Johann Scheerer, Werner Söllner

De Duitse schrijver, muzikant en muziekproducent Johann Scheerer werd geboren op 6 november 1982 in Henstedt-Ulzburg. Zie ook alle tags voor Johann Scheerer op dit blog.

Uit: Unheimlich nah

„Das macht 2459,70 Euro.“
Ich sah den Typ im verdreckten Blaumann an. Das gefaltete Papier zog eine Schneise in den dunklen Staub, als er mir die Rechnung über den Tresen schob.
„Das sind dann ja …“, ich überschlug die Zahl und setzte neu an: „Sind das 5000 Mark?“
Ich blickte ungläubig durch die Seitenscheiben des hellblauen Volvos meiner Mutter, der neben uns auf der heruntergefahrenen Hebebühne stand. Die Stelle an der Rückseite der Kopfstütze des Fahrersitzes, die ich bei einem kindlichen Anfall von Wut und Langeweile, weil irgendwas nicht so schnell gegangen war, wie ich es gern gehabt hätte, von der Rückbank aus herausgebissen hatte, war gut zu erkennen. Der Schaumstoff hatte sich über die Jahre gelb verfärbt und bröselte in den Fußraum. Diese Kopfstütze, dachte ich, hatten sie offensichtlich nicht repariert.
„Allein 800 Euro für die Kabel“, der Mechaniker hinter dem Schreibtisch zeigte mit seinen öligen Fingern auf die einzelnen Positionen der Rechnung, „1443 Euro für die Arbeitsstunden“, er betonte das Wort Euro so deutlich und doch so beiläufig, als wäre die Währung schon immer da gewesen und nicht erst wenige Tage alt. „Wir mussten ja die ganze Verkleidung abnehmen, um von der zusätzlichen Batterie von vorne ganz nach hinten durchzukommen.“
Ich wusste überhaupt nicht, wovon er sprach.
„Zwei Knöpfe, eine Birne und Fassung, Ölwechsel, alles einmal durchgecheckt.“ Er zuckte mit den Schultern und deutete auf die Gesamtsumme. „EC oder bar?“ Mein Herz schlug mir bis zum Hals. Ich hatte den Volvo meiner Mutter in die Werkstatt gebracht, weil ich übermorgen, wenige Monate nach dem Ende des Zivildienstes, den ich direkt nach meinem Abitur im Jahr 2002 angetreten hatte, von Hamburg nach München fahren wollte und von dort mit der Bahn weiter nach Italien. Mit meinem noch frischen Führerschein wollte ich das erste Mal 1000 Kilometer am Stück fahren. Den endlosen Diskussionen mit meiner Freundin Svenja entkommen und allein, nur in Begleitung eines Stapels CDs, einfach mal weg. Testament der Angst von Blumfeld, Bleed American von Jimmy Eat World, Das grüne Album von Weezer, The Strokes’ Is This It, White Blood Cells von den White Stripes, Runter mit den Spendierhosen, Unsichtbarer! von Die Ärzte und natürlich Toxicity von System Of A Down. Und auch wenn ich das Stück Neue Zähne für meinen Bruder und für mich immer skippte, hatte ich noch Wasser marsch! von Superpunk eingepackt.
Ich wollte, begleitet von diesem phänomenalen Soundtrack, im Frühjahr 2003 die Freiheit genießen. Nichts muss, aber alles kann. Meine Mutter fuhr nur noch selten selbst. Seit ein paar Jahren musste sie gefahren werden, und so hatte sie mir erlaubt, ihren Volvo, der die meiste Zeit in der Garage stand, für ein paar Wochen auszuleihen. Sie hatte allerdings darauf bestanden, dass ich ihn vorher durchchecken ließ. Damit er auch bremst, wenn er soll, hatte sie gesagt. Und nun sollte ich 5000 Mark für diesen Check bezahlen? Ich bekam kein Taschengeld mehr. Aber ich konnte von den früheren Einkünften unserer Band ganz gut leben. Trotzdem waren 5000 Mark, ich meine 2459,70 Euro, deutlich mehr, als ich eingeplant hatte.“

 

Johann Scheerer (Henstedt-Ulzburg, 6 november 1982)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

 

OPEN BRIEF

Ik hoor, mijn vriend, je bent een ander
geworden zonder jezelf te veranderen, voorbij
de grens. Je bent dus nog
altijd dezelfde, en men herkent je
onder het puin
niet terug.

