Giorgio Fontana, Louise Glück

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit:  Tod eines glücklichen Menschen (Vertaald door Karin Krieger)

„Sie wollten also Rache. Colnaghi nickte einige Male nachdenklich, als wollte er Gedanken sammeln, die er nicht hatte oder die noch zu verworren waren. Dann stützte er die Hände auf den Tisch und sah wieder zu dem Jungen, der gesprochen hatte.
In dem Raum, den der Kindergarten des Viertels zur Verfügung gestellt hatte, herrschte Schweigen: Schweißflecken unter den Achseln, dazu die sich langsam drehenden Flügel des Ventilators. Alle warteten auf seine Antwort, auf das x-te gute Wort.
Die Verwandten und Freunde des Opfers waren etwa dreißig an der Zahl. Vissani war Chirurg gewesen, ein prominenter Vertreter des äußersten rechten Flügels der Mailänder Christdemokraten, zweiundfünfzig Jahre alt, aschblond, dicklich. Das Foto vor dem Rednerpult war von Blumen-
sträußen umgeben.
Colnaghi mochte ihm in den letzten Jahren ein-, zweimal begegnet sein. Er hatte im «Corriere» etwas über ihn gelesen, vielleicht einen Artikel im Lokalteil, über die Stellung, die er sich damals innerhalb der Partei erobert hatte. Colnaghi hatte für jene DC nichts übrig, doch wer weiß: Vielleicht hatten
sie sich in der Vergangenheit sogar einmal die Hände geschüttelt, waren einander von einem Kollegen vorgestellt worden, der Karriere machen wollte, vielleicht an einem Abend Mitte Mai, wenn Mailand von Schwalben durchzogen wird und das Licht eine unfassbare Farbe hat. Vielleicht waren sie damals beide gutgelaunt gewesen, vielleicht hatte Vissani über einen Witz Colnaghis gelacht und sich auf die Schenkel geklopft, und ebenso schnell hatte der Arzt dem Staatsanwalt die gute Laune mit einer unangebrachten Bemerkung verdorben, einer von vielen, die er in den Ermittlungsakten hatte nachlesen können – etwas Unangenehmes über die Jugend von heute oder dass die Regierung hart durchgreifen müsse.
Wie dem auch sein mochte, Folgendes war geschehen: Dieser gewöhnliche, abstoßende, doch unschuldige Typ war am späten Abend des 9. Januar 1981 in der Nähe der Piazza Diaz erschossen worden. Zwei Projektile, Kaliber 38Special. Vor sechs Monaten. Ein Mord, zu dem sich der Proletarische Kampfverband bekannte, eine Splittergruppe der Roten Brigaden. Ein noch nicht abgeschlossener Fall auf Staatsanwalt Colnaghis Schreibtisch.
Er hatte lange darüber nachgedacht, ob es eine gute Idee sei, an der Gedenkfeier teilzunehmen. Schließlich war seine Aufgabe, sich von solchen Leuten fernzuhalten, und nicht, sich ihnen auszusetzen. Doch am Ende hatte er aufgegeben.“

 

Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

Metten

Wil je weten hoe ik mijn tijd doorbreng?
Ik loop door de voortuin en doe alsof
ik onkruid wied. Je zou moeten weten
dat ik nooit wied, op mijn knieën, bosjes
klaver uit de bloembedden trek: in feite
ben ik op zoek naar moed, naar enig bewijs
dat mijn leven zal veranderen, hoewel
het een eeuwigheid duurt, om elke klomp
te controleren op het symbolische
blad, en de zomer loopt spoedig ten einde, verkleurt
de bladeren al, de zieke bomen altijd
het eerst, stervende worden ze
briljant geel, terwijl een paar donkere vogels
hun avondklok van muziek uitvoeren. Wil je mijn handen zien?
Even leeg nu als bij de eerste noot.
Of was het altijd de bedoeling
om verder te gaan zonder een teken?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn blog van 22 april 2020 en eveneens mijn blog van 22 april 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Patrick Rambaud, n. c. kaser

De Franse schrijver Patrick Rambaud werd geboren op 21 april 1946 in Parijs. Zie ook alle tags voor Patrick Rambaud op dit blog.

