Anton Koolhaas, Chinua Achebe

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

Uit: Vanwege een tere huid

“Alle ramen van het huis van de eerste geliefde hebben de eigenschap, dat zij zelf er onverhoeds voor kan verschijnen. Die vensters zijn daardoor rusteloos als een te dunne huid, die bij iedere emotie bloost of juist helemaal wit wordt, of vlekkerig als er spanning is. Ze zijn onaandoenlijk en tegelijkertijd onheilspellend als zij niet voor het raam van haar eigen kamer staat.
Wáár, waar in godsnaam is zij in dat huis? In vreselijke omstandigheden, omdat ze niet op de gewone plaats is voor haar altijd open raam in niet eindigende zomer? Hoe kan een raam zo ver open zijn, alsof er eigenlijk helemaal geen raam met houten randen is? En dat haar toch omlijst, als ze er iedere dag staat, als de jongen – altijd op hetzelfde uur en op dezelfde manier – langs komt fietsen.
Waarom is het altijd zomer? Ze hebben elkaar nog nooit iets gezegd; amper een teken gegeven zelfs. Ze zijn niet van dezelfde school. Niettemin staat zij daar, als hij uit de zijne komt, alsof ze nooit iets te doen heeft en altijd daar op die plaats kan zijn, om haar ogen door de zijne te laten vangen als hij gehuld in een diepvriezer van vrees dat ze er vandaag niet zal zijn passeert; zijn gezicht zonder enig teken erop in haar richting heft, vol benauwenis wel en van àl zijn herinneringen sedert zijn geboorte eigenlijk alleen nog maar weet hoe adembenemend groot dìt venster is. Hoe zonder grenzen groot, zoals de zomer zonder grenzen is, toch omraamd door bloesems en takken en klimop en van alles dat niet op kan en niet weg. En hoe blond ze daar staat: voor altijd de enige die kan beantwoorden aan de vraag en aan de spanning die achter die vraag perst, of er tussen de geboorte en de dood een ander wezen bestaat van niets dan liefde. Vandaag is het hele leven.
De werkelijkheid mag zijn dat ze welbeschouwd kort, gebobt, maar glad stroogeel haar heeft en dat er in hetzelfde raam een drooglijntje is gespannen met een kleur eraan die te drogen hangt. Zoals een vlam vaak juist pas even boven de pit of de brander begint, is het met de liefde: in de tussenruimte tussen de vergankelijke werkelijkheid van de pit en de vlam, waar dus niets is, bestaat die. Er is niets te zien, niettemin is vlak daarboven de vlam; loeiend soms.
De jongen heet Jokke. Een straf zo’n naam, in een klas. Naar de een of andere grootvader natuurlijk, die misschien nog wel turf stak in een moeras. Het meisje heette Takkie de Koning. Dat zal tenminste wel, want Jokke is één keer omgekeerd na het raam gepasseerd te hebben, om het naambordje op de deur te lezen en daar stond A.G.J.M. de Koning, arts, op. Van een andere jongen op school had hij gehoord dat ze Takkie heette (aangenomen dat ze dezelfde bedoelden).”

 

Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Vluchtelinge met kind

Geen Madonna met Kind die zich hiermee meten kon,
het beeld van deze moeder, vol tedere aandacht
voor een zoon die ze spoedig zou moeten vergeten.

Overal hing de lucht van de diarree
van ongewassen kinderen die met uitstekende ribben
en verschrompelde billen, met houterige stappen
rondliepen, achter hun opgezwollen, lege buikjes aan.
De meeste moeders daar kon het allang niets
meer schelen, maar deze wel. Met de schim
van een glimlach tussen haar tanden en met
in haar ogen de schim van moederlijke trots,
kamde ze het schamele roestbruine haar
dat zijn hoofdje nog bedekte, en toen
– terwijl er een lied verscheen in haar ogen –
begon ze te zoeken naar luizen… In een ander leven
was dit een vluchtige routine geweest,
voor zijn ontbijt en naar school gaan;
maar nu deed ze het alsof ze bloemen schikte
op een heel klein graf.

 

Vertaald door Joris Iven

 

Chinua Achebe (16 november 1930 – 21 maart 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2018 en eveneens mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

