In Holland sprak een blije mier: “Kees Stip las ik met veel plezier en merkte: al zijn dieren beestig, ze zijn ook bijdehand en geestig! Prompt wilde ik zelf dichten leren, op school, bij de beroemdste heren. Een mier is vlijtig maar ook arm en loopt voor studiegeld nooit warm, maar dit gebrek werd mij tot zegen: ‘k heb een Stip-endium gekregen!”
NDMEKZ!
We hadden YOLO, dat was het begin. Toen kwam ook Fear Of Missing Out, ja FOMO, vervolgens Joy Of Missing Out, dus JOMO en nu zelfs FOJI, Fear of Joining In.
Al roept men ‘fear’ en ‘joy’ en ‘in’ en ‘out’, mijn tip luidt: Neem Dat Met Een Korrel Zout
Insomnia – naar J.C. Bloem
Met mijn mobiel naast bed kan ik niet slapen Niet slapend grijp ik snel naar mijn mobiel Mijn vriend vindt dat maar achterlijk gepiel Want daardoor ben ik dag en nacht aan ’t gapen
Hij wil dat ik in bed je weet wel doe Ik heb geen smoes meer nodig, ben te moe
Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het tiende van een nog nader te bepalen aantal.
Uit: Vriendschappelijke brieven
Velp, 1 mei 1995,
Lieve Bart toch maar weer,
Heb je dit jaar een leuke Koninginnedag gevierd? Ik neem aan dat die in elk geval minder droef was dan vorig jaar. Ik schrijf je nu ook ik hem zonder ongelukken achter de rug heb, maar weer even een kort briefje. Vooral om de kaart van vorige week te relativeren. Kwaadheid komt en gaat ook weer, nietwaar? Ik merk echter wel dat dit weer het kritieke jaargetijde voor mij is. Ik zal mij ook de komende maand maar vooral concentreren op schrijven en mediteren en daarbij veel aandacht schenken aan de goede dingen die het leven mij nog te bieden heeft, en minder of niet op wat ik allemaal mis, zoals jou bijvoorbeeld.
Binnenkort
ga ik Arno opzoeken in Amsterdam en daar kan ik mij best op verheugen.
Ik geloof dat ik hém vier jaar niet gezien heb, maar nu heeft hij mij
toch weer uitgenodigd.
Het
Paasweekend was ook leuk, al moet ik daarbij vermelden dat ik op de
Kisn Kiss – avond wel graag een paar woorden met je had willen spreken.
Ineens stond je bij de uitgang en was het kwart voor vijf. Ik was
warempel de tijd vergeten.
Cor
was er ook en bij hem heb ik op Goede Vrijdag heerlijk gegeten! En ook
verder een genoeglijke avond doorgebracht. Helaas nou ja wat heet – kon
ik niet aan mijn werkpunt nummer 1 volgens Veluweland werken: de sex.
Nee, ik ben ook niet verliefd op Cor. Ik denk dat ik dat tegen heb
gehouden, wetende dat het toch niet beantwoordt zou worden.
Bovendien
heb ik mij geloof ik. eens tegenover Hans Arts laten ontvallen dat hij
“niet van jouw kaliber” is. Goed, sympathie is er wel over en weer en in
februari ben ik dat echt gaan waarderen.
Verder:
hoe het komt weet ik niet, maar ik denk de laatste dagen erg vaak aan.
Doornroosje en het soldaatje met zijn slaafje. Over verdere varianten
van Jurriaan zal ik maar zwijgen. De naamgever van die tijdspassering
zou er zelf nog van gaan blozen. Dat is ook een reden om hier in de tuin
te blijven zitten en te proberen te versterven. Of veel. fietsen
natuurlijk…
Het
wordt echt tijd om wat vaker naar Amsterdam te gaan, want zo vaak kan
ik niet hopen op een soldatenslaafje in Nijmegen. Ik laat het maar
hierbij, Bart. Wellicht dat mijn schrijflust verderop in de week weer
helemaal terug is. Ik heb in elk geval een pak van honderd enveloppen
gekocht!
Theoretisch is het mogelijk onder mijn geschrijf bedolven te raken. Wat ik voor jou ten diepste voel is in elk geval geen kwaadheid. Is er nu een jaar om? Of boe tel jij?