Uit: The Retreat (Vertaald door Will Hobson)

“Captain d’Herbigny felt ridiculous. Swathed in a pale cloak that floated on his shoulders, one could make out a dragoon of the Guard by the helmet enturbanned in navy calfskin, with a black horsetail on its brass crest, but astride a miniature horse he had bought in Lithuania, this strap¬ping fellow had to dress his stirrups too short to stop his boots dragging along the ground – except that then his knees stuck up. “What in Heaven’s name do I look like?” he grumbled. “What sort of a sight must I be?”
The captain missed his mare and his right hand. The hand had been hit by a Bashkir horseman’s poisoned arrow during a skirmish: the surgeon had amputated it, stopped the bleeding with birch cotton because there was a shortage of lint, and dressed the wound with paper from the archives for lack of bandages.
As for his mare, she had bloated after eating rain-soaked green rye; the poor thing had started trembling and soon she was hardly able to stand upright; when she stumbled into a gully, d”Herbigny had resigned himself to destroying her with a bullet behind the ear; it had brought him to tears.
His batman Paulin limped behind him, sighing, dressed in a black coat covered with leather patches and a crumpled hat, and with a cloth bag slung over his shoulder filled with grain he’d gathered along the way; he was leading by a string a donkey with a portmanteau strapped to its back.
These two fine fellows were not alone in railing against their ill fortune. Lined with a double row of huge trees similar to willows, the new Smolensk road they were trudging along ran through flat, sandy country. It was so broad that ten barouches could drive down it abreast, but on that grey, cold September Monday, as the mist lifted it revealed an unmoving crush of vehicles following the Guard and Davout’s army. There were goods wagons in their thousands, a mass of conveyances for transporting the baggage, ambulance carts, masons’, cobblers’, and tailors’ caravans; they carried handmills and forges and tools; on their long wooden handles, scythe blades poked out of one dray. The most exhausted, victims of fever, let themselves be carried, sitting on the ammunition wagons drawn by scrawny horses; long-haired dogs chased in and out, trying to bite each other. Soldiers of all arms of the army escorted this throng. They were marching to Moscow. They had been marching for three months.
Ah yes, the captain remembered, they’d been a mighty fine sight in June when they’d crossed the Niemen to violate Russian territory. The procession of troops across the pontoon bridges had lasted for three days. Just imagine: cannon by the hundred, over five hundred thousand fresh, alert fighting men, French a good third of them, with the grey-coated infantry rubbing shoulders with Illyrians, Croats, Spanish volunteers and Prince Eug”ne’s Italians.”

 

Patrick Rambaud (Parijs, 21 april 1946)

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook alle tags voor norbert c. kaser op dit blog.

 

klooster (I)
uit de klankgaten

van de ursulinen
klinkt het voor de
veertigurige
aanbidding
een vrouw

die in de lippen
snel bladert
een betere film

voor oude vrouwen met doek
enorme zonde buiten
in de carnavalsstegen
wierook

harmonium
stinkgas
sissen rond kerkbanken
in dubbele rij

zweven de kloosterzusters
door het schip
ingeslikte hoest
een vrouw

die in de lippen
snelle rozenkrans
bladert
het pensioen daalt

koffie stijgt
het bedplassende neefje
de geliefde
rot weg als onkruid
de haarspeld steekt
& die daar die daar
is een slang
voor mij
licht geven aan de missie
& de heidenen
& geld
bij de laatste bel

fladdert
kortademig
de dienstdoende
kapucijner naar binnen
om het lichaam van de HEER

te onthullen
& met zachte woorden
de ziel te vullen
amen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

n. c. kaser (19 april 1947 – 21 augustus 1978)
Standbeeld van norbert c. kaser op de Rathausplatz in Bruneck.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e april ook mijn blog van 21 april 2020 en eveneens mijn blog van 21 april 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

Martinus Nijhoff, n. c. kaser

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

De man had de kleine groep
kinderen die op de stoep
aan ’t spelen waren bereikt. –

Het is vaak niet wat het lijkt,
hun spel: soms staan ze maar
en praten wat met elkaar,
de woorden zelf zijn pleizier.
Dat van dit groepje van vier
er één een meisje was,
men ontdekte het pas
wanneer het oog er op viel
dat haar witte matrozenkiel
naar onder overliep tot
een plooirokje, als bij een Schot.

