Wolfgang Hilbig, Sander Kok

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

VERSE UM AN FRÜHERE ZU ERINNERN

so lang schon unerforscht der kühle feuchte
herbst der eindrang ins reale haus woher
in meiner sprache sprech ich immer
mit einem der ich heißt

                                        ich weiß
welcher trost ihm einfache lügen sind
er schlägt nicht zurück wenn ich sage du
mußt sterben daß ich leben kann

ich habe dich so ganz entblößt
dich narren harlekin der fremden bunten lumpen
mir folgst du nicht mein weites steigen
frommt mir
                  dir nicht
das haus ist schwer
vom herbst der erde verhangen und brüchig
vom lärm deiner feuchten seufzer
wo bist du denn ich habe dich noch nicht erblickt −
mit bösem lachen
sage ich wisse ein jahr ist nichts −
doch ich weiß der tod erst gibt mir recht

ihm nicht ihm gehe ich nicht auf den leim −
woher nur weiß ich wie im keller
ein schwarzes wasser wartet
in kühler ruh die allem seinen glanz nimmt −
und zögernd seit langem
steigt er über viele stufen
hinab
          vorsichtig langsam
um nicht zu stürzen steigt er
seit jahren die grünen stufen hinab

 

radeloosheid

op de tafel liggen mijn ellebogen
in korte mouwen mijn bundels onvast
en mijn blikken en boeken
en zwijgen

totdat ik mezelf vind verward en
dronken in de late straten
struikel ik zie
ik de hemel zich
stil over
de daken haasten
mijn handen
heb ik verloren

al mijn gezichten heeft de regen
uit de bomen gesleept die kaal
de wind volgen door de avondstraten
de wind heeft in alle huizen gewaaid
al mijn gezichten die
daar op de tafels liggen
de woordeloze boeken zijn
doorgebladerd

wat nu – –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

De Nederlandse schrijver Sander Kok (ook bekend fotomodel) werd geboren in Arnhem op 31 augustus 1981. Zie ook alle tags voor Sander Kok op dit blog.

Uit: Smeltende vrouw

“De gekke buurman, Andriessen, en diens vrouw Bella, als dat haar echte naam was, leken niets met elkaar te delen. Soms, in de zomer, als Andriessen en ‘Bella’ naast elkaar in de tuin lagen, legde de buurman zijn boek neer en begon hij eindeloos tegen zijn vrouw te wauwelen, die dan vooral knikte maar nauwelijks iets terugzei; tot een uitwisseling van ideeën of gevoel leek het nooit te komen. Hoe anders was het met zijn eigen vrouw. Uitwisselingen van ideeën hadden ze misschien weinig, maar die kon hij ook hebben met de boeken die hij las; met Neeltje wisselde hij gevoel uit, stil, zwijgend gevoel, gevoel dat zijn wortels heeft in een diepe verbondenheid tussen twee geesten die werkelijk, in de meest eerlijke zin, bij elkaar horen. Lieve Neeltje. Hij had van school een cadeautje voor haar meegebracht, een klein bewijs van liefde.
Sommige mensen hielden van elkaar, zonder te weten waarom. Hij kon zich dat niet voorstellen. De liefde was raadselachtig, maar de functie van de liefde was dat niet. Niet weten waarom je van iemand houdt, is zoiets als niet weten waarom je gaat slapen als je moe bent.
Ja, het was een zware dag geweest, maar nu liep hij naar huis, zou hij Neeltje zien opbloeien. Hij bracht de boekentas naar zijn andere schouder. De sneeuw knarste onder zijn laarzen. Op het midden van de brug over de Oude Rijn, waar Leiden overgaat in Leiderdorp, vermoedde hij vandaag onder de sneeuw een onzichtbare grens, die meer was dan de bestuurlijke afbakening tus-
sen twee gemeentes. Ze scheidde school en thuis, twee werelden waar andere wetten golden. De werelden raakten elkaar zoals de gemeentes, zonder dat ze in elkaar overliepen.
Een van de redenen dat hij deze baan had gewild, was dat hij door de geringe afstand naar huis kon lopen. Hij hield van lopen. ‘Lopen kalmeert de geest,’ fluisterde hij, de handen diep in de zakken van het ski-jack gestoken. Soms dacht hij geen geest te hebben zolang hij niet liep. Lopen veroorzaakte zijn geest.”

 

Sander Kok (Arnhem, 31 augustus 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Charles Reznikoff, Wolfgang Hilbig

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Slave Sale: New Orleans

To begin with, the slaves had to wash themselves well,
and the men who had beards had to shave them off;
the men were then given a new suit each,
cheap but clean, and a hat, shirt, and shoes;
and the women were each given a frock of calico
and a handkerchief to tie about their heads.
They were then led by the man selling them into a large room;
the men placed on one side, the women at the other;
the tallest at the head of each row
and then the next in size
and so on to the shortest.

