Maundy Thursday (Malcolm Guite), Sarah Kirsch

Bij Witte Donderdag

 


Christus wast de voeten van de discipelen door Paolo Veronese, ca. 1580

 

 

Maundy Thursday

Here is the source of every sacrament,
The all-transforming presence of the Lord,
Replenishing our every element,
Remaking us in his creative Word.
For here the earth herself gives bread and wine,
The air delights to bear his Spirit’s speech,
The fire dances where the candles shine,
The waters cleanse us with his gentle touch.
And here he shows the full extent of love
To us whose love is always incomplete,
In vain we search the heavens high above,
The God of love is kneeling at our feet.
Though we betray him, though it is the night,
He meets us here and loves us into light.

 


Malcolm Guite (Ibadan, 12 november 1957)
De katholieke kathedraal St. Mary in Ibadan

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Het dorp

‘s Avonds was de stilte volkomen.
De krekels verstomden in hun gaten
Op de heuvel stond de eik
Zwart voor de lakrode hemel.

Dan kwam ik in het dorp uit het veen.
Ging over glanzend stoppelveld
Ster en sterren schenen helder
In de huizen vlamde het licht op.

Vermorzeld stof op de straat.
Kneuterend onder de voeten
Reikte van deur tot deur een zomertapijt.

 

Vertaald door Germain Droogenbroodt

 


Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor de schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2021 en ook  mijn blog van 17 april 2020 en eveneens mijn blog van 17 april 2019 en ook mijn blog van 17 april 2017 deel 2.

Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: Echo

“Ze beeldt zich in dat die tocht als zij slaapt leven in de kooltjes zal blazen, gloeiende asdeeltjes op het tapijt laat warrelen en de gordijnen in brand zal steken. Vijftien jaar geleden was haar grote broer er geweest om haar te wekken voor ze in de rook kon stikken – zij zes, hij negen – maar de laatste keer dat hij vanavond heeft gebeld is om iets voor halfelf, als hij vastzit op de snelwegen rondom Bern. De sneeuwploegen doen hun uiterste best, zegt Sam over de wegvallende verbinding, maar sneller dan stapvoets komt hij niet vooruit en het ergste deel in de bergen moet nog komen. Dat wil zeggen, als de weg door het dal nog open is. Misschien heeft hij het opgegeven en een hotel gepakt. Dat hoopt Julia eigenlijk, want Sam staat onder veel te veel spanning en ze is als de dood dat hij van de weg raakt en een ongeluk krijgt. Ze hoort dat het meer is dan alleen ongerustheid in zijn stem, wanneer hij haar smeekt op de uitkijk te blijven voor Nick… en voor hem op haar hoede te zijn. Alleen Is het nu bijna drie uur later en heeft hij niets meer laten horen. Van Nick is er geen teken geweest. Ook Julia is inmiddels meer dan ongerust. Ze is bang. Op blote voeten loopt ze over de plinten, die kraken onder haar gewicht, om de steunmuur heen naar het voorportaal. Naar het trapgat. Dat trapgat. Het leidt regelrecht het donker in. Er zit een lichtknopje, maar nog voor ze ernaar kan tasten staat ze op de bovenste trede en ziet ze de mensen onder aan de steile trap omhoogstaren. Het zijn nauwelijks meer dan silhouetten, zwart tegen zwart, maar ze voelt hun blikken op zich gevestigd, voelt het doelbewuste in hun aanwezigheid. Zes, zeven gedaantes, samengedrongen in het trapgat, roerloos. Ze begrijpt onmiddellijk dat dit geen indringers zijn; daarvoor is het chalet te afgelegen, de nacht te onvergeeflijk. Ze begrijpt ook, ingegeven door primitief overlevingsinstinct, dat ze het licht niet mag aandoen. In het licht zullen de mensen in het trapgat niet meer zichtbaar zin- en hen niet zien, terwijl ze weet dat ze daar zijn, is erger dan ze wél zien.”

 


Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Brandnetelbloesem

Het kleine tuinpaviljoen
Verloor ramen en deuren.
De zwaluwen vliegen er doorheen
Alsof het niet meer bestaat
Vleermuizen slapen hun hele leven
Ondersteboven onder de nok.
Er steken zeisen en hooivorken in het zand
Van de opgeloste, verbrokkelde dekvloer.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.

