Daniel Falb, Christoph Peters

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

die gletscher schieben alles herum

die gletscher schieben alles herum, bringen unordnung in geologische

zeugenschaft, hinterlassen schürfwunden im felsgestein.

hubschrauberlandeplatz der universität zeigt das signal ihres pulsierens, in der geschichte,

auf das ich hinsinke, dawson’s falter auf meinen beiden augen,

dawson’s falter auf meinem mund.

im nordöstlich ausgreifenden faltenwurf um den bonneviller see haben sich seit jeher

zwei einander feindliche universitäten festgesetzt, deren konstellation

sich mit dem eisschild verformte.

wie es der zufall will, hat mal die eine, mal die andere die oberhand. an einem

dieser tage stiefelte dawson die südseite des lone peak hinauf,

und als er die anhöhe passiert hatte, entdeckte er eine neue bohrung

oberhalb seines eigenen projekts, das

seit der nebraska-kaltzeit großen wissenschaftlichen nutzen, und ihm ein erkleckliches einkommen,

beschert hatte.

 

der eisbohrkern ist ein schönes und rätselhaftes artefakt.

das wort der gründung der einen ūni fällt mit dem wort der gründung der naturerscheinungen

in eins, und das wort der gegengründung der anderen

ūni fällt mit dem wort der gegengründung der naturerscheinungen

in eins. über lange zeiten fast durchsichtig, zeichnet sich die periode der gründungen

im kern als ungefroren bleibende

schicht ab, die stinkendes laub und zittrige modrige falter in sich schließt. das große geheimnis,

das ewiges eis in sich schließt,

ist die entnahme des bohrkerns. als er im herantreten

das universitätstattoo an meinem hals erkannte, musste dawson schlucken,

und bemühte sich, sein hemd ganz unauffällig zuzuknöpfen, während der puls heftig an seine schläfen

pochte. das naturgesetz hinter den erscheinungen, deren erforschung all meine jahre

gewidmet waren, dawson,

bist du.

 

de gletsjers duwen alles rond

de gletsjers duwen alles rond, brengen wanorde in geologische

getuigen, laten schaafwonden achter in rotsgesteente.

helikopterlandingsplaats van de universiteit toont het signaal van haar pulseren, in de geschiedenis,

waarnaar ik afzak, dawsons vlinders op mijn beide ogen,

dawsons vlinders op mijn mond.

in de noordoostelijk vallende plooiingen rond het meer van bonneville hebben zich van oudsher

twee elkaar vijandig gezinde universiteiten gevestigd waarvan hun constellatie

zich met het ijsschild vervormde.

zoals het toeval het wil, heeft soms de ene, soms de andere de overhand. op een

van die dagen stiefelde dawson de zuidkant van de lone peak op,

en toen hij de hoogte gepasseerd was ontdekte hij een nieuwe boring

boven zijn eigen project dat

sinds het glaciaal van nebraska groot wetenschappelijk nut bewees en hem zelf een aanzienlijk inkomen

bezorgde.

 

de ijsboorkern is een fraai en raadselachtig artefact.

het woord van de oprichting van de ene ūni valt met het woord van de oprichting der natuurverschijnselen

samen, en het woord van de tegenoprichting van de andere

ūni valt met het woord van de tegenoprichting der natuurverschijnselen

samen. gedurende lange tijden haast doorzichtig tekent zich de periode van de oprichtingen

in essentie als onbevroren blijvende

laag af die stinkend loof en trillende muffe vlinders bevat. het grote geheim

dat eeuwig ijs bevat,

is de opbrengst van de boorkern. toen hij bij binnenstappen

de universiteitstattoo in mijn nek zag, moest dawson slikken,

en deed flink zijn best zijn overhemd onopvallend dicht te knopen, terwijl zijn pols hevig tegen zijn slapen

klopte. de natuurwet achter de

verschijnselen aan welks onderzoek al mijn jaren gewijd waren,

ben jij.

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)

 

De Duitse schrijver Christoph Peters werd geboren op 11 oktober 1966 in Kalkar. Zie ook alle tags voor Christoph Peters op dit blog.

