Rose Styron

De Amerikaanse dichteres, journaliste en mensenrechtenactiviste Rose Burgunder Styron werd geboren op 4 april 1928 in Baltimore, Maryland, waar ze haar jeugd doorbracht. Als dochter van B.B. Burgunder (vader) en Selma Kann (moeder), was haar familie van Duitse afkomst, hoewel het werd omschreven als een seculier, niet-religieus Joods gezin. Ze bezocht de Quaker Friends School of Baltimore basisschool.  Burgunder studeerde aan Wellesley College, waar ze in 1950 afstudeerde met een Bachelor of Arts-diploma. Zij won de Wellesley’s John Masefield-prijs voor “het beste gedicht geschreven door een lid van de eindexamenklas”. Vervolgens behaalde ze haar Master of Fine Arts aan de Johns Hopkins University, waar ze haar toekomstige echtgenoot, romanschrijver William Styron, ontmoette toen ze een lezing bijwoonde die hij gaf. Burgunder zei dat deze eerste ontmoeting voor haar niet memorabel was. Tijdens het voorjaarssemester van 2009 was Styron Fellow aan het Harvard Kennedy School Institute of Politics. Rose Styron sloot zich in 1970 aan bij Amnesty International USA, na het bijwonen van een schrijversconferentie in Moskou en Tasjkent. Ze was voorzitter van de Freedom-to-Write Committee van PEN en de Robert F. Kennedy Human Rights Award, en was bestuurslid van de Academy of American Poets, de Association to Benefit Children en het Brain and Creativity Institute van de University of Southern California. Styron is fellow aan het Kennedy Institute of Politics en was lid van de Council on Foreign Relations.Styrons memoires uit 2023, “Beyond This Harbor”, gaan deels over haar werk als activist, waarbij ze de wereld rondreisde om gewetensgevangenen te bevrijden. Styron is auteur van vier dichtbundels. Ze wist al sinds haar negende dat poëzie haar diepste roeping was. Zij heeft als vertaler aan twee bundels Russische poëzie gewerkt en heeft aan diverse andere schrijfprojecten meegewerkt. Deze omvatten interviews, boekrecensies en essays voor American Poetry Review, The Paris Review, Ramparts en The New York Times. Als journalist heeft Styron artikelen over mensenrechten en buitenlands beleid gepubliceerd in diverse tijdschriften, kranten en vakbladen. Als “handhaver van de nalatenschap van haar man”, na de dood van William Styron in 2006, redigeerde ze The Selected Letters of William Styron, een project dat twee jaar duurde. Daarna kon zij eindelijk een nieuwe bundel met haar eigen gedichten samenstellen, “Fierce Day”, gepubliceerd in 2015. Het was haar eerste nieuwe dichtbundel sinds “By Vineyard Light” die in 1995 verscheen. Ze zegt: ” In 1952, tijdens een fellowship aan de American Academy in Rome, hernieuwde Burgunder een vluchtige kennismaking met een jonge romanschrijver, William Styron, die net de Prijs van Rome had gewonnen voor zijn roman Lie Down in Darkness. Bij hun eerste date werden ze begeleid door Truman Capote. Voordat de date voorbij was, vertelde Capote Styron dat hij met deze vrouw moest trouwen. Ze trouwden in het voorjaar van 1953 in Rome. Samen kregen ze vier kinderen: dochter Susanna Styron is filmregisseur; dochter Paola is een internationaal geprezen moderne danseres; Dochter Alexandra Styron is schrijfster, bekend van de roman All The Finest Girls uit 2001 en haar memoires Reading My Father, gepubliceerd in 2011; en zoon Thomas is hoogleraar klinische psychologie aan de Yale University.

 

SQUIBNOCKET

A score of terns. Another score
come whirling, whisking off the shore
this solstice daybreak where the sun
now rising wands them one by one—
white, winged, airborne, gowned
for ceremony, orange-beaked, ebony-armed
to catch the dazzling fish that live
beneath the water where I dive
silver around me—
thieved

secrets, love, last long.

 

ICE

The tanagers turn south.
The chill rain sets tiaras in the trees.

I think of you as snow in sun,
a bell for clear blue soaring.

Let me be. I do not find
your image on the wind.

 

TODAY

You would have loved today,
sharp winter sunshine, new windows,
too cold to take a walk.
Cardinals in the empty branches.
Eider ducks on the Sound-edge sand.
No place to go. Books
open to their final chapters. Mozart
by the fire, lighting
our endless world. The house
straightened at last.

 


Rose Styron (Baltimore, 4 april 1928)

Charles Ducal, Algernon Swinburne

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Vader

Onder de lakens werd alles vergroot.
De hoeve werd door moerassen omslopen,
tegen de poort lag de waakhond gedood,
een vreemde hand brak grendels en sloten.