En kan ik geen reductie krijgen, ik bedoel kwijtschelding van boetetijd, eerwaarde vriend?
Met de samovar onder seringen De nacht zien met helder oog Nu vogels hun nesten wiegen In slaap achter netten van dauw Zie beemden ontvangen het voorjaar De wereld bloeit zonder geluid De nacht speelt zijn glazen toeter De dag heeft een heldere bijl
Maar buiten dit park is het anders Het rijk heeft twee ogen van schaduw En water dat stroomt is nog blauw Toch spiegelt een bloedrode wolk
De nachtegaal van Natasja Lag gisteren dood op het tuinpad O weemoed die niet is te noemen IJskoude vogel van glas
Sindsdien wordt het al later Najaden ontvluchten het bos Wind dommelt voorover in kelken Met een kille hand bloeit de tijd
Ik zie een hemel van tranen In je ogen terwijl je zingt De nacht brak zijn glazen toeter De dag houdt zijn heldere bijl
Oude boksers
zijn meestal niet pedant meer: hun beweeglijkheid is afgenomen (de gouden
jaren van het touwtjespringen en stoten tegen peervormige elastisch opgehangen ballen, de matches met
hun vileine spookgedaanten: rook in de zaal, hete in konijne- of duurder bont en glinsterwerk gepropte
vrouwen – de kerstbomen der sportwereld – die geen mah yongg spelen maar wel 69, de deining van met pommade
belakte pooiers die hun bierviltjes wegmikken, boeh roepen bij een clinch of backhand en zweten als pianosjouwers
hopend op een feestelijk blauw oog, groot als een admiraalsvlinder, in de ring vol cholerisch gedreun –
ja díe jaren zijn voorbij). Uitgeteld kijken zij naar de tv, schuifelen door de vertraagde
film van eigen triomfen en staren naar hun afgehakte voelsprieten op de vloer, waar het kleed slijtplekken
vertoont maar de onmenselijke katten nog niets aan lenigheid hebben ingeboet.
Leven is geen grapje, je moet in grote ernst leven, zoals bijvoorbeeld een eekhoorntje, dus zonder daarbuiten of daarna iets extra’s te verwachten, je moet je dus uit alle kracht voor het leven inzetten.
Je moet leven serieus nemen, dus zo, dat je bijvoorbeeld met je armen op je rug gebonden, en je rug tegen de muur, of in het lab, in een witte jas, met een enorme bril, kunt sterven voor de mensen, en wel voor mensen die je zelf nooit hebt gezien en zonder dat iemand je ertoe dwong en ook nog eens terwijl je weet dat het mooiste wat je hebt en het meest waarachtige leven is.
Dus neem je leven steeds zo ernstig op dat je bijvoorbeeld nog op je zeventigste olijven plant, en dan niet om je kinderen iets na te laten of zoiets, maar omdat je niet in de dood gelooft, al ben je bang om dood te gaan, en je dus de balans naar leven door laat slaan.
2
Stel, je krijgt een zware chirurgische ingreep, met de kans niet meer op te staan van de witte operatietafel. Al voel je je droef bedrukt om een te vroeg heengaan toch lach je om een Bektaşi-grap, kijk je uit het raam of het gaat regenen of wacht je toch ongeduldig op de laatste nieuwsberichten.
Stel, ten behoeve van iets waarvoor het waard is te strijden bevind je je aan het front. Het kan dat je de eerste dag al, bij de eerste aanval voorover stort en sterft. Je weet dit met een vreemde wrok, maar toch ben je razend benieuwd hoe deze mogelijk nog jaren slepende strijd zal aflopen.
Stel, je zit achter tralies, loopt al tegen de vijftig, en over achttien jaar pas zal de stalen poort zich openen. Toch koester je de band met buiten, met mens en dier, met strijd en wind, met alles dus wat zich buiten de muren bevindt.
Dus in welke toestand, op welke plek ook moet je leven als ging je nooit dood…
3
Onze wereld koelt af, een ster tussen de sterren, nog wel een van de kleinste, een spikje bladgoud op blauw fluweel, die reusachtige wereld van ons.
Ooit koelt deze wereld af en zal niet eens als een ijsklomp of een dode wolk, maar als een lege notendop wegtollen in het eindeloze stikdonker.