Eén der jongens stond met
zijn voet op een autoped

waarvan hij aantoonde dat
het richtingaanwijzers had.
‘Daar wordt het geen auto door’,
zei de grootste in een plusfour.
‘Van auto’s gesproken’, zei
hij er medelijdend bij,
‘hebben jullie er geen?’ –
Het meisje zwaaide haar been
over het nikkelen stuur,
– alles aan haar was natuur:
het neusje iets opgewipt,

het haar als een jongen geknipt,
te argeloos nog voor fatsoen, –
‘dat kan je bij de onze niet doen’,
zei ze, en zwaaide ’t terug.
Met zijn handen op zijn rug
– waar kon hij ze hebben gedaan
met niets dan een badpakje aan? –
riep de kleinste: ‘Belt die bel?’
De bel belde. En hij: ‘Zie je wel,
bellen doen auto’s niet.’
De bezitter, inmiddels, liet
met strak geworden gezicht
aldoor de vleugeltjes dicht
en klappend open slaan.
Een wonder is niet te weerstaan.
Niemand meer die iets zei.
Toen kwam de man voorbij.

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook alle tags voor norbert c. kaser op dit blog.

 

de haan

wanneer de haan opstaat
elke morgen
zijn kam weer opzet
rood vol bloed en vlees
gooi ik stenen naar hem
elke morgen
naar de haan
zijn veren

wanneer de haan opstaat
elke avond
nog steeds zijn kam opzet
terwijl hij zou moeten slapen
gooi ik zand in de ogen
elke avond
van de haan zodat
hij gaat slapen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

n. c. kaser (19 april 1947 – 21 augustus 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e april ook mijn blog van 20 april 2020 en eveneens mijn blog van 20 april 2019 deel 2 en ook deel 3.

Marjoleine de Vos, n. c. kaser

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957. Zie ook alle tags voor Marjoleine de Vos op dit blog.

 

Najaarsmuziek

Is de cello een engel gevallen ter aarde
om in het najaar voor weemoed te zorgen
klaagt hij, want huilt niet om zoete verrotting.

Wij verdwalen aandachtig in druipende bossen
plukken boleten vol maden en inktzwarte
zwammen en koken daar soep van.

Stervende wereld hoe moeten we leven
in deze maanden vol herfsthouten strijkers
die als engelen zingen dat wij vergaan.

 

Mevrouw Despina ziet een neushoorn

Nu ze hem beslopen heeft van ver
stokt haar adem om zijn hoorn.
Blijkt hij een moeder.
Grijs en ver kijkt het oog
uit een oudheid van leven
het lijf is gekleid door grond
zo onbekend, dat zij zichzelf
verloren voelt, zonder leidraad
verdwaald op de aardbol.
Wil ze het kalf zijn, wil ze
bestaan en zwaar zijn als zij –
gehuld in dik leer kalm draven
naar struiken, al eeuwen bekend.

 

Mevrouw Despina knielt niet

‘Ik riep u, hoorde u mij niet?’
fluistert mevrouw Despina of zwijgt
tegen de wolken in hun hartstochtelijk
verlaten blauw. Ze riep of hoopte
te roepen boog soms het hoofd knielde niet
nooit opende haar hand naar de toekomst.
‘Mijn hart verlangt,’ zong ze ‘naar u?’

Iemand lopen leren het zachte beschermen
in ijzeren armen koekjes kneden
‘In mij vloeit het over’ schrijft mevrouw Despina
in slecht geadresseerde brieven. Trekt dagelijks
de deur achter zich dicht neuriënd
over vrede valt ze uit bed tikt angstig
haar mening in de krant – ‘Ik riep u’ –
of huilt haar hart – ‘Waar was u’ – om
ontferming belachelijk hardnekkig tegen
wie horen wil. Zo het niet langer
nee niet kan en kijk het lichtgroen
op de vensterbank gloeit op ‘als het gras’
denkt mevrouw Despina, ‘in de morgenstond bloeit het.’

 

Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

 

De Zuidtiroolse dichter norbert c. kaser werd geboren op 19 april 1947 in Brixen. Zie ook alle tags voor norbert c. kaser op dit blog.

