Anton Koolhaas, Chinua Achebe

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

Uit: De hond in het lege huis

“Doorgaans hadden ze een hond bij zich. In het hotel kenden ze die hond wel. Hij was uit het dorp en behoorde niet aan het paar, maar kennelijk voegde hij zich bij hen als ze op het eiland waren en hun zomerhuis betrokken hadden, aan de andere kant van het eiland, waar de rotsen ronder en vriendelijker waren, de oceaan gebroken was en blauw, heel aangenaam voort golfde naar land in de verte. Aan die kant van het eiland waren ook de strandjes. Er liep van het dorp een weg dwars door het oude fort, dat vroeger het eiland verdedigd had en vrijwel ongenaakbaar maakte en dat later als opslagplaats van allerlei soorten van gevangenen gediend had. Het was tussen het open vissersdorp en de weg langs de bruine rotsen en de strandjes een sombere passage; maar gelukkig was er vaak zon, die de kilheid van de hoge, drukkende muren wat verzachtte. Maar niet die van het ravijn midden in het fort waar een bruggetje overheen liep, waarlangs de kou uit de diepte, als een sombere kermisattractie omhoog leek te blazen.
In zekere zin was dat fort een voorbeeld van de ellende die mensen altijd over zich zelf heen weten te halen. Hier was nu een eiland, dat niets vreesaanjagends had, in een zee, die afgezien van het barre jaargetijde op een rijke manier het eiland een gelukzalig isolement verschafte, maar midden er op hadden de mensen weer een fort moeten maken, dat geschoten had en beschoten was, verdedigd, veroverd en teruggewonnen, tot het allemaal onzin was gebleken. En toen had het dan die ellendige gevangenen geborgen en hun verzuurde bewakers. Een plaats van dood en stuiptrekkingen, waar iedereen die op het eiland woonde of het bezocht, doorheen moest. Een donkere klimop overwoekerde de muren en verlaten gangen en deuren die nooit meer opengingen, maar van rijkswege om de zoveel tijd werden geschilderd als een nutteloze manie om een kwaad in stand te houden.
Het fort lag aan de ene kant van het eiland en het vreemde hotel aan de andere, maar daartussen was een vervullend bestaan. De hond uit het dorp, die inderdaad zijn intrek nam in het huis van het paar, als dat zijn twee maanden per jaar op het eiland doorbracht, was er een symbool van. De man pakte het slapend dier soms in zijn nekvel, als het in de zon lag en zei dan: ‘Heb je het weer zo lekker, groebes?’ De hond kreunde dan vol welbehagen. Inderdaad, hij had het lekker en als de man hem zo in de dikke plooi van zijn nek pakte en die lekker robbelde, dan ging hij op zijn rug liggen met zijn poten opgetrokken en dan bestond er niets dan dadenloze volmaaktheid.”

 

Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Gieren

In de grauwe miezerigheid
van een dageraad, waarin nergens
een voorbode van de zonsopgang
viel te bekennen, zat een gier
hoog op gebroken knekels van
een dode boom, naast zijn wijfje,
zijn gladde gedeukte kop, een kiezel
op een stengel wortelend in een hoop
slordige veren, liefdevol neigend
naar die van haar. Gisteren pikten ze
de ogen uit van een opgezwollen
lijk in een volgelopen loopgraaf
en aten ze de dingen in zijn
ingewanden. Volgevreten keerden ze
terug naar hun tak, het uitgeholde
restant ruim binnen bereik houdend
van koude telescoopogen…

Vreemd, dat liefde,
in andere opzichten toch zo
kieskeurig, een hoek in dat knekelhuis
uitzoekt, die aan kant maakt en daar
zich nestelt, misschien zelfs in-
slaapt – met haar gezicht naar de muur!
… Zo blijft de commandant van Bergen-
Belsen die van zijn werk komt
met in zijn harige neusgaten
de hardnekkige stank van menselijk
gebraad, staan bij een snoepkraam
en koopt een chocolaatje voor
zijn lieve kroost dat wacht
tot vader thuiskomt …
Prijs de vrijgevige
voorzienigheid, zo je wilt
die zelfs een mensenetende reus
van een glimwormpje tederheid
voorziet, ingekapseld in ijzige
spelonken van een wreed hart,
of anders, vervloek het lot
want juist daar, in die kiem
van de liefde voor de zijnen
schuilt de onuitroeibaarheid
van het kwaad.

 

Vertaald door Joris Iven

 

Chinua Achebe (16 november 1930 – 21 maart 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2018 en eveneens mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

Susanne Fröhlich, Ted Berrigan

De Duitse schrijfster en journaliste Susanne Fröhlich werd geboren op 15 november 1962 in Frankfurt am Main. Zie ook alle tags voor Susanne Fröhlich op dit blog.

