90 jaar Marjan Berk, Jhumpa Lahiri, Jürgen Becker

90 jaar Marjan Berk

De Nederlandse schrijfster en coumniste Marjan Berk werd geboren op 11 juli 1932 in Zeist als Marie-Janne van Baaren. Marjan Berk viert vandaag haar 90r verjaardag. Zie ook alle tags voor Marjan Berk op dit blog.

Uit: Op weg naar de toekomst (Verkeerd beeld)

“Eenieder draagt een beeld van zichzelf mee, dat al naar gelang men minder of meer zelfverzekerd is ook treuriger of vrolijker uitvalt. Die zelfbeelden kloppen vaak totaal niet met de werkelijkheid. En wie o wie in de directe omgeving houdt genoeg van je om af en toe eens kritisch te schaven aan dat vlotte type, of de snel-ge-sneden persoon die je denkt te zijn? Of die eens iets aardigs zegt over je onderkin of je rimpels, waar je zelf complexen over koestert. Ik hou veel van mensen die zeggen: ‘Rimpels, wat is nou een gezicht zonder rimpels? Niks an!’ Dan kan ik weer even vooruit met mijn kraaienpoten en craquelé. Dan voel ik geen aandrang tot schoonheidsoperaties en collageeninjecties. Ook heel verfrissend als een kind meedogenloos op je inhakt ‘Wat ben jij toch een ouwe trut! Die meningen van jou zijn aftands, vastgeroest! Dat ben je! Sukkel!’ Sukkel, De laatste op dit gebied. Het drukt precies uit wat ze bedoelen. Het heeft ook iets vriendelijks, iets van ‘arm oudje, maak je niet druk, hoe hard je ook probeert ons bij te benen, lukken doet het je niet meer. Je tempo… weet je wel, jouw tempo, dat is te traag! Je bent niet speedy genoeg meer voor deze snappy tijd!’ Het is héél verfrissend op die toon te worden toegesproken door een jong persoon. Het echoot in je hoofd. Waar hoorde je dit eerder? Verdomd. Zo sprak je zelf.
Tegen de ouwe trutten die jou probeerden uit te leggen dat je heel verkeerd bezig was, als een kip zonder kop. Je keek minachtend naar hun gerimpelde koppen, hun onderkinnen, en je dacht: sukkel! Want het verschil met vijfendertig jaar geleden en nu is dat je toen niet zo gauw sukkel zei tegen een ouder persoon. Je keek wel uit. Je dacht het en je ging je gang. Ik zet een plaatje op van de Manhattan Transfer, een zangclubje waar ik dol op ben omdat ze veel ouwe moppen uit de jaren vijftig en zestig, toen ik nog geen sukkel was, op moderne wijze close harmony ten gehore brengen. Ik dans wat en neurie erbij. Mijn zoon van dertien wendt zich walgend af. ‘Moet dat nou? Jij schaamt je nergens voor. De mensen staan voor de ramen naar je te kijken! En dat meezingen? Is dat echt noodzakelijk?’ Ik sta prompt stil en hou mijn mond. Mijn danspassen zijn zeer verouderd, hoewel ik mij héél vlot voel als ik sta te wippen en te springen. Mijn stem was nooit veel, maar ik zong wel graag, zelfs voor mijn brood heb ik jaren gezongen, bij het cabaret. Waarom verpest die snotneus mijn lol? Waarom laat hij mij niet mijn swingende gang gaan? Is het zo erg? Zie ik mijzelf verkeerd? Ben ik niet te harden wanneer ik mij uitleef? Verwijst hij mij naar het stiekem uitleven van mijn zang- en dansdrift? Op zolder? In de kelder? Hij vindt mij raar, een raar mens. En ook nog zijn moeder. Bah! Hij haat mij. Een beetje. Als ik een joggingpak van Kappa voor hem koop haat hij me een stuk minder, dat is een ding dat zeker is. En als ik de bioscoop betaal en nog een zak popcorn toe, heeft-ie ook niet echt de pest aan me. Het blijft schipperen tussen ons.”

 

Marjan Berk (Zeist, 11 juli 1932)

 

De Amerikaanse schrijfster Jhumpa Lahiri Vourvoulias werd geboren op 11 juli 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Jhumpa Lahiri op dit blog.

Uit: Twee broers (Vertaald door Ko Kooman)

“Ze hadden nooit een voet in de Tolly Club gezet. Zoals de meeste mensen in de buurt waren ze honderden malen het houten hek en de bakstenen muren gepasseerd.
Tot halverwege de jaren veertig had hun vader vanachter de bakstenen muur naar de paarden op de renbaan gekeken.
Vanaf de straat, staand tussen de wedders en andere toeschouwers die geen kaartje konden betalen of om een andere reden niet tot het clubterrein werden toegelaten. Maar na de Tweede
Wereldoorlog, rond de tijd dat Subhash en Udayan geboren werden, werd de muur opgehoogd, zodat het publiek er niet meer overheen kon kijken.
Bismillah, een buurman, werkte als caddie bij de club. Hij was een moslim die na de Deling van Brits-Indië in Tollygunge was achtergebleven. Voor een paar paise verkocht hij hun golfballen die op de baan waren verloren of achtergelaten. Sommige vertoonden diepe inkepingen, als japen in iemands vel, waaronder een roze rubberachtig binnenwerk zichtbaar was.
In het begin sloegen ze de van putjes voorziene balletjes met stokken heen en weer. Later verkocht Bismillah hun ook een putter met een schacht die iets verbogen was doordat een gefrustreerde speler ermee tegen een boom had geslagen.