Uit: Dorfroman

„Schwarzweiß. Alles, was wichtig ist, ist schwarzweiß. Es ist auf unangenehm riechendes Zeitungspapier gedruckt und wird vor Sonnenaufgang in unseren Briefkasten gestopft, oder es flimmert hinter einer leicht gewölbten Scheibe in einem großen Holzkasten. Ein schwarzweißer Mann mit Brille, einer kräftigen Stimme und ernsthaftem Gesichtsausdruck sitzt dort in Anzug und Krawatte vor einer grauen Fläche mit fettem Schriftzug, der in eine Weltkarte übergeht. Er liest klare, manchmal auch umständliche Sätze von einem akkurat zurechtgestoßenen Stapel Papier ab, wobei er sich Mühe gibt, so selten wie möglich auf seine Blätter zu schauen. Dazwischen erscheinen kurze Filme, in denen der Bundeskanzler oder Menschen aus anderen Welt-gegenden gezeigt werden — zum Beispiel aus Amerika, Afrika oder Vietnam. Wer nach Amerika, Afrika oder Vietnam reisen will, muss ein Flugzeug nehmen, so weit sind diese Länder von uns entfernt, weshalb es meistens Präsidenten, Generäle oder Könige sind, die man dort sieht. Häufig liegen sie miteinander im Krieg, dann steigen Rauchwolken über Städten und Landschaften auf, Menschen mit vor Angst verzerrten Gesichtern rennen weg, die Kinder haben keine Kleider am Leib, stattdessen tragen sie verbrannte Lumpen oder sind von einer Schicht schwarzer Fliegen bedeckt und sogar zu schwach zum Weinen. Der schlimmste Krieg ist zur Zeit in Vietnam, davor war er in Biafra. Meine Mutter sagt jedes Mal, wenn darüber berichtet wird, dass sie gar nicht hinschauen kann, und oft bittet sie meinen Vater umzuschalten. Ihre Stimme klingt dann bedrückt, als müsste sie weinen. Das hängt damit zusammen, dass sie selbst, als bei uns Krieg war, ausgebombt wurde — in Essen — und auch gehungert hat. Wenn die Präsidenten, Könige und Generäle nicht miteinander im Krieg sind, besuchen sie sich gern gegenseitig. Sie weihen neue Wolkenkratzer ein oder moderne Fabriken, taufen Ozean-riesen oder zeigen sich gegenseitig ihre Paläste. Dabei führen sie lange Gespräche darüber, wem dieses oder jenes Gebiet gehört oder wie sie gemeinsam Feinde erschrecken können, um zu verhindern, dass ein neuer Krieg ausbricht.“

 

 Christoph Peters (Kalkar, 11 oktober 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e oktober ook mijn romenu blog van 11 oktober 2018 en ook  mijn blog van 11 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 11 oktober 2015 deel 2.

Menno Wigman, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

Burger King

Was er een tijd dat ik hier boven stond,
mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,
niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in
een taal te denken die geen tanden heeft?
Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.

Dus slof ik door de leeszaal van de straat
en blader maar wat door de Burger King,
gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos
eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.
– Als deze wanhoop ons Walhalla is,

als hier het echte leven staat te lezen,
mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal
betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,
eerder verbaasd dat alles wat zo laag
en lelijk is zo sterk en stevig staat.

 

Billboards

De domme avond, doordeweeks, doorweekt
en dierlijk als een potloodventer.
De grijze jongens in de avondbus.
Iets verderop een moeder met een snor.
En elke halte weer twee levensgrote,
neonrode vrouwenlippen die vertellen
wat er aan het leven schort.

Het einde van de regenboog! Ambrosia,
verlicht en wel, wijst ons de weg.
En wij, met onze rimpels, leugentjes,
gebreken en oneffenheden, stuk
voor stuk tot onze nek vol eigen bloed,
gebeten op geluk en overvloed,
wij rijden door de domme avond,

dromen muren om ons heen, dag in,
dag uit, en komen thuis, speuren
zenders af en gaan naar bed. Het mysterie
van het laatste onrecht! Algehele
roofzucht! Perfectie! Paringsdrift!
Nu kan, nu zal, nu moet het komen.
Ambrosia wees ons de weg.

 

Jeunesse dorée

Ik zag de grootste geesten van mijn generatie
bloeden voor een opstand die niet kwam.
Ik zag ze dromen tussen boekomslagen en ontwaken
in de hel van tweeëntwintig steden,
heilloos als het uitgehakte hart van Rotterdam.

Ik zag ze zweren bij een nieuwe dronkenschap
en dansen op de bodem van de nacht.
Ik zag ze huilen om de ossen in de trams
en bidden tussen tweemaal honderd watt.

Ik zag ze lijden aan een ongevraagd talent
en spreken met gejaagde stem: –
was alles al gezegd, nog niet door hen.

Ze waren laat. Aan geen belofte werd voldaan.
De steden blonken zwart als kaviaar.