Wij bleven wakker tot wij hem hoorden.
Hij kwam uit een donker van regen en mist
op hoefslagen die de verbeelding doorboorden.
Hij kwam in de kamer, zonder gezicht,

veegde een kruis op al die daar lagen.
Onder de lakens werd alles herleid.
In zijn hok lag de waakhond te slapen,
de poort bleef open, wagenwijd.

 

Narcissus

Hij liep. Iemand schreef dat hij liep.
Toen hij het water bereikte om er zich
voor de laatste keer te bewonderen
was het, terwijl hij viel en zonk,
toch een troost dat hij ook werd bewonderd
door iemand die schreef dat hij viel en verdronk.

Stiekem kroop hij aan de overkant uit het water.
Zijn kleren waren gelukkig nog droog.
Door niemand gevolgd
liep hij zich snel uit het oog.

 

Godsdienst

Het was, in de woekering van talen
die mij ontnuchterde na Gods dood,
vreemd je mooi te zien en onbeschadigd,
alsof het toch de wereld was die loog

en niet mijn hand die je bewaren wou,
voor later, in een goed gemaakt beeld
dat, onaangetast door de eeuw, ligt te
slapen, en Gods instemming heeft.

Ach, ik weet wel dat ik je mooi loop te
praten, verslaafd aan een ouderwets rijm,
dat sterkere dichters hebben verlaten,
die buiten de godsdienst zijn.

 


Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Bij de Noordzee (Fragment)

Een land, onvertrouwd als een doemdroom,
Een zee, wereldvreemd als de dood,
Woestenij, met het sneeuwschuim tot bloemzoom,
Grauwe gaard, waar geen rooz’ ooit sproot,
Onder zwerkgezwoeg, dreigend en plechtig,
Maar met moerplanten machtloos en teer,
Waar ’t aardrijk verplet ligt, amechtig
Van moeizaam verweer.

Wijd flakkren der zwaluwen vluchten,
Wijd verward zwalkt het vlechtsel van wier,
Over vaagten, vaalzwart als de luchten
Die opstreven bij stormgetier;
Dicht verweven als ’t web dat een dwaalgeest
Sluw om ’t hart van een zondeslaaf spint,
Eer wat rest van zijn jeugds ijdel praalfeest
Vervliegt op de wind.

Verre vlakte, die vormloos ter neer ligt,
Voor geen kudden tot schuilplaats noch steun.
Vooglen schaduwen schielijk als ’t weerlicht,
Schudden hoog met gehuil en gekreun;
Achtloos krijten hun zwervende jachten,
En het land luistert stil en gedwee,
Kent slechts twee nimmer stervende machten:
Dood zelf, en de zee.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2020 en eveneens mijn blog van 3 april 2019 en ook mijn blog van 3 april 2017 en ook mijn blog van 3 april 2016 deel 2.

Thomas Glavinic, Algernon Swinburne

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Der Kameramörder

„Ich wurde gebeten, alles aufzuschreiben.
Meine Lebensgefährtin Wagner Sonja und ich nutzten die Osterfeiertage zu einem Ausflug in die westliche Steiermark. Wir leben in Oberösterreich, in der Nähe von Linz. Da meine Lebensgefährtin aus Graz-Umgebung stammt, haben wir in der Steiermark einige Bekannte. Am Gründonnerstag fuhren wir zu Hause ab. Nachmittags waren wir in
der Nähe von Graz in einem Lokal mit verschiedenen Freunden verabredet. Anläßlich dieses Treffens sprach meine Lebensgefährtin in einem übertriebenen und schadhaften Ausmaß alkoholischen Getränken zu (ca. 1 l Weißwein, 6 x 2 cl Tequila, ? Bier).
Spätnachts, um etwa 5 Uhr früh, hatte ich mich um die Unterkunft zu kümmern u. mußte meine Lebensgefährtin zu Bett geleiten. Der Tag darauf war Karfreitag. Nachdem meine Lebensgefährtin aus ihrem Alkoholschlaf erwacht war, fuhren wir das nicht mehr weite Stück zu unseren Freunden Heinrich und Eva Stubenrauch, wohnhaft Kaibing 6,
8537 Kaibing. Es war ca. 15.00 Uhr, als wir dort eintrafen. Man begrüßte uns herzlich. Eine Jause wurde uns gerichtet und, weil schönes Wetter herrschte, auf einem großen Holztisch im Freien serviert.
Wir brachten unser Erstaunen zum Ausdruck, daß der Hof mit mind. 25– 30 Katzen übersät war. Heinrich erklärte uns, die Tiere seien unfreiwilliger Besitz des benachbarten Bauern. Dessen Haus war ca. 20 m entfernt. Er habe an die Stubenrauchs vermietet. Meine Lebensgefährtin sagte, die Luft und die Landschaft seien herrlich und die Jause tue ihrem beeinträchtigten Kopf gut. Ich mußte 8 x Wespen von meiner Limonade verscheuchen. Nach der Jause war es ca. 16.00 Uhr und fast so heiß wie im Sommer. Meine Lebensgefährtin äußerte den Wunsch spazieren zu gehen, da dies ihrem Zustand
Vorteile verschaffen könne. Weil in der näheren Umgebung von Heinrichs und Evas Haus keine optimalen Wanderbedingungen bestehen, fuhren wir ca. 5 km mit dem Auto der Stubenrauchs zu einem Parkplatz an der Landstraße. Dahinter erstreckt sich
ein weites Feld mit Getreide und Mais. Heinrich scherzte, dies sei die größte von Hügeln nicht unterbrochene Fläche der Region. Wir wanderten auf den Wegen zwischen den Feldern. Dabei unterhielten wir uns über allgemeine Dinge (Befinden, Neuigkeiten u. dgl.). Insekten schwirrten durch die Luft.“