Bismillah deed hun voor hoe ze zich voorover moesten buigen en waar ze hun handen moesten plaatsen. Vanuit een vaag idee van de bedoeling van het spel maakten ze kuiltjes in het zand en probeerden ze daar de balletjes in te mikken. Hoewel ze voor de grotere afstanden eigenlijk een andere club nodig hadden, gebruikten ze daar ook de putter voor. Maar golf was iets anders dan voetbal of cricket. Geen sport die de broers op een bevredigende manier konden improviseren.
In de grond van het speelveld tekende Bismillah een kaart van de Tolly Club. Dichter bij het clubhuis, vertelde hij, bevonden zich een zwembad, stallen, een tennisbaan. Restaurants waar thee werd geschonken uit zilveren potten, speciale zalen voor biljart en bridge. Grammofoonmuziek. Barkeepers in witte jasjes die drankjes mixten met namen als pink lady en gin-fizz.
Het clubbestuur had onlangs meer muren om het terrein laten zetten om indringers buiten te houden. Maar volgens Bismillah waren er aan de westkant nog steeds stukken omheining van gaas waardoor je binnen kon komen.
Ze wachtten tot vlak voor de schemering, wanneer de golfers de baan verlieten om de muskieten voor te zijn en zich naar het clubhuis begaven om cocktails te drinken. Ze hielden hun plan geheim voor de andere jongens in de buurt. Ze liepen naar de moskee op de hoek van hun straat, die met zijn bescheiden rood-witte minaretje vreemd afstak tegen de omringende bebouwing. Ze sloegen de hoofdweg in, voorzien van de putter en twee petroleumblikken.”

 

Jhumpa Lahiri (Londen, 11 juli 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

[slaap van de geschiedenis. De kaarten ansichtkaarten en prospectussen]

slaap van de geschiedenis. De kaarten ansichtkaarten en prospectussen
waren uitverkocht, of het waren vervalsingen, in omloop gebracht
met een officieel stempel.
Herinneringen? herinneringen
aan familiezaken die via de achterdeur
openbaar werden; pas later speelden in de zandbak
de nationale belangen mee.
………………………………………………Lange tijd werden de rollen
niet meer bezet die voor en achter de schermen
spreken moesten, iets in gang zetten, dat de leegte
met conflictmateriaal, manoeuvres, onderhandelingen, met mensen
bezielde, die in alle richtingen bogen wanneer
er weer een oorlog voorbij was –
……………………………………………………..Gezichtsloze delegaties, parkeerplaatsen
achter de heuvels. In de winter worden de groene vitrines
gesloten. Het hangt af van de momenten van alleen zijn,
die achter de bocht in de laan op iemand wachten: het is
als een plotselinge ontmoeting
……………………………………………………. je weet wel, na het ontwaken
houdt alles op, begint alles, het zoeken
naar de juiste volgorde, het meedoen en tegen de regels spelen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juli ook mijn blog van 11 juli 2020 en eveneens mijn blog van 11 juli 2019 en ook mijn blog van 11 juli 2016 en ook mijn blog van 11 juli 2015 deel 1 en ook deel 2.

Erik Jan Harmens, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter Erik Jan Harmens werd op 10 juli 1970 geboren in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Erik Jan Harmens op dit blog.

 

Dit is mijn stad

ik kan de dood zien in de ogen van mensen
in jouw ogen zie ik bijvoorbeeld de dood

ik zag een stad in rook opgaan
vrouwen en kinderen liepen achteraan
angst nekt de wens van broederschap
aan het eind van de rap lapt ieder zijn eigen ramen

iemand hield de meute in bedwang door te lachen
als ghandi
iedere nul had zijn grimas met een platte stiet
kunnen stiften

in plaats daarvan wachten we op ghandi als op een
stoplicht of een brug
en van iedere honderd man keerde er minder dan
één terug

hoe broos ook de vrede ik loop nog rond zonder
koksmes in de rug
ik hoef de vrede niet terug ik neem de chaos aan
als een kaakslag
ik ruik de metro richting gein zwanger van stress
een airbus tikt het haantje op de wester aan
het vondelpark verzakt als een kleuter in een wak
en ajax eindigt toch weer bovenaan

ik kan de dood zien in de ogen van mensen
in jouw ogen zie ik bijvoorbeeld de dood

de stad ging op in rook
raad wat ik zag toen het optrok
mannen met badges waarop hun naam
en vrouwen badgeloos erachteraan
omdat het luchtalarm 24-7 klonk ontstond pas
paniek toen het huilen als een laveloze brit verdronk

fuck de dag deze stad bestaat bij de gratie van bleekhuiden nachtbraak
jij ziet een leegloper die zijn roes uitslaapt
ik zie een dichter die jouw businessplan een oor aannaait
terroristen scheren hun berberbaard bouwputten vormen
nieuw Stalingrad

