Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

The Safecracker

On nights when the moon seems impenetrable—
a locked porthole to space;
when the householder bars his windows
and doors, and his dog lies until dawn,
one jeweled eye open; when the maiden sleeps
with her rosy knees sealed tightly together,
on such nights the safecracker sets to work.
Axe . . . Chisel . . . Nitroglycerin . . .
Within the vault lie forty thousand
tons of gold; the heaped up spoils
of Ali Baba’s cave; the secrets of the molecule.
He sands his fingertips
to feel the subtle vibrations
of wheel lining up, just so, with wheel.
His toolmarks are his fingerprints.
And now a crack appears on the side
of the egg, a single fault line,
and within: the golden yolk just waiting.
A kind of wind . . . a door flies open . . . a glitter
of forsythia forced out of the branch.
With smoothest fingertips you touch
the locked cage of my ribs . . . just so.
My knees fall open. And Cleopatra smiles,
whose own Egyptians first invented the lock.

 

 

The Quarrel

If there were a monument
to silence, it would not be
the tree whose leaves
murmur continuously
among themselves;

nor would it be the pond
whose seeming stillness
is shattered
by the quicksilver
surfacing of fish.

If there were a monument
to silence, it would be you
standing so upright, so unforgiving,
your mute back deflecting
every word I say.

 

 

A RAINY COUNTRY

Je suis comme le roi d’un pays pluvieux Baudelaire

The headlines and feature stories alike
leak blood all over the breakfast table,
the wounding of the world mingling
with smells of bacon and bread.

Small pains are merely anterooms for larger,
and every shadow has a brother, just waiting.
Even grace is sullied by ancient angers.
I must remember it has always been like this:

those Trojan women, learning their fates;
the simple sharpness of the guillotine.
A filigree of cruelty adorns every culture.
I’ve thumbed through the pages of my life,

longing for childhood whose failures
were merely personal, for all
the stations of love I passed through.
Shadows and the shadow of shadows.

I am like the queen of a rainy country,
powerless and grown old. Another morning
with its quaint obligations: newspaper,
bacon grease, rattle of dishes and bones.

 

 

Insomnia

Ik herinner me nog dat mijn lichaam
een vriend was,

toen de slaap als een brave hond
kwam wanneer ik die riep.

De deur naar de toekomst
stond nog niet op het punt dicht te gaan,

en op mijn rug liggen
tussen koude lakens

voelde niet
als een repetitie.

Nu duikt het licht dat er nog is
op – een vlek in het oosten,

en de slaap, geeft me
als een drukke dokter,

met tegenzin, een beetje
van zijn tijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Linda Pastan (27 mei 1932 – 30 januari 2023)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2023 en ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Alan Hollinghurst, Maxwell Bodenheim

De Britse dichter en schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

 

Confidential Chats with Boys

1.

There are things in trousers called men,
almost too well-mannered, passing
as gentlemen – human skunks
hatched from rattlesnakes’ eggs.

You meet them in fashionable hotels
where families stay, playing croquet
and the gallant, sought after for charades;
their impersonations are famous.

Avoid these men who avoid
real men and manly sports,
who prefer to go bathing with boys
and plan a pretty five-mile walk.

Their germs are everywhere, in schools,
on hotel towels and drinking cups,
left on linen and the tasting-spoon;
their breath is the fog of blindness.

Keep your eye on that jug,
that candlestick, and when he moves,
hit him to leave him scarred:
scar the skunk and coward for life.

5.

With mother ill at Christmas
there was no Swiss crib
or consolation for her
withdrawn presence.

Not to make a noise
I lay in state on the floor,
a black speaker at each ear,
to hear my Russian music:

with lilies on the suicide’s grave,
with Lorelei and the cold river,
with the girl’s toy drum burying
her soldier, brother, lover,

each day I reduced
the box of liqueur chocolates,
crushing the little barrels
between my molars, coughing

and warming at the stuff on my tongue:
sweet, unpleasant, but addictive,
an overdrawn bachelor’s gift
not likely to be missed.

 

Mud

November was always mud.
Crossing a ploughed field
our feet grew footballs of clay;
matted with leaves its crust
dropped on bootroom floors.
Its odour was sharp and cold
as a rocket’s nitre, cold as
gardeners’ hands daubing the hot tap.

