Michael Chabon, Joseph Brodsky

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit: De Jiddische politiebond (Vertaald door Christien Jonkheer en Gerda Baardman)

“Al negen maanden bivakkeert Landsman in hotel Zamenhof zonder dat een van zijn medegasten vermoord is. En nu heeft iemand de bewoner van kamer 208, een jehoede die zich Emanuel Lasker noemde, een kogel door het hoofd gejaagd.
‘Hij nam de telefoon niet meer op, deed de deur niet meer open,’ zegt Tenenboim de nachtportier als hij Landsman uit bed komt halen. Landsman woont op 505, met uitzicht op het neonbord van het hotel aan de overkant van Max Nordau Street. Dat is hotel Blackpool, een woord dat door Landsmens nachtmerries spookt ‘Ik heb mezelf toegang moeten verschaffen.’
De nachtportier is een voormalige Amerikaanse marinier die zijn eigen heroïneverslaving de baas is geworden in de jaren zestig, toen hij terugkwam van de puinhopen van de Cubaanse oorlog. Hij treedt de verslaafde bewoners van het Zamenhof met moederlijke zorg tegemoet. Hij leent ze geld en zorgt ervoor dat ze mm mrt gelaten worden als ze dat nodig hebben.
‘Heb je in de kamer ergens aan gezeten?’ vraagt Landsman.
‘Alleen aan het geld en de juwelen,’ zegt Tenenboim.
Landsman trekt zijn broek en schoenen aan en hijst zijn bretels op. Daarna draaien hij en Tenenboim zich om naar de deurknik, waar een stropdas aan hangt, rood met grote bruine strepen, voorgestrikt om tijd te besparen. Landsman heeft nog acht uur voordat hij w aan de bak moet. Acht rattenuren, lurkend aan de fles, in zijn glazeneer kooi tussen de houtwol. Landsman zucht en pakt zijn das. Hij laat hem over zijn hoofd glijden en schuift de strop omhoog tegen zijn boord. Hij trekt zijn jasje aan, voelt of zijn portefeuille en politiepenning in zijn borstzak zitten, en geeft een klopje op de sjolem die hij in een holster onder zijn oksel draagt, een korte Smith & Wesson Model 39.
‘Ik maak je niet graag wakker, inspecteur,’ zegt Tenenboim. ‘Maar ik heb gemerkt dat je niet echt slaapt.’
‘Ik slaap wel, hoor,’ zegt Landsman. Hij pakt het borrelglas waar hij op het ogenblik een relatie mee heeft, een souvenir van de Wereldtentoonstelling van 1977. ‘Ik doe het alleen in mijn ondergoed.’ Hij heft het glas en brengt een toast uit op de dertig jaar die er sinds de Wereldtentoonstelling in Sitka verstreken zijn. Een hoogtepunt van de Joodse beschaving in het noorden, zeggen ze, en wie is hij om dat te betwisten? Veertien was Meyer Landsman die zomer, en hij ontdekte net de verrukkingen van Joodse vrouwen, die in 1977 ook op hun hoogtepunt geweest moeten zijn. ‘Rechtop in een stoel.’ Hij drinkt het glas leeg. ‘Met een sjolem om’.

 


Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

Rotterdams dagboek

I
De regen klettert. Woensdag. Schemering.
‘k Zie paraplu’s en opgezette kragen.
Ze bombardeerden Rotterdam vier dagen,
en toen was deze stad herinnering.
Niet mensen, steden schuilen als het regent
in een portiek. En in een bui beland
bewaren straten, huizen hun verstand
en roepen niet om zoete wraak, neerzijgend.

II
Een hete julidag. Er lekt een wafel
ijs op een buik. Een kinderstemmenkoor.
Moderne flats, kantoor omarmt kantoor.
Le Corbussier deelt dìt met de Luftwaffe,
dat beide fanatiek hebben getracht
het aanzien te veranderen van Europa.
Wat rest na ’t razend spel van de cyclopen
wordt op een tekentafel koel volbracht.

III
De tijd heelt, maar hoe heilzaam ook die kracht,
een beenstomp kan van middel doel niet scheiden,
heeft van een panacee nog meer te lijden,
en jeukt. Een jaar of dertig later. Nacht.

We drinken wijn en voeren dialogen
in een gebouw dat naar de sterren reikt –
op een niveau dat eerder werd bereikt
door hen die hier destijds de lucht in vlogen.