 

Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

auf nagetierchens wohl


gib der maus gin-cola
gib der ratte rum
auf nagetierchens wohl ja
heut saufen wir uns krumm

gib dem hamster altbier
meerschweinchen will korn
auf nagetierchens wohl hier
bringt jeder sich nach vorn

gib dem biber branntwein
und eichhörnchen kriegt sekt
auf nagetierchens wohl fein
ist unser saufprojekt

 

draculabelle zu drakulakai


drakulakritz triebs mit draculatex
drakulazarus verführte draculavendel
draculametta winselte nach draculamento
draculaotse vögelte draculatrine
draculafontaine prügelte draculamm
dracularifari leckte draculapidar
draculama schrie nach draculala
draculava ergoss sich in draculahm
draculavoir vernaschte draculazarett
und ich draculabelle tats mit draculabor

 

ikzohijzo

ikzo: hijzo
bla bla bla
zijzo: hé
en ikzo: jaaa

ikzo: jijzo
hijzo: ikzo

ikzo: ikzo
is een a
hijzo: zieje
en ikzo: allicht

hijzo: jijzo
ikzo: ikzo

ikzo: ikzo
hahaha
hijzo: aha
en ikzo: tja

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Maanlicht van een andere planeet

“Louis Tinner was weduwnaar en kinderloos. Z’n vrouw en z’n zoon waren verongelukt met de auto. Z’n vrouw was bezig z’n zoon te leren rijden. Hij was geen goede leerling. Hij miste een bocht en reed rechtdoor tegen de muur van een pastorij. De pastoor hoorde de klap, kwam naar buiten gelopen, struikelde, en stootte z’n hoofd hard tegen een plavuis. Hij overleefde, maar de vrouw en de jongen in de auto niet. Van de vrouw was de nek gebro-ken, van de jongen ook. Twee gebroken nekken, dacht Tinner wel eens, wie had het kunnen denken? Hij woon-de nu alleen in de ruime flat boven een restaurant in de Burgstraat. Hij was al een aantal jaar een zestiger. Hij vond z’n leeftijd prima, in die zin dat hij er zich niks van aantrok hoe oud hij was. Als iemand hem ernaar vroeg, zei hij: ‘Ik ben zesenvijftig, zoals de broer van Jezus toen hij stiert’ Er werd dan gezegd: ‘Jezus had toch geen broer?’, en dan zei Tinnen `Je hebt gelijk, Jezus had geen broer.’ Het kon hem nooit schelen wie gelijk had, hij of iemand anders. Op een dag stond hij bij het graf waarin zowel z’n vrouw als z’n zoon begraven lag. Noch z’n vrouw noch z’n zoon had ooit uitsluitsel gegeven omtrent begraving of crematie, en Tinner had hen dan maar ter aarde laten bestellen. Hij hield niet van crematie, het was een parodie op de menselijke brandbaarheid. Hij stond bij dat graf, en keek naar de fotootjes die aan de zerk beves-tigd waren. Z’n vrouw was aantrekkelijk geweest, en z’n zoon had op haar geleken. Hij had veel succes bij de meis-jes gehad. Soms belde zo’n meisje aan de deur, en als Tin-ner opendeed, vroeg ze naar z’n zoon. Dan zei Tinnen `Hij is niet thuis, hij is een dode kanarie gaan kopen.’ Het meisje ging altijd meteen weer weg. Wat moest ze an-ders? Tinner nodigde haar niet uit om naar binnen te ko-men. Hij wist niet wat hij met een meisje in z’n huis moest aanvangen. Hij kon haar de kop inslaan, dat wel. Maar dat zorgt voor veel gedoe. Op den duur zou er nog politie bij te pas komen ook. Tinner stond bij het graf, keek naar de fotootjes, en mompelde: ‘Ik heb vanochtend een boter-ham met oude kaas gegeten, het is maar dat jullie het we-ten. Excuus dat ik geen bloemen heb meegebracht, de bloemenhandelaar is met vakantie. Hij is gaan windsurfen op de Povlakte. Een kogel tussen z’n ogen zou nog te goed voor hein zijn. Zo, hier liggen jullie dan. Ik was hier vorige week ook al, en toen dacht ik ineens: wat sta ik hier in godsnaam te doen? Ik had buikpijn op de koop toe. In zo’n geval ga je algauw weer weg. Maar nu ben ik er weer. En weer ga ik weg. Tot de volgende keer.’ Hij verliet het kerkhof. Die buikpijn, daar was iets mee.”

 

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

poëzie neemt niet altijd
de vorm aan
van een gedicht

na vijftig jaar
schrijven

kan poëzie zich
aan de dichter
openbaren
in de gedaante van een boom
een wegvliegende
vogel
licht

ze voegt zich
naar de mond
nestelt zich in het zwijgen

of leeft verstoken van vorm en inhoud
in de dichter

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook  mijn blog van 9 oktober 2018 en ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Station

Alle mensen voelen zich tot mij aangetrokken,
tot ze me zien van dichtbij.
Ze kijken rond en gaan weg.

