Robert Harris, Günter Kunert

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Robert Harris op dit blog.

Uit: Imperium (Vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen)

“Mijn naam is Tiro. Zesendertig jaar lang was ik de privésecretaris van de Romeinse staatsman Cicero. In het begin was dit spannend, toen verbijsterend, vervolgens zwaar en ten slotte uitermate gevaarlijk. In die jaren heeft hij waarschijnlijk meer tijd met mij doorgebracht dan met enige andere persoon, inclusief zijn eigen gezin. Ik was aanwezig bij zijn privé-bijeenkomsten en bracht zijn geheime berichten over.
Hij dicteerde me zijn redevoeringen, zijn brieven, zijn literaire werken en zelfs zijn gedichten: zulk een woordenvloed dat ik wat algemeen bekendstaat als het stenoschrift moest uitvinden om de stroom
bij te kunnen houden, een systeem dat nog steeds wordt gebruikt om de debatten van de senaat op te tekenen en waarvoor mij onlangs een bescheiden uitkering is toegekend. Dit, samen met een paar legaten en de barmhartigheid van vrienden, is voldoende om in mijn oude dag te voorzien. Ik heb weinig nodig. Oude mensen leven van de lucht en ik ben erg oud, bijna honderd, zo wordt mij althans verteld.
In de decennia na zijn dood werd me vaak gevraagd, meestal op fluistertoon, hoe Cicero nu echt was geweest, maar ik heb mij daar nooit over uitgelaten. Hoe kon ik weten wie een regeringsspion was
en wie niet? Elk moment verwachtte ik te worden geëlimineerd. Maar aangezien mijn leven bijna ten einde is, en aangezien ik niets meer vrees – zelfs marteling niet, want ik zou vrijwel meteen bezwijken onder de handen van de carnifex of zijn assistenten – heb ik besloten dit werk aan te bieden als mijn antwoord. Het is gebaseerd op mijn geheugen en op de documenten die ik in beheer heb gekregen. Omdat mij onvermijdelijk nog maar weinig tijd is gegund, ben ik van plan het snel te schrijven, met behulp van mijn stenosysteem, op een twintigtal kleine rollen van het fijnste papier – niets minder dan Hieratica – dat ik geruime tijd voor dit doel heb opgespaard. Ik vraag op voorhand
vergiffenis voor al mijn fouten en stilistische gebreken. Ik bid ook tot de goden dat ik het einde bereik voor mijn eigen einde gekomen is.
Cicero’s laatste woorden aan mij waren een verzoek om de waarheid over hem te vertellen en dat is wat ik zal proberen te doen. Als hij niet altijd naar voren komt als een toonbeeld van deugd, dan zij het zo. Macht brengt een man een hoop weelde, maar een paar schone handen behoort daar zelden toe.”

 

Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Theatrum mundi

Ophelia drijft dagelijks
Aan je voorbij. De ene Hamlet
na de andere bloedt dood
De rest is erger
dan zwijgen
want huichelarij. Je ontmoet ze elke dag
broer je broers
uit het de Klassieken
en de klacht van Faust
bevat het oude nieuwe lijden
van iemand die zichzelf verkocht.
De wijze Nathan
heeft zijn plicht volbracht, gedaan
wat moest en is verbrand.
Geeft niets! Het publiek
bedenkt zelf wel nieuwe joden.
Alleen jij en ik
bevuild met angst en medelijden
van alle drama’s
ervaren niets anders dan dat
wij de edelfiguranten zijn
voorbij de woorden
die ons niemand gaf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2021 en ook mijn blog van 7 maart 2019 en ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.

Patrick deWitt, Günter Kunert

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zie ook alle tags voor Patrick deWitt op dit blog.