 

Vertaald door Peter Zeeman

 


Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2020 en eveneens mijn blog van 24 mei 2018 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Jan Baeke, Jane Kenyon

De Nederlands dichter Jan Baeke werd geboren in Roosendaal op 23 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jan Baeke op dit blog.

 

Vragen met honden

Is het ook een hond
die zoveel op ons lijkt
en op de bank in slaap gesukkeld is?

Er staat in de voorschriften
hoe wij moeten liggen en slapen
hoe we een feestmaal moeten bereiden
en een huis schoonmaken
en ook staat er hoe we met honden
moeten doen en zij met ons.

Dat om ons heen anderen
het meubilair nog voor zonsopgang reinigen
met water en zeep de nacht verdrijven
zich voor ons opstellen en vragen
staan wij stil, zijn dit onze handen
hoe houden wij de honden
op afstand?

Wij snellen naar de boeken
om de juiste pagina’s te vinden
De zon komt blaffend op.

 

Betrekkelijk

Hier, achter de muur en
verderop in het park, legt het licht
een zachte arm van god
op de naar elkaar gebogen schouders.
Weerschijn
die niets loslaat
van de betrekkingen, waarin deze mannen
verzameld zijn.

Het gesprek, half afgewend
onder de bladeren.

In beide stemmen
geruis
dat de gebeurtenis vertraagt.

Een zin die even luistert
naar de ritselende overwegingen.

Hun driftige gebaren maken duidelijk
hoe ernstig zij het leven nemen.

Hun verwoede pogingen
het moment te verlengen

of is het dit bedrieglijke licht?

 

Logos

Een man bedenkt Venetië en wetten
vol met fouten (poëzie dus).
Een man die desgevraagd beweren zal:

Een woord komt altijd op gedachten.
Het gaat er om dat het er is
waarmee men rekening kan houden.

Venetië? Mooi woord! Nietwaar?

Zo moet het zijn. Een woord
dat de bedoeling is
en aan een ander woord doet denken.
Een stad in haar idee bestorven

een innemende gedachte
Venetiaans, poëtisch, mogelijk.

Mooi ook zijn de vele vertellingen
die hij nimmer zal bedenken.

 


Jan Baeke (Roosendaal, 23 mei 1956)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Het shirt

Het shirt raakt zijn nek
en vlijt zich tegen zijn rug.
Het glijdt langs de zijkanten naar beneden.
Het gaat zelfs tot onder zijn riem –
tot in zijn broek.
Gelukkig shirt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2020 en eveneens mijn blog van 23 mei 2019.

Erik Spinoy, Jane Kenyon

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Beslissend moment in het leven van een mens

Zwaar slaapt de tong,
een wezen leegt zich
in het oud geworden bed.
Stof kust de ruit en ligt
op steen en tegelvloer.

Wie leent de radiostem
een rozig, bloeiend oor?
Wie neemt de hoorn?

De avond slinkt en slinkt.
Grijs klimt de eenzaamheid
en in de mond groeit hard
een eeuwig groene plant.

Soms hoort men nog zijn echo gaan.
Een bal die, half onzichtbaar, naar
zijn einde rolt.

 

Schloss Schönbrunn

VI. Amor dei intellectualis

De kruinen van de bomen

Bijgeknipt tot regelmaat. Een ruïne die geen
Ruïne was maar opzet. En wat een labyrint
Kon lijken, ontpopte zich als geometrisch spel
Met de alleeën. Hierdoor liet het zich begrijpen

Als een werkzaamheid – een visie die
Zich tot geen standpunt te beperken heeft,
Een bundel alomvattende bevelen. Want wat
Nog vreemd was, moest zich in vertrouwde vormen

Kleden. En wat gebouwd werd, moest bij voorbaat
Aan het vreemde overgeven. Zo is het overal aanwezig
In het samenspel. Nooit legt het zich in één
Verschijning vast. Ten hoogste soms waait naar

Je toe wat haast een geur is. Je meent in
Zand een spoor te zien, en te herkennen.

 

VII. De moraal

Als de beweging van een degen

Besteeg de weg de helling. Dat je
De klim begon was navoltrekken en
Beseffen wat de opdracht is, de
Plicht waar men zich niet kan

Aan onttrekken: dat wat men ziet,
Zijn eisen stelt. Je was niet langer
Om jezelf bezorgd, en klom zoals
Klimop op luwe muren klimt:

Met grootste vanzelfsprekendheid.
Wat je wou bereiken en wat daarna
Komen zou, zijn vragen met een
Antwoord als een laatste wens. Je krijgt

Waarom je vroeg – maar daarna is de
Tijd van krijgen onherroepelijk voorbij.