Many called to look at the slaves for sale
and the seller kept talking about their qualities;
made them hold up their heads and walk about briskly;
and those who might buy had them open their mouths
to look at their teeth,
and felt their arms and bodies,
just as they might a horse for sale;
and asked each what they could do.
Sometimes a man or woman would be taken to a small house in the yard,
to be stripped and looked at carefully:
if they had the scars of whips on their backs
that would show they had been troublesome.

During the day a number of sales were made;
and a planter from Baton Rouge bought Eliza’s little son.
Before that the boy had to jump and run across the floor
to show his activity.
But all the time the trade was going on,
his mother was crying and wringing her hands
and kept begging the man who was thinking of buying the boy
not to buy him unless he bought her, too,
and her little daughter:
and Eliza kept saying that if he did she would be “the most faithful slave that ever lived.”
But the man from Baton Rouge said he could not afford to buy her,
and then she began to cry aloud in her grief.

The man selling the slaves turned on her, his whip lifted,
and told her to stop her noise:
if she would not stop her “sniveling”
he would take her into the yard
and give her a hundred lashes.
She tried to wipe away her tears
but could not
and said she wanted to be with her children
and kept begging the man selling the slaves and the man from Baton Rouge—
who by that time had bought her son—
not to separate the three of them, mother, son, and daughter;
and over and over again kept saying how faithful and obedient she would be
and how hard she would work day and night.

But the man from Baton Rouge
said again he could not buy mother and son, let alone the three,
and that only the boy must go with him.
Then Eliza ran to her son, hugged him and kissed him
again and again
and her tears kept falling on his face.
The man selling the slaves kept cursing her
and called her a blubbering, howling wench
and ordered her back to her place in line
and to behave herself
or he would give her something really to cry about.

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

Achter mij

Achter mijn muur
aan de achterkant van mijn ondoordringbaarheid
in het licht
draait Gods speelgoed om zichzelf…
Achter mij deze draaimolens van rampen: fel beschilderd
en bedekt door de blauwe netten van de zon
en ver weg in verstarde muziek

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e augustus ook mijn blog van 30 augustus 2019 en ook mijn blog van 30 augustus 2017 en ook mijn blog van 30 augustus 2016.

Elma van Haren, Rita Dove

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Elma van Haren werd geboren in Roosendaal op 29 augustus 1954. Zie ook alle tags voor Elma van Haren op dit blog.

 

The fury of the almighty

Ik waarschuwde hen,
de wereld bestaat zonder mensenogen,
maar adem bestaat niet zonder een keel eraan vast!

Toen hebben zij mij klem gezet,
als een mes tussen twee stenen,
maar
……………..al wrikkend heb ik mij gescherpt.

Knarsend kwam ik op gang,
……………………als een grindpad.
Wie durfde moest tot aan het eind toe lopen,
om mij in de ogen te zien.

Tot in hun gangkasten heb ik mij uitgestrekt.
’s Nachts zet ik mijn voetafdruk dwars
over hun gezichten.

Wat hen door het lichaam kerft
is mijn hand
……………………….– de beitel!
De klinknagel van mijn oogopslag!

Ik vorm hen tot de mal van mijn materie,
als een houten speculaasplank
met drie variaties op hetzelfde thema.

Nu is het mijn beurt het mes
in de mensen te hanteren.
Ik raas door hun lichaam als
een tornado in de lente.

…….Ik ben geen passaatwind.
…….Ik ben passie.

 

In de gloria

Boven alles torenen duizend gouden sterren.
Hoog in de hemel stijgt een hete zon.
Lange meisjes tillen hun wijde rokken op.
Juichende jongens gooien de bal de blauwe lucht in.

HIEP HO IN DE GLORIA

zingen de regenbogen rond.

Onder alles liggen duizend zwarte stenen.
Diep in het water duikt een koude vis.
Kleine bootjes breken door de boze branding.
Krakende scheepjes steken de kiel in de blauwe zee.

DIEP DO IN DE GLORIA

zingen de golven kopjerollend.

Blauw blauw adem halen.
Wie haalt lucht en wie haalt water?
Regenboog- en golfgeklater.
Wie eerst lucht ademt en dan water,
is eerst levend
maar dood later.

 

Elma van Haren (Roosendaal, 29 augustus 1954)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

Opzegversje

Toen ik jong was, sprak de maan in raadsels
en de sterren rijmden. Ik was een nieuw stuk speelgoed
dat wachtte tot mijn eigenaar me oppakte.

