Willy Vlautin, Alice Notley

De Amerikaanse schrijver, muzikant en songwriter Willy Vlautin werd geboren op 7 november 1967 in Reno, Nevada. Zie ook alle tags voor Willy Vlautin op dit blog.

Uit: De nacht valt altijd (Vertaald door Dirk-Jan Arensman)

“De 9th Street Bakery had twee jaar eerder het personeelsparkeerterrein verkocht, en op die plek stond nu een half af appartementencomplex van tien verdiepingen. Lynette moest tegenwoordig aan de straat parkeren. Dat was tot acht uur ’s ochtends gratis, en daarna betaalde ze per uur tot ze om twaalf uur weer vertrok. Die ochtend vond ze een plekje recht tegenover de bakkerij. Kenny en zij stapten uit, en ze hield zijn hand vast en droeg zijn rugzak terwijl ze overstaken. De bakkerij was dicht, maar een zijdeur stond open en ze liepen door een opslagruimte naar de personeelsruimte, waar ze haar broer aan een tafel neerzette met haar telefoon, een vel inpakpapier en een doos kleurpotloden. in deze kamer blijven, tenzij je naar de wc moet,’ zei ze. ‘Maar dan eerst mij opzoeken. En niet te lang wachten, zoals gisteren, want ik ben vergeten schone kleren voor je mee te nemen vandaag. Dus het ophouden en mij komen opzoeken, oké? Het ophouden, en dan mij komen opzoeken. Je weet waar ik ben. Ik zal niet boos worden. Echt niet. Ik zal juist blij zijn als je het komt zeggen. Begrepen?’ Hij knikte, en ze startte de film Toy Story op haar telefoon en vertrok. Ze klokte om vier uur in en begon aan haar dienst als hoofd banketbakker, haalde de croissants en koffiekoeken uit de rijskast en deed ze in de oven. Elk uur ging ze de personeels-ruimte in om even bij haar broer te kijken. Dan ging ze met hem naar de wc’s en probeerde ze hem zover te krijgen dat hij ging, of ze startte een volgende film op haar telefoon. Om zeven uur nam ze haar eerste echte pauze en ging bij hem zitten. Kenny wees door het raam naar buiten. ‘Ik heb vandaag geen tijd, maar je mag wel even een blokje om lopen. Maar als je dat doet, moet ik de telefoon hier houden.’ Kenny schudde zijn hoofd. Je kunt niet allebei hebben, dat weet je best. Eentje kiezen.’ Kenny gaf haar de telefoon. Niet stilstaan tenzij je Karen voor Fuller’s ziet staan wachten, oké? Als je haar ziet en ze nodigt je uit om binnen te komen, dan mag je naar binnen. Maar als ze er niet staat, niet met zwervers praten, zeker niet als ze jong zijn. En als ze honden hebben, dan draai je je gewoon om en kom je weer terug hiernaartoe. Dat soort honden wil niet geaaid worden. Weet je nog wat er de vorige keer gebeurde? Die beet deed heel erg pijn en je was heel bang. Dus geen honden aaien. Zeker niet de hond van een zwerver: Ze trok hem zijn jas aan, trok zijn muts over zijn hoofd en gaf hem een kus. Ze haalde de zijdeur van het slot en keek toe hoe hij over het trottoir liep. Ze haalde een kop koffie, ging aan tafel zitten en belde naar Fuller’s Coffee Shop. ‘Met Lynette. Kenny komt eraan. Kun je hem één pannenkoek en twee roereieren geven? De roereieren moeten op de pannenkoek liggen, anders eet hij ze niet. En wil jij de siroop erover schenken, net als altijd? Als je het hem laat doen, gebruikt hij de hele fles.”

 

Willy Vlautin (Reno, 7 november 1967)

 

De Amerikaanse dichteres Alice Notley werd geboren op 8 november 1945 in Bisbee, Arizona. Zie ook alle tags voor Allice Notley op dit blog.

 

Als een krassende plaat

Als een krassende plaat – mijn documenten zijn opgenomen op oude apparatuur.
Als er niets anders te doen is dan je in transparant plastic te wikkelen en je te zien
ademhalen, jij, schat, zodat ik beter kan worden, is het omdat dat alles is waar ik voor geboren ben.
Als geen van de nieuwe woorden waar is voor jou, verspreiden de oude zich allemaal
in krassende kringen, zei ze om het midden van de toon aan te pakken, maar de
toon kan overal zijn waar ik smeek.
Het patroon is gescheurd waar we het niet zullen weven, dus gaat ze hier achter de
rol aan die ze nog steeds wil zingen in geen enkel licht behalve in dat binnenin de plaat. Is niet
dat verhaal zelf helemaal verdwenen,
en jij geloofde
dat ze een moordenaar was, geen tovenaar: zoals soldaten in ons binnenglippen en geen
vloek uitspreken maar eentalig gezang langs de kling
Ik ben het krassende vloek
document niet binnenin woorden maar centra van tonen om te verdwijnen door
zwarte pailletten. Ze leeft nog steeds
weet zij het?
Ze willen dat we weten wat ze zeiden; ze willen allemaal dat we ze herkennen.
Ik herken alleen een baby die ademt
elke toon. Ze willen dat ik haar de nieuwe Medea laat zijn. Ze zijn bang
omdat ze deze woorden niet kennen, hoewel woorden vertrouwd als geesten langs
de kust zingen ik ben mooi voor de geest chant zuster.
Accepteer deze magische tonen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alice Notley (Bisbee, 8 november 1945)

 

Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn blog van 7 november 2020 en eveneens mijn blog van 7 november 2018 en ook mijn blog van 7 november 2017 en ook mijn blog van 7 november 2015 deel 2.

