Federico García Lorca, Paul Farley

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Klaaglied
December 1918
(Granada)

Als een wierookvat vol verlangen
loop jij door de klaarlichte avond
met je donkere lijf van verschaalde nardus
en een brandende begeerte in je blik.

In je mond draag je de melancholie
van dode reinheid, en in de dionysische
kelk van je buik de spin
die de steriele sluier weeft om jouw schoot
waaraan de rozen des levens,
vrucht van de kussen, nooit ontloken.

In je witte handen
draag je de streng van je voor immer
gestorven illusies, en op je hart
de hongerige passie van hete kussen
en jouw moederliefde die wegdroomt
naar wiegjes in rustige sferen
waar lippen blauwe sprookjes spinnen.

Als de sluimerende liefde jouw lichaam
zou raken schonk je als Ceres je gulden aren
en ontsprong aan jouw borsten,
als bij de Maagd Maria, een andere melkweg.

Maar als de magnolia zul jij verwelken.
Niemand zal jouw gloeiende dijen omhelzen
en nooit zullen vingers jouw haren naderen
om ze te bespelen als de snaren van de harp.

O krachtige vrouw van ebbehout en nardus!
jouw adem heeft de witheid van de jasmijn,
o Venus in stola van Manila
die de wijn van Malaga kent en de gitaren.

O zwarte zwaan, jouw vijver heeft
waterlelies van pijlen, golven van oranjeappels
en schuim van rode anjers die de fletse
kinderen onder jouw vleugels parfumeren.

Niemand bevrucht je. Andalusische martelares,
jouw kussen moesten onder een pergola blijven,
vol van de stilte van de nacht
en het troebele ritme van gestagneerd water.

Maar de kringen onder jouw ogen worden groter
en jouw zwarte haar zal zilver worden;
jouw borsten verslappen en vergieten hun geur.
Je fraaie rug begint zich al te krommen.

O slanke, moederlijke, hartstochtelijke vrouw!
Maagd van smarten met alle sterren van de hemel
diep in het hart geslagen,
hart dat de hoop verloren heeft.

Spiegel ben je van een Andalusië
dat mateloos lijdt en zwijgt,
een lijden gewiegd door de waaiers
en de mantilla’s om de kelen
die beven van bloed, van sneeuw,
en de rode schrammen, krabben van blikken.

Door de nevel van de herfst ga je heen,
maagd als Agnes, als Cecilia en de zoete Clara,
jij die als een bacchante had willen dansen
met wingerd en wijnrank bekranst.

De intense droefheid die flakkert in jouw ogen
spreekt van een leven gebroken en mislukt,
van sleur in je povere bedoening, waar je
achter je raam de mensen ziet voorbijgaan
en de regen hoort tikken op de bittere
en oude, dorpse straat, terwijl in de verte het geklaag klinkt
van klokslagen, troebel en vaag.

Vergeefs luisterde je naar het lispelen van de wind.
Nooit kwam tot jouw oren de lieflijke serenade.
Maar aan je raam blijf je hunkerend staren.
Hoe diep moet de treurnis zijn in je ziel
als jouw vermoeide en uitgeputte boezem
het vuur van een pas verliefd meisje voelt!

Ongeschonden door emoties
zal jouw lichaam ten grave gaan.
Over de donkere aarde
zal een morgen gloren.
Uit jouw donkere ogen zullen twee bloedende anjers wellen
en uit jouw borsten rozen, wit als sneeuw.
Maar jouw grote droefheid zal met de sterren verbleken,
als een andere ster waardig ze te wonden en te overstralen.

 

Vertaald door Robert Lemm

 


Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Standbeeld in Madrid

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

 

Liverpool verdwijnt voor een miljardste van een seconde

Korter dan het geknisper in het geknisper dat het nationale elektriciteitsnet
soms laat horen, wanneer je je omdraait
naar een kamer en zegt: Was dat alleen bij mij het geval?

Mensen die aan tafel zitten, hebben niet het gevoel dat
hun stoelen worden weggehaald/weer teruggezet
veel sneller dan die truc met tafelkleden.

Een trein die de Olive Mount binnenrijdt,
trilt, maar geen enkele passagier
klaagt als hij bijna op tijd arriveert.

De vogels voelen het echter wel, en als je
spreeuwen in een school ziet, meeuwen die de
kathedraalrichels verlaten, of een zwerm duiven

die opstijgt van een plein als bij geweervuur,
wees gewaarschuwd dat het misschien gebeurt, maar dan
zij die gevoelig zijn voor vleermuisgepiep in

hun nek, die beweren het verre gebrul
van kometen in de bocht te horen – die zullen misschien wel glimlachen
om een herstelde wereld, in één stuk; Hoewel elke plek

waar mineraal Liverpool naartoe gaat, niet zou geloven
waardoor het getroffen werd: al die zandsteen in zee
of vermengd met de wijken van Keulen.