Clemens J. Setz, Ted Berrigan

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

Uit: Die zwischen Frau und Gitarre

„Da meldete sich der Fahrer. Er wisse nicht, wie er das machen solle, sagte er. Er bringe sie gern überall hin, aber der Ballon … Er sprach das Wort mit Betonung auf der ersten Silbe aus. Allein dafür hätte Natalie ihn ohrfeigen können. Die Musik in ihrem Kopf verstummte. Sie lehnte sich nach vorn. — Lassen Sie mich aussteigen, sagte sie. — Haben Sie Adresse? Nein, die hatte sie vergessen. Es war ja auch nicht der Sinn einer dreistündigen Verspätung, gut vorbereitet und mit allen Informationen versorgt zu sein, oder? Verdammter Idiot.
Ist egal, sagte sie. Ich steig hier bitte aus. Der Fahrer seufzte und hielt an. Weit waren sie nicht gekommen. – Ich habe gehofft, es ginge zumindest bis zur Stadtgrenze, sagte Natalie. Einfach so, ohne Fragen. Es hatte keinen Sinn mehr. Er hatte alles kaputtgemacht. – Ja soll ich Sie bringen? Bis Stadtgrenze? Ist ka Problem. Aber Bállon Der Fahrer deutete mit einer irritierend würdevollen Handbewegung auf das in großer Entfernung schwebende Flugobjekt. – Bállön, korrigierte Natalie und versuchte, sich von dem tiefehrlichen Taxifahrerschnurrbart, der ihr schneeweiß aus dem Gesicht entgegenleuchtete, nicht aus der Ruhe bringen zu lassen. Hier. Stimmt so. Sie gab ihm einen Fünf-Euro-Schein, mehr als genug für eine so kurze Fahrt. Er bedankte sich kopfschüttelnd bei ihr, hielt den Schein in der Hand und blickte drein, als hätte er nun wirklich jeden Glauben an – aber nein, stellte Natalie fest, sein Glaube an die Menschheit war immer noch intakt. Da, man sah es an seinem Nacken. Bestimmt konnte er ganz viele Sprachen. Deprimiert stieg sie aus dem Taxi.

Es wäre ohnehin zu spät gewesen. Dreieinhalb Stunden. Sie hatte gestern Abend das Muskelrelaxans genommen, davon schlief sie zu gut. Sie überquerte die Straße und lief in einen heißen Sommerwindstoß. Unruhe überkam sie, die Hände und Fingerspitzen fühlten sich komisch an, aurig – das war ihr Wort, seit der Kindheit, für den Zustand, der einem Grand-Mal-Anfall vorauszugehen pflegte. Aura, aurig. Es war so, als wäre man in unangenehm heißer, dichter und intimer Verbindung mit der Umgebung. (Ist es wieder aurig?, fragte ihre Mutter, und Natalie nickte benommen.) Aber ihr letzter großer Anfall lag elf Jahre zurück. Mein Gott, einfach bis zur Stadtgrenze, ohne zu fragen – zumindest diese Freude hätte der Taxifahrer ihr machen können! Elender Weltbürger. Kein Wunder, dass Haare und Bart schneeweiß waren. Er lebte an den Verhältnissen vorbei. Da es sonst nichts gab, was ihr irgendeine Richtung vorschlug, ging sie weiter auf den kilometerweit entfernten Heißluftballon zu. Sie stellte sich vor, wie das Leben des Taxifahrers in seinem Heimatland gewesen sein musste. Heimatländer, das hatten sie ja alle. Sie schüttelte ihre Finger aus. Kein Anfall. Nicht hier auf der Straße. Nicht nach elf Jahren ohne. Nicht wegen ein paar Ballone … Ballons … Ballonen? Wie war die Mehrzahl? Okay, einfach nicht darüber nachdenken. Irgendeine Mehrzahl hat das Wort. Und sie ist unter diesen dreien. Ich bin wieder siebzehn, sagte sie sich. Der Gedanke konnte sie manchmal beruhigen. T-minus-eins. Bei null nächstes Jahr wird das Leben schlagartig stockdunkel und witzlos und mau.“

 

Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

Persoonlijk gedicht nr. 9

Het is 8:54 uur in Brooklyn het is 26 juli
’t zal in Manhattan ook 8:54 uur zijn maar ik zit
in Brooklyn……ik eet muffins en drink een Pepsi
en ik zie hoe Brooklyn toch ook gewoon bij
New York hoort……heel gek……ik heb het altijd als iets
heel eigens gezien……iets als Bellows Falls……of
Little Chute……of Uijongbu

………………………………………… Nooit had ik op de
Williamsburg Bridge gedacht dat ik zo vaak in Brooklyn zou zijn
alleen om juristen en agenten die niet eens gewapend waren
mijn vrouw weg te zien halen en weer terugbrengen
………………………………………………………Nee
en ik had ook nooit gedacht dat Dick weer naar Gude zou gaan
geen baard meer zijn haar kort Carol verdiept in
zijn boeken en wij maar pokeren tot de zon
opkwam boven de Navy Yard aan de over-
kant van de rivier
……………………………Ik denk dat ik dacht aan
als ik wat verder was zo in de buurt van Perry Street
belezen beslapen verguisd en aanbeden
met nieuwe poëzie in voorbereiding
gedrukt op oud bruin papier in een gewone letter
vrouwelijk prachtig en sterk

 

Vertaald door Rutger H. Cornets de Groot

 

Ted Berrigan (15 november 1934 – 4 juli 1983)

 

Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2018 en eveneens mijn blog van 15 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Olga Grjasnowa, Norbert Krapf, Ted Berrigan

De Duitse schrijfster Olga Grjasnowa werd geboren op 14 november 1984 in Baku  Azerbeidzjan. Zie ook alle tags voor Olga Grjasnowa op dit blog.

