Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

 

Het was zomerdag.

De doodstille straat lag

te blakeren in de zon.

Een man kwam de hoek om.

Er speelde in de verte op de stoep

een groep kinderen, maar die groep

betekende niet veel,

maakte, integendeel,

dat de straat nog verlatener scheen.

De zon had het rijk alleen.

Zelfs zij, wier tweede natuur

hen bestemde, hier, op dit uur,

te wandelen: de student,

de dame die niemand kent,

de leraar met pensioen,

waren van hun gewone doen

afgeweken vandaag;

men miste, miste hen vaag.

Sterker: de werkman die

nog tot een uur of drie

voor bomen in ’t middenpad

de kuilen gegraven had,

had zijn schop laten staan

en was elders heen gegaan.

Maar vreemder, ja inderdaad

veel vreemder dan dat de straat

leeg was, was het feit

der volstrekte geluidloosheid,

en dat de stap van de man

die zojuist de hoek om kwam

de stilte liet als zij was,

ja, dat zijn gestrekte pas

naarmate hij verder liep

steeds dieper stilte schiep.

 

 

De jongen

 

Hij zat in nachtgoed voor het raam en liet
Willoos het hoofd hangen op het kozijn –
Hij zag den landweg langs de heuvels zijn
Kronkel wegtrekken naar het blauw verschiet.

 

Hij dacht weer aan den ouden vreemdeling
Die ‘s middags in het herbergtuintje sliep –
Zij stoeiden om hem heen, en iemand riep
Hem wakker, en hij zat dwaas in hun kring.

 

Zijn verre blik zwierf langs hun ogen weg.
Hij zei: – (zijn baard was om den glimlach grijs)
‘Jongens, het leven is een vreemde reis,
maar wellicht leert een mens wat onderweg.’

 

Toen was het of een deur hem open woei
En hij de verten van een landschap zag,
Hij zag zichzelf daar wand’len in een dag
Zwellend van zomer en van groenen groei.

 

De weg buigt om en men keert nooit terug –
Hij kon zijn hart als voor ‘t eerst horen slaan,
Hij heeft zijn schoenen zacht weer aangedaan
En sloop door ‘t tuinhek naar de kleine brug.

 

 

 

Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)

Lees verder “Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson”

Arto Paasilinna, Michel Leiris, Emmanuel Bove, Henry de Montherlant, Charles Maurras

De Finse schrijver Arto Paasilinna werd geboren op 20 april 1942 in Kittilä in Lapland. Zie ook alle tags voor Arto Paasilinna op dit blog.

 

Uit: The Year of the Hare (Vertaald door Herbert Lomas)

 

“The journalist sat on the edge of the ditch, holding the hare in his lap, like an old woman with her knitting on her knees, lost in thought. The sound of the car engine faded away. The sun set.

The journalist put down the hare on the grass. For a moment he was afraid it would try to escape; but it huddled in the grass, and when he picked it up again, it showed no sign of fear at all. ‘So here we are,’ he said to the hare. ‘Left.’

That was the situation: he was sitting alone in the forest, in his jacket, on a summer evening. No disputing it—he’d been abandoned.

What does one usually do in such a situation? Perhaps he should have responded to the photographer’s shouts, he thought. Now maybe he ought to find his way back to the road, wait for the next car, hitch a ride, and think about getting to Heinola, or Helsinki, under his own steam. The idea was immensely unappealing. The journalist looked in his briefcase. There were a few banknotes, his press card, his health insurance card, a photograph of his wife, a few coins, a couple of condoms, a bunch of keys, an old May Day celebration badge. 

And also some pens, a notepad, a ring. The management had printed on the pad Kaarlo Vatanen, journalist. His health insurance card indicated that Kaarlo Vatanen had been born in 1942.

Vatanen got to his feet, gazed at the sunset’s last redness through the trees, nodded to the hare. He looked toward the road but made no move that way. He picked up the hare off the grass, put it tenderly in the side pocket of his jacket, and left the clearing for the darkening forest.”