Toen ik jong was, joeg ik de dag op zijn knieën.
Er waren bomen om aan te hangen, krekels om te vangen.

Ik was een klein beetje lief, oneindig wreed,
gelikt in honing, vertroeteld in melk,
zonverbrand, zilverig en schurftig als een veulen.

En de wereld was al oud.
En ik was ouder dan vandaag.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 29 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2017 en ook mijn blog van 29 augustus 2016 en ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Maria Barnas, Rita Dove

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

De dood en de honden

Hoor je de vogels?
Ze zingen dat de dood een vriend is
om de tuin te leiden met een melodie

De zon van vijven legt zilver
op de huizen en aan een open raam
een streep licht op een voorhoofd

slaapwit. De straten rollen zich om
een bedroevende hond. Hij is dood
Het land van reigers huivert

Een vrouw likt honing van een lepel
De zoete stad bolt op en krimpt
in de palm van haar hand

Ze vraagt: ‘Hond ben je nu gelukkig?’

Hond: ‘Vraag het de mensen.’

Vrouw: ‘Die met de gebroken enkels?
Of die met de zilveren heup
Of het kind met het elastiek om de tanden
Of die met de kronen om het hoofd
die doornen in mijn oog moet ik raad vragen?’

Hond: ‘Laat me met rust
Ik hoor vogels liegen.

 

White Horse Hill

Op de heuvel staat een paard van krijt

Ik luister naar herinneringen
die niet meer om mijn vingers passen

Raak ik ze kwijt of verliezen ze mij

Met mijn oor tegen de aarde
hoor ik het naderen

Het gaat niet voorbij

 

Siem

Het is hier groen, het rimpelende water, de bomen en de banken
en een stengel met een kleine paarse bloem. Hij weet het niet
zeker. Thuis heeft hij een witte zwaan in de keuken van porselein.
Rozen van plastic in een rode vaas, een blauwe bloem
op zijn beker, de koffie is altijd warm. En kringen
op het tafelkleed. Soms komt Nora binnen. Ze is wit en breekbaar.

Vroeger werkte hij onder de grond, in de mijnen.
Je kon er alles denken, zo zwart. Niemand die het zag.
De een zocht er een zin om Nora mee uit te vragen,
de ander een ring die hij verloor tijdens het graven.
Hij zocht er het einde van de dag en een familie
die op hem wachtte. Met een hond aan een riem
en een kleine moeder met brood en limonade.

Hij zou wel willen weten waar ze zijn gebleven, de mensen
die liedjes kenden omdat er een verjaardag was.
Ze trekken hun schoenen aan, halen bloemen met een strik
en een glimlach uit zijn uitgestrekte handen, leggen koekjes
op een schaal en spugen koffie en limonade in kopjes en glazen.
Ze staan op en deinzen naar de voordeur die hen slaat
in het gezicht. Wat nu? De waterlelies zijn bij elkaar gewaaid

tegen de rand van de vierkante vijver. Een enkele bloem
steekt onder het hoge blad vandaan. Hij ziet het wel,
hoe de groene struik groot als een klein huis, voorzichtig
in het bad van de waterlelies kruipt. Het fonteinwater suist
en slaat een zwart wak in de kroosgroene vijver

Hij schrijft je een kaart met een vierkante vijver.
Hij gooit een stok in het vreemde, groene meer
en dan verschijnen er zwanen. Het water stijgt
de papieren boten wijken.

 

Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

Kanarie

Billie Holidays gloeiende stem
heeft even veel schaduwen als lichten,
een droevige kandelaber tegen een glimmende piano,
de gardenia haar handtekening onder dat vernielde gezicht.

(Nu kook je, drummer bij bass,
magische lepel, magische naald.
Neem de hele dag als je moet
met je spiegel en je armband van lied.)

Feit is, de uitvinding van overwonnen vrouwen
is geweest liefde aan te scherpen in dienst van de mythe.