 


Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Nederlandse Interieurs

Christus is duizendmaal ter dood gebracht
in de koude streken van Noord-Europa.
Plotseling verschijnen er brood
en kaas op een bord,
naast een glimmende tinnen beker bier.

Zeg me nu dat de Heilige Geest niet
zetelt in het lichtspel
op het bestek!

Een vrouw maakt kant,
met een spaniël met vochtige ogen liggend
aan haar kleine welgevormde voeten.
Zelfs het dienstmeisje met de po is er;
het ondeugende meisje met de rode wangen…

En de koopmansvrouw, nog steeds
in haar gele kamerjas
op het middaguur, doopt haar pen in Oost-Indische inkt
met een air van behoedzaam genoegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.

Amy Waldman, Robert Creeley

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Amy Waldman werd geboren op 21 mei 1969 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Amy Waldman op dit blog.

Uit: De inzending (Vertaald door Thera Idema)

“De namen,’ zei Claire. Vat doen we nou met de namen?’ `Die zijn bedoeld als aandenken, niet als gebaar,’ zei de beeldhouwster. Bij Ariana’s woorden knikten de andere kunstenaars, de criticus en de twee openbare kunstsponsors die aan de eettafel zaten, allemaal onder haar betovering. Ze was de beroemdste van de juryleden, de dominerende figuur, Claires grootste probleem. Ariana had aan het hoofd van de tafel plaatsgenomen, alsof ze de vergadering voorzat. Vier maanden lang hadden ze hun beraadslagingen gevoerd aan een ronde tafel, waardoor ze allemaal gelijk waren. Die tafel stond in een kantoorruimte in het centrum, hoog boven de krater in de aarde, en daar hadden de andere juryleden steeds toegegeven aan de behoefte van de weduwe om met haar rug naar het raam te zitten, zodat de doodse grond beneden slechts een grijze vlek was als Claire naar haar stoel liep. Maar vanavond zat de jury aan de lange tafel in Gracie Mansion, de ambtswoning van de burgemeester van New York, om de laatste beraadslagingen te voeren. Ariana had zonder het te vragen en blijkbaar zonder scrupules de belangrijkste plaats ingenomen, waarmee ze aangaf dat ze van plan was zich te laten gelden. `Men verwacht de namen van de doden; dat is zelfs een eis die in het reglement is opgenomen,’ vervolgde ze. Voor zo’n heerszuchtige vrouw had ze een honingzoete stem. ‘Bij het juiste monument zijn het niet de namen die emoties opwekken.’
`Maar voor mij doen ze dat wel,’ zei Claire met strakke mond, terwijl ze enig behagen schepte in de neergeslagen ogen en schuldige blikken aan de tafel. Ze hadden natuurlijk allemaal iets verloren – het gevoel dat hun natie onkwetsbaar was, de meest herkenbare iconen van hun stad; misschien waren ze vrienden of bekenden kwijtgeraakt. Maar alleen zij had haar man verloren. Ze had er geen moeite mee om hen hier vanavond nog eens aan te herinneren, nu ze op het punt stonden hun keuze voor het monument te maken. ze hadden vijfduizend anonieme inzendingen weten terug te brengen tot twee. Dat laatste snoeiwerk had eenvoudig moeten zijn. Maar na drie uur delibereren, twee stemrondes en te veel glazen wijn uit de privévoorraad van de burgemeester was de conversatie rauw en kortaf geworden en vervielen ze in herhalingen.”
 


Amy Waldman (Los Angeles, 21 mei 1969)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Niet nog eens

Soms maakt het mij verlegen,
de terugkeer van dat voornaamwoord
dat in twijfel trekt, of liever op
de voorgrond plaatst: mijn eigen gezicht.

Natuurlijk voel ik me
verlegen, wat anders?
Zoals bij de kelner met het blad waarop
(alleen) zijn eigen handen rusten.

Altijd –
zondagmaandagdinsdagwoensdagdonderdagvrijdag
zaterdag –
waar ik ook kijk,
ik ben er.

Het waren een bries en een schelp
die Venus brachten –
maar ik kan hier zijn
zonder ergens heen te gaan.