 

 

Arto Paasilinna (Kittilä, 20 april 1942)

Lees verder “Arto Paasilinna, Michel Leiris, Emmanuel Bove, Henry de Montherlant, Charles Maurras”

Herman Bang, Henry Tuckerman, Aloysius Bertrand, Pietro Aretino, Dinah Craik

De Deense schrijver Herman Bang werd geboren op 20 april 1857 in Asserballe. Zie ook alle tags voor Herman Bang op dit blog.

 

Uit: Katinka (Vertaald door Tiina Nunnally)

 

“She stepped out of the train car, down onto the platform, and she allowed herself to be kissed by Bai, and Marie took her things, and she had only one thought: to get inside the house – inside.
It seemed to her that Huus had to be inside, waiting.
And she went on ahead and opened the door to the parlor whicb was waiting, clean and nice; to the bedroom; to the kitchen where everything shone; clean and – empty.
“My God, how thin the mistress has become,” began Marie, who was lugging the bags.
And then she really got started, while Katinka, pale and tired, collapsed into a chair – about the whole area. About  what had been happening and what was being said. Over at the inn thev had had summer guests who came with bedsteads and everything, and at the parsonage there were visitors right up to the rafters.
And Huus, who had left … all of a sudden…
“Well, I thought so … Because he was down here on that last evening and it seemed to me just like he was going around saying goodbye to everything – he sat in the parlor alone – and out in the garden … and out here on the steps with the doves.”
“When did he leave?” asked Katinka.
“It must be about two weeks ago.”
“Two weeks …
Katinka carmly got up and went out into the garden. She walked along the pathway, over to the roses, down to the elder tree. He had been here to say goodbye to her – at every spot, in every place. She had no tears. She felt almost a quiet solemnity.
There was a happy shout out on the road. She heard Agnes’s voice in the midst of a great chorus. She practically jumped up. She didn’t want to see them there just now, Agnes rushed at her like a big dog to welcome her, so that she almost fell over; and the entire party from the parsonage came in for hot chocolate, and a table was set in the garden beneath the elder, and they all stayed untill the 8 o’clock train.
The train reared off, and they were gone again – you could hear them talking noisily along the road. Peter, the station hand, had taken the milk cans away, and Katinka was sitting alone on the platform.”

 

 

Herman Bang (20 april 1857 – 19 januari 1912)

Lees verder “Herman Bang, Henry Tuckerman, Aloysius Bertrand, Pietro Aretino, Dinah Craik”

Manuel Bandeira, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Pierre-Jean de Béranger, Louis Amédée Achard, Werner Rohner

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook alle tags voor Manuel Bandeira op dit blog.

 

English Sonnet No. 1

When death close my blank eyes —
Hard from so much vain torment,
What thoughts will fill your young bosom
Of all my sad moments?

I see you now distracted and distant:
More than distant – withdrawn. And I predict,
already now I predict, the exact moment
When your desire will no longer turn to another man

For you will have nothing, but your loneliness,
Left, abandoned! One day I shall leave
I shall sleep the ultimate sleep.
On that day you will cry… What matters? Cry.

Then I will feel much closer
To me, your uncertain heart.

 

Vertaald door Mariza G Goes

 

Naked

When you are dressed,
Nobody imagines
The worlds hidden
Under your clothes.

(Thus, in the day light,
We do not have notion
Of the stars that shine
In the deep sky.

But naked is the night
And naked in the night,
Vibrate your worlds
And the worlds of the night.

Your knees shine.
Your navel shines,
Shines all your
Abdominal lyre.

Your exiguous bosoms
– As two small fruits
in the firmness
Of your firm torso

– Your bosom shines)
Ah! Your hard nipples!
Your back!
Your flanks!

Ah, your shoulders!

When naked, your eyes
Become naked also:
Your gaze lingers longer,
Slower, more liquid.

Then, within those eyes,
I float, swim, jump,
Lower in a perpendicular
Diving!

I dive to the depths
Of your being, there where
Your soul smiles at me,
Naked, naked, naked.