Als je niet vrij kan zijn, wees een mysterie.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e augustus ook mijn blog van 29 augustus 2020 en eveneens  mijn blog van 29 augustus 2018 en eveneens mijn blog van 29 augustus 2017 en ook mijn blog van 29 augustus 2016 en ook mijn blog van 29 augustus 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Tom Lanoye, Walter Helmut Fritz

De Belgische dichter, schrijver en vertaler Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

Uit: De draaischijf

“IK HAD ME DE DAG WAAROP IK WORD BEGRAVEN heel anders voorgesteld. Had ik hem zelf mogen ensceneren, dan liet ik me—zoals onze moedertaal zo treffend verwoordt—’ter aarde bestellen’ onder een staalblauwe hemel, hartje winter. Het is ijskoud maar bizar zonnig. Geen wolk te bespeuren behalve de langzaam verbredende condensstreep van een verloren gevlogen straaljager. De opkomst is massaal maar zwijgzaam. In de verte blaft een keffer en bromt een onzichtbare snelweg. Allicht die naar Willebroek en Brussel- Maar je ontsnapt nergens nog aan die brom. Hij is de basso continuo van onze overbebouwde streek en haar koppige bedrijvigheid. Wij werken en rijden ons liever te pletter dan dat we prakkiseren. Zo heb ook ik geleefd. Op de laatste twaalfjaar na. Toen overheerste het prakkiseren. Het ereperk, vol andere beroemde doden, ligt er keurig bij. Goed bewegwijzerd en aangeharkt waar nodig. De meeste zerken zijn onlangs gepoetst en hier en daar liggen verse bloemtuilen te bevriezen. Tussen de grafstenen van twee voormalige senatoren ruziet een handvol kraaien om een territorium van een paar vierkante meter. Krassend alsof 74 aan het schelden zijn. Het zou mooi zijn mocht ook een zeldzame zangvogel opeens zijn riedel ten beste geven. Vanuit een treurwilg waarin bij beschutting heeft gezocht in plaats van samen met zijn soortgenoten naar Afrika te vluchten. Alleen hij is gebleven. Tegen zijn natuur en tegen beter weten in. De schoonheid van zijn melodie verluchtigt heel even de bedrukte, al te gewijde sfeer. Maar zodra het beestje zwijgt is die sfeer daar weer. Die logge, woordeloze verstilling waarmee ons volk zijn verliezen heeft leren incasseren. In onze cultuur horen ophef en klaagvrouwen niet thuis. Wij uiten ons verdriet door het zo weinig mogelijk te tonen. Een beschaamde grimas volstaat Vergetelheid doet de rest.
De rouwenden zijn allemaal te voet gekomen, zonder zich te haasten over de brede lanen van onze befaamde dodenakker. Sommigen staan al een halfuur bij mijn vers gedolven kuil te wachten. Uiterlijk onverschillig, maar toch bleker dan doorgaans. De persfotografen zijn de enigen die veel bewegen. Ze knielen vaak en staan even snel weer op. Eentje gaat op zijn rug liggen voor een dynamischer perspectief. Iedereen negeert hem, zelfs dc vele notabelen. Zij staan schouder aan schouder met hun kiezers. Doodgewone burgers, van werkman tot bourgeois, aangevuld met een paar toeristen. Ze knijpen allemaal hun ogen halfdicht tegen het harde zonlicht.”

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

De Duitse dichter en schrijver Walter Helmut Fritz werd geboren op 26 augustus 1929 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Walter Helmut Fritz op dit blog.

 

De walvis

Deze grijze, zwarte,
glanzende ketel
met zijn stoomstraal,
welk levensexperiment,
zeg je, deze wals,
deze rots in beweging
en dan deze dans
die hij samen met anderen
opvoert voordat hij weer verder trekt,
met zijn ogen
– blauw – van emaille,
zijn hersenen, groter
dan die van alle andere wezens,
zijn zang, zonder stemband,
zijn gelach, zijn gebrul.
Je kent zijn argeloosheid
tegenover mensen
die zinloos op hem jagen.
Alles dankt hij aan het water.
Deze kwetsbaarheid,
als hij strandt en stikt,
omdat hij niet sterk genoeg is
om zijn borstkas te doen uitzetten.

 

Vertaald door Frans  Roumen

 

Walter Helmut Fritz (26 augustus 1929 – 20 november 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2019 en ook mijn blog van 27 augustus 2018 en ook mijn blog van 27 augustus 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Paula Hawkins, Walter Helmut Fritz

De Britse schrijfster Paula Hawkins werd geboren op 26 augustus 1972 en groeide op in Salisbury (het huidige Harare in Zimbabwe) in Rhodesië. Zie ook alle tags voor Paula Hawkins op dit blog.