Johann Scheerer, Werner Söllner

De Duitse schrijver, muzikant en muziekproducent Johann Scheerer werd geboren op 6 november 1982 in Henstedt-Ulzburg. Zie ook alle tags voor Johann Scheerer op dit blog.

Uit: Unheimlich nah

„Trotzdem waren 5000 Mark, ich meine 2459,70 Euro, deutlich mehr, als ich eingeplant hatte. Ich holte Luft. »Eigentlich wollte ich doch nur die Bremsen checken lassen«, sagte ich vorsichtig und blickte erneut, diesmal aber leicht nach vorn gebeugt, zum Auto, als könnte ich so erkennen, ob die Bremsen neu wären. »Yo. Steht hier auch: ‘Test Bremsbeläge( – war alles gut. EC oder bar?« Langsam richtete ich mich wieder auf und schaute den Mechaniker an. »Wieso mussten Sie dafür die gesamte Verkleidung des Innenraums rausnehmen?« Er wirkte genervt. »Mensch, Junge, Markus hatte angerufen und gelacht, dass wir die Knöppe hier auch noch machen sollen. Wie bei den anderen Fahrzeugen.« Ich stand auf dem Schlauch. »wer ist Markus?«, fragte ich. »Markus I« Er sagte den Namen etwas lauter, wohl in der Annahme, er würde den Groschen mittels Schalldruck zum Fallen bringen. Ich zuckte mit den Schultern. »Markus – Mensch, wie heißt der noch mit Nach-namen?« »Ich weiß es nicht«, antwortete ich wahrheitsgemäß. Der Mann blätterte in seinen Unterlagen und seufzte. »Da. Markus … Kramer!« »Ach so. Eine Sekunde bitte.« Ich zog mein Nokia 3310 aus der Hosentasche. Mit zwei Tastendrücken kam ich zum Adressbucheintrag »aaaaaaaaaaaaa« und wählte. Mit dem Handy am Ohr ging ich vor die Tür. Es meldete sich sofort jemand. »Zentrale, hallo?« »Moin, hier ist Johann, ist Herr Kramer da?« »Der müsste eigentlich direkt bei dir vor der Werkstatt sein.«
Ich blickte mich um. Kramer kam auf mich zu. Er war nur noch wenige Meter von mir weg. »Alles klar. Danke«, sagte ich in den Hörer und legte auf. »Moin«, grüßte ich ihn. »Alles okay hier bei dir?«, fragte er mich freundlich. Seine schwarze Funktionsjacke, die gerade so seine Hüften bedeckte, trug er offen, obwohl es nur wenige Grad plus hatte. Darunter ein ebenfalls offenes, dickes Karoflanell-hemd und darunter eine Schicht, die ich als Skiunter-wäsche identifizierte. Das perfekt-unauffällige Outfit, mit dem er für alle Witterungsverhältnisse gewappnet war. »Ja, alles okay«, antwortete ich beiläufig. »haben Sie mit der Werkstatt irgendwas besprochen?« Kurz sah er mich an. als wüsste er nicht, was er sagen sollte, doch dann legte er umso schneller los. Seine militärisch gedrillte Sprache, die es schaffte, sogar den unbetonten Wörtern im Satz eine abgehackte Betonung zu geben, schoss auf mich ein. »Du fährst die Woche auf deine Tour. und da wollten wir nur sichergehen, dass wir quasi mit an Bord sind. Wir haben noch zwei Features installiert.« Er sagte wir, als hätte er die Arbeiten selbst durchgeführt. Deine Tour, hallte es in meinem Kopf nach. Ein Teil meines Privatlebens, ein simples Vorhaben, stand vermutlich schon irgendwo auf einem Plan als übergeordneter Punkt einer langen Liste von kryptischen Unterpunkten. Während er sprach, bewegte er sich zum Eingang der Autowerkstatt. Ich würde es nicht verhindern können, dass wir gemeinsam den Raum betraten und der Mechaniker denken müsste, dass ich mir Hilfe geholt hatte. Peinlich. Leider entsprach es noch dazu der Wahrheit.“

 

Johann Scheerer (Henstedt-Ulzburg, 6 november 1982)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

 

Leg de pen neer

Leg de pen neer, alles is
gezegd. Aan je voeten de hond, een warm
slapend zakje dat van tijd tot jankt omdat jij
er nog steeds bent. Op de planken achter je woorden, woorden
woorden. Rommel en wonderen. Vervulling
en leegte. Zoveel gesproken heb je en niets
gezegd. Niets over de waarheid, over de dwaling
nog minder.