Grandfather’s eastward view
was mud, deepening and retentive.
His fingers were never free of it,
holding letters broken at their creases
with folding, pressing into a shelled church
for shelter, opening smoke-darkened wings
of a Flemish triptych.

At Cairo it flooded the lift
and he ordered duckboards
to be laid across the Mess,
and left at dusk to walk
barefoot on the red carpets of a mosque.

In peacetime at his dig
the sprigged Orpheus and running hare
shone dully for one day
before the villa’s hidden spring
sapped the bank of earth
and closed their eyes with mud.

Mud is piled on the tarpaulin
at the grave’s edge, curls up
round our polished black welts,
and sends its chill rising
through the soles of the feet like worms.

 


Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

Fabrieksmeisje

Waarom zijn je ogen als droge bruine bloempeulen,
Nog steeds, gegrepen door de herinnering aan verloren bloemblaadjes?
Ik voel dat ze, als ik ze aanraak,
Zouden verbrokkelen tot vallend bruin stof,
En jij zou daar staan met een zichtbare blindheid.
Toch zou je niet terugdeinzen, want je leven
Is al lang geleden uit je hoofd geleerd,
En ogen zouden alleen maar wegsmelten tegen de hoge wanden.
Bovendien, bij het maken van dozen,
Bestrooid met ruwe vergeet-mij-nietjes,
Ben je merkwaardig gezegend als je ogen dood zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2020 en eveneens mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Egyd Gstättner, Theodore Roethke

De Oostenrijkse schrijver en essayist Egyd Gstättner werd geboren op 25 mei 1962 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Egyd Gstättner op dit blog.

Uit: Leopold der Letzte

„Gestern stand in der Zeitung, dass ich gestorben war. Marion zeigte mir den Artikel mit der Todesnachricht beim Frühstück, als ich mich gerade daran machen wollte, mit einem präzisen Querschnitt ihr weiches Ei zu guillotinieren, wie ich es immer getan hatte: zuerst ihres, dann meines. Sie kochte die Eier. Ich köpfte sie. Das war unser Ritual. Eierköpfen erfüllte mich immer mit großer Lust. Jetzt schaute ich groß. Im ersten Augenblick war ich ein wenig erstaunt, denn ich hatte mir mein Leben lang vorgestellt, in der Abenddämmerung eines späten Dezembertags zu sterben, während es draußen in dichten Flocken schneit; ohne Kampf, ohne Schmerzen außer einem bisschen Abschiedsschmerz vielleicht, aber durch gepflegten Weltekel gelindert. Ich mochte zugeschneit werden. Meine Seele mochte zugeschneit werden. Meine Seele wollte sterben, indem sie eingeschneit würde mit warmen, warmen Flocken. Zwischen friedlichen Weihnachten und friedlichem Neujahr hatte ich friedlich sterben wollen, wie etliche Figuren in meinen Büchern gestorben waren – um das Wort Helden zu vermeiden: Was war schon ein Held! Marion und Ira würden bei mir sein, hatte ich mir vorgestellt, sie würden an meiner Bettkante hocken und mit feuchten Augen abwechselnd meine Hand halten. Schließlich würde ich den eingeschläferten Körper ablegen und meine Seele aus allen Gliedern zusammenfließen lassen, in den Augen lagern und zu einem funkelnden Diamanten gepresst auf dem Sofa hinterlassen. Erlöst. Vom Menschsein erlöst. Beethovens vierte Symphonie, Adagio – Allegro vivace, leise. Mein Engel Marion und ich hatten zeit unseres Zusammenlebens davon geträumt, gemeinsam zu sterben. Das war kokett, das wäre nur im Fall eines Unfalls, einer Katastrophe oder eines Doppelselbstmords möglich gewesen. Jetzt ging ich ihr voraus. Jetzt ließ ich sie allein, wenn auch mit allen meinen Geschichten auf der Welt zurück. Ihr blieb das Sichten und das Ordnen. Ich konnte Marions Gedanken lesen, wie Marion meine Gedanken lesen konnte, auch jetzt noch natürlich, wir verstanden uns blind, gewissermaßen tot, zwischen uns waren nicht mehr viele Worte nötig.“

 


Egyd Gstättner (Klagenfurt, 25 mei 1962)

 

De Amerikaanse dichter Theodore Huebner Roethke werd geboren in Saginaw, Michigan op 25 mei 1908. Zie ook alle tags voor Theodore Roethke op dit blog.