 


Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Het lied van liefdes afnemend getij

Tussen de westerzon en ’t zeegetij
Raakten der minne hand en lippen mij;
Van zoet kwam bitter, van de dag kwam nacht,
En lang verlangen korte vreugde bracht:
Ach, liefde, en wat werd er van u, van mij,
Tussen de zeeduinen en ’t zeegetij?

Tussen het zeespoor en het zeegetij
Werd blijdschap droefnis, droefenis werd mij;
Min werd tot tranen, tranen werden vlam,
En dood geluk tot nieuwe hartstocht kwam;
Der minne taal en streling leek het mij
Tussen het zeezand en het zeegetij.

Tussen zonsondergang en ’t zeegetij
Waakte de minne één uur van min met mij;
Dan, langs de algouden water-paden heen
Repte zij zich naar dagen van ’t verleên;
Ik zag haar komen, zag haar gaan van mij
Tussen het zeeschuim en het zeegetij.

Tussen het zeestrand en het zeegetij
Min beving sluimer, sluimer beving mij;
En de eerste ster zag twee tot één vergaan
Tussen de zon en ’t zwijgen van de maan;
De tweede ster geen liefde zag, maar mij
Tussen de zeekust en het zeegetij.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2022 en ook mijn blog van 2 april 2020 en eveneens mijn blog van 2 april 2019 en ook  mijn blog van 2 april 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

April (Chris van Geel), Jay Parini

 

Bij het begin van april

 


April Sunshine door Victor Elford, ca. 1971

 

 

April, vroeg

Lang voor de zon opkomt, in licht
nog nat van nacht, niet één geluid
hetzelfde, ziedend fluiten zij
elkander moord en doodslag toe,
de veren die hun messen slijpen,
de snavels die de zon aanvuren,
de vogels die van licht bedaren.

 


Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)
Amsterdam, de geboorteplaats van Chris van Geel, in april

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

De discipline van het zien

Hoe kun je beginnen te zeggen wat hier is?
In het noorden van New Hampshire worden de bossen ruw
met jackpijnboom, dwergeik, distel;
granietranden schilferen in zonlicht,
en de grond is zanderig, wortels
als oude handen die opzwellen bij de knokkels.
De lucht is wit en meren zijn blauwer:
stukken oude lucht die op aarde zijn gevallen.
De wind lijkt vandaag veel te sterk
terwijl witte pijnbomen op enorme hoogte ruisen,
een verheven, weelderig, diep keelachtig gesnor;
de brede effecten ervan zijn allemaal te zien,
als je het oog maar kunt trainen om te kijken,
je goed kunt concentreren op wat zich presenteert
in de tijd, in smaak en kleur,
die verschuiving van heuvel naar vallei vormt
en voortdurende transcriptie vereist.
Het is altijd moeilijk om een bewegend landschap
vast te houden, in de geest te plaatsen,
waar taal zich voedt met de gegeven wereld.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2020 en eveneens mijn twee blogs van 1 april 2019 en ook mijn blog van 1 april 2018 deel 2.

Stefan Hertmans, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

Ajuinvingers

Je sneed ze zacht alsof ze leefden,
eerst dwars en dan de ringen,
maar het deed pijn daar
waar de schil je huid kon raken.

We moeten nu niet praten
had je nog gezegd.
Je ogen prikken maar het stelpt
de woorden niet.

Zelf rook ik rode snippers,
hun sap nog in de vingers
die ik op je handen had gelegd.

Zo bezocht me ooit een engel,
terwijl jij koortsig sliep,

en op het vuur een pan
die jaren blonk van avondlicht.

Verlicht ons, Muze,
versnipper onze levens.

Omhels me, jij,
je vingers ruiken
en ze beven.

 

 

Music for a while

Het drinken maakt me doof.
Ik draai de knoppen harder,
ik zet de duivels op een hoger spoor,

omdat alleen bij dieper zwijgen
ik de adem tussen twee
verloren lettergrepen hoor.

Alles gaat luider ruisen met de tijd:
bloed, wervels in de hals, zelfs
adem gaat met meer misbaar gepaard.

Alleen het drinken zelf wordt stiller.
Je drinkt de afgrond van verloren avonden
en ziet de regels op het blad.