Ik heb het een paar keer gevoeld toen ik thuiskwam,
zo niet vaker nu ik oud ben,
en de tijd ertussen wordt steeds korter.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Ralf Thenior, Daniela Dröscher

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Ostfriesland Dreamin’

Ein Wochenende im Best Western Hotel
in Leer / Ostfriesland ein echter Verholer

Hallo! Das Best Western in Leer / Ostfriesland
Ein Doppel und ein Einzel Fenster zum Bahnsteig

wenig Zugverkehr und jeder ankommende Zug
ein Ereignis so viele Leben die durcheinander wuseln

als Gestalten auf dem Perron stehen erst drei dann sieben
dann vierzehn eine Menge die im Zug verschwindet

der Bahnsteig leer Wir kommen gegen zwanzig Uhr
Bitte stellen Sie eine Flasche Sekt im Doppelzimmer kalt

zwei Gläser Obst Bionade und Strohhalme für das Kind
Das erste Ziel der Zuflussort die Leda mündet in die Ems

kleinster großer Fluss Deutschlands strömt in den Dollart
durchfließt ihn mündet in die Nordsee mit Strömungskraft

die tief bis vor die Küste reicht da hinten wo es dunkel wird
verliert sich süßes Flusswasser mischt sich mit Seesalz

zurück auf Holzstegen das schlafende Kind
du und ich und die Elektrizität deiner Nackenhärchen

ein Wochenende im Best Western Hotel
in Leer / Ostfriesland wär ne Wucht

 

Nachtregen

Der Nachtregen auf den Kastanienblüten,
der Geldumlauf im Blut, die Straßenlaterne,
langsam kommen sie zur Ruhe.
Der Tag sammelt stumme Erinnerung.

 

Ostende, unruhige Stunde

Die winzigen Spinnen, die am Erkerfenster
vorbei flogen an durchsichtigen Fäden —
ich erwartete dich voller Sehnsucht.

Hatte nur das Einbettzimmer, Klo im Flur,
doch wenn du kamst, zogen wir in unsere
Nummer 12, schoben den Tisch ans Fenster

und gossen Whisky in unseren Whisky.
Duschten in einer futuristischen Nasszelle,
bekamen Milchkaffee und Croissants ans Bett.

Und immer, ob wir uns liebten, Kaffee tranken
oder Whisky, ein Blick aus dem Fenster:
Wir sahen ein Haus, das abgerissen wurde.

Es verschwand an diesem Wochenende,
an dem wir uns liebten, tranken und redeten,
bis wir Hunger bekamen und Frietjes essen gingen.

Und nun, fünfundzwanzig Jahre später,
ist Ostende eine futuristische Nasszelle
und der Parkplatz kostet eine Übernachtung.

Und der Groentemarkt, Liebste, der Groentemarkt,
wie wir ihn liebten, den gibt es nicht mehr.

 

Pastorale

’s Avonds, bijna donker,
de merel zingt in de achtertuin,
de enige vogelstem
op dit tijdstip van de nacht, beste herbergvader,
de vogelklok klopt ook niet meer,
althans sinds de merels
de Star Trek-titelmelodie
vanuit het struikgewas tjilpen – het
is bijna nacht, tweeëntwintig uur,
eind mei in West-Duitsland,
mijn kat staat op het kattenmeubel
en leunt tegen de bloempot op het balkon,
felgekleurde bloemen in de schemering,
ik heb net Alice Munro gelezen
en zie onze komende vijftien jaar
voor me afspinnen, zonder
fouten, we zijn dol op de merel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

De Duitse schrijfster Daniela Dröscher werd geboren op 4 juni 1977 in München. Zie ook alle tags voor Daniela Dröscher op dit blog.