 

Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

Lees verder “Manuel Bandeira, n. c. kaser, Veniamin Kaverin, Pierre-Jean de Béranger, Louis Amédée Achard, Werner Rohner”

Marjoleine de Vos

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957. De Vos is redacteur kunst bij NRC Handelsblad (anno 2008). Ze schrijft over kunst, literatuur en koken, en heeft een tweewekelijkse column op de opiniepagina. Een selectie uit deze columns werd gebundeld in “Nu en altijd: bespiegelingen” (2000) en “Het is zo vandaag als altijd” (2011). Ze schrijft ook een column voor het opinieweekblad VolZin. In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel “Zeehond graag”, in 2003 gevolgd door “Kat van sneeuw”. “Zeehond graag” werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002. In het voorjaar van 2008 verscheen haar bundel “Het waait.”

 

Kinderspel

Zou je liever doof of blind of niet
meer voelen, zonder reuk of snoep?
Viel ooit de neus, is dat nu jammer.
Hij ruikt zo lekker soep en hoe vergeeld papier
hij weet de wierookgeur van Griekenland
snuift liefde, kerstboom, haring.
Dus nee hij niet, liever het oog dan
dat alle rimpels kent in het gezicht
de kleur van zalm en winteravondlucht?
Te erg dit spel voor wie met volle hand
het ongemengde deeg in duikt, vervuld
van botergeur en eierstruif en Bachs
verliefde alt: Bist du bei mir, gaan we
nog niet naar het einde maar vrolijk verder
kreeften eten en van elkaar het zachte vel.
Geen pink kan hier gemist, geen oogopslag.
Elk zintuig kent ons tot de puntjes
baant ons een weg de wereld in
en leidt ons tot verslaving.

 

Vluchteling

Vertel ik mijzelf steeds weer mijn leven
een verhaal verreisd door mijn woorden
ik hoorde nooit ergens, ik sprak mijn geen thuistaal
kijk lege portretten, ik ken geen verlangen
dan zijn in het heden volmaakt als een merel

zijn lijfje een peertje, niet groter
met veren
en zingen om niet.

 

 
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall

De Nederlandse dichter en vertaler Bas Belleman werd in Alkmaar geboren “op een heldere ochtend in april” (Rottend Staal) van het jaar 1978. Zie ook alle tags voor Bas Belleman op dit blog.

 

Saturnus

het ruisen van de ringweg, je hoort
het niet meer. pas als het verstilt
en zelfs dan is het water op handen:
je voelt het niet verdampen.

vergeet niet hoe mijn liefde ruist.
de tuin is de tuin zonder liefde niet,
ik doe de afwas niet om borden schoon
te krijgen; wees in alle rust zwanger.

niets is zo’n vervuiling als gewenning,
iedere afslag voert naar nieuwbouw.
ik dompel mijn akkers in tact,
ik houd me vruchtbaar.

vruchtbaar is me soms te vruchtbaar.
toch houd ik me groot in babywinkels,
een vreedzame Saturnus, ik houd me vol,
leid alle gruis in een boog

om me heen. Ik knijp het oog van de orkaan
dicht. ik hoor alleen wat ruisen
en dat is houden van.
ik hoef nergens naar te luisteren.

 

Uit: Hout

een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

mijn ziel, waar ben je gebleven?
ik zwerf langs de stammen van de slaap
en kom je nergens tegen,
word wakker als een aap.

een bos is een boom
en nog een boom
en nog een en nog een en nog een.

de ziel is een droom
en nog een droom
en nog een en nog een en nog een.

 

Sonnet 76

Waarom is mijn gedicht verstoken van modes?
Zo zonder wending of plotselinge spurten?
Waarom kan ik in deze tijd niet flirten
Met vreemde elementen en nieuwe methodes?
Waarom ik telkens één en hetzelfde beraam,
En mijn ideeën hul in bekende patronen,
Zodat elk woord haast ritselt van mijn naam,
Om zo zijn oorsprong en zijn lot te tonen?
O lieve schat, het gaat mij steeds om jou,
En jij en liefde zijn mijn onderwerp.
Met al mijn talent pas ik een nieuwe mouw
Aan oude taal, en werp wat men verwerpt.
De zon is elke dag zo oud, zo jong;
Steeds zingt mijn liefde wat al eerder zong.

 

(William Shakespeare, vertaald door Bas Belleman.)