Dus tot ziens,
tot we elkaar weer treffen,
en als je komt, loop maar binnen.
Ik ben het.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 


Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e mei ook mijn blog van 21 mei 2021 en ook mijn blog van 21 mei 2020 en eveneens mijn blog van 21 mei 2019 en ook mijn blog van 21 mei 2018.

Libris Literatuur Prijs 2025 voor Safae el Khannoussi

Libris Literatuur Prijs 2025 voor Safae el Khannoussi

De Nederlandse schrijfster Safae el Khannoussi heeft maandag de Libris Literatuur Prijs gekregen voor haar roman “Oroppa”. Safae el Khannoussi werd geboren in Tanger, Marokko, in 1994. “Oroppa” stond in 2024  op elk eindejaarslijstje van zo’n beetje elk medium. De Volkskrant benoemde “Oroppa” zelfs tot hét boek van het jaar, en riep El Khannoussi uit tot talent van 2024. Zie ook alle tags voor Safae el Khannoussi op dit blog.

Uit: Oroppa

“Maar daarvoor was dokter Mehdi niet geroepen. Dat gehoest, zo hevig dat je je afvroeg hoe het kon dat het resterende longetje niet al lang was geknapt, dat begrepen ze wel, maar waarom toch al dat gegil, dokter. Hierop merkte dokter Mehdi droogjes op dat hij geen psychotherapeut was. Maar kon hij dan geen enkele verklaring bedenken? Hierop had de dokter een onbehouwen grap gemaakt. Hij zei: ‘Zoals een ezel balkt als-ie de duivel langs ziet lopen, zo schreeuwt mevrouw wanneer de dood zich over haar buigt.’
Het kind had met stomheid geslagen naar dokter Mehdi geluisterd.
Sindsdien zat de dood met gekruiste benen op de stoel naast het ziekbed, kamde hij de haren uit het hoofd van de zieke, schuurde nog wat kleur uit haar gezicht, en fluisterde haar met zijn trieste doodsgrijns angstaanjagende nachtmerries in het oor.
Dokter Mehdi had ook nog gezegd dat mevrouw rust moest hebben, zodat ze vredig heen kon gaan. Maar Meryem, die de opdracht had gekregen de zieke te verzorgen, bleef het een goed idee vinden om haar uit bed te tillen en in bad te stoppen, en ’s ochtends, na het ontbijt, zette ze de vrouw op een stoel op het balkon, ging naast haar zitten roken en ze durfde te zweren dat bij het opsteken van de sigaret de oogleden van de vrouw trilden en haar mond een klein beetje openging.
Voorzichtig liep het kind naar het bed. De ogen van de vrouw, kalm en glinsterend, zochten het plafond af, zweefden naar de balkondeuren, en terug naar het plafond, bleven op de deuropening rusten, keerden terug, en streken, tussen een paar moeizame ademhalingen door, neer op de kruin van het meisje, kropen over haar gezicht en bleven ter hoogte van haar borstkas hangen.
‘Godverdomme,’ zei de vrouw.
Het klonk alsof je een nest jonge kraaien in een versnipperaar gooide.
Salomé Abergel was zonder enig bezwaar zo de dood ingegleden, als de dood haar, na eerst weifelend op haar te hebben gekauwd, niet weer terug had gespuugd – dat wil zeggen, terug het leven in. Vreemde manier om wakker te worden, dacht Salomé, al waren er gekkere manieren, zoals laatst, toen ze in de felle zon op het balkon ontwaakte naast een vrouw die met gesloten ogen zat te roken. Ze had toen geveinsd te slapen, maar ze was de hele tijd wakker, totdat ze weer in bed was gelegd en afgleed naar troebele wateren.”

 


Safae el Khannoussi (Tanger, 1994)