Uit: French Exit

“Frances lit a cigarette with her gold lighter. She liked this lighter best due to its satisfying weight, and the distinguished click! it made at the moment of ignition. She aimed the glowing cherry at the hostess, now visible in an upstairs window, speaking with one of her guests. Frances shook her head. “Born to bore.”
Malcolm was inspecting a framed photograph he’d stolen from the hostess’s bedroom. “She’s just drunk. Hopefully she won’t remember in the morning.”
“She’ll send flowers if she does.” Frances took up the photograph, a recent studio portrait of the hostess. Her head was tilted back, her mouth ajar, a frantic happiness in her eyes. Frances ran her finger along the edge of the ornate frame. “Is this jade?”
“I think it is,” said Malcolm.
“It’s very beautiful,” she said, and handed it back to Malcolm. He opened the frame and removed the photo, folding it in crisp quarters and dropping it into a trash can beside their bench. He returned the frame to his coat pocket and resumed his study of the party, pointing out a late-middle-aged man with a cummerbund encasing a markedly round stomach. “That man’s some type of ambassador.”
“Yes, and if those epaulets could talk.”
“Did you speak to his wife?”
Frances nodded. “Men’s teeth in a child’s mouth. I had to look away.” She flicked her cigarette into the street.
“Now what,” Malcolm said.
A vagrant approached and stood before them. His eyes were bright with alcohol and he asked in a chirpy voice, “Got anything to spare tonight, folks?” Malcolm was leaning in to shoo the man when Frances caught his arm. “It’s possible that we do,” she said. “But may we ask what you need the money for?”
“Oh, you know.” The man raised and dropped his arms. “Just getting by.”
“Could you please be more specific?”
“I guess I’d like a little wine, if you want to know.”
He swayed in place, and Frances asked him, in a confiding voice, “Is it possible you’ve already had something to drink tonight?”
“I got my edges smoothed,” the man admitted.
“And what does that mean?”

“Means I had a drink before, but now I’m thinking about another.”

 

Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

De avond ervoor

Weer de emmers
zorgzaam gevuld met water. Nog een keer
onblusbaar de branden, de dorst
van stervenden. Goedkope gasmaskers
naast de bedden. Ook de haat
is stevig geïnstalleerd net als de angst.
De blinden en kreupelen dient men weg te sturen
van de deur: Gezegend van wie er
nog een geschikt is. Voor donkerhuidigen dreigt
de dood, een meester uit Duitsland
in geen geval alleen, eerder Heer
van de wereld. Hoplieten trekken
door de straten, ze drinken
op hun gezondheid ons bloed, genieten van
ons vlees. De oude vrouw
in de goot is het uitbenen niet waard.
Ratten
keren terug uit de literatuur
in de krankzinnige realiteit
als overwinnaars van verloren en gewonnen
veldslagen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 2020 en ook mijn blog van 6 maart 2019 en ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Koos van Zomeren, Pier Paolo Pasolini

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

Uit: Dove hond

“1
Denk je dit eens in: je rolt je op in de vertrouwde ruimte onder je baas z’n bureau, je legt je poten goed, je steekt je snuit in de warmte van je eigen buik en dan val je in slaap in de veilige zekerheid dat hij boven je hoofd een stukje zit te tikken. Maar als je weer wakker wordt: geen baas te bekennen.
Je kijkt om je heen, je spitst je oren. Hoe is dit mogelijk? Nu moet je op zoek naar die man. Trap af, en je snuffelt aan de badkamerdeur, de slaapkamerdeur. Doodse stilte. Nog een trap af, en je snuffelt aan de wc-deur, de woonkamerdeur. Hij zal toch het huis niet uit zijn – zonder dat je het gemerkt hebt?
Sinds hij doof is, probeert de hond me doorlopend in het oog te houden. Zelfs als je de tv aanzet, voorheen het sein om direct de kamer uit te gaan, blijft hij nu bij je. Als je hem in de tuin laat, staat hij elke vijf minuten met zijn voorpoten tegen de vensterbank om te kijken waar je zit. Zijn doofheid vervult hem met wantrouwen.
Ik vraag me weleens af of hij zich de tijd dat zijn oren nog naar behoren functioneerden herinnert, of de woorden die hij had leren verstaan hem nog weleens te binnen schieten – Rekel, eten, zit, kijk, poes, pak je riem, ga je mee?
Zou hij vanuit zijn huidige wereld kunnen terugdenken aan die van vroeger? Dus dat hij zich afvraagt wat er nou toch is misgegaan.
Waarom práten ze nooit meer met me?
Waarom fluíten ze niet gewoon als ze me nodig hebben?”