Ik zie, mijn vriend, de omstandigheden
hebben afscheid van je genomen, maar
dit verhaal is eenzijdig, zoals jij
eens gezegd hebt. Vroeger. Toen we nog
niet opgehouden waren met afscheid nemen.

Ik voel, mijn vriend, je vrienden
zijn geteld. Zeker, wie een lange tijd
niets hoort niets, luistert tot slot naar
de echo. Grimassen van graven.

Ik proef, mijn vriend, nog steeds domheid
en papier en geweld, en, mijn
vriend, ik ruik nieuwsberichten die ruiken
naar niets.

Maar ik weet ook, mijn vriend, dat een woord
soms sterker is dan wie het
spreekt. Dus naar de hel met de berichten
van mijn vijf zintuigen, ik reken op
de geheime dienst van het zesde, waarmee
ik nog kan lezen. Wat jij
niet zegt en waarom en tegen wie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Söllner (10 november 1951 – 19 juli 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2018 en eveneens mijn blog van 6 november 2017 en ook mijn blog van 6 november 2016 deel 2.

Bert Wagendorp, C. K. Williams

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

Uit: Fictie moet de sport redden

“Eerst terug naar Frankie van de Berg, de onbetwiste nummer één. In de keuze voor zijn persoon komt de sportromanticus Kees Fens krachtig en onmiskenbaar naar voren. Ik citeer hem: ‘Nooit bewonder je meer dan tussen je achtste en twaalfde. En dat volstrekt en mateloos. Ik heb het voetbal leren bewonderen op straat. En nog altijd beschouw ik het straatvoetbal als de mooiste vorm van die sport. Er zijn nauwelijks regels, er is geen scheidsrechter, er is een onzichtbare doellat – in overleg wordt besloten of een bal over is – er is geen wedstrijdtijd en er is geen
aanvoerder. Maar er is wel de uitblinker voor wie wij allen buigen en die de mythe van ons leven wordt.’
En dan komt het: ‘Mijn mythe heet Frankie van de Berg. Hij was de allerbeste straatvoetballer en dus ook de beste voetballer aller tijden.’ Let op de volstrekt onlogische redenering in deze zin, maar ook op de schoonheid ervan.
De romanticus heeft geen boodschap aan logische redeneringen, die ondergraven de romantiek en de persoonlijke mythevorming. Kees Fens doet er zelfs nog een schepje bovenop. ‘Zoals hij pingelde is er nooit meer gepingeld. Hij passeerde iedereen en had de grootste mond. En zondags zong hij in het kerkkoor.’
In die laatste opmerking komen twee werelden uit Fens’ jeugdjaren bij elkaar. Doordeweeks weergaloos pingelen en op zondag met je jongenssopraan de Allerhoogste eren: bestaat er iets mooiers? Ik herkende er veel in. Zelf wilde ik als tienjarige twee dingen. Ten eerste zag ik het als mijn taak als zendeling de heidenen in het oerwoud te bekeren tot de Here Jezus. Verder wilde ik profvoetballer worden en de winnende goal scoren in de finale van het wereldkampioenschap. Ik brak me het hoofd over de vraag hoe ik die twee moest combineren, want in de heidense jungle werd niet gevoetbald.
Voetbal en de straat staan voor de jeugd van Kees Fens. Straatvoetbal was de goedkoopste vorm van sport. Je had er alleen een bal, een straat en een paar andere straatvoetballers voor nodig.
Eigenlijk werd de jonge Fens aangetrokken door tennis, maar dat werd gespeeld in een andere wereld, waarin voor hem geen plaats was. Hij heeft dat ooit uitgelegd in een van zijn sportcolumns voor de Volkskrant, ‘Waarom ik niet tennis’. Tennis werd gespeeld in andere milieus, door mensen met geld. Eigenlijk was er sprake van een parallelle wereld, afgescheiden met een hoog hek. Wat er ook allemaal was, in de jeugd van Kees Fens, geld niet.”

 

Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)

 

De Amerikaanse dichter Charles Kenneth Williams werd geboren op 4 november 1936 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor C. K. Williams op dit blog.

