The Empty Tomb (Clara Ann Thompson), Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

 

Bij Stille Zaterdag

 

Het lege graf door Michail Vasiljevitsj Nesterov, 1889

 

The Empty Tomb

Calv’ry’s tragedy is ended;
They have laid Him in the tomb,
And with jealous care, His enemies have sealed it;
But they cannot keep Him there,
For an earthquake rends the air,
And an angel rolls away the stone that closed it.

None are there to greet the Savior,
As He leaves the open tomb,
All forgotten are the promises He gave them;
And the women wend their way
To the tomb, ero it is day;
Not in faith, for death’s sad emblems bring they with them.

Oh, the darkness of that morning,
When they stood before His tomb,
With the spices and the ointments to anoint Him!
And I hear sad Mary say:
” They have taken Him away,
And I know not, and I know not where they’ve laid Him. “

Oh, ye ones of faithless doubting!
Know ye not what Jesus said,
While in life, His toil to you was freely given?
Now ye stand, with hearts of woe,
While your bitter tears doth flow,
Knowing not your Lord and Savior has arisen.

Then the Savior speaks to Mary,
And at first, she knows Him not,
For her eyes are darkened by her doubts and sadness;
Then, He speaks to her again,
Gently calls her by her name,
And she greets her risen Lord with wondrous gladness.

Often in the Christians’ struggle,
When the battle rages sore,
And on ev’ry side the bitter foes assail them,
E’en like her, they sadly say: —
” They have taken Him away,
And I know not, and I know not where they’ve laid Him. “

And, like her, with bitter weeping,
As they face the empty tomb,
All His promises and wondrous deeds forgotten,
If they’d turn, they’d find Him near,
With such loving words of cheer,
That they’d know ’twas doubt, that made them feel forsaken.

 

Clara Ann Thompson (22 januari 1869 – 18 maart 1959)
De United Church of Christ in Sycamore. Rossmoyne, de geboorteplaats van Clara Ann Thompson behoort tot de Sycamore Township in Ohio.

 

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: Orakel

“Al zal het dan nooit wat worden, had hij gedacht, terwijl hij met zijn adem het raam besloeg en er hartjes in tekende die meteen weer vervluchtigden, laat me dan in ieder geval van je houden.
Dramaqueen, zou Emma bijna zeker hebben gezegd, als ze hem zo had kunnen zien.

Zijn moeder stond erop dat hij zijn parka en wanten aan zou trekken, waardoor hij er een beetje belachelijk uitzag – ‘Net het Michelinmannetje,’ lachte ze tot zijn ongenoegen – maar zodra Luca zijn Cannondale uit de schuur had gehaald en de Parklaan op fietste, was hij toch dankbaar dat hij ze had. De kou beet in zijn warme, onvoorbereide wangen, die op slag gevoelloos werden. Goed, het was een Hollandse december en het vroor maar een graad of twee, maar tot dan toe was het najaar buitengewoon zacht geweest en het verschil in gevoelstemperatuur maakte dat hij rilde tot op het bot. Hij trok zijn capuchon strakker aan en begon stevig te trappen om warm te worden.
Het schemerde nog en in de mist zag alles er een beetje vreemd uit. De bomen en de geparkeerde auto’s waren vormen die pas herkenbaar werden als je er heel dichtbij was, en lichten zweefden dof en geheimzinnig in het niets. In de mist verschenen en verdwenen dingen, dacht Luca. Het had iets griezeligs.