hoe broos ook de vrede ik loop nog rond de lachers hangen
aan mijn kont
als de laatste dichter tegen de muur is gezet is het tijd voor
avondvullend cabaret
de junk scheldt me uit voor daklozenkrant op de dam gaat
het wit van hand tot hand
australië heet hier amsterdam noord
op ’t mosplein wordt een brit om een blik vermoord

ik kan de dood zien in de ogen van mensen
en als ik leven zie haak ik als een afrikaanse schaatser af
de burgemeester smoezelt alles komt goed en hijst de
driekruisenvlag
hij schrijft een prent voor een wildplas
macht is het saldo op je pinpas
amsterdam zuid snoozet terwijl noord oud casino vreet van
bakker bart
de dam zakt in ’t rokin verdwijnt op cs geen trein een krater
op ’t museumplein
helder als een mes in een hart
vals plat
dit is mijn stad

 

Erik Jan Harmens (Harderwijk, 10 juli 1970)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Verhaal

In het weekend ga ik naar de nabijgelegen bossen.
Veel verdwijnt, wat verdwenen is gaat mee, maar
de overige bestanden blijven onverwoestbaar.
Sommige zwarte beken zijn helderder geworden.
Ontegenzeggelijk zijn er veranderingen ten goede.
Staande op de brug van de kindertijd
zie ik opnieuw
de gele duinen van het bodemzand,
de weerspiegeling van de lege wintertakken.

Ik vertel het je. Je bent gevestigd,
tenminste binnen onze breedtegraden, anders
onderweg van eiland naar eiland. Struiken
heb je de kamer binnengebracht, ze leven
verguld verder tussen glazen en stenen.

We zitten in de schemering. We spreken
over de nabijheid van de zee. Brieven zijn gekomen
van overzee, ik heb een oude atlas
op mijn knieën en vertel verder, vlak
achter het huis, over de verse holen van de vossen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juli ook mijn blog van 10 juli 2020 en eveneens mijn blog van 10 juli 2019 en ook mijn blog van 10 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

John Heath-Stubbs, Hans Arnfrid Astel

De Engelse dichter John Heath-Stubbs werd geboren op 9 juli 1918 in Londen. Zie ook alle tags voor John Heath-Stubbs op dit blog.

 

Wounded Thammuz

Thammuz …
Whose annual wound, in Lebanon, allured The Syrian damsels to lament his fate,
In amorous ditties, all a summer’s day;
While smooth Adonis from his native rock,
Ran purple to the sea, supposed with blood Of Thammuz yearly wounded …
Milton: Paradise Lost, Book 1

1 AUTUMN RITE

I

Dull Time’s unwinking sickle has close-clipped
My laurel boughs (Once more, and yet once more
Ye myrtles brown) and winter’s cat’s-tongue breeze
Has rasped away my roses, and has stripped
The quivering covering of my garden trees,
Hurling along the brown neap-tided shore
Autumnal discontent of unquiet seas.

And O you wind, as you come chattering
Between these broken strings, choke not my speech.

Break not this song, O break not this one song,
But bear about the winter-world some smattering
Of spring’s shrill bird-bright runes, song-spells, and each
Flower-character inscribed my summer long.

This is that dying season when the Dead
Thicken the air, out of the still-born night
Wandering with yellow leaves, drifting with thin-
Spun webs of spider-silk; now should be said,
In the old way, for them, some litany, some rite.
I have no strength, but yet I will begin.

II

All the year’s gold and silver is gone underground
Into your cold dark caves, you fortunate Dead.
Helen and Cleopatra and all the crowned
Queens of the ancient world lie low in that bed;
King Caesar has cast aside his sword and his diadem,
And Homer untuned his fiddle, to sleep with them.

It’s time, oh it is high time, I should be lying
Down in those shadowy fields where no wind blows;
In funeral garlands for me they will be tying
With death-cold ivory fingers the deathless rose.
Up in this autumn world will the naked trees be mourning,
In twisted smoke from dank fires the old year burning.

 

John Heath-Stubbs (9 juli 1918 – 26 december 2006)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

HET ZWARTE GAT

Het groene doek over het verval.
De aarde slikt wat ik niet slikken kan.
Het gat in de bloempot. Door de pupil
zie ik wat ik niet wil zien.
De bloemen bloeien uit de kerkhofgrond.
Zij kijken naar mij. Ik zie je vergaan.
Je oog spreekt tot mij vanuit de oogkas:
Bederf het water van ons bloempje niet.

Verlicht heeft me lang geleden
een omgekeerde bloempot als lamp.
Hij hing aan zijn draad aan het plafond
en uit de fitting scheen de zon.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli ook mijn blog van 9 juli 2021 en ook mijn blog van 9 juli 2020 en eveneens mijn blog van 9 juli 2019 en ook mijn blog van 9 juli 2018 en ook mijn blog van 9 juli 2017 deel 2.

Micha Hamel, Hans Arnfrid Astel

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Maandag

Het hoofd is nog niet wakker, het lijf wordt beschermd
door een schildpadschild van een ongewenst goedkope donsjas.
Tanden zijn gepoetst, doch dusdanig wordt de hondenadem
gevreesd dat kauwgum vierentwintig uur paraat is. Oksels
omstandig aangestreept met deodorant, ronduit meisjesachtig
zijn de rode wangen die oplichten bij schrik en bewondering, in gesprek
met al het onverwachte, in geval van diefstal, toneelspel, zang en dans.