 

fragment van een tante

allemaal aan de katten gegeven
mijn elan het vlees een leven
kruid staat in de tuin
& daartussen een boze hond die mijn vrienden
wegjaagt & berooft van wat ik met liefde & zure hand-
arbeid voor hen uit het raam wierp

weer zal ze jongen krijgen
het is tijd
het oudje
de laatste keer kreeg ze er zes – een – de grijze de mooiste
lag in de houten hut
dood

niet te vergeten de duiven —
geen boer zaait meer voor ze, er valt geen brood op
de straat harteloos zijn ze allemaal

weer krijgt ze jongen & de duiven eisen hun
recht op & zien er slecht uit zoals ik en oud

allemaal aan de katten gegeven
mijn elan het pensioen

………………………………& vrijgezel gebleven…

 

Vertaald door Frans Roumen

 

n. c. kaser (19 april 1947 – 21 augustus 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook mijn blog van 19 april 2020 en eveneens mijn blog van 19 april 2019 en ook mijn blog van 19 april 2018 en ook mijn blog van 19 april 2015 deel 2.

The Empty Tomb (Clara Ann Thompson), Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

 

Bij Stille Zaterdag

 

Het lege graf door Michail Vasiljevitsj Nesterov, 1889

 

The Empty Tomb

Calv’ry’s tragedy is ended;
They have laid Him in the tomb,
And with jealous care, His enemies have sealed it;
But they cannot keep Him there,
For an earthquake rends the air,
And an angel rolls away the stone that closed it.

None are there to greet the Savior,
As He leaves the open tomb,
All forgotten are the promises He gave them;
And the women wend their way
To the tomb, ero it is day;
Not in faith, for death’s sad emblems bring they with them.

Oh, the darkness of that morning,
When they stood before His tomb,
With the spices and the ointments to anoint Him!
And I hear sad Mary say:
” They have taken Him away,
And I know not, and I know not where they’ve laid Him. “

Oh, ye ones of faithless doubting!
Know ye not what Jesus said,
While in life, His toil to you was freely given?
Now ye stand, with hearts of woe,
While your bitter tears doth flow,
Knowing not your Lord and Savior has arisen.

Then the Savior speaks to Mary,
And at first, she knows Him not,
For her eyes are darkened by her doubts and sadness;
Then, He speaks to her again,
Gently calls her by her name,
And she greets her risen Lord with wondrous gladness.

Often in the Christians’ struggle,
When the battle rages sore,
And on ev’ry side the bitter foes assail them,
E’en like her, they sadly say: —
” They have taken Him away,
And I know not, and I know not where they’ve laid Him. “

And, like her, with bitter weeping,
As they face the empty tomb,
All His promises and wondrous deeds forgotten,
If they’d turn, they’d find Him near,
With such loving words of cheer,
That they’d know ’twas doubt, that made them feel forsaken.

 

Clara Ann Thompson (22 januari 1869 – 18 maart 1959)
De United Church of Christ in Sycamore. Rossmoyne, de geboorteplaats van Clara Ann Thompson behoort tot de Sycamore Township in Ohio.

 

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: Orakel

“Al zal het dan nooit wat worden, had hij gedacht, terwijl hij met zijn adem het raam besloeg en er hartjes in tekende die meteen weer vervluchtigden, laat me dan in ieder geval van je houden.
Dramaqueen, zou Emma bijna zeker hebben gezegd, als ze hem zo had kunnen zien.

Zijn moeder stond erop dat hij zijn parka en wanten aan zou trekken, waardoor hij er een beetje belachelijk uitzag – ‘Net het Michelinmannetje,’ lachte ze tot zijn ongenoegen – maar zodra Luca zijn Cannondale uit de schuur had gehaald en de Parklaan op fietste, was hij toch dankbaar dat hij ze had. De kou beet in zijn warme, onvoorbereide wangen, die op slag gevoelloos werden. Goed, het was een Hollandse december en het vroor maar een graad of twee, maar tot dan toe was het najaar buitengewoon zacht geweest en het verschil in gevoelstemperatuur maakte dat hij rilde tot op het bot. Hij trok zijn capuchon strakker aan en begon stevig te trappen om warm te worden.
Het schemerde nog en in de mist zag alles er een beetje vreemd uit. De bomen en de geparkeerde auto’s waren vormen die pas herkenbaar werden als je er heel dichtbij was, en lichten zweefden dof en geheimzinnig in het niets. In de mist verschenen en verdwenen dingen, dacht Luca. Het had iets griezeligs.