 

Zijn bange vermoeden

I
Vissen deinen mee met de zee.
Ik, levend, bied nog het hoofd
Aan de ongegronde vrees
Ver, ver vandaan te zijn
Van een lieflijke persoon.

II
Gedachte na gedachte kan
Een last zijn voor de ziel.
Wie kent van alles het eind?
Als ik stilsta, praat met een steen,
Komt de dauw dichterbij.

III
Ik overzing de wind
En hoor mezelf, ik keer
Terug tot het niets, alleen.
Het eenzaamste dat ik ken
Is mijn eigen geest die speelt.

IV
Is zij bezit van het licht?
Ik snuif de duisterende lucht
En luister naar mijn eigen voeten.
Een storm wakkert aan waar
Wind en water elkaar ontmoeten.

 

Vertaald door Ria Loohuizen

 


Theodore Roethke (25 mei 1908 – 1 augustus 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e mei ook mijn blog van 25 mei 2020 en eveneens mijn blog van 25 mei 2019 en ook mijn blog van 25 mei 2017 en ook mijn blog van 25 mei 2015 deel 2.

Michael Chabon, Joseph Brodsky

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit: De Jiddische politiebond (Vertaald door Christien Jonkheer en Gerda Baardman)

“Al negen maanden bivakkeert Landsman in hotel Zamenhof zonder dat een van zijn medegasten vermoord is. En nu heeft iemand de bewoner van kamer 208, een jehoede die zich Emanuel Lasker noemde, een kogel door het hoofd gejaagd.
‘Hij nam de telefoon niet meer op, deed de deur niet meer open,’ zegt Tenenboim de nachtportier als hij Landsman uit bed komt halen. Landsman woont op 505, met uitzicht op het neonbord van het hotel aan de overkant van Max Nordau Street. Dat is hotel Blackpool, een woord dat door Landsmens nachtmerries spookt ‘Ik heb mezelf toegang moeten verschaffen.’
De nachtportier is een voormalige Amerikaanse marinier die zijn eigen heroïneverslaving de baas is geworden in de jaren zestig, toen hij terugkwam van de puinhopen van de Cubaanse oorlog. Hij treedt de verslaafde bewoners van het Zamenhof met moederlijke zorg tegemoet. Hij leent ze geld en zorgt ervoor dat ze mm mrt gelaten worden als ze dat nodig hebben.
‘Heb je in de kamer ergens aan gezeten?’ vraagt Landsman.
‘Alleen aan het geld en de juwelen,’ zegt Tenenboim.
Landsman trekt zijn broek en schoenen aan en hijst zijn bretels op. Daarna draaien hij en Tenenboim zich om naar de deurknik, waar een stropdas aan hangt, rood met grote bruine strepen, voorgestrikt om tijd te besparen. Landsman heeft nog acht uur voordat hij w aan de bak moet. Acht rattenuren, lurkend aan de fles, in zijn glazeneer kooi tussen de houtwol. Landsman zucht en pakt zijn das. Hij laat hem over zijn hoofd glijden en schuift de strop omhoog tegen zijn boord. Hij trekt zijn jasje aan, voelt of zijn portefeuille en politiepenning in zijn borstzak zitten, en geeft een klopje op de sjolem die hij in een holster onder zijn oksel draagt, een korte Smith & Wesson Model 39.
‘Ik maak je niet graag wakker, inspecteur,’ zegt Tenenboim. ‘Maar ik heb gemerkt dat je niet echt slaapt.’
‘Ik slaap wel, hoor,’ zegt Landsman. Hij pakt het borrelglas waar hij op het ogenblik een relatie mee heeft, een souvenir van de Wereldtentoonstelling van 1977. ‘Ik doe het alleen in mijn ondergoed.’ Hij heft het glas en brengt een toast uit op de dertig jaar die er sinds de Wereldtentoonstelling in Sitka verstreken zijn. Een hoogtepunt van de Joodse beschaving in het noorden, zeggen ze, en wie is hij om dat te betwisten? Veertien was Meyer Landsman die zomer, en hij ontdekte net de verrukkingen van Joodse vrouwen, die in 1977 ook op hun hoogtepunt geweest moeten zijn. ‘Rechtop in een stoel.’ Hij drinkt het glas leeg. ‘Met een sjolem om’.