Tomas Tranströmer, Sarah Kirsch

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

Decemberavond ’72

Hier kom ik, de onzichtbare man, misschien aangesteld
door een groot Geheugen om juist nu te leven. En ik rijd voorbij
de vergrendelde witte kerk – daarbinnen staat een houten heiligenbeeld
glimlachend, hulpeloos, alsof men hem zijn bril heeft afgenomen.
Hij is eenzaam. Al het andere is nu, nu, nu. De wet van de zwaartekracht
drukt ons overdag op ons werk en ’s nachts op ons bed. De oorlog.

 

IJslandse orkaan

Geen aardschok maar hemelbeving. Turner had het kunnen
schilderen, vastgesjord. Zojuist wervelde één enkele want voorbij,
verscheidene kilometers van zijn hand vandaan. Ik moet met tegenwind
naar dat huis aan de overkant van het veld. Ik fladder in de orkaan. Ik
ben geröntgend, mijn skelet dient zijn ontslagaanvrage in. De paniek
groeit terwijl ik laveer, ik ga ten onder, ik ga ten onder en verdrink op
het droge! Wat is het zwaar, alles wat ik plotseling mee te slepen heb,
wat is het zwaar voor de vlinder om een praam te slepen! Eindelijk
aangeland. Een laatste worsteling met de deur. En ditmaal binnen.
Binnen. Achter de grote glasruit. Wat een eigenaardige en grandioze
uitvinding is glas toch – dichtbij zijn zonder betrokken te raken. Buiten
stroomt een horde doorzichtige reuzensprinters over de lavavlakte.
Maar ik fladder niet langer. Ik zit achter glas, bewegingloos, mijn eigen portret.

 

Vlugschrift

De stille razernij krabbelt op de binnenmuur.
Vruchtbomen in bloei, de koekoek roept.
Dit is de narcose van het voorjaar. Maar de stille razernij
schildert zijn leuzen achterstevoren in de garage.

Wij zien alles en niets, maar recht als periscopen
bediend door de schuwe onderaardse bemanning.
Dit is de oorlog der minuten. De brandende zon
staat boven het ziekenhuis, parkeerplaats van het lijden.

Wij levende spijkers in de maatschappij geramd!
Op een dag zullen wij van alles losraken.
Wij zullen de lucht van de dood onder onze vleugels voelen
en milder en wilder zijn dan hier.

 

Vertaald door J. Bernlef

 


Tomas Tranströmer (15 april 1931 – 26 maart 2015)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Einde van het jaar

Deze herfst werden de atoompaddestoelen
In de kranten zo vertrouwd
Dat bij het bekijken van de foto’s
Esthetische categorieën zich aandienden
De situatie van de blauwe planeet was overzichtelijk
Het woord neutronenwapen dook dikwijls op
Net als zijn broertjes benzineprijs weerbericht
Het werd alledaags als oproepen tot vrede.
Mijn kind heeft op school een één gehaald
Wat moet ik zeggen het kost al inspanning
Zijn aanblik de onschuld te verdragen
En wij leven ons onwaarschijnlijk
Avontuurlijk leven corrigeren de één
Het kind gaat naar school wij planten bomen
Horen het proefalarm de ABC-wapen-waarschuwing
Kennen de verhalen van de militairen aller landen.

 

Vertaald door Hans Ester

 


Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e april ook mijn blog van 15 april 2020 en eveneens mijn blog van 15 april 2019 en ook mijn blog van 15 april 2018 deel 3.

In Memoriam Mario Vargas Llosa

In Memoriam Mario Vargas Llosa

De Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa is afgelopen zondag op 89-jarige leeftijd overleden in de Peruaanse hoofdstad Lima. Mario Vargas Llosa werd geboren op 28 maart 1936 in Arequipa. Zie ook alle tags voor Mario Vargas Llosa op dit blog.