Emma stond op het pleintje voor de snackbar te wachten met haar te grote Gazelle tussen haar benen. Toen ze hem zag stopte ze haar telefoon weg. ‘Hé Luca!’
‘Echt, fuck jouw hockey. Ik sterf van de kou.’
‘Laten we gaan dan, dommie, dan word je snel genoeg warm. Leuke parka, trouwens.’
‘Haha.’
‘Nee, ik meen het.’
Luca zág dat ze het meende – dat zag hij aan haar grote, amandelvormige ogen, die net iets verder uit elkaar stonden dan bij andere meisjes, en die niets dan genegenheid uitstraalden – en voelde zich onmiddellijk rood worden. Met haar lange beige jas, wollen sjaal, leren handschoenen en gebreide muts zag Emma er zeer zeker niet belachelijk uit. Haar fiets, die van haar zus was geweest, maakte het af: ze leek volwassen. Luca begon zich alweer te schamen, eerst voor zijn eigen voorkomen, en vervolgens voor welk effect zij op hem had. Elke keer. Luca Wolf was niet bijzonder populair maar kon onder druk altijd wel een treffend of grappig weerwoord geven, waardoor hij prima in de groep lag. Maar in bijzijn van Emma’s natuurlijke zelfverzekerdheid was het net of zijn brein soep werd.”

 

Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Bij de witte viooltjes

Bij de witte viooltjes
In het park zoals hij mij opdroeg
Sta ik onder de wilg
Ongekamd oudje bladloos
Zie je zegt ze hij komt niet

Ach zeg ik hij heeft zijn voet gebroken
Een graatje ingeslikt, een straat
Werd plotseling omgeleid of
Hij kan niet aan zijn vrouw ontsnappen
Veel dingen belemmeren ons mensen

De wilg zwaait en kraakt
Het is mogelijk dat hij al dood is
Hij zag bleek toen hij je onder je jas kuste
Kan best wilg kan best
Dus laten we hopen dat hij niet meer van me houdt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.

Kazim Ali

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Kazim Ali werd geboren op 6 april 1971 in Croydon, Engeland. Zie ook alle tags voor Kazim Ali op dit blog.

Uit: Northern Light: Power, Land, and the Memory of Water

“On our drive, I am captivated anew by the quality of the northern light. It always looks like it’s been raining: the yellow-white golden color of the dry grasses; the muted green of fir trees and the wet black of their trunks, with pale, dirty-white paper birches interspersed; blue smoke of the clouds, and then luminous and dark gray, the soft heavy sky billows pulsing with incipient light above. The lake–broken branches rising here and there above the water–seems resentful, treacherous, resigned.
At Jackson’s direction, Donald pulls over and we clamber out of the car. “Okay, now close your eyes,” Jackson instructs, then guides me across the road to its shoulder, facing the lake. “Now open your eyes.”
Jackson is holding up a photograph in front of my face. I can see the actual lake to the left and right, and he is holding the picture so I can see the continuous shoreline and a small sandy beach with a promontory of three large boulders. “This picture is from ten years ago,” he says.
“Now look.” And his arm drops away so I can see the shore now.
“The whole beach is gone!” I exclaim. “Those protruding rocks too.”
“They’re all underwater,” Jackson says, pointing in the direction where the rocks lie submerged.

During construction of the Jenpeg Generating Station, Manitoba premier Ed Schreyer promised that water levels would not change beyond the negotiated limits, and this provision was written into the Northern Flood Agreement. During a 1975 press conference announcing the plan, he famously held up a pencil to reporters and vowed that the water level would only fluctuate the length of that pencil. Forty years later, in response to the 2014 occupation of the Jenpeg Generating Station and the Pimicikamak council serving eviction papers to the province and Manitoba Hydro, Premier Greg Selinger issued a formal apology for the economic and social damage from hydroelectric development, acknowledging that the province had vastly underestimated the impact of the dam. Jackson Osborne commented at the time, “The premier should apologize to the muskrats, to the beavers, to the fish, to the moose.”