Je ziet, steeds meer, verborgen lijnen
op de achtergrond van kleine woordwoestijnen.

Je hebt ascetisch broodkruim in de mond.
Maar je verdorven lichaam is heilige
grond waarin de stilte van verzwegen

gist gaat stijgen tot een dagelijkse
dood de rituelen van het zwijgen volgt.

Drinken maakt nieuwsgierigen bij voorkeur
doof, zij die gespannen luisteren
naar elke kleine gisting aan de binnenkant.

Wees morsig in zo’n ogenblik:
elke cantate toont een ander ik,
je draait de knoppen tot je buurman hikt.

Kamer en oceaan kunnen dan in een regel staan,
de schelp blijft nooit ver bij je oor vandaan.

 

Omphalos

Van dood de fonkelende onderkant,
lig je in melksteen en in koorts,
geeft me je ochtendkleur als onderpand.

Mijn knekels wrikken in een hel van spieren
om los te breken in je klieren
en de stilstand van je hart te zien.

Je spreekt, maar ik hoor zingend steen;
je zwijgt, maar ik hoor treinen in de ondergrond.

Wit beeld van bloedend marmer,
laat me je lijf op aarde,
gieren die waken op
je katzwijm van plezier,

drank die het lijf
in tweeën splijt,

ondergang, etter op inscripties,
het zenuwtrekkend handgebaar
van ademend carrara,

openingen, fluisterende aders,
tijd.

 


Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

De gouden eeuw van de liefde

Mijn handen zijn verliefd,
helaas, mijn mond bemint –
en zie, ik ben me er plotseling van bewust
dat de dingen zo dichtbij zijn
ik kan er nauwelijks tussen lopen
zonder te lijden.

Het is een zoet gevoel
van waken, van dromen,
en ik ben hier nu, zonder slaap –
ik zie de ivoren goden duidelijk,
ik neem ze in mijn handen en
duw ze, lachend, in de maan
tot aan hun gebeeldhouwde gevesten –
het stuurwiel van een oud schip, versierd
en rondgedraaid door zeelui.

Jupiter is geel, Hera
de prachtige zweemt naar zilver.
Ik sla met mijn linkerhand tegen het wiel en het beweegt.
Het is een dans van gevoelens, mijn liefde,
menig godin van de lucht, tussen ons beiden.
En ik, het zeil van mijn ziel
bollend van verlangen,
zoek je overal, en de dingen komen
steeds dichterbij,
vullen mijn borst, kwetsen me.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)
Borstbeeld in Ploiesti, Roemenië.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2020 en eveneens mijn drie blogs van 31 maart 2019

Gerrit Komrij, Paul Verlaine

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

Souvenir

Het huis waarin ik zo lang heb gewoond
Woont ook in mij. De fiere gevel die
Zich aan de straatkant scherp aftekent troont
Daarboven met dezelfde acribie.

Daarboven in mijn hoofd. De lange gangen
Vol schemering en half-gedoofde stappen
Doorsnijden hersenen en huis, behangen
Met kille doeken en met lampenkappen.

Het zolderraam dat oorverdovend beeft
Wanneer een vrachtauto passeert, ziet uit
Op een verlaten park. Erover zweeft
Het gruis van een oud feest, zonder geluid.

 

Niet naar de dierentuin

We plukten appels van wildvreemde bomen
En dachten wonder wat van onze kunst,
Van pere-, pruime- en granaatappelbomen,
Wie zei dat het niet kon, was uit de gunst.

We plukten zeer gepast, zonder een vaste lijn,
En geen dode ziel waagde ons op te hitsen,
Behalve ’n mannetje, dat ons, met venijn
Probeerde een kaartje in de maag te splitsen:

Voor de dierentuin: er was een karekiet,
Een giraffe, een sidderrog, een hele massa
Dieren, alleen een olifant was er niet,
En er zat een mongooltje achter de kassa.

 

Vergeetachtigheid

Wee mijn Jozef, driemaal as op mijn hoofd!
Daar was ik vergeten om je op te bellen.
Omdat ik wist, hoe ik het je had beloofd,
Gingen mijn oren tuiten als gazellen.

Ik kreeg, dat weet God, goddank dank zij
Het feit dat mijn geheugen uit de tweede
Hand nog tikken ging, geen last van averij.
Maar ik had geen minuut om me om te kleden

En wist niet of ik wel de tram zou halen.
Mijn das scheef, kam weg, helemaal konfuus.
Ik zou, ha! met konfetti en met kralen
Mijn lul moeten versieren als ekskuus.

 


Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

Bibliofilie

Het oude boek dat jij al zó vaak hebt herlezen!
Geknakt, mismaakt, gebroken in gebruikte staat.
Ziedaar, het heeft ineens een sprankelend gelaat,
Het voelt weer zacht en oogt in fijnheid onvolprezen.

Dit dood gewaande boek, dit duister, treurig wezen,
Herrees – voor ingewijden geenszins wonderbaar:
Zij weten, Binder, magiër en kunstenaar,
Hoezeer je jouw sublieme kunde hebt bewezen.