Emma stond op het pleintje voor de snackbar te wachten met haar te grote Gazelle tussen haar benen. Toen ze hem zag stopte ze haar telefoon weg. ‘Hé Luca!’
‘Echt, fuck jouw hockey. Ik sterf van de kou.’
‘Laten we gaan dan, dommie, dan word je snel genoeg warm. Leuke parka, trouwens.’
‘Haha.’
‘Nee, ik meen het.’
Luca zág dat ze het meende – dat zag hij aan haar grote, amandelvormige ogen, die net iets verder uit elkaar stonden dan bij andere meisjes, en die niets dan genegenheid uitstraalden – en voelde zich onmiddellijk rood worden. Met haar lange beige jas, wollen sjaal, leren handschoenen en gebreide muts zag Emma er zeer zeker niet belachelijk uit. Haar fiets, die van haar zus was geweest, maakte het af: ze leek volwassen. Luca begon zich alweer te schamen, eerst voor zijn eigen voorkomen, en vervolgens voor welk effect zij op hem had. Elke keer. Luca Wolf was niet bijzonder populair maar kon onder druk altijd wel een treffend of grappig weerwoord geven, waardoor hij prima in de groep lag. Maar in bijzijn van Emma’s natuurlijke zelfverzekerdheid was het net of zijn brein soep werd.”

 

Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Bij de witte viooltjes

Bij de witte viooltjes
In het park zoals hij mij opdroeg
Sta ik onder de wilg
Ongekamd oudje bladloos
Zie je zegt ze hij komt niet

Ach zeg ik hij heeft zijn voet gebroken
Een graatje ingeslikt, een straat
Werd plotseling omgeleid of
Hij kan niet aan zijn vrouw ontsnappen
Veel dingen belemmeren ons mensen

De wilg zwaait en kraakt
Het is mogelijk dat hij al dood is
Hij zag bleek toen hij je onder je jas kuste
Kan best wilg kan best
Dus laten we hopen dat hij niet meer van me houdt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.

Bij het kruis (Willem de Mérode),Tomas Tranströmer

 

Bij Goede Vrijdag

 

Christus gekruisigd met de Maagd, Johannes en Maria Magdalena door Anthony van Dyck, ca. 1622

 

Bij het kruis

Dwaasheid, ergernis, kracht Gods”
PAULUS

Ik heb op Golgotha gestaan
En zag ’t gelaat van Jezus aan,
Dien men als een ellendeling
Aan ’t kruishout hing.

Daar rees zijn lichaam angstig bloot,
Zijn oogen duistrend naar den dood,
Handen en voeten smart-gekromd,
Den mond in drogen dorst verstomd.

Is dit een Heiland naar mijn wensch,
Een veeg en afgefolterd mensch?
En kan dit zwartgeronnen bloed
Een balsem zijn voor mijn gemoed?

Toen heeft mijn ziel tot U geschreid
In groote godverlatenheid:
Heb met ons beiden medelij,
O Heer, verlos Uzelf en mij.

Toen doofdet Gij der zinnen schijn
Als lampen die niet noodig zijn.
En als een lauwe regen viel
Uw bloed in mijn verlepte ziel.

Toen zag ik dwaze zwakkeling
Den Heer, Die voor den hemel hing,
Die al mijn zonden en mijn smart
Leed aan zijn doodbekropen hart.

Wat wordt Uw bitterheid mij zoet!
O Heer, er daalt een honingvloed
Van liefde uit Uw gescheurde zij.
Gij dorst en derft en lenigt mij.

Ik weet, voor wien Gij sterven woudt,
Aan dit van God vervloekte hout.
Ik moest daar hangen, ziel en lijf
Der wereld tot een tijdverdrijf.

Gij wilt U geven, en Gij sterft
Voor mij, die dikwijls van U zwerft.
Maar in mijn weergekeerd gemoed
Leeft Gij, en Gij leeft mij voorgoed.

Aanzie, aanzie mijns harten rouw
En ken, die U niet kennen wou.
En gun uw fellen moordenaar
Een woord van troost, een enkel maar.

Ik weet wel, dat Gij mij bemint,
Maar ach, een ongehoorzaam kind

Zal schreien en niet zijn gerust
Eer ’t is getroost en afgekust.

Wat wordt Uw bitterheid mij zoet.
O Heer, er is een honingvloed
Voor mij, die overal U zocht
En aan het kruis U vinden mocht.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
De Andreaskerk in Spijk, Groningen, de geboorteplaats van Willem de Mérode

 

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

WOLKBREUK BOVEN HET BINNENLAND

De regen hamert op de autodaken.
Het onweer rommelt. Het verkeer mindert vaart.
Autolichten midden op de zomerdag ontstoken.

