Hemelvaart (Anton Ent), Elizabeth Alexander

 

Bij Hemelvaartsdag

 

 


De Hemelvaart van de Heer door Francisco Bayeu, 1769

 

 

Hemelvaart

Glorieuze napijn van Gods wet
de horizon wordt overeind gezet

Die vernederd werd tot dode man
neemt de treden van het licht
opgetogen naar Gods aangezicht
waaronder men weer spelen kan

De vaart die mens en God verbindt
geeft mij de rust van ’t spelende kind
dat hoogst verbaasd hand aan de mond
zichtbaar voet krijgt aan de grond

Glorieuze voorpost van het bericht
dat de horizon weer open ligt

 


Anton Ent (Rotterdam, 20 januari 1939)
De. HH. Laurentius & Elisabeth Kathedraal in Rotterdam

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Apollo

We stoppen
bij een kraampje
in Massachusetts
om mannen

op de maan te zien lopen. We deden
hetzelfde
bij drie, twee, één, lancering, en nu

zien we dezelfde mannen
in en uit
kraters stuiteren. Ik wil
een cola en een hamburger.

Omdat de mannen
op de maan lopen,
die nu ontegenzeggelijk
niet groen is, geen kaas,

geen glimmend dubbeltje dat zweeft
in een koud blauw,
zoals ik had gedacht,
merken de mensen bij het kraampje

niet dat we een zwarte
familie zijn, niet van daar,
zoals het meestal gaat.
Dit gepraat door

ruis, stuiteren in ruimtelaarzen,
vastgebonden aan snoeren is veel
vreemder, vreemder

nog dan wij zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2022 en ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.

Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

The Safecracker

On nights when the moon seems impenetrable—
a locked porthole to space;
when the householder bars his windows
and doors, and his dog lies until dawn,
one jeweled eye open; when the maiden sleeps
with her rosy knees sealed tightly together,
on such nights the safecracker sets to work.
Axe . . . Chisel . . . Nitroglycerin . . .
Within the vault lie forty thousand
tons of gold; the heaped up spoils
of Ali Baba’s cave; the secrets of the molecule.
He sands his fingertips
to feel the subtle vibrations
of wheel lining up, just so, with wheel.
His toolmarks are his fingerprints.
And now a crack appears on the side
of the egg, a single fault line,
and within: the golden yolk just waiting.
A kind of wind . . . a door flies open . . . a glitter
of forsythia forced out of the branch.
With smoothest fingertips you touch
the locked cage of my ribs . . . just so.
My knees fall open. And Cleopatra smiles,
whose own Egyptians first invented the lock.

 

 

The Quarrel

If there were a monument
to silence, it would not be
the tree whose leaves
murmur continuously
among themselves;

nor would it be the pond
whose seeming stillness
is shattered
by the quicksilver
surfacing of fish.

If there were a monument
to silence, it would be you
standing so upright, so unforgiving,
your mute back deflecting
every word I say.

 

 

A RAINY COUNTRY

Je suis comme le roi d’un pays pluvieux Baudelaire

The headlines and feature stories alike
leak blood all over the breakfast table,
the wounding of the world mingling
with smells of bacon and bread.

Small pains are merely anterooms for larger,
and every shadow has a brother, just waiting.
Even grace is sullied by ancient angers.
I must remember it has always been like this:

those Trojan women, learning their fates;
the simple sharpness of the guillotine.
A filigree of cruelty adorns every culture.
I’ve thumbed through the pages of my life,

longing for childhood whose failures
were merely personal, for all
the stations of love I passed through.
Shadows and the shadow of shadows.

I am like the queen of a rainy country,
powerless and grown old. Another morning
with its quaint obligations: newspaper,
bacon grease, rattle of dishes and bones.

 

 

Insomnia

Ik herinner me nog dat mijn lichaam
een vriend was,

toen de slaap als een brave hond
kwam wanneer ik die riep.

De deur naar de toekomst
stond nog niet op het punt dicht te gaan,

en op mijn rug liggen
tussen koude lakens

voelde niet
als een repetitie.

Nu duikt het licht dat er nog is
op – een vlek in het oosten,

en de slaap, geeft me
als een drukke dokter,

met tegenzin, een beetje
van zijn tijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2023 en ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Alan Hollinghurst, Maxwell Bodenheim

De Britse dichter en schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

 

Confidential Chats with Boys

1.

