Abends, wenn es dunkel wird (Heinrich Seidel), Hans Magnus Enzensberger

 

Bij Sint Maarten

 

Altaarstuk met Sint Maarten en de bedelaar in de parochiekerk St. Martin in Wängle, Oostenrijk

 

Abends, wenn es dunkel wird

Abends, wenn es dunkel wird,
und die Fledermaus schon schwirrt,
ziehn wir mit Laternen aus
in den Garten hinterm Haus.
Und im Auf- und Niederwallen
lassen wir das Lied erschallen:
„Laterne, Laterne, Sonne Mond und Sterne.”

Plötzlich aus dem Wolkentor
kommt der gute Mond hervor,
wandelt seine Himmelsbahn
wie ein Haupt-Laternenmann.
Leuchtet bei dem Sterngefunkel
lieblich aus dem blauen Dunkel:
„Laterne, Laterne, Sonne Mond und Sterne.”

Ei, nun gehen wir nach Haus,
blasen die Laternen aus,
lassen Mond und Sternelein
leuchten in die Nacht hinein,
bis die Sonne wird erwachen,
alle Lampen auszumachen
„Laterne, Laterne, Sonne Mond und Sterne.”

Ich habe schon als Kind gar nicht
oder wenn, nur schwer verstanden,
daß Hühner, Hasen, Enten, Gänse
in den Küchen im Kochtopf landen.

Essen wir doch lieber Apfelküchle
am 11. November, dem Martinstag.
So manche Gans darf dann leben,
evtl. bis sie selber nicht mehr mag.

 

Heinrich Seidel (25 juni 1842 – 7 november 1906)
De dorpskerk van Perlin, de geboorteplaats van Heinrich Seidel

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Doorstrepen wat niet van toepassing is

wat je stem zo vlak maakt
zo dun en van blik
dat is de angst
iets verkeerds te zeggen

of altijd hetzelfde
of te zeggen wat allen zeggen
of iets onbelangrijks
of versletens
of iets dat verkeerd begrepen zou kunnen worden
of de oppervlakkige lieden zou bevallen
of kitsch
of iets reactionairs
of iets stoms
of iets dat al geweest is
iets ouds

Ben je het nu niet beu
van louter angst
van louter angst voor de angst
iets verkeerds te zeggen
altijd het verkeerde te zeggen?

 

Vertaald door Wouter Donath Tieges

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn blog van 11 november 2018 deel 1 en ook deel 2. en eveneens deel 3.

Allerzielen (Gaston Burssens), Ilse Aichinger, Kees van den Heuvel

 

Bij Allerzielen

 

Allerzielen door Aladár Körösfői-Kriesch, 1910

 

Allerzielen

De rosse blaren van de najaarsbomen
beleggen ’t macadam met gouden zomen.
Er dwaalt een blijde stemming in de stad
van wemelende mensen, weeldezat.
De zon met gouden draden, fijn als rag
spint haar kleed voor allerheiligendag.

Ach kind er hangt
een waas van weemoed over!
zie jij ’t dan niet?

De glans van zon en lover
is niet zo helder als je meisjeslach;
‘t is immers morgen allerzielendag!

Voel jij niet dat in elke vreugde trilt
het leed om ‘t niet bezit van wat je wilt?
Het leed om ’t niet-bezit van je verlangen,

Zo dat de zon half
in de mist blijft hangen.

 

Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)
De Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dendermonde, de geboorteplaats van Gaston Burssens

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Hooi

Hooi,
hooi in de kinderschuren,
waar te verbranden
of zichzelf voor altijd te verliezen
even gemakkelijk is.
Gebundeld hooi,
hooi op de velden,
hooi als bij de dodelijke verscheidenheid
van de mogelijkheden zomaar
bij elkaar gevoegde letters,
deze richting,
maar geen andere.
Hooi dat in de wind vliegt,
op de droge stoppels achterblijft,
voor altijd gescheiden van de anderen,
dat wacht op de sneeuw,
die de hemel ervan weg zal nemen,
zijn onbeweeglijke, doffe evenbeeld.
De zekerheid dat er geen troost is,
maar het gejubel.
Hooi, sneeuw en einde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

De Nederlandse dichter en vertaler Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook alle tags voor Kees van den Heuvel op dit blog.