Uit: Zeige deine Klasse: Die Geschichte meiner sozialen Herkunft

„Während die Großeltern väterlicherseits bei ihren Vornamen genannt wurden – »Berta Oma« und »Willy Opa« – hießen die mütterlicherseits nach ihrem Nachnamen: »Biela Oma« und »Biela Opa«.” Mit »Biela Oma« ging ich Pilze sammeln und puzzelte viele Nachmittage lang, mit »Berta Oma« bepflanzte und bewässerte ich den Gemüsegarten, der in einer Reihe mit anderen Kleingärten lag, erntete Beeren, Kartoffeln und Bohnen und pulte dann später, im Hof sitzend, säckeweise Erbsen. Mit »Willy Opa« ging ich spazieren, er sang »Dschingderassabumm«, las Geschichten vor und brachte mir die Namen aller Bäume und Wiesenblumen bei. Mit der spiegelblanken Glatze meines »Biela Opas« ist das Wort »unter ‘Page« verknüpft. Er hat sein halbes Leben im Erdinneren, ohne Tageslicht, verbracht.” Der unausgesprochene Konflikt zwischen den beiden Parteien war natürlich der Krieg. Mein Opa Alois war in russischer Gefangenschaft gewesen und zeit seines Lebens ein erklärter Gegner Hitlers, mein Opa Willy war als unüberzeugtes, aber passives Parteimitglied und Versorger von der deutschen Armee nicht eingezogen worden. Der eine hatte gehungert und gelitten im Namen des Deutschen Volkes, das ihn nun aber im Alltag nicht als Deutschen anerkannte. Der andere hatte zu essen gehabt sowie dazu noch einen französischen Kriegsgefangenen: «Paul aus Paris, Für meine deutsche Oma Berta waren die Eltern meiner Mutter VON DRÜBEN. Sie warf sie in einen Topf mit den Vertriebenen aus den ehemaligen deutschen Ostgebieten – Schlesien, Vorpommern, Ostpreußen -, denen die Einheimischen im Dorf nach dem Krieg buchstäblich im eigenen Haus hatten Platz machen müssen. Alois und Berta aber waren erst 1958 nach Deutschland gekommen, als Aussiedler, nicht als Vertriebene? Mein Großvater legte viel Wert darauf, dass dieses »A« sogar in seinem deutschen Pass vermerkt war. Er hatte sich die Ausreise teuer erkauft, indem er über Jahre hinweg geduldig korrupte polnische Beamten bestochen hatte. Zum anderen war das, was zwischen ihnen stand, schlicht Neid.

 


Daniela Dröscher (München, 4 juni 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.

Monika Maron, Ralf Thenior

De Duitse schrijfster Monika Maron werd geboren op 3 juni 1941 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Monika Maron op dit blog.

Uit: Krähengekrächz

„Es ist schon länger her, dass ich in der Zeitung gelesen habe, Krähen könnten menschliche Gesichter erkennen. Später las ich, dass sie sich selbst im Spiegel erkennen und einen roten Fleck, den man ihnen aufs Gefieder geklebt hatte, als Fremdkörper identifizieren können und obendrein entfernen, und zwar an sich selbst, ohne auch nur den irrigen Versuch zu unternehmen, das Spiegelbild zu säubern.
Noch später las ich, dass sie Nüsse auf die Fahrbahn legen, um sie von Autos knacken zu lassen. Außerdem habe ich selbst beobachtet, wie mein Hund nach einigen Versuchen, die Krähen, von denen es in unseren Straßen unzählige gibt, aufzuscheuchen, als wären sie schreckhafte Spatzenschwärme, von ihnen so demütigend gefoppt wurde, dass er seitdem ihre Nähe respektvoll ignoriert, auch wenn eine von ihnen dicht vor ihm herumhüpft. Er weiß, dass sie, würde er losspringen, auf den kleinen Zaun vom Spielplatz fliegen würde und von da, versuchte er, ihr zu folgen, auf den unteren Ast der Kastanie und ihm dann, während er, um wenigstens einen kleinen Sieg zu erringen, den Stamm der Kastanie anpinkelt, mit höhnischem Krächzen scharf über den Kopf fliegen würde.
Aber erst als ich las, dass die Krähen den Menschen seit Anbeginn begleiten, dass sie seine ersten Schritte im aufrechten Gang gesehen, seine ersten artikulierten Laute gehört haben, alle seine Kriege erlebt und von seinen Leichenfeldern gelebt haben,
dass sie Toten- und Galgenvögel genannt wurden, weil sie überall auftauchten, wo die Menschen ihre Opfer hinterlassen hatten, erst als ich mir das vorstellte, begannen sich die Krähen aus meiner Straße in mein nächstes Buch zu drängen.
Natürlich hätte ich mich auch für die Krähen interessieren können, ohne gleich ihren literarischen Nutzen zu bedenken. Aber aus Gründen, die genau zu benennen mir fast unmöglich ist, komme ich beim Nachdenken über die Menschen ohne die Tiere nicht mehr aus. Vielleicht liegt es am Alter, am allmählichen Verfall und dem nahenden Sterben, das mich das Tier im Menschen so deutlich erkennen lässt. Mein kindlicher Blick hat die Tiere vermenschlicht, unser Hund war mein Bruder, mein Freund. Dass auch ich ein Tier bin, kam mir damals nicht in den Sinn, aber vielleicht habe ich es ja empfunden. Inzwischen sehe ich den Menschen als Sonderfall der großen Tierfamilie und kann mich nicht einmal entscheiden, ob die menschliche Besonderheit eher ein Glück oder ein Unglück ist.“

 


Monika Maron (Berlijn, 3 juni 1941)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Alma

Een sneeuwwitte hond
als een sneeuwvlok waait hij
over het stoppelveld hupt
als een vlinder door de lucht
rent als een circuspaard
doet alsof hij remt
en springt met een hinde-achtige sprong
jubelend (zo lijkt het) over de strostapels
nog één en nog één
vol elegantie en levenslust
Morgen zullen ze het stro
tot balen persen overmorgen
glinsteren zwarte kluiten
in het zonlicht

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juni ook mijn blog van 3 juni 2021 en ook mijn blog van 3 juni 2019 en eveneens mijn blog van 3 juni 2018 deel 2.