There are things in trousers called men,
almost too well-mannered, passing
as gentlemen – human skunks
hatched from rattlesnakes’ eggs.

You meet them in fashionable hotels
where families stay, playing croquet
and the gallant, sought after for charades;
their impersonations are famous.

Avoid these men who avoid
real men and manly sports,
who prefer to go bathing with boys
and plan a pretty five-mile walk.

Their germs are everywhere, in schools,
on hotel towels and drinking cups,
left on linen and the tasting-spoon;
their breath is the fog of blindness.

Keep your eye on that jug,
that candlestick, and when he moves,
hit him to leave him scarred:
scar the skunk and coward for life.

5.

With mother ill at Christmas
there was no Swiss crib
or consolation for her
withdrawn presence.

Not to make a noise
I lay in state on the floor,
a black speaker at each ear,
to hear my Russian music:

with lilies on the suicide’s grave,
with Lorelei and the cold river,
with the girl’s toy drum burying
her soldier, brother, lover,

each day I reduced
the box of liqueur chocolates,
crushing the little barrels
between my molars, coughing

and warming at the stuff on my tongue:
sweet, unpleasant, but addictive,
an overdrawn bachelor’s gift
not likely to be missed.

 

Mud

November was always mud.
Crossing a ploughed field
our feet grew footballs of clay;
matted with leaves its crust
dropped on bootroom floors.
Its odour was sharp and cold
as a rocket’s nitre, cold as
gardeners’ hands daubing the hot tap.

Grandfather’s eastward view
was mud, deepening and retentive.
His fingers were never free of it,
holding letters broken at their creases
with folding, pressing into a shelled church
for shelter, opening smoke-darkened wings
of a Flemish triptych.

At Cairo it flooded the lift
and he ordered duckboards
to be laid across the Mess,
and left at dusk to walk
barefoot on the red carpets of a mosque.

In peacetime at his dig
the sprigged Orpheus and running hare
shone dully for one day
before the villa’s hidden spring
sapped the bank of earth
and closed their eyes with mud.

Mud is piled on the tarpaulin
at the grave’s edge, curls up
round our polished black welts,
and sends its chill rising
through the soles of the feet like worms.

 


Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

Fabrieksmeisje

Waarom zijn je ogen als droge bruine bloempeulen,
Nog steeds, gegrepen door de herinnering aan verloren bloemblaadjes?
Ik voel dat ze, als ik ze aanraak,
Zouden verbrokkelen tot vallend bruin stof,
En jij zou daar staan met een zichtbare blindheid.
Toch zou je niet terugdeinzen, want je leven
Is al lang geleden uit je hoofd geleerd,
En ogen zouden alleen maar wegsmelten tegen de hoge wanden.
Bovendien, bij het maken van dozen,
Bestrooid met ruwe vergeet-mij-nietjes,
Ben je merkwaardig gezegend als je ogen dood zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2020 en eveneens mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Jan Baeke, Jane Kenyon

De Nederlands dichter Jan Baeke werd geboren in Roosendaal op 23 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jan Baeke op dit blog.

 

Vragen met honden

Is het ook een hond
die zoveel op ons lijkt
en op de bank in slaap gesukkeld is?

Er staat in de voorschriften
hoe wij moeten liggen en slapen
hoe we een feestmaal moeten bereiden
en een huis schoonmaken
en ook staat er hoe we met honden
moeten doen en zij met ons.

Dat om ons heen anderen
het meubilair nog voor zonsopgang reinigen
met water en zeep de nacht verdrijven
zich voor ons opstellen en vragen
staan wij stil, zijn dit onze handen
hoe houden wij de honden
op afstand?

Wij snellen naar de boeken
om de juiste pagina’s te vinden
De zon komt blaffend op.

 

Betrekkelijk

Hier, achter de muur en
verderop in het park, legt het licht
een zachte arm van god
op de naar elkaar gebogen schouders.
Weerschijn
die niets loslaat
van de betrekkingen, waarin deze mannen
verzameld zijn.

Het gesprek, half afgewend
onder de bladeren.

In beide stemmen
geruis
dat de gebeurtenis vertraagt.

Een zin die even luistert
naar de ritselende overwegingen.

Hun driftige gebaren maken duidelijk
hoe ernstig zij het leven nemen.

Hun verwoede pogingen
het moment te verlengen

of is het dit bedrieglijke licht?