 

KLEI UIT STILTE

de kans is groot dat we stilletjes terug zinken
in vergetelheid zonder een rimpeling
we gaan terug in het gezicht
onder de mortel door alsof het niet was gebeurd

aarde: ik zal je herinneren
jij was de moeder jij deed pijn
Ik zal mijn borstkas voor de laatste keer tegen je verpulveren
en mijn hand weer op je leggen om je te troosten

hemel: zouden we het kunnen vergeten?
we waren hetzelfde als jij was
we konden niet wachten om weer te gaan slapen
we zouden alles hebben gedaan om te slapen

en bomen engelen om hier omhoog te worden geduwd
en stenen om in mijn blote handen te kraken
omdat je van tevoren wist dat
er geen wraak volgde omdat we hier waren

toen we nog vlees waren, werden we opgegeten
toen we metaal waren, werden we teruggebrand
er was nergens dood behalve nu
toen we mannen waren toen we het werden

 

Vertaald door Frans Roumen

 

C. K. Williams (4 november 1936 – 20 september 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e november ook mijn blog van 5 november 2018 en ook mijn blog van 5 november 2017 deel 2.

Judith Herzberg, C. K. Williams

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Beroepskeuze

En toen ze vroegen wat ze later wilde worden
zei ze ‘Graag invalide’ en zag zich al,
benen onbeweeglijk in bruin-geruite plaid
door toegewijde man en bleke zonen
voortgeduwd, geen zegel zelf te plakken,
geen brief te schrijven, geen reis te maken.
Dan zou ze eindelijk echt vrij zijn
zo treurig kijken als ze wou, in winkels
voor haar beurt gaan, bij optochten
vooraan staan, geen mooie kleren aan
en elke avond zachtjes snikkend
zou ze zeggen heus niet om mij
maar om die last voor jou.
En beide zonen zouden altijd
bij haar blijven, hun leven
aan haar wijden en nooit
zou haar iets overkomen,
nooit, nooit zou ze slijten.

 

Klein en groot

Klein en groot stuk voor stuk
gierig, inhalig. Bon ton
werd de leugen van hoog tot laag.
Wie leiding had dienen te geven
deed niets dan bedriegen
spon reeksen leugens.
Geen keuze
bleef horigen, zij kregen
de rol opgedrongen
van medeleugenaar.

Vrede vrede
wordt beweerd
maar vrede is er niet.

Schamen zij zich
nu hun roofzucht bekend werd?
Niet één van hen bloost
niet één buigt het hoofd.

 

Katje

Hoe wist zij waar ik stond?

Bloedend uit geknipte oren
sleepte het dier zich blind

zig zag over grint
naar waar ik
wild en tegen rede hopend
stond.

In elk geval, oordeelde men,
moest de staart er nog af.
Zodat ik haar daarvoor gaf.

Vreemd, met dood opgestopt,
legde ik haar in de grond,

mijn glimmende kinderkat,
kortstondige familie,
wendbare vlinderkat.

En meed de stal
nadat ik een week later
daar het staartje vond.

 

  Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

 

De Amerikaanse dichter Charles Kenneth Williams werd geboren op 4 november 1936 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor C. K. Williams op dit blog.

 

LICHT

Weer zo’n droge ochtend na een te korte ochtendbui,
talloze zilverglitters op de blaadjes van de verdorrende esdoorns –

ik denk aan een groepje zalige uitverkorenen die Dante naderen,
‘honderd schijnende sferen,’ rhapsodieert hij, ‘de zuiverste parels . . .’

dan aan het enge, schitterende, eindeloze schijnsel in mijn lamp
van ogen van de grote zwerm vleermuizen die ik ooit in een grot aantrof,

een zaal met muren verzadigd met een eindeloos tapijt aan schepsels,
hun schrille, scherpe, voortdurende, onophoudelijke gepiep en gekrijs

dat de warme, stinkende, volle lucht beroerde. Aan toen er een,
volmaakt stil tussen al die rusteloos vlerkende anderen,

recht naar mij keek, plechtstatig starend, nadenkend omhoog
vanonder de complexe vouwen van zijn leren vleugels

alsof hij niet geloven kon dat ik daar was, of mij wilde plaatsen,
situeren in het gekrioel waar wij uit kwamen, en nu,

de bomen nog hartverscheurend fonkelend, Dante weer,
ditmaal zoals hij verwijst naar een figuur die hij ontmoet als ‘het leven van . . .’

niet de ziel, of persoon, het leven, en dan weer de vleermuis, en ik,
onze levens op dat moment tezamen, onze levens, onze levens,

het zijne zonder zicht op hemelse pracht, geen gedicht,
het mijne zonder vlucht, geen vlekkeloze wiekslag in het duister,

het zijne zonder besef dat hij, al gauw, niet meer bestaat,
het mijne dat voor ons beiden moet weten dat alles eindigt,

wereld, na-wereld, zelfs hun herinnering, weggestoomd
als het vliesje vage damp van het laatste restje goddelijke regen.