Tommy Wieringa, Robert Creeley

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Nirwana

“Na jaren van onbruik wordt er in de zomer van 1990 bijna elke dag gezwommen in het zwembad tussen de villa en de bosrand. De hittegolf die eind juli begon en tien dagen duurde is voorbij; het is nog altijd erg warm. Op de bodem van het bad scherpt een jongen opnieuw zijn onderwaterrecord aan. In juni is hij veertien geworden. Het wrede seizoen. Wanneer hij zich buiten adem op de tegelvloer afzet en naar de oppervlakte schiet, is het alsof hij zal sterven, maar dat is pas over achtenvijftig jaar, op ditzelfde landgoed, in een ander jaargetijde en onder omstandigheden die het best paradoxaal genoemd kunnen worden. Nu leeft hij, de jongen Hugo Adema, en hoe: happend naar lucht breekt hij door de waterspiegel. Hij zwemt naar de rand en hijst zich erop. Zijn hart dreunt, zijn schouderbladen steken scherp uit wanneer hij bij de badhokken een handdoek rond zijn middel slaat. Hij is mager en zo bruin als een eekhoorn, een en al knoken en huid. Sinds kort kruipt er een potloodstreepje haar vanuit zijn zwembroek naar zijn navel. Het spoor van zijn natte voetstappen vervliegt vlug op de warme stenen. De gedachten van de jongen zijn bij zijn nieuwe record van één minuut achtentwintig, maar voor het overige overal en nergens. In De Telegraaf van zijn grootvader leest hij over de val van de Muur, de aanstaande hereniging van de beide Duitslanden en de Golfoorlog die eerder die maand is uitgebroken, maar zijn eigen beslommeringen schijnen onvergelijkelijk veel groter. De toekomst is een duisternis, sinds hij bij zijn grootouders is ondergebracht. De eeuwige ruzies en vechtpartijen met zijn broer zijn zo uit de hand gelopen dat ze elke nieuwe au pak binnen de kortste keren aan de rand van een zenuwinzinking brengen. Dit, moeten zijn ouders hebben gedacht, is een eenvoudige, elegante oplossing zo: hij hier op het Wassenaarse landgoed van zijn grootouders en zijn tweelingbroer thuis aan de Groot Haesebroekseweg, hemelsbreed nog geen twee kilometer bij elkaar vandaan, maar de verwijdering is compleet. Er is geen einddatum vastgesteld, zodat zijn excommunicatie zich tot in het oneindige uitstrekt, en er is ook geen sprake van dat ze zullen ruilen op een dag, zodat hij terug naar huis kan en zijn broer hier wordt geparkeerd, waardoor hij zich daadwerkelijk verbannen voelt, de ongewenste van de twee. Hij mist de honden. Ondraaglijk traag zijn de zomerdagen met alleen twee bejaarden en een kokkin om zich heen, al past het woord ‘bejaarde’ misschien niet zo erg bij zijn opgedofte grootmoeder of de gestrengheid van zijn grootvader.”

 


Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Het raam

Positie is waar je
hem neerzet, waar hij
bestaat, heb je, bij voorbeeld,

die grote tank daar, die
zilveren, met de witte kerk
erlangs, zomaar

opgelicht, en met welk
doel? Hoe zwaar
is de langzame

wereld waarin
alles op z’n plaats
staat. Een man

loopt voorbij, een
auto naast hem op
het neergevallen

wegdek, een blad van
een gele kleur staat
op het punt te

vallen. Alles
valt op z’n
plaats. Mijn

gezicht voelt zwaar
van al dat kijken. Ik kan
mijn oog voelen breken.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 


Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2023 en ook mijn blog van 20 mei 2020 en eveneens mijn blog van 20 mei 2019.

Constantin Göttfert, Robert Creeley

De Oostenrijkse dichter en schrijver Constantin Göttfert werd op 19 mei 1979 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Constantin Göttfert op dit blog.