De rook slaat neer in de schoorstenen.
Alles wat leeft duikt in elkaar, sluit de ogen.
Een naar binnen gekeerde beweging, voel het leven heviger.

De auto is bijkans blind. De man stopt,
ontsteekt zijn eigen vuur en rookt
terwijl het water langs de ruiten stroomt.

Hier op een bosweg, kronkelend en afgelegen
vlakbij een meer met waterlelies en
een langgerekte berg verdwijnend in de regen.

Daarboven liggen de steenhopen
uit het ijzeren tijdperk toen dit een plek was
voor stamtwisten, een koudere Kongo

en het gevaar dreef vee en mensen bijeen
tot een gemurmel achter muren,
achter de struiken en stenen op de bergkam.

Een donkere helling, iemand die log
omhoog klimt met zijn schild op zijn rug
daaraan denkt hij terwijl de auto staat.

Het wordt licht, hij draait het raampje open.
Een vogel fluitkletst in zichzelf
in een steeds dunnere stille regen.

Het meeroppervlak staat gespannen. De onweershemel
fluistert dwars door de lelies tegen de modder.
De ramen van het bos gaan langzaam open.

Maar de donder knalt regelrecht uit de rust!
Een oorverdovende klap. En daarna de leegte
waarin de laatste druppels dalen.

In de stilte hoort hij een antwoord komen.
Van verre. Een soort ruwe kinderstem.

Vanaf de berg stijgt een geloei op.

Een gejammer van samengekitte tonen.
Een lange hese trompet uit de ijzertijd.
Misschien vanuit zijn eigen binnenste.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

Tomas Tranströmer (15 april 1931 – 26 maart 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e april ook mijn blog van 15 april 2020 en eveneens mijn blog van 15 april 2019 en ook mijn blog van 15 april 2018 deel 3.

Palm-Sunday (Henry Vaughan)

 

Bij Palmzondag

 

Palmzondag door Albert Stevens, 1862

 

Palm-Sunday

Come, drop your branches, strow the way
Plants of the day!

Whom sufferings make most green and gay.

The King of grief, the man of sorrow
Weeping still, like the wet morrow,
Your shades and freshness comes to borrow.

Put on, put on your best array;
Let the joy’d rode make holy-day,
And flowers that into fields do stray,
Or secret groves, keep the high-way.

Trees, flowers & herbs; birds, beasts & stones,
That since man fell, expect with groans
To see the lamb, which all at once,
Lift up your heads and leave your moans!
For here comes he
Whose death will be
Mans life, and your full liberty.

Hark! how the children shril and high
Hosanna cry,
Their joys provoke the distant skie,

Where thrones and Seraphins reply,
And their own Angels shine and sing
In a bright ring:
Such yong, sweet mirth
Makes heaven and earth
Joyn in a joyful Symphony,

The harmless, yong and happy Ass,
Seen long before this came to pass,
Is in these joys an high partaker
Ordain’d, and made to bear his Maker.

Dear feast of Palms, of Flowers and Dew!
Whose fruitful dawn sheds hopes and lights;
Thy bright solemnities did shew,
The third glad day through two sad nights.

I’le get me up before the Sun,
I’le cut me boughs off many a tree,
And all alone full early run
To gather flowers to wellcome thee.

Then like the Palm , though wrong, I’le bear,
I will be still a childe, still meek
As the poor Ass, which the proud jear,
And onely my dear Jesus seek.

If I lose all, and must endure.
The proverb’d griefs of holy Job ,
I care not, so I may secure
But one green Branch and a white robe .

 

Henry Vaughan (17 april 1622 – 28 april 1695)
St. Ffraid, de parochkerk in Llansanffraid, de geboorteplaats van Henry Vaughan

 

Zie voor de schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2021 en ook mijn blog van 10 april 2020 en eveneens mijn blog van 10 april 2019 en ook mijn blog van 10 april 2016 deel 2.