Op de fiets door de dageraad snellend met haar,
krakend van gel, denk ik voor het eerst
aan de zin van het leven. Het snaarstijve lid is geketend
door middel van twee onderbroeken over elkaar, een van mijn oudste broer geleende
truc die op de klassenavond hopelijk wonderwel van pas komen gaat.

Gisteren heb ik mijn speelgoed verbrand
onder het motto ‘Ik ben wel jong maar ik ben toch niet
zo jong meer als ik was’.

Er zijn zwarte en witte leerlingen
en puistenkoppen. Hoe ze te vermijden, aan te raken of
uit te roeien is de vraag. Waarom niet gewoon met een mes
bewerken en met alcohol overgieten? In de klamme spijkerbroek brandt
de nieuwe aansteker.

Precies even onbenullig als een smeltend Playmobil-poppetje
lacht de lerares bij binnenkomst, ze passeert de prullenbak
waarin op de bodem mijn kaasbelegde boterhammen liggen.

Als met woedende bordenwisser enkele fluimen zijn verwijderd
gaat de bel, begint de dag, en gaat de bel alweer.

In de pauze, na mijn eerste sigaret,
snijdt een cirkelzaag mijn lichaam los
van mijn geest, en zie ik mijn razend
karkas tollend tasten naar een vriend.

 

Ik wil een gedicht van liefde schrijven…

Ik wil een gedicht van liefde schrijven
ik wil met Johannes V. aan de lichttafel zitten.

Zijn hand
koost de knoppen prevelt aanwijzingen

schaarse aanschijn
broos oplichtende gezichtshelft

strelende halmen van licht openen een buitenruimtelijke ervaring,
het mozaïek van Eros,
het verborgen mechaniek van de bundel Gods
iets wat met ‘blank’ zeggen al verschrompelt

handen, weg van console, – voor de mond – en roerloos

geen 1 kunnen zeggen

hermetisch ruisende vlakken, doorzichtige zuilen,
heldere uitschieters van melkwitte halfgloed.

Ik kan beter
ik kan beter hem het werk laten doen.

 

Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

Bladluizen

Als jonge man heb ik ook mijn
Verzen over jasmijn geschreven.
Maar in de jamben destijds
Hadden de bladluizen geen plaats,
die ik nu vrolijk tolereer
op de nieuwe tak voor mij
in de vaas – en in dit gedicht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2020 en eveneens mijn blog van 8 juli 2019 en ook mijn blog van 8 juli 2017 deel 2.

Ivo Victoria, John Heath-Stubbs

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog.

Uit: Safari lodge blues

“Op de website noemden ze het glamping. Louis Stevens en zijn gezin hadden gekozen voor de Safari Lodge Tent. Een ruime en van alle gemakken voorziene legertent. Koelkast, gasfornuis en echte bedden op een houten vloer die aan de voorzijde nog een meter of twee doorloopt en zo buiten een terras vormt. Een bungalow in feite, met tentzeil in plaats van muren. Louis Stevens had tegen zijn vrouw gezegd: een geslaagde commerciële exploitatie van de aanhoudende vrede die nu al tientallen jaren de westerse wereld teistert. Ze hadden er niet om gelachen. Ze wisten allebei dat hij een grapje maakte.
Tot vreugde van hun dochter Lisa oefent de tent een bijzondere aantrekkingskracht uit op de kinderen van de hun omringende tenten en caravans op Camping Le Vianon.
Bij het ontbijt staan de eersten al voor het terras. Ze kijken toe hoe Louis Stevens en zijn gezin croissants tot zich nemen. Soms stelt er eentje een vraag. Dan staat zijn vrouw zuchtend op en loopt de tent weer in ‘om koffie te zetten’. Dat koffie zetten duurt tot half elf, wanneer de muziek weerklinkt uit witte partytenten bij het zwembad en Lisa van tafel glijdt om er samen met de andere kinderen gillend naartoe te rennen. De animatie gaat van start. De rest van de dag lezen Louis Stevens en zijn vrouw boeken zonder op te kijken.

’s Avonds bakt Louis op de bijgeleverde grill saucisse de Toulouse of lamspootjes en bij het dessert complimenteren zijn vrouw en hij elkaar met hun succesvolle poging een vakantie te boeken die voldoet aan Lisa’s verlangen om met elk levend wezen in haar nabijheid contact te leggen – zonder er zelf de dupe van te worden. De camping is Lisa’s paradijs, de boeken zijn de burcht waarin Louis Stevens en zijn vrouw zich terugtrekken.
Ook vandaag is alles volgens het gebruikelijke procedé verlopen. Aan het eind van de middag keert Lisa terug van de animatie. Haar haren in lange natte strengen, haar gezicht een mengeling van zonnebrand en schmink. Ze gaat voor haar lezende ouders staan en kondigt aan dat ze vanavond meedoet aan Le Vianon Got Talent. Het is geen vrijblijvende mededeling. Dat maakt Louis Stevens op uit de manier waarop zijn dochter aan haar rechter oorlelletje trekt. Ze zal een dansje doen.
Louis Stevens meent dat zijn dochter muzikaal talent bezit. Ze kan aardig zingen en mag graag met haar billen schudden – iets wat Louis en zijn vrouw hoofdschuddend aanzien maar ook valt het hem telkens weer op hóé die billen schudden. Namelijk: in de maat. Ook nu weer, terwijl ze met trillende stem haar deelname bekendmaakt, beweegt ze haar voeten op en neer; haar teenslippers kletsen ritmisch op het hout.”