Uit: Medelijden, medeleven, bijna: vriendschap.  Hans Werkman en Willem de Mérode (Samen met Cees van der Pluijm)

“Hans Werkman: In het begin heb ik De Mérode te eenzijdig positief gezien, qua karakter. Ik kwam bij Meertens [P.J. Meertens, een vriend met wie De Mérode uitvoerig heeft gecorrespondeerd; KvdH/CvdP] en het eerste dat hij vroeg, was: ‘Wat vindt u van hem?’ Ik had me daar nog niet mee beziggehouden, dus ik moest snel wat verzinnen. Ik zei: ‘Ik vind hem een integer man.’ Meertens zei toen: ‘De Mérode was helemaal geen integer man. Hij was een roddelend oud wijf.’ Dat vond ik heel ontluisterend.

Later ontdekte ik dat De Mérode een moeilijke man is geweest. Hij is zo geworden door die rampzalige tijd in 1924, dat heeft hem in zijn schulp gejaagd. Vóor die tijd bewaarde hij de meeste van zijn brieven, daarna niet meer. Hij schreef aan Meertens: ‘Ik verbrand jouw brieven onmiddellijk, doe die van mij alsjeblieft ook weg.’ Gelukkig heeft Meertens dat niet gedaan, maar in De Mérodes archieven heb ik maar weinig brieven gevonden. Dat zegt mij dat hij zeer argwanend is geworden.

U had geen afgerond beeld van De Mérode toen u aan de biografie begon?

Hans Werkman: Je kunt geen afgerond beeld hebben van degene over wie je moet schrijven, want dat leven is voorbij en je kunt het niet van dag tot dag reconstrueren. Wat je probeert, is met de fragmenten die je terugvindt een beeld te bouwen en je moet je daarbij voortdurend afvragen of het wel klopt. Het is te vergelijken met een vaas die gereconstrueerd wordt aan de hand van een aantal scherven. Daaraan wordt een heleboel klei toegevoegd om een idee te krijgen van de waarschijnlijke vorm. Nu moet je daar ook weer niet te pessimistisch over zijn, want de hoofdlijnen worden toch wel duidelijk, maar je moet niet de vaas naboetseren en je al te veel vrijheden veroorloven. Ik wil niet de feitenbiografie gaan verdedigen, want je moet een aantal witte plekken invullen, maar je moet aangeven waar je dat doet. Van der Plas, bij voorbeeld, heeft dat te weinig gedaan in zijn Gezellebiografie. Hij heeft knap werk geleverd, maar het is naar mijn smaak te subjectief. Het is geen wetenschappelijke biografie.”

 

Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn blogs van 2 november 2018.

All-Saints’ Day 1867 (Ada Cambridge), Ilse Aichinger

 

Bij Allerheiligen

 

Het Landauer-altaarstuk. Allerheiligen door Albrecht Dürer, 1511

 

All-Saints’ Day (1867)

Blessed are they whose baby-souls are bright,
Whose brows are sealèd with the cross of light,
Whom God Himself has deign’d to robe in white-
Blessed are they!

Blessed are they who follow through the wild
His sacred footprints, as a little child;
Who strive to keep their garments undefiled-
Blessed are they!

Blessed are they who commune with the Christ,
Midst holy angels, at the Eucharist-
Who aye seek sunlight through the rain and mist-
Blessed are they!

Blessed are they-the strong in faith and grace-
Who humbly fill their own appointed place;
They who with steadfast patience run the race-
Blessed are they!

Blessed are they who suffer and endure-
They who through thorns and briars walk safe and sure;
Gold in the fire made beautiful and pure!-
Blessed are they!

Blessed are they on whom the angels wait,
To keep them facing the celestial gate,
To help them keep their vows inviolate-
Blessed are they!