Uit: Heimvorteil

„Sie war überrascht, wie schnell Sterben gehen kann. So lautlos und ohne jedwedes Aufsehen.
Auf den Tag genau vor zehn Jahren ist Klaus gestorben. Da war sie gerade mal achtundfünfzig Jahre alt. Es war ein sonniger Frühlingstag, harmlos, ein ganz gewöhnli-cher Morgen. Klaus und sie haben gefrühstückt, 6.45 Uhr, wie immer. Als er sich die erste Zigarette des Tages an-stecken wollte, hatte sie gemeckert. Auch wie immer. »Sei nicht so eine zickige Ziege!«, hatte er erwidert. Und als sie in die Küche ging, um für beide eine weitere Tasse Kaffee zu holen, ist er vornüber auf den Tisch gesunken und war, als sie mit dem Kaffee ins Esszimmer zurück-kam, tot Ein Herzinfarkt. »Nichts zu machen, das war heftig! «, hatte der Notarzt nur gesagt und bedauernd den Kopf geschüttelt. Sie hatte sich hingesetzt und eine Zigarette aus Klaus’ Packung genommen. Sie, die Nichtraucherin. Er braucht sie ja nicht mehr, hatte sie nur gedacht. »Zickige Ziege« war das Letzte, was er zu ihr gesagt hatte. Weil sie, wie eigentlich jeden Morgen, genörgelt hatte. Ober seine Raucherei. Jetzt war es zu spät für jegliche Freundlich-keit »Gehen Sie nie schlafen oder getrennter Wege, ohne jede Streitigkeit aus dem Weg geräumt zu haben!«, lautet eine Weisheit aus Frauenzeitschriften. Aber sie war bloß mal eben in die Küche gegangen. Und statt zu rauchen, stirbt Klaus. Das kann man nun wirklich nicht ahnen. Da dürfte man ja nie was sagen. Er hat die kurze Gelegenheit genutzt, um sich davonzustehlen. So jedenfalls hat sie es eine Weile gesehen. Inzwischen ist sie milder gestimmt, zehn Jahre sind eine verdammt lange Zeit. Genug, um Tatsachen zu akzeptieren. Zweiundvierzig Jahre waren sie zusammen, seit der Schule. Sie haben die Mittlere Reife gemeinsam gemacht. Sie nennt es noch immer Mittlere Reife. Passt besser als Realschule, findet sie. Und Klaus macht sich einfach aus dem Staub. Stirbt. Nach all den Jahren, ohne jede Vor-warnung. Das hatte sie sich anders vorgestellt. Noch heute wird sie ein klein bisschen wütend, wenn sie daran denkt. Nie ist er zur Vorsorge gegangen, egal, wie sehr sie gedrängt hat. »Brauche ich nicht, keine Zeit, ich geh zum Arzt, wenn ich krank bin!«, waren seine Ausreden. »Das kommt davon!«, hätte sie ihm gerne am Grab hinterhergerufen. »Jetzt hast du wirklich keine Zeit mehr!«
Diese Wut hat ihre Trauer all die Jahre überschattet. Viel-leicht auch erträglicher gemacht. Heute, zum zehnjähri-gen Todestag, will sie rausfahren zum Grab. Das macht sie nur noch selten. Wozu auch? Es ist kein Ort, an dem sie Klaus nah ist. Aber waren sie sich je wirklich nah?”

 

Susanne Fröhlich (Frankfurt am Main, 15 november 1962)

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

Nieuw persoonlijk gedicht

Voor Michael Lally

Je had je eigen redenen om jezelf in de weg te zitten. Je wilde niet
Duidelijk zijn voor jezelf. Je wist heel
Wat meer dan je
voor jezelf wilde weten. Ik voelde
Ter plekke een natuurlijke liefde voor je. RESPECT. Juist.
Mooi. Ik gebruik het woord niet lichtvaardig. lk
Protesteerde met welke liefde dan ook (eerlijkheid) (& frontale naaktheid) waar
Een, ja, in wezen gereserveerde, Iers-katholieke-Amerikaanse Providence Rhode
Island New Englander mee om kan gaan. Jij
Bent geraffineerd, niet ongecompliceerd, niet
Naïef en niet eenvoudig. Een Entertainer, & dat ben ik ook.
Frank O’Hara respecteerde de liefde, jij ook, & wij ook.
Hij was zichzelf en ik was ik. En toen we elkaar troffen
Elk zichzelf in Iowa, helemaal
Dat was liefde, & dat is het nog steeds, liefde, vandaag. Kun je mij zien
In wat ik zeg? Want ik zie ook dat je weet
In wat je te zeggen hebt, ik hield van Frank, net als ik hou
Van jou, “op de juiste manier”.
Dat is gewoon praten, geen Logos,
een aan de slag gaan met zaken:
Ik beschouw het als simpele bijzonderheden dat
we onze gevoelens op ons gezicht dragen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Berrigan (15 november 1934 – 4 juli 1983)
Portret door Alex Katz, 1967