Ash Wednesday VI (T. S. Eliot), Michael Salinger

 

Bij Aswoensdag

 

Aswoensdag door Dustin Neece, 2010

 

Ash Wednesday

VI
Although I do not hope to turn again
Although I do not hope
Although I do not hope to turn

Wavering between the profit and the loss
In this brief transit where the dreams cross
The dreamcrossed twilight between birth and dying
(Bless me father) though I do not wish to wish these things
From the wide window towards the granite shore
The white sails still fly seaward, seaward flying
Unbroken wings

And the lost heart stiffens and rejoices
In the lost lilac and the lost sea voices
And the weak spirit quickens to rebel
For the bent golden-rod and the lost sea smell
Quickens to recover
The cry of quail and the whirling plover
And the blind eye creates
The empty forms between the ivory gates
And smell renews the salt savour of the sandy earth

This is the time of tension between dying and birth
The place of solitude where three dreams cross
Between blue rocks
But when the voices shaken from the yew-tree drift away
Let the other yew be shaken and reply.

Blessèd sister, holy mother, spirit of the fountain, spirit
of the garden,
Suffer us not to mock ourselves with falsehood
Teach us to care and not to care
Teach us to sit still
Even among these rocks,
Our peace in His will
And even among these rocks
Sister, mother
And spirit of the river, spirit of the sea,
Suffer me not to be separated

And let my cry come unto Thee.

 

(T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
St. Alphonsus Liguori Catholic Church, Saint Louis, Missouri, de geboorteplaats van T. S. Eliot

 

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Zie ook alle tags voor Michael Salinger op dit blog.

 

Nietzsches paard

Op zijn dertiende
wil mijn zoon,

zijn lichaam een kleerhanger
die uit een tanktop steekt
en wijde broeken,
maar een ding
begrijpen –
dat betekent,
alles

Zijn moeder spreekt over tuinieren
en zaden
want dat is wat ze kent

Ik geef een lezing over vliegbanen
de snelheid van geluid spoelvloeistof
honkbal analogieën
economie
de derde natuurwet van Newton
en sanitaire armaturen
omdat ik niets weet
de hele tijd vloekend
dat ik weet
wat het beste is

Hij zit,
rug tegen geruite tegelmuur,
in een armloze houten keukenstoel
onderdeel van de set
die zijn moeder en ik kochten
voordat we uit elkaar gingen
ik denk dat hij van esdoorn is gemaakt,

wachtend op de antwoorden
op de vragen
die me wakker houden

ik zeg het niet
dat de waarheid komt als een droom
details vervagend bij zonsopgang
of dat het wonder van het leven
is dat we overleven
ik zeg
dat hij het mettertijd zal begrijpen
hopend
dat dat hem stil houdt
voor een tijdje

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Salinger (Cleveland, 2 maart 1962)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2021 en ook mijn blog van 2 maart 2020 en ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en eveneens mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.

Carnaval (Nyk de Vries), Elisabeth Borchers

 

Bij Carnaval

 

Amor de Carnaval door Camile Aquino,, z.j.

 

Carnaval

Een donkere wagen kwam aangereden en een klein meisje stapte uit. Ze kreeg een tasje aangereikt en vrolijk verkleed als clowntje liep ze over het schoolplein. In de school bleek echter dat carnaval pas volgende week was. Het meisje was als enige geschminkt en de hele ochtend moest ze ontroostbaar huilen. Tegen drieën haalde haar moeder haar weer op. Die schrok hevig toen ze het verhaal hoorde en uitvoerig en met tranen in haar ogen vertelde ze wat er die ochtend allemaal mis was gegaan. Ze had misschien maar beter kunnen zwijgen. Dingen uitleggen, daar zijn we allemaal erg goed in.

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)
Pastorie en Hervormde kerk in Noordbergum

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

November

Er komt een tijd
dat de bomen hun bladeren
laten vallen.
De huizen kruipen dichter bij elkaar.
Uit de schoorsteen komt rook.