 

Bas Belleman (Alkmaar, april 1978)

Lees verder “Bas Belleman, Clara Eggink, Kathy Acker, Joy Davidman, Richard Harding Davis, Henry Kendall”

Antoon Coolen, Ida Boy-Ed, Nick Hornby, Thornton Wilder

De Nederlandse schrijver Antoon Coolen werd geboren in Wijlre in Zuid-Limburg op 17 april 1897. Zie ook alle tags voor Antoon Coolen op dit blog.

Uit: Dorp aan de rivier

“Daar had hij lange jaren zijn geweldige hoogmoed over gehad, maar eens, toen het wekenlang regende en het water geweldig waste, toen er ook binnendijks huizen aan moesten geloven, ja, toen was Janus de Mert ook overstroomd geweest. Toen zat hij grif afgesloten, er waren koeien en varkens van hem verdronken, hij zat in de grote opkamer van angst te klagen, sindsdien had hij een noodklok op de nok van zijn zwaar rieten dak. Hij dacht, als het weer gebeurt, dan zal ik die noodklok luiden, dan kannen ze mij komen redden. Want Janus de Mert, dat mocht nou voor zijn doen in deze omgeving een flinke boer zijn, hij mocht zijn grootspraak hebben, hij had een hazenhart, hij was schrikkelijk laf en bang als het om zijn lijf en leden ging. Daar heeft hij later nog angst en ellende genoeg over gehad, toen was hij te zwak geworden om de noodklok te luiden. Ge hadt hier ook Cis de Dove, die woonde in een klein arkje op de Maas, dat had hij een beetje buiten het dorp achter het veer liggen. Hij had het zelf blinkend groen geverfd, en de spijlen van de ruitjes had hij blinkend wit geschilderd. Daar had hij pleizier in, in die heldere dingen. Hij had gordijnen van bloemen, zozeer als hij geraniums, foksia’s en floxen voor het raam had staan, omdat hij daar zo’n pleizier in had. In het warm, klein, planken inwendige van zijn drijvende huis, hoe was het daar gesteld. Tegen de planken zoldering hingen honderden hazenstrikken bijeengekluwd. Cis zat daaronder dicht bij zijn dubbelloops jachtgeweer, en zijn petroleumstel, dat gaf als het brandde ’s avonds voor de koffie, die Cis ging zetten, nog op zekere zin gezelligheid. En Cis zijn onsterfelijke witte, bruingevlekte hondje, dat kefte als ge binnenkwaamt en het sprong voor geweld, om Cis, die zo doof was als een hout, te waarschuwen.

 

coolen
Antoon Coolen (17 april 1897 – 9 november 1961)

Lees verder “Antoon Coolen, Ida Boy-Ed, Nick Hornby, Thornton Wilder”

Vincent Corjanus

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Toen hij nog maar 8 jaar oud was probeerde hij al woorden te vangen op papier. Zijn grote inspiratiebron is Frank Boeijen. Zijn eerste bundel “Woorden wonen in huizen” verscheen in 2012. In 2013 verscheen de tweede bundel “De Zichtbare Ziel.” Corjanus nam deel aan diverse evenementen als Dichters op het Erf in Den Andel en Poetry Musica in Amsterdam

Liefde online

Een foto van liefde
op de achtergrond van je telefoon.
Een tweet op mijn timeline,
een kus in een discotheek.
#lovehim #love.

Op facebook je ‘’vrienden’’
overtuigen dat het allemaal zo mooi en gezellig was.

Liefde online.
De liefdesbrieven zijn digitaal.
Een pot inkt gesmeten naar je beeldscherm.

Een slecht toneelstuk
in een afgebrand theater.
Romeo en Julia door de slechtste acteurs, geacteerd.
Liefde ingeblikt
in het internet.

 
Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Sarah Kirsch, Tristan Tzara, Ewald Vanvugt, Jan Luyken

De Engelse schrijver Kingsley Amis werd geboren op 16 april 1922 in Londen. Zie ook alle tags voor Kingsley Amis op dit blog.