 

Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2018 en eveneens mijn blog van 15 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Liam Ó Muirthile

De Ierse dichter en schrijver Liam Ó Muirthile werd geboren op 15 november 1950 in Cork en volgde daar zijn schoolopleiding. Hij behaalde een BA in Iers en Frans aan UCC. Iers leerde hij op school en tijdens zijn verblijf in de Gaeltacht van West Kerry. Hij maakte eind jaren zestig deel uit van een groep dichters aan University College Cork die Iers als creatief medium kozen en nauw verbonden waren met het modernistische poëzietijdschrift Innti, opgericht door collega-dichter Michael Davitt (1950-2005). Ze werden beïnvloed door het werk van de dichter Seán Ó Ríordáin uit Cork, door de muzikant en componist Seán Ó Riada, en door de populaire Amerikaanse cultuur. Greg Delanty, die voor Poetry International schreef, beweerde dat een fundamentele prestatie van Ó Muirthile en andere leden van de Innti-groep was om de taal aan te passen aan een hedendaags stedelijk landschap op een manier die de tegencultuur van de jaren zestig weerspiegelde. Schrijven Ó Muirthile is beschreven als een dichter met een enorm formeel en muzikaal meesterschap die uitstekend thuis was in de klassieke en neoklassieke poëzie in de Ierse taal. Hij studeerde Franse literatuur als student en dit beïnvloedde zijn werk. Hij vertaalde poëzie van Guillaume Apollinaire, François Villon, Jacques Prévert en Anne Hébert. Zijn eerste dichtbundel was “Tine Chnámh” (1984). Daarvoor ontving hij de literaire prijs van het Irish American Cultural Institute en een Oireachtas-prijs voor poëzie. Daarna publiceerde hij nog een aantal andere bundels. In 1996 ontving hij de Butler Award voor zijn roman “Ar Bhruach na Laoi”. Er zijn verschillende toneelstukken van hem opgevoerd. Van 1989 tot 2003 schreef hij een wekelijkse column, “An Peann Coitianta”, voor de Irish Times. Gedichten van hem zijn vertaald in het Engels, Duits, Frans, Italiaans, Hongaars en Roemeens.

 

WHAT IS IT?

I go from room to room
around the house
looking for something,
and, to be honest, I won’t know
what it is
till I find it.

It’s not the bread tin,
nor the coarse brown flour,
nor the fine white flour,
though I take them out
and measure them on the scales
and bake a single loaf.

It’s not any book I was devouring,
if memory serves me correctly,
that I put down absent mindedly,
although I stand at the shelves
and scan the book stacks
and fall to my knees.

It’s not any missing key.
I wasn’t going out.
I didn’t leave anything on, although
I’m shuffling from room to room
scouring the whole house for something
and it’s nothing
and I’m scouring quiet sorrow.

 

BURNING FURZE

My Easter fire is a living furze bush
burning by a ditch in Trees Field.
I don’t know if it’s native furze
or invaders’ gorse that yields before
my slasher’s blade from root
to golden head this time of year.
I breathe the honey fragrance
then thrust it on the pile
and a smoke-cloud erupts
with a fist of hay and diesel.
I am an incinerator making room
for new growth;
but when the flame dies down
the charred limbs left burnt black recall
the suddenness of death
bodies swallowed by the blaze
on the road to Basra.

 

Liam Ó Muirthile (15 november 1950 – 18 mei 2018)

Olga Grjasnowa, Norbert Krapf

De Duitse schrijfster Olga Grjasnowa werd geboren op 14 november 1984 in Baku  Azerbeidzjan. Zie ook alle tags voor Olga Grjasnowa op dit blog.