Er komt een tijd
dat de dagen klein worden
en de nachten groot,
en elke avond heeft
een mooie naam.

Een daarvan heet Hans en Grietje.
Een daarvan heet Sneeuwwitje.
Een daarvan heet Repelsteeltje.
Een daarvan heet Katerliesje.
Een daarvan heet Gelukkige Hans.
Een daarvan heet Sterrendaalders.

Op de vensterbank
in het donker,
zodat niemand hem ziet,
zit een kleine ster
en luistert.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2021 en ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn romenu blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Lieder eines Lumpen (Wilhelm Busch), John Montague

 

Bij Carnaval

 

Carnaval door Jan Peter van Opheusden, z.j.

 

Lieder eines Lumpen

Im Karneval, da hab’ ich mich
Recht wohlfeil amüsiert,
Denn von Natur war ich ja schon
Fürtrefflich kostümiert.

Bei Maskeraden konnt’ ich so
Passieren frank und frei;
Man meinte am Entree, dass ich
Charaktermaske sei.

Recht unverschämt war ich dazu
Noch gegen jedermann
Und hab’ aus manchem fremden Glas
Manch tiefen Zug getan.

Darüber freuten sich die Leut
Und haben recht gelacht,
Dass ich den echten Lumpen so
Natürlich nachgemacht.

Nur einem groben Kupferschmied,
Dem macht’ es kein Pläsier,
Dass ich aus seinem Glase trank –
Er warf mich vor die Tür.

 

Wilhelm Busch (15 april 1832 – 9 januari 1908)
Het geboortehuis van Wilhelm Busch in Wiedensahl

 

De Ierse dichter John Montague werd geboren in New York op 28 februari 1929. Zie ook alle tags voor John Montague op dit blog.

 

Er zijn dagen

Er zijn dagen dat
je in staat zou moeten zijn
het hoofd eraf te tillen
als een gedeukte of versleten
helm, rechtstreeks van
de nek en het sleutelbeen
(die krakende takken!)

en het stevig neer te zetten
in de bedding van een stromende beek.
Heldere, schone, koele stromen,
vlietend en schuimend door
de zure en muffe compartimenten
van de hersenen, troebele trommelvliezen,
ontblote oogkassen, beslagen tong.

En het dan weer terug te zetten
op de basis van de schouders:
goed aangestampt natuurlijk,
de frisse huid en mond,
het marmer van de ogen
gespoeld en klaar
voor de liefde; voor profetie?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Montague (28 februari 1929 – 10 december 2016)
De Caribbean Carnival Parade in New York.

 

Zie voor meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2021 en ook mijn blog van 28 februari 2020 en ook mijn blog van 28 februari 2019 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.

Wat ik wil worden met carnaval (Harrie Sevriens ), John Hennessy

 

Bij Carnaval

 

Venice Carnival door Svetlana Bagdasaryan, 2014

 

Wat ik wil worden met carnaval
beslist geen cowboy of indiaan
geen clown jonglerend
met knotsen ringen en bal

ook geen Tarzan
slingerend aan een liaan
of gorilla die fier op zijn borstkas
staat te bonken

wat ik wil worden met carnaval

in elk geval dronken

 

Harrie Sevriens (17 februari 1957 – 09 maart 2018)
Heerlen, de geboorteplaats van Harrie Sevriens tijdens carnaval 2016

 