Uit: Der verlorene Sohn

„Sommer 1839
An jenem letzten Morgen seines alten Lebens wurde Jamalludin von seiner Mutter geweckt. Sie kam zu ihm ins Zimmer, setzte sich an sein Bettlager, und Jamalludin wusste, dass sich etwas Unwiederbringliches ereignet hatte. Er spürte Patimats Körperwärme, wollte sich an sie kuscheln, seine Sorgen durch ihre Berührungen vertreiben lassen. Ihre Hand fuhr durch sein Haar. Er hörte das vertraute Klirren ihrer Armbänder, spürte ihre Haut, ihre Liebe. Gierig sog er Patimats Geruch ein und blieb da-bei unbeweglich liegen, eingewickelt in seine Decke. Er glaubte, so die Zeit anhalten zu können. Das Unaus-weichliche hinauszögern. Dennoch wollte er das sein, was alle Welt von ihm erwartete: ein Mann. Was das war, war ihm bereits mit neun Jahren nur allzu klar. Aber noch lieber wäre er heute ein kleiner Junge geblieben, hätte seine Mutter niemals losgelassen. »Du musst stark sein, mein Kleiner. Sei stolz. Sei mein Stolz. Sei ein Sohn deines Vaters«, flüsterte Patimat ihm ins Ohr. »Es ist nicht Rir lange. Du wirst bald wieder bei mir sein.« Patimat war die Mutter zweier Söhne, von denen einer heute den Russen als Pfand für die Dauer der Verhandlungen zwischen dem russischen Heer und den Gottes-kriegern des Imam Schamil überlassen werden sollte. Schamil war es Jahre zuvor gelungen, zum ersten Mal zahlreiche kaukasische Stämme zu vereinen und sie vom heiligen Kampf, dem Dschihad, gegen Russland zu über-zeugen. Bisher galt Schamil als unbesiegbar, ein Held seiner Zeit. Sein Mut und die entgegen aller Wahrscheinlichkeit errungenen Siege waren legendär. Seine Frau war jung, gebildet und schön, auch wenn das kaum noch jemand sah. Jetzt legte sie die Hand auf den Rücken ihres ältesten Sohnes und wartete auf etwas, das nicht passierte. Jamalludin ließ diesen Augenblick ebenfalls verstreichen und richtete sich schweigend auf. Er hatte verstanden. Patimat legte seine Kleider neben ihn und strich sie glatt. Sie waren schneeweiß, obwohl alles um sie herum voller Dreck war oder vielleicht gerade deswegen. Es waren die Kleider, die sie einst für den Tag des Sieges über die Russen zurückgelegt hatte. Jamalludin war ihnen fast entwachsen. Sie half ihm, sich anzuziehen, obwohl sie sich selbst kaum noch bewegen konnte. In wenigen Wochen erwartete sie ihr drittes Kind. Die Schwangerschaft hatte ihre Gesichtszüge weich werden lassen, ihre Bewegungen lang-sam und schläfrig. Ihre Augen waren genauso olivgrün wie seine: »Du kannst deinen Dolch mitnehmen, aber hüte dich davor, ihn gegenüber deinen Wächtern zu benutzen. Sie sind unsere Feinde, aber du solltest sie nicht provozieren.« Patimat hielt inne, als ob sie selbst vor dem von ihr Gesagten erschrocken wäre, und fuhr dann entschieden fort: »Sie werden dich gut behandeln.“

 

Olga Grjasnowa (Baku, 14 november 1984)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november 1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

Horses Munching Grass, Blue Field, Evening

A brown and a black horse
munch grass close together
in a field below mountains

as the evening turns shades
of blue. The mountains are dark blue.
The sky stretched above is pale blue.

The only sound is the ripping of grass
by the horses’ teeth. I am not close
enough to hear this sound now,

but it resounds in my head because
two days ago these same two horses
came up to this casita right

across the fence as I stood watching
and happily listening on a balcony
as they ripped and munched grass.

The sound of brown and black horses
munching green grass in a blue field
below mountains with a thin strip

of white clouds skimming the top
of the mountains and white-blossoming
weeds in the foreground is a painting

framed in my mind which I will carry away
with me when I drive down from the mountains
where a part of me remains as eye and ear.

 

Northern New Mexico Night
for Katherine

You come into the presence
of this place so remote
in its quiet beauty,
a voice gentle in its insistence

on what is right but not obtrusive,
like one of the countless stars
in the northern New Mexico night
that sends its delayed light

toward me, as I look out the window,
from millions of years ago
but nonetheless fully present
in ways I do not fathom.