 

Logos

Een man bedenkt Venetië en wetten
vol met fouten (poëzie dus).
Een man die desgevraagd beweren zal:

Een woord komt altijd op gedachten.
Het gaat er om dat het er is
waarmee men rekening kan houden.

Venetië? Mooi woord! Nietwaar?

Zo moet het zijn. Een woord
dat de bedoeling is
en aan een ander woord doet denken.
Een stad in haar idee bestorven

een innemende gedachte
Venetiaans, poëtisch, mogelijk.

Mooi ook zijn de vele vertellingen
die hij nimmer zal bedenken.

 


Jan Baeke (Roosendaal, 23 mei 1956)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Het shirt

Het shirt raakt zijn nek
en vlijt zich tegen zijn rug.
Het glijdt langs de zijkanten naar beneden.
Het gaat zelfs tot onder zijn riem –
tot in zijn broek.
Gelukkig shirt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2020 en eveneens mijn blog van 23 mei 2019.

Erik Spinoy, Jane Kenyon

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Beslissend moment in het leven van een mens

Zwaar slaapt de tong,
een wezen leegt zich
in het oud geworden bed.
Stof kust de ruit en ligt
op steen en tegelvloer.

Wie leent de radiostem
een rozig, bloeiend oor?
Wie neemt de hoorn?

De avond slinkt en slinkt.
Grijs klimt de eenzaamheid
en in de mond groeit hard
een eeuwig groene plant.

Soms hoort men nog zijn echo gaan.
Een bal die, half onzichtbaar, naar
zijn einde rolt.

 

Schloss Schönbrunn

VI. Amor dei intellectualis

De kruinen van de bomen

Bijgeknipt tot regelmaat. Een ruïne die geen
Ruïne was maar opzet. En wat een labyrint
Kon lijken, ontpopte zich als geometrisch spel
Met de alleeën. Hierdoor liet het zich begrijpen

Als een werkzaamheid – een visie die
Zich tot geen standpunt te beperken heeft,
Een bundel alomvattende bevelen. Want wat
Nog vreemd was, moest zich in vertrouwde vormen

Kleden. En wat gebouwd werd, moest bij voorbaat
Aan het vreemde overgeven. Zo is het overal aanwezig
In het samenspel. Nooit legt het zich in één
Verschijning vast. Ten hoogste soms waait naar

Je toe wat haast een geur is. Je meent in
Zand een spoor te zien, en te herkennen.

 

VII. De moraal

Als de beweging van een degen

Besteeg de weg de helling. Dat je
De klim begon was navoltrekken en
Beseffen wat de opdracht is, de
Plicht waar men zich niet kan

Aan onttrekken: dat wat men ziet,
Zijn eisen stelt. Je was niet langer
Om jezelf bezorgd, en klom zoals
Klimop op luwe muren klimt:

Met grootste vanzelfsprekendheid.
Wat je wou bereiken en wat daarna
Komen zou, zijn vragen met een
Antwoord als een laatste wens. Je krijgt

Waarom je vroeg – maar daarna is de
Tijd van krijgen onherroepelijk voorbij.

 


Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Nederlandse Interieurs

Christus is duizendmaal ter dood gebracht
in de koude streken van Noord-Europa.
Plotseling verschijnen er brood
en kaas op een bord,
naast een glimmende tinnen beker bier.

Zeg me nu dat de Heilige Geest niet
zetelt in het lichtspel
op het bestek!

Een vrouw maakt kant,
met een spaniël met vochtige ogen liggend
aan haar kleine welgevormde voeten.
Zelfs het dienstmeisje met de po is er;
het ondeugende meisje met de rode wangen…

En de koopmansvrouw, nog steeds
in haar gele kamerjas
op het middaguur, doopt haar pen in Oost-Indische inkt
met een air van behoedzaam genoegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.

Yi Mun-yol, Markus Breidenich

De Zuidkoreaanse schrijver Yi Mun-yol werd geboren op 18 mei 1948 in Yongyang. Zie ook alle tags voor Yi Mun-yol op dit blog.