Uit: Het feest van de bok (Vertaald door Arie van der Wal)

“Urania. Haar ouders hadden haar geen plezier gedaan; haar naam deed denken aan een planeet, aan een mineraal, aan alles behalve de lange, slanke vrouw met de verfijnde gelaatstrekken, de glanzend bruine huid en de grote, donkere, enigszins droevige ogen, die haar in de spiegel aankeek. Urania! Hoe kwamen ze erop. Gelukkig noemde niemand haar nog zo, maar Uri, Miss Cabral, Mrs. Cabral of Doctor Cabral. Voorzover ze zich herinnerde was ze sinds haar vertrek uit Santo Domingo (of liever gezegd uit Ciudad Trujillo, want toen ze vertrok hadden ze de hoofdstad nog niet haar oude naam teruggegeven) door niemand, noch in Adrian, noch in Boston, Washington of New York, meer Urania genoemd, zoals vroeger thuis en op het Colegio Santo Domingo, waar de sisters en haar klasgenoten de onzinnige naam waar ze haar bij haar geboorte mee hadden opgezadeld altijd zo overdreven correct uitspraken. Was het zijn idee geweest, of het hare? Te laat om daar nog achter te komen, meid; je moeder is in de hemel en je vader is een levende dode. Je zult het nooit weten. Urania! Dat was net zo absurd als het beledigen van het vroegere Santo Domingo de Guzmán door het Ciudad Trujillo te noemen. Zou dat ook een idee van haar vader zijn geweest? Ze staat voor het raam van haar kamer op de negende verdieping van Hotel Jaragua te wachten tot de zee opdoemt in het ochtendlicht en eindelijk is het zover. De duisternis maakt binnen enkele seconden plaats voor de blauwachtige gloed van de zich snel uitbreidende horizon en kondigt het schouwspel aan waar ze naar heeft uitgekeken sinds ze, ondanks de tablet die ze had ingenomen, waarbij ze haar wantrouwen tegenover slaappillen voor één keer opzij had gezet, om vier uur wakker was geworden. Het donkerblauwe oppervlak van de zee, onderbroken door vlekken schuim, staat op het punt een loodkleurige hemel te raken op de verre lijn van de horizon, en hier, aan de kust, slaan de luidruchtige, schuimende golven stuk op de Malecón, waarvan ze tussen de palmen en de amandelbomen die de boulevard omzomen stukken plaveisel kan onderscheiden. Toen keek Hotel Jaragua aan de voorkant uit op de Malecón. Nu aan de zijkant. In haar herinnering keert het beeld terug – was dat op die bewuste dag? -, het beeld van het kleine meisje aan de hand van haar vader, terwijl ze het restaurant van het hotel binnengaan om samen te lunchen.”

 


Mario Vargas Llosa (28 maart 1936 – 13 april 2025) 

Charles Lewinsky, Seamus Heaney

De Zwitserse schrijver en draaiboekauteur Charles Lewinsky werd geboren op 14 april 1946 in Zürich. Zie ook alle tags voor Charles Lewinsky op dit blog.

Uit: Sein Sohn

„Am zwölften Geburtstag wurde man in den Raum bestellt, vor dem sich jeder fürchtete, weil man ihn sonst nur für Bestrafungen betrat. Man zog dafür seine besten Hosen an, wenn man beste Hosen hatte. Säuberte sich die Hände mit Bimsstein. Dann stand man vor der Mutter Oberin, und sie teilte einem mit, welchen Beruf man im Leben haben würde. »Du bist jetzt kein Kind mehr«, sagte sie jedes Mal als Erstes. Man nannte dieses Damm im Waisenhaus den »Kein-Kind-mehr-Tag«. »Du bist jetzt kein Kind mehr«, sagte sie zu Louis Chabos. Vor einem zwölften Geburtstag schlossen die Freunde Wetten ab. Um einen Apfel oder um den Nachtisch am Sonntag. »Ich bin sicher, du wirst dies« oder »Du wirst das«, sagten sie. Bei Louis hatte niemand gewettet. Dazu hätte man Freunde haben müssen. Die Giuseppini und die anderen Großen und Starken wurden Maurer oder Holzarbeiter. Berufe für Männer, die Wem tranken und auf der Straße fremden Menschen vor die Füße spuckten. Wer geschickte Hände hatte, lernte mit Nadel und Faden umzugehen. Jacopo, der bei ihren Wett-rennen immer Letzter geworden war, arbeitete jetzt in der Küche. Man nannte ihn »das Fasse, weil er es als Einziger geschafft hatte, trotz der mageren Waisenhauskost dick zu werden. »Über deine Zukunft habe ich mir besonders viele Ge-danken gemacht«, sagte die Mutter Oberin. Sie sagte es je-des Mal. Sie wusste nicht, dass sich auch diese Gewohnheit im Waisenhaus herumgesprochen hatte. ,“Danke“, sagte Louis. Es war seine Erfahrung, dass er damit nichts falsch muhen konnte. Ein Stimmchen wie ein Achtjähriger, dachte die Mutter Oberin. Ist er tatsächlich schon zwölf? Aber die Papiere waren eindeutig. Chabos, Louis. Sechzehnter Dezember 1794. Die Zeit geht zu schnell vorbei, dachte sie. War sich nicht sicher, ob sie das laut gesagt hatte. Räusperte sich deshalb. Der Junge zuckte zusammen. Schreckhaft, dachte die Mutter Oberin. Ängstlich. Nur schon wie er dasteht. Als ob er sich vor der Welt wegducken wollte. »Jeder Mensch«, sagte sie, »hat von Gott ein besonderes Talent für sein Leben mitbekommen. Auch du.« »Danke«, sagte Louis. »Der eine ist stark, der andere ist klug. Du bist …“. Am kleinen Chabos war ihr nie eine besondere Fähigkeit aufgefallen. Aber es wäre unchristlich gewesen, einen Jungen zu enttäusche, den man auf seinen Lebensweg schickt. »Du bist so wunderbar bescheiden«, sagte sie. »Danke«, sagte Louis. »Bescheidenheit ist eine seltene Tugend.“