 

Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

De Engelse dichter John Heath-Stubbs werd geboren op 9 juli 1918 in Londen. Zie ook alle tags voor John Heath-Stubbs op dit blog.

 

Inscriptie voor een geurende tuin voor blinden

Wandelaar, blijf even staan. Ook al zie je ze misschien niet,
De zonnige kinderen van de aarde, kruiden en bloemen, zijn hier:
Het zijn hun kleine essentiële zielen die je begroeten,
Vastgemaakt aan de ochtend- of avondlucht:
Terwijl van boven, uit de lucht en boomtakken,
Vogels hun liederen neerwerpen, een muzikale ontluiking.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Heath-Stubbs (9 juli 1918 – 26 december 2006)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2021 en ook mijn blog van 7 juli 2020 en eveneens mijn blog van 7 juli 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Miquel Bulnes, Marius Hulpe

De Nederlandse schrijver Miquel Bart Ekkelenkamp Bulnes werd geboren op 6 juli 1976 in Bloomington, Indiana (Verenigde Staten van Amerika). Zie ook alle tags voor Miquel Bulnes op dit blog.

Uit: Reconquista

“Het uitgestrekte niets van Castilië, waarin plotseling een wachttoren of ten vesting uitsteekt, als een eiland in zee. Een kasteel, een ommuurd dorp, soms niet meer dan een verstevigde kerk op een heuvel of tegen een rots. Bakens in de leegte van het onvruchtbare en vijandige land. Ze zijn de geruststelling voor de reiziger – hij is niet verdwaald. In de verte scheren veertien ruiters als zwaluwen over de vlakte. Ze zweven. Hun blikken reiken naar de horizon, hun paarden galopperen een ritme. De ogen half dichtgeknepen in de wind zoeken ze hun weg over de vlakte. Onder hun bruine mantels steekt het geharde leer van hun harnassen uit, ronde houten schilden hangen over hun rug, dekens en proviand zijn vastgeknoopt achter het zadel. Eloy is de derde in de stoet. Zijn schild en lans trekken aan zijn schouders in de tegenwind, zijn zwaard rammelt in de schede. De zwarte hengst die hij berijdt behoort zijn schoonvader toe. Aitur heet het dier. Het is een berberpaard van twaalf jaar oud, ervaren en gewend aan het slagveld. Hij steigert niet bij geschreeuw en wapengekletter, maar stort zich recht op de vijand, vertrapt hem onder zijn hoeven, aldus is de jonge Castiliaan verzekerd. Eloy is afgelopen zomer zestien jaar geworden en dit is de eerste lente dat hij uitrijdt om zich to voegen in her leger van Alfonso, koning van León-Castilië. De jongen droomt van grootse veldslagen, van eer, van heldendom. Ze zullen de orde handhaven in her koninkrijk. Ze zullen de Andalusiërs, Navarrezen, Leonezen, Galiciërs en Basken in het gareel houden. In het noordoosten zullen ze hongerige Aragonezen en Franken weren.
Ridder Ordoño maakt een scherpe wending rechtsaf langs een beek en dertien ruiters volgen. kent Ordoño kent de weg het best. Hij is de meest ervaren soldaat, hun aanvoerder. Dit is het elfde jaar op rij dat hij dient. Hij heeft voor koning Fernando strijd geleverd tegen de Andalusiërs, de Navarrezen en de Aragonezen. Toen koning Fernando overleed en het rijk uiteenviel in drieën, heeft hij voor koning Sancho van Castilië gevochten tegen koning Sancho van Navarra en koning Sancho van Aragon. Ook heeft hij gevochten in de veldslagen tegen de broers van Sancho: koning Alfonso van Leon en koning Garcia van Castilië. De ridders van Castilië zijn de beste en de heldhaftigste; ze versloegen alle andere legers en maakten Sancho koning van alle landen die zijn vader ooit bezat. Maar God besloot dat ha Alfonso was die moest heersen en doodde Sancho. Vroeger diende Eloys vader als ridder te paard in de veldtochten. `De Bask’ noemen ze hem in het dorp. Van hem heeft Eloy zijn groene ogen en lichte huid geërfd. Op een dag kwam de Bask uit het noorden naar Aguilar, trouwde met Eloys moeder en ging nooit weer weg. Nu houdt hij vee en bewerkt hij het land. In het voorjaar rijdt hij niet langer uit, anderen hebben zijn plaats ingenomen, Eloy dit jaar voor het eerst. Eloys jongere broers oefenen met houten zwaarden en rijden op ezels, om hem binnenkort te volgen. De mannen uit Aguilar kiezen hiervoor, want anders dan de Galiciërs, de Asturianen en de Leonezen vechten zij voor God en de koning omdat zij dit willen. Castilianen zijn vrije mannen. Ordoño geeft zijn paard de sporen en het dier stuift weg over het glooiende grasland. Onder zijn hoeven schieten de graspollen opzij; ze plonzen in de beek en doen de watervogels verschrikt opfladderen.”