Het gemis van carnaval

O Venlo, Venlo, stedje van pleseer. Deze keer
deed haar lichaam hem denken aan het platteland,
een figuur uit zijn kindertijd, zon op een zeis,
wind die schaduwen over de glanzende gerst waait,

de melkemmer gedeukt door gebruik, de geur van bladmulch
en leer in de zadelkamer. Straks zou ze de bus nemen
en de veerboot van Londen naar Belfast, maar eerst
het vuur in haar bedbank. Haar vingers reisden ook,

langs de verheven paarse littekens en zijn wervels,
de flanellen lakens tussen haar dijen, zijn haar
slepend langs haar buik, de schacht
van een veer die door de naden van het dekbed stak,

het dekbed zelf. Die littekens – hij had gelogen
tegen haar, zijn tijd in Nicaragua, schurken sneden
hem van de velden af. Bloediger was het gevecht
met zijn broer, die de tanden van een hooivork sneed,

opgepikt langs de ondergelopen Maas. Alles
gereduceerd tot nieuwtje en anekdote, het bier
en de schmink van carnaval, straatdansen en tuba,
voorbij de modderige Engelse rotondes, de bruine

en witte golven, gele lampen langs Nederlandse snelwegen,
zijn werk op het vakbondskantoor vastgepind onder
een glazen bol als presse-papier – na het schudden
regende het zilveren sneeuw over de brede

strohoed, rode en groene ploeg, het slungelige lichaam,
een campesino uit de dagen voordat Somoza viel.
Hij vroeg zich af of zij iets beters was, toen zij
Franse sociale theorie Ulster in smokkelde, met groepen

samenkwam in de recreatieruimtes van torenflatkelders.
Ze had net het nieuws gekregen: haar laatste minnaar overleed
in een brand langs de kant van de snelweg, het lichaam
op zeven plaatsen gebroken, zilverchroom,

parel en gouden benzinetank verschroeid, zijn fiets verfrommeld
onder het omhulsel van een omgevallen busje.
Er was niet veel om over te praten. Daarna lag ze
met haar rug naar hem toe en hij zong carnavalsliedjes voor haar

in een taal die zij niet sprak, O Venlo, stedje van
pleseer. Hij zag zichzelf als de zon, die haar nek
kuste bij de haargrens, de grijze kasseien van het stadsplein
veranderde in zilver, als ceremoniemeester van optochten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hennessy (Philadelphia, 1965)
San Mateo Carnavalero in Philadelphia, de geboorteplaats van John Hennessy

 

Zie voor de schrijvers van de 27e februari ook mijn blog van 27 februari 2021 en ook mijn blog van 27 februari 2019 en eveneens mijn blog van 27 februari 2016 deel 2.

The Presentation in the Temple (Aubrey De Vere), Günter Eich

 

Bij Maria Lichtmis

 

Presentatie in de tempel door Giovanni Agostino da Lodi, 1515-1519

 

The Presentation in the Temple

To be the mother of her Lord-
What means it? This, a bleeding heart!
The pang that woke at Simeon’s word
Worked inward, never to depart.

The dreadful might of sin she knew
As innocence alone can know:
O’er her its deadliest gloom it threw
As shades lie darkest on the snow.
Yet o’er her sorrow’s depth no storm
of earth’s rebellious passion rolled:
So sleeps some lake no gusts deform
High on the dark hills’ craggy fold.

In that still glass the unmeasured cliff,
With all its scars and clouds is shown:
And, mellowed in that Mother’s grief,
At times, O Christ, we catch Thine own.

 

(Aubrey De Vere, 10 januari 1814 – 20 januari 1902)
De Augustijnenabdij in Adare, County Limerick, de geboorteplaats van Aubrey De Vere

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Heden

Op verschillende dagen gezien
de populieren van de Leopoldstrasse,

maar altijd herfstachtig
altijd spinsels van mistige zon
of van regenstof.

Waar ben je als je naast me loopt?

Altijd spinsels uit verre tijden,
vroegere en toekomstige:
het leven in grotten,

de eeuwige troglodytische tijd,
de bittere smaak van de pilaren van Heliogabalus
en de hotels van St. Moritz.
De grijze grotten, barakken,
waar geluk begint
dit grijze geluk.

De druk van je arm die me antwoordt
de archipel, de eilandenketen, ten slotte zandbanken,

alleen nog denkbare overblijfselen
van de zoetheid van vereniging.