 


Charles Lewinsky (Zürich, 14 april 1946)

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

Dingen zien

III

Op een keer kwam mijn niet verdronken vader
ons erf opgelopen. Hij was de aardappelen
gaan besproeien in een veld bij de rivieroever
en had niet gewild dat ik meeging. De sproeimachine
was te groot en te nieuwerwets, kopervirtriool kon
mijn ogen verbranden, het paard was nieuw, ik
zou het wellicht laten schrikken, en ga zo maar door.
Ik bekogelde een vogel op het dak van de schuur,
vooral om het gekletter van de stenen te horen,
maar toen hij terugkeerde, zat ik al in huis
en ik zag hem door het raam, met verwilderde blik
en opgeschrikt, vreemd zonder zijn hoed,
met stuurloze passen, als was hij een spook.
Toen hij op de rivieroever omkeerde,
was het paard verkeerd gestapt, het had gesteigerd
en kar, sproeier en al uit balans gebracht
zodat het hele span was gekanteld in een diepe
draaikolk, hoeven, kettingen, assen, wielen, vat
en tuig waren van de wereld afgetuimeld,
en zijn hoed deinde al een eind verderop
in rustiger stroming. Die middag zag ik hem
van gezicht tot gezicht, hij kwam naar me toe
met zijn natte voetspoor recht uit de rivier,
en daar was er toen niets tussen ons
dat ook later niet altijd gelukkig zou zijn.

 

Vertaald door Willy Spillebeen

 


Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e april ook mijn blog van 14 april 2023 en ook mijn blog van 13 april 2019 en ook mijn blog van 13 april 2018 en ook mijn blog van 13 april 2014.

Palmzondag (Ed Hoornik), Seamus Heaney

 

Bij Palmzondag

 


Palmzondagmis door Zdzisław Jasiński, 1891

 

 

Palmzondag

Een nagel in zijn hoef gedreven,
de lage schoft met slijk besmeurd……
– Waar is het ezelsjong gebleven? –
De palmenbron is rood gekleurd……

Zijn vochte muil zocht de olijven;
dan, likkend aan des Meesters hand,
liet hij zich uit de tuinen drijven
de stad toe, door het heete zand.

De oude, die hem had geworpen,
liep, traag van tred, de heuvels op.
Men hoorde haar balken in de dorpen;
daar vlood het jong met witten kop……

Een klaaglied waart langs stad en dreven,
ter duist’re metten wordt geluid……
Waar is het ezelsjong gebleven?
Wie steekt de roe over mij uit?

 


Ed Hoornik (9 maart 1910 – 1 maart 1970)
De Onbevlekt Hart van Mariakerk in Den Haag,
de geboorteplaats van Ed Hoornik

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

Ophelderingen

3

Terwijl alle anderen weg waren naar de Mis,
Was ik geheel de hare, we schilden aardappels.
Ze verbraken de stilte, ze vielen een na een
Zoals de tranen soldeersel van de bout;
Een koel elkaar moed geven, gedeelde dingen
Die in een emmer proper water gingen glimmen.
En daar viel er weer een. De vrolijke spatjes
Van elkaars werk brachten ons dan tot bezinning.