 


Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

Rotterdams dagboek

I
De regen klettert. Woensdag. Schemering.
‘k Zie paraplu’s en opgezette kragen.
Ze bombardeerden Rotterdam vier dagen,
en toen was deze stad herinnering.
Niet mensen, steden schuilen als het regent
in een portiek. En in een bui beland
bewaren straten, huizen hun verstand
en roepen niet om zoete wraak, neerzijgend.

II
Een hete julidag. Er lekt een wafel
ijs op een buik. Een kinderstemmenkoor.
Moderne flats, kantoor omarmt kantoor.
Le Corbussier deelt dìt met de Luftwaffe,
dat beide fanatiek hebben getracht
het aanzien te veranderen van Europa.
Wat rest na ’t razend spel van de cyclopen
wordt op een tekentafel koel volbracht.

III
De tijd heelt, maar hoe heilzaam ook die kracht,
een beenstomp kan van middel doel niet scheiden,
heeft van een panacee nog meer te lijden,
en jeukt. Een jaar of dertig later. Nacht.

We drinken wijn en voeren dialogen
in een gebouw dat naar de sterren reikt –
op een niveau dat eerder werd bereikt
door hen die hier destijds de lucht in vlogen.

 

Vertaald door Peter Zeeman

 


Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2020 en eveneens mijn blog van 24 mei 2018 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Jan Baeke, Jane Kenyon

De Nederlands dichter Jan Baeke werd geboren in Roosendaal op 23 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jan Baeke op dit blog.

 

Vragen met honden

Is het ook een hond
die zoveel op ons lijkt
en op de bank in slaap gesukkeld is?

Er staat in de voorschriften
hoe wij moeten liggen en slapen
hoe we een feestmaal moeten bereiden
en een huis schoonmaken
en ook staat er hoe we met honden
moeten doen en zij met ons.

Dat om ons heen anderen
het meubilair nog voor zonsopgang reinigen
met water en zeep de nacht verdrijven
zich voor ons opstellen en vragen
staan wij stil, zijn dit onze handen
hoe houden wij de honden
op afstand?

Wij snellen naar de boeken
om de juiste pagina’s te vinden
De zon komt blaffend op.

 

Betrekkelijk

Hier, achter de muur en
verderop in het park, legt het licht
een zachte arm van god
op de naar elkaar gebogen schouders.
Weerschijn
die niets loslaat
van de betrekkingen, waarin deze mannen
verzameld zijn.

Het gesprek, half afgewend
onder de bladeren.

In beide stemmen
geruis
dat de gebeurtenis vertraagt.

Een zin die even luistert
naar de ritselende overwegingen.

Hun driftige gebaren maken duidelijk
hoe ernstig zij het leven nemen.

Hun verwoede pogingen
het moment te verlengen

of is het dit bedrieglijke licht?

 

Logos

Een man bedenkt Venetië en wetten
vol met fouten (poëzie dus).
Een man die desgevraagd beweren zal:

Een woord komt altijd op gedachten.
Het gaat er om dat het er is
waarmee men rekening kan houden.

Venetië? Mooi woord! Nietwaar?

Zo moet het zijn. Een woord
dat de bedoeling is
en aan een ander woord doet denken.
Een stad in haar idee bestorven

een innemende gedachte
Venetiaans, poëtisch, mogelijk.

Mooi ook zijn de vele vertellingen
die hij nimmer zal bedenken.

 


Jan Baeke (Roosendaal, 23 mei 1956)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Het shirt

Het shirt raakt zijn nek
en vlijt zich tegen zijn rug.
Het glijdt langs de zijkanten naar beneden.
Het gaat zelfs tot onder zijn riem –
tot in zijn broek.
Gelukkig shirt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2020 en eveneens mijn blog van 23 mei 2019.

Erik Spinoy, Jane Kenyon

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Beslissend moment in het leven van een mens

Zwaar slaapt de tong,
een wezen leegt zich
in het oud geworden bed.
Stof kust de ruit en ligt
op steen en tegelvloer.

Wie leent de radiostem
een rozig, bloeiend oor?
Wie neemt de hoorn?

De avond slinkt en slinkt.
Grijs klimt de eenzaamheid
en in de mond groeit hard
een eeuwig groene plant.

Soms hoort men nog zijn echo gaan.
Een bal die, half onzichtbaar, naar
zijn einde rolt.