Uit: In den Wänden

„Zwei Nächte verbrachte ich bei meinem Vater. Du denkst an Berge, wenn du an Österreich denkst, du erinnerst dich an die Luft, die du auf einer deiner Reisen in die Lunge gezogen hast. Vielleicht denkst du daran, wie der Schnee unter deinen Schiern knarzt, oder an Seilbahnen, die über dicht bewaldeten Hängen schaukeln; in Wahrheit jedoch ist das, was ich meine Heimat nenne, eine flachgedrückte Ebene.
Kein Fremder ist jemals an diesem Ort dem Zug entstiegen. Du wärest der erste. Und würdest du dann an der Eingangstür meines Vaterhauses stehen und dich noch einmal zurückwenden, so ginge dein Auge über eine unendliche Fläche aus Feldern und brachliegendem Land, und nichts finge deinen Blick auf, keine Erhebung, kein Wald, nicht die Lichter einer Stadt. Nur die Felder der Sonnenblumen würdest du sehen, die bis an den Horizont reichen, deren Köpfe so schwer sind, dass sie sich kaum bewegen, wenn der Wind an ihnen reißt, und die Stimmen der Kinder hören, die aus der Schule am Ende der Straße kommen; immer noch laufen sie durch dieselben Tore, durch die auch ich gelaufen bin, immer noch lachen sie, stellen sich ein Bein, stecken sich Sonnenblumenkerne zwischen die Zähne und treten sich mit den Spitzen ihrer Schuhe gegen die Schienbeine.
Eben dort, am Rande der Sonnenblumenfelder, stand ich und wartete, bis die Stimmen verstummt waren. In der plötzlichen Stille hörte ich, wie eine leere Medikamentendose über die ­Gitterstäbe eines Kanaldeckels rollte. Der Wind musste sie aus dem Mülleimer vor der Haustür gerissen haben. Sie hatte sich zwischen den Gitterstäben verfangen, schaukelte dort hin und her, bis sie plötzlich frei kam und vom Wind an der Gehsteigkante hinabgetrieben wurde. Es dauerte viel zu lange, bis ich den richtigen Schlüssel fand, und als ich das Haus meines Vaters betrat, war meine Hand, die den Koffer vom Bahnhof bis hierher getragen hatte, unendlich müde geworden.
Mein Vater ist krank, weißt du, aber nicht das ist es, was mich wach hält. Es sind seine Schritte. Sie wecken mich, wenn er nachts im Haus umherirrt, wenn er schlaflos die Treppen neben meinem Zimmer auf- und absteigt. Mit seinen schweren Füßen nimmt er mir den Schlaf. Ich höre, wie er stehen bleibt, wie er atmet. An der obersten Treppenstufe steht er dann, und das Pfeifen seiner Lunge erscheint mir plötzlich so nahe, als wäre nicht er, sondern ich selbst der Keuchende. Im dunklen Zimmer starre ich auf die geschlossene Tür und höre die Schritte. Er geht ins Wohnzimmer.“

 


Constantin Göttfert (Wenen, 19 mei 1979)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Stoute jongen

Als hij thuiskomt met een walvis
lacht ze en zegt, dat bestaat niet.

En als hij de honderdduizend heeft gewonnen
zal ze zeggen, waar was je vannacht?

Waar ben je nu, trouwens? Moet ik
altijd (zegt ze) naar je blijven

uitkijken? Ze zegt, als ik dacht
dat het zou helpen dan zou ik

je neerknallen, idioot
die je bent. Dan schikt ze

haar haar, en wacht
op Uncle Jims gegrilde, volvette, ongeëvenaarde

walvislapjes.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 


Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2023 en ook mijn blog van 19 mei 2022 en ook mijn blog van 19 mei 2020 en eveneens mijn blog van 19 mei 2019 en ook mijn blog van 19 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Yi Mun-yol, Markus Breidenich

De Zuidkoreaanse schrijver Yi Mun-yol werd geboren op 18 mei 1948 in Yongyang. Zie ook alle tags voor Yi Mun-yol op dit blog.

Uit: The Old Hatter (Vertaald door Brother Anthony van Taizé)

“The first encounter between our clan’s urchins and the horsehair-hat maker, Top’yo”g, took place one summer on a market day toward the end of my childhood. To be sure, his modest hat shop had stood there for as long as we could remember, but we no more noticed it than the pebbles on the shores of our creek or the grass in the shade of our valley. However, we happened to discover that horsehair, being strong and nearly transparent, was excellent for hanging bait in a squirrel trap or making cicada nets. After this momentous discovery, we would go to his shop almost every market day for horsehair. For children without money like us–it was before Korean parents gave their children regular allowances–the only way to get what we needed was to steal. In the childish parlance of the day, we “snatched” it.
Of course, old man Top’yo”g didn’t just put himself at our mercy. But we were tireless, and having neither toys nor recreational facilities, we needed horsehair badly. Old man Top’yo”g was bound to be defeated by our brilliant tactics.
On days when the old man tried to drive us away, believing he had safely hidden his horsehair, we took more of it than was necessary. Our tactic was to start a conversation with him on topics like “the day Venerable Hahoe came back without his topknot.” He was sure to get excited and hotly denounce the impious act of the late clan elder, failing to notice what was going on around him. Meanwhile, our commandos circled around to the back of the shop and snatched some horsehair. It took us a decade to understand why the anecdote so excited and infuriated the old man, but we were clever enough to use the circumstance to our advantage.
Even on days when the old man generously handed each of us horsehair not good enough for him but quite usable for us, he would still lose good horsehair, though in somewhat smaller quantity. On such days we would effusively express our gratitude and insist on helping him, blowing on the glue stove until the shop floor was covered with white ash or scrawling with our crayons on his ridiculously small and humble signboard, which said “Horsehair hats and headbands for sale. Repairs also done.” He would then scowl at us and click his tongue in disapproval, but always ended up handing out superior grade hair.”