Toen de parochiepriester bij haar sterfbed
Hemel en aarde bewoog met zijn gebed
En de enen meebaden en de anderen huilden
Herinnerde ik me haar hoofd dat boog naar mijn hoofd,
Haar adem in de mijne, onze messen die vloeiend sneden –
Nooit zo dicht meer bijeen in ons hele later leven.

 

Vertaald door Willy Spillebeen

 


Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e april ook mijn blog van 13 april 2019 en ook mijn blog van 13 april 2018 en ook mijn blog van 13 april 2014.

Antje Rávic Strubel, Mark Strand

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.

Uit: Der Einfluss der Fasane

„Im fernen Australien nimmt sich der Ehemann einer berühmten deutschen Opernsängerin vor der herrlichen Kulisse der Sydney Opera das Leben. Aber das ist nicht das Ereignis. Das Ereignis am Morgen des 7. Mai ist folgendes: Ein Mann tötet sich, und der Tod errichtet einen soliden Schatten. Der Schatten des Mannes ist größer als zu Lebzeiten. Er ist so groß, dass er auf die weiß glänzen-den Kacheln des Opernhauses fällt, auf das multiethnische Sinfonieorchester und die Casta Diva der gefeierten Sopranistin, die er alle zum Verschwinden bringt.
Hella Karl erfuhr davon aus der Zeitung. Das Blatt landete wie immer pünktlich gegen halb fünf im Briefkasten. An diesem Morgen war sie schon auf. Sie hatte schlecht geschlafen und war nach einem Toilettengang nicht ins Bett zurückgekehrt. Aus einem der Küchenfenster sah sie den gelben Ford Fiesta des Zeitungsboten wegfahren, knotete den Gürtel des Morgenrocks zu und trat vor die Tür. So erhielt sie eher, als es sonst der Fall gewesen wäre, Kenntnis von diesem überraschenden Todesfall. Die Luft war ungewöhnlich mild. Im Osten war der wolkenlose Himmel schon hell, und in weniger als einer Stunde würden die ersten Strahlen der Sonne die Baum-kronen treffen. Von fern war das Anfahren einer S-Bahn zu hören. Dann, als ginge ein Schauer durch die Luft, setzten die Vögel ein. Ein ohrenbetäubendes Gezwitscher. Es kam aus den Hecken und Bäumen der umliegenden Gärten, aus den Wiesen im Park und dem schläfrigen Schilfgürtel am Ufer; eine Explosion kreischender Stimmen. Sie trat einen Schritt zurück. Das Gartentor war kühl vom Tau. Hella Karl, in aller Frühe im Morgenrock auf den Beinen, erfasste die Tragweite der Nachricht in einem blitzartigen Aufleuchten des Geistes, der sich daraufhin sofort wieder zu jener gewohnten Unrast verdüsterte, die durch ein Gefühlsgemenge von Überforderung und Langeweile verursacht wurde. Sie schloss das Tor und las die knappe Meldung noch einmal. Ein Irrtum war ausgeschlossen. Normalerweise hätte sie von einem solchen Ereignis nicht erst aus der Zeitung erfahren, zumal am ihrer eigenen.“

 


Antje Rávic Strubel (Potsdam, 12 april 1974)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

Wat het was

II

Het was de omtrek van een stoel;
Het was de grijze bank; het was de ommuring,
De tuin, de grindweg; het was de manier
Waarop het verbrokkelde maanlicht over haar haar viel.
Dat was het, en het was meer. Het was de wind die aan de bomen
Rukte; het was het gerommel en gedonder van wolken, de kust
Bezaaid met sterren. Het was de tijd die leek te zeggen
Dat als je wist hoe laat het werkelijk was, je nergens meer
Naar vragen zou. Dat was het. Dat was het beslist.
Het was ook wat nooit gebeurde – een ogenblik zo vol
Dat toen het onvermijdelijk voorbijging, geen smart groot genoeg was
Om het te bevatten. Het was de kamer die er na zoveel jaren
Onveranderd uitzag. Dat was het. Het was de hoed
Die zij vergeten was, haar pen die op de tafel lag.
Het was de zon op mijn hand. Het was de gloed van de zon. Het was de manier
Waarop ik zat, de manier waarop ik uren, dagen wachtte. Dat was het. Precies dat.