 

Schloss Schönbrunn

VI. Amor dei intellectualis

De kruinen van de bomen

Bijgeknipt tot regelmaat. Een ruïne die geen
Ruïne was maar opzet. En wat een labyrint
Kon lijken, ontpopte zich als geometrisch spel
Met de alleeën. Hierdoor liet het zich begrijpen

Als een werkzaamheid – een visie die
Zich tot geen standpunt te beperken heeft,
Een bundel alomvattende bevelen. Want wat
Nog vreemd was, moest zich in vertrouwde vormen

Kleden. En wat gebouwd werd, moest bij voorbaat
Aan het vreemde overgeven. Zo is het overal aanwezig
In het samenspel. Nooit legt het zich in één
Verschijning vast. Ten hoogste soms waait naar

Je toe wat haast een geur is. Je meent in
Zand een spoor te zien, en te herkennen.

 

VII. De moraal

Als de beweging van een degen

Besteeg de weg de helling. Dat je
De klim begon was navoltrekken en
Beseffen wat de opdracht is, de
Plicht waar men zich niet kan

Aan onttrekken: dat wat men ziet,
Zijn eisen stelt. Je was niet langer
Om jezelf bezorgd, en klom zoals
Klimop op luwe muren klimt:

Met grootste vanzelfsprekendheid.
Wat je wou bereiken en wat daarna
Komen zou, zijn vragen met een
Antwoord als een laatste wens. Je krijgt

Waarom je vroeg – maar daarna is de
Tijd van krijgen onherroepelijk voorbij.

 


Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Nederlandse Interieurs

Christus is duizendmaal ter dood gebracht
in de koude streken van Noord-Europa.
Plotseling verschijnen er brood
en kaas op een bord,
naast een glimmende tinnen beker bier.

Zeg me nu dat de Heilige Geest niet
zetelt in het lichtspel
op het bestek!

Een vrouw maakt kant,
met een spaniël met vochtige ogen liggend
aan haar kleine welgevormde voeten.
Zelfs het dienstmeisje met de po is er;
het ondeugende meisje met de rode wangen…

En de koopmansvrouw, nog steeds
in haar gele kamerjas
op het middaguur, doopt haar pen in Oost-Indische inkt
met een air van behoedzaam genoegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.

Amy Waldman, Robert Creeley

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Amy Waldman werd geboren op 21 mei 1969 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Amy Waldman op dit blog.

Uit: De inzending (Vertaald door Thera Idema)

“De namen,’ zei Claire. Vat doen we nou met de namen?’ `Die zijn bedoeld als aandenken, niet als gebaar,’ zei de beeldhouwster. Bij Ariana’s woorden knikten de andere kunstenaars, de criticus en de twee openbare kunstsponsors die aan de eettafel zaten, allemaal onder haar betovering. Ze was de beroemdste van de juryleden, de dominerende figuur, Claires grootste probleem. Ariana had aan het hoofd van de tafel plaatsgenomen, alsof ze de vergadering voorzat. Vier maanden lang hadden ze hun beraadslagingen gevoerd aan een ronde tafel, waardoor ze allemaal gelijk waren. Die tafel stond in een kantoorruimte in het centrum, hoog boven de krater in de aarde, en daar hadden de andere juryleden steeds toegegeven aan de behoefte van de weduwe om met haar rug naar het raam te zitten, zodat de doodse grond beneden slechts een grijze vlek was als Claire naar haar stoel liep. Maar vanavond zat de jury aan de lange tafel in Gracie Mansion, de ambtswoning van de burgemeester van New York, om de laatste beraadslagingen te voeren. Ariana had zonder het te vragen en blijkbaar zonder scrupules de belangrijkste plaats ingenomen, waarmee ze aangaf dat ze van plan was zich te laten gelden. `Men verwacht de namen van de doden; dat is zelfs een eis die in het reglement is opgenomen,’ vervolgde ze. Voor zo’n heerszuchtige vrouw had ze een honingzoete stem. ‘Bij het juiste monument zijn het niet de namen die emoties opwekken.’
`Maar voor mij doen ze dat wel,’ zei Claire met strakke mond, terwijl ze enig behagen schepte in de neergeslagen ogen en schuldige blikken aan de tafel. Ze hadden natuurlijk allemaal iets verloren – het gevoel dat hun natie onkwetsbaar was, de meest herkenbare iconen van hun stad; misschien waren ze vrienden of bekenden kwijtgeraakt. Maar alleen zij had haar man verloren. Ze had er geen moeite mee om hen hier vanavond nog eens aan te herinneren, nu ze op het punt stonden hun keuze voor het monument te maken. ze hadden vijfduizend anonieme inzendingen weten terug te brengen tot twee. Dat laatste snoeiwerk had eenvoudig moeten zijn. Maar na drie uur delibereren, twee stemrondes en te veel glazen wijn uit de privévoorraad van de burgemeester was de conversatie rauw en kortaf geworden en vervielen ze in herhalingen.”
 