 

Ramadan

Je wilde zo hongerig zijn, dat je in takken zou breken,
en tussen de negentiende, eenentwintigste en drieëntwintigste avond

van de hongermaanden zou moeten kiezen.
De liturgie begint zichzelf te herhalen en waarom doet het ertoe?

Als het grondwater te schaars is kan men netten spannen
in de lucht en de mist oogsten.

Honger stelt je open voor analfabetisme,
dorst maakt het hongerpatroon duidelijk,

de dikke nacht is zo stil, dat de spinnende spin pauzeert,
de engel moment ophoudt met fluisteren –

De geheime nacht kan al voorbij zijn,
je zult heel aandachtig moeten luisteren –

Je zult nooit weten van welke nacht de mond in heiligheid reciteert
en van welke nacht de recitatie in het geheim louter wind is –

 

vertaald door Frans Roumen

 

Kazim Ali (Croydon, 6 april 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e april ook mijn twee blogs van 6 april 2019.

Hanneke Hendrix, Maya Angelou

De Nederlandse schrijfster en hoorspelmaker Hanneke Hendrix werd geboren in Tegelen op 4 april 1980. Zie ook alle tags voor Hanneke Hendrix op dit blog.

Uit: Aswoensdag

“Ja, nu hoef ik er ook even geen”, zei Maarten. “Nee, ik bedoel, ik hoef er echt geen meer. Laat maar. Dan ga ik extra werken. Dan gaan we naar Nieuw-Zeeland. Dan gaan we op reis. Dan gaan we ergens anders wonen. Waar we maar willen. Daar gaan we wonen. Gewoon weg. Weg.” Alle clichés. Alle dooddoeners. Ze gebruikte ze zelf ook. “Meen je dat echt?” Ze knikte. “Oké. Dan houden we er toch mee op?” Daarna was het stil. Hij legde geen hand op haar arm. Hij zei het gewoon.
“Hou je niet meer van me?” vroeg ze “s avonds in bed. “Hoe kom je daar nou weer bij?” “Omdat je geen kind meer met me wil.” Maarten knipte de lamp aan en ging rechtop zitten. “Jij wilde ermee stoppen.” “Ja, maar jij zei wel erg gemakkelijk “Ja”: “Had ik moeten drammen?” “Er zit nog een heel spectrum aan reacties tussen drammen en botweg zeggen dat we het maar moeten laten zitten.” “Jij was degene die heel stellig riep dat je niet meer wilde.” “Lekker, mijn reactie spiegelen. Wat vind je zelf dan? Nou?” “Ik vind niks! Helemaal niks!” Maarten hief zijn armen in de lucht, sloeg hard op het donzen dekbed en stapte uit bed. “Ik kan dit niet winnen!” riep hij vanaf de gang. Ze was toen geen sorry gaan zeggen. Ze was hem niet uit de logeerkamer gaan halen. Ze had zich omgedraaid en was gaan slapen. Ze had heel goed geslapen ook nog. Dat had ze de volgende ochtend misschien wel het engste gevonden. Aan het ontbijt zei ze dat ze toch verder wilde, met de baby”s.
“Prima”, zei hij. Ze balde haar vuisten. “Prima, prima, prima? Steeds maar dat prima, ik word er niet goed van. Echt helemaal niet goed van.” Maarten liep naar het koffiezetapparaat. “Wat wil jij?” zei ze. “Ik wil heel graag een kind, maar alleen als jij dat ook wil. Anders werkt het niet. Helemaal niet ingewikkeld. Echt helemaal niet zo ingewikkeld.” “Wil je misschien zo graag een kind dat je met iemand anders verder zou -” zei ze. Alles draait om bevestiging. Ze ging in die behandelstoel liggen, ze prikten haar lek en eigenlijk wilde ze gewoon zeker weten of hij echt van haar hield. Of hij zoveel van haar hield dat hij haar dit allemaal liet doorstaan. “Nee”, kapte Maarten haar af. “vind je het irritant?” zei ze. “Mijn vragen?” “Ik vind het heel lastig om constant op mijn hoede te moeten zijn.” “Ik heb gewoon twijfels. Over alles.” “Zeg dát dan.” “Ik moet iemand hebben die zegt: nee, we gaan het zo-en-zo-en-zo doen. Niet iemand die bij alles wat ik zeg of doe, mompelt: ja prima.” Maarten hief zijn handen weer op. “Ik wil heel graag een kind!” riep hij. “Oké!” riep ze terug. “Met jou!” schreeuwde hij. “Heel erg graag! Alleen met jou!” Daarna was het even stil. “Als het zo moet”, mompelde ze. “Kijk, dit bedoel ik nou!” riep hij.”