 

Vertaald door H.C. ten Berge

 


Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e april ook mijn blog van 12 april 2019.

Leonard Nolens, Mark Strand

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog. 

 

Prijs ons

Liefde, hoe
Gierig, hoe bleek, hoe mager
Ben je vandaag, ik kijk los
Door je heen.
Hoe pover, hoe schamel, hoe moe
Gevochten liggen je kleren
Van ons met elkaar in de knoop
Op de vloer. En hoe schraal is je praat
Van ons in dat dun en broos bed.

Armtierige,
Maak je weer dik.
En scherp onze tongen en tanden
En nagels, getongd en getand
En genageld verstaan wij mekaar
Als geroepen van jaren
Her, van straten
Ver.

Prijs ons,
Prijs ons paar.
En prijs onze goede gemeenplaats
Van langzame seks in de luwte,
Prijs die trage paringsdrift.
Die draagt ons hoog op handen
Door het holste van de nacht.
Kom, prijs ons, prijs ons aan
Bij jou,
Liefde.

 

De derde

1

Er moet een ander zijn die morrelt aan de deur,
Een man die met zijn vreemde sleutel binnenvalt,
Een hond die ’s nachts tussen ons in komt staan
Om je te plagen met zijn mes van vlees, zijn geur
Van whisky, leer, tabak. Hij koestert in zijn vacht
Een zon die jou verschroeit. We kunnen hem aan.

Hij is de dief die de gevangenis van onze liefde
Platloopt met zijn elegante poten en dan gaat,
Ons achterlaat met zijn stank en geblaf, zijn pijn
Van ons. Maar elke winter komt hij weer, hij praat
Je om met zijn brutale bek, zijn lastige brieven
Die ons in leven houden. Er moet een ander zijn.

2

Ik ben niet meer alleen met jou alleen.
We werden door een derde aangeraakt
In onze slaap en wakker gemaakt, uiteen
Genomen als een doos, een klok, een maat
Van twee die niet meer klopt zoals voorheen.

We dragen hem als een gestorven kind
Dat ons bedreigt met zijn afwezigheid.
Het zal nog groeien in zijn dood, het wint
Aan kracht tot het ons huis verlaat en zwijgt.
Maar dit is september, luisteren, kijken, blind.

 


Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

Wat het was

I

Het was niet te verbeelden, onmogelijk
Het niet te verbeelden; het blauwe ervan, de schaduw erover,
Hoe het omlaag valt en de duisternis vult met de kou van zichzelf,
Een kou die ontvalt aan zichzelf, uit wat voor zelfspiegeling ook,
Het beschreef toen het viel zoiets als iets nietigs,
Een punt, een stip, een stip in een stip, een peilloze diepte
Om bijna niets; een lied, maar minder dan een lied, iets dat verzinkt
In zichzelf, iets dat wegvloeit, een klankstroom, maar minder
Dan klank, het verklinken ervan, het verklonkene,
Dat broos en geruisloos zijn weerklank vult, en wegvalt,
En ongemerkt aanzwelt, en weer wegvalt, en altijd zo door,
En altijd omdat, en uitsluitend omdat het er eenmaal, ooit, was…

 

Vertaald door H.C. ten Berge

 


Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn blog van 11 april 2020 en eveneens mijn blog van 11 april 2019 en mijn blog van 11 april 2017 en ook mijn blog van 11 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.

Leo Vroman, Johannes Bobrowski

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

De luiaard en het mos

Wat mos dat op een luiaard groeide
bemerkte eensklaps dat het bloeide.

Het sprak dus nederig tot dit dier:
‘Als ik U niet te zeer versier

verblijf ik met versch. hoogacht.
dienstwillig in Uw Ondervacht.’

‘Waarde Plant’ antwoordde het beest,
‘reeds lang heb ik dit moment gevreesd,

doch denk niet dat dat zo maar gaat!
Waartoe meent U dat U bestaat?

Niet zo maar voor de aardigheid,
doch tot ons beider waardigheid.

Wil dies Uw soortvreemd onfatsoen
niet en/of elders verder doen.’

Dus maakte het verlegen mos
zich droevig van het peenhaar los,

wentelde neer, landde gezond,
en tiert nu welig op de grond.