 

Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

Ik ben in mijn sas

Op de ruige zaterdagavond
ben ik er mee in mijn sas om naar mensen te kijken
die buiten lachen in de open lucht.

Mijn hart is ook gemaakt van lucht
mijn ogen weerspiegelen de vreugde van de mensen
en in mijn krullen glanst zaterdagavond.

Jongeman, ik ben in mijn sas met mijn zaterdagavond
arme man, ik ben in mijn sas met mensen,
ik leef, ik ben in mijn sas met de lucht.

Ik ben gewend aan het kwaad van zaterdagavond.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2020 en eveneens mijn blog van 5 maart 2019.

Robert Kleindienst

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

 

Andenken

ein Stein schläft in meiner Hand
ich habe ihn mitgebracht
vom Friedhof in Prag
vom jüdischen Friedhof
er erzählt mir heute nicht alles
doch ich verstehe seine Angst
ich wische den Staub weg
und stoße auf
Blut
auf
Blei vielleicht sollte ich ihn wecken
damit er endlich sterben kann

 

Heimkehr

mit geschlossenen Augen
in den Garten zu gehen
die Arme zu heben wie zum Gruß
Krähen belagern Bäume rundum

in der Ferne Wetzen von Stahl
dann ist der Zauber vorbei
stehen wir wieder am Steingang
Willkommen daheim
sagt jemand
fast verschreckt

 

Ratisbona

Steine sind auferstanden von den Toten
längst vergessen jene
die Steine einst verschleppten
am hellichten Tag jubelnd
dass endlich alles verschwinden möge
im Abort
wer aber jubelt jetzt
zeigt stolz auf jene
die wiederkommen
wieder Steine wachsen hören
am hellicnten Tag

 

Vastlopen

of het onweer losbarst
wie weet of
de wolken wegtrekken
zolang niemand er naar vraagt
zal er niks gebeuren

roestvrije viaducten
rollende wielen zoals gewoonlijk
scheurvorming op de rails

de trein rolt
uit de morgen
rolt over dorpen
en mensen

in de voorste treincoupés
viert men al
de zonsverduistering
de machinist speelt schaak
op het eindstation

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn blog van 4 maart 2020 en ook mijn blog van 4 maart 2019 en ook mijn blog van 4 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Abbas Khider, Manfred Flügge, Lisel Mueller

De Duits-Iraakse schrijver Abbas Khider werd geboren op 3 maart 1973 in Bagdad. Zie ook alle tags voor Abbas Khider op dit blog.