Uit: A Slow Fire Burning

Inside Laura’s head, Deidre spoke. The trouble with you, Laura, she said, is that you make bad choices.
Too fucking right, Deidre. Not something Laura expected to say or even think, but standing there in her bathroom, shaking uncontrollably, blood pulsing hot and steady from the cut to her arm, she had to admit that imaginary Deidre was bang on the money. She leaned forward, her forehead resting against the mirror so that she wouldn’t have to look herself in the eye, only looking down was worse, because that way she could watch the blood ooze out of her, and it made her woozy, made her feel like she might throw up. So much blood. The cut was deeper than she’d thought, she ought to go to A&E. There was no way she was going to A&E.
Bad choices.
When at last the flow of blood seemed to slow, Laura took off her T-shirt and dropped it on the floor, she slipped out of her jeans, dropped her knickers, wriggled out of her bra, inhaling sharply through her teeth as the metal catch scraped against the cut, hissing, ‘Fuck fuck mother of fuck.’
She dropped the bra on the floor too, clambered into the bathtub and turned on the shower, stood shivering under the paltry trickle of scalding water (her shower offered a choice of very hot or very cold, nothing in between). She ran the tips of her wrinkled fingers back and forth over her bone- white, beautiful scars: hip, thigh, shoulder, back of skull. Here I am, she said quietly to herself. Here I am.
Afterwards, her forearm wrapped ineffectually in reams of toilet paper, the rest of her wrapped in a threadbare towel, sitting on the ugly grey pleather sofa in her living room, Laura rang her mother. It went to voicemail, and she hung up. No point wasting credit. She rang her father next. ‘You all right, chicken?’ She could hear noises in the background, the radio, 5 Live.
‘Dad.’ She felt a lump rise to her throat and she swallowed it.
‘What’s up?’
‘Dad, could you come round? I . . . I had a bad night, I was wondering if you could just come over for a bit. I know it’s a bit of a drive, but I—’
‘No, Philip.’ Deidre, in the background, hissing through clenched teeth. ‘We’ve got bridge.’
‘Dad? Could you take me off speaker?’
‘Sweetheart, I—’
‘Seriously, could you take me off speaker? I don’t want to hear her voice, it makes me want to set fire to things . . .’

 

Paula Hawkins (Salisbury, 26 augustus 1972)

 

De Duitse dichter en schrijver Walter Helmut Fritz werd geboren op 26 augustus 1929 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Walter Helmut Fritz op dit blog.

 

Silhouetten

Ze zouden zo sober
mogelijk moeten zijn
zei Etienne de Silhouette.
Het goedkoopste type portret.

Geen verhalen
over het leven van gevoelens

over overwegingen
bij verkeerd begrepen gebeurtenissen

over antwoorden,
die iemand zoekt
op het zwijgen van de ander.

Geen open ogen
die je ook zou kunnen bekijken
als je de afbeelding omdraait.

Slechts een schaduw,
waar je niet doorheen dringt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Walter Helmut Fritz (26 augustus 1929 – 20 november 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2021 en ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Martin Amis, Charles Wright

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog.

Uit: Inside Story

“The time was the summer of 1983, and the place was West London.
‘Durrants?’ said the hotel telephonist.
I cleared my throat—not the work of a moment—and said, ‘Sorry about that. Uh, hi. Could you put me through to Saul Bellow, please?’
‘Of course. Who shall I say is calling?’
‘Martin Amis,’ I said. ‘That’s eh em eye ess.’
A long pause, a brief return to the switchboard, and then the unmistakable ‘Hello?’
‘Saul, good afternoon, it’s me, Martin. Have you got a moment?’
‘Oh, hello, Marr-tin.’
Martin, in very early middle age, would for some reason try his hand at a polemical work entitled The Crap Generation. It would be non-fiction, and arranged in short segments, including ‘Crap Music’, ‘Crap Slang’, ‘Crap TV’, ‘Crap Ideology’, ‘Crap Critics’, ‘Crap Historians’, ‘Crap Sociologists’, ‘Crap Clothes’, ‘Crap Scarifications’—including crap body piercings and crap tattoos—and ‘Crap Names’. Well, Martin thought that ‘Martin’ was a crap name if ever there was one. It couldn’t even get itself across the Atlantic in one piece. Nowadays, true, most Americans naturally and relaxingly called him Marrtn. But those of Saul’s age, perhaps feeling the need to acknowledge his Englishness, came up with a hesitant spondee: Marr-tin. In Uruguay (where ‘Martin’ was MarrrTEEN, a resonant and manly iamb), Martin had an attractive friend called Cecil (mellifluously pronounced SayCEEL). And ‘Cecil’, similarly, was unable to ford the Rio Grande intact, and became a ridiculous trochee. ‘In America, man,’ said Cecil, ‘they call me CEEsel. Fuck that.’ Martin, on the phone, wasn’t going to say ‘Marr-tin? Fuck that’ to Saul Bellow. For the record we should additionally concede the following: ‘Martin’, in plain old English, wasn’t any good either. It was just a crap name.
I said to Saul, ‘Uh, you know the Sunday paper I wrote about you for last year?’ This was the Observer. ‘They generously said I could take you out to dinner anywhere I liked. Would you be able to fit that in?’
‘Oh, I think so.’
Bellow’s voice: he gave it to the dreamy, prosperous, but somewhat blocked and inward narrator of the spectacular fifty-page short story, ‘Cousins’. [M]y voice had deepened as I grew older. Yes. My basso profundo served no purpose except to add depth to small gallantries. When I offer a chair to a lady at a dinner party, she is enveloped in a deep syllable. Thus enveloped, I said,
‘Now I happen to know you like a nice piece of fish.’
‘That’s true. It would be idle to deny it. I am partial to a nice piece of fish.’