Eckhart Nickel, Ralf Thenior

De Duitse schrijver en journalist Eckhart Nickel werd geboren op 2 juni 1966 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Eckhart Nickel op dit blog.

Uit: Punk

„Gespenstische Stille erfüllte den Saal, niemand traute sich, auch nur einen Finger zu rühren. Irgendwann aber begann wie bei einem dieser modernen Stücke, wenn das Publikum sich nicht ganz sicher ist, ob der letzte gewaltige Ton auch wirklich den Schluss der Partitur bedeutet, jemand weit hinten zaghaft zu klatschen. Der Applaus entwickelte sich erst zögerlich, wuchs aber bald zu einem immer stärker anschwellenden Tosen, das, wie ich eingetrübt durch meine Tränen sehen konnte, selbst unsere Klavierlehrerin nicht unbewegt zu lassen schien. Obwohl ihre Lider immer noch ruhten, begann sie langsam und beständig zu nicken. Wahrscheinlich aus Angst davor, was nach dem Klatschen kommen würde, hörte das Publikum lange nicht auf. Keiner wollte der Letzte sein, und so ging es immer wieder
von vorne los, nur in ständig schwächer werdenden Wellen, bis es wirklich vorbei war. Madame Frambois6e erhob sich und ging getragenen Schrittes zum Pult mit Mikrofon, das auf ihrer Seite der Bühne stand. Sie richtete den Blick nach oben über die Menge hinweg, als könnten in einer derartig kompromittierenden Situation nur noch die Götter selbst als adäquate Ansprechpartner dienen. Ihre Stimme zitterte, der französisch eingefärbte Tonfall, der sonst eher streng klang wie die französisch eingefärbte Tonfall, der sonst eher streng klang wie die Betonung eines höfischen Rituals, wirkte nun trotz des sarkastischen Tons fast schon zerbrechlich: »Wir bleiben mit unserem nächsten Kandidaten nach Mozart, von dem man, wie sie ja sehen und hören durften, nie genug bekommen kann, direkt beim Thema: Erik ist nicht nur der Vorname des Schülers, nein, auch des Komponisten, den er uns vorstellt mit seinen Vexations, zu Deutsch in etwa Quälereien, ein Werk, dessen Motiv der endlosen Wiederholung und Variation schönste Erinnerungen an meine eigenen Klavierstunden weckt und als absolutes Meisterwerk, ja als Vorreiter der seriellen Musik gilt. Viel Vergnügen mit Satie!« Sie schaute fahrig in die Menge, als ob sie Ihren Schüler mitten im grellen Gegenlicht entdecken könnte. Ich fragte mich, ob sie schon vor dem Konzert zu trinken angefangen hatte.
Nach jeder Stunde geriet ich mit Kirsten tierisch aneinander, weil wir uns nie einig werden konnten, was sich hinter dem speziellen Odeur von Madame Framboisee verbarg. War es ein exklusives Eau de Parfum aus Paris, das sich einfach nur sehr unglücklich mischte mit ihrem Make-up, dessen Puder nach Moschus und Vanille duftete, dem kokoslastigen Haaröl ihrer Dauerwellen-Mähne und der Schweißbildung unter den Kunstfaser-Ärmeln ihrer schreibunten Blumenblusen, mit denen sie ihre Leibesfülle so elegant kaschierte?“

 


Eckhart Nickel (Frankfurt am Main, 2 juni 1966)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Oude man in het winterpark

Onder zijn muts de hemel,
in zijn milt een vlucht meeuwen,
dun ijs in zijn broekzakken.
en schimmel in zijn rechterschoen,

Een winterig licht in zijn kniegewricht,
Dat luchtig de leegte draagt,
Hij staat daar recht als een pijnboom,
spoedig tot planken verzaagd.

 

Vertaald door Tsead Bruinja

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juni ook mijn blog van 2 juni 2021 en ook mijn blog van 2 juni 2019 en ook mijn blog van 2 juni 2018 deel 2.

Wiel Kusters, Connie Wanek, Ralf Thenior

De Nederlandse dichter, schrijver en letterkundige Wiel Kusters werd geboren in Spekholzerheide op 1 juni 1947. Zie ook alle tags voor Wiel Kusters op dit blog.

 

Hohner

In een la van de keukenkast
lagen de sigaretten van mijn vader
een boekje over eerste hulp bij ongelukken
(een man is uit voorzorg op een plank gaan staan
en trekt met een wandelstok
de elektrische draad
van het lichaam van de geëlektrocuteerde ander)
een alarmpistool –
veel dat mij is ontschoten
en een mondharmonica van het merk
Hohner – The Echo Harp.