 

Vertaald door Rob Schouten

 

C. K. Williams (4 november 1936 – 20 september 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e november ook mijn blog van 4 november 2018.

Koen Frijns, Oodgeroo Noonuccal

De Nederlandse dichter, schrijver, performer en bassist Koen Frijns werd geboren op 3 november 1993 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Koen Frijns op dit blog.

 

Baby Tales

Ik weet niet waar ze vandaan komen, maar ze liggen al in de modder

Dorothy en Mark stoppen allebei een euro in het open ruggetje voor het bos.
Aan de takken hangen navelstrengen met baby’s eraan.
Sommigen zijn hun slabbetje ontgroeid en dragen hemden met mayonaisevlekken.
Ze zijn hier al een tijdje.
Baby Lethal Fire zuipt alle honing op in het insectenhotel.
Baby Fitzie Fastie huilt omdat ze alleen werd gelaten toen de Sound of Silence werd gespeeld door baby Thunder.
Baby Locomotiv vraagt zich af waarom ze bomen omkappen om er ladders van te maken.
Veel baby’s hebben de naam van een tweedehands hazewindhond.
Veel baby’s zijn niet verzekerd.
Dorothy en Mark worden uitgenodigd in een huis dat uitsluitend uit melktandjes bestaat.
De baby’s begrijpen niks van klassenverschillen, maar er zijn erbij die sjekkies roken.
Er zijn foto’s tussen de tandjes vastgeklemd van paarden, ijsbergen en Audrey Hepburn.
Een muur is blauw geverfd.
Er is keuze.
Voor sommigen moet het tuinhek worden verhoogd.
Voor anderen moet een arm worden gemaakt, die uitsluitend uit sleutelhangers bestaat.
Een baby valt alleen in slaap als Johnny Cash at Folsom Prison op repeat staat.
Maar dat zijn kleine dingen.
Niemand zal ontkennen dat deze plek een blijvende indruk achterlaat op de baby’s.
Een onopgeloste moord aan de rand van het bos.
Het zoeken tussen wortels naar wormen.
Een koikarper roosteren boven het kampvuur.
Veel baby’s huilen bij volle maan en krabben de plinten los bij de deur.
Maar gelukkig is er keuze.

 

knock-out

we keken bokswedstrijden mijn vader en ik
op de duitse zender
mijn vader was om politieke redenen voor de engelsman
ik voor de belg
in een beweging draait de voet de heup de schouder tegen de wang
om één klap op te vangen
boos kijken is
lachen als je pijn hebt
en dat konden zij wel
als ze in elkaars armen door de ring dansten
voor de bel ging
“losten wij onze problemen maar zo op”
zei ik terwijl ik dacht aan hoe oud mijn vader was
toen hij slapend op de bank lag
voor de vierde ronde

 

Koen Frijns (Eindhoven, 3 november 1993)

 

De Australische dichteres en schrijfster Oodgeroo Noonuccal (eig. Kathleen Jean Mary Ruska) werd geboren op 3 november 1920 in Minjerribah (Stradbroke Island) in Moreton Bay. Zie ook alle tags voor Oodgeroo Noonuccal op dit blog.

 

Geschenken

‘Ik zal je liefde brengen’, zei de jonge minnaar,
‘Een blij licht om in je donkere oog te dansen.
Hangers zal ik brengen van het witte bot,
En vrolijke papegaaienveren om je haar te versieren.’

Maar ze schudde alleen maar haar hoofd.

‘Ik zal een kind in je armen leggen,’ zei hij,
‘Zal een geweldig hoofdman zijn, een geweldige regenmaker.
Ik zal onvergetelijke liedjes over jou maken
Die alle stammen in alle zwervende kampen
Voor altijd zullen zingen.’

Maar ze was niet onder de indruk.

‘Ik zal je het stille maanlicht op de lagune brengen,
En voor jou het gezang van alle vogels stelen;
Ik zal de sterren van de hemel naar je toe brengen,
En de stralende regenboog in je hand leggen.’

‘Nee’, zei ze, ‘breng me boomlarven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Oodgeroo Noonuccal (3 November 1920—16 September 1993)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn blog van 3 november 2020 en eveneens mijn blog van 3 november 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Allerzielen (Maarten Das), Ilse Aichinger

 

Bij Allerzielen

 

Allerzielen in Rome door Jose Gallegos, 1907

 

Allerzielen

Was je maar bij me, de stad is zo kil.
De nevelen boven de grachten,
het schuifelen tussen de gevels,

de fietsers over het Smakkelaarsveld.
We zijn met onnoemelijk velen
en onze dagen zijn geteld.