 

Uit: Lucky Jim

 

“He and Welch might well be talking about history, and in the way history might be talked about in Oxford and Cambridge quadrangles. At moments like this Dixon came near to wishing that they really were. He held on to this thought until animation abruptly gathered again and burst in the older man, so that he began speaking almost in a shout, with a tremolo imparted by unshared laughter:

‘There was the most marvellous mix-up in the piece they did just before the interval. The young fellow playing the viola had the misfortune to turn over two pages at once, and the resulting confusion … my word …’

Quickly deciding on his own word, Dixon said it to himself and then tried to flail his features into some sort of response to humour. Mentally, however, he was making a different face and promising himself he’d make it actually when next alone. He’d draw his lower lip in under his top teeth and by degrees retract his chin as far as possible, all this while dilating his eyes and nostrils. By these means he would, he was confident, cause a deep dangerous flush to suffuse his face.

Welch was talking yet again about his concert. How had he become Professor of History, even at a place like this? By published work? No. By extra good teaching? No in italics. Then how? As usual, Dixon shelved this question, telling him­self that what mattered was that this man had decisive power over his future, at any rate until the next four or five weeks were up. Until then he must try to make Welch like him, and one way of doing that was, he supposed, to be present and conscious while Welch talked about concerts. But did Welch notice who else was there while he talked, and if he noticed did he remember, and if he remembered would it affect such thoughts as he had already? Then, abruptly, with no warning, the second of Dixon’s two predicaments flapped up into consciousness. Shuddering in his efforts to repress a yawn of nervousness, he asked in his flat northern voice: ‘How’s Margaret these days ?’

 

 

 

Kingsley Amis (16 april 1922 – 22 oktober 1995)

Kingsley en zijn zoon Martin Amis in 1992

Lees verder “Kingsley Amis, Patricia De Martelaere, Sarah Kirsch, Tristan Tzara, Ewald Vanvugt, Jan Luyken”

Tomas Tranströmer, Henry James, Daniël Samkalden, Jérôme Lambert, Benjamin Zephaniah, Wilhelm Busch, Ina Boudier-Bakker

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

The Indoors is Endless

It’s spring in 1827, Beethoven
hoists his death-mask and sails off.

The grindstones are turning in Europe’s windmills.
The wild geese are flying northwards.

Here is the north, here is Stockholm
swimming palaces and hovels.

The logs in the royal fireplace
collapse from Attention to At Ease.

Peace prevails, vaccine and potatoes,
but the city wells breathe heavily.

Privy barrels in sedan chairs like paschas
are carried by night over the North Bridge.

The cobblestones make them stagger
mamselles loafers gentlemen.

Implacably still, the sign-board
with the smoking blackamoor.

So many islands, so much rowing
with invisible oars against the current!

The channels open up, April May
and sweet honey dribbling June.

The heat reaches islands far out.
The village doors are open, except one.

The snake-clock’s pointer licks the silence.
The rock slopes glow with geology’s patience.

It happened like this, or almost.
It is an obscure family tale

about Erik, done down by a curse
disabled by a bullet through the soul.

He went to town, met an enemy
and sailed home sick and grey.

Keeps to his bed all that summer.
The tools on the wall are in mourning.

He lies awake, hears the woolly flutter
of night moths, his moonlight comrades.

His strength ebbs out, he pushes in vain
against the iron-bound tomorrow.

And the God of the depths cries out of the depths
‘Deliver me! Deliver yourself!’

All the surface action turns inwards.
He’s taken apart, put together.

The wind rises and the wild rose bushes
catch on the fleeing light.

The future opens, he looks into
the self-rotating kaleidoscope

sees indistinct fluttering faces
family faces not yet born.

By mistake his gaze strikes me
as I walk around here in Washington

among grandiose houses where only
every second column bears weight.

White buildings in crematorium style
where the dream of the poor turns to ash.

The gentle downward slope gets steeper
and imperceptibly becomes an abyss.

 

Vertaald door Robin Fulton

 

 

Tomas Tranströmer (Stockholm, 15 april 1931)

In 1965

Lees verder “Tomas Tranströmer, Henry James, Daniël Samkalden, Jérôme Lambert, Benjamin Zephaniah, Wilhelm Busch, Ina Boudier-Bakker”