Voor het raam schreeuwt een merel alsof hij losgelaten is
uit de hel. Zon en aarde, een oud
koppel, slechts bij elkaar gehouden door de aantrekkingskracht
van de angst voor elkaar. Of uit de schoot van het zwijgen
de ijzige adem van geluk ooit nog terugkeert?

Heb geen angst, kleine vogel. En geen
verdriet. Om niets en om niemand. Sneller
dan je kunt vergeten, zal het huis
leeg zijn. De laatste spullen ophaalklaar
langs de weg. Ook voor jou, kleine
Chimaera in het heelal, treur niet. Geen god, een
gloeiende klomp ijs jaagt achter je aan.

Niets, droomt
de hond, wordt gezegd. Hij zegt dat alles
gedroomd is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Söllner (10 november 1951 – 19 juli 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2018 en eveneens mijn blog van 6 november 2017 en ook mijn blog van 6 november 2016 deel 2.

Allerzielen (Gaston Burssens), Ilse Aichinger, Kees van den Heuvel

 

Bij Allerzielen

 

Allerzielen door Aladár Körösfői-Kriesch, 1910

 

Allerzielen

De rosse blaren van de najaarsbomen
beleggen ’t macadam met gouden zomen.
Er dwaalt een blijde stemming in de stad
van wemelende mensen, weeldezat.
De zon met gouden draden, fijn als rag
spint haar kleed voor allerheiligendag.

Ach kind er hangt
een waas van weemoed over!
zie jij ’t dan niet?

De glans van zon en lover
is niet zo helder als je meisjeslach;
‘t is immers morgen allerzielendag!

Voel jij niet dat in elke vreugde trilt
het leed om ‘t niet bezit van wat je wilt?
Het leed om ’t niet-bezit van je verlangen,

Zo dat de zon half
in de mist blijft hangen.

 

Gaston Burssens (18 februari 1896 – 29 januari 1965)
De Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dendermonde, de geboorteplaats van Gaston Burssens

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Hooi

Hooi,
hooi in de kinderschuren,
waar te verbranden
of zichzelf voor altijd te verliezen
even gemakkelijk is.
Gebundeld hooi,
hooi op de velden,
hooi als bij de dodelijke verscheidenheid
van de mogelijkheden zomaar
bij elkaar gevoegde letters,
deze richting,
maar geen andere.
Hooi dat in de wind vliegt,
op de droge stoppels achterblijft,
voor altijd gescheiden van de anderen,
dat wacht op de sneeuw,
die de hemel ervan weg zal nemen,
zijn onbeweeglijke, doffe evenbeeld.
De zekerheid dat er geen troost is,
maar het gejubel.
Hooi, sneeuw en einde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

De Nederlandse dichter en vertaler Kees van den Heuvel werd geboren op 2 november 1960 in Mill. Zie ook alle tags voor Kees van den Heuvel op dit blog.

Uit: Medelijden, medeleven, bijna: vriendschap.  Hans Werkman en Willem de Mérode (Samen met Cees van der Pluijm)

“Hans Werkman: In het begin heb ik De Mérode te eenzijdig positief gezien, qua karakter. Ik kwam bij Meertens [P.J. Meertens, een vriend met wie De Mérode uitvoerig heeft gecorrespondeerd; KvdH/CvdP] en het eerste dat hij vroeg, was: ‘Wat vindt u van hem?’ Ik had me daar nog niet mee beziggehouden, dus ik moest snel wat verzinnen. Ik zei: ‘Ik vind hem een integer man.’ Meertens zei toen: ‘De Mérode was helemaal geen integer man. Hij was een roddelend oud wijf.’ Dat vond ik heel ontluisterend.

Later ontdekte ik dat De Mérode een moeilijke man is geweest. Hij is zo geworden door die rampzalige tijd in 1924, dat heeft hem in zijn schulp gejaagd. Vóor die tijd bewaarde hij de meeste van zijn brieven, daarna niet meer. Hij schreef aan Meertens: ‘Ik verbrand jouw brieven onmiddellijk, doe die van mij alsjeblieft ook weg.’ Gelukkig heeft Meertens dat niet gedaan, maar in De Mérodes archieven heb ik maar weinig brieven gevonden. Dat zegt mij dat hij zeer argwanend is geworden.

U had geen afgerond beeld van De Mérode toen u aan de biografie begon?

Hans Werkman: Je kunt geen afgerond beeld hebben van degene over wie je moet schrijven, want dat leven is voorbij en je kunt het niet van dag tot dag reconstrueren. Wat je probeert, is met de fragmenten die je terugvindt een beeld te bouwen en je moet je daarbij voortdurend afvragen of het wel klopt. Het is te vergelijken met een vaas die gereconstrueerd wordt aan de hand van een aantal scherven. Daaraan wordt een heleboel klei toegevoegd om een idee te krijgen van de waarschijnlijke vorm. Nu moet je daar ook weer niet te pessimistisch over zijn, want de hoofdlijnen worden toch wel duidelijk, maar je moet niet de vaas naboetseren en je al te veel vrijheden veroorloven. Ik wil niet de feitenbiografie gaan verdedigen, want je moet een aantal witte plekken invullen, maar je moet aangeven waar je dat doet. Van der Plas, bij voorbeeld, heeft dat te weinig gedaan in zijn Gezellebiografie. Hij heeft knap werk geleverd, maar het is naar mijn smaak te subjectief. Het is geen wetenschappelijke biografie.”