Uit: Der Russe ist einer, der Birken liebt

„Ich wartete am Ben-Gurion-Flughafen unter bunten Luftballons, die an der Decke klebten. Ich las die Anzeigetafel, aß ein Sandwich, beobachtete Menschen, die sich ratlos umsahen, Soldaten, russische Großmütter, orthodoxe Juden und arabische Großfamilien. An der Schleuse zur Ankunftshalle war eine Mesusa angebracht, viele der Ankommenden küssten sie, indem sie die Fingerspitzen ihrer
rechten Hand an die Mesusa führten und dann zum Mund.
In den meisten Gesichtern waren Freude und große Erwartungen zu lesen. Immer wieder liefen zwei Menschen aufeinander zu, umarmten sich, ließen voneinander ab, musterten das Gesicht des anderen, als versuchten sie, die verlorene Zeit wettzumachen. Neben mir fiel ein Ultraorthodoxer im
schwarzen Anzug und mit einem breitkrempigen Hut auf die Knie und küsste den Boden, eine junge Frau, die einen kleinen Jungen im Arm hielt, wurde von einem älteren Mann abgeholt, der Junge schrie und trat um sich, als dieser ihn berühren wollte. Eine ältere Frau redete energisch auf ihren Enkel ein, in der Flughafenhalle vermischten sich die Sprachmelodien zu einem Klangteppich: Russisch, Hebräisch, Englisch, Italienisch und Arabisch. Über die Lautsprecher mahnte eine tiefe Frauenstimme immer wieder, das Gepäck nicht aus den Augen zu lassen, und fügte hinzu:
»It’s prohibited to carry weapons in all the terminal halls.«
Mein Computer war vor einer Viertelstunde erschossen worden, und ich wartete nun auf die Bestätigungsformulare, die mich dazu berechtigen würden, einen Antrag auf eine Kompensationszahlung seitens des Staates Israel zu stellen.
Es hatte mit der Passkontrolle angefangen. Ich wurde nach meinen Namen gefragt.
»Maria Kogan.«
»Ausgerechnet Maria.«
Ich zuckte mit den Schultern und sagte: »Der Name hatte meiner Mutter gefallen. Mascha.«
»Was für eine Mascha?«
»Mein Kosename.«
Er machte einen Vermerk in eines seiner Formulare und studierte eingehend mein Arbeitsvisum.
Weshalb ich gekommen sei.
»Um zu trauern.«
Ein weiterer Vermerk.
»Wie lange wollen Sie bleiben?«
»So lange wie möglich.«
»Ist es wirklich Ihr Computer?« Er betrachtete missmutig die Aufkleber mit den arabischen Schriftzeichen auf meiner Tastatur.
»Ja.«
»Sie interessieren sich wohl für unsere Nachbarn? Darf ich mit Ihrem Computer einen kleinen Test machen?«, sagte er grinsend und ging mit meinem Computer fort.“

 

Olga Grjasnowa (Baku, 14 november 1984)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november 1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

Paarden kauwend op gras, blauw veld, avond

Een bruin en een zwart paard
kauwen op gras dicht bij elkaar
in een veld onderaan de bergen

als de avond in schaduwen verandert
van blauw. De bergen zijn donkerblauw.
De lucht, erboven uitgestrekt, is bleekblauw.

Het enige geluid is het scheuren van gras
door de paardentanden. ik ben niet dichtbij
genoeg om dit geluid nu te horen,

maar het weerklinkt in mijn hoofd omdat
twee dagen geleden dezelfde twee paarden
naar deze casita kwamen recht

tegenover het hek terwijl ik stond te kijken
en vrolijk luisterde op een balkon
hoe ze gras scheurden en erop kauwden.

Het geluid van bruine en zwarte paarden,
kauwend op groen gras in een blauw veld
onderaan de bergen met een dunne strook

van witte wolken die de top afromen
van de bergen en witbloeiend
onkruid op de voorgrond is een schilderij,

ingelijst in mijn gedachten, dat ik mee zal dragen
met mij als ik naar beneden rijd van de bergen,
waar een deel van mij blijft als oog en oor.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2020  deel 1 en ook deel 2 en ook  mijn blog van 14 november 2018 en eveneens mijn blog van 14 november 2015 deel 2.

Frank Westerman, Timo Berger

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

Uit: De kosmische komedie

“Ssst. De kring in de huiskamer valt stil, al klinkt er nog her en der gekuch. De helft van de aanwezigen is op de houten bankjes langs de wanden gaan zitten, als kerkgangers. De andere helft is blijven staan. Iedereen staart naar het plafond, het hoofd gekanteld in de nek, de handen gevouwen voor buik of broekriem. Een meisje zegt nog gauw tegen haar vader: ‘Het beweegt helemaal niet.’
Dan zet de gids een stap naar voren. ‘Willen jullie om te beginnen even stil zijn.’ Ze kijkt over de rand van haar leesbril en wacht tot ook het geschuifel verstomt. Er volgt geen gebed. In plaats daarvan laat ze een aanwijsstok ritmisch tussen haar vingers heen en weer slingeren, op de maat van de eeuwigheid.
Tik tak, tik tak, tik tak…
Boven de tafel in het midden van de kamer hangen twee ballen aan koorden, de zon en de aarde. Stijf tegen het plafond hangen er meer: kleinere en grotere, goudkleurig. Jupiter met zijn vier manen, Saturnus met zijn ringen. De planken zoldering is zeegroen geschilderd, wat eerder een gevoel van diepte oproept dan van ruimte.
Het tikken ontspringt hoorbaar in de hoogte. Op de vliering staat een slingeruurwerk dat de planeetbollen hypnotiserend traag laat ronddraaien. De verborgen klok beweegt ook een rijtje wijzerplaten in de wand boven de bedstee, een achttiende-eeuws dashboard dat op elk moment van de dag de maanfase en de stand van de sterren weergeeft, bezien vanuit de positie van de aanschouwer.
In dit geval: het bed van Eise Eisinga te Franeker, Friesland.
Er daalt ontzag neer op de bezoekers. Voor ze dit grachtenhuis betraden, stonden ze op een stoeptegel voor de ingang, met de inscriptie: Voorbij deze drempel begint, huiselijk verbeeld, het universum.
Mars zijn weg om de zon is 487 dagen staat er in de gradenboog langs de baan die de rode planeet beschrijft. De schaal van dit zonnestelsel doet duizelen: elke millimeter plafond komt in werkelijkheid overeen met een miljoen kilometer zwerk. Saturnus doet 29 jaar over een rondgang door de kamer. ‘Eisinga zelf heeft tijdens zijn leven maar één omloop meegemaakt.”