 

Miquel Bulnes (Bloomington, 6 juli 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

een korte wandeling

een korte wandeling door het park een vrouw
filmt het gezin van haar zoon & wendt zich
nadat alles is vastgelegd naar de kinderwagen archivering
betekent dat een verleden produceren een dat
tastbaar is zichtbaar & hoorbaar lange tijd
voldoet aan de behoefte aan herinneringen aan de kindertijd en
om ze te vereeuwigen de uren van de eerste
stapjes hoe schattig moet ooit op een dag
iemand zeggen die voor een of andere
toekomstige kijkkast zit met een de moeder
trots makende overweldigde gezichtsuitdrukking

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2020 en eveneens mijn blog van 6 juli 2019.

Jacob Groot, Marius Hulpe

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Zie ook alle tags voor Jacob Groot op dit blog.

 

Nachtwerk

Land dat mij schrijven laat;
licht dat mij, vroeg of laat,
ontvalt, maar nu nog omgaat –
tastend langs het bint hierbinnen;

ik ben gesteld onder dit dak
om over u alleen te zingen,
omhelzende uw overleveringen –
onder uw hoogste flonkeringen.

 

Offerande

……Na een voettocht van Bergen naar Egmond

Dat ik, hier lopende langs de zee,
al bijna in de greep van haar tumult,
nog denken moet aan dat verloren meer,
dat zich, heel ver landinwaarts, over
stil naar zijn vergeten einde ruist…

Eens was ik zelf een kind achter zijn dijk;
ik kan toch niet vergeten wat het was
om urenlang te zwerven of te zweven
boven het vee, de bloemen, en de bomen,
en steeds de kalmste schittering nabij?

Of, leunend aan de koude, harde wind,
bij vallend donker nog een stip te zien,
een zeil, een lichtje op het ijselijke
meer, en terug te rennen naar het warme huis,
om daar in tranen mijn verhaal te doen?

O, te bedenken wat dat water was:
hart van het land, slagader van de zee,
waarmee het samen als de omloop was
van leven’s elixir, dat spattend joeg
in alle aarde en in alle vlees!

Ik weet niet meer waarom ik hier
ben, en niet daar; waarom niet hier,
maar daar; waarom wij allen in gevaar
zijn; waarom wij de al half verdorde hand
slaan aan het eigen lichaam van de wereld…

Al het lover en het schuim; de geuren langs
de lokken van de grond; het helderste;
het zuiverste; de ongebroken groei:
alles geofferd aan de Aramese beul,
die als een automaat de offergaven slecht.

 

De vrijster van het meer

De drift van de veldmuis is mijn leven,
de dauw van de maan, en de liefde der wind;
zonder een groef is mijn hart niet gebleven,
maar mijn lichaam glanst als een kind!

’s Nachts slaapt de maan in mijn ogen,
het meer slaapt in mijn armen, en bemint
mijn hart – en o, de golven gonzen bewogen,
maar mijn lichaam danst als een kind!

 

Jacob Groot (Venhuizen, 5 juli 1947)

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

gedane arbeid

vaarwel lieve möhne
voor verveling zeer getalenteerd
& verslindend gebied
geweldige gastvrouw
een slaap als op naalden
van een trotse jeugd
het ga je goed lief water
mijn weerspiegelende golf
waar de regen vormen
in spoelde graveerde een celster
je weerspiegelt alleen je eigen bos
zijn stoffige groen &
jouw verrotte duisternis
jouw jeugd & daarmee
mijn besodemieterde jaren

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e juli ook mijn blog van 5 juli 2019 en eveneens mijn blog van 5 juli 2018 en ook mijn blog van 5 juli 2017 en mijn blog van 5 juli 2013 en mijn blog van 5 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Die Kunst des Müßiggangs

„Je mehr auch die geistige Arbeit sich dem traditions- und geschmacklosen, gewaltsamen Industriebetrieb assimilierte, und je eifriger Wissenschaft und Schule bemüht waren, uns der Freiheit und Persönlichkeit zu berauben und uns von Kindesbeinen an den Zustand eines gezwungenen, atemlosen Angestrengtseins als Ideal einzutrichtern, desto mehr ist neben manchen anderen altmodischen Künsten auch die des Müßigganges in Verfall und außer Kredit und Übung geraten. Nicht als ob wir jemals eine Meisterschaft darin besessen hätten! Das zur Kunst ausgebildete Trägsein ist im Abendlande zu allen Zeiten nur von harmlosen Dilettanten betrieben worden.
Desto wunderlicher ist es, daß in unseren Tagen, wo doch so viele sich mit sehnsüchtigen Blicken gen Osten wenden und sich mühsam genug ein wenig Freude aus Schiras und Bagdad, ein wenig Kultur und Tradition aus Indien und ein wenig Ernst und Vertiefung aus den Heiligtümern Buddhas anzueignen streben, nur selten einer zum Nächstliegenden greift und sich etwas von jenem Zauber zu erobern sucht, den wir beim Lesen orientalischer Geschichtenbücher uns aus brunnengekühlten maurischen Palasthöfen entgegenwehen spüren.