(Maar je bent van mijn bloed,
over deze stenen, naast de tuinstruiken,
uitrustende oude mannen op de parkbank
en het geraas van tram nummer zes,
anemoon, aanwezig

met de kracht van het water in het oog
en de vochtigheid van de lip – )

En altijd spinsels die ons inspinnen,
opheffing van het heden,
ongeldige liefde,
het bewijs dat we toevallig bestaan,
weinig blad aan populieren
en ingecalculeerd door het stadsbestuur,
herfst in de goten
en de beantwoorde vragen van geluk.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

Zie ook alle tags voor Maria Lichtmis op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Kerstbrief van Melchior (Jan H. de Groot), Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca

 

Bij Driekoningen

 

De aanbidding van de koningen door Peter Paul Rubens, 1628-29

 

Kerstbrief van Melchior

Ik schrijf u Caspar, Balthazar,
vanuit mijn hoofdkwartier.
Ik kan en wil niet weg dit jaar
want oorlog houdt mij hier.
De laatste oorlog weliswaar
tegen het blank verweer
maar laatste loodjes wegen zwaar
en dat weet God de Heer.

Gaat gij getweeën maar op reis.
Ik vecht het hier eerst uit.
Mijn zwarte volk werd smartelijk wijs
en is niet langer buit.
Waar ook de blanke man zijn voet
neerzette, schoot hij neer.
Daar baande hij zijn weg door bloed
en dat weet God de Heer.

Mijn zwarte volk heeft het geduld,
het werd door leed gestaald.
Drie eeuwen blanke heersersschuld
wordt eindelijk betaald.
Een zwarte huid bergt ook een ziel
die bloei wil tot Gods eer.
Maar bloesem sterft onder een hiel
en dat weet God de Heer.

Nu zal ik wel gedoodverfd zijn
als vuige communist,
als een rebel in de woestijn; –
men heeft zich meer vergist.
Ik strijd hier voor een rechte zaak,
niet min en ook niet meer.
Dit is mijn opgedragen taak
en dat weet God de Heer.Nu gaat gij op naar Bethlehem,
nu volgt gij weer de ster.
Het vredeslied der englenstem
hoor ik toch wel van ver.
Maar eerst zal hier een vrijheid staan
aleer ik wederkeer
om samen met u op te gaan
en dat weet God de Heer.

En als gij ’t Kind vindt in het licht
en knielend tot Hem spreekt,
zegt dan waarom het aangezicht

van Melchior ontbreekt.
De Derde wijze kon dit jaar
niet komen ‘van zo veer’.
Dat weet gij Caspar, Balthazar
en dat weet God de Heer.

 

Jan H. de Groot (13 maart 1901 -1 december 1990)
Alkmaar, de geboortestad van Jan H. de Groot

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Verkouden

Door zijn gekuch mag hij niet naar buiten.
Voor oudere mensen kan dat gevaarlijk zijn,
heeft z’n moeder gezegd. Bijna al z’n strips las
hij al twee keer. Drie weken zonder school
is toch wel lang.

Zijn vader zei: Drie weken is nog niks, jonge.
Opa ging in de oorlog ruim drie jaar niet naar
school. Zo lang, lachtte hij, zal dit toch
hopelijk niet duren. Dan zitten we hier in
2023 nog.

Maar z’n vader maakte niet steeds grapjes,
soms keek hij lang op zijn telefoon. Zonet sprak
hij zacht met z’n moeder over geld en ZZP.

Hoelang zal dit allemaal nog duren, wanneer
wordt het weer gewoon? Gister hoorde hij op
het nieuws, te voorspellen valt er niet zoveel.

In bed dacht hij aan opa en aan zichzelf over
tachtig jaar. Hoe zal hij met zijn kleinkinderen
terugkijken op deze vreemde Corona-tijd?

Eerlijk, hij wist het niet, al leek een ding toch wel
zeker: Hij kuchte al een beetje minder vaak.
Zijn keel deed iets minder pijn.