 


Yi Mun-yol (Yongyang, 18 mei 1948)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Thermostatisch I

Wij radiatoren. Dragen sporen
van olie in de poriën. Binnenkort verlichten
luchtbevochtigers de droogtijd.
Adderhuid, die in de Namib over het
zand jaagt. Ongetwijfeld stormachtig ook
wij stropen de vacht van een zebra.
Dit retro-uiterlijk tussen de ribben.
Gepiep en geritsel in de wind.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e mei ook mijn blog van 18 mei 2022 en ook mijn blog van 18 mei 2020 en eveneens mijn blog van 18 mei 2019 en ook mijn blog van 18 mei 2018 en eveneens mijn blog van 18 mei 2014 deel 2.

Lars Gustafsson, Markus Breidenich

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

Een verhaal uit Rusland
(Metaroman)

Er bestaan van die wat grotere woonblokken,
waar de verhouding tussen huizen en ramen niet klopt.
Resultaat: een onverdraaglijk staren.
Wat daar zo staart zijn ramen!

Een schrale heer, op bezoek m een of ander departement,
laat een grofgebreide handschoen op een stoel liggen. Hij gaat zijns weegs.

De handschoen wordt gevonden door Y. Het is bitterkoud. Hij trekt hem aan.
Hij wordt abusievelijk voor Z. gehouden en raakt zo in moeilijkheden.

En wij betreden de oerwouden van de europese beschaving!
Tragedies, persoonsverwisselingen, elegante feesten! Nauwkeurig bekeken,
welk een zeldzaam patroon weven onze lotsbestemmingen niet:
Monsieur A…. eenzaam,
‘Parmi les proses écrasés de sa jeunesse’.

Maar buiten alle proza’s is het volkomen stil, een winternacht.
Onderzoek de geschiedenis nauwkeurig: zij had er net zo goed niet kunnen zijn,
de geschiedenis: vorsten, opstanden, verhalen. Duisternis.
Bitter koud, glashelder maanlicht en zelfs geen sledespoor!

Wat daar zo staart zijn ramen!

 

Inscriptie op een steen

‘Ik word in steen veranderd en mijn pijn blijft duren.’
Vertalen. Maar in welke taal? En hoe?

Men vraagt mij te vertalen. Het vraagt om een vertaling,
alsof het niet reeds geschreven stond. Bestaan er andere woorden?

Zo is alles reeds geschreven. En in hetzelfde schrift.

 

Over de zachtste geluiden

Er rust een toon in grote orgels,
de tweeëndertigvoetige bas, kontrafagot

geweldig trillende luchtpilaar, najaar,
wanneer het water in de bronnen stijgt

het ondergrondse net van bronnen en van stromen.
En dat meer uit verdriet dan uit geluid bestaat.

Aan die onderste grens waar de muziek ophoudt
wil iets anders beginnen,

meer lichaam dan geluid, lichaam en duisternis,
en najaar waarin de bronnen stijgen,

maar aangezien het onderaards is,
onder de muziek, onder de weeklacht

wil het niet beginnen, begint het niet,
en bestaat aldus ook niet.

Nu is het dichterbij, nu is het duidelijk!
Nu valt het zo meteen in de hele streek te horen.

 

Vertaald door J. Bernlef

 


Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Uit de geschriften van de stenen

Over de ondergang wist ik weinig.
Op het betreffende tijdstip
ging ik wandelen met katers. Niets
aan hun gedrag was ongewoon.
Er viel alleen maar regen.

Dat de dagen weer langer zouden worden,
las ik af van de positie van de zon tussen
de rotsen. Eenmaal
viel het eerste licht op het slaapkamertafeltje.
De ochtend begon geheimzinnig, zonder enige ophef.
Gewoon het gebruikelijke schouwspel van de lucht. Merels
bleven onopgemerkt.

De ingewanden van mijn kanarie
voorspelden niet veel goeds. Vanuit de kelder
kropen maden over mijn hand, die ik
ontving als vrienden. Zij waren
de voortekenen van de asterplaag,
Beproevingen tussen huizen,
Tuinen en bermen. Al lang
vlogen boven mijn hoofd grijze ganzen
aan de touwtjes, en op hey ritme
van hun vleugelslagen bewoog ik mij.
Wat leek op een Sint-Vitusdans of
meanderend leven, was een uitdrukking
van mijn inflatoire bezorgdheid.