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

De Sonnetten: I

Zijn doordringende pince-nez. Een vage fries
Handen wijzen naar een vage fries, in de donkere nacht.
In het boek van zijn muziek zijn de hoeken recht gestreken:
Die hun aanwezigheid te danken hebben aan onze slapende handen.
Het ossenbloed uit de handen die spelen
Voor vuur voor warmte voor handen voor groei
Is er ruimte in de kamer waar je in huist?
Op zijn gestructureerde graf:
Toch betekenen ze iets. voor de dans
En de architectuur.
Heen en weer gaan tussen incidenten
Kan onheilspellend voor hem zijn
Wij zijn de slapende fragmenten van zijn hemel,
Wind die aanwezigheid verleent aan fragmenten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Berrigan (15 november 1934 – 4 juli 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2020  deel 1 en ook deel 2 en ook  mijn blog van 14 november 2018 en eveneens mijn blog van 14 november 2015 deel 2.

Frank Westerman, Timo Berger

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

Uit: De kosmische komedie

“‘s Werelds eerste ruimtewandelaar is de zoon van een mijnwerker. Terwijl zijn vader zich in onderaardse schachten laat zakken, stijgt Aleksej Leonov door de ijle atmosfeer omhoog. Anders dan de hemelvaart van Christus is zijn ruimtereis goed gedocumenteerd. Er zijn beelden van.
Een R7-raket tilt kosmonaut Leonov in een baan om de aarde. Gewichtloos suist hij rond de planeet. Door de patrijspoort van zijn schip ziet hij zestien zonsopkomsten en zonsondergangen per etmaal. De Siberiër is de dampkring uit geschoten met een geheime missie. Op 18 maart 1965 om halftwaalf ’s ochtends (Moskouse tijd) krijgt hij het bevel de sluis binnen te gaan. De stem die hem dit opdraagt is afkomstig uit een naaldbos op aarde. ‘Zarja’ luidt de codenaam van de vluchtleider. ‘Dageraad’.
Aleksej, 31 jaar oud, wringt zich vanuit zijn stalen capsule in de ‘harmonicasluis’: een opblaasbare slurf met aan het uiteinde een luik. Eenmaal in dit rubberen aanhangsel moet hij vijftig minuten acclimatiseren om te voorkomen dat er stikstofbelletjes in zijn bloed opborrelen, zoals bij duikers die te snel naar het oppervlak komen.
Zijn hartslag loopt op van 86 naar 95 en schiet bij het commando ‘Open het luik’ naar 150. Verhit en nat van het zweet, met op zijn rug een zuurstoffles, perst Aleksej zich naar buiten. Dan gulpt zijn witte gestalte het luchtledige in. Zonder van de zijde van zijn moederschip te wijken, zweeft hij vrij door het heelal, nog slechts verbonden door een navelstreng.

Diep onder hem schuift de kustlijn van Noord-Afrika voorbij, even later gevolgd door die van Turkije en de Krim. Het is bewolkt boven delen van de Kaukasus.
Er klinkt gejuich in het ondermaanse. ‘Wat u heeft volbracht, gaat de meest drieste verbeeldingskracht te boven,’ verklaart het Kremlin. Kameraad Leonov heeft ‘stoutmoedig de deur naar de kosmos opengezet’.
Generaties aardlingen hebben naar deze doorbraak uitgekeken. Meer nog dan een Sovjetonderdaan met de letters cccp op zijn helm is Aleksej een afgezant van ons allemaal. Het ‘binnendringen’ van de ruimte door een lid van de wereldbevolking overstijgt de prestigeslag tussen Oost en West. Door de bewegingen van zijn ledematen, iets tussen trappelen en zwemmen in, lijkt het alsof Aleksej in een worsteling is verwikkeld.
Stak Joris de draak dood, kosmonaut Leonov gaat het duel aan met God. De inzet: wie zal er voortaan over de hemel heersen?
Amper heeft Aleksej het strijdtoneel betreden of hij krijgt een klap te verwerken. De hemeltroon laat zich niet zonder slag of stoot bestijgen. In het vacuüm van de kosmos zet zijn pak verder uit dan voorzien. Zijn handen reiken niet meer tot in zijn handschoenen, zijn voeten niet meer tot in zijn laarzen. Buiten de harmonicasluis zwelt de mijnwerkerszoon op tot een bandenmannetje van Michelin.”

 

Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog.

 

Café Livros

Boven is de favela nog steeds een stad
van God – ik beweeg me
op zeeniveau, van de moeder van Giselle
naar Marisí, waar de Cine Club Leblon
elke eerste dinsdag van de maand
in de landelijke kleuren van een

Bulgaarse cineast zwelgt
verder alleen bistro’s, dure cafés
een donkere, in eikenhouten vaten gerijpte
suikerrietschnaps bij Livros
Ipanema. Geen boekhandel
zonder tapkast, nooit meer

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2018 en ook mijn blog van 13 november 2017 en eveneens mijn blog van 13 november 2016 deel 2.