Amy Waldman (Los Angeles, 21 mei 1969)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Niet nog eens

Soms maakt het mij verlegen,
de terugkeer van dat voornaamwoord
dat in twijfel trekt, of liever op
de voorgrond plaatst: mijn eigen gezicht.

Natuurlijk voel ik me
verlegen, wat anders?
Zoals bij de kelner met het blad waarop
(alleen) zijn eigen handen rusten.

Altijd –
zondagmaandagdinsdagwoensdagdonderdagvrijdag
zaterdag –
waar ik ook kijk,
ik ben er.

Het waren een bries en een schelp
die Venus brachten –
maar ik kan hier zijn
zonder ergens heen te gaan.

Dus tot ziens,
tot we elkaar weer treffen,
en als je komt, loop maar binnen.
Ik ben het.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 


Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e mei ook mijn blog van 21 mei 2021 en ook mijn blog van 21 mei 2020 en eveneens mijn blog van 21 mei 2019 en ook mijn blog van 21 mei 2018.

Libris Literatuur Prijs 2025 voor Safae el Khannoussi

Libris Literatuur Prijs 2025 voor Safae el Khannoussi

De Nederlandse schrijfster Safae el Khannoussi heeft maandag de Libris Literatuur Prijs gekregen voor haar roman “Oroppa”. Safae el Khannoussi werd geboren in Tanger, Marokko, in 1994. “Oroppa” stond in 2024  op elk eindejaarslijstje van zo’n beetje elk medium. De Volkskrant benoemde “Oroppa” zelfs tot hét boek van het jaar, en riep El Khannoussi uit tot talent van 2024. Zie ook alle tags voor Safae el Khannoussi op dit blog.

Uit: Oroppa

“Maar daarvoor was dokter Mehdi niet geroepen. Dat gehoest, zo hevig dat je je afvroeg hoe het kon dat het resterende longetje niet al lang was geknapt, dat begrepen ze wel, maar waarom toch al dat gegil, dokter. Hierop merkte dokter Mehdi droogjes op dat hij geen psychotherapeut was. Maar kon hij dan geen enkele verklaring bedenken? Hierop had de dokter een onbehouwen grap gemaakt. Hij zei: ‘Zoals een ezel balkt als-ie de duivel langs ziet lopen, zo schreeuwt mevrouw wanneer de dood zich over haar buigt.’
Het kind had met stomheid geslagen naar dokter Mehdi geluisterd.
Sindsdien zat de dood met gekruiste benen op de stoel naast het ziekbed, kamde hij de haren uit het hoofd van de zieke, schuurde nog wat kleur uit haar gezicht, en fluisterde haar met zijn trieste doodsgrijns angstaanjagende nachtmerries in het oor.
Dokter Mehdi had ook nog gezegd dat mevrouw rust moest hebben, zodat ze vredig heen kon gaan. Maar Meryem, die de opdracht had gekregen de zieke te verzorgen, bleef het een goed idee vinden om haar uit bed te tillen en in bad te stoppen, en ’s ochtends, na het ontbijt, zette ze de vrouw op een stoel op het balkon, ging naast haar zitten roken en ze durfde te zweren dat bij het opsteken van de sigaret de oogleden van de vrouw trilden en haar mond een klein beetje openging.
Voorzichtig liep het kind naar het bed. De ogen van de vrouw, kalm en glinsterend, zochten het plafond af, zweefden naar de balkondeuren, en terug naar het plafond, bleven op de deuropening rusten, keerden terug, en streken, tussen een paar moeizame ademhalingen door, neer op de kruin van het meisje, kropen over haar gezicht en bleven ter hoogte van haar borstkas hangen.
‘Godverdomme,’ zei de vrouw.
Het klonk alsof je een nest jonge kraaien in een versnipperaar gooide.
Salomé Abergel was zonder enig bezwaar zo de dood ingegleden, als de dood haar, na eerst weifelend op haar te hebben gekauwd, niet weer terug had gespuugd – dat wil zeggen, terug het leven in. Vreemde manier om wakker te worden, dacht Salomé, al waren er gekkere manieren, zoals laatst, toen ze in de felle zon op het balkon ontwaakte naast een vrouw die met gesloten ogen zat te roken. Ze had toen geveinsd te slapen, maar ze was de hele tijd wakker, totdat ze weer in bed was gelegd en afgleed naar troebele wateren.”