 

Kees van den Heuvel (2 november 1960 – 11 januari 2010

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn blogs van 2 november 2018.

All-Saints’ Day 1867 (Ada Cambridge), Ilse Aichinger

 

Bij Allerheiligen

 

Het Landauer-altaarstuk. Allerheiligen door Albrecht Dürer, 1511

 

All-Saints’ Day (1867)

Blessed are they whose baby-souls are bright,
Whose brows are sealèd with the cross of light,
Whom God Himself has deign’d to robe in white-
Blessed are they!

Blessed are they who follow through the wild
His sacred footprints, as a little child;
Who strive to keep their garments undefiled-
Blessed are they!

Blessed are they who commune with the Christ,
Midst holy angels, at the Eucharist-
Who aye seek sunlight through the rain and mist-
Blessed are they!

Blessed are they-the strong in faith and grace-
Who humbly fill their own appointed place;
They who with steadfast patience run the race-
Blessed are they!

Blessed are they who suffer and endure-
They who through thorns and briars walk safe and sure;
Gold in the fire made beautiful and pure!-
Blessed are they!

Blessed are they on whom the angels wait,
To keep them facing the celestial gate,
To help them keep their vows inviolate-
Blessed are they!

Blessed are they to whom, at dead of night,-
In work, in prayer-though veiled from mortal sight,
The great King’s messengers bring love and light-
Blessed are they!

Blessed are they whose labours only cease
When God decrees the quiet, sweet release;
Who lie down calmly in the sleep of peace-
Blessed are they!

Whose dust is angel-guarded, where the flowers
And soft moss cover it, in this earth of ours;
Whose souls are roaming in celestial bowers-
Blessed are they!

Blessed are they-our precious ones-who trod
A pathway for us o’er the rock-strewn sod.
How are they number’d with the saints of God!
Blessed are they!

Blessed are they, elected to sit down
With Christ, in that day of supreme renown,
When His own Bride shall wear her bridal crown-
Blessed are they!

 

Ada Cambridge (21 november 1844 – 19 juli 1926)
St Germans church in Wiggenhall St Germans, de geboorteplaats van Ada Cambridge

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Tijdig advies

Ten eerste
moet je geloven,
dat het dag wordt
als de zon opkomt.
Maar als je het niet gelooft,
zeg ja.
Ten tweede
moet je geloven
en met al je kracht,
dat het nacht wordt,
als de maan opkomt.
Maar als je het niet gelooft,
zeg ja
of knik toegeeflijk met je hoofd,
dat accepteren ze ook.

 

Vertaald door Fans Roumen

 

Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2018 en ook mijn blog van 1 november 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook mijn blog van 1 november 2009.

Matthias Zschokke, Harald Hartung, Michel van Stratum

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

Uit: Auf Reisen

„Dann natürlich das Goethehaus. Schon nur das Entree, in das er sich eine so genannt italienische Treppe hat einbauen lassen, eine Art Behindertenrampe mit extrem niedrigen Stufen, über die er den Besuchern entgegengleiten oder -schweben konnte. Wer Schauspieler kennt, weiss, welch magischer Ort eine Treppe für sie ist; ein Auftritt über die Treppe ist das schönste Geschenk, das man einem Showstar machen kann. Goethe war Theatermann. Das ganze Haus ist durchinszeniert mit sicherem Gespür für Effekt – angefangen beim viel zu grossen Junokopf im Salon, dem die Aufgabe zukommt, den ankommenden Gast zu überwältigen, was er bravourös schafft.
Alles stellt Kunstsinn dar, Süden, Überfluss, Grosszügigkeit, souveräne Nonchalance, doch alles ist Bühnenbild, Requisit. Die griechisch-römischen Plastiken sind Kopien aus Gips (zum Teil angemalt, damit sie Bronze spielen können). Die italienischen Malereien sind ebensowenig Originale; ein Herr Meyer aus Stäfa hat sie in Goethes Auftrag in Italien abgemalt. Alles ist ein bisschen eng, behelfsmässig.
Das sind auch die herzöglichen Schlösser, Rumpelschlösschen, in denen Marmor prinzipiell nur gemalt vorkommt und Fussböden aus einfachen Brettern zusammengenagelt sind; Parkett ist ein seltener Luxus; Statuen – darunter so zauberhafte wie “Die Frierende” im Schloss Tiefurt – konnte man sich nur als Nachbildungen aus Papiermaché leisten. Ein ganzes kleines Fürstentum, alles andere als vermögend, das sich streckt nach hehrer Grösse, Freizügigkeit, Offenheit, Lebensideal. Klassik nicht als Erhabenheit, keine kalte Pose, kein erklommener Gipfel, nichts Erreichtes, sondern etwas Geträumtes, etwas heiss Ersehntes. Das wusste ich nicht; es hat mich für sich eingenommen.
Die Parkanlagen, die das Stadtschloss, die Sommersitze und das Städtchen offen miteinander verbinden, ohne Mauern, die das Fliessen stören, die morschen Villen, die später dazugekommen sind, die Ilm, die sich frei durchschlängelt, die Schwäne darauf, die Rostbratwürste an den Strassen (unbedingt vom Holzkohlengrill), das Café am Frauentor (unbedingt thüringische Schmandtorte), das Neue Museum (unbedingt), die Pension im Haus der Frau von Stein, verwunschen wie Dornröschens Schloss, in der schon Marlene Dietrich wohnte, als sie noch Geigenvirtuosin werden wollte und in Weimar Unterricht nahm – das alles ist zutiefst deutsch, schwermütig, mit dem innigen Wunsch nach Heiterkeit, melancholisch zum Umarmen.
Dummerweise fiel eine Nacht meines Aufenthalts auf den Eröffnungstermin von “Weimar Kulturstadt Europas”, zu dem alle Hotels ausgebucht waren. Ich musste den “Amalienhof” verlassen. In der Tourist-Information am Markt sitzen jedoch kompetente Leute, die mich umgehend in einer Privatpension (“Gisela”) unterbrachten, einer Gründerzeitvilla in der Nähe des Nietzschehauses, wo ich die Beletage mit Erkerzimmern, Bad und einer geräumigen Terrasse über der Altstadt zugeteilt kriegte (die Inneneinrichtung vielleicht etwas kühn, aber die Lage, die Ruhe, der Raum lassen das vergessen).“