Blessed are they to whom, at dead of night,-
In work, in prayer-though veiled from mortal sight,
The great King’s messengers bring love and light-
Blessed are they!

Blessed are they whose labours only cease
When God decrees the quiet, sweet release;
Who lie down calmly in the sleep of peace-
Blessed are they!

Whose dust is angel-guarded, where the flowers
And soft moss cover it, in this earth of ours;
Whose souls are roaming in celestial bowers-
Blessed are they!

Blessed are they-our precious ones-who trod
A pathway for us o’er the rock-strewn sod.
How are they number’d with the saints of God!
Blessed are they!

Blessed are they, elected to sit down
With Christ, in that day of supreme renown,
When His own Bride shall wear her bridal crown-
Blessed are they!

 

Ada Cambridge (21 november 1844 – 19 juli 1926)
St Germans church in Wiggenhall St Germans, de geboorteplaats van Ada Cambridge

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Tijdig advies

Ten eerste
moet je geloven,
dat het dag wordt
als de zon opkomt.
Maar als je het niet gelooft,
zeg ja.
Ten tweede
moet je geloven
en met al je kracht,
dat het nacht wordt,
als de maan opkomt.
Maar als je het niet gelooft,
zeg ja
of knik toegeeflijk met je hoofd,
dat accepteren ze ook.

 

Vertaald door Fans Roumen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2018 en ook mijn blog van 1 november 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook mijn blog van 1 november 2009.

Procession de la Fête-Dieu 35 (Max Jacob), Frans Roumen

 

Bij Sacramentsdag

 

La Procession de la Fête-Dieu door Maurice Le Bel, tussen 1925 en 1950

 

Procession de la Fête-Dieu 35

Processionnez autour du
Temple
Processionnez autour de moi moi je me pioche et me contemple cherchant le feu du feu de joie, cherchant
Dieu près de ma fenêtre, conquérant patiemment ses yeux.
Processionnez autour de
Dieu
Je suis gourmand qu’il me pénètre.

Comme on rencontre une colline
Tu t’élèves à mon horizon.
Qu’est-ce la terre ? une cantine puanteur et séquestration.

Processionnez ! j’attends le
Vin
Cataracte dans mon eau trouble !
Je suis métal et vous burin
Vous, le souffle et moi le buccin et ce qui me touche
Vous touche.

Quand
Dieu eut inventé l’animal et la plante et la terre

qui germe et l’océan qui chante et le droit pour
Adam de
Lui désobéir.

Il lui dit maintenant, homme fais-moi mourir.

Et quand on eut posé sur
Dieu mort une pierre

Dieu rejaillit et parcourut le ciel jusqu’à
Son
Père.

Qu’aujourd’hui et pour l’Éternité me soient chers

le miracle et
Dieu qui m’ont révélé l’enfer

alors que cet enfer me gangrenait déjà,

sous la trompeuse gloire et tous ses falbalas.

Attablé à la vie et sans troubles remords

qui ? sauf
Dieu ? m’aurait dit l’envers de mes décors ?

En me donnant la
Foi, il m’a donné la crainte.

Enfer !
Enfer ! je puis sortir de ton étreinte.

J’allais tout doucement à la rouge fournaise

hélas ! je ne pensais la vie que pour mes aises.

Et maintenant je sais l’épouvante et les cris

qui sont pour le pécheur, en serais-je surpris ?

Enfer tu n’es pas loin, ni
Satan qui me guette

je ne redoute pas ta fosse et tes tempêtes.

Je suis gardé par
Dieu
Ieo
Haamiach,

par mon ange gardien, le délicieux cornac

j’ai les livres des
Saints, la
Bible, l’Evangile

les pardons de l’Église me sont un ferme asile.

 

Max Jacob (12 juli 1876 – 5 maart 1944)
De Saint-Corentin kathedraal in Quimper, de geboorteplaats van Max Jacob

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

Rooilaan langs de Maas

Eerst dient de horizon zich weidser aan,
zo zonder bomen die het uitzicht zeven.
Dit werd pas ’s winters even vrij gegeven,
om er dan snel een loofdoek voor te slaan.