Uit: Die Orangen des Präsidenten

„Meine Mutter weinte, wenn sie sehr glücklich war. Sie nannte diesen Widerspruch »Glückstränen«. Mein Vater dagegen war ein überaus fröhlicher Mensch, der überhaupt nicht weinen konnte. Und ihr Kind? Ich erfand eine neue, melancholische Art des Lachens. Man könnte es als »Trauerlachen« bezeichnen. Diese Entdeckung machte ich, als mich das Regime packte und in Ketten warf Wann immer mehrere Gefängniswärter unsere Zelle betraten, begann das wöchentliche Todesspiel von Neuem: mit schweren Militärstiefeln getreten oder mit knochigen Fäusten und unerbittlichen Offiziersstäben geschlagen zu werden. Jedes Mal versuchte ich verzweifelt, wenigstens mein Gesicht mit den Händen zu schützen, und überließ den Rest meines Körpers den Wärtern. Einmal war ich ganz in der Gewalt eines Wärters, den ich Charlie Chaplin nannte. Er trieb nur einige Wochen lang bei uns sein Unwesen, danach habe ich ihn nie wieder gesehen. Er war sehr klein, nur knapp über einen Meter groß, schien mir, und trug einen lustigen Zweifingerschnurrbart. Er hatte einen Offiziersstab bei sich, mit dem er gerne um uns herumtanzte und immer wieder auf uns einstach und -schlug. Wenn er einen Gefangenen verprügelte, biss er sich mit spitzen Zähnen vor Lust auf seine wulstige Zunge und schrie, dass ihm der Speichel aus den Mundwinkeln triefte: »Hiwanat – Tiere!«, und schlug weiter und weiter wie eine Maschine auf uns ein. Chaplin malträtierte mich übel mit dem Stab, und ich krümm-te mich wie üblich wimmernd vor Schmerz, Hilflosigkeit und Hass auf dem Boden. Als er kurz Pause machte, um wie ein hechelnder Hund nach Luft zu schnappen, befreite ich mein Gesicht von den schützenden Händen und warf einen schnellen Blick auf das seine. Er war erschöpft, schwitzte, und noch immer hielt er seine Zunge zwischen den Zähnen. In diesem Moment musste ich unwillkürlich an den echten Charlie Chaplin denken und konnte mich nicht länger beherrschen. Ich prustete laut los und schrie in allen Tonlagen, krümmte und gebärdete mich, als hätte ich Lachgas eingeatmet. Den Wärtern fielen vor Überraschung fast die Knüppel aus der Hand, und sie beobachteten mich wie ein Wissenschaftler ein höchst seltenes und unerklärliches Phänomen. Einer brach schließlich das Schweigen und forderte, ich solle aufhören. Ich konnte aber nicht. Ich versuchte es, musste aber doppelt so laut und heftig wie zuvor loslachen. Während ich mich auf dem Boden wälzte, bekam ich einen Fußtritt in den Magen und einen anderen in die Nierengegend – beide ohne Wirkung und ohne dass ich sie überhaupt spürte. Das Lachen machte mich unempfindlich gegenüber dem Schmerz, gegenüber der Angst und gegenüber der Verzweiflung. »Aufhören, du Wahnsinnger!«, befahl einer. Aber ich lachte weiter. Der falsche Charlie Chaplin raunte schließlich seinen Kolle-gen zu: »Ich glaube, er hat seinen Verstand verloren!« Als ich das hörte, war es ganz um mich geschehen; ich explodierte förmlich wie eine Mine. Ich zitterte am ganzen Leib, schlug wie ein protestierendes Kind mit den Händen auf den Zellenboden und strampelte dazu mit beiden Beinen.“

 

Abbas Khider (Bagdad, 3 maart 1973)

 

De Duitse schrijver Manfred Flügge werd geboren op 3 maart 1946 in Kolding, Denemarken. Zie ook alle tags voor Manfred Flügge op dit blog.

Uit: Das Jahrhundert der Manns

“Die verwitwete Julia Mann dachte nicht daran, die literarische Tätigkeit ihres Ältesten zu behindern, ja sie begann selbst, Erinnerungen an ihre Jahre in Brasilien aufzuschreiben, und sie konnte herrlich erzählen von ihrem Leben in einem wunderlichen Haus zwischen Ozean und Regenwald unter pittoresken Menschen und Tieren. Sie spielte auch gut Klavier und sang vortrefflich. Die künstlerischen Ambitionen ihrer beiden ältesten Söhne hat sie nachhaltig unterstützt. Neben der literarischen Neigung entwickelte Heinrich einen starken Drang, seine Meinung öffentlich zur Geltung zu bringen. Seinen ersten publizistischen Auftritt hatte er als Mitarbeiter und Herausgeber der Zeitschrift Das Zwanzigste Jahrhundert. Deutschnationale Monatshefte für soziales Leben, Politik, Wissenschaft und Literatur. Das Blatt existierte von Oktober 1890 bis Oktober 1896 im Verlag der Deutschsozialen Antisemitischen Partei, die damals im Reichstag vertreten war. Dann wurde es mangels Absatz eingestellt. Heinrich Mann verfasste insgesamt etwa 50 Beiträge für diese völkische Kulturzeitschrift. Auch seinen Bruder Thomas zog er als Rezensenten heran. Die proklamierten Inhalte standen konträr zu allem, was Heinrich Mann später vertreten hat und was sein Bild prägte. Hier sprach er sich für einen starken Monarchen aus, für eine Ständeverfassung, für deutsche Kolonien, für die gesunde Familie als Basis der Gesellschaft. Von allen reaktionären Meinungsäußerungen dieser Phase sind die antisemitischen am schwersten erträglich. Kenntnis von jüdischer Religion, jüdischem Leben oder der realen Lage der im Deutschen Reich lebenden Juden besaß er nicht. In einem scharfen Artikel vom September 1895 (Jüdischen Glaubens) heißt es, Juden könnten keine Deutschen sein. Deshalb müsse man auch für die »Unterdrückung der Judenschaft« eintreten. Die jüdische Hochfinanz müsse man wie eine unheilvolle Bestie in Käfige sperren oder ausrotten. Erstaunlicherweise setzte sich Heinrich Mann für die Verständigung zwischen Deutschland und Frankreich ein, allerdings mit der Begründung, auch in französischen Adern schlage germanisches Blut. Mit dieser Sicht stand er innerhalb der völkischen Rechten allein, für die Frankreich als der Erbfeind galt.“