Je neemt het boek, in al zijn prilheid, weer ter hand,
Alsof een eens beminde op je schoot belandt,
Dankzij een goede fee hermaagd teruggekeerd.

Je leest alsof je weer de stem der Muze hoort,
Voorheen welluidend, door de wrede tijd verweerd:
Wij worden door haar klaarheid andermaal bekoord.

 

Vertaald door Martin Hulseboom

 


Paul Verlaine (30 maart 1844 – 8 januari 1896)
Portret door Eugène Carrière, 1890

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30 maart ook mijn blog van 30 maart 2022 en ook mijn blog van 30 maart 2020 en eveneens mijn blog van 30 maart 2019 en ook mijn blog van 30 maart 2018 en mijn blog van 30 maart 2017 en eveneens mijn blog van 30 maart 2014 deel 2 en ook deel 3.

Geert van Istendael, Ada Limón

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Het groene paard. Het draaft de vlakte over

Het groene paard. Het draaft de vlakte over.
Daar staat zij, waaiend aan de horizon.
En in de kamer week ze terug. Je hand
werd weggeduwd. Nee, nee. En toch. De branden

in haar ogen. Ver loopt het paard, een stip.
In modder komt het teruggestampt. Je ploetert.
Bij de gordijnen, zij. Begerig kleine
pasjes achteruit. Je moest verdwijnen.

In jou. In mij? Het paard dat bij haar steigert,
groen als nieuw gras. Zij, wit als wolken. Ik.

Een klap. Een ruk opzij. Een val. Ze lacht.
Dat had je niet gedacht. Draaf niet zo door.

Kom hier. Loop heen. Ik en het paard en zij.
De wolken in haar haren als ik rij.

 

Per ipsam et cum ipsa et in ipsa

Je geeft je over aan het stoten
van je achterlijf. Ik ben
je instrument, je overdosis.
Hardvochtig offer je jezelf,

je duikt glimlachend naar de bodem
van je genieting, raakt ontredderd
van vlezigheid, kijkt bijna vroom.
Je laat je niet tot inkeer brengen.

Het is door haar, met haar, in haar
dat dit aan mij gebeurt. Ik waak.
Genot bonkt op haar schedewand,
nooit breekt het uit haar vel. Een man,
een vrouw, nooit één. Ze schokt nog na
als ik haar wilde haren aai.

 

De blijdschap zit gevangen in de oogbol

De blijdschap zit gevangen in de oogbol,
je droefheid reikt tot net achter het hoornvlies.
Je ziet alleen het regenboogvlies,
daarachter is de oogkas overvol.

Zenuwimpulsen flitsen door elkaar
in het glasachtig lichaam. Niets verraadt
wat achter de pupil schuilt, liefde of haat,
en wat je waarneemt is niet altijd waar.

Haar ogen staan zo innig. Oh, je ziet
haar liefde. Zij weet dat je dat verwacht,
wie weet welk overspel je tegenlacht.
Denk niet. Bekijk haar irissen. Geniet.

 


Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

 

FORSYTHIA

Rond de blokhut in Snug Hollow aan de McSwain Branch Creek, net lente, zijn alle dieren in de weer, en mijn geliefde en ik liggen in bed in een gedempte stilte. We praten erover dat we overal waar we heengaan zoveel mensen bij ons dragen, dat zelfs eenvoudig leven, deze onverdiende momenten, een eerbetoon zijn aan de doden. Allebei verwachten we een uil te horen als het donker dieper wordt. De hele middag lang, vanaf de veranda, hadden we zitten kijken hoe een roodflanktowie verwoed haar nest bouwde in de ongetemde forsythia waarvan het geel uitliep in de horizon. Ik vertelde hem hoe ik de naam forsythia onthield, dat toen mijn stiefmoeder Cynthia stervende was, die laatste week, ze volkomen helder, maar raadselachtig zei: Meer geel. En ik dacht, ja, meer geel en knikte omdat ik het met haar eens was. Natuurlijk, meer geel. En daarom zeg ik nu in mijn hoofd, als ik die gele kluwen zie: Voor Cynthia, voor Cynthia, forsythia, forsythia, meer geel. Het is nacht nu. En de uil komt uiteindelijk niet, alleen meer van de nacht en wat zich in de nacht herhaalt.