Een kleine bal, een zwarte volle maan,
lijkt al wat in de verte is gebleven.
De bomen zijn steeds ijler weggedreven.
Van dichterbij zie ik een pony staan.

Daar ging ik met de hond elk jaargetijde,
tot vreemde mannen ons met vuur beroofden
van deze gang die ons voor kort bevrijdde

van kooi en tijd. En ik herinner mij de
begeerde schaduw die het zonlicht doofde,
het herfstgeruis dat eeuwigheid beloofde.

 

Frans Roumen, Uit: Elk woord van mij is zonde,
Uitgeverij Berend Immink, Nijmegen 1984)

 

Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957)
De Maas in Maastricht door Jan Kusters, 2009

Maria (Jacobus Revius), Thomas Mann, Nikki Giovanni

 

Bij het feest van Maria, Moeder van de Kerk

Prettige Pinksterdagen!

 

Maria omringd door de apostelen tijdens het “Pinksterwonder”, Meester van het Heilige Altaar van Salem, eind 15e eeuw

 

Maria

Gezegend is de maagd de kroon van alle maagden,
De tempel van Gods Zoon en wezenlijke kracht,
De schone dageraad waardoor ons nu toe-lacht
De Zonne waar zo dik de Vaderen naar vraagden.

Gelukkig, meer als die die ooit de Heer behaagden,
De zuster van haar kind, de dochter van haar dracht,
De bruid van die ze zelf ter wereld heeft gebracht
In wiens ontvangenis beid’ aard’ en hemel waagden.

Wel zalig zijn voorwaar haar ongeraakte borsten
Waarnaar de bronne zelf des levens plach te dorsten:
Wel zalig is de schoot daarin hij heeft gerust:

Maar zalig bovenal zijn zulke die haar leven
(Gelijk Maria dee) tot zijne dienst begeven
En hebben in zijn woord haar hertelijke lust.

 

Jacobus Revius (november 1586 – 15 november 1658)
De Lebuinuskerk in Deventer, de geboorteplaats van Jacobus Revius

 

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog.

Uit: Joseph und seine Brüder

„In Wirklichkeit war das Gemüt des Mondwanderers auf keine Weise geschaffen, politische Verheißungen zu empfangen oder hervorzubringen. Nichts beweist, daß er das Amurruland auch nur von vornherein als zukünftiges Gebiet seines Wirkens ins Auge gefaßt habe, als er die Heimat verließ; ja, der Umstand, daß er versuchsweise auch das Land der Gräber und der stutznäsigen Löwenjungfrau erwanderte, scheint das Gegenteil zu beweisen. Wenn er aber des Nimrods großmächtiges Staatswesen im Rücken ließ und auch das hochangesehene Reich des Oasenkönigs mit der Doppelkrone sogleich wieder mied, um ins Westland zurückzukehren, das heißt in ein Land, dessen zersplittertes Staatsleben es zu politischer Ohnmacht und Abhängigkeit hoffnungslos bestimmte, so zeugt dies für nichts weniger als für seinen Geschmack an imperialer Größe und seine Anlage zur politischen Vision. Was ihn in Bewegung gesetzt hatte, war geistliche Unruhe, war Gottesnot gewesen, und wenn ihm Verkündigungen zuteil wurden, woran gar kein Zweifel statthaft ist, so bezogen sich diese auf die Ausstrahlungen seines neuartig-persönlichen Gotteserlebnisses, dem Teilnahme und Anhängerschaft zu werben er ja von Anbeginn bemüht gewesen war. Er litt, und indem er das Maß seiner inneren Unbequemlichkeit mit dem der großen Mehrzahl verglich, schloß er daraus auf seines Leidens Zukunftsträchtigkeit. Nicht umsonst, so vernahm er von dem neuerschauten Gott, soll deine Qual und Unrast gewesen sein: Sie wird viele Seelen befruchten, wird Proselyten zeugen, zahlreich wie der Sand am Meer, und den Anstoß geben zu Lebensweitläufigkeiten, die keimweise in ihr beschlossen sind, – mit einem Worte, du sollst ein Segen sein. Ein Segen?