 

Manfred Flügge (Kolding, 3 maart 1946)
Julia Mann met haar kinderen, Juia, Heinrich en Thomas

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duits-Amerikaanse dichteres en vertaalster Lisel Mueller werd geboren op 8 februari 1924 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Lisel Mueller op dit blog.

 

Een dag als alle andere

Zoiets onbeduidends: een blik
op je dossier op het doktersbureau
of een brief die niet voor jou bedoeld is.

Hoe had je het kunnen weten? Het is niet waar
dat je leven in een flits
aan je voorbij trekt, maar je horloge
tikt plotseling als een vergroot hart,
de handen bevriezen tegen een wit
dat een oordeel is. Anders niets.
Het gezicht in de spiegel is nog steeds van jou.
Twee mannen passeren op de stoep
en staren niet naar je raam.

Je kamer is stil, de planten
opgesloten in hun mysterieuze leven
zoals gewoonlijk. De koningin-van-de-nacht
weigert te bloeien, accepteert
jouw definitie niet. Het slaat nergens op,
dat je de straat afzoekt naar een verkeersopstopping,
een nieuwe scheur in de bestrating,
een vlag halfstok — tekens
van enige onrust in de wereld
omdat je vriend, de ochtendzon,
zijn donkere kant naar jou heeft toegekeerd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lisel Mueller (8 februari 1924) – 21 februari 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2020 en ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Ash Wednesday VI (T. S. Eliot), Michael Salinger

 

Bij Aswoensdag

 

Aswoensdag door Dustin Neece, 2010

 

Ash Wednesday

VI
Although I do not hope to turn again
Although I do not hope
Although I do not hope to turn

Wavering between the profit and the loss
In this brief transit where the dreams cross
The dreamcrossed twilight between birth and dying
(Bless me father) though I do not wish to wish these things
From the wide window towards the granite shore
The white sails still fly seaward, seaward flying
Unbroken wings

And the lost heart stiffens and rejoices
In the lost lilac and the lost sea voices
And the weak spirit quickens to rebel
For the bent golden-rod and the lost sea smell
Quickens to recover
The cry of quail and the whirling plover
And the blind eye creates
The empty forms between the ivory gates
And smell renews the salt savour of the sandy earth

This is the time of tension between dying and birth
The place of solitude where three dreams cross
Between blue rocks
But when the voices shaken from the yew-tree drift away
Let the other yew be shaken and reply.

Blessèd sister, holy mother, spirit of the fountain, spirit
of the garden,
Suffer us not to mock ourselves with falsehood
Teach us to care and not to care
Teach us to sit still
Even among these rocks,
Our peace in His will
And even among these rocks
Sister, mother
And spirit of the river, spirit of the sea,
Suffer me not to be separated

And let my cry come unto Thee.

 

(T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
St. Alphonsus Liguori Catholic Church, Saint Louis, Missouri, de geboorteplaats van T. S. Eliot

 

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Zie ook alle tags voor Michael Salinger op dit blog.