Ik lig in het zoveelste trapportaal en ril.
Waar jij liep, hangt nu een leegte
en in die leegte vat ik kou –

en toch durf ik te wedden
dat er een rustplaats is onder de sterren,
een dak van licht voor jou.

 

Maarten Das (Amersfoort, 11 maart 1980)
De St. Joriskerk in Amersfoort

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Bergrand

Want wat zou ik doen
als de jagers er niet waren, mijn dromen,
die in de ochtend
aan de achterkant van de bergketen
afdalen, in de schaduw.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)
In 1978

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn blogs van 2 november 2018.

ALL SAINTS’ DAY (Connie Wanek), Ilse Aichinger  

 

Bij Allerheiligen

 

Angels and Saints door Scott Hahn, 2014

 

ALL SAINTS’ DAY

It happens that the world has run out of patience.
Sleet coats a smashed pumpkin,
and the wraith hanging in an immature maple

must be lowered, washed and dried, and spread
again across the child’s bed.
A north wind strips the popple of its costume, and flagellates

its bare limbs. The hills wear coarse gray, for penance,
before they’re cowled in white.
And all the candy energy abroad last night,

the candle flame that lit up a malicious grin,
the brass of car horns,
the pillowcases bulging with extorted chocolates—

all is surrendered. The soul is a cold cell in November,
with one supernal window –
admitting a wan light accessible only to those

who have given up the ghost.

 

Connie Wanek (Madison, 1 juni 1952)
Saint Raphael’s Cathedral in Madison, Wisconsin, de geboorteplaats van Connie Wanek

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Het land uit

Boeken uit vreemde boekerijen,
de aangesterkte duiven.
Kwam het op de oorden aan
die we te verlaten
in staat zijn,
met hun frambozestruiken,
de doeken
die zich in de wind al plooien,
ze veranderen in stilte achter onze rug,
terwijl wij blijven,
op de warme ruggen
van de tuinen, stenig
of van zand.

 

Vertaald door Lucas Hüsgen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2018 en ook mijn blog van 1 november 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook mijn blog van 1 november 2009.

Halloween (John Kendrick Bangs)

 

Bij Halloween

 

Encounter on Cemetery Hill door Lewis Barrett Lehrman

 

HALLOWE’EN

Bring forth the raisins and the nuts –
To-night All Hallows’ Spectre struts

Along the moonlit way.
No time is this for tear or sob
Or other woes our joys to rob
But time for Pippin and for Bob
And Jack-o’-lantern gay.

Come forth, ye lass and trousered kid
From prisoned mischief raise the lid
And lift it good and high
Leave grave old Wisdom in the lurch
Set folly on a lofty perch
Nor fear the awesome rod of birch
When dawn illumes the sky.

‘Tis night for revel, set apart
To reillume the darkened heart
And rout the hosts of Dole.
‘Tis night when Goblin, Elf, and Fay
Come dancing in their best array
To prank and royster on the way
And ease the troubled soul.

The ghosts of all things past parade
Emerging from the mist and shade
That hid them from our gaze
And, full of song and ringing mirth
In one glad moment of rebirth
And again they walk the ways of earth
As in the ancient days.

The beacon light shines on the hill
The will-o’-wisps the forests fill
With flashes filched from noon;
And witches on their broomsticks spry
Speed here and yonder in the sky
And lift their strident voices high
Unto the Hunter’s Moon.

The air resounds with tuneful notes
From myriads of straining throats
All hailing Folly Queen;
So join the swelling choral throng
Forget your sorrow and your wrong
In one glad hour of joyous song
To honor Hallowe’en!

 

John Kendrick Bangs (27 mei 1862 – 21 januari 1922)
New York City’s Greenwich Village Halloween Parade. John Kendrick Bangs werd geboren in New York.

 

Zie voor nog meer gedichten over Halloween ook alle tags voor Halloween op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 31e oktober ook mijn blog van 31 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Jan Van Loy, John Keats

De Vlaamse schrijver Jan Van Loy werd op 30 oktober 1964 geboren te Herentals, in de Antwerpse Kempen. Zie ook alle tags voor Jan Van Loy op dit blog.