Jozef wordt door zijn broers herkend door Baron François Pascal Simon Gérard, 1789

Es ist unwahrscheinlich, daß mit diesem Wort der Sinn desjenigen richtig wiedergegeben ist, das zu ihm im Gesicht geschah und das seiner Lebensstimmung, der Empfindung seiner selbst entsprach. In dem Worte »Segen« liegt eine Wertung, die man fernhalten sollte von Bezeichnungen des Wesens und der Wirkung von Männern seiner Art: von Männern also der inneren Unbequemlichkeit und der Wanderung, deren neuartige Gotteserfahrung die Zukunft zu prägen bestimmt ist. Einen reinen und unzweifelhaften »Segen« bedeutet das Leben solcher Männer selten oder nie, mit denen eine Geschichte beginnt, und nicht dies ist es, was ihr Selbstgefühl ihnen zuflüstert. »Und sollst ein Schicksal sein« – das ist die reinere und richtigere Übersetzung des Verheißungswortes, in welcher Sprache es immer möge gesprochen worden sein; und ob dies Schicksal einen Segen bedeuten möge oder nicht, ist eine Frage, deren Zweitrangigkeit aus der Tatsache erhellt, daß sie immer und ohne Ausnahme verschieden wird beantwortet werden können, obgleich sie natürlich mit Ja beantwortet wurde von der auf physischem und geistigem Wege wachsenden Gemeinschaft derer, die in dem Gotte, welcher den Mann von Ur aus Chaldäa geführt, den wahren Baal und Addu des Kreislaufs erkannten und auf deren Zusammenhang Joseph sein eigenes geistiges und körperliches Dasein zurückführte.“

 

Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Nikki-Rosa

jeugdherinneringen zijn altijd vervelend
als je zwart bent
je herinnert je altijd dingen zoals wonen in Woodlawn
zonder toilet binnenshuis
en als je beroemd wordt of zo
praten ze nooit over hoe blij je was om
je moeder
helemaal voor jezelf te hebben en
hoe goed het water voelde toen je in bad ging
in van een van die
grote kuipen waar mensen in Chicago in barbecueën
en op de een of andere manier als je over thuis praat
komt nooit over hoe goed je
hun gevoelens begreep

terwijl de hele familie bijeenkomsten over Hollydale bijwoonde
en hoewel je het je herinnert
begrijpen je biografen nooit
de pijn van je vader wanneer hij zijn aandelen verkoopt
en er weer een droom verloren gaat
En hoewel je arm bent, is het geen armoede die
je stoort
en hoewel ze veel vochten
is het niet het drinken van je vader dat het verschil maakt
maar alleen dat iedereen samen is en jij
en je zus fijne verjaardagen hebben en heel goede
kerstdagen

en ik hoop echt dat geen enkele blanke ooit een reden heeft
om over mij te schrijven
omdat ze nooit begrijpen
dat Zwarte liefde Zwarte rijkdom is en zij zullen
waarschijnlijk praten over mijn moeilijke jeugd
en nooit begrijpen dat
ik al die tijd best gelukkig was

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

Naam uit het vuur (Huub Oosterhuis), Federico García Lorca

 

Prettige Pinksterdagen!

 

Nederdaling van de Heilige Geest op Pinksteren door Hendrick Bloemaert, 17e eeuw

 

Naam uit het vuur

Naam uit het vuur, één eeuwig, Hij alleen,
riep smeekte dreigde zweeg. Riep weer, om antwoord.
Roept water uit de rots, slaat vuur uit steen.

En weer zijn stem – een lichtval uit de wolken.
Tien woorden licht. Daar stonden wij, nog krom van slavernij,
de minsten van de volken.

Een hand van stormwind werd op ons gelegd.
Vuurtongen stonden boven onze hoofden.
Een ander leven werd ons aangezegd.

Van toen af dragers van een visioen
leerden wij, dood na dood opnieuw geboren,
verlangen naar zijn woord, en het te doen.