 

Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog.

 

Bezorgservice

De apen bij het raam, in de ochtend
achter het matglas, weten:
het afval van deze keukens
is kostelijk en binnen handbereik

Boven de loggia zit geen schel
alarm zelfs wanneer de kolibries
laagvliegend hun draad
tongen in honingpotten dompelen

Bij een ontbijt volgens het fitnessboekje
horen meloenen in schijfjes
suikervervangers de kranten
koppen van de Jornal do Brasil:

Niemand ontvoert je
naar het noorden van de stad. Een paar voeten
kosten geen vermogen En waarom
hebben de markten hier Delivery?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2018 en ook mijn blog van 13 november 2017 en eveneens mijn blog van 13 november 2016 deel 2.

Daniël Dee, Hans Magnus Enzensberger

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

Jong speeltje

liefste niet alles was even fijn
maar het meeste onvergetelijk
dat dient gezegd
en misschien begrepen
door een volgende generatie
smurfensnot schminkstiften dobbelsteentjes autootjes
ballonnen in de kleuren van de regenboog kwartetkaarten
een dansende dora snoep dartpijltjes een tennisracket
de mens-erger-je-niet pionnen bob de bouwer lego monopoly
geld barbies knikkers krijtjes stuiterballen en legpuzzelstukjes
ik stond versteld van wat er allemaal in paste
wanneer je goed en wel voor pampus lag

waarom heb je geen lichte vorm van avondalzheimer

meestal was mijn plan om voor het slapen
nog een sigaret en een glas te nuttigen
dat werden vrijwel altijd tig sigaretten en een liter wijn

ik stelde me op zulke ogenblikken van contemplatie
belangrijke levensvragen en dacht ontelbare malen euh

 

Plofijt

Mijn meedogenloze liefste, ik schenk jou een zestigtal illegale
container-Chinezen.
Honderdtwintig vaardige, illegale container-Chinezenarmen voor
mijn meedogenloze liefste.
Illegale container-Chinezen die rap als palingen in een emmer
glibberen uit hun veilige haven.
Tevreden en contente container-Chinezen.

Denk aan de mogelijkheden mijn meedogenloze liefste wat je
allemaal
kunt doen met een zestigtal illegale container-Chinezen gevist uit
de haven.

Laat ze zingen zestig illegale container-Chinezenkelen vertolken
want jij staat niet alleen.
Iedeleen is van de weleld.
Leer ze dansen de Moulin Rouge can-can honderdtwintig container-
Chinezenbenen in de lucht.

Stuur een troepje illegale container-Chinezen naar de supermarkt,
ontneemt je weer dat ongemak en het risico van gewapende
overvallers.

Plaats de zestig illegale container-Chinezen in je keuken
zo groot zijn ze niet, mijn meedogenloze liefste,

een beetje krap wellicht maar je hebt er geen omkijken naar of houd
je niet van Chinees?

 

Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Agenda

Belastingconsulent bellen, en aan het werk.
Piekeren over de foto van een vrouw
die zich van kant heeft gemaakt.
Opzoeken wanneer het woord Feindbild
voor het eerst is opgedoken.
Na de donder de luchtbellen bekijken
die de wolkbreuk op het wegdek blaast,
en de natte lucht drinken.
Ook roken, zonder geluid televisiekijken.
Zich afvragen waar de sexuele kriebels
midden in een saaie bijeenkomst vandaan komen.
Zeven minuten lang aan Algerije denken.
Ongeremd als een twaalfjarige vloeken
over een afgebroken vingernagel.
Terugdenken aan een bepaalde avond,
eenentwintig jaar geleden, in juni,
een zwarte pianist speelde cha cha cha
en iemand huilde van woede.
Niet vergeten tandpasta te kopen.
Gissen waarom eπi = – 1;
waarom God de mensen nooit
met rust laat, omgekeerd evenmin.
Lampen in de keuken vervangen.
De levenloze, natte, verfomfaaide kraai
met lange vingers van het balkon af halen.
Naar de wolken kijken, de wolken.
Slapen ook, slapen.