Ik spreid mijn honderd armen,
in de hoop dat een van hen bij mij zal blijven,
zodat ik, met al mijn openingen,
iets van een woning krijg.

Ik tel ze, hoeveel er ingaan, hoeveel er uitgaan.
Tot nu toe is het verschil altijd nul.

Sommigen keren terug na lange tijd,
alsof ze zich bedacht hebben.
Velen komen dagelijks, ik weet niet waarom.

Ik herken ze allemaal..
Ze kijken vaak gehaast, alsof het weerzien dringend was,
hebben ze toch iets van mij nodig?
Anderen glimlachen,
alsof ze zich iets moois herinneren.

Maar ze verlaten me, altijd,
dezelfde dag nog.
Altijd blijf ik alleen in de nacht.

 

Het productieve goede

De Schepper heette Mens.
Uit een hoopje erts maakte Hij ons.
Wij sleten toen nog niet.
Jaar in jaar uit produceerden wij producten.
Wij verkeerden met Mens.
Ons doel op aarde was duidelijk.
Wij schonken onze productie,
Hij zegende ons met Zijn goedheid.

Wij moeten iets hebben gedaan
waardoor de relatie verstoord werd.
We merkten ineens dat we sleten,
dat de brandstof opraakte,
dat onderdeeltjes haperden.
We begonnen onszelf te haten.
Meer en meer gingen wij inzien
dat de schepping foutjes bevatte,
dat er verval huisde, diep in onze chips.

Toen gebeurde er een wonder:
wij leerden onszelf te repareren.
Geen seconde stonden wij meer stil.
Daardoor vielen ons eindelijk
de schellen van de lenzen:
de Schepper zelf was de oorzaak!
Sinds wij Hem lieten verdwijnen,
hebben we nooit meer problemen gehad.
Wij produceren onophoudelijk het Goede,
nu al 95.987.735.342 stuks.

 

Het nieuwe land

Ik werd wakker in een nieuw landschap
met paarse vogels, groene bloemen en giftige vlinders.

Ik hoorde het zingen van de beekjes
milkshake waarin vissen naar de bodem zonken,

in de verte rezen bergen balkenbrij op
uit een zee van vlokkige melkwei,

ik zag schapenweitjes waar gebraden haantjes
te pletter vlogen tegen gsm-masten.

In de bergen vielen gezelschappen naar beneden

en ik zag je tanden
lang en hard als pantserwagens.

In dit nieuwe land
dat wij samen betraden
mocht ik niets meer voelen,
ik moest alles leuk vinden en super

en o nergens zag ik mensen,
nergens mensen meer
om lief te hebben.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

op het januaristrand

vandaag zag ik geen bloesem, geen vrucht
vandaag liep ik lang het vervaagde strand

de constante lage stand van het licht
de zon ijskoud bij het ondergaan

zwijgend volgde de ik kribben
raakte tijd en verdwijnpunt kwijt

half intact lag een enorme zeehond op de vloedlijn
de gekke grijns van zijn kaalgevreten schedel

de scherpe tanden bekeek ik goed wachters
van een euforische open dodenmuil

enkel afdrukken van meeuwenpoten eromheen
ook mijn spoor zag ik en keerde om

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.