 

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

 

De Duitse schrijver, dichter en literatuurwetenschapper Harald Hartung werd geboren op 29 oktober 1932 in Heme. Zie ook alle tags voor Harald Hartung op dit blog.

 

Oliedruk (1973)

Bij de waterleidingvijver het dunne
laagje water op het ijs: ik zie
altijd een andere foto de
goedkope oliedruk

boven het bed van mijn ouders: een vijver
zoals deze zwart met water-
rozen en in de bekranste boot
vlezige engelen

rozige konten die driftig
springen als voor de spiegel
iemand die zich op de foto over de rand van de boot
buigt naar het water

waar lichtjes trillen van zoveel
muziek en dan is het al zijn beurt
om te springen en in de
zak zoals de andere

kinderen springt hij en valt en bespeurt
war gras of haar, blijft voor zijn gevoel
jaren liggen of gaat als
vreemdeling voorbij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harald Hartung (Herne, 29 oktober 1932)

 

De Nederlandse dichter en schilder Michel van Stratum werd geboren in Goirle op 29 oktober 1970. Zie ook alle tags voor Michel van Stratum op dit blog.

 

CREATUUR VAN DE NACHT

Creatuur van de nacht
Eenzaam samengebracht

Hij gelooft niet meer
Maar dartelt en spartelt
Opgetogen, ingetogen
Al zijn sporen verbrand

Door
De onstuimigheden

Van zijn éigen beloofde land…

 

Michel van Stratum (Goirle, 29 oktober 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 2 en eveneens deel 3

Maartje Wortel, Andrew Motion

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Zie ook alle tags voor Maartje Wortel op dit blog.

Uit: Dennie is een star

“Op een dag zei iemand die ik heel serieus neem — en dat komt niet zo vaak voor, ik neem om te beginnen mensen die zichzelf serieus nemen al niet serieus en iedereen neemt zichzelf vandaag de dag serieus —tegen mij: Jij leeft niet in de tijd, Ted. Je leeft ook niet in de realiteit. Maar, zei ze, dat is logisch. Want wie niet in de tijd kan leven, kan ook niet in de realiteit leven. Ik weet niet wat tijd betekent, zei ik. Dus ik snap eigenlijk niet goed wat je nu bedoelt. Ik keek naar de vrouw. Ze had zachte, half dichtgeknepen ogen en ze sprak met haar handen, of eigenlijk met haar vingers. Alsof ze met onzichtbare balletjes tussen haar vingertoppen speelde. Sommige mensen hebben dat, die kunnen spelen met wat ze willen. Jij kijkt alleen maar terug of vooruit, zei ze. En dat zijn altijd momenten die er niet zijn. Ze keek me veelbetekenend aan. Het viel me op dat haar ogen er waterig uitzagen, bijna doorzichtig, alsof ze van aquarelverf waren. Verder toonde ze erg veel gelijkenis met Loes Luca. Daar moest ik niet te lang bij stilstaan, want anders dacht ik alleen nog maar aan Loes Luca. Het is typisch menselijk, zei de vrouw met de aquarelogen. Wat? vroeg ik. Om te knoeien, met tijd en realiteit. Ik dacht aan knoeien en zag kleuren voor me die door elkaar heen liepen als een uitgewreven vlek en dat was precies zoals ik me al tijden voelde. Vaak kon ik er niet van slapen en dacht ik alleen maar: ik ben een vlek, een vlek waar niemand iets van kan maken. Ik vroeg me af hoe de ene mens — hoe betrouwbaar en intelligent die ook overkomt — kan weten wat andere mensen wel of niet kunnen, hoe ze in elkaar zitten en handelen, denken, voelen. Ik dacht eigenlijk dat er niets anders op zat dan knoeien, maar ik zei: Ja. Alsof ik haar begreep. Soms denk ik dat iemand anders gelijk geven hetzelfde is als je begrepen voelen. Je knikt en er ontstaat een verstandhouding. Maar het is de schijn van een verstandhouding, want ik weet niet of ik ooit het gevoel heb gehad dat ik iemand echt begreep als kon ik er niet van slapen en dacht ik alleen maar: ik ben een vlek, een vlek waar niemand iets van kan maken. Ik vroeg me af hoe de ene mens — hoe betrouwbaar en intelligent die ook overkomt — kan weten wat andere mensen wel of niet kunnen, hoe ze in elkaar zitten en handelen, denken, voelen. Ik dacht eigenlijk dat er niets anders op zat dan knoeien, maar ik zei: Ja. Alsof ik haar begreep. Soms denk ik dat iemand anders gelijk geven hetzelfde is als je begrepen voelen. Je knikt en er ontstaat een verstandhouding. Maar het is de schijn van een verstandhouding, want ik weet niet of ik ooit het gevoel heb gehad dat ik iemand echt begreep als ik knikte, dat betekent dus dat ik niet kan weten of iemand mij ooit echt begrepen heeft. Ik denk niet dat ik daar de enige in ben. Sommige mensen voelen zich begrepen door God of door een natuurverschijnsel als de zee, een berg, een dier, een zwart gat. Maar door andere mensen?”