Daniël Dee, Hans Magnus Enzensberger

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

Varkens kunnen niet vliegen

buiten dit slachthuis schreeuwen brutale kinderen
na één koekje gaat de trommel dicht actiegroep
na actiegroep trap in de hondenpoep mayonaise
en een strippenkaart staat garant voor een weerpraatje
in de tram waar de ramen met condens beslagen zijn

mijn verleden gaat jullie geen bal aan

hierbinnen heeft het slagersmes een duidelijk omschreven functie
zoals ook mijn witte schort mijn witte muts en de kadavers aan de haken
een duidelijk omschreven functie hebben

het bloed stroomt in de daarvoor bestemde geulen

ik sta buitenspel

elk beest been ik uit en uiteindelijk zelfs mezelf
varkens kunnen niet vliegen

 

Huidige opinie

Eigenlijk hadden ze die vlag niet moeten ophangen,
maar het stadsbestuur.

Wie?
-De Jonge Socialisten.
-Jonge Socialisten? Bestaan die dan nog?
-Jazeker, ze zijn nog volop aanwezig.
-Zitten ze dan in een reservaat?
-Nee, ze timmeren aan de weg.
-Doen ze dat met hamer en sikkel?
-Nee, ze gebruiken de noodklok.
-Wanneer klinkt die noodklok dan?
-De noodklok slaat om vijf voor twaalf.
-Hoe klinkt die noodklok dan?
-De noodklok klinkt van één voor het dromen twee voor het
denken drie voor het doen.
-Waar gaat dat dan over?
-Over het verlangen naar passievolle bestuurders.
-Wat is dat toch een lelijk woord: passie.
-Ja, en datzelfde geldt voor draaigedrag.
-Want dat willen ze ook?
-Nee, juist niet meer.
-Wat doen ze daar dan aan?
-Ik zag ze laatst een vlag ophangen aan een toren.
-Die waait toch met alle winden mee.
-Ja, die waait met alle winden mee.
-En dat noemen ze een goed verhaal?
-Ja, dat noemen ze een goed verhaal.

 

Gedicht

De Hema biedt allerlei mogelijkheden om
de foto’s die ik stiekem van je nam
– hete zomer waterkant bikini bovenstukje af –
af te drukken tegen redelijke prijzen
op mokken klokken canvas kalenders agenda’s en kerstkaarten
– mijn slaapkamer heb ik reeds met jou behangen –
maar helaas niet de mogelijkheid
om de genomen foto’s veilig op te bergen
in een kluis van lood op de bodem van de oceaan
voor latere generaties of buitenaardse rassen
die jouw schoonheid net zo kunnen waarderen als ik
omdat ze net zo ver geëvolueerd zijn

 

Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Het somnambulistische oor

Hoe moet je ooit weer inslapen,
wanneer in het godverlaten uur,
voordat het licht wordt,
het huis klopt en schraapt,
als je het hoort mompelen
achter de muur?

Deze schoten komen uit een film
waar niemand naar kijkt,
of sterft er iemand in het trappenhuis?
Iets koert waar geen duif leeft,
iets kreunt – een oude koelkast,
of een paar allang verdwenen geliefden.

Het gas sist in de ventielen.
Zwaar meubilair wordt verplaatst.
Er druppelt iets. De stoom tikt.
Het water klettert door de leidingen.
Wie drinkt, wie neemt een douche,
wie ontlast zich?

En als het eindelijk stil is –
het huis houdt zijn adem in van angst -,
hoor je iets zoemen,
bijna voorbij het hoorbare,
spookachtig dun als de glinsterende ring
van een niet te stoppen teller,

die in het donker draait.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn blog van 12 november 2018 en ook mijn blog van 12 november 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Der Herbststurm (Johann Ludwig Uhland), Hans Magnus Enzensberger

 

Bij Sint Maarten

 

St. Martinsumzug in der Düsseldorfer Altstadt door Hubert Ritzenhofen (1879–1961)

 

Der Herbststurm

Der Herbststurm braust durch Wald und Feld,
die Blätter fallen nieder
und von dem dunklen Himmelszelt
sehn schwarz die Wolken nieder.

Sankt Martin reitet dann sein Pferd
so schnell die Wolken eilen;
in seiner Rechten blitzt das Schwert,
die Nebel zu zerteilen.

Das Schwert, womit als Reitersmann
den Mantel er zerschnitten,
den er geschenkt dem armen Mann
und weiter ist geritten.

 

Johann Ludwig Uhland (26 april 1787 – 13 november 1862)
Maaswerkvenster met St. Maarten aan de Stiftskerk in Tübingen. Uhland werd in Tübingen geboren.

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Creditur

Zoals toen ook
elke indiaan
kwam op het idee van iets
kan minder dan niets zijn
de Grieken in staking.

Al het pure niets
heeft het in zich.
Buikpijn
voor metafysici.
De nul uitvinden
was geen kattenpis.

Zelfs de geleerden van God
zat er niet lekker in.
Er werd gezegd
een verzoeking van de duivel.

Dit moeten natuurlijke getallen zijn
riepen de twijfelaars,
min één, min een miljard?