 


Safae el Khannoussi (Tanger, 1994)

Tommy Wieringa, Robert Creeley

De Nederlandse schrijver Tommy Wieringa werd geboren in Goor op 20 mei 1967. Zie ook alle tags voor Tommy Wieringa op dit blog.

Uit: Nirwana

“Na jaren van onbruik wordt er in de zomer van 1990 bijna elke dag gezwommen in het zwembad tussen de villa en de bosrand. De hittegolf die eind juli begon en tien dagen duurde is voorbij; het is nog altijd erg warm. Op de bodem van het bad scherpt een jongen opnieuw zijn onderwaterrecord aan. In juni is hij veertien geworden. Het wrede seizoen. Wanneer hij zich buiten adem op de tegelvloer afzet en naar de oppervlakte schiet, is het alsof hij zal sterven, maar dat is pas over achtenvijftig jaar, op ditzelfde landgoed, in een ander jaargetijde en onder omstandigheden die het best paradoxaal genoemd kunnen worden. Nu leeft hij, de jongen Hugo Adema, en hoe: happend naar lucht breekt hij door de waterspiegel. Hij zwemt naar de rand en hijst zich erop. Zijn hart dreunt, zijn schouderbladen steken scherp uit wanneer hij bij de badhokken een handdoek rond zijn middel slaat. Hij is mager en zo bruin als een eekhoorn, een en al knoken en huid. Sinds kort kruipt er een potloodstreepje haar vanuit zijn zwembroek naar zijn navel. Het spoor van zijn natte voetstappen vervliegt vlug op de warme stenen. De gedachten van de jongen zijn bij zijn nieuwe record van één minuut achtentwintig, maar voor het overige overal en nergens. In De Telegraaf van zijn grootvader leest hij over de val van de Muur, de aanstaande hereniging van de beide Duitslanden en de Golfoorlog die eerder die maand is uitgebroken, maar zijn eigen beslommeringen schijnen onvergelijkelijk veel groter. De toekomst is een duisternis, sinds hij bij zijn grootouders is ondergebracht. De eeuwige ruzies en vechtpartijen met zijn broer zijn zo uit de hand gelopen dat ze elke nieuwe au pak binnen de kortste keren aan de rand van een zenuwinzinking brengen. Dit, moeten zijn ouders hebben gedacht, is een eenvoudige, elegante oplossing zo: hij hier op het Wassenaarse landgoed van zijn grootouders en zijn tweelingbroer thuis aan de Groot Haesebroekseweg, hemelsbreed nog geen twee kilometer bij elkaar vandaan, maar de verwijdering is compleet. Er is geen einddatum vastgesteld, zodat zijn excommunicatie zich tot in het oneindige uitstrekt, en er is ook geen sprake van dat ze zullen ruilen op een dag, zodat hij terug naar huis kan en zijn broer hier wordt geparkeerd, waardoor hij zich daadwerkelijk verbannen voelt, de ongewenste van de twee. Hij mist de honden. Ondraaglijk traag zijn de zomerdagen met alleen twee bejaarden en een kokkin om zich heen, al past het woord ‘bejaarde’ misschien niet zo erg bij zijn opgedofte grootmoeder of de gestrengheid van zijn grootvader.”

 


Tommy Wieringa (Goor, 20 mei 1967)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Het raam

Positie is waar je
hem neerzet, waar hij
bestaat, heb je, bij voorbeeld,

die grote tank daar, die
zilveren, met de witte kerk
erlangs, zomaar

opgelicht, en met welk
doel? Hoe zwaar
is de langzame

wereld waarin
alles op z’n plaats
staat. Een man

loopt voorbij, een
auto naast hem op
het neergevallen

wegdek, een blad van
een gele kleur staat
op het punt te

vallen. Alles
valt op z’n
plaats. Mijn

gezicht voelt zwaar
van al dat kijken. Ik kan
mijn oog voelen breken.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 


Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2023 en ook mijn blog van 20 mei 2020 en eveneens mijn blog van 20 mei 2019.