Langs de junihemel
volgde de komeet zijn baan. Ik
beschouwde laatste dingen. Ontelbare bloemen
stonden in propvolle vazen. Later
pakte ik inkt en ganzenveer.
Alles kwam plotseling,
terwijl de katten miauwden.

Toen de zon verdween,
was ik negentien, de aarde grijsgroen.
Op de puimstenen liet ik mijn naam en adres achter. 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e mei ook mijn blog van 17 mei 2021 en eveneens mijn blog van 17 mei 2018 en ook mijn blog van 17 mei 2015 deel 2.

Paul Gellings, Adrienne Rich

De Nederlandse dichter en vertaler Paul Johann Gellings werd geboren in Amsterdam op 16 mei 1953. Zie ook alle tags voor Paul Gellings op dit blog.

 

 DE PEPERBUS SPREEKT

De dichter van de stad kijkt uit zijn zolderraam.
Dat doet hij iedere ochtend en bijna iedere avond.
Hij zoekt een tel en ziet mij in de verte staan.

Even luistert hij naar het spelen van de beiaardier
en droomt mij op de voorplecht van een stenen schip
dat onverstoorbaar meevaart met de aarde hier.

In de romp valt soms de zon door glas in lood,
soms trillen kaarsenvlammen in het halfdonker,
gebeden, vragen over het leven en de dood.

Alleen ieder antwoord gaat in raadselen gehuld,
nieuwe geheimen, een wolk, zoals die bronzen
nevel waar ons carillon de stad mee vult.

Wie ben ik toch? Voor late reizigers een baken,
tot na de laatste trein wacht ik hier goudgehelmd,
vuurtoren die uitkijkt op een zee van daken.

Zo ben ik bij daglicht ook een gids voor iedereen.
Voor wie mij kent is het onmogelijk verdwalen.
Opeens weet je het weer: daar moet je heen.

De dichter van de stad kijkt uit zijn dakkapel.
Hij heeft me laten spreken – maar de beiaard
is de echte stem waarmee ik mijn verhaal vertel.

 

IMPRESSION DU MATIN – Oscar Wilde

De nachtelijke Theems van blauw en goud
Maakte zich in grijze ochtend Mooi;
Een schuit met okerkleurig hooi
Verliet de kaai: en kil en koud

Schoof de gele mist daar ineens
Over de bruggen, tot overal
Gevels schaduw werden en de St. Paul
luchtbelvormig in de stad verrees.

Toen weerklonk er ook de ademstoot
Van het ontwaken; de straten vol
Met boerenkarren: en een vogel
Bevloog een blinkend dak en floot.

Maar een vrouw vaalbleek en alleen,
Gekust door zon op fletse haren,
Stond nog in de gloed van een lantaarn,
Haar mond een vlam, haar hart een steen.

 

Zuid-Holland

Er is een spiegel
onder het drassige
land geschoven.

Rimpelloze sloten vol
van snijdend licht.
Een eend breekt het

water en laat
een schervenspoor
onder zijn vlucht.

Was ik de zon, even
was ik zeer verward.

 


Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953)

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

WAT ZIJN DIT VOOR TIJDEN

Er is een plek tussen twee bomengroepen waar het gras tegen de heuvel groeit
en de oude revolutionary road in schaduwen uiteenvalt
bij een bedehuis dat in de steek gelaten werd door de vervolgden
die verdwenen in die schaduwen.

Ik liep daar paddenstoelen plukkend op de rand van wees, maar vergis je niet
dit is geen Russisch vers, dit is niet ergens anders dan hier,
ons land dat zijn eigen waarheid en ontzetting nadert,
zijn eigen vorm van mensen doen verdwijnen.

Ik ga je niet vertellen waar die plek is, waar het donkere netwerk van het woud
met de discrete lichtstrook samenvalt –
spookachtig kruispunt, paradijs van bladaarde:
ik weet al wie het kopen wil, verkopen, doen verdwijnen.

En ik ga je niet vertellen waar het is, waarom vertel ik je
dus iets? Omdat je nog steeds luistert, omdat in dit soort tijden,
wil ik je hoe dan ook doen luisteren, het nodig is
te praten over bomen.

 

Vertaald door Antjie Krog

 


Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e mei ook mijn blog van 16 mei 2019 en ook mijn blog van 16 mei 2018.