Warum haben eigentlich so viele von uns an diesen Geschichtenbüchern eine seltsame Freude und Befriedigung, an Tausendundeine Nacht, an den türkischen Volkserzählungen und am köstlichen »Papageienbuch«, dem Decamerone der morgenländischen Literatur? Warum ist ein so feiner und originaler jüngerer Dichter wie Paul Ernst in seiner »Prinzessin des Ostens« diesen alten Pfaden so oft gefolgt? Warum hat Oscar Wilde seine überarbeitete Phantasie so gern dorthin geflüchtet? Wenn wir ehrlich sein wollen und von den paar wissenschaftlichen Orientalisten absehen, so müssen wir gestehen, daß die dicken Bände der Tausendundeine Nacht uns inhaltlich noch nicht ein einziges von den Grimmschen Märchen oder eine einzige von den christlichen Sagen des Mittelalters aufwiegen. Und doch lesen wir sie mit Genuß, vergessen sie in Bälde, weil eine Geschichte darin der anderen so geschwisterlich ähnlich ist, und lesen sie dann mit demselben Vergnügen wieder. Wie kommt das? Man schreibt es gern der schönen ausgebildeten Erzählerkunst des Orients zu. Aber da überschätzen wir doch wohl unser eigenes ästhetisches Urteil: denn wenn die seltenen wahren Erzählertalente unserer eigenen Literatur bei uns so verzweifelt wenig geschätzt werden, warum sollten wir dann diesen Fremden nachlaufen? Es ist also auch nicht die Freude an erzählerischer Kunst, wenigstens nicht diese allein. In Wahrheit haben wir für diese ja überhaupt sehr wenig Sinn; wir suchen beim Lesen, neben dem grob Stofflichen, eigentlich nur psychologische und sentimentale Reize auf.“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Collage in het Hermann Hesse Museum in Montagnola

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

HET VERHAAL

Er eentje onderdompelend
naast een verwarde
oude vrouw in de bovengrondse
donut winkel op het treinstation ,
denk je: Hemelse dame,

ik drink koffie
en jij druppelt SLIJM,
is dat het verhaal? – maar zeg niets,
bang voor elk antwoord. Nieuwsgierige
dagen, deze, doorgebracht

uit angst voor antwoorden, in afschuw
voor deuropeningen, slaap, vriendschappen,
en wat voor servetten! – woordeloos
blanke ondervragingen willen
het hele verhaal, nogmaals,

vanaf het begin;
servetten zoals de uitgestrekte, bloedarme
dageraden die je wakker vinden
bij het raam, terwijl je probeert
je te herinneren hoe het gaat,

en faalt: de rampzalige geliefden
bieden het hoofd aan Marsmannetjes
nu, de prachtige architectuur van de oude
huizen transformeert op dezelfde manier
in de schemering van de herinnering,

en dozen? — Wat
kun je anders doen behalve
moederloos door deze tranen drijven wanneer
de kartonnen doos zich
de legende van de verte herinnert

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Berlijn. Een winterreis

6. Centrum

Ze ligt in een ronde kamer, streelt
haar heupen, haar benen open
luikjes vallen even weg
ziet ze de mannen kijken, streelt
haar borsten tot zachte klei

andere deurtjes met foto’s van billen
geslachten en allerlei soorten haar
of geschoren, in het hokje een spiegel
voor de film: de nieuwe leraar
volgt het meisje met de zwarte rok

aan het eind van de gang deuren
met een muntautomaat, kun je
naar binnen, je opent je broek
en leidt je geslacht in een vochtig hol
bewegen tot het zaad komt, bewegen

het gaat door: deuren met foto’s
het gat in de vloer, liggen, bewegen
en als je zo niet bevredigd raakt
geef je je bij de kassa op en kijken anderen
naar jou of naar hem terwijl hij met haar

 

7. Pure fantasy’ (Pinter)

Hoe jij in hem opgaat
hoe hij in jou beweegt

en jij richt je even op
in mijn droom om hem
te bekijken: ik word warm
van zijn lieve gezicht
zijn ogen, zijn domme haar

ik word warm in jouw
schoot – nu ga jij bewegen.

 

8. Oost

Voor je onder de grond gaat
moet je geld wisselen, je wordt
betast door grauwe beambten
die spiegels boven je hoofd houden.

Door nauwe sluizen en gangen
trap af trap op tot je het spoor
bijster raakt en je niet meer
weet met wie je reist.

Uniformen in morsige hokjes
bovengronds niet meer bereikbaar verkeer
stilgezet met muurhoge grendels
een stille wachter op een dood station.

De antenne loopt schuin met de hond
mee aan de overkant van het water
geen sporen in de sneeuw, enkel
witte kruisen met namen van doden.

Oude vervallen musea, ook met gestolen
kunst, geen geld voor echte suppoosten
oude vrouwen zitten in was te wachten
op de tijd, soms een bezoeker voor Cézanne.

De 18e-eeuwse parade bij Potsdam
voor de garnizoenskerk die zo’n beeld
nog weet te staan, met trots en heimwee.
Unter den Linden is het koud.