 

Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Een glas wijn

Precies zoals de ondergaande zon
de helling van de tuin scheert,

precies zoals een duif
die op stok gaat probeert te zingen
en eindigt met gekreun,

precies zo als het piepen
van iemands automatische autoslot
sterft in een stel
kleine echo-naschokken,

duikt uit de menigte
een welgevormde hand van wolken op
van luchtige niemendalletjes die van de wind
de hele dag over ons heen mochten tuimelen
en wijst de weg

naar zijn eigen verval
maar niet voordat
een laatste zonlicht-huivering weg
stroomt over onze tuinvloer

zo gestaag, zo langzaam
dat hij je alles laat zien wat je moet weten
over dit glas dat ik naar je ophef,

zijn open oog,
genoeg om het hele gewicht van de hemel te dragen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2021 en ook mijn blog van 26 oktober 2018 en ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

Michel van der Plas, Masiela Lusha

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

Het gaat niet over

Het gaat niet over. Het woont ergens tussen
keel en knie. Soms is het lastige pijn,
soms een warme inval. Het wil een kussen
en een boot. Het dreint; het kan teder zijn.

Nu strijkt het met fijne vleugeltjes tegen
mijn hart, straks steekt het opeens doornen uit.
Of het begint in mijn schouders te wegen,
een loden sireneachtig geluid.

Konden wij leven zonder het te voelen;
een rivier zijn zonder zee te bedoelen;
vrolijk veranderen, onaangeraakt.

Of het desnoods houden, maar ermee leven
als met een koorts en het die naam niet geven
die het omhulsel voorgoed naamloos maakt.

 

Leven

is bezig zijn met dood te gaan. Is leren
roerloos te liggen in een mooi misschien.
Afscheid nemen van stappen die niet keren.
Vier drie twee keer elkander nog maar zien.

Schrijven Kom bij me, maar er zelf uit lezen
Daar ga ik dan. Met het hart op de hand
de spiegel nog verklaren niets te vrezen,
en er, ontzet, ook niets in zien, niemand.

Dan zitten, kouder leren liggen, samen
met niets. Geen post meer krijgen. En een naam
doorstrepen op verjaarskalenders. Namen.

O ja denken. En Toen. Eindeloos omdraaien,
en weten dat dat kloppen aan het raam
de wind is die waar hij het wil gaat waaien.

 

Het paard

’s Nachts, langzaam en geluidloos, als een grote
vlek op de mist, stapte het door de heg
en stond, van brons, op vastberaden poten
adem te halen midden op de weg.

Doodstil en recht, als om te vergelijken.
Meer dan zijn lichaam; dromend dier niet meer,
maar gretig luisteren, hongerig kijken,
alles verwachtend: vleugels, zee, onweer.

Daar draafde het weg, kiezend of uitverkoren?
driftige vrijheid, trappelend begin;
binnen de nevels al, maar nog te horen:
een raadselachtig eindigende zin,
maar weerklank in oneindigheid beschoren.
Ik stond aan ’t raam en hield mijn adem in.

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Noem ons vrouwen

Al jullie mannen…
Wat zit er in jullie vuisten?

In jullie ogen,
Tong,
& Verstand?

Jullie godenbendes
Bieden druppels van het leven aan,
& wij vrouwen
Dragen het,
Bakken het
& doorstaan het
Tot het verandert in
Een zaadje van de hemel.

Dat we met onze mond voedden,
Streelden met ons bloed,
& we luisterden naar zijn borrelende liedjes
van het leven
Door onze huid.

Jullie buiken,
Welke lounge-goden van de man,
Van veranderende passie
& woede,

Kunnen nooit het gewicht
van een schelp muteren
In een ademend wezen zo krachtig
Als jezelf.

Het is ons geschonken,
want een man zijn
is kracht overbrengen,

Maar een vrouw zijn,
Is koesteren
& dit en meer aanreiken
Op een aparte schaal en onszelf,
& soms, op jou.

Dus noem ons vrouwen,
& onthoud wie we zijn

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 23 oktober 2018 en ook mijn blog van 23 oktober 2017.