Constantin Göttfert, Robert Creeley

De Oostenrijkse dichter en schrijver Constantin Göttfert werd op 19 mei 1979 in Wenen geboren. Zie ook alle tags voor Constantin Göttfert op dit blog.

Uit: In den Wänden

„Zwei Nächte verbrachte ich bei meinem Vater. Du denkst an Berge, wenn du an Österreich denkst, du erinnerst dich an die Luft, die du auf einer deiner Reisen in die Lunge gezogen hast. Vielleicht denkst du daran, wie der Schnee unter deinen Schiern knarzt, oder an Seilbahnen, die über dicht bewaldeten Hängen schaukeln; in Wahrheit jedoch ist das, was ich meine Heimat nenne, eine flachgedrückte Ebene.
Kein Fremder ist jemals an diesem Ort dem Zug entstiegen. Du wärest der erste. Und würdest du dann an der Eingangstür meines Vaterhauses stehen und dich noch einmal zurückwenden, so ginge dein Auge über eine unendliche Fläche aus Feldern und brachliegendem Land, und nichts finge deinen Blick auf, keine Erhebung, kein Wald, nicht die Lichter einer Stadt. Nur die Felder der Sonnenblumen würdest du sehen, die bis an den Horizont reichen, deren Köpfe so schwer sind, dass sie sich kaum bewegen, wenn der Wind an ihnen reißt, und die Stimmen der Kinder hören, die aus der Schule am Ende der Straße kommen; immer noch laufen sie durch dieselben Tore, durch die auch ich gelaufen bin, immer noch lachen sie, stellen sich ein Bein, stecken sich Sonnenblumenkerne zwischen die Zähne und treten sich mit den Spitzen ihrer Schuhe gegen die Schienbeine.
Eben dort, am Rande der Sonnenblumenfelder, stand ich und wartete, bis die Stimmen verstummt waren. In der plötzlichen Stille hörte ich, wie eine leere Medikamentendose über die ­Gitterstäbe eines Kanaldeckels rollte. Der Wind musste sie aus dem Mülleimer vor der Haustür gerissen haben. Sie hatte sich zwischen den Gitterstäben verfangen, schaukelte dort hin und her, bis sie plötzlich frei kam und vom Wind an der Gehsteigkante hinabgetrieben wurde. Es dauerte viel zu lange, bis ich den richtigen Schlüssel fand, und als ich das Haus meines Vaters betrat, war meine Hand, die den Koffer vom Bahnhof bis hierher getragen hatte, unendlich müde geworden.
Mein Vater ist krank, weißt du, aber nicht das ist es, was mich wach hält. Es sind seine Schritte. Sie wecken mich, wenn er nachts im Haus umherirrt, wenn er schlaflos die Treppen neben meinem Zimmer auf- und absteigt. Mit seinen schweren Füßen nimmt er mir den Schlaf. Ich höre, wie er stehen bleibt, wie er atmet. An der obersten Treppenstufe steht er dann, und das Pfeifen seiner Lunge erscheint mir plötzlich so nahe, als wäre nicht er, sondern ich selbst der Keuchende. Im dunklen Zimmer starre ich auf die geschlossene Tür und höre die Schritte. Er geht ins Wohnzimmer.“

 


Constantin Göttfert (Wenen, 19 mei 1979)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

Stoute jongen

Als hij thuiskomt met een walvis
lacht ze en zegt, dat bestaat niet.

En als hij de honderdduizend heeft gewonnen
zal ze zeggen, waar was je vannacht?

Waar ben je nu, trouwens? Moet ik
altijd (zegt ze) naar je blijven

uitkijken? Ze zegt, als ik dacht
dat het zou helpen dan zou ik

je neerknallen, idioot
die je bent. Dan schikt ze

haar haar, en wacht
op Uncle Jims gegrilde, volvette, ongeëvenaarde

walvislapjes.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 


Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e mei ook mijn blog van 19 mei 2023 en ook mijn blog van 19 mei 2022 en ook mijn blog van 19 mei 2020 en eveneens mijn blog van 19 mei 2019 en ook mijn blog van 19 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.