Op het doosje een berglandschap
een houten huis
rook uit de schoorsteen
en op de voorgrond een man
die een pad bewandelt
naar ons toe.

Mijn broer bespeelde The Echo Harp
La Paloma
of schoot met het pistool
wanneer hij niet tekende, schaakte, las
of al het andere waar hij
goed in was.

Nooit kwam ik tot muziek
op zijn Hohner
nooit tot iets anders dan een sireneachtig
in en uit van adem

wel proef ik het hout
ruik daarvan de wat zoete geur
wanneer het vochtig wordt
van mijn speeksel
voel hoe mijn mond
dorstig wordt en droog.

Het is geen muziek
waarmee mijn broer nu
uit het gebergte van zijn dood
nader treedt

het is een ademen
een ademen alleen
in in in

en een janken
zoals vroeger nooit
door hem
geuit.

 

Broer

Zolang je Kaspar Hauser was
bleef je ongeboren
en wat ik later van je las
lag als adem op mijn ruit
bevroren.

Ik wist niet hoe jij jezelf verstond.
Ik adem op jouw woord
en zie hoe dit zich smelten laat
maar ook hoe je ontdooiend spreken
jou verstoort.

 

Vis een visser, met vis in zijn schuit

Ik zwem door mazen, maar er is geen net,
kan alle kanten op, ook achteruit.
Mijn soort is in dit water uitgezet,
maar vissers hebben het voor ons verbruid
door niet te talen naar de oude wet
dat zelfs het water zijn beperking kent
voor wie er uit de maalstroom wordt gered
omdat hij snel voorbij zijn kieuwen zwemt.

Ik ben een vis, ik ben een hele school
tot in mijn graten toe, die niemand eet.
Vermenigvuldigd door die ene angst:
dat ik ontkomen zal bij elke vangst,
dat ik de enige ben die men vergeet,
die als ondood door zijn woorden doolt.

 


Wiel Kusters (Spekholzerheide, 1 juni 1947)

 

De Amerikaanse dichteres Connie Wanek werd geboren op 1 juni 1952 in Madison, Wisconsin. Zie ook alle tags voor Connie Wanek op dit blog.

 

The Coin Behind Your

Before you knew you owned it
it was gone, stolen, and you were a fool.
How you never felt it is the wonder,
heavy and thick,
lodged deep in your hair like a burr.
You still see the smile of the magician
as he turned the coin in his long fingers,
which had so disturbed your ear
with their caress. You watched him
lift it into the light, bright as frost,
and slip it into his maze of pockets.
You felt vainly behind your ear
but there was no second coin,
nothing to tempt him back.
No one cared to know why he did it,
only how.

 

BROOM

A blossom on its long stem
the broom is a hag of a tulip.
It is a woman who tics back
her hair with wire,
who wears burlap,
who eats clay.

For its fidelity
the broom has been granted
the ability to carry the witch
to the clouds. Who was the first
to slip it between her legs
and vanish?

 


Connie Wanek (Madison, 1 juni 1952)

 

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Oud worden met Penelope Cruz

Kijk niet naar de huid
dat is bijzaak
kijk naar de hersens
als je kunt
natuurlijk wil je
stokoud worden ouwe bok
met het oog op die zeventienjarige
meisjes maar dat vriend
is belachelijk kijk nou eens
naar Penelope haar rimpels
verdiepen haar lachje
weven het doek

 

Vertaald door Tsead Bruinja

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e juni ook mijn blog van 1 juni 2020 en eveneens mijn blog van 1 juni 2019 en ook mijn blog van 1 juni 2018.

The Visitation (Elizabeth Jennings), Walt Whitman

 

Bij Maria Visitatie

 


De Visitatie door Juan Bautista Maíno, 1636

 

The Visitation

She had not held her secret long enough
To covet it but wished it shared as though
Telling would tame the terrifying moment
When she, most calm in her own afternoon,
Felt the intrepid angel, heard
His beating wings, his voice across her prayer.

This was the thing she needed to impart,
The uncalm moment, the strange interruption,
The angel bringing pain disguised as joy,
But mixed with this was something she could share
And not abandon, simply how
A child sprang in her like the first of seeds.

And in the stillness of that other day
The afternoon exposed its emptiness
Shadows drift from light, the long road turning
In a dry sequence of the sun. And she
No apprehensive figure seemed,
Only a moving silence though the land.

And all her journeying was a caressing
Within her mind of secrets to be spoken.
The simple fact of birth soon overshadowed
The shadow of the angel. When she came
Close to her cousin’s house she kept
Only the message of her happiness.