Nu al daarvan de pijn te dragen, de droefenis te voelen. Zozeer moet je van deze aarde houden dat je kunt zeggen: ‘Ik heb geleefd…’
Vertaald door Wim van den Munkhof
Nazim Hikmet (20 januari 1902 – 3 juni 1963)
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het negende van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Lieve Bart,
Het
is bijna middernacht en het begin van 10 mei 1996 en op de een of
andere manier zal de Tweede Wereldoorlog wel in mijn genen terecht zijn
gekomen en daardoor in mijn hormonen, want ik was weer tamelijk in
strijd met mijzelf vanavond.
Tevreden
kan ik zijn met het feit dat ik überhaupt op jou ben afgestapt, maar de
vraag die ik mij voorgenomen had te stellen kwam er weer niet uit, Daar
heb ik weer een tijdje van gebaald, maar op dit moment troost ik mij
ook alweer met een paar gedachten : ten eerste is het al een hele
vooruitgang met de vorige ledenvergadering van november. En men heeft
mij ook in gesprek gezien met jou !
Ziehier
mijn eigen persoonlijke aarzelende vorderingen in assertiviteit. Ik
compenseer dat nu natuurlijk weer door mij op de tekstverwerker uit te
leven op een manier die ik wel onder de knie heb : met geschreven
woorden. Overigens twijfel ik er niet aan dat er weer een dag komt dat
wij weer ergens anders dan op de ledenvergadering koffie drinken samen.
Die dag komt zo zeker als de regen na de zonneschijn.
Precies.
Zo komt ook onze volgende ontmoeting na het afscheid van vanavond. Weet
je trouwens wat ik voelde ? Niet zozeer voor jou, als wel tussen ons ?
Vriendschap. Gewone, alledaagse, ongeromantiseerde, nuchtere
vriendschap. Wij zaten ook wel zo ouderwets knus naast elkaar naar het
forumgesprek van Cees en de dames te luisteren dat het zelfs voor de
ogen van Roel een lust moet zijn geweest !
Hoe
dan ook. Ik heb er de computercursus van vanavond graag voor over
gehad. Of ik wil ingaan op het inhoudelijke gedeelte van deze avond ? Ik
ben het met je eens – en niet omdat jij het bent, zoals boze tongen nu
al beweren – dat het COC zich als organisatie wél het lot van de Roze
Zaterdag moet aantrekken.
L’art
pour 1’art has always existed. Every honest artist, and for that matter
every honest craftsman, has been and remains under an obligation to it,
and there is nothing mystical about it. On the contrary, it is a
thoroughly rational attitude, and during the nineteenth century – not
unlike its logical and social counterpart ” business is business ” – it
acquired if possible an even higher rationality, all the more so after
the shift in artistic orientation away from the central value of
religion and the church. p.42
L’art pour l.’art and “business is business” are two branches of the same tree. p.43
Akzo
Nobel schrapt 190 banen in de chemie-sector. Waat halen wij toch nieuwe
banen vandaan ? Behalve dan dat de wapenindustrie injecties per minuut
krijgt om draaiende te blijven ?
Vroom en Dreesman ziet volgens Stefan tegenwoordig iets in een groter assortiment kaarsen.
Queen : you don’t fool me.
17.07 uur. Veel gesluimerd bij MTV. Via die muziek is ook veel te regelen. Thats truth, that”s live. Raphaël.
18:11:20,00 Stefan gebeld, maar hij was er nog niet. Ik zit aan de koffie en kijk naar Verbotene Liebe !
19:35:47,00 AFCA en Brussel. Daar had Mariëtte het verder over. (Parijs). Barcelona. Brussel : Stand by. Liberia. Arnhem heeft zeker weer iets om voor te bidden. En ik om dankbaar voor te zijn. Stefan belde net. Hij was net terug uit ZUrich. Exit. 20.34:59,00
New York. Stand by. Zo kan het toch echt niet jongens. Een paar kinderen vol stoppen met alcohol en drugs en ze dan wat geweertjes in handen geven om uit te testen.
Goed. Iemand had een reis van 17 uur en 1600 kilometer nodig om tot bezinning te komen. Mij lucht het enorm op Steefje. Ik kan, gezien die drijvende krachten die jou tot die expeditie gebracht hebben hooguit vermoeden waartoe jij allemaal in staat bent. En Mark heeft het nu zijn Walter verteld. Voorlopig is er “sense” naast de “sensibility” gekomen. Gefeliciteerd. “Een dikke streep eronder gezet”, zei je. Met die mentaliteit komt jouw innerlijke rust vanzelf wel terug.