Uit: The Old Hatter (Vertaald door Brother Anthony van Taizé)

“The first encounter between our clan’s urchins and the horsehair-hat maker, Top’yo”g, took place one summer on a market day toward the end of my childhood. To be sure, his modest hat shop had stood there for as long as we could remember, but we no more noticed it than the pebbles on the shores of our creek or the grass in the shade of our valley. However, we happened to discover that horsehair, being strong and nearly transparent, was excellent for hanging bait in a squirrel trap or making cicada nets. After this momentous discovery, we would go to his shop almost every market day for horsehair. For children without money like us–it was before Korean parents gave their children regular allowances–the only way to get what we needed was to steal. In the childish parlance of the day, we “snatched” it.
Of course, old man Top’yo”g didn’t just put himself at our mercy. But we were tireless, and having neither toys nor recreational facilities, we needed horsehair badly. Old man Top’yo”g was bound to be defeated by our brilliant tactics.
On days when the old man tried to drive us away, believing he had safely hidden his horsehair, we took more of it than was necessary. Our tactic was to start a conversation with him on topics like “the day Venerable Hahoe came back without his topknot.” He was sure to get excited and hotly denounce the impious act of the late clan elder, failing to notice what was going on around him. Meanwhile, our commandos circled around to the back of the shop and snatched some horsehair. It took us a decade to understand why the anecdote so excited and infuriated the old man, but we were clever enough to use the circumstance to our advantage.
Even on days when the old man generously handed each of us horsehair not good enough for him but quite usable for us, he would still lose good horsehair, though in somewhat smaller quantity. On such days we would effusively express our gratitude and insist on helping him, blowing on the glue stove until the shop floor was covered with white ash or scrawling with our crayons on his ridiculously small and humble signboard, which said “Horsehair hats and headbands for sale. Repairs also done.” He would then scowl at us and click his tongue in disapproval, but always ended up handing out superior grade hair.”

 


Yi Mun-yol (Yongyang, 18 mei 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Thermostatisch I

Wij radiatoren. Dragen sporen
van olie in de poriën. Binnenkort verlichten
luchtbevochtigers de droogtijd.
Adderhuid, die in de Namib over het
zand jaagt. Ongetwijfeld stormachtig ook
wij stropen de vacht van een zebra.
Dit retro-uiterlijk tussen de ribben.
Gepiep en geritsel in de wind.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e mei ook mijn blog van 18 mei 2022 en ook mijn blog van 18 mei 2020 en eveneens mijn blog van 18 mei 2019 en ook mijn blog van 18 mei 2018 en eveneens mijn blog van 18 mei 2014 deel 2.

Lars Gustafsson, Markus Breidenich

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

Een verhaal uit Rusland
(Metaroman)

Er bestaan van die wat grotere woonblokken,
waar de verhouding tussen huizen en ramen niet klopt.
Resultaat: een onverdraaglijk staren.
Wat daar zo staart zijn ramen!

Een schrale heer, op bezoek m een of ander departement,
laat een grofgebreide handschoen op een stoel liggen. Hij gaat zijns weegs.

De handschoen wordt gevonden door Y. Het is bitterkoud. Hij trekt hem aan.
Hij wordt abusievelijk voor Z. gehouden en raakt zo in moeilijkheden.

En wij betreden de oerwouden van de europese beschaving!
Tragedies, persoonsverwisselingen, elegante feesten! Nauwkeurig bekeken,
welk een zeldzaam patroon weven onze lotsbestemmingen niet:
Monsieur A…. eenzaam,
‘Parmi les proses écrasés de sa jeunesse’.

Maar buiten alle proza’s is het volkomen stil, een winternacht.
Onderzoek de geschiedenis nauwkeurig: zij had er net zo goed niet kunnen zijn,
de geschiedenis: vorsten, opstanden, verhalen. Duisternis.
Bitter koud, glashelder maanlicht en zelfs geen sledespoor!

Wat daar zo staart zijn ramen!

 

Inscriptie op een steen

‘Ik word in steen veranderd en mijn pijn blijft duren.’
Vertalen. Maar in welke taal? En hoe?

Men vraagt mij te vertalen. Het vraagt om een vertaling,
alsof het niet reeds geschreven stond. Bestaan er andere woorden?

Zo is alles reeds geschreven. En in hetzelfde schrift.

 

Over de zachtste geluiden

Er rust een toon in grote orgels,
de tweeëndertigvoetige bas, kontrafagot

geweldig trillende luchtpilaar, najaar,
wanneer het water in de bronnen stijgt

het ondergrondse net van bronnen en van stromen.
En dat meer uit verdriet dan uit geluid bestaat.