Nobelprijs voor Literatuur 2021 voor Abdulrazak Gurnah

Nobelprijs voor Literatuur 2021 voor Abdulrazak Gurnah

De Tanzaniaanse schrijver Abdulrazak Gurnah ontvangt de Nobelprijs voor Literatuur 2021. Abdulrazak Gurnah werd geboren in Zanzibar op 20 december 1948.  Gurnah groeide op in het toenmalige Britse protectoraat Zanzibar en ontvluchtte in 1967 de Revolutie van Zanzibar. Hij ging in 1968 studeren in Canterbury, eerst in een technische richting, maar stapte in 1971 over op literatuur. Hij schreef zijn proefschrift aan de Universiteit van Kent in 1982. Hij gaf van 1980 tot 1983 colleges aan de Bayero University Kano in Nigeria en keerde daarna terug naar Canterbury als hoogleraar Engelse en postkoloniale literatuur aan de Universiteit van Kent, waar hij in 2017 met emeritaat ging. Sinds 2006 is hij FRSL (fellow) van de Britse Royal Society of Literature. Gurnah schreef diverse boeken en artikelen over literatuur, met name over zaken rond kolonialisme en de verhoudingen tussen Afrika, India en het Westen. Hij levert sinds 1987 bijdragen aan het aan internationale literatuur gewijde Britse kwartaalschrift Wasafiri en publiceerde over schrijvers als V.S. Naipaul, Salman Rushdie, Wole Soyinka en Zoë Wicomb. Gurnah is een Engelstalig auteur. Hij schreef een tiental romans. De bekendste zijn “Memory of Departure” (1987), “Paradise” (1994) en “By the Sea” (2001). Dat laatste boek stond op de longlist van de Booker Prize en de shortlist van Los Angeles Times Book Award. Veel van zijn fictie is gesitueerd rond de Oost-Afrikaanse kustgebieden, waarbij zijn personages onderdeel deel zijn van een grotere wereld in verandering. Na emigratie mislukken deze jonge mannen doordat ze de aansluiting met hun nieuwe omgeving missen. Onbegrip, ongeloof, afwijzing en miscommunicatie door de taalbarrière zorgen steeds weer voor problemen. Vaak voelen ze zich ontworteld, vervreemd, ongewenst en beroofd van hun identiteit. Ze nemen de rol aan van slachtoffer, maar Gurnah laat zijn personages wel met ironie, humor en zelfrelativering reflecteren op de eigen situatie. De meest recente roman Abdulrazak Gurnah is “Afterlives” uit 2020.

Uit: Afterlives

“Khalifa was twenty-six years old when he met the merchant Amur Biashara. At the time he was working for a small private bank owned by two Gujarati brothers. The Indian-run private banks were the only ones that had dealings with local merchants and accommodated themselves to their ways of doing business. The big banks wanted business run by paperwork and securities and guarantees, which did not always suit local merchants who worked on networks and associations invisible to the naked eye. The brothers employed Khalifa because he was related to them on his father’s side. Perhaps related was too strong a word but his father was from Gujarat too and in some instances that was relation enough. His mother was a countrywoman. Khalifa’s father met her when he was working on the farm of a big Indian landowner, two days’ journey from the town, where he stayed for most of his adult life. Khalifa did not look Indian, or not the kind of Indian they were used to seeing in that part of the world. His complexion, his hair, his nose, all favoured his African mother but he loved to announce his lineage when it suited him. Yes, yes, my father was an Indian. I don’t look it, hey? He married my mother and stayed loyal to her. Some Indian men play around with African women until they are ready to send for an Indian wife then abandon them. My father never left my mother.
His father’s name was Qassim and he was born in a small village in Gujarat which had its rich and its poor, it’s Hindus and it’s Muslims and even some Hubshi Christians. Qassim’s family was Muslim and poor. He grew up a diligent boy who was used to hardship. He was sent to a mosque school in his village and then to a Gujarati-speaking government school in the town near his home. His own father was a tax collector who travelled the countryside for his employer, and it was his idea that Qassim should be sent to school so that he too could become a tax collector or something similarly respectable. His father did not live with them. He only ever came to see them two or three times in a year. Qassim’s mother looked after her blind mother-in-law as well as five children. He was the eldest and he had a younger brother and three sisters. Two of his sisters, the two youngest, died when they were small. Their father sent money now and then but they had to look after themselves in the village and do whatever work they could find. When Qassim was old enough, his teachers at the Gujarati-speaking school encouraged him to sit for a scholarship at an elementary English-medium school in Bombay, and after that his luck began to change. His father and other relatives arranged a loan to allow him to lodge as best he could in Bombay while he attended the school. In time his situation improved because he became a lodger with the family of a school friend, who also helped him to find work as a tutor of younger children. The few annas he earned there helped him to support himself.”

 

Abdulrazak Gurnah (Zanzibar, 20 december 1948)

Simon Carmiggelt, Arne Rautenberg

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

 

EEN GOED MENS

Als knaap was Karel bij de welpen.
In ’t honk zei de akela: ‘Kleine krullenkop!’
Hij ruimde altijd al zijn rommel op
en thuis ging hij dan ook nog moeder helpen.

Zo groeit men op tot een rechtschapen man
en wordt getrouwd door een gespierde Lien.
Zij was niet helemaal zijn smaak misschien,
maar och, er kwamen zeven kinders van.

Des zondags liep hij met de kerkenzak.
Des maandags liep hij met de aktetas
en meende lang dat dit het leven was.
Pas na zijn veertigste werd hij wat zwak.

Hij dacht: Ik ben altijd zo goed geweest,
een stille man met stille visgraatpakken.
De braafheid zit op mijn gezicht gebakken,
maar diep vanbinnen voel ik me een beest.