Er kwam een dag die niets dan einde was.
Van God verlaten hingen wij aan kruisen,
het visioen verwaaid als stof en as.

De wereld draaide verder, dood na dood.
Een kuil vol knoken. Doorgekraste namen.
Na vijftig dagen kwam de ademstoot.

Die schikte onze stukken weer tot een;
blies onbevlekte huid over ons heen.
De Naam riep: Mensenkind, sta op je voeten.

Daar stonden wij, om nu voorgoed te gaan
tot aan de verste randen van de aarde
en naar zijn woord te doen wat moet gedaan.

Adem van onbegonnen nieuw begin,
heilige stormwind, laat niet af, doorvuur ons.
Spreek moed, volharding, wijsheid, vrede in.

 

Huub Oosterhuis (Amsterdam, 1 november 1933)
De St. Nicolaaskerk in Amsterdam door Hendrik Cornelis Kranenburg, 1934

 

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Kerseboom in bloei

In maart
reis je naar de maan.
Je laat je schaduw hier.

De weilanden worden
onwerkelijk. Het regent
witte vogels.

Ik raak verdwaald in je bos
en schreeuw: Open u, Sesam!
Ik lijk wel een kind! Die schreeuw:
Open u, Sesam!

 

Vertaald door Marije Dekkers

 

Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Borstbeeld van Federico García Lorca in Almeria

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

The Evening Of The Visitation (Thomas Merton), Walt Whitman

 

Bij Maria Visitatie

 

Maria Visitatie door Domenico Ghirlandaio, 1491

 

The Evening of the Visitation

Go, roads, to the four quarters of our quiet distance,
While you, full moon, wise queen,
Begin your evening journey to the hills of heaven,
And travel no less stately in the summer sky
Than Mary, going to the house of Zachary.

The woods are silent with the sleep of doves,
The valleys with the sleep of streams,
And all our barns are happy with peace of cattle gone to rest.
Still wakeful, in the fields, the shocks of wheat
Preach and say prayers:
You sheaves, make all your evensongs as sweet as ours,
Whose summer world, all ready for the granary and barn,
Seems to have seen, this day,
Into the secret of the Lord’s Nativity.

Now at the fall of night, you shocks,
Still bend your heads like kind and humble kings
The way you did this golden morning when you saw God’s
Mother passing,
While all our windows fill and sweeten
With the mild vespers of the hay and barley.

You moon and rising stars, pour on our barns and houses
Your gentle benedictions.
Remind us how our Mother, with far subtler and more holy
influence,
Blesses our rooves and eaves,
Our shutters, lattices and sills,
Our doors, and floors, and stairs, and rooms, and bedrooms,
Smiling by night upon her sleeping children:
O gentle Mary! Our lovely Mother in heaven!

 

Thomas Merton (31 januari 1915 – 10 december 1968)
De Eglise Saint-Pierre in Prades, Frankrijk, de geboorteplaats van Thomas Merton

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

Te denken aan tijd

[8]

Langzaam bewegende zwarte lijnen gaan onophoudelijk over de aarde,
De noorderling wordt gedragen en de zuiderling wordt gedragen… en zij aan de Atlantische kust en zij aan de Pacific, en zij daartussenin, en door het hele land van de Mississippi… en over de hele aarde.

De grote meesters en de kosmos zijn goed als ze gaan… de helden en weldoeners zijn goed,
De bekende leiders en uitvinders en de rijke eigenaars en de vromen en voornamen mogen goed zijn,
Maar er is een groter belang dan dat… er is een precies belang van alles.

De onuitroeibare horden van de onwetenden en slechten zijn niet niets,
De barbaren van Afrika en Azië zijn niet niets,
Het gewone volk van Europa is niet niets… de Amerikaanse inboorlingen zijn niet niets,
Een zambo of een voorhoofdloze Crowfoot of een Camanche is niet niets,
De geïnfecteerden in het immigrantenziekenhuis zijn niet niets… de moordenaar of de valse persoon is niet niets,
De eeuwige opeenvolging van oppervlakkige mensen is niet niets als zij gaan,
De hoer is niet niets… de bespotter van godsdienst is niet niets als hij gaat.