A. F.Th. van der Heijden, Katha Pollitt

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Mooi doodliggen

.“Het gebouw van de Verenigde Naties deed me altijd al aan een staande grafsteen denken, maar nu er wolkflarden langs de blauwe lucht joegen, leek de zerk ook nog eens over te hellen om me in z’n trage val te verpletteren. De wind tilde de vlaggen van de aangesloten landen hoog op, en wond ze dan weer klapperend om hun mast. Ik probeerde me met een hoofdschudden van het gezichtsbedrog te ontdoen, maar bleef in trance naar de wolkenkrabber staan kijken, waarvan de scharnierende beweging zich niet zomaar liet wegredeneren.
Zelfs binnen nog, in de vergaderzaal van de Veiligheidsraad, waarde de duizeling door mijn hoofd, en was er de suggestie dat ik me in een langzaam kapseizend gebouw bevond. Ik stelde me aan. Ondertussen zochten mijn ogen de verlichte bordjes van de nooduitgangen. Een holle zerk, dat was een grafsteen op een koopje – die de wereld nog duur kon komen te staan.
‘Zo, Haandrikman, op jacht naar foto’s?’ Een Vlaamse collega, die ik wel vaker bij zulke gelegenheden trof. ‘Je verkoopt ze voor grof geld, begrijp ik.’
‘Door omstandigheden, Camiel, ben ik toegetreden tot de schrijvende pers.’
‘Ach ja, natuurlijk. Je zit ze op de hielen, ik weet het. Voor welke krant?’
‘Algemeen Nederlands Persbureau. Zeg, heb jij Moerasjko hier ergens gezien?’
‘Help me op weg, Natan.’
‘Grigori Moerasjko. Vrij lange man. Eeuwige stoppelbaard… bovenop kaal. Russisch journalist. Luis in de pels van het Kremlin.’
‘Standplaats Kiev,’ herinnerde Camiel zich nu. ‘Niet gezien.’ De zaal vulde zich met publiek, en ook het persvak raakte snel vol. Nog steeds geen Grigori.
‘Hij zou zeker komen,’ zei ik. ‘Hij volgt alles rond MX17. Hij heeft materiaal aangedragen voor dat rapport van vanmiddag…’ ‘Misschien is hij beducht voor de lijfwachten van de Russen,’ zei Camiel. ‘Je weet wat er toen in Washington gebeurd is.’
‘Dan ken je Grigori slecht… voor de duvel niet bang.’

‘Enfin, hij is vorig jaar toch ook, na al die bedreigingen, van Moskou naar Kiev gevlucht?’
Net op dat moment verzocht de voorzitter iedereen plaats te nemen. Ik keek nog eens het journalistengedeelte rond: geen Grigori. Camiel spoedde zich naar zijn laptop. De delegaties van de verschillende landen gingen zitten. De Russen en de Nederlanders zaten niet meer dan vier, vijf stoelen van elkaar af. Beter voor het drama als ze buren waren geweest. Ik lette goed op onze minister van Buitenlandse Zaken, die zo meteen het woord zou voeren. Een tengere man. Donkerblauw pak, hardroze stropdas. Het magere, ingevallen gezicht grauw van de zenuwen.
Ik was hier eerder: voor de eerste keer in juli 2014, bij de veelbesproken toespraak van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, kort na de ramp. De man probeerde de laatste ogenblikken van de 298 slachtoffers aanschouwelijk te maken, dus ook die van mijn ouders. Hoe ze elkaar ten afscheid nog in de ogen gekeken hadden, vingers ineen klauwend. Hij sprak vlekkeloos Engels, daar niet van, maar dat gaf nou juist iets vals aan de redevoering.”

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Lunaria

Nu ik helemaal
klaar ben met de lente
ongebreideld in paars
en gerafelde bladeren

en ook met de zomer
zijn grote groene manen
die opkomen door
de ademloze lucht

bleek stoffig als
de vleugels van Luna
zou ik graag willen stuiten op
oktobers kou

zoals de zilveren maanplant
Eerlijkheid
die zijn donkere zaden
richting winter draagt

een papieren lantaarn
van binnen verlicht
en schijnend op
de gevallen blaadjes.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Dood Punt

Ik schuil in taal. Woorden
rijzen rechtopstandig op de blinde
speerpunt van mijn zinnen.
Ik folter en aanbid ze
in een afgoddelijk gericht.
Ik breek hun schaal.
Ik kerf een totempaal
tot hun gekarteld teken.

De dag verzuilt.
De tijd staat heidens stil.
De zon telt koppensnellend zijn trofeeën.
Ik wordt een opgezet dood dier.
Ik ben niet hier. Dit is
mijn stoffelijke overschot.
Ik tuimel in een valkuil
in de wolken.

 

Het vlees is gewillig, maar de poëzie is zwak

1.
Ik kan niet zeggen dat ik ongelukkig ben
als ik je hoor lachen in de kamer naast die
waarin ik zit te schrijven, als ik bedenk:
wij eten samen aan één tafel,
wij slapen samen in één bed
en soms zijn we dat-raad-je-wel.
Nee, ik kan niet langer zeggen dat ik
ongelukkig ben. Je lachen doet mijn pen
haperen, wanneer zij wil vervallen in een
variatie op een dichterlijke nostalgie.
Natuurlijk is er méér dan één manier
om klaar te komen. Maar daarvoor is
een vrijer ritme nodig dan het
voorgeschreven metrum van de
poëzie.