 

Martin Amis (Cardiff, 25 augustus 1949)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Na het lezen van Du Fu ga ik naar buiten naar de dwergboomgaard

Ten oosten van mij, ten westen van mij, volop zomer.
Hoe dieper dan elders is de schemering in je eigen tuin.
Vogels vliegen heen en weer over het gazon
op zoek naar thuis
Terwijl de nacht komt aandrijven als een kleine boot.

Dag na dag word ik van minder nut voor mezelf.
Zoals deze spotlijster
Vlieg ik van het een naar het ander.
Waar moet ik naar uitkijken op mijn vierenvijftigste?
Morgen is het donker.
Overmorgen is het nog donkerder.

De luchthonden janken.
Vuurvliegjes slepen de stilte van de avond mee
omhoog uit het vochtige gras.
In het tumult van de wereld, in de chaos van elke dag,
Ga in stilte, in stilte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 25 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Stephen Fry, Charles Wright

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: Troy

“Troy. The most marvellous kingdom in all the world. The Jewel of the Aegean. Glittering Ilium, the city that rose and fell not once but twice. Gatekeeper of traffic in and out of the barbarous east. Kingdom of gold and horses. Fierce nurse of prophets, princes, heroes, warriors and poets. Under the protection of ARES, ARTEMIS, APOLLO and APHRODITE she stood for years as the paragon of all that can be achieved in the arts of war and peace, trade and treaty, love and art, statecraft, piety and civil harmony. When she fell, a hole opened in the human world that may never be filled, save in memory. Poets must sing the story over and over again, passing it from generation to generation, lest in losing Troy we lose a part of ourselves.
To understand Troy’s end we must understand her beginning. The background to our story has many twists and turns. A host of place names, personalities and families enter and exit. It is not necessary to remember every name, every relationship of blood and marriage, every kingdom and province. The story emerges and the important names will, I promise, stick.
All things, Troy included, begin and end with ZEUS, the King of the Gods, Ruler of Olympus, Lord of Thunder, Cloud-¬Gatherer and Bringer of Storms.
Long, long ago, almost before the dawn of mortal history, Zeus consorted with Electra, a beautiful daughter of the Titan Atlas and the sea nymph Pleione. Electra bore Zeus a son, DARDANUS, who travelled throughout Greece and the islands of the Aegean searching for a place in which he could build and raise his own dynasty. He alighted at last on the Ionian coast. If you have never visited Ionia, you should know that it is the land east of the Aegean Sea which used to be called Asia Minor, but which we know as Turkish Anatolia. The great kingdoms of Phrygia and Lydia were there, but they were already occupied and ruled over, so it was in the north that Dardanus settled, occupying the peninsula that lies below the Hellespont, the straits into which Helle fell from the back of the golden ram. Years later JASON would sail through the Hellespont on his way to find the fleece of that ram. The lovestruck Leander would swim nightly across the Hellespont to be with Hero, his beloved.
The city Dardanus established was called – with little imagination and less modesty – Dardanus, while the whole kingdom took on the name Dardania.** Following the founder king’s death, Ilus, the eldest of his three sons, ruled – but he died childless, leaving the throne to his brother, the middle son, ERICHTHONIUS.”

 

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Wegpiraten

Mijn reiskleren verlichten de middag.
Ik ben al heel lang onderweg
terug naar het verleden,
Die onverzoenlijke stad.
Iedereen wil met me mee, zo lijkt het, en ik laat ze.
Bloemen langs de weg drijven me tot het uiterste,
libellen
Zweven als lapus lazuli, daar, net buiten bereik.

Smalle weg, brede weg, wij allemaal erop, ongelukkig,
Onrustig, zeven meter tekort aan onsterfelijkheid
En nog een meter te kort om niet lang te leven.
Beter om in het hoge gras te gaan zitten
en naar de wolken te kijken,
Om onze gezichten naar de hemel op te heffen,
Aangezien – voor de meesten van ons – het leven een constante vergissing was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 24 augustus 2019 en ook mijn blog van 24 augustus 2018.