 

Remco Ekkers (1 juli 19414 juni 2021)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Het instappen

Een dezer dagen onder de witte
wolken naar de witte
lijnen van de verdomde oversteek
plaats zal ik platgewalst worden,
en zal ik mijn zak met afgeprijsde
medicijnen op straat laten vallen,
en zal er een abrupt materialiserend boeket
van zwervers, gepensioneerden en Mexicaanse
straatbendes zien welke soorten ziekten
allemaal van mij genieten
en wat voor ondergoed en mijn korte
oude spinachtig geaderde damesbeentjes.
Dus meneer de jonge en mooie Neger Bus
Chauffeur Het kan me precies dit schelen: nul, komma nul,
dat je deze dingen ziet,

nu ik mijn boodschappen
naar jouw stoel omhoog smijt,
deze linkervoet op de trede
zet zodat deze jurk omhoog kruipt,
deze metalen paal vastgrijp,
een straal zilver die naar beneden valt
uit de hemel om mij te helpen, dank je,
en schreeuw: “Let even op mijn medicijnen
voor mij, als je wil, schat,
Ik ben 1 meter 20 en het is een grote bus
die je hier hebt en het is heet en ik heb
elke ziekte die ze maken
vandaag de dag, mijn God, Jezus Christus,
ik stort mijn hart bij je uit.”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Czeslaw Milosz, Thomas Frahm

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

Uit: Mijn katholieke opvoeding (Vertaald door Gerard Rasch)

“Het biologielokaal dat voorzien was van moderne microscopen, trok me aan, omdat daar die tak van wetenschap zetelde die voor mij het minst abstract was; zij betrof immers mijn bos- en jagerservaringen. We ontleedden bloedzuigers, bekeken het kloppende hart van een opengesneden kikker, met ingehouden adem draaiden we de micrometerschroef om de microscoop scherp in te stellen op een preparaat van plantaardige of dierlijke weefsels. Zoölogie, plantkunde en vervolgens biologie werden gegeven door een docent medicijnen van de plaatselijke universiteit. Hij was gespecialiseerd in de cytologie, de leer van de cellen. Mager en met een gele huidkleur leek hij een brommerige leverpatiënt, maar hij hield van zijn vak en was in staat dat op ons over te brengen. Hij richtte een club voor natuurliefhebbers op, waar ik als een van de enthousiastelingen eerste viool speelde. Ik beperkte me niet tot de lessen en leerboeken, maar gebruikte ook vakliteratuur. Halverwege de school, in de vierde klas, hield ik mijn eerste lezing: over de natuurkeus van de soorten en Darwin. Toen begon juist mijn crisis, al werd deze vertraagd door het vele extra-werk dat mijn koninkrijk van aquaria, glazen en kooien met vogels of witte muizen mij bezorgde. Aan één ding twijfelde ik niet: dat mijn toekomstige beroep al vaststond en dat ik natuurwetenschapper zou worden. Had iemand mij voorspeld, dat ik later mijn roeping zou verraden, dan had het vooruitzicht mij met afgrijzen vervuld.
Ik moet nu even ingaan op de achtergronden voor de ontwikkeling van onze sympathieën en antipathieën. Van alle schreeuwende, onverzorgde gezichten hielden in de ogen van de leraren zeker slechts een paar een toekomstbelofte van individualiteit in. Op dezelfde wijze bestond de Olympus van opvoeders voor ons uit enige protagonisten en een koor. De mindere goden waren opmerkelijk vanwege hun vreemde kuren. Onze leraar aardrijkskunde bijvoorbeeld, bijgenaamd de Gorilla, personifieerde voor ons om de een of andere reden het verleden en was waarschijnlijk ook leraar geweest, toen het gymnasium nog Russisch was. Een boom van een vent, een zwarte smoel, zwarte snor, met een streepjesbroek en een jacquet. Hij liet zich plompverloren op zijn stoel vallen en geeuwde vreselijk. Dan konden we zijn schijnbaar zwarte verhemelte zien; bij honden betekent dit een boosaardig karakter, hetgeen bij hem in ieder geval bleek te kloppen. Hij stak meteen iedereen aan met zijn verveeldheid en dit ontketende een hels lawaai. Omdat hij te lui was woorden te gebruiken beschreef hij, op iemand wijzend, nonchalant een halve cirkel in de lucht. De aangewezene kwam naar voren en ging in de hoek staan. Aan het eind van de les waren de banken bijna ontvolkt. Deze leraar of de historicus grootvader Kalasjeuski, die een sterk Wit-Russisch accent had, werden echter als tweederangsfiguren beschouwd; dergelijke leraren wisselden elkaar snel af.”

 

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Wandeling met kinderen

Aan de fijne takken onder het hart
rijpt de zoete peer van verrukking.
De lucht is blauw. Wij besluiten
om hem met notenbomen te beschilderen,
zodat het eekhoorntje
(dat met de zwarte staart)
erin kan springen en kraken
de harde schil van de sterren.

Jullie zachte handjes
liggen warm in die van mij,
als bebroede eieren.
Binnenkort zullen ze uitkomen,
de kuikens van de verrassing,
pluizig en geel,
en naar sterren scharrelen
als naar gevallen noten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 30 juni 2020 en eveneens mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.