Alleen degenen die geld hadden
en heel weinig van hen
hij was niet bang:

Schulden, afschrijvingen,
dubbel boekhouden.
De wereld is verdisconteerd.
Rekenkunde – een hoorn des overvloeds.

We hebben allemaal krediet
zeiden de bankiers.
Een kwestie van geloven.

Sindsdien wordt het groter
wat is minder dan niets.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn blog van 11 november 2018 deel 1 en ook deel 2. en eveneens deel 3.

Jan van Nijlen, Werner Söllner

De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan van Nijlen op dit blog.

 

Voor hem die al dees dagen

Voor hem die al dees dagen, zonder bate
voor zijn verdriet, zijn eigen ik ontvlood,
en langs de huizen liep met kaken rood
van drift en pijn in ’t harte bovenmate;

Voor hem die, wankel, in zijn trotse nood
de moed niet vond om ’t leven zelf te haten,
die beedlaars tegenkwam langs gore straten
en hun niet gaf hun luttel dagelijks brood;

Voor hem is reuk van rotte blaren zoet,
en d’avondwind een vriendelijke streling,
als ’t laatste licht in sombre lucht verbloedt;

want hij, die al wat troost brengt heeft gemist,
wordt in dit uur zo liefderijk een heling:
uw nacht, oktober! en uw smoorge mist.

 

Vreugd en vrede

De vreugde is ’t gevoel van de nakende morgen
En tooit elke stond met haar innige lach,
Evenals de vrede, na werken en zorgen
De weemoed versiert van de kwijnende dag.

Wie vreugde nooit eenzaam des morgens liet marren,
Hem zijn alle wondren begrijplijk en klaar;
De stilte der aarde, de schoonheid der starren
Maakt vrede des nachts aan ons hart openbaar.

O vreugde, kom ’s morgens al dansend getreden,
En wek mij met zangen, dat steeds aan mijn zij
Uw lach moge klinken! Maar gij, zachte vrede,
O ga, als het schemert, mijn huis niet voorbij!

 

Aan Platen

Hij die der schoonheid hoogste wetten prees,
de al-heerlijkheid van ’t koninklijke woord,
en ’t laffe volk met angstige twijfel-vrees
vervuld, begeesterend heeft aangespoord

om trotsch te stijgen waar zijn hand naar wees,
hij kon alleen in muzikaal akkoord
verbeelden, wen de schim der stad verrees,
het venetiaansche beeld in ’t duitsche woord.

Hoe ruischt zijn rytmus mijne onmacht toe!
wanneer ik, landend aan dit eenig strand,
met droeven angst mij afvraag waar of hoe

ik klanken vinden zal om te verwoorden
wat hij zag en verkondigde zijn land
in blijden echo, een nog nooit gehoorden.

 

Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

 

z. t.

Leg de pen neer, alles is
gezegd. De hond aan je voeten, een warm
zakje dat af en toe zucht omdat jij
er nog bent. Op de planken achter je woorden, woorden
woorden. Wanorde en wonderen. Vervulling
en leegte. Je hebt zoveel gesproken en niets
gezegd. Niets over de waarheid, over de vergissing
nog minder.

Voor het raam schreeuwt een merel alsof hij is losgelaten
uit de hel. Zon en aarde, een oud
paar, bij elkaar gehouden slechts door de aantrekkingskracht
van de angst voor elkaar. Of uit de schoot van het zwijgen
de ijzige adem van het geluk nog eens terugkeert?

Maak je geen zorgen, kleine vogel. En niet
getreurd. Om niets en om niemand. Sneller
dan je kunt vergeten zal het huis
leeg zijn. De laatste spullen klaar om op te halen
aan de straat. Ook om jou, kleine
Chimaera in het heelal, treur niet. Geen god, een
gloeiende klomp ijs achtervolgt je.

Niets, droomt
de hond, is gezegd. Hij zegt, dat alles
gedroomd is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Söllner (10 november 1951 – 19 juli 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn blog van 10 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Lloyd Haft, Anne Sexton

De Nederlandstalige dichter, vertaler en sinoloog Lloyd Lewis Haft werd geboren in Sheboygan, Wisconsin, op 9 november 1946. Zie ook alle tags voor Lloyd Haft op dit blog.

 

Pompoenensoep (Peking)

‘Een leger loopt op zijn maag’; droomvrachtwagens
glibberen over de bodem
van een kom kokend vocht.

En het meisje op de berm maar
kijken: zichzelf in legerpak,
het onverharde kruispunt. September,

bij stille zon: pompoenentijd,
stil zoals een vrachtwagen
slingert, stof stuift, zoet smaakt…

komen ze, de dragers: de ongelofelijke
opeenvolging van echte kinderen,
ieder met zijn handen om een kom.

 

Naar psalm 49

Is dit wijsheid?
Zal dít het akoord overstemmen
van de snaren van mijn hart
wanneer ik naar u hoor en mijn hart
klaart en opengaat? –
‘De mens is gelijk de dieren, die vergaan.’
Moet ik dát vertellen aan de geslachten?
Ik luister liever.