 

KAMER

Er was een kamer in die stad waar ik steeds omheen cirkelde. Het was in de buurt van mijn lief. Ze wist niet dat ik soms die trappen opliep. Aan de wand hingen foto’s van voor de oorlog. Ik sprak er eens over met een oude Friese schrijver. Hij zei: ‘Ik ken die kamer, ik zou er eigenlijk binnen moeten gaan, maar het gaat er niet meer van komen, ben ik bang.’ Hij kreeg gelijk. Hij stierf tijdens de Spelen. De kamer is er nog steeds – de trappen op, linksaf de gang door. Iedereen weet wel zo ongeveer wat erin staat.

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie ook alle tags voor Jimmy Santiago Baca op dit blog.

 

Een dagelijkse vreugde om te leven

Hoe sereen dingen
in mijn leven misschien ook zijn,
hoe goed het ook gaat,

mijn lichaam en ziel
zijn twee kliftoppen
waar een droom van wie ik kan zijn
van afvalt, en ik moet elke dag
weer leren vliegen,
of sterven.

De dood zorgt voort respect
en angst van de levenden.
De dood biedt
geen valse starts. Het is geen
scheidsrechter met een proppenschieter
bij het verrassende
van een honderd meter sprint.

Ik leef niet om terug te krijgen
of te vermeerderen wat mijn vader verloor
of verwierf.

Ik vind mezelf voortdurend terug in de ruïnes
van een nieuw begin,
het touw van mijn leven ontrollend
om steeds dieper af te dalen in onbekende afgronden,
mijn hart in een knoop te leggen
rond een boom of rotsblok,
om veilig te stellen dat ik iets heb dat me houdt,
dat me niet laat vallen.

Mijn hart heeft vele met doornen bezaaide barsten van vlammen,
oplaaiend uit de rode kaarspotten.
Mijn dromen flikkeren en draaien
op het altaar van deze aarde,
licht worstelt met duisternis,
licht straalt in de duisternis,
om mijn dag blauw te verwijden,
en alles wat was is smelt
in de vlam-

Ik kan boomtoppen zien!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3.

Herrliche Weihnachtszeit (Hoffmann von Fallersleben), E. E. Cummings

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

Een kerstfeest door Anton Heinrich Dieffenbach, 1865

 

Herrliche Weihnachtszeit


O schöne, herrliche Weihnachtszeit!
Was bringst du Lust und Fröhlichkeit!

Wenn der heilige Christ in jedem Haus
Teilt seine lieben Gaben aus.

Und ist das Häuschen noch so klein,
So kommt der heilige Christ hinein,

Und alle sind ihm lieb wie die Seinen,
Die Armen und Reichen, die Großen und Kleinen.

Der heilige Christ an alle denkt,
Ein jedes wird von ihm beschenkt.

Drum lasst uns freuen und dankbar sein!
Er denkt auch unser, mein und dein!

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Slot Fallersleben in kerstsfeer

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894.

 

Kleine boom

kleine boom
kleine stille kerstboom
je bent zo klein
je bent meer als een bloem

wie heeft je gevonden in het groene bos
en vond je het erg dat je weg moest?
kijk ik zal je troosten
omdat je zo lekker ruikt

ik zal jouw koele stam kussen
en je veilig en stevig knuffelen
net zoals je moeder zou doen,
wees maar niet bang

kijk de lovertjes
die het hele jaar in een donkere doos slapen,
dromend om eruit gehaald te worden en te mogen schitteren,
de ballen rood en gouden slingers de pluizige koorden,

steek je armpjes op
en ik zal ze je allemaal geven om vast te houden
elke vinger krijgt zijn eigen ring
en er zal geen enkele plek donker of ongelukkig zijn

als je dan helemaal bent aangekleed

zul je voor het raam staan zodat iedereen je kan zien
en wat zullen ze opkijken!
oh maar je zult heel trots zijn
en mijn kleine zusje en ik zullen elkaars hand vastpakken
en omhoog kijken naar onze mooie boom
we zullen dansen en zingen
“Noel Noël”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)
Harvard-university in Cambridge MA, de geboorteplaats van E. E. Cummings

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.