And those two women in their quick embrace
Gazed at each other with looks undisturbed
By men or miracles. It was the child
who laid his shadow on their afternoon
By stirring suddenly, by bringing
Back the broad echoes of those beating wings.

 


Elizabeth Jennings (18 juli 1926 – 26 oktober 2001)
De St Botolph’s kerk in Boston, Lincolnshire, de geboorteplaats van Elizabeth Jennings

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

HET LIED VAN MIJN EIGEN IK

3.

Heeft iemand ooit gemeend, dat het gelukkig was geboren
te zijn?
Ik haast mij hem of haar te zeggen, dat ’t even gelukkig is te
sterven, en ik weet dat.

Ik ga den dood door met den stervende en het leven door
met het zoo-even ontbonden kind, en wat gij daar van mij
ziet tusschen laarzen en hoed is niet mijn geheele Ikheid.
Mijn leven is het leven der menigvuldigheid en in die menigvuldigheid
zijn daar niet twee eveneens en allen zijn goed,
De aarde goed, de sterren goed en alles wat daarop of omheen
leeft goed.

Ik ben geen aarde, ook geen satelliet van een aarde,
Ik ben de maat en gezel van menschen die allen even onsterflijk
en vademloos zijn als ik-zelf ben,
(Zij weten niet hoe onsterflijk, maar ik weet ’t).

Iedere mensch leeft voor zichzelf en voor wat zijn leven is,
ik leef voor mij en weet wat mijn is, mannelijk en
vrouwelijk,
Zij zijn mijn die knapen geweest zijn en vrouwen begeeren,
Hij is mijn de man, de fiere, die het steken voelt der
geringschatting,
Zij is mijn de verloofde, en de oude maagd is mijn, zij zijn
mijn de moeders en de moeders van moeders,
Mijn zijn de lippen die glimlachen en de oogen die tranen
storten,
Mijn zijn de kinderen en die kinderen gewinnen.

Naakt! Voor mij hebt gij geen schuld, door mij wondt gij niet
uitgeworpen, door mij niet geminacht,
Ik zie U door kleed en hemd in de ziel,
Ik omgeef U, ik laat niet af voor ik U gewonnen heb, ik ben
onvermoeid, gij kunt mij niet afschudden.

 

Vertaald door Maurits Wagenvoort

 


Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)
Portret door Herbert Gilchrist, 1887

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

In Memoriam Ngũgĩ wa Thiong’o

 

In Memoriam Ngũgĩ wa Thiong’o

 

De Keniase schrijver Ngũgĩ wa Thiong’o is afgelopen woensdag op 87-jarige leeftijd overleden. Ngũgĩ wa Thiong’o werd geboren op 5 januari 1938 in Kamiriithu, Limuru, Kenia. Zie ook alle tags voor Ngũgĩ wa Thiong’o op dit blog.

Uit: In the House of the Interprete

“I’m so engrossed in these thoughts that I forget to take note of the landscape around me. But instinct suddenly tells me that I have gotten home . . . or where home should be. I stop, put down the box, and look around me. The hedge of ashy leaves that we planted looks the same, but beyond it our homestead is a rubble of burnt dry mud, splinters of wood, and grass. My mother’s hut and my brother’s house on stilts have been razed to the ground. My home, from where I set out for Alliance only three months ago, is no more. Our pear tree is still standing, but like the ashy hedge, it’s a silent witness. Casting my eyes beyond, I suddenly realize the whole village of homesteads has disappeared. The paths that had crisscrossed the landscape, linking the scattered dwellings into a community, now lead from one mound of rubble to another, tombs of what has been. There is not a soul in sight. Even the birds flying above or chirping in the hedges emphasize the emptiness. Bewildered, I sit on my box under the pear tree, as if hoping it will share with me what it knows. The tree, at least, has defied the desolation, and I pick a few ripe pears to eat in baffled silence. How could a whole village, its people, history, everything, vanish, just like that?
The sight of two rats chasing each other amid the rubble shakes me out of my reverie. I think of going toward the only houses still standing, the Kahahus’, despite their ghostly aura, for an answer. Once again I stagger along with the box. At the hedge, I see a man and recognize Mwangi, part of a group of workers who have always rendered loyal services to the Kahahu family. As children, we called him Mwangi wa Kahahu, although he was not blood related. He always had gossip about the goings-on in the big house on the hill. Now he and I are the only humans in a desolate landscape.
You mean you don’t know that all the people have been moved to near the home guard post? Oh, but of course you have come home on school break. Go up, and you will see for yourself, he says, gesturing vaguely in the direction of the ridge.
His delivery is matter-of-fact. I stare at him, waiting for more, but he walks away. Normally he would have taken the time to tell tales of the Kahahu family, his favorite subject, but today he does not have the words. Slowly I work my way up the ridge, past more piles of rubble, charred funeral pyres of a rural community. From the top of the ridge, now bereft of all memories, I put the box down and look at the valley below. A completely new vista of grass-thatched roofs lies before me.”