Doch het beest, ontmost, bleef hangen
met ordinair gegolfde, lange
rosse lokken; een spreeuwin
maakte daar haar nestje in.

Met veel meer pruiksel dan gevoel
breide zij tafel, bed en stoel.

Het volle, rode voorportaal,
haar laag beroep; en wel speciaal

haar taal
maakten de luiaard helemaal
kaal.

Moraal:
Wie met het hoofd zijn vrienden maakt
blijft ver rondom het hart spiernaakt.

 

Een boot

Een kaakvis onder in de oceaan.
Nachtstromen voelt hij door zijn beenderharen
en door zijn kieuwen gaan, zijn wiegende lantaren
flakkerend, een spookdoorjaagde maan.

Hij ziet het schaduwbeeld wegwiegen van zijn licht,
en zwemt vermoeid het wijkend donker binnen
dat hem een hand is, bitter te beminnen,
strelingloos en warm bij zijn gezicht.

En als de weemoed niet meer is te drinken
moet hij zijn schijnsel zwak zien worden, doven,
en zoete vingers die de laatste vlekken roven
om zijn verdwenen bekken voelen zinken.

Een arend ligt voorover in de hemel,
spreidt zijn geveerde oude armen uit,
starend in het wemelen der diepte;
en als de wind zijn schrale ogen sluit

voelt hij de ruimte door zijn vingers glijden,
droom in droom uit moet hij zich laten vallen,
een stroom verdeeld in watervallen.
Zijn geest voelt zich ontploffen en verwijden
en ziet zijn schedel tegen het water knallen.

Tussen de hoogte en de diepte ijlt een boot.
Alles danst van doodsangst voor de dood.

 

Een manier

Als er geen God is,
god wat is er dan?
Een raar geluid? en
waar komt dat dan uit,
niet eens van buiten
als ik tot slot
ja, sterf eigenlijk, god,
wat vergaat op dat ogenblik,
de wereld of ik?
Zie ik over al dit land
dan de schaduw, het zweet, de hand
neerdalen en ik kan
niet meer opzij, laat mij dan
goed gaan liggen om och
tegen wie praat ik eigenlijk nog

 


Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Op de joodse handelaar A.S.

Ik stam uit Rasainen.
Dat is waar de tweede woudnacht
voorbijgaat, als je komt van de stroom,
waar zich het struikgewas opent
en uit de weiden dringt
gelend het zand.

Daar zijn de nachten helder.
Onze vrouwen doven de vuren
tijdig. Lang
ademen wij, diep met de donkere
dolende windvlaag.

Alles hebben wij, iedere
tijd uit de handen der vaderen.
Hun zorg houdt ons wakker.
Hun oversterde geduchte
glanst door de twijgen van ons gesprek.
Kleumend storten wij voor hen
graven. Lang legeren
zich de wolken daarboven, rook.

Altijd gaat iemand heen,
kijkt niet om, geen wuiven
volgt hem. Doch vast houdt hem
de spreuk der ouden aan de post
van de poort boven de zee nog. Ver
wekt hem van berkenlanen
klaaglijk klinkend snarenspel.

 

Vertaald door C. O. Jellema

 


Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor de schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2020 en eveneens mijn blog van 10 april 2019 en ook mijn blog van 10 april 2016 deel 2.

Eva Gerlach, Johannes Bobrowski, Yasmin Namavar

De Nederlandse dichteres en vertaalster Eva Gerlach (pseudoniem van Margaret Dijkstra) werd geboren in Amsterdam op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Eva Gerlach op dit blog.

 

Tuin

De snoepfabriek was eindelijk verdwenen.
Dat jaar zaten de vogels op de muur
met flarden van het krimpfolie waar de stenen
voor een kantoorpand in werden verstuurd.

Door transparante nesten zag je in mei
de eieren glanzen: een mooi voorjaar. – ’t Duurde
tot juni eer het plastic brak en wij
een vogelkerkhof bouwden naast het schuurtje.

 

Je kunt het niet ontkennen

je kunt het niet ontkennen, zij was hier,
zij heeft over een muur van tijd gekeken
en deze code gehanteerd als teken
van eeuwigheid. Een omtrek gaf zij prijs
en zij heeft hem verscheurd noch opgegeten.