Serhiy Zhadan

De Oekraïense dichter, romanschrijver, essayist en vertaler Serhiy Viktorovych Zhadan werd geboren op 23 augustus 1974 in in Starobilsk, in het gebied Loehansk. Hij studeerde af aan de H.S. Skovoroda Ulusal Pedagoji Üniversitesi (Nationale Pedagogische Universiteit)  in Charkov.  Van 2000 tot 2004 doceerde hij Oekraïense en wereldliteratuur. Sindsdien werkt hij als freelance schrijver. Zijn carrière begon in 1990 en zijn gedichten brachten een revolutie teweeg in de Oekraïense poëzie: ze deden de stijl van de Oekraïense avant-gardeschrijvers uit de jaren twintig zoals Semenko of Johanssen herleven.  Zhadan publiceerde  12 dichtbundels en 7 romans, en won meer dan een dozijn literaire prijzen. In maart 2008 kwam de Russische vertaling van zijn roman “Anarchy in the UKR” op de shortlist van de Nationale Bestsellerprijs. Zhadan heeft poëzie vertaald uit het Duits, Engels, Wit-Russisch en Russisch, van dichters als Paul Celan en Charles Bukowski. Zijn roman “Anthem of Democratic Youth” is bewerkt voor het toneel en uitgevoerd in het Ivan Franko Nationaal Academisch Drama Theater in Kiev. Sinds 2004 werkt hij samen met Yara Arts Group van La MaMa Experimental Theatre in New York, waar hij bijdroeg aan de shows: “Koliada: Twelve Dishes” (2005), “Underground Dreams” (2013-2014), “Hitting Bedrock” (2015 ) en “1917-2017: Tychyna, Zhadan en de honden,” (2016-2017). Zhadan werkte samen met de in Kharkiv gevestigde muziekband Luk. De meeste van Luk’s Oekraïens-talige liedjes bevatten teksten gebaseerd op werken van Zhadan (met name het eerste album Tourist zone is gebaseerd op Zhadans toneelstuk Merry Christmas, Jesus Christ). Zhadans actieve betrokkenheid bij de Oekraïense politiek begon tijdens zijn studententijd en is gedurende de verschillende politieke crises in Oekraïne voortgezet. Sinds 2014 heeft Zhadan talloze bezoeken gebracht aan de frontlinies van de oostelijke Donbas-regio die betrokken zijn bij gewapende conflicten met Russische separatisten. In februari 2017 was hij medeoprichter van Serhiy Zhadan Charitable Foundation om humanitaire hulp te bieden aan frontliniesteden.

 

PADDENSTOELEN VAN DE DONBAS

In de lente verzinkt de Donbas in de mist, en de zon verstopt zich achter de heuvels.
Want je moet deze plaats kennen,
je moet weten met wie je afspraken maakt.

Het was een arbeider van een voormalig pompgebouw,
een kerel gehavend door de alcohol.
“Wij, arbeiders van het pompgebouw”, zei hij toen we kennismaakten,
“werden altijd als de elite van het proletariaat beschouwd, ja man, de elite.
Indertijd, toen alles naar de kloten ging, waren er heel wat
die de moed lieten zakken. Maar niet zo de werkers
van het pompgebouw, ha nee, wij niet.
We brachten de onafhankelijke mijnwerkersbonden samen,
bezetten drie gebouwen van een voormalige fabriek
en begonnen daar paddenstoelen te kweken.”

“Hoezo paddenstoelen?”, vroeg ik ongelovig.
“Ja. Paddenstoelen. We wilden cactussen met mescaline kweken, maar bij ons
in de Donbas, gedijen cactussen niet goed.”

“Weet je wat het belangrijkste is, wanneer je paddenstoelen kweekt?
Het belangrijkste is high te zijn, maat, zo is dat – high zijn is het belangrijkste.
En óf we high waren, geloof me, ook nu nog trouwens, misschien omdat
we ten slotte toch de elite van het proletariaat zijn.

“Nou, en dus bezetten we die drie gebouwen en zaaiden daar onze paddenstoelen uit.
Nou, en daar had je dan de arbeidsvreugde, dat schouder-aan-schoudergevoel,
je kent dat wel het dronken makende gevoel van arbeidsprestaties.
En het belangrijkste: iedereen tript! Iedereen, zelfs zonder paddenstoelen!”

“De problemen begonnen al een paar maanden later. Het is hier een zware
wijk, dat heb je zelf gezien, onlangs staken ze nog een tankstation in de fik,
maar de politie rolde ze ter plaatse op, ze hadden zelfs geen tijd
om te tanken, zo erg waren ze erop gebrand om vlammen te zien.
En toen was er die brigade die ons kwam lastigvallen, die onze paddenstoelen
meenam, beeld je eens in. Ik denk dat in onze plaats om het even wie
was bezweken, zo gaat dat dan – iedereen bezwijkt,
ieder in overeenstemming met zijn sociale status.”