 

Thiongo
Ngũgĩ wa Thiong’o (5 januari 1938 – 28 mei 2025)

Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: In de naam van de zoon

“Beter dan op het scherm te kijken, laat ik me gidsen door de Fransman op mijn boordcomputer die zo opgewekt klinkt dat een hellevaart een zegetocht lijkt.
Via slingerende wegen over beboste heuvels, door wijngaarden en dorpen met vakwerkhuizen waarvan ik de namen ken van de drijvende etiketten in mijn moeders ondergelopen wijnkelder, is hij het die me door de Elzas richting Zwitserland leidt.
Een enorme omweg, maar toch laaf ik me aan iedere bocht die ik neem, het is als diep ademhalen. Voor het eerst ben ik alleen op weg naar de plek waarvan ik nog steeds niet kan geloven dat die werkelijk bestaat. Terwijl de zon ondergaat, veranderen de heuvels en bomen en huizen in schaduwbeelden. Ik zie de koffiekan, de theepot, de suikerpot in zwart basalt, met op de deksels de weeping widows. Het Wedgwood-rouwservies, alle familiepijn zat erin.
Als kind verstopte ik het als we op vakantie gingen. Het idee dat het gestolen zou worden vond ik onverdraaglijk. Voorzichtig wikkelde ik het in krantenpapier en zette het in een doos op de kruipzolder.
‘De kans dat je het breekt is groter dan dat iemand het pikt,’ zei mijn moeder laconiek.
Haar kon het niet schelen, zij was nergens aan gehecht, zelfs niet aan het leven.
Toen ik in de jaren negentig in Brussel woonde, bewaarde ik het servies in een doos in de kelder onder mijn kunstgalerie. Een van de werkmannen moet het hebben meegenomen. En ook de doos met de Märklin-trein, de locomotief, de wagonnetjes.
Mijn aantekeningen, drie dozen vol waarin ook de envelop met foto’s en brieven van Bernhard, zijn in de loop der jaren in die vochtige kelder vermolmd, toen ik verhuisde heb ik het als compost op een kruiwagen geschept. Vruchtbaar was het.
Het navigatiescherm schakelt over op de donkere nachtstand. Er valt geen stad, geen rivier, geen berg op te herkennen. Een militair zou ermee verdwalen, maar voor mij is het een perfect instrument. Ik laveer tussen zwart en wit, binnen en buiten, alles en niets.
De eerste nacht logeer ik in het oude familiehotel aan het Meer van Zug waar ik als kind met mijn moeder ben geweest. Het restaurant is al dicht en vanaf mijn balkon zie ik alleen de nacht met hier en daar een lichtje. Mijn druiven en noten zijn op, ik kan van de honger niet slapen.
Ik zie mijn moeder weer staan bij het raam, ze tilt de vitrage opzij en kijkt naar het terras beneden. Bernhard kan ieder moment daar zijn. Ze bestelt iets te drinken, het is haar zoveelste glas. Ze vertelt dat de hoge berg in de verte naar Pilatus is vernoemd.”

 

 vandenboogaard
Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Negentien

Die zomer in Culpepper was er alleen maar wit te eten:
bloemkool, bot, witte saus, wit ijs.
Ik sloop rond met een oudere man die me niet vertelde
dat hij getrouwd was. Ik was de baby, dronk rum-cola
terwijl de mannen wiet rookten die ze van de campers hadden gestolen.
Ik sloop met mijn geliefde naar met gif begroeide velden en kampeerbusjes.
Ik sliep nooit. Om de twee weken keerde ik terug naar de stad,
zwart en stoffig, met een vuilniszak vol vuile kleren.

Op mijn negentiende was het mijn eerste zomer weg van huis.
Zijn baard rook muf. Zijn ogen waren zwart. “De dames zijn dol op mijn haar,”
zei hij, en ik glimlachte als een dwaas. Hij wist alles
over marihuana, hoe droog het moest zijn om te branden,
hoe je het moest pletten, eraan moest ruiken, de zaadjes eruit moest halen. Hij zei
dat hij dat allemaal in Vietnam had geleerd. Hij bracht zijn zoon mee op bezoek
na een van zijn vrije dagen. Ik had me nooit een moeder voorgesteld.
“Mag ik een kus stelen?” zei hij, de eerste innige nacht in het veld.

Ik vroeg en vroeg naar Vietnam, hoe elk litteken aanvoelde,
hoe de strijd was, hoe de jungle rook. Hij luisterde
veel naar Marvin Gaye, was alles wat hij zei, en greep
tussen mijn benen. Ik zou voor de ochtend naar mijn bedje kruipen.
Ik zou dat witte eten eten. Dit was voordat ik begreep
dat niets in één klap kapot kon gaan. Een plotselinge
harde storm stak die nacht op; hij schoot de bus in.
“De regen klonk precies zo,” zei hij, “daar op de daken.”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

alexander3005
Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.