 

Vertaald door Jeske van der Velden

 


Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 20 maart 2023 en ook mijn blog van 29 maart 2020 en eveneens mijn blog van 29 maart 2019 en ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

 

Joost de Vries, Ada Limón

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: Hogere machten

“Lang geleden. Het eerste decennium van de vorige eeuw. James Willem Welmoed gaat aan wal in Engeland, vijfenhalfjaar oud en als de dood dat zijn moeders hand hem ontglipt. Vervolgens van Dover naar Londen Victorie. Daar overstappen. De drukste plek waar hij ooit is geweest, krantenjongens zetten hun schelste stem op om boven het lawaai van de treinen uit te komen. De lucht is droog en dik. Ze lopen langs mensen die bloemenkransen bij een muur leggen. Uit de muur komt het bovenlichaam van een man met een snor. Een beetje, denkt hij, alsof de man vastzit en probeert te ontsnappen uit het steen.1841-1904, staat er onder het beeld. Wanneer ze uiteindelijk in een boemeltreintje zitten, vraagt hij wie de stenen man was. Dat is Henry Menen Stanley, zegt zijn moeder. Hij is een paar jaar terug gestorven -Wie was hij dan? – Laten we zoggen dat Stanley Afrika heeft ontdekt, zegt ze. Met een lachje: Zonder hem hadden we er nooit van gehoord. Hij begrijpt dat ze grapt, want de andere mensen in de coupé grinniken. Een paar uur later stappen ze uit, hij heeft geen idee waar. Het huis van zijn grootouders staat in een vallei – overal schapen en paarden in groene velden. Zijn oma is al (zijn moeder spreekt het woord uit alsof het heilig is) o v e r l e d e n. Het idee is dat ze een paar maanden voor zijn stervende grootvader gaan zorgen; uiteindelijk blijven ze anderhalf jaar. Het huis is vierkant en groot, binnen zijn de kamers donker en leeg. Er lopen brede kieren tussen de vloerplanken, een raam is dichtgetimmerd, gewassen kleren lijken nooit helemaal te drogen. Zijn oom en tante wonen er ook, met hun kinderen. Op de Noordzee heeft zijn moeder tegen hem gezegd dat ze voortaan uitsluitend Engels tegen hem zal spreken, want zo leert hij de taal het snelst-maar alleen wanneer zij spreekt verstaat hij de taal. Wanneer zijn familie praat ziet hij de monden bewegen, maar hij kan niets met de klanken die ze produceren. Hij begrijpt zijn eigen onbegrip niet, het frustreert hem, maakt zijn wereld klein. Die eerste maanden bevindt hij zich nooit in een andere kamer dan zijn moeder. Hij slaapt bij haar in bed. Hij is haar huisdier, dribbelt achter haar aan. De keren dat ze zich in de velden tussen de paarden begeeft, blijft hij van een afstand kijken, verliest haar nooit uit het zicht. Als ze de stallen in gaat -forbidden voor kinderen – blijft hij net zo lang bij de deur wachten tot ze weer naar buiten komt. De vallei is groen en nat. De seizoenen komen in vol ornaat.”

 


Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

 

BERGINGSWERK

Op de top van Mount Pisgah, op de westelijke
helling van de Mayacamas, staat een madrona
half verteerd door branden, half in leven
dankzij de voortplantingsdrang van de natuur. Aan een kant
is ze zwarte as en aan haar wortel gaapt iets wat
lijkt op een door de vlammen uitgehold gat.
Aan de andere kant rijzen zilvergroene loten
met brede bladeren op naar het winterlicht
en is haar bast een kruising tussen een bruin
paard en een vos, rood en fluweelachtig
zoals de dierennek waar ze op lijkt. Nu ik lang
naar de boom sta te staren, moet ik denken aan
het rechtvaardige gevoel dat ik had voor het brandschatten
van de tijd. Ik mis wie ik was. Ik mis wie we allemaal waren,
voor wat we nu zijn: half in leven onder de lichtende hemel,
voor de andere helft al dood. Ik leg mijn hand tegen de nog gave
bast die koel is en onbezoedeld, en omdat ik geen sorry
kan zeggen tegen de boom, zeg ik tegen mezelf: het spijt me.
Het spijt me dat ik zo roekeloos met je leven ben omgegaan.

 

Vertaald door Jeske van der Velden

 


Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2020 en eveneens mijn blog van 28 maart 2019 en ook mijn blog van 28 maart 2017 en ook mijn blog van 28 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Els Beerten, Golo Mann, Alfred de Vigny

De Vlaamse schrijfster Els Beerten werd geboren in Hasselt op 27 maart 1959.  Zie ook alle tags voor Els Beerten op dit blog.