2.
Misschien kunnen wij wel zeggen
dat wij gelukkig zijn, alsof dit
vanzelfsprekend was in deze tijd.

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)
Portret door Sandra van den Bremt

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

De herinnering aan bloemen

Gelukzaligheid in de lucht
Het snijden van bloemblaadjes, helder levend
Op puur licht, onbestendige dauw.
Dit is het concept van de roos
En zingend ochtend
Kristal boven witte kiezelstenen in het zwembad.

Jij die het je herinnert,
Weet dat de geest groeit als schuim op vlak water
Opgejaagd door staal en wind;

En loop in de schemering op plaatsen zonder huurders
Terwijl je de aarzelingen van gevallen bladeren beluistert;
Betreed de mistige ruimtes die zijn opgedroogd door de zomer,
Violet en goud van de stervende herfst,
Sluiers van zonsondergangslicht gemorst dromend in duisternis
Over de stammen van bomen.
Je zult de winter niet vrezen,
Afmetingen in de lucht zullen je niet benauwen,
Verdriet, noch opeenvolging van dagen.

Als je wilt, neem dan deze andere lieftalligheid op:
Bleke vrouwen weelderig gekleed
Wandelen langzaam in de tuinen,
In het herfstbos, In de avondlucht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Zaterdag

Eigenaardig. De laatste tijd
bekruipt mij de sensatie dat ik een ziel heb.
Buiten is het donker en binnen brandt een lichtje.
Er is muziek en poëzie en een meisje dat door de kamer danst,
niet alleen in de kamer, maar ook in mij.
Ik zou zelfs naar kantoor kunnen gaan.

Ach… er waren tijden dat ik tienermoeders keek op MTV.
In die tijd draaide ik muziek, om het even welke muziek.
En als mijn vriendin danste, zag ik haar uit mijn ooghoeken.
En de poëzie die ik schreef, was bitter en overspannen.
Maar vandaag, terwijl de dag wordt vol geregend,
heb ik mijn leven teruggevonden.

Mijn ogen hebben weer ogen gekregen.
Van mijn buitenste naar mijn binnenste oren
sijpelen gefluisterde, troostrijke boodschappen door.
Verrukkelijk. Kijk eens hoe ik hier zit,
met al mijn kleine en grote misdaden.

Nu ik weer een ziel heb, is het onmogelijk
om te falen. Vandaag zoek ik de hele dag
naar het juiste woord voor de beweging
van grote loofbomen in wind, vergeefs als altijd,
maar met een oneindig vertrouwen.

 

Zondagochtend

De hele lege dag
staat de auto achter het huis te wachten.
Morgen moet ik naar kantoor om deze tijd.
De auto staat klaar.
Hij wacht op mij.
Mijn vriendin verbiedt mij aan morgen te denken.
Vandaag ben je vrij.
Deze vrijheid, deze hele dag van vrijheid
is mij contractueel toegekend.
Ik zou heel even in de auto kunnen gaan zitten.
Op het koele leer. En de radio aanzetten.
Om te voelen hoe het is naar mijn werk te rijden,
zonder dat ik naar mijn werk rijd.
Ik voer mijn plan uit.
Dit is nochtans de vrijheid waar ik recht op heb.
Dit is vrijheid.
Ik streel het stuur, draai het raampje open.
Wacht een uur.

 

Contract

Ik ben vandaag in dienst getreden van het goede,
met inzet van al mijn beperkte middelen,
om de wereld tot een betere planeet te maken.

Ik ga er werk van maken, de verbeterde schepping,
de fouten die Darwin en God hebben gemaakt,
de inborst van de mens afwerken,
bewustzijn in het productieproces brengen.

Het wordt tijd haar eindelijk eens op te graven,
onze betovergrootmoeder, de Deugd.
Die kinderachtige verheerlijking
van de ondeugd, lekker stout,
het heeft nu lang genoeg geduurd.

Wij gaan dineren in een bos
met een ingehuurde beroemdheid
en schrijven ieder drie ideeën op
om de wereld te veranderen.

Niemand weet waar het heen gaat;
wij gaan daar orde in aanbrengen.

Omdat ik voor het goede ga werken, is mijn salaris enorm.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

ter hoogte van de sneeuwklokjes

tussen winter en lente
wordt iets zacht tussen
adelaar en merel komt
een gezang in gang tussen
vernietigen en vernietigd worden
ligt een bewustzijn onder
fijne ribspanning op de bank

blijf gewoon naar je kijkbuis kijken
de weersvoorspelling valt tegen
terwijl de schoenen drogen
de gedachte aan het kopen
van zonnebrandcrème dwaalt nog vergeten
rond terwijl jij naar het bloembed
staart en telt

de maanden dagen uur
totdat de klok wordt teruggezet
sneeuwklokjes zijn de egels
van de bloemen tussen de konijnen
van de jaren: aanwezig al en jij bent het ook
staart naar de grond
luistert naar de hemel

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.