 

Nietzsches paard

Op zijn dertiende
wil mijn zoon,

zijn lichaam een kleerhanger
die uit een tanktop steekt
en wijde broeken,
maar een ding
begrijpen –
dat betekent,
alles

Zijn moeder spreekt over tuinieren
en zaden
want dat is wat ze kent

Ik geef een lezing over vliegbanen
de snelheid van geluid spoelvloeistof
honkbal analogieën
economie
de derde natuurwet van Newton
en sanitaire armaturen
omdat ik niets weet
de hele tijd vloekend
dat ik weet
wat het beste is

Hij zit,
rug tegen geruite tegelmuur,
in een armloze houten keukenstoel
onderdeel van de set
die zijn moeder en ik kochten
voordat we uit elkaar gingen
ik denk dat hij van esdoorn is gemaakt,

wachtend op de antwoorden
op de vragen
die me wakker houden

ik zeg het niet
dat de waarheid komt als een droom
details vervagend bij zonsopgang
of dat het wonder van het leven
is dat we overleven
ik zeg
dat hij het mettertijd zal begrijpen
hopend
dat dat hem stil houdt
voor een tijdje

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Salinger (Cleveland, 2 maart 1962)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2021 en ook mijn blog van 2 maart 2020 en ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en eveneens mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.

Carnaval (Nyk de Vries), Elisabeth Borchers

 

Bij Carnaval

 

Amor de Carnaval door Camile Aquino,, z.j.

 

Carnaval

Een donkere wagen kwam aangereden en een klein meisje stapte uit. Ze kreeg een tasje aangereikt en vrolijk verkleed als clowntje liep ze over het schoolplein. In de school bleek echter dat carnaval pas volgende week was. Het meisje was als enige geschminkt en de hele ochtend moest ze ontroostbaar huilen. Tegen drieën haalde haar moeder haar weer op. Die schrok hevig toen ze het verhaal hoorde en uitvoerig en met tranen in haar ogen vertelde ze wat er die ochtend allemaal mis was gegaan. Ze had misschien maar beter kunnen zwijgen. Dingen uitleggen, daar zijn we allemaal erg goed in.

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)
Pastorie en Hervormde kerk in Noordbergum

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

November

Er komt een tijd
dat de bomen hun bladeren
laten vallen.
De huizen kruipen dichter bij elkaar.
Uit de schoorsteen komt rook.

Er komt een tijd
dat de dagen klein worden
en de nachten groot,
en elke avond heeft
een mooie naam.

Een daarvan heet Hans en Grietje.
Een daarvan heet Sneeuwwitje.
Een daarvan heet Repelsteeltje.
Een daarvan heet Katerliesje.
Een daarvan heet Gelukkige Hans.
Een daarvan heet Sterrendaalders.

Op de vensterbank
in het donker,
zodat niemand hem ziet,
zit een kleine ster
en luistert.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2021 en ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn romenu blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Lieder eines Lumpen (Wilhelm Busch), John Montague

 

Bij Carnaval

 

Carnaval door Jan Peter van Opheusden, z.j.

 

Lieder eines Lumpen

Im Karneval, da hab’ ich mich
Recht wohlfeil amüsiert,
Denn von Natur war ich ja schon
Fürtrefflich kostümiert.

Bei Maskeraden konnt’ ich so
Passieren frank und frei;
Man meinte am Entree, dass ich
Charaktermaske sei.

Recht unverschämt war ich dazu
Noch gegen jedermann
Und hab’ aus manchem fremden Glas
Manch tiefen Zug getan.

Darüber freuten sich die Leut
Und haben recht gelacht,
Dass ich den echten Lumpen so
Natürlich nachgemacht.

Nur einem groben Kupferschmied,
Dem macht’ es kein Pläsier,
Dass ich aus seinem Glase trank –
Er warf mich vor die Tür.

 

Wilhelm Busch (15 april 1832 – 9 januari 1908)
Het geboortehuis van Wilhelm Busch in Wiedensahl

 

De Ierse dichter John Montague werd geboren in New York op 28 februari 1929. Zie ook alle tags voor John Montague op dit blog.

 

Er zijn dagen

Er zijn dagen dat
je in staat zou moeten zijn
het hoofd eraf te tillen
als een gedeukte of versleten
helm, rechtstreeks van
de nek en het sleutelbeen
(die krakende takken!)

en het stevig neer te zetten
in de bedding van een stromende beek.
Heldere, schone, koele stromen,
vlietend en schuimend door
de zure en muffe compartimenten
van de hersenen, troebele trommelvliezen,
ontblote oogkassen, beslagen tong.