Uit: Allemaal willen we de hemel

“Onze Jef is dood
Jeanne lacht met mij als ik over de hemel begin. ‘Remi’, zegt ze dan, ‘de hemel zit in de kop van de mensen, meer is het niet.’ Ik geloof dat nog altijd niet. Dat de hemel alleen maar in de kop van de mensen zit. Onze Jef komt er al zeker in. Onze Jef is altijd al een held geweest, en nu hij dood is, nog meer. De paters vooraan in de kerk zeggen het, de mensen prevelen het, de poort van de hemel zal wijd open staan voor hem. ‘Bidden wij voor de zielenrust van eerwaarde pater Claessen, en bidden wij tevens voor deze zwaarbeproefde mensen. Dat God hun leed draaglijk moge maken’ Dat zijn wij. De zwaarbeproefde mensen. Wij buigen onze hoofden, wij bidden alle gebeden mee, onze Jef is dood en hij gaar naar de hemel. Hij is niet doodgegaan aan een ziekte. Onze Jef was van ijzer, en hij was zeker honderd jaar geworden als hij niet in Congo tegen een boom was gereden. Op een boogscheut van zijn missiepost nog wel, op weg naar school. Want onze Jef was niet alleen pater, hij was ook nog onderwijzer, en met hart en ziel, schijnt het, want niks was hem te veel voor zijn mensen. En die dag gebeurt het hij knalt met zijn jeep tegen een boom, de boom knakt in twee, valt op Jef en Jef is dood. Een mens is iets raars. Eerst overleeft hij de oorlog in België, dan de oorlog in Congo, om ten slotte heel onnozel tegen een boom te verongelukken. Twee paters van zijn orde zijn het ons Renée komen vertellen. Eerst dat hij dood was, toen dat hij al begraven was, en vervolgens dat ze in zijn geboortedorp een herdenkingsmis voor hem wilden houden. Renée zei dat het goed was, daarna heeft ze mij opgebeld. Met onze kinderen op de achterbank zijn Jeanne en ik diezelfde dag nog vertrokken. We hebben aan één stuk gereden tot we voor de deur van Renée stonden. Renée heeft me lang vastgepakt. ‘We zijn hem kwijt,’ zei ze, ‘we zijn hem voorgoed kwijt, Remi.’
We hadden hem al jaren niet meer gezien. Hij kwam nooit met verlof uit Congo, hij was ginder veel te graag. En of we dat konden begrijpen, schreef hij. We schreven terug dat we dat begrepen. Onze Jef was een rare. Ik heb lang gewenst dat ik nog een andere broer had. Maar ik had er maar een, en dat was Jef. Misschien zijn helden altijd raar. Ik weet wel waarom hij naar Congo vertrok. Het proces van Ward had hem ziek gemaakt. Niemand had gedacht dat het zo zou aflopen. Toen Jef na het proces thuiskwam, heeft hij eerst drie dagen op zijn bed gelegen zonder een woord te zeggen. Hij wilde niks eten, wilde niks drinken, hij lag daar maar. Mijn vader was in alle staten.”

 


Els Beerten (Hasselt, 27 maart 1959)

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook alle tags voor Golo Mann op dit blog.

Uit: Wallenstein

„Der richtige Name ist Waldstein oder ursprünglich Waldnstein. Da für die tschechische Zunge die Anhäufung von Konsonanten am Anfang eines Wortes leicht, in der Mitte aber schwer ist, so sprachen sie ihn Walstein aus. Die Deutschen fügten einen Konsonanten mehr oder auch eine Silbe hinzu, Wallstein, Wallenstein, Wahlenstein, je nach Belieben, in einer Zeit, in der man es mit den Buchstaben so genau nicht nahm. Albrecht selber schrieb Waldstein, bis er sich in eine Sphäre erhob, in der man mit dem Vornamen oder mit Initialen zeichnet.
Daß aber ein slawisches Geschlecht einen deutschen Namen hatte, erklärt sich ohne Mühe. Die Herren nannten oft sich nach Burgen, die ihnen deutsche Baumeister gebaut und denen deutsche Baumeister den Namen gegeben hatten: Sternberg, Rosenberg, Michelsberg, Wartenberg, Löwenberg, Rotstein und andere mehr und so auch Waldstein. Als das geschah, im 13. Jahrhundert, fiel es niemandem ein, einen Verrat an der Nation darin zu sehen.
Die Ruinen der Burg Waldstein findet man unweit von Turnau. Sie hieß nach den drei durch Brücken verbundenen Steinen oder Felsen, auf denen sie errichtet war; den Wald um sie herum gaben Birken, Kiefern und Buchen. Der sie sich bauen ließ, hieß Zdenek; einen anderen Namen hatte er nicht, bis er sich nach seiner neuen Festung von Waldstein nannte oder so genannt wurde. Der Bau steinerner Burgen empfahl sich damals, denn der Greuel der Mongoleneinfälle, welche die schicksalsverwandten Länder Schlesien und Mähren verwüstet hatten, konnten sich die Lebenden noch erinnern; auch waren die Herrscher wieder einmal schwach und die Gesetze kein Schutz.
Der Mann, der nur Zdenek hieß, stammte aus einer weitverzweigten, alten, reichen und mächtigen Familie, die ihrerseits keinen Namen hatte; im 19. Jahrhundert nannten Geschichtsforscher sie die Markwartinger, weil ihr im 12. Jahrhundert bezeugter Gründer ein Ritter Markwart war. Die böhmischen Herren scheuten also auch deutsche Vornamen nicht, ein Sohn dieses Markwart hieß Hermann; aber die slawischen Namen, wie Benesch, Hawel, Zawisch, Zdenko, Jaroslaw sind unter den Markwartingern häufiger.“

 


Golo Mann (27 maart 1909 – 7 april 1994)

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny werd geboren op 27 maart 1797 te Loches (departement Indre-et-Loire). Zie ook alle tags voor Alfred de Vigny op dit blog.