 

Flatgebouw

Het gerucht gaat
dat onder deze huizen
nooit is geheid.
Wind als fundament –

vlagen uit een tijdstroom
neergehaald, de grond in
gevouwen, vast veen
geworden onder vederlicht beton.

Heel soms, ’s nachts, veert
krachtig dat hoekige

terug, maakt plooien
in slopen, krast dwars

boven door de wangen
van een mens die slaapt.

 

Lloyd Haft (Sheboygan, 9 november 1946)

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

 

Anna die gek was

Anna die gek was,
Ik heb een mes onder mijn oksel.
Als ik op mijn tenen sta, tik ik berichten uit.
Ben ik een soort infectie?
Heb ik je gek gemaakt?
Heb ik de geluiden wrang gemaakt?
Heb ik je gezegd uit het raam te klimmen?
Vergeef. Vergeef.
Zeg niet dat ik dat deed.
Zeg niet.
Zeg.

Spreek Maria-woorden in ons kussen.
Neem mij de slungelige twaalfjarige
in je verzonken schoot.
Fluister als een boterbloem.
Eet mij. Eet me op als slagroompudding.
Neem mij op.
Neem mij.
Neem.

Geef me een rapport over de toestand van mijn ziel.
Geef me een volledige verklaring van mijn acties.
Geef me een Jan-op-de-preekstoel en laat me meeluisteren.
Zet me in de stijgbeugels en laat een reisgezelschap door.
Nummer mijn zonden op de boodschappenlijst en laat me kopen.
Heb ik je gek gemaakt?
Heb ik je oortelefoon opengedraaid en er een sirene doorheen laten gaan?
Heb ik de deur geopend voor de besnorde psychiater
Die je naar buiten sleepte als een gouden kar?
Heb ik je gek gemaakt?
Schrijf mij vanuit het graf, Anna!
Je bent niets anders dan as, maar toch
pak de Parker Pen die ik je heb gegeven.
Schrijf me.
Schrijf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn blog van 9 november 2018 en ook mijn blog van 9 november 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Joshua Ferris, Anne Sexton

De Amerikaanse schrijver Joshua Ferris werd op 8 november 1974 in Danville, Illinois, geboren. Zie ook alle tags voor Joshua Ferris op dit blog.

UitA Calling for Charlie Barnes

“Steady Boy woke, showered and spritzed, skipped breakfast for the time being, and headed in to work. Oh, what a glorious morning! Maybe. The weather in the basement was unknown. The computer required waking. Made its little nibbling noises when stirred from its slumber, said its staticky hellos. The old office chair. The cold basement damp. Steady Boy had a desk calendar from 1991, a letter opener in the fashion of a gem-encrusted rapier, a ratty-ass Rolodex, and at his feet a rug. The rug, however, made moving around in the roller chair a living hell. So a sheet—listen to this. This is a true story. A sheet of stamped plastic specifically designed to facil-itate the easy rolling of roller chairs in challenging terrain was purchased from Office Depot some years hack by Steady Boy—Steady Boy? No one had called him that in thirty, forty years. Back then, Charlie Barnes had found it hard to keep a job, either because the pay was bad, or the boss was a dick, or the work itself was a pain in the ass, and someone, an uncle, probably, dubbed him Steady Boy and the name stuck, the way “Tiny” will stick to a big fat man. Steady Boy’s knocking off early again, Steady Boy’s calling in sick… that sort of thing. The paying gig that another man considered manna from heaven was for Steady Boy an encroachment on private land. Ile valued his freedom. lie enjoyed his sleep. He liked to read the funny pages at his leisure. So much for all that. Steady Boy was Mr. Charles A. Barnes now, sixty-eight years old that morning, a small businessman and father of four, and likely to live forever.
Ah, but it was all pretense and fakery. He was a big fat fraud! Shouldn’t think like that, but it was true. Goddamn it was, certainly where his teeth were concerned. Other areas, too. His achievements, his…framed certificates. Big deal! He hadn’t even finished college. Hang that up on your wall, Steady Boy. Failure number one, as far as he was concerned: no college degree. Failure number two: all the times he lied about having a college degree. Failure number three: all, screw this. (Failure number three was his reluctance to look back too long.) He was too proud and too pressed for time to be reviewing all his damn failures. We’d be here all year. Steady Boy didn’t have a year. Steady Boy had cancer, that’s what he had.
But hey, not just any cancer. The big kahuna of cancers: pancreatic. Heard about that one? Cancer of the pancreas is the piano that falls from the sky. You have time to glance up, maybe. Then, splat! Like a bug on the cosmic grille. His achievements—ha! He’d spent half his life prepping the next big thing. It never panned out. Steady Boy did not, in fact, have a hard time holding down a job. He just never wanted to be a sucker, a schlub, or a midlevel this or that. Like anyone, he had hoped to make a killing, become a household name, live forever. Well, he would not, now. That was just a done deal. We really need to stop calling him Steady Boy. Good God, he thought first thing as he took a seat at his desk, the failures! All the marketing materials he still had somewhere, still shrink-wrapped. Bales of the stuff. Beautiful four-color trifold brochures in service to nothing now, nothing.”