Haarfijn sluitend levert hij bewijs
dat zij bestond. Dat zij hier heeft gezeten
met mij en haar spoor trok op dit papier.

 

Ontferm U onzer

Mijn oma Joaquim (‘God, kom’) was haar bril kwijt.
Waar zij ook zocht, niet waar ik hem had verstopt,
in het bordedoosje bij de wisser en het krijt;
dat leverde per week een kwartje op,

ik denk nog altijd dat zij niets vermoedde.
Toen kreeg zij staar, wou niet geopereerd,
werd blind en vroeg mij dikwijls met warm weer
voor de zon te gaan staan, dan kon zij mij bijna zien.

Haar liefde meer dan ik verdien
nu zij, het gezicht herkregen door familiedwang,
mij beverig tegemoetkomt over de gang
met een blaadje waarop in het dunne visitekopje

het djokjalepeltje rinkelt. ‘Hier kintie.’ Kon
ik haar maar in veiligheid brengen, behoeden
voor doofheid, jicht, bronchitis, Parkinson.
Haar God komt eenmaal, maar Hij neemt de tijd.

 


Eva Gerlach (Amsterdam, 9 april 1948)

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

Kindertijd

Toen hield ik van
de wielewaal –
het klokkenspel, boven
opklonk het, neerzonk het
door het bladerhuis,

als we hurkten aan de bosrand,
aan een grashalm regen
rode bessen; met zijn
karretje trok de grijze
jood voorbij.

’s Middags dan onder de elzen
in zwartschaduw stonden de dieren,
verjoegen met toornige staartslag
de vliegen.

Dan viel de stromende, brede
regenvloed uit de open
hemel; naar al het donker
smaakten de druppels,
als aarde.

Of de jongens kwamen
het oeverpad langs met de paarden,
op de glanzende bruine
ruggen reden zij lachend
boven de diepte.

Achter de heining
wolkte bijengegons.
Later, door ’t struikgewas bij de rietplas,
streek zilver de ritsel
van angst.
Dichtgroeiden, een haag
in het duister venster en deur.

Dan zong in haar geurende
kamer grootmoeder. De lamp
zoemde. Naar binnen traden
de mannen, zij riepen de honden
over hun schouder toe.

Nacht, lang vertwijgt in het zwijgen –
tijd, ontglijdender, bitterder
durende van vers tot vers:
kindertijd –
toen ik hield van de wielewaal.

 

Vertaald door C. O. Jellema

 


Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres en schrijfster Yasmin Namavar werd geboren in 1983 in Amstelveen. Namavar is van Iraans – Nederlandse afkomst en werkt als psychiater. Ze schrijft poëzie en proza. Gedichten en essays van haar hand verschenen eerder in De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, Poëziekrant, Trouw en Medisch Contact, en op diverse online platforms. Ze was finalist bij de El Hizjra Literatuurprijs 2022. In november 2024 verschijnt haar essay De dagen van binnen in de bundel Over ziek zijn, een verzameling essays van verschillende schrijvers.

 

Berm

ik kniel voor de bloemen, de velgen
gebukt onder het lichaam
als ik opkijk
ligt er een kind tussen mijn benen
hoog boven mij trekken de brandganzen voorbij
Spitsbergen, Groenland, Nova Zembla

nu buig ik voor je fluwelen wimpers
je bloesem van het ogenblik
erfelijk is jouw dood en in mijn navel
ligt een bromvlieg
glanzend groen knisperend
mottige vlinders klapperen hun vleugels
zachtjes kriebelen aan mijn huig

een vrouw ligt kokhalzend op de asfaltweg

 

Donker

ik draai een gloeilamp in de tijd
op mijn handen en knieën zoek ik basmatirijst
mijn kruin richting je schort
je gouden armbanden in het donker
onder mijn bed vind ik
stof en zuurdesembrood

het brons van mijn haar vlecht je
na al die jaren nog steeds op een klein krukje
in de keuken, de radio aan

schrik je
van de snoek in mijn schoot, het brood in mijn strot

ik kan alleen luisteren naar je hartslag als je stil bent
en bang, heel bang

 


Yasmin Namavar (Amstelveen, 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2020 en eveneens mijn blog van 9 april 2019 en ook mijn blog van 9 april 2018 en ook mijn blog van 9 april 2017 deel 2.