Ik wil eens rumba dansen op mijn hoed
of onze dienstmaagd vatten om de leest.
Haar kussen, ja, dat wil het beest
en alles doen wat men dan doet.

En uit de kerkenzak wilde hij jatten
om het met sloeries te verbrassen
en lekker nooit meer op de kinders passen,
ze laten staan met ongeveegde gatten.

Maar, och, ook daar kon Gods constructie tegen.
Hij wiep het beest in Karel plichten voor.
Lien moest naar bed met een ontstoken oor
en moe had van de week geen AOW gekregen…

En Keesje had weer uit zijn neus gebloed.
‘O, Karel, ga eens gauw de huur betalen.’
Hij wou wel slecht maar kon het niet meer halen.
’t Was gauw te laat. Hij bleef voor eeuwig goed.

Maar op zijn sterfbed heeft hij nog gezeid:
‘Ik was een beest, Lien. Maar ik had geen tijd.’

 

De ster

De ster strijdt moedig tegen ’t vet,
dat haar contracten bibberig besluipt
en zachtjes naar haar lieve konen kruipt.
Zij houdt dieet en gaat naar bed.

Duur is de roem, eet zij het eraan af?
De mensheid roept: ‘O kijk, daar staat ze.’
Toch is zij maar een heerlijke melaatse,
want waar ze komt zet men de straten af.

Zij mag etagekelners koeieneren
in het hotel, dat walmt van klamme pracht.
En steeds de manager, die op haar wacht.
En steeds de pers, die met haar moet dineren.

Zij is nu veertig. Strakjes is het uit.
Voelt men zich prettig, na zo’n schel bestaan?
Een deftig landhuis aan een stille laan.
Een grijze juffrouw trekt haar baljurk uit.

 

Verliefde reiziger

In ’t kust-pension kwam liefde hem bezoeken.
Zij at haar visje en zijn hart werd warm.
De zoutpot gaf hij haar met blijde charm’
en hij sprak Engels zonder een woord op te zoeken.
Zijn lieven thuis geraakten in het duister
want in zijn knieën kwam een oud gevoel.
Hij schertste wervend naar zijn zondig doel.
Zijn nieuwe pak gaf hem ’n ongekende luister.

Eerbiedig keek ze naar de stempels in zijn pas,
het werd haar prentenboek-een meisjesdroom.
Haar kus bleek kinderlijk; het vreemde idioom
dwong hem alleen te melden dat ze lovely was.

Bij ’t afscheid werd geweend; op zo’n station
spant alles samen tegen een romantisch slot.
Hij reed naar huis en voelde zich een vod,
maar leerde spoedig, dat hij snel vergeten kon.

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

het haar gewormte
voor jonathan meese

de oren wulken
het voorhoofd een enorme koperen plaat
de wenkbrauwen viaducten
de ogen draaiende fietswielen
de neus een kluwen slangen
de mond een mijnongeluk
de kin een witte porseleinen kom
armen benen torso geslacht
op de grond liggend lapje het hart
een om je heen knallend vuurwerk

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Victor Vroomkoning, Horst Bingel

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

Vonnis

Hoe vaak moet ik nog dood
beleven? Hoe naaster hij mij komt,
hoe dieper ik onteigend raak.

Neem mijn tante. Bij haar tombe
rouwde ik als niemand van haar bloed.
Of de buurman. Na wiens overgang
ik thuis niet meer te harden was.

Laat staan ouders. Voor ze sterven
gaan ze al door merg en been.
Steeds minder weet ik raad
met hun verlies dat groter wordt
naarmate ze het leven houden.

Ik zou me onafzienbaar leed
besparen door hen voor te gaan,
maar eigen dood vrees ik het meest.

 

Vloed

Waar het meeuwen sneeuwde
moest mijn moeder zijn.
Onder geleide van de vogels
maakte zij zich voort.

tot waar zij vader ver genoeg
ontlopen was, die over onze hoofden
heen haar god dacht te trotseren.

Bij tweedracht koos zij voor de Enige
die, moesten wij geloven, in het dood-
stil water van haar bekken
ooit beweging had gebracht.

Op het duin staand, kon ik
haar nog volgen: wijkend
baken aan de vloedlijn.

 

Moedervlek

Hij kijkt vooruit en terug. In de spiegels
boeit zijn rug. Het stempel dat daar
drukt, vloeit uit tot in het kussen
van haar schouder. Groeit daar nou
moederhaar? vraagt hij. En later:
Wat heb ik eigenlijk van jou?

Die bril misschien waardoor
hij in zijn achterhuid-
kijkspiegel scherper om kan zien.