 

Hanneke Hendrix (Tegelen, 4 april 1980)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

De les

Ik ga steeds weer dood.
Aderen storten in, openen zich als de
Kleine vuisten van slapende
Kinderen.
Herinnering aan oude graven,
Rottend vlees en wormen
Brengen me niet af van
Deze uitdaging. De jaren
En de koude nederlaag leven diep in
Lijnen op mijn gezicht.
Ze doven mijn ogen, maar toch
Ga ik steeds weer dood
Omdat ik dolgraag leef.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2020 en eveneens mijn blog van 4 april 2019 en ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

Charles Ducal, Peter Huchel

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Ochtendritueel

Elke morgen trap ik naar beneden.
In de keuken ligt het hoofd
onder de kraan. Ik sluit het aan,
het spreekt de trouwe ochtendbede:

‘brood’. Het lichaam is vooraf gesneden,
uit de ijskast dampt de rode pot gelei:

het offer aan de dag moet sober zijn.
Ik neem en eet, en voed de rede

met de nieuwe toestand in de krant.
Er wordt, zoals ook gister, veel geleden.
Dit verheugt, ik voel het huis in vrede,
hier alleen loopt alles in de hand.

Achter de rug kreunt nog een laatste trede,
droom en slaap plegen hun zwak verzet.
Boven ligt de nacht doorwoeld over het bed.
Het graf is leeg: hij is verrezen.

 

Aldonza

Elke zondag trekken zij de straten in:
de meester en de meid. Zij een godin
in duur toilet. Hij een afwezigheid.

De angel van het vlees trekt sporen,
in het park wordt hij verleid. Zij horen
even samen, als brood in vastentijd.

Op weg naar huis loopt hij gebogen:
Dulcinea bijt de ziel. Zij loopt op hoge
hak te pronken, lonkt naar Leo en Emiel.

 

Regie

Plaats der actie: kille kamer.
Requisieten: tafel, stoel en lamp.
Geluid: gehamer op de toetsen.
Pose: zelfvergeten, enkel hand.

De actie: staren door het raam,
de nacht in spiegelschrift ontginnen.
Rijmwoord zoeken: zelfvoldaan,
het bloed met eigen hand bedwingen.

In het hoofd de ijle sferen,
in het hart belegen pijn,
in de hand de zin te leven:
van zijn rol auteur te zijn.

 

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook alle tags voor Peter Huchel op dit blog.

 

Ontmoeting

Kerkuil,
dochter van de sneeuw,
aan de nachtwind onderworpen,

maar wortel schietend
met de klauwen
in rotte, korstige muren,

snavelgezicht
met ronde ogen,
hart-stijf masker
van veren uit wit vuur,
dat tijd noch ruimte raakt,

koud waait de nacht
tegen de oude boerderij
op het erf bleke lichten,
sleeën, bagage, besneeuwde lantaarns,

in de potten dood,
in de kruiken gif,
het testament aan de balk gespijkerd.

Wat verborgen is onder
de klauwen van de rotsen,
de opening in de nacht,
de doodsangst
als prikkend zout in het vlees gelegd.

Laten we afdalen
in de taal van engelen
naar de gebroken stenen van Babel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)

 

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2020 en eveneens mijn blog van 3 april 2019 en ook mijn blog van 3 april 2017 en ook mijn blog van 3 april 2016 deel 2.