Uit: Veertig jaar liefde

“Ik deed mijn eerste en plechtige communie en ging naar het ‘gepatroneerd college, zoals de katholieke middelbare jongensschool werd genoemd. Daarna werd ik verondersteld geneeskunde te gaan studeren. maar ik was bang te worden zoals mijn vader niet gelukkig genoeg, maar ook niet ongelukkig genoeg. De taal en letterkunde sprak mij het meest aan. Mijn moeder zei: “Veel lezen is vermoeiing des vlezes’. een half-rijmpje uit de Heilige Schrift, die dan blijkbaar wel mocht worden gelezen maar met mate, zei de pastoor, die door mijn moeder werd beschouwd als de betrouwbare telegrambesteller van Jezus. Ofschoon zij zich voluit ‘katholiek’ noemde. gaf zij altijd de indruk dat zij achter de rug van de Kerk nog via een persoonlijke achterdeur communiceerde met God, in diens gedaante van Zoon, uiteraard.
Toen ik mijn vader zei dat ik germanistiek wilde studeren, hoopte ik nog een beetje dat hij verheugd zou zijn, want een meer ‘flamingantische’ studie was niet denkbaar. Maar hij liet, zoals in mijn laagste verwachtingen, zijn krant zakken en stelde vast: Dus gij gaat leraar warden: Daar had ik niet eens aan gedacht. ‘Nee..? zei ik. want ik wilde iets anders worden. Een student die veel tijd en redenen had om boeken te lezen, in de eerste plaats. Mijn vader had zijn krant weer opgepakt en zei zacht: ‘Gij stelt mij teleur? Om hem te paaien nam ik niet het versleten pad naar de Université Catholique van Leuven, maar de nieuwe weg naar de volledig Vlaamstalige universiteit van Gent. Bovendien, wellicht ook om mijn vader te paaien, werd ik lid van het Vlaams Nationaal Verbond. het VNV. Ik was maar een meeloper, net als in de processie; dat klinkt in deze tijden als een excuus, maar het was een uiting van mijn politieke onverschilligheid. Ik wilde gewoon ‘modern’ zijn en geloof me. het VNV was toen modern in vergelijking met de traditionele partijen. de socialistische in begrepen. Als VNVer was ik bijna automatisch ook lid van het ‘Katholieke Vlaamse Hoogstudentenverbond, dat zich vooral bezighield met zuip- en zangpartijen, ‘cantussen’ met Vlaamse en Zuid-Afrikaanse liederen. Duitsland werd bewonderd als de staat en samenleving van de toekomst, de enige remedie tegen de chaos der democratie en de hel van her communisme. Niet alle katholieke hoogstudenten waren VNVer, maar het VNV maakte het meeste lawaai; het was ‘doorgebroken’ bij de verkiezingen en er werd veel gemarcheerd en met vendels gezwaaid. lk keek alleen maar toe,’ zoals velen dat later hebben gezegd… Niettemin: ik keek alleen maar toe. Toen ik de groepslucht der hoogstudenten niet meer kon uithouden en steeds vaker op mijn ‘kot’ bleef zitten. had ik ook geen reden meer om mij bezig te houden met het Vlaams-nationalisme. Alleen mijn jong geleerde wrevel tegen België bleef hangen. Toen de Duitsers binnenvielen, verstoorden ze mijn studie, maar tegelijk voelde ik een vleugje hoop. Misschien zouden *de Vlamingen’ eindelijk versmelten met een grote natie, of op zijn minst een prominent lid worden van de Germaanse familie. Maar ach, wat dan nog? Het zou mij niet tot een Beethoven of Bismarck verheffen. Mijn vage sympathie voor de Duitsers verslapte nog toen bleek dat ze Vlaanderen niet beter wilden behandelen dan de Walen of de Fransen. Eerst werden auto’s en fietsen opgeëist, daarna werden er mannen weggevoerd om onder dwang in Duitse fabrieken te werken. Na de Romeinen, Franken. Vikings, Bourgondiërs, Spanjaarden. Oostenrijkers, Fransen. Hollanders en La Belgique, kwamen de moffen putten uit Vlaamse grond.”

 

Jan Van Loy (Herentals, 30 oktober 1964)

 

De Engelse dichter John Keats werd geboren op 31 oktober 1795 in Finsbury Pavement in Londen. Zie ook alle tags voor John Keats op dit blog.

 

Sonnet XX

O ster, in onverstoorbaarheid u te gelijken!
Niet in uw luister, hoog en eenzaam in de nacht,
Waar u met eeuwig open oog lijkt toe te kijken
– Gij heremiet van de natuur die waakt en wacht –
Hoe water, priesterlijk, de menselijke stranden
Omspoelt en wast en dan gereinigd achterlaat,
Niet hoe gij bergen, heuvels, woeste heidelanden
Recht aanziet in het versgevallen sneeuwgelaat –
O nee – maar toch standvastig zijn, en onverstoorbaar,
En, eenmaal aan mijn liefstes prille borst gevlijd,
Die zachtjes rijst en daalt, voor altijd voelbaar, hoorbaar,
Die zoete onrust proeven tot in eeuwigheid,
En almaar luisteren naar haar teder ademhalen,
En zo voor altijd leven – of ten grave dalen.