Ik zal gaan met de rest… we hebben voldoening:
Ik heb gedroomd dat we niet zoveel zullen veranderen… en ook de wet van ons is niet veranderd;
Ik heb gedroomd dat helden en weldoeners onder de huidige en oude wet zullen vallen,
En dat moordenaars en dronkaards en leugenaars onder de huidige en oude wet zullen vallen;
Want ik heb gedroomd dat de wet waaronder ze nu vallen genoeg is.

En ik heb gedroomd dat de voldoening niet zoveel veranderd wordt… en dat er geen leven is zonder voldoening.
Wat is de aarde? wat zijn lichaam en ziel zonder voldoening?

Ik zal gaan met de rest,
We kunnen niet op een gegeven moment worden stopgezet… dat is geen voldoening;
Om ons een goed ding of een paar goede dingen te laten zien voor een eindige periode – dat is geen voldoening;

Het kan niet anders of wij zijn van het onvernietigbare ras van de besten, ongeacht tijd.
Zo niet zouden al deze dingen slechts wederkeren tot as van mest;
Als maden en ratten ons zouden beëindigen, dan wantrouwen en verraad en dood.

Wantrouw je de dood? Als ik de dood zou wantrouwen zou ik nu moeten sterven,
Denk je dat ik vriendelijk en goedgekleed zou kunnen lopen naar vernietiging?

Vriendelijk en goedgekleed loop ik,
Waarheen ik loop kan ik niet definiëren, maar ik weet dat het goed is,
Het hele universum maakt duidelijk dat het goed is,
Het verleden en het heden maken duidelijk dat het goed is.

Hoe mooi en perfect zijn de dieren! Hoe perfect is mijn ziel!
Hoe perfect de aarde, en het kleinste ding op aarde!
Wat goed genoemd wordt is perfect, en wat zonde wordt genoemd is even perfect;
De planten en mineralen zijn allemaal perfect… en de onpeilbare stromen zijn perfect;
Langzaam en zeker zijn ze hiertoe gekomen, en langzaam en zeker zullen ze nog verder gaan.

O mijn ziel! als ik besef van je heb heb ik voldoening,
Dieren en planten! als ik besef van jullie heb heb ik voldoening,
Wetten van de aarde en lucht! als ik besef van jullie heb heb ik voldoening.

Ik kan mijn voldoening niet definiëren… toch is het zo,
Ik kan mijn leven niet definiëren… toch is het zo.

 

Vertaald door Ilja Leonard Pfeijffer

 

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)


Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

St. Thomas the Apostle (Malcolm Guite), George Oppen

 

Bij Beloken Pasen

 

Het ongeloof van St. Thomas door Matthias Stom, 1641-1649

 

St. Thomas the Apostle

“We do not know… how can we know the way?”
Courageous master of the awkward question,
You spoke the words the others dared not say
And cut through their evasion and abstraction.
Oh doubting Thomas, father of my faith,
You put your finger on the nub of things
We cannot love some disembodied wraith,
But flesh and blood must be our king of kings.
Your teaching is to touch, embrace, anoint,
Feel after Him and find Him in the flesh.
Because He loved your awkward counter-point
The Word has heard and granted you your wish.
Oh place my hands with yours, help me divine
The wounded God whose wounds are healing mine.

 

Malcolm Guite (Ibadan, 12 november 1957)
Oritamefa Baptist Church in Ibadan, Nigeria

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

Vijf gedichten over poëzie

1- HET GEBAAR

De vraag is: hoe houd iemand een appel vast
Die van appels houdt

En hoe gaat iemand om met
Vuil? De vraag is

Hoe houdt iemand iets
In gedachten waar hij greep op

Wil krijgen en hoe houdt de verkoper
Een prul vast dat hij van plan is

Te verkopen? De vraag is
Wanneer zullen er geen honderd

Dichters zijn die dat gebaar verwarren
Met een stijl.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2021 en ook mijn blog van 24 april 2020 en eveneens mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

Osterhas (Wilhelm Raabe), Hanane Aad

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

Pasen stilleven door Stanisław Żukowski, 1915

 

Osterhas

Sprang der Osterhasen
durch die grünende Welt;
Kinder und Verliebte
suchten im sonnigen Feld.

