
Ze zegt dat het tijd is om te stoppen met schommelen,
tijd dat het kraken en rinkelen en ploffen
dat door het plafond gonsde is afgelopen,
tijd nu voor de zachte vibraties van motten,
de wesp die elke plank afklopt voor een ingang,
de koele dauwdruppels die ze van haar werk afborstelt
elke morgen, één wereld tegelijk.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Kooser (Ames, 25 april 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e april ook mijn blog van 25 april 2020 en eveneens mijn blog van 25 april 2019 en ook mijn blog van 25 april 2016 en mijn blog van 25 april 2015 deel 2.

St. Thomas the Apostle (Malcolm Guite), George Oppen

 

Bij Beloken Pasen

 

Het ongeloof van St. Thomas door Matthias Stom, 1641-1649

 

St. Thomas the Apostle

“We do not know… how can we know the way?”
Courageous master of the awkward question,
You spoke the words the others dared not say
And cut through their evasion and abstraction.
Oh doubting Thomas, father of my faith,
You put your finger on the nub of things
We cannot love some disembodied wraith,
But flesh and blood must be our king of kings.
Your teaching is to touch, embrace, anoint,
Feel after Him and find Him in the flesh.
Because He loved your awkward counter-point
The Word has heard and granted you your wish.
Oh place my hands with yours, help me divine
The wounded God whose wounds are healing mine.

 

Malcolm Guite (Ibadan, 12 november 1957)
Oritamefa Baptist Church in Ibadan, Nigeria

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

Vijf gedichten over poëzie

1- HET GEBAAR

De vraag is: hoe houd iemand een appel vast
Die van appels houdt

En hoe gaat iemand om met
Vuil? De vraag is

Hoe houdt iemand iets
In gedachten waar hij greep op

Wil krijgen en hoe houdt de verkoper
Een prul vast dat hij van plan is

Te verkopen? De vraag is
Wanneer zullen er geen honderd

Dichters zijn die dat gebaar verwarren
Met een stijl.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2021 en ook mijn blog van 24 april 2020 en eveneens mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

William Shakespeare, Peter Horst Neumann

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

 

Sonnet 107

Not mine own fears, nor the prophetic soul
Of the wide world dreaming on things to come,
Can yet the lease of my true love control,
Supposed as forfeit to a confined doom.
The mortal moon hath her eclipse endured,
And the sad augurs mock their own presage;
Incertainties now crown themselves assured,
And peace proclaims olives of endless age.
Now with the drops of this most balmy time,
My love looks fresh, and Death to me subscribes,
Since, spite of him, I’ll live in this poor rhyme,
While he insults o’er dull and speechless tribes:
And thou in this shalt find thy monument,
When tyrants’ crests and tombs of brass are spent.

 

Sonnet 105

Laat niemand mijn liefde betichten van Afgoderij,
En laat mijn geliefde ook geen Afgod schijnen,
Want al mijn gezangen zijn alleen de zijne,
Aan één, van één, steeds weer, en altijd hij.
Mijn lief is zuiver vandaag, en zuiver ook morgen,
Verheven als een onbewogen wonder,
Dus ligt mijn gedicht in dit patroon geborgen,
Verlangt het maar één ding, niets in ’t bijzonder.
Mooi, zuiver en goed is heel mijn onderwerp,
Mooi, zuiver en goed in telkens andere talen,
En in die variatie blijf ik scherp:
Drie thema’s in één, een rijkdom aan verhalen.
Mooi, zuiver en goed, ze leefden vaak alleen,
Tot nu toe troonden drie nog nooit in één.

 

Vertaald door Bas Belleman

 

Sonnet 64

Wanneer ik zag door Tijds hand fel gegrepen
Trotsch-rijke pronk van moe begraven eeuw,
En trotsche torens tot de grond geslepen,
En eeuwig erts voor menschenwoede als sneeuw;

Wanneer ik zag hoe hongrige Oceaan
Het koninkrijk van ’t vastland wreed omvat
En dan weer vaste grond de zee verslaan,
Schat meerdrend met verlies, verlies met schat;

Als ik zoo elk ding zag van staat verandren
Of zijn staaat zelf geheel tot niets verleemd;
Leerde verwoesting mij als alle schrandren
Dat de Tijd straks mijn lief ook tot zich neemt.

Dat denken is als dood: wat kan ik dies,
Dan schat beweenen die ik straks verlies.

 

Vertaald door Albert Verweij

 

William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Standbeeld bij de British Library in Londen

 

De Duitse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Peter Horst Neumann werd geboren op 23 april 1936 in Neisse. Zie ook alle tags voor Peter Horst Neumann op dit blog.

 

Mijn vader

Hij nam geen deel aan de oorlog,
zond vanuit Frankrijk

geen pakketjes, bevroor niet
vóór Stalingrad en was
er ook in Warschau
niet bij (als jullie
nog weten wat ik bedoel).

Omdat hij zijn veters
niet zelf kon strikken:
een klompvoet van kindsbeen af.

Toen ik ontdekte dat Oedipus
klompvoet betekent, was het
voor complexen te laat en
het moorden van de vaders voorbij.

Hij zat elke ochtend
voor mijn bed, half
slapend kruiste ik
zijn veters tussen de oogjes
en over de lus
legde ik voor een dag
houvast en stevigheid mijn knoop.

Gisteren, na veertig jaar
ben ik van zijn stem
wakker geworden met mijn naam
in het oor, en vandaag (voor wie het
interesseert) heb ik hem
zien dansen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Peter Horst Neumann (23 april 1936 – 27 juli 2009)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn blog van 23 april 2020 en eveneens mijn blog van 23 april 2019 en ook mijn blog van 23 april 2017 deel 3.