 

Vertaald door Jos Versteegen

 

John Keats (31 oktober 1795 – 23 februari 1821)
Keats, listening to a nightingale on Hampstead Heath door Joseph Severn, ca. 1845

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e oktober ook mijn blog van 30 oktober 2018 en ook mijn blog van 30 oktober 2017 en ook mijn blog van 30 oktober 2011 deel 2.

Matthias Zschokke, Harald Hartung, Michel van Stratum

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

Uit: Max

„Bestimmt ist das nicht das Wesentliche, aber vielleicht für den Moment – es geht ja ganz schnell
denn er trinkt dann übereilt einige Asbach Uralt. Ich muß das so genau schreiben, weil es sich gleichförmig abspielt. Also: Da er etwas Mühe hat, sich auszudrücken – nein, kein Mitgefühl! bitte! wir haben heute alle Mühe, uns auszudrücken. Er ist überhaupt beängstigend gewöhnlich, auch wenn es sein Lebenslauf nicht verrät. Man schaue nur einmal in sein Appartement, denn ein solches bewohnt er, nicht etwa ein Logis oder eine Bude oder eine Wohnung oder ein Haus, nein, ein Appartement mit Fernseher und Katze und Poltrone (das heißt Sessel) und einer schönen Matratze am Boden, nicht etwa irgendeine Matratze auf den Boden »geknallt«, wie das die Pioniere der Bodenmatratze taten, sondern eine teure Federkernmatratze, aber eben auf den Boden gelegt, in Anlehnung an die von ihm bewunderten Revolutionäre mit Politik im Kopf und Wissen, ja, und natürlich Plattenspieler, Tonbandgerät und was unsere Zeit an schwer herumzutragenden Vereinsamern mehr hervorvorbringt. Einfach alles. Auch einen Wagen hat er, wie jeder wie jeder
23 Jahre alt ist er, der Max
und noch das mexikanische Sticktüchlein auf dem linken Lautsprecher, ein Geschenk seiner Schwester, und das indische Intarsienholzkästlein aus dem Warenhaus in der Schweiz, von seiner Schwägerin, mit dem schwarzen Garn und den Nähnadeln, dem weißen Kissenknopf
Entschuldigung, auf all das kann ich später zurückkommen
Jetzt zu Bea
also: Schnell ein paar Asbach Uralt um seine Sprach- und anderen Hemmungen zu überwin¬den. Denn das hat er, Hemmungen vor Frauen. Aller Art. Zum Beispiel glaubt er, ich sage das nicht gern, weil es leicht geschehen könnte, daß man ihn deswegen auslacht, er glaubt ein bißchen, er sei gut aussehend, und die Frauen seien vorerst immer nur an seinem Aussehen interessiert, und sein wahres Ich (das hat Horvath geschrieben: Der junge deutsche Student sagt zur alternden Valerie: »Wissen Sie, die jungen Frauen bringen meinem wahren Ich nicht genug Verständnis entgegen.« Wahrscheinlich, nein, gewiß hat er etwas anderes geschrieben, aber so ist es mir geblieben),
eben, sein wahres Ich interessiere vorrangig niemanden. Und da er sich praktisch nur mit seinem Ich beschäftigt, wohl ein Egoist ist, kränkt ihn das ungemein, und er verachtet alle Frauen von vornherein. Von Männern glaubt er, sie seien eher an ihm interessiert, da er wenig von gleichgeschlechtlicher Liebe weiß.
Übrigens hat sich das geändert, so einfach ist es heute nicht mehr. Alles geriet ihm durcheinander
Entschuldigung, ich verliere mich
also: Bea ist unheimlich schön. Was ja nicht eine Gabe ist, sondern sie hat sich in einem mühevollen, endlosen Bewußtseinsprozeß zu einer auffallenden Schönheit heraufgearbeitet.“

 

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

 

De Duitse schrijver, dichter en literatuurwetenschapper Harald Hartung werd geboren op 29 oktober 1932 in Heme. Zie ook alle tags voor Harald Hartung op dit blog.