 

De dood van den wolf (Fragment)

I
Zo zag hun dans, zo zag hun dartelheid er uit.
Maar de zoons van de wolf stoeiden zonder geluid,
wel wetend dat vlakbij, nooit dan ten halve slapend,
de mens, hun vijand, woont, meedogenloos bewapend.
De vader stond rechtop; wat verder, bij een eik,
lag zijn wolvin, aan haar beeld van ruig brons gelijk
dat men te Rome aanbad, sinds zij aan de halfgoden
Remus en Romulus haar warm zog had geboden.
De wolf nadert; hij zet zich, poten uitgestrekt,
waarbij hij diep door ’t zand zijn kromme nagels trekt.
Hij weet verrast te zijn, weet zich daarmee verloren
en de aftochtswegen afgesloten van tevoren.
Maar reeds, met rode muil, heeft hij de felste uit ’t rot
der honden beetgepakt bij de hijgende strot,
en heeft zijn ijzerharde kaken niet ontsloten,
ofschoon wij schot na schot hem dwars door ’t lijf heen schoten
en onze scherpe messen, borend van weerskant,
kriskras, als foltertuig, kliefden zijn ingewand,
dan op het allerlaatst, als de geworgde hond
lang dood voor hem, onder zijn poot ligt op de grond.
Dan laat de wolf hem los, en dan ziet hij ons aan.
De messen zijn tot ’t heft in zijn flank blijven staan,
nagelend hem aan ’t gras, met bloed bevlekt rondom;
wij, met geweren, staan als een vuurpeloton.
Ons steeds nog aanziend, heeft hij zich weer uitgestrekt,
likt naar het bloed dat hem geheel de muil bedekt,
en, onverschillig wordend hoe wij hem afmaken,
zijn groot oog sluitend, sterft hij zonder kreet te slaken.

 

Vertaald door Martinus Nijhoff

 


Alfred de Vigny (27 maart 1797 – 17 september 1863)
Portret door Simon Nicolas Mansion, 1825

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn blog van 27 maart 2020 en eveneens mijn blog van 27 maart 2019 en ook mijn blog van 27 maart 2017 en ook mijn blog van 27 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Erica Jong, Gregory Corso

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Erica Jong werd geboren in New York op 26 maart 1942. Zie ook alle tags voor Erica Jong op dit blog.

 

Wrinkles

For Naomi Lazard

Sometimes I can’t wait until I look like Nadezhda Mandelstam.
— Naomi Lazard

My friends are tired.
The ones who are married are tired
of being married.
The ones who are single are tired
of being single.

They look at their wrinkles.
The ones who are single attribute their wrinkles
to being single.
The ones who are married attribute their wrinkles
to being married.

They have very few wrinkles.
Even taken together,
they have very few wrinkles.
But I cannot persuade them
to look at their wrinkles
collectively.
& I cannot persuade them that being married
or being single
has nothing to do with wrinkles.

Each one sees a deep & bitter groove,
a San Andreas fault across her forehead.
“It is only a matter of time
before the earthquake.”
They trade the names of plastic surgeons
like recipes.

My friends are tired.
The ones who have children are tired
of having children.
The ones who are childless are tired
of being childless.

They love their wrinkles.
If only their were deeper
they could hide.

Sometimes I think
(but do not dare to tell them)
that when the face is left alone to dig its grave,
the soul is grateful
& rolls in.

 

Sunday Afternoons

I sit at home
at my desk alone
as I used to do
on many sunday afternoons
when you came back to me,
your arms ached for me,
and your arms would close me in
though they smelled of other women.

I think of you
on Sunday afternoons.

Your sweet head would bow,
like a child somehow,
down to me –
and your hair and your eyes were wild.

We would embrace on the floor-
You see my back´s still sore.
You knew how easily I bruised,
It´s a soreness I would never lose.

I think of you
on Sunday afternoons.

 


Erica Jong (New York, 26 maart 1942)

 

De Amerikaanse dichter Gregory Corso werd geboren in New York op 26 maart 1930. Zie ook alle tags voor Gregory Corso op dit blog.

 

2 Vreemde Gebeurtenissen in Haarlem

1.

Vier Windmolens, kennissen,
werden op een ochtend betrapt
terwijl ze tulpen aten.
Middag
En de hele stad draait door,
schreeuwt: Apocalyps! Apocalyps!

2.

O mensen! mijn mensen!
iets vreemds architectonisch
als een luidruchtige kannibaal
kwam gisteravond naar Haarlem
en at een gracht op!

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Gregory Corso (26 maart 1930 – 17 januari 2001)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn blog 26 maart 2022 en ook mijn blog van 26 maart 2021 en ook mijn blog van 26 maart 2020 en eveneens mijn blog van 26 maart 2019 en ook mijn blog van 26 maart 2017 deel 2.