Aan die onderste grens waar de muziek ophoudt
wil iets anders beginnen,

meer lichaam dan geluid, lichaam en duisternis,
en najaar waarin de bronnen stijgen,

maar aangezien het onderaards is,
onder de muziek, onder de weeklacht

wil het niet beginnen, begint het niet,
en bestaat aldus ook niet.

Nu is het dichterbij, nu is het duidelijk!
Nu valt het zo meteen in de hele streek te horen.

 

Vertaald door J. Bernlef

 


Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Uit de geschriften van de stenen

Over de ondergang wist ik weinig.
Op het betreffende tijdstip
ging ik wandelen met katers. Niets
aan hun gedrag was ongewoon.
Er viel alleen maar regen.

Dat de dagen weer langer zouden worden,
las ik af van de positie van de zon tussen
de rotsen. Eenmaal
viel het eerste licht op het slaapkamertafeltje.
De ochtend begon geheimzinnig, zonder enige ophef.
Gewoon het gebruikelijke schouwspel van de lucht. Merels
bleven onopgemerkt.

De ingewanden van mijn kanarie
voorspelden niet veel goeds. Vanuit de kelder
kropen maden over mijn hand, die ik
ontving als vrienden. Zij waren
de voortekenen van de asterplaag,
Beproevingen tussen huizen,
Tuinen en bermen. Al lang
vlogen boven mijn hoofd grijze ganzen
aan de touwtjes, en op hey ritme
van hun vleugelslagen bewoog ik mij.
Wat leek op een Sint-Vitusdans of
meanderend leven, was een uitdrukking
van mijn inflatoire bezorgdheid.

Langs de junihemel
volgde de komeet zijn baan. Ik
beschouwde laatste dingen. Ontelbare bloemen
stonden in propvolle vazen. Later
pakte ik inkt en ganzenveer.
Alles kwam plotseling,
terwijl de katten miauwden.

Toen de zon verdween,
was ik negentien, de aarde grijsgroen.
Op de puimstenen liet ik mijn naam en adres achter. 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2021 en eveneens mijn blog van 17 mei 2018 en ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.

Judith Hermann, Adrienne Rich

De Duitse schrijfster Judith Hermann werd geboren op 15 mei 1970 in Berlijn-Tempelhof. Zie ook alle tags voor Judith Hermann op dit blog.

Uit: Lettipark

„Am Morgen waren die Kohlen gekommen. Wir waren früh aufgestanden und hatten das letzte Holz in den Ofen gelegt, wir hatten mit den Händen in den Jackentaschen frierend vorm Haus auf der Straße im Morgennebel gestanden und unseren weißen Atemwolken zugesehen. Die Kohlen kamen pünktlich, wir hatten den Kipper durch die schmale Gasse zwischen der Scheune und dem Traktorschuppen gewinkt, so weit wie möglich ran an den Stall, in dem schon seit Jahren kein Tier mehr gewesen ist. Die Briketts waren aufs Wintergras geprasselt, ein großer Haufen, gute Kohlen, kaum Bruch dabei, und der silbrige Kohlenstaub war in die Luft gestiegen.
Wir hatten den Vormittag damit verbracht, die Kohlen von der Wiese in den Stall zu schippen. Sieben Tonnen Kohle, wir hatten Schaufeln und Forken, und wir bildeten anfangs eine Kette, aber dann schien das sinnlos zu sein, und jeder arbeitete für sich alleine weiter. Der Nebel löste sich auf, und die Sonne kam raus, in den kahlen Ästen der Sträucher ließen sich vorsichtige Vögel sehen. Gegen Mittag machten wir eine Pause. Wir kochten Kaffee und setzten uns auf die Schwelle der Stalltür, die von den Schritten der Leute, die vor Jahrzehnten nach ihren Tieren gesehen hatten, ganz abgetreten war. Wir tranken den Kaffee und sprachen darüber, wie lange dieser Vorrat an Kohlen reichen würde. Sieben Tonnen – sieben Winter?
Wir sagten, kommt auf den Winter an, und wir erinnerten uns an den letzten, der unwirklich kalt und lange gewesen war, ein Eiswinter mit Schnee bis in den Mai hinein. Wir verglichen den jetzigen mit den vergangenen Wintern, und wir sprachen über mögliche Anzeichen, die Borke der Bäume war in diesem Jahr besonders dick, und es hatte mehr Nüsse gegeben als in den Jahren zuvor, wir sagten, vielleicht würde dieser Winter noch kälter werden als der letzte. Aber mit diesem Vorrat an Kohlen konnte uns nichts passieren. Mit sieben Tonnen Kohlen im Stall waren wir in Sicherheit.
Wir hatten den Kaffee ausgetrunken und den Kaffeesatz ins Gras geschüttet. Wir saßen noch einen Moment auf der Schwelle, die Arbeit war fast getan, es lagen nicht mehr viele Kohlen draußen, nur noch ein Halbkreis, wie ein Wall um uns herum. Durch das Tor zur Straße, das wir hinter dem Kipper noch nicht geschlossen hatten, kam Vincent mit dem Rad auf den Hof gefahren. Vincent war vier Jahre alt, soweit wir wussten, wurde er bald fünf.“