En het dan weer terug te zetten
op de basis van de schouders:
goed aangestampt natuurlijk,
de frisse huid en mond,
het marmer van de ogen
gespoeld en klaar
voor de liefde; voor profetie?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Montague (28 februari 1929 – 10 december 2016)
De Caribbean Carnival Parade in New York.

 

Zie voor meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2021 en ook mijn blog van 28 februari 2020 en ook mijn blog van 28 februari 2019 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.

Wat ik wil worden met carnaval (Harrie Sevriens ), John Hennessy

 

Bij Carnaval

 

Venice Carnival door Svetlana Bagdasaryan, 2014

 

Wat ik wil worden met carnaval
beslist geen cowboy of indiaan
geen clown jonglerend
met knotsen ringen en bal

ook geen Tarzan
slingerend aan een liaan
of gorilla die fier op zijn borstkas
staat te bonken

wat ik wil worden met carnaval

in elk geval dronken

 

Harrie Sevriens (17 februari 1957 – 09 maart 2018)
Heerlen, de geboorteplaats van Harrie Sevriens tijdens carnaval 2016

 

Het gemis van carnaval

O Venlo, Venlo, stedje van pleseer. Deze keer
deed haar lichaam hem denken aan het platteland,
een figuur uit zijn kindertijd, zon op een zeis,
wind die schaduwen over de glanzende gerst waait,

de melkemmer gedeukt door gebruik, de geur van bladmulch
en leer in de zadelkamer. Straks zou ze de bus nemen
en de veerboot van Londen naar Belfast, maar eerst
het vuur in haar bedbank. Haar vingers reisden ook,

langs de verheven paarse littekens en zijn wervels,
de flanellen lakens tussen haar dijen, zijn haar
slepend langs haar buik, de schacht
van een veer die door de naden van het dekbed stak,

het dekbed zelf. Die littekens – hij had gelogen
tegen haar, zijn tijd in Nicaragua, schurken sneden
hem van de velden af. Bloediger was het gevecht
met zijn broer, die de tanden van een hooivork sneed,

opgepikt langs de ondergelopen Maas. Alles
gereduceerd tot nieuwtje en anekdote, het bier
en de schmink van carnaval, straatdansen en tuba,
voorbij de modderige Engelse rotondes, de bruine

en witte golven, gele lampen langs Nederlandse snelwegen,
zijn werk op het vakbondskantoor vastgepind onder
een glazen bol als presse-papier – na het schudden
regende het zilveren sneeuw over de brede

strohoed, rode en groene ploeg, het slungelige lichaam,
een campesino uit de dagen voordat Somoza viel.
Hij vroeg zich af of zij iets beters was, toen zij
Franse sociale theorie Ulster in smokkelde, met groepen

samenkwam in de recreatieruimtes van torenflatkelders.
Ze had net het nieuws gekregen: haar laatste minnaar overleed
in een brand langs de kant van de snelweg, het lichaam
op zeven plaatsen gebroken, zilverchroom,

parel en gouden benzinetank verschroeid, zijn fiets verfrommeld
onder het omhulsel van een omgevallen busje.
Er was niet veel om over te praten. Daarna lag ze
met haar rug naar hem toe en hij zong carnavalsliedjes voor haar

in een taal die zij niet sprak, O Venlo, stedje van
pleseer. Hij zag zichzelf als de zon, die haar nek
kuste bij de haargrens, de grijze kasseien van het stadsplein
veranderde in zilver, als ceremoniemeester van optochten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hennessy (Philadelphia, 1965)
San Mateo Carnavalero in Philadelphia, de geboorteplaats van John Hennessy

 

Zie voor de schrijvers van de 27e februari ook mijn blog van 27 februari 2021 en ook mijn blog van 27 februari 2019 en eveneens mijn blog van 27 februari 2016 deel 2.

Victor Hugo, Hermann Lenz

De Franse dichter en schrijver Victor Hugo werd geboren in Besançon (Franche-Comté) op 26 februari 1802. Zie ook alle tags voor Victor Hugo op dit blog.