Hemelvaart (Anton Ent), Elizabeth Alexander

 

Bij Hemelvaartsdag

 

 


De Hemelvaart van de Heer door Francisco Bayeu, 1769

 

 

Hemelvaart

Glorieuze napijn van Gods wet
de horizon wordt overeind gezet

Die vernederd werd tot dode man
neemt de treden van het licht
opgetogen naar Gods aangezicht
waaronder men weer spelen kan

De vaart die mens en God verbindt
geeft mij de rust van ’t spelende kind
dat hoogst verbaasd hand aan de mond
zichtbaar voet krijgt aan de grond

Glorieuze voorpost van het bericht
dat de horizon weer open ligt

 


Anton Ent (Rotterdam, 20 januari 1939)
De. HH. Laurentius & Elisabeth Kathedraal in Rotterdam

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Apollo

We stoppen
bij een kraampje
in Massachusetts
om mannen

op de maan te zien lopen. We deden
hetzelfde
bij drie, twee, één, lancering, en nu

zien we dezelfde mannen
in en uit
kraters stuiteren. Ik wil
een cola en een hamburger.

Omdat de mannen
op de maan lopen,
die nu ontegenzeggelijk
niet groen is, geen kaas,

geen glimmend dubbeltje dat zweeft
in een koud blauw,
zoals ik had gedacht,
merken de mensen bij het kraampje

niet dat we een zwarte
familie zijn, niet van daar,
zoals het meestal gaat.
Dit gepraat door

ruis, stuiteren in ruimtelaarzen,
vastgebonden aan snoeren is veel
vreemder, vreemder

nog dan wij zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2022 en ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.

Ad Zuiderent, Vladislav Chodasevitsj

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Gedroomd wielrijden

Met begeleiding Kathleen Ferrier gehoord:
in de afgebroken volkstuinhuisjes zong zij
van dood en opstanding. Rijp lag op het gras
naast de Kruislaan en bij de proefboerderij
klonk het orkest met Mahler. Licht rillend
richtten wij het stuur naar het kanaal,
waar uitspanningen gesloten waren,
schepen op het droge, de weg doodliep
op de spoorlijn, alle ellende
van een winterzondag op de fiets. Goddank
bleef de begeleiding een vertrouwde dissonant,
waren de opritten naar de dijk te steil
en reden wij gedrieën en luisterden.
Er was geen mens. Het was geen weer
om op te staan, laat staan om te gaan liggen.

 

Tocht langs de rivier

Wij fietsten langs de Amstel naar het zuiden.
Niet lang geleden had ik hier geluk.
Wat moest ik doen als ik het weer had? Terugdenken?

Maar er was geen muziek, die de herinneringen ordent;
dit zuiden was niet warm; geen zware transportfiets meer,
‘De Poëtische Vervoering’ geheten, en ik rechtop daarop de wereld overziend.

Gelukkig dacht ik nu, krom boven mijn tien versnellingen,
aan mijn gezondheid, aan mijn jongensdroom van een zittend bestaan
en alles bezweren, de dikke kerk van Nes, geëmailleerde reclameborden.

De banden gleden stil over de weg. Onder de dampen van Uithoorn wist ik dat dit
mijn toekomst was, een training voor een langer leven vol geheugen,
geen inspiratie meer tot meer.

 

Onder vrienden

Gepraat aan tafel over hoe je je gedraagt
als je bedreigd wordt. Je cursus leidde
tot dit onderwerp; wij knikten,
want onder vrienden komt ieder woord terecht.

Met mes en vork bevrijdden wij de sfeer
van amicaliteit. Zo scherpten wij aan
saus en kruiden het eigen vlees.
Het woord was op, gebaren bleven over,
en sentiment kwam dreigend boven tafel.

 


Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)
Portret door Frans van Steenhoven, 1984

 

De Russische schrijver en dichter Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj werd geboren in Moskou op 28 mei 1885. Zie ook alle tags voor Vladislav Chodasevitsj op dit blog.

 

Variatie

Om deze schouders, deze handen
te warmen op ’t balkon gegaan
zit ik, – maar alle aardse klanken
komen als uit een droom vandaan.

En plots ben ‘k van versmachting vol
en zwem: zelf weet ik niet waarheen;
maar mijn heelal dijt uit in golven
die ijlen kringsgewijs uiteen.

Bestendig u, liefkozend wonder!
Een andere kring kom ik nu in
en ‘k hoor mijn schommelstoel wel bonken
in vaste maat, maar al van ginds.

 

Vertaald door Marko Fondse

 


Vladislav Chodasevitsj (28 mei 1885 – 14 juni 1939)
Portret door Valentina Mikhailovna, 1915

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2023 en ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.