 


Judith Hermann (Berlijn-Tempelhof, 15 mei 1970)

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Laatste inzichten

Het zal niet eenvoudig zijn, het zal niet lang duren
Het zal weinig tijd kosten, het zal al je gedachten in beslag nemen
Het zal je hele hart in beslag nemen, het zal je hele adem in beslag nemen
Het zal kort zijn, het zal niet eenvoudig zijn

Het zal je tussen de ribben raken, het zal je hele hart in beslag nemen
Het zal niet lang duren, het zal al je gedachten in beslag nemen
Zoals een stad bezet is, zoals een bed bezet is
Het zal je vlees nemen, het zal niet eenvoudig zijn

Je komt in ons die jou niet kunnen weerstaan
Je komt in ons die jou nooit wilden weerstaan
Je neemt delen van ons mee naar plaatsen die nooit gepland zijn
Je gaat ver weg met stukjes van ons leven

Het zal kort zijn, het zal je hele adem in beslag nemen
Het zal niet eenvoudig zijn, het zal je wil worden

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e mei ook mijn blog van 15 mei 2024 en ook mijn blog van 15 mei 2022 en ook mijn blog van 15 mei 2021 en eveneens  mijn blog van 15 mei 2019 en ook mijn blog van 15 mei 2018 en ook mijn blog van 15 mei 2017 en ook mijn blog van 15 mei 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Jo Gisekin, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

IJsvogels

Onverkaveld ligt het ijs zilverspiegel gladgeveegd
diafaan het licht of eerder rozig kristallijn

en zij
gloeiend op weg naar dagelijkse rituelen het
gewicht van de vorst onder de arm de ijsstoel
gekanteld op de heup

superieur zoveel blote Leie na spel en huidzeer

hoe voorspelbaar nu de stilte snijdend als vers
gebroken geluk met niets om het lijf dan vrieskou
en een wind die klappertandt in de glooiing van het
vergezicht

ijsvogels met de hartslag van stoeiende veulens
hadden hun sporen in de verglazing geëtst, nu
ternauwernood zichtbaar dit schilferig patroon
smeltensgereed en zonder mededogen

duisternis tot in de ochtend met schots
en scheef nieuwe breuklijnen op glad ijs.

 

Treurnis

De dag vertraagt. Gedragen door paarden
mijn lichaam:
niets dan een wezenloos huis
waaruit het licht wordt geweerd.

Ik denk: ben ik de regen die met gesloten vingers
de nacht doorploegt
of een aftands orgel
snakkend naar zijn ultiem gedicht.

Je kan het nauwelijks weten
in bergen van verscheurd plezier
lijkt treurnis een wintertuin
verscholen achter glas
met bloemen die versteend als handschrift staan.

De seizoenen zijn gehaast, de bomen uitgewaaid
als verre vagebonden over ’t land verspreid.

Je ziet hoe langzaam sterrenbeelden
trillen tot in hun diepste ingewand
en één voor een het licht gaan breken
dat pruisisch-blauw de nieuwe morgen meldt.

Ik drink mijn zachte gras dat koel wordt
rijd mijn paard tussen heesters en klaver:

het danst en blaast als een winnende krijger
die de nacht heeft gezien.

 

Hier weegt het gewicht van de tijd

Hier
weegt het gewicht van de tijd
op zwijgend papier leesbaar tussen
licht en donker. Verzameld tot de laatste
dag en met zuinige wierook besprenkeld.
Hier
wordt bewaard en begeerd als maagdenpalm
tijm en rozemarijn in een besloten hof.
Hier
kom je voorbij. Herinnering zet deuren op een kier.