Uit: Les Misérables (Vertaald door Manuel Serdav)

“In 1815 was de heer Charles-Francois-Bienvenu Myriel, een grijsaard van ongeveer vijfenzeventig jaar, al negen jaar bisschop van Digne. Toen hij zijn hoge ambt aanvaardde, hadden er over hem heel wat praatjes en geruchten de ronde gedaan. Hij was de zoon van een parlementslid te Aix en men vertelde dat zijn vader hem als jongen van achttien of twintig jaar reeds had laten trouwen, wat in die kringen overigens niet ongebruikelijk was. Ondanks dit vroege huwelijk echter had Charles Myriel, die kort van stuk was, maar overigens goedgebouwd, geestig en welgemanierd, veel tijd en aandacht aan het wereldse vermaak geschonken. Toen de revolutie uitbrak, was Charles Myriel naar Italië uitgeweken, waar zijn vrouw aan een borstkwaal was gestorven. Kinderen hadden ze nooit gehad. De revolutie, met haar vernietiging van zoveel dat eens een grote rol had gespeeld, maar ook met haar tonelen en staaltjes van zelfverloochening, bleek in Charles Myriel te midden van het genot dat zijn leven in die tijd vulde, ook een geweldige verandering te hebben teweeggebracht. Niemand wist hoe het precies was gegaan. Het was echter een feit dat Charles Myriel, in Frankrijk teruggekeerd, priester werd. Hij was al oud toen hij, als pastoor van Brignolles in strenge afzondering levend, bij een bezoek aan kardinaal Fesh in Parijs toevallig tegenover de keizer kwam te staan. En toen Napoleon, die opmerkte dat de grijze pastoor hem zo nieuwsgierig opnam, vroeg wie hij was, antwoordde pas-toor Myriel: ‘Sire, u ziet een eenvoudig man voor u en ik zie een groot man voor mij. Ieder van ons kan daarmee zijn voordeel doen.’ Niet lang daarna werd Myriel tot zijn verrassing tot bisschop van Digne benoemd. Hij onderging het lot van een ieder die in een kleine gemeenschap komt wonen, waar meer wordt gebabbeld dan gedacht. Hij was ondanks zijn bisschoppelijke waardigheid het onderwerp van allerlei geruchten, maar met de jaren was dat vergeten. Bisschop Myriel was naar Digne gekomen in gezelschap van zijn zuster, juffrouw Baptistine, ongetrouwd en tien jaar jonger dan hij, en hun dienstbode juffrouw Magloire, even oud als juffrouw Baptistine, die hem al diende toen hij nog pastoor was. Juffrouw Baptistine was lang, bleek en zachtmoedig. Men zou haar het ideaal van de eerbiedwaardigheid kunnen noemen. Haar hele leven had ze in reinheid doorgebracht en hoewel ze nooit mooi was geweest, had ze met de jaren de schoonheid van de deugd gekregen. Ze was zo mager, dat ze eigenlijk meer schaduw dan lichaam was; een hoopje bezielde stof zou men haar kunnen noemen. Juffrouw Magloire daarentegen was dik. Ze hijgde altijd, omdat ze voortdurend in de weer was, terwijl ze aan astma leed. Het spreekt vanzelf dat de nieuwe bisschop van Digne bij zijn komst in het bisschoppelijk paleis werd ontvangen met door de keizerlijke wetten voorgeschreven eerbewijzen, want in rang volgde immers een bisschop onmiddellijk op een generaal-majoor.”

 

Victor Hugo (26 februari 1802 – 22 mei 1885)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Terugblik

Geen huis gebouwd.
Geen zoon verwekt,
Alleen boeken geschreven.

Is het genoeg?
Nee. het is niet genoeg.

Ook dat met het bezit
Dat is bij jou ook zoiets,
Iets twijfelachtigs natuurlijk.

Op zolders heb je gewoond
Met meubels van vroeger.
Die heb je heel lang gekend.

Wat anderen ‘leven’ noemen
Was voor jou moeizaam.
Klaargespeeld heb je het nooit.

Als je je er maar doorheen slaat.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2019 en eveneens mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.