Der erste April (Hoffmann von Fallersleben), Jay Parini

 

Bij het begin van de maand april

 

The Cornish April door Adrian Paul Allinson, 1938

 

Der erste April

Wie wir als Knaben uns doch neckten!
Wie wir voll Schelmenstücke steckten!
Ich mach´s noch heute nicht bekannt,
Wonach ich einstmals ward gesandt,
Ich schweige still,
Sonst hört’  ich heute noch: April, April!
Man schickt den dummen Narren wie man will.

Nach ungebrannter Asche gingen,
Nach Mückenfett und selteneren Dingen
wir ernsthaft in des Krämers Haus,
Der warf uns dann zur Tür hinaus.
Schwieg still, schweig still!
Sonst ruft man heute noch: April, April!
Man schickt den dummen Narren wie man will.

Wie wir´s gemacht als kleine Kinder,
So macht´s ein König auch nicht minder:
Er schickt sein Volk nach Freiheit aus,
Es kehret wiederum nach Haus
Ganz still, ganz still.
Die Nachbarn rufen laut: April, April!
Man schickt den dummen Narren wie man will.

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Het geboortehuis van de dichter in Wolfsburg Fallersleben

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

ANTRACIET LAND

De kalme vuilnisbelt brandt de hele nacht,
onnatuurlijk blauw en ver onder de hemel.

Hij smeult als bijna vergeten momenten,
de tijd dat je te duidelijk zei
wat je bedoelde en je kans op liefde verpestte.

Weigerend te slinken, gevoed van binnenuit
zoals mannen afgewezen voor niets specifieks,
blijft hij liggen aan de rand van de stad, bekeken
door niemand die in de buurt woont. De geur
gaat nu door voor natuur. Hij zou gemist worden.

Wond van de aarde, afval van een tijdperk
toen mannen met een terig gezicht merg groeven
uit de ruggengraat van een sprakeloos land,
weerstaat hij alle genezing.
Zijn lichtgevende bult huilt aangename pijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2020 en eveneens mijn twee blogs van 1 april 2019 en ook mijn blog van 1 april 2018 deel 2.

Stefan Hertmans, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

Bramenvingers

De lichte ruk waardoor het twijgje
vruchten lost, en veert,
en zich zo snel
door huid kan boren,

kleine weerhaak, groengepunt.

Zwart is het trosje
dat bloed lost, een druppel,

amper genoeg voor smaak,

het loskomen van heel ver,
noem het een einder
aan dit ogenblik

waarop je, vinger in de mond,
geschrokken naar me staart

met paarse ogen,
zo heel erg lang
geleden, het glanzen

van geplette vruchten
op de lippen van je buik.

 

Verwensing van de klok

Je hebt het glas niet stuk
gegooid omdat je lippen beefden;
ik heb dit drinken stuk gewenst
omdat niets mogelijk meer was.

Je kunt iets zo hard willen
dat de dagen sneeuwen in je hoofd.
Wijzers van klokken, slingers in
smalle lijven, adem is

haperen tussen wat even komt
en nu al was. Je kunt de
cijfers lezen in mijn huid.

Morgen sta je te luiden als
een oude liefde op de gang.
Met elke slag meet je
het breken van verlangen.

 

Wilde kiemen

Je kunt, tegen dit beeld
aanhikkend, de zinnen breken
die ons gister zinvol leken.

Dood komt het vlugst in
de details – een oogwenk
later, op het spitsuur,

als je aan gele bloemen denkt,
en dan donkere vlekken op de muur
als je mij zoekend
naar de bodem zinkt.

Laat snel gaan wat
niets meer belooft.
Ik wil een muur om bij te liggen,
lang en gerieflijk uit de wind,

misschien een losse steen of twee

om daar je groene ogen mee
te dekken, als het midden
in de zomer sneeuwt
en ik aan wilde kiemen denk.

 

Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

Poëzie

Poëzie is het wenende oog
zij is de wenende schouder
het wenende oog van de schouder
zij is de wenende hand
het wenende oog van de hand
zij is de wenende ziel
het wenende oog van de hiel.
O, vrienden,
poëzie is geen traan
zij is het wenen zelf
het wenen van een niet uitgevonden oog
de traan van het oog
van degene die mooi moet zijn
van degene die gelukkig moet zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)
Portret door Sorin Adam, 2004

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2020 en eveneens mijn drie blogs van 31 maart 2019.