 

Joshua Ferris (Danville, 8 november 1974)

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

 

VANUIT DE TUIN

Kom, mijn geliefde,
denk aan de lelies.

Wij zijn kleingelovig.
Wij praten te veel.
Doe je mond vol woorden weg
en kom met me mee om te zien
hoe de lelies zich openen in zo’n veld,
waar ze groeien als jachten,
hun bloemblaadjes langzaam besturen
zonder verpleegsters of klokken.
Laten we denken aan het uitzicht;
een wit huis waar witte wolken
de modderige zalen versieren.
Oh, doe je goede woorden weg
en je slechte woorden. Spuug uit
je woorden als stenen!
Kom hier! Kom hier!
Kom, eet mijn heerlijke vruchten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e november ook mijn blog van 8 november 2018 en eveneens mijn blog van 8 november 2015 deel 2.

In Memoriam Anton Valens

 

In Memoriam Anton Valens

De Nederlandse schrijver en schilder Anton Valens is gisteren op 57-jarige leeftijd overleden. Anton Valens werd geboren op 17 januari 1964 in Paterswolde. Zie ook alle tags voor Anton Valens op dit blog.

Uit: Het compostcirculatieplan

Max keek hem priemend aan. ‘Je bedoelt dat je je gaat verhangen? Hè­è­è, eh­è.’
‘Nee man. Ik bedoel dat ik er een eind aan maak en iets anders ga doen als ik mijn bekomst heb. Ik speel ook trompet, weet je niet, in een dweilorkest…’
Zelf bleef ik ook niet onbewogen onder de tepels. De donkerbruinpurperachtige spenen, spekkig als geblakerd octopusvlees, oefenden een fascinatie op me uit. Maar als opzichzelfstaande wezens, volstrekt los van de jonge stratenmaker. Tepelparen hebben net als ogen en koplampen in onze ogen vaak een emotionele uitdrukking; dat van Herman had iets uitermate sulligs en oerliefs tegelijk. Ik wou er met de binnenkant van mijn hand langsstrijken, om ze in de holte van mijn palm te laten drukken, ze een beetje door te buigen en terug te laten veren. Ik wou ze induwen en dan weer zien opspringen. Aan ze snuffelen. Zouden er vrouwen bestaan met zulke tepels? Die van Valeska waren niet voor de poes, maar ze misten dat – hoe zeg ik het? – viriele, dat rechtop gaande…
Herman vond het niet vervelend in het middelpunt van de belangstelling te staan. Jens maakte van de stilte gebruik hem te vragen: ‘Nu we toch zo aan het boren zijn: heb je ook kinderen?’
Hij had er drie, meldde hij niet zonder trots.
‘Hij heeft ook slangen,’ onthulde Max tactisch. Ik schrok op uit een semicomateuze toestand. ‘Slangen? Wat voor slangen?’
Op ingehouden, bestudeerd terloopse toon deed Herman uit de doeken dat de trompet niet zijn enige liefhebberij was. Hij verschafte ook, op zolder, onderdak aan een duistere menagerie, die bestond uit meterslange, gruwelijk dikke wurgslangen, leguanen en vogelspinnen.
‘Mogen ze weleens vrij rondkruipen?’ vroeg ik. ‘Of zitten ze voor eeuwig gevangen?’
Herman ontdooide nog een graad. Weliswaar bleef hij hardnekkig naar het formica tafelblad turen, maar zijn stem werd helderder en een piezeltje minder brommerig.
Jens riep: ‘Lieve hemel, Herman, hoe krijg je het voor elkaar? Je werk als opzichter in Eemnes, je vrouw en kinderen, klussen, je dweilorkest; en dán nog eens die beesten op zolder – wat een verantwoordelijkheden! Ik bewonder je, dat meen ik uit de grond van mijn hart. Wat een energie! Wat een discipline! Bravo!’
Zo smeerde hij de jonge stratenmaker honing om de mond en die accepteerde de pluimstrijkerij, een superieur trekje om zijn lippen. ‘En school niet te vergeten…’
‘Ga je óók nog naar school?’
‘Hij gaat verder met doorleren, net zolang tot-­ie alles weet,’ verklaarde Max droogjes, ‘dan krijgt-­ie een diploma, want dan weet­ie alles. Dan is­ie een allesweter. Hè­è­è, eh­è.’
Herman stak de brand in een Camel filter en stelde zelfverzekerd vast dat hij inderdaad een bestaan leidde dat je kon kenschetsen als boordevol.
Jens merkte quasiluchtig op: ‘Het hoofd van de afdeling sierbestrating van tuincentrum Stavasius heeft ook van die grote tatoeages.’

 

Anton Valens (17 januari 1964 – 7 november 2021)