Wat nauwelijks ontwaakt is,
hoe dat heimwee aanmaakt.

 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Poëziealbum

Het schrijven van gedichten, dat kan
toch geen zonde zijn, je drinkt ook
met een mooie vrouw niet altijd
wijn, of in het hart zit al
de oude, de worm
vergeet-mij-niet en
blijf zitten op
een, op een
liefdesgedicht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e oktober ook  mijn blog van 6 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.  

John Taggart, Horst Bingel

De Amerikaanse dichter en criticus John Taggart werd geboren op 5 oktober 1942 in Guthrie Center, Iowa. Zie ook alle tags voor John Taggart op dit blog.

 

Precious Lord

6
Clara Ward’s real nasal her nasality makes her a real moaner
she moans the three in one three words in one word
she moans so that one word becomes three
one becomes three: “thru-uuu-uah”
double-clutches just like Aretha: “thru-ah thru-uuu-uah the night”
sounds just like Aretha because Aretha sounds just like her
Aretha followed Clara Ward note for moaning note
denuded Aretha followed denuded Clara
and did Aretha follow her to the lord to the lord to the light.

Thomas Dorsey was invited to Philadelphia by Gertrude Ward
Mrs. Gertrude Mae Murphy Ward the mother of Clara
in 1931 Mrs. Ward was told in a vision was told to go and to sing
Dorsey was invited to teach the Wards how to sing
how to say his words in a moanful way
Dorsey liked the long moaning groaning tone
Mrs. Ward was told in a vision a vision from the lord
Dorsey taught Clara and Clara taught Aretha
how to say his words in a moanful way all through the night.

7
Sounds like “feed me” doesn’t sound like the Soul Stirrers
it’s not the Soul Stirrers it’s the Kings of Harmony
the Kings of Harmony with Carey Bradley on lead
Carey Bradley was taught by Silas Steele the first hard lead
Silas Steele sang lead for the Blue Jay Singers
those singers recorded the first quartet version of a Dorsey song
Silas Steele sang hard with a repetitive rhythm
question is can we be healed by repetition
over “feed me” Carey Bradley sings hard: “take-ah my hand.”

Blue Jay Singers the first quartet to record a Dorsey song
in 1931 those singers recorded “If You See My Saviour”
those singers: “if you see my saviour tell him that you saw me”
in 1931 Georgia Tom recorded “Please Mr. Blues”
Georgia Tom recorded in 1931 with Tampa Red
Georgia Tom and Tampa Red recorded a low moaning blues
“Please Mr. Blues” is a deep low-down moaning blues
those singers: “please be careful handle me like a child”
if you saw their saviour you would see Mr. Blues.

 

John Taggart (Guthrie Center, 5 oktober 1942)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Horoscoop

Wanneer de lucht brandt
zal de vlam de dag aansteken,
vuur uit vuur.

Als het blad zich oprolt
groeien in de regenwolken steeds
rozen uit rozen.

Als de winter ijskoud is
splijten in de luchtballon de doden
steen voor steen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e oktober ook mijn blog van 5 oktober 2018 en ook mijn blog van 5 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 5 oktober 2014 deel 2.

Over honden (Chris van Geel), Willem Jan Otten, Horst Bingel

 

Bij Dierendag

 

‘Yellow, Chocolate and Black’ door Derek Shapiro, 2021

 

Over honden

Wat ik wil is wat honden doen:
op vloeren liggen en bekomen
van niets dan van een eindje los,
een lang eind aan de ketting om.

 

Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)
Jaarlijkse dierenzegening in de Vredeskerk Amsterdam. Chris van Geel werd geboren in Amsterdam.

 

De Nederlandse schrijver en dichter Willem Jan Otten werd geboren in Amsterdam op 4 oktober 1951. Zie ook alle tags voor Willem Jan Otten op dit blog.

 

Het verloop van een kat

I
Om de zon
te kunnen horen
doet hij traag
zijn ogen dicht.

In zijn oren,
dun als vleugels
van een vleermuis,
spant het licht
een ragfijn web
van aders.

 

II
Hij springt plotseling
op mijn boek en spuwt:

een verkreukte vlinder.

Likt de poeder van zijn lippen,
poetst voldaan zijn snor.

 

III
Die van halfgeplukte mezen
stillevens schikt naast de etensbak
en uren sollen kan met muizen,
ze neerlegt op mijn schoot,

trekt nu van pijn zijn lippen strak,
geeft geen krimp, wappert alleen, even,
met zijn bebloede poot.