“Maar wij kwamen samen, en we dachten: oké, paddenstoelen, dat is oké,
maar het gaat niet om de paddenstoelen, en evenmin om het schouder-aan-schoudergevoel,
en zelfs niet om het pompgebouw, hoewel dat een argument was.
We dachten gewoon: kijk straks komt onze oogst op en groeien
onze paddenstoelen, ze zullen groeien en, om zo te zeggen, aren schieten,
en wat zullen we onze kinderen vertellen, wanneer we hun in de ogen kijken?
Er zijn gewoon van die dingen waar je verantwoordelijk voor bent, waar je
niet zomaar even de brui aan geeft.
Kijk jij bent verantwoordelijk voor jouw penicilline
en ik voor de mijne.”

“In één woord, we gingen gewoon vechten op de paddenstoelenplantage. Daar
hakten we hen in de pan. En terwijl zij vielen op de warme harten van de paddenstoelen,
dachten wij:

Alles wat je met eigen handen maakt, werkt voor jou.
Alles wat je door je eigen geweten laat gaan, klopt
op de maat van je hartslag.
We bleven op deze grond, opdat het voor onze kinderen niet ver
zou zijn om onze graven te bezoeken.
Dit is ons eiland van vrijheid,
het verruimde bewustzijn
van de landbouw.
Penicilline en Kalasjnikov: twee symbolen van strijd,
de Castro van de Donbas leidt partizanen
door de mistige paddenstoelenplantages
tot aan de Zee van Azov.”

“Weet je”, zei hij me, “’s nachts wanneer iedereen in slaap valt,
en de donkere aarde de mist opzuigt,
voel ik zelfs in mijn dromen, hoe de aarde om de zon beweegt,
luister ik, luister ik hoe ze groeien:

de paddenstoelen van de Donbas, de onhoorbare chimera’s van de nacht,
oprijzend uit leegte, groeiend uit steenkool,
terwijl de harten stilstaan, als liften in nachtelijke gebouwen,
groeien de paddenstoelen van de Donbas, groeien ze terwijl ze niemand
die ontgoocheld of verloren is van weemoed laten sterven,
want, mijn beste, zolang we samen zijn,
wordt er gewoeld in deze grond
en vindt men in haar warme binnenste
het zwart van de dood,
het zwart van het leven.”

 

Vertaald door Eric Metz

 

Serhiy Zhadan (Starobilsk, 23 augustus 1974)

Koos Dijksterhuis, Charles Reznikoff

De Nederlandse schrijver, journalist en dichter Koos Dijksterhuis werd geboren op 23 augustus 1962 in Amersfoort. Zie ook alle tags voor Koos Dijksterhuis op dit blog

 

Piano forte

Ik zakte laatst voor het klavierexamen
men had mijn instrument onklaar gemaakt
en daardoor was ik van de wijs geraakt
de toetscommissie zou zich moeten schamen

Ik kampte onontkoombaar met problemen:
men mag een pianist geen toets afnemen!

 

Geklop

Hoor wie klopt daar kinderen
Hoor wie klopt daar kinderen
Hoor wie klopt daar, is ’t de zwarte knecht?

Nee, die is ontslagen
Al die hamerslagen
Zijn afkomstig van de zwarte specht.

 

Brand meester

Vier doden en een boel vakantiepech
Zou u wel zuidwaarts gaan met zoveel bosbrand?
Stel dat ineens een nieuwe vuurzee losbrandt!
Maar daar wuift het bestuur uw zorgen weg

Het meeste vuur, stelt men gerust, bedaarde,
bezoek dus zeker de verschroeide aarde.

 

Koos Dijksterhuis (Amersfoort, 23 augustus 1962)

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Winterschetsen

III

Vanuit het midden van het zwembad
in de betonnen bestrating een fontein
van keurige stralen; de wind verstrooit ze
over het water. De slordige bomen
laten hun bladeren op de betonnen tegels vallen.

IV

Langs de platte daken onder ons raam,
in de ochtendzon,
las ik de handtekening van de regen van afgelopen nacht.

V

De squadrons, pelotons en regimenten
van verlichte ramen,
kortstondig onder de Avondster –

feest, jij die de brug oversteekt
deze koude schemering
op deze honingraten van licht, de gebouwen van Manhattan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e augustus ook mijn blog van 23 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 23 augustus 2018 en ook mijn blog van 23 augustus 2016 en ook mijn blog van 23 augustus 2015 deel 2.