Welch ein schönes Nest
hat mein Liebchen entdeckt!
Unterm Veilchenbusch
fein war es versteckt.

Viele schöne Eier
lagen glänzend drin,
und mein jubelndes Liebchen
kauerte neben es hin.

“Eier rosenrot!
Eier himmelblau!
Keins von ihnen schwarz!
Keins von ihnen grau!”

Die Rosenroten
waren voll Küsse;
die Himmelblauen
waren voll Lieder; –
und Dämmerung ward es,
eh’ wir nach Haus kamen!

 

Wilhelm Raabe (8 september 1831 – 15 november 1910)
De St. Martin Kirche in Eschershausen, de geboorteplaats van Wilhelm Raabe

 

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.

 

De omloop van de geest

’s Morgens reis ik
naar mijn eigen ster
in de ringbaan van de geest
waarin ik mijn karavanen van vermoeidheid
berg
mijn trouwe, geheime ster
wacht steeds op mij
bij de keerpunten van de tijd
op de startbaan van de storm
ik kniel voor
mijn eigen ster
in de ringbaan van de geest
ik mompel
zingzeg het lied van de essentie
dompel het grote hart vol liefde
in het bestaan
omarm de vrijheidswaan
die ik met pure tranen was
dat zij mij redt
en mij verheft
naar torens van zekerheid.

 

Vertaald door Cees Nijland

 

Hanane Aad (Beiroet, 18 april 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn blog van 18 april 2021 en ook mijn blog van 18 april 2020 en eveneens mijn blog van 18 april 2019 en ook mijn blog van 18 april 2017 en ook mijn blog van 18 april 2015 deel 2.

An Easter Prayer (Helen Steiner Rice), George Herbert

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

De Verrijzenis door Tintoretto, ca, 1570

 

An Easter Prayer

God, give us eyes to see
the beauty of the Spring,
And to behold Your majesty
in every living thing.

And may we see in lacy leaves
and every budding flower
The Hand that rules the universe
with gentleness and power.

And may this Easter grandeur
that Spring lavishly imparts
Awaken faded flowers of faith
Luing dormant in our hearts.

And give us ears to hear, dear God
the Springtime song of birds
With messages more meaningful
than man’s often empty words.

Telling harried human beings
who are lost in dark despair
‘Be like us and do not worry
for God has you in his care.’

 

Helen Steiner Rice (19 mei 1900 – 23 april 1981)
De Church of the Redeemer in Lorain, Ohio, de geboorteplaats van Helen Steiner Rice

 

De Engelse priester en dichter George Herbert werd op 3 april 1593 geboren, waarschijnlijk te Black Hall (Wales). Zie ook alle tags voor George Herbert op dit blog.

 

Vleugels van Pasen

Toen U de mens met al zijn rijkdom schiep,
Verloor hij snel die schatten weer;

En toen zijn tijd verliep,
Viel hij, o Heer,
Heel diep.
Uw Hand
Zorgt weer dat ik
Verrijzen zal en dan
Zal jub’len als de leeuwerik,
Omdat wie diep valt, hoger vliegen kan.

Al in mijn jeugd begon voor mij de pijn;
Ziekte en schande deed mij zeer.
Gestraft, voor mijn venijn
Werd ik, o Heer,
Heel klein.
Uw Hand
Verlost mij nu;
De hele dag jubel ik van
Uw opstanding, ik vlieg met U,
Omdat na smart, ik hoger vliegen kan.

 

Vertaald door Arie van der Krogt

 

George Herbert (3 april 1593 – 1 maart 1633)
George Herbert op Bemerton door William Dyce, 1860

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2021 en ook  mijn blog van 17 april 2020 en eveneens mijn blog van 17 april 2019 en ook mijn blog van 17 april 2017 deel 2.