 

Vertaald door Jacq Firmin Vogelaar

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn blog van 12 november 2018 en ook mijn blog van 12 november 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Jan van Nijlen, Hans Magnus Enzensberger

De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan van Nijlen op dit blog.

 

De laatste droom

Ik ga naar bed nog enkel om te dromen,
niet van een hemeltuin dien ik niet ken,
maar van de tijd dat ik gelukkig ben
geweest in ’t huis onder de notebomen.

Dan gaat voor mij de ware wereld open,
waar alles echt is, alles licht van toon,
geen paradijs met pauwe’ en antilopen,
maar, klein en doodeenvoudig en gewoon,

een tuin, zoals De Braekeleer heeft geschilderd,
met sneeuw van lelies en papavervuur,
en lilastruiken druipend en verwilderd
tegen de lentewolken en ’t azuur.

 

De laatste dagen

Een blauwe schotel bleef met enkle vruchten,
vannacht in het prieel op tafel staan,
en daarop schijnt, door winde en wilde wingerd,
een laatste straal van de verdoofde maan.

Geen wind beweegt de donkre notelaren,
rond zonnebloem en volle dahlia
gonst geen insekt: ’t is de volmaakte vrede
die eeuwig lijkt, als kwam niets meer daarna.

0 laatste, warme dagen van september,
de weemoed van uw licht gloeit ook in mij,
ik laat, als gij, mij met een glimlach glijden
naar dood en vrede, beiden zo nabij.

 

De bruid

Wie roept er in de nacht? Welk aards gefluister
groeit uit de diepten tot gejuich of klacht,
welk is die stem slechts hoorbaar in het duister?
Wie roept er in de nacht?

Het zwelt, het stijgt; dan wordt het fijn en teder
en kaatst als zeepbel op een effen plas;
het zweeft, zo licht als een verwaaide veder,
over het donker gras.

’t Is het uur dat levens- en liefdedronken,
de aarde het hart heeft ener jongen bruid,
en nachtegaal in bottende eikenstronken
voor ’t eerst van liefde fluit.

Wie roept er in de nacht? De stem der aarde
die juicht in hartstocht en in weelde weent!
Er springen bloesems open als de gaarde
de klacht der bruid verneemt!

De nacht verheelt het wonderlijk gebeuren,
de schone pijn van haar ontvangenis,
maar als des morgens, door oranje deuren,
wijkt koelte en duisternis,

dan trillen duizend blanke silhouetten,
over de bruid die bloost, maar helder lacht
onder ’t gewelf der bomen, bruidsboeketten
ontloken in één nacht!

 

Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Mooie Zondag

De oude baas met bakkebaard,
met breekbare botten,
hoe hij daar op het bankje zit
voor de bunker,
voor zijn eigen bunker.

Hoe hij erbij zit in de ochtendzon
en breit en mompelt.
Wat zei hij?
Wat zei hij?
Mooie zondag vandaag,
Mooie zondag vandaag.

Hoe hij het breiwerk laat zakken,
hoe hij spiedt,
hoe hij hoort,
hoe hij oppast
of iemand de hoek omkomt
om hem dood te slaan.

Hoe hij verder breit,
hoe hij kwinkeleert:
Niemand te zien.
Niemand te zien.
Mooie zondag vandaag.

 

Vertaald door Monique de Waal

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn blog van 10 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Lloyd Haft, Anne Sexton

De Nederlandstalige dichter, vertaler en sinoloog Lloyd Lewis Haft werd geboren in Sheboygan, Wisconsin, op 9 november 1946. Zie ook alle tags voor Lloyd Haft op dit blog.

 

Cocon

Waarom noem ik het bottending lichaam?
Omdat het nog verschijnt. Ander goed,
zachtere have liet de ribbenkraam
als het licht dat tussen het zwaarder staande roet

ontsnapt bij waar branden. Wat er blijven
zijn spikkels, stof dat warrend wolk moet worden,
vlokkenpilaar die in de wind zal stijven,
groevend nog de lucht die mij omgordde,

krassend nog naar adem die niet bleef
maar verder, langer kwam dan aders waren,
opgeheven boven handgestreef,
uitgegaan waar bot niet zal bezwaren,

wakken latend – wonden uitgeleefd
door wat niet meer in deze handen heeft.

 

Van hovenieren

Op den duur is er voor een tuin
zo weinig nodig: alleen maar
een enkele roos, een rooster,
een roosvormige rooster, of
zelfs die gedachte: aan één roos.