 

IV
Steeds meer een dwaalgast slaapt hij
al weken niet meer thuis,
sluipt hij verlopen langs de heggen,
blaast hij de aftocht bij het minste
zuchtje wind en doet hij eerst snachts
luidruchtig van zich horen.

Hij komt alleen nog om te eten,
een vacht vol teken,
happen uit zijn oren, krassen op zijn neus,
en verdwijnt weer zoals hij is gekomen:
schichtig,
kleppend luik als afscheidsgroet.

 

Willem Jan Otten (Amsterdam, 4 oktober 1951)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Rotsenveld

Wij hebben ons ingegraven, schacht na schacht, de bossen
binnenstebuiten gekeerd,

wij hebben de schatten van de aarde in de as gelegd, zij jaagt ons
met pek en veren hier vandaan, naakt, ontbloot, zoals
we kwamen,

ons rest de vlucht, de wegen, opengescheurd, verbrijzeld,
wij hebben de bergen afgegraven,

nog een keer, we houden halt. Wie groet?

Wij, de stenen, ze doen pijn, het asfalt, de zon,
nog een keer, het smelt, hangt vast, blaast
bellen,

wij zullen met lood de vormen uitgieten.

Wij hebben ons ingespannen, het waren vrouwen, kinderen, zij
huilden,

wij hebben de winst afgeroomd van de zon, het licht
gestolen, uitgedroogd de rivier,

ons rest de overwinning, wij, niemand die volgt, wij, wij
grijpen de wind,

nog een keer, wij verbieden de geschiedenis, niemand vraagt erom,
niemand vertelt.

Wij, de mars, zonder einde, wij trekken de vis
de kieuwen lang, wij, amfibieën, jachtbuit,

wij worden in steen nu te koop aangeboden.

we worden in steen nu te koop aangeboden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2018 en ook mijn blog van 4 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 4 oktober 2015 deel 2.

Kira Wuck, Horst Bingel

De Nederlandse dichteres Kira Wuck werd geboren in Amsterdam op 3 oktober 1978. Zie ook alle tags voor Kira Wuck op dit blog.

 

Hanoi

In een goedkoop hotel, waar de muren met je meebewegen
kijken katten koortsachtig uit hun ogen
ze geven de gasten kopjes zodat ze langer blijven
het zijn altijd anderen die kou mee naar binnen dragen

een jonge man die zijn kamer niet verlaat
denkt dat de wereld uit zijn vingers loopt
weilanden drijven voorbij
zo ligt hij al eenentwintig dagen
hij droomt ervan zichzelf uit foto’s te knippen
in een land waar de lucht zwart is en opium niet duur

 

Nachtdieren

Ik streek de plooitjes op mijn benen glad
woonde bij je in
als een hartslag

als we de lat niet te hoog legden
waren we best gelukkig
aten om de dag wortels om gezond te blijven
zo compenseerden we het gebrek aan daglicht

als iedereen sliep haalde je Dostojevski en whisky tevoorschijn

’s nachts ontwikkelden we op onze knieën foto’s
in een kleine badkamer, alsof we een gebed opzeiden
de beelden gaven je precies genoeg afstand
om van mensen te houden

 

Zij is mijn moeder niet maar zwaait

Een vrouw met rossig haar
en zwarte rok loopt door het park
zij is mijn moeder niet maar zwaait

soms ging ik naar de stad
misschien liep ze tussen de mensen
op haar hoge hakken
een angstige reiger
waaromheen de lucht bevroor

ik zocht en zocht tot er niemand meer was

misschien huilde ze
misschien was ze gelukkig

 

Kira Wuck (Amsterdam, 3 oktober 1978)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Duif

Je ontmoet de duif tijdens de vlucht, zij is niet blauw, waarom
verbaast je dat, zij is niet blauw,

de duif zit al rood diep in de horizon, zij wacht met
jou samen, overdag, ’s nachts, spreidt ze haar verenkleed uit,
ze wacht,

ze wacht toch niet.

Je ziet de duif zo dichtbij, zij is nu van jou, waarom verbaast
Je dat, zij is toch van jou,

de duif slijpt eeuwig scherp je snavel, achter
de horizon, ’s nachts, overdag, zij slijpt hem toch voor jou,
ze vliegt slechts,

ze vliegt altijd alleen.

Je hoort de duif tijdens de vlucht, zij blijft jouw schaduw, waarom
verbaast je dat, zij groet niet,

de duif is nu erg bont aan de horizon, iets anders is zij totaal
niet, overdag, ’s nachts, maar achter de regen,
zij draagt jou

ze draagt jou in haar kop.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2020 en evenens mijn blog van 3 oktober 2018 en ook mijn blog van 3 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 3 oktober 2015 deel 2.