 

Zoals Zacheüs

Langs de weg groeit de sycomore sneller
dan je naar boven klimt op deze boom
om je aan te bevelen bij de milde man die
door de mensenmenigte wordt verwacht

Ze zullen op de verkeerde gokken op
de tiara of de gele trui
Maar stel dat je op de goede gokt…
er is nog steeds die handicap met de boom

Ook is de koelkast leeg en er is geen vuur
in de haard

 

Vertaald door Frans Roumen

 

  Harald Hartung (Herne, 29 oktober 1932)

 

De Nederlandse dichter en schilder Michel van Stratum werd geboren in Goirle op 29 oktober 1970. Zie ook alle tags voor Michel van Stratum op dit blog.

 

Zwanenhals

Ik voel me
geducht
als een sluimerend
gerucht

Ik ben dichter
bij de plus
dan
de minus

 

Michel van Stratum (Goirle, 29 oktober 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 2 en eveneens deel 3

Evelyn Waugh, István Kemény

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit: Brideshead Revisited

Why?’
‘To see the ivy.’
It seemed a good enough reason and I went with him. He took my arm as we walked under the walls of Merton.
‘I’ve never been to the Botanical Gardens,’ I said.
‘Oh, Charles, what a lot you have to learn! There’s a beautiful arch there and more different kinds of ivy than I knew existed. I don’t know where I should be without the Botanical Gardens.’
When at length I returned to my rooms and found them exactly as I had left them that morning, I detected a jejune air that had not irked me before. What was wrong? Nothing except the golden daffodils seemed to be real. Was it the screen? I turned it face to the wall. That was better.
It was the end of the screen. Lunt never liked it, and after a few days he took it away, to an obscure refuge he had under the stairs, full of mops and buckets.
That day was the beginning of my friendship with Sebastian, and thus it came about, that morning in June, that I was lying beside him in the shade of the high elms watching the smoke from his lips drift up into the branches.
Presently we drove on and in another hour were hungry. We stopped at an inn, which was half farm also, and ate eggs and bacon, pickled walnuts and cheese, and drank our beer in a sunless parlour where an old clock ticked. in the shadows and a cat slept by the empty grate.
We drove on and in the early afternoon came to our destination: wrought-iron gates and Twin, classical lodges on a village green, an avenue, more gates, open parkland, a turn in the drive and suddenly a new and secret landscape opened before us. We were at the head of a valley and below us, half a mile distant, grey and gold amid a screen of boskage, shone the dome and columns of an old house.
‘Well?’ said Sebastian, stopping the car. Beyond the dome lay receding steps of water and round it, guarding and hiding it, stood the soft hills.
‘Well?’
‘What a place to live in!’ I said.
‘You must see the garden front and the fountain.’ He leaned forward and put the car into gear. ‘It’s where my family live’; and even then, rapt in the vision, I felt, momentarily, an ominous chill at the words he used — not, ‘that is my house’, but ‘it’s where my family live’.
‘Don’t worry,’ he continued, ‘they’re all away. You won’t have to meet them.’
‘But I should like to.’
‘Well, you can’t. They’re in London.’

 

Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

 

De Hongaarse dichter en schrijver István Kemény werd geboren op 28 oktober 1961 in Boedapest. Zie ook alle tags voor István Kemény op dit blog.

 

Twintigste eeuw B-versie

Alle wegen leidden naar de dood.
Ik was verrast en wacht slechts:
Rond Rome een donkergroene zone.
Het is makkelijk om de stad mis te lopen
Alle wegen leiden naar de dood
Op hen allemaal karavanen van auto’s

Naaldwouden, gegronde horror
Dit is niet de rand van Rome, zeker niet.
Onder de strada bewoonde holtes
De meeste auto’s gedeukt en smerig
Een hele eeuw heeft zich hier verzameld
Dit is niet de rand van Rome, zeker niet.

De benzine – als ze verstopt is of uitgevloeid –
Kunnen wij hier niet meer bijvullen.
Hier werkt nu wat er al was
Een te voorziene, grijze toer.
Gek geworden jochies bekogelen het konvooi
En deze eeuw begint opnieuw

Alleen zijn de omstandigheden nu slechter
Ik was verbluft en wacht slechts
Alle wegen leiden naar de dood,
Het is makkelijk om de stad te verliezen.
Rond Rome een groene gifzone
Tot de twee oceanen duurt de stad

 

Vertaald door Mischa Andriessen

 

István Kemény (Boedapest, 28 oktober 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e oktober ook mijn blog van 28 oktober 2018 deel 2 en eveneens deel 3.