Bij wie zal men die gedachte
zien, of als rooster beleven?
Welk mens moet het antwoord geven
dat kromt, listig kromt en een tuin
uitspreekt waar spreken doet bloeien?

Want: wat de wilde distelbloem
wuivend bij dag te kennen geeft
zingt ’s nachts moeizaam waaiend de mens.
Maar welk mens? En in welke tuin?
Valt wat de mens wil te vinden

waar distel blauw, of doorn groen groeit?
Komen niet juist alle pluizen
aan trossen waar míjn hart ontbeert –
waar blauw nóch doorns de doorslag
gevende vormen, vormend zijn?

Aan takken waar veel komt hangen
moet niet minder te zien vallen
dan diep en diep te twijfelen,
moet distel voor roos kunnen staan
of roos, plots ontplozen, voor mij.

Op den duur is er voor zo’n tuin
zo weinig nodig, zo weinig
aanwezig: één roos, míjn rooster,
zo’n zwaarst beladen rooster mijn
enige wens één mens, één roos.

 

Gelegenheidsvers

onze voorouders. Wie
verstaat hen nog?
Woorden raken weg zonder
schade: wij immers leven

nog. Ik heb het zelf
gezegd: liever licht
dan woorden over licht.
Het boek staat. Geel

torent zijn rug die niet
als het jonge gras wuifde,
aldoor hier stond. Bleef,
niet heette.

 

Lloyd Haft (Sheboygan, 9 november 1946)

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

 

Jong

Duizend deuren geleden
toen ik een eenzaam kleintje was
in een groot huis met vier
garages en het zomer was
zolang ik me kon herinneren,
lag ik ’s nachts op het gras,
klaver verkreukelend,
de wijze sterren boven me gebed,
mijn moeders raam een koker
die gele hitte uitstiet,
mijn vaders raam, halfdicht,
een oog waar slapers langsgaan,
en de planken van het huis
waren glad en wit als was,
en wel een miljoen bladeren
deinden op hun vreemde stelen
terwijl de krekels samen
rikketikten
en ik, in mijn gloednieuwe lijf,
nog niet dat van een vrouw,
stelde de sterren mijn vragen
en dacht dat God echt
de hitte zag en het geverfde
licht,
ellebogen, knieën, dromen,
goedenacht.

 

Vertaald door Anneke Brassinga

 

Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn blog van 9 november 2018 en ook mijn blog van 9 november 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Natalka Bilotserkivets

De Oekraïense dichteres en vertaalster Natalka Bilotserkivets werd geboren op 8 november 1954 in het dorp Kuyanivka in de buurt van Soemy en studeerde af aan de Taras Shevchenko National University in Kiev. Ze is getrouwd met de criticus Mykola Riabchuk en werkt als redacteur voor het tijdschrift “Ukrainian” Culture in Kiev. Haar eerste dichtbundel, “Ballad about the Invincibles” (Balada pro neskorenykh), verscheen in 1976, terwijl ze nog studeerde. Ze publiceerde ook de bundels “The Underground Fire” (Підземний вогонь, 1984) en “November” (Листопад, 1989).[1] Voor haar dichtbundels “Allergy”(Алергія, 1999) en “Central Hotel” (Готель Централь, 2004) ontving zij respectievelijk in 2000 en 2004 deBoek van de maand prijs.

 

Hotel Central

for anyone

in one of the cities where at an uncertain time
capricious fate acknowledges us
where in the evening you can hear jazz in the restaurants
in the morning — bells from the gothic arches
water-lilies bloom in the canals there
people drink coffee there and later on beer
and the bicycles of radiant schoolgirls fly
in their sweet way in flocks

their backpacks bright and light
their legs long their hips slim
my God we once were like them too
ten twenty thirty years ago
but cast aside your itinerant pity
there\’s a Hotel Central in every city —
for those just like you who are no one for no one

here you\’ll unpack your ordinary things
remove the contacts from your eyes
wash your flesh get your drink
push the button of the pay TV —
there\’s everything you\’d want; and how you\’d want it too;
shut your eyes enter and take
nocturnal music knows no bounds
in the chambers of your Hotel Central

at three AM God like Bosch will come
to Hotel Central from the heavenly halls
with insects playing clarinets
with mosquitoes drinking submissive blood
with frogs and snails;
with fish, too;
and all your love —
is just caviar in the repositories of hell

just the struggle of a puny and a miserable slave
spread all over the walls,
of a human being — with a smiting Spirit
he sculpts and bends your body
then throws it into a tub of dung
removing it with his two fingers
shaking it looking and listening

like the first look of tender compassion
like the first touch of a somber “I love you”
like the burst of sun in the folds of a curtain —
Hotel Central meets the new dawn

and every day is like your last chance
and every night as though for the last time
and over the lily-flowered canals
the bicycles
of anxious schoolgirls fly

Grand Hotel Central
Rotterdam, June 22, 2002

 

BOYS CHOIR

In memory of Ernst Juenger

There are boys who befriend snakes.
They are fearless and they sing.
Their white shirts, like snow
fly above a fresh grave.