 


Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

De Blauwe Boot

Hoe laat het daglicht
naar de noordelijke nacht toe kruipt
alsof het in een
blauwe boot reist, verguld met mosselschelpen
met een lantaarn aan de mast
gelijk ons oude idee van de ziel

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 2.

Sander Kollaard, Kathleen Jamie

De Nederlandse schrijver Sander Kollaard werd geboren op 13 mei 1961 in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Sander Kollaard op dit blog.

Uit: Lentehonger

“De laatste dagen dooit het. Vanochtend wandelden we met de hond door een grauw, nevelig landschap, waarin de laatste restanten van de sneeuw die in december royaal viel nog zichtbaar waren in de voren op de akkers en in de greppels langs de paden die we volgden. De paden zelf waren vrijwel onbegaanbaar: de door voetstappen aangestampte sneeuw is met de dooi veranderd in nat en spiegelglad ijs. S. wil dat ik schoenen met spikes koop maar die vind ik te duur en dus glijd ik zo nu en dan weg, maar vallen doe ik vooralsnog niet. De lente lijkt ver weg. Er zijn dagen dat ik me niet eens kan voorstellen dat ze ooit nog komt — dat er weer groene sprieten door de tot bruin en beige vergane velden tevoorschijn komen, of dat het klein hoefblad weer opduikt in de nog kale bermen, of dat de leeuweriken opnieuw hun hypomane liedjes zingen boven akkers die zich nog maar net hebben ontdaan van hun dek van sneeuw en ijs. Op zulke dagen is mijn geloof in de lente louter rationeel, kale kennis, ooit opgedaan op school. De aarde draait elk jaar rond de zon en elk etmaal om haar eigen as. Die as loopt van pool naar pool en maakt een hoek van 23,5 graden ten opzichte van het denkbeeldige vlak waarin zon en aarde staan. De aardas staat dus scheef. Die scheefstand zorgt ervoor dat verschillende delen van de aarde een gaande het jaar verschillende hoeveelheid licht vangen. Een half jaar lang — een halve omgang lang — leunt de Noordpool iets naar achteren, van de zon af, en ontvangen we op het noordelijk halfrond relatief weinig licht: de maanden van onze herfst en winter. Het halve jaar dat volgt — de resterende halve omgang — leunt de Noordpool juist iets naar voren, naar de zon toe, en ontvangen we relatief veel licht: de maanden van onze lente en zomer. De noordelijke lente valt op de kalender tussen 21 maart en 21 juni. Rond 21 maart staat de zon boven de evenaar, zo’n beetje halverwege Afrika. Waar wij wonen — ter hoogte van Stockholm — heeft die dag iets meer dan twaalf uur zonlicht. Rond 21 juni staat de zon boven de Kreeftskeerkring, in het noorden van Afrika, en vangen we hier ruim achttien uur licht. Na 21 juni beweegt de zon zich weer richting de evenaar en neemt de duur van het daglicht elk etmaal met een paar minuten af. Maar op een dag als vandaag zijn die feiten louter kennis, zonder emotionele lading, en dus gespeend van overtuigingskracht. Mijn voorstellingsvermogen en herinneringen ten spijt is er elke winter weer een periode dat ik er niet meer in geloof, niet echt, en dat een nieuwe lente onbereikbaar lijkt, altijd wijkend, niet reëler dan een regenboog, zodat er niets anders op zit dan me vast te klampen aan mijn kale, troosteloze kennis. Ik ben niet de enige met twijfels.”

 


Sander Kollaard (Amstelveen, 13 mei 1961)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

De vallei

Aprilochtend, opkomende mist,
de laatste vluchtige sneeuwduinen
die zich onderaan de noordkant van de dijken nestelen,
een kale lijster
bes naast een klaterende beek
Ja, het is hier een ander seizoen, een andere wereld

Dus als je het niet erg vindt, heide van de heuvel,
en jij het goed vindt, kleine onoverwinnelijke vogel,
zal ik op dit rotsblok leunen
langs de oude veedrift,
en er mijn blik op werpen, dit en dat zien.

‘Het kan ons niets schelen’, zul je misschien je schouders ophalen,
en je hebt gelijk ook.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2023 en ook mijn blog van 13 mei 2022 en ook mijn blog van 13 mei 2020 en eveneens mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.