Beneath the black velvet of their pants
their knees burn, torn in marches
on the marble cliffs. Their voices
are thin, but even thinner is their pure breath.

Their perfect pitch resounds like thunder
from lop-eared ears to tender ribs.

…There is no falsity in my feelings
for You, my Lord, for You.

O this love, cold and clear,
this steel honor:
like crystal, salty and icy
and crystal.

There are lips that close the seam
on the sleepy wound;
and blood that drips from the sole
becomes dew.

This is the love that befriends snakes
and beats without pity;
and will kill if Your image
winks from the crystal

and points towards the bloodied path
between reapings
where snow lies on dead ships
and sailors sleep.

 

Vertaald door Dzvinia Orlowsky

 

Natalka Bilotserkivets (Kuyanivka, 8 november 1954)

Joshua Ferris, Anne Sexton

De Amerikaanse schrijver Joshua Ferris werd op 8 november 1974 in Danville, Illinois, geboren. Zie ook alle tags voor Joshua Ferris op dit blog.

UitA Calling for Charlie Barnes

.“What do you want from me, huh? What did you expect?
Those were some of the questions Steady Boy was asking that morning, after waking his computer and sitting awhile with the rapier-style letter opener, contemplatively cleaning his nails.
But of whom was he asking them? His children? Ex-wives?
Old colleagues, maybe. Like that bastard Larry Stoval.
He knew Larry from his time at Bear Stearns—that scrappy brokerage firm with the dog-eat-dog mind-set, now kaput. He and Larry Stoval were good buddies back then. This was years ago. Charlie worked the retail desk while Larry cleared dubious trades at the direct orders of Jimmy Cayne, Bear’s CEO, doing God knows what damage to the moral universe . . . but what was it that kept Larry up at night? It wasn’t boiler rooms and FTC fines. It was Charlie’s affair with a nurse at First Baptist.
It was fall, 1992. The nurse’s name was Barbara. Larry didn’t like her. Didn’t like the idea of her. Larry, the Oak Brook deacon, didn’t give a damn about Wall Street thievery, but coveting thy neighbor’s wife—now that Larry could not abide.
Human hypocrisy of this magnitude was one reason Charlie always felt far from God. Little did Larry know that that guilt-ridden affair, which ended when Charlie left Evangeline and married the nurse, sent him, for the first and only time in his life, to a therapist’s couch just to pull himself together.
Honestly, he’d assumed the extramarital shame would go on eating him alive, like the guy who stole fire from the gods and had his liver picked clean by birds. But did Larry offer him any comfort? Take-home pay that put Larry Stoval in the halls of Valhalla, but he still couldn’t afford a little compassion for his fellow fallen man. “Larry,” Charlie had said, making himself vulnerable to his good old friend, “I’m in real trouble here,” and what’d the guy do? Treated him like a fucking pariah. He set down the letter opener, picked up the phone, and dialed. with the rapier-style letter opener, contemplatively cleaning his nails.
But of whom was he asking them? His children? Ex-wives?
Old colleagues, maybe. Like that bastard Larry Stoval.
He knew Larry from his time at Bear Stearns—that scrappy brokerage firm with the dog-eat-dog mind-set, now kaput. He and Larry Stoval were good buddies back then. This was years ago. Charlie worked the retail desk while Larry cleared dubious
trades at the direct orders of Jimmy Cayne, Bear’s CEO, doing God knows what damage to the moral universe . . . but what was it that kept Larry up at night? It wasn’t boiler rooms and FTC fines. It was Charlie’s affair with a nurse at First Baptist.”

 

Joshua Ferris (Danville, 8 november 1974)

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

 

Het mos van zijn huid

Het was alleen belangrijk
om te glimlachen en stil te zitten,
naast hem te gaan liggen
en even uit te rusten,
samen te worden opgevouwen
alsof we zijde waren,
weg te zinken uit de ogen van moeder
en niet te praten.
De zwarte kamer nam ons op
als een grot of een mond
of een inhuizige buik.
Ik hield mijn adem in
en papa was er,
zijn duimen, zijn dikke schedel,
zijn tanden, zijn haar dat groeide
als een veld of een sjaal.
Ik lag bij het mos
van zijn huid totdat
het raar werd. Mijn zussen
zullen nooit weten dat ik
uit mezelf val en doe alsof
Allah niet zal zien
hoe ik mijn vader vasthoud
als een oude stenen boom.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e november ook mijn blog van 8 november 2018 en eveneens mijn blog van 8 november 2015 deel 2.