Alle
mogelijkheden – van verblijfsvergunning tot verhuizen zijn bij een
etentje doorgenomen. En Stefan heeft er zijn verstand uiteindelijk nog
het beste bij gehouden. Nu heeft hij nog drie weken om zich voor te
bereiden op zijn examens. Zelf denk ik dat hij diep in zijn hart ook al
afscheid heeft genomen van het hele avontuur. Daarvoor heeft hij toch
zijn zekerheid en comfort te lief.
Nee,
een flat van een miljoen kopen samen en dan in de zon beginnen te
dromen van een andere man in een regenachtig Nederland. Wat kan een mens
zich toch op de hals halen.
Generaal Couzy en zijn kritiek op de burgertop van defensie. En de secretaris generaal van defensie met kritiek op Couzy.
23.11 uur De moeheid komt er echt uit. Dit keer niet naar Paradox.”
Generaal Hans Couzy (23 september 1940 – 10 maart 2019)
De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.
Uit: The favorite game
“5
The Breavmans founded and presided over most of the institutions
which make the Montreal Jewish community one of the most powerful in the
world today.
The joke around the city is: The Jews are the
conscience of the world and the Breavmans are the conscience of the
Jews. “And I am the conscience of the Breavmans,” adds Lawrence
Breavman. “Actually we are the only Jews left; that is,
super-Christians, first citizens with cut prongs.”
The
feeling today, if anyone troubles himself to articulate it, is that the
Breavmans are in a decline. “Be careful,” Lawrence Breavman warns his
executive cousins, “or your children will speak with accents.”
Ten years ago Breavman compiled the Code of Breavman:
We are Victorian gentlemen of Hebraic persuasion.
We cannot be positive, but we are fairly certain that any other Jews with money got it on the black market.
We do not wish to join Christian clubs or weaken our blood through
inter-marriage. We wish to be regarded as peers, united by class,
education, power, differentiated by home rituals.
We refuse to pass the circumcision line.
We were civilized first and drink less, you lousy bunch of bloodthirsty drunks.
6
A rat is more alive than a turtle.
A turtle is slow, cold, mechanical, nearly a toy, a shell with legs.
Their deaths didn’t count. But a white rat is quick and warm in its
envelope of skin.
Krantz kept his in an empty radio. Breavman
kept his in a deep honey tin. Krantz went away for the holidays and
asked Breavman to take care of his. Breavman dropped it in with his.
Feeding rats is work. You have to go down to the basement. He forgot
for a while. Soon he didn’t want to think about the honey tin and
avoided the basement stairs.
He went down at last and there
was an awful smell coming from the tin. He wished it were still full of
honey. He looked inside and one rat had eaten most of the stomach of the
other rat. He didn’t care which was his. The alive rat jumped at him
and then he knew it was crazy.
He held the tin way in front
because of the stink and filled it with water. The dead one floated on
top with the hole between its ribs and hind legs showing. The alive one
scratched the side.
He was called for lunch which began with marrow. His father tapped it out of a bone. It came from inside an animal.
When he went down again both were floating. He emptied the can in the
driveway and covered it with snow. He vomited and covered that with
snow.
Krantz was mad. He wanted to have a funeral at least, but they couldn’t find the bodies because of some heavy snowfalls.
When Spring began they attacked islands of dirty snow in the
driveway. Nothing. Krantz said that seeing things were as they were
Breavman owed him money for a white rat. He’d lent his and got nothing
back, not even a skeleton. Breavman said that a hospital doesn’t pay
anything when someone dies there. Krantz said that when you lend
somebody something and that person loses it he has to pay for it.
Breavman said that when it’s alive it isn’t a thing and besides he was
doing him a favour when he took care of his. Krantz said that killing a
rat was some favour and they fought it out on the wet gravel. Then they
went downtown and bought new ones.
Breavman’s escaped and
lived in a closet under the stairs. He saw its eyes with a flashlight.
For a few mornings he put out Puffed Wheat in front of the door and it
was nibbled, but soon he didn’t bother.
When summer came and
the shutters and screens were being taken out one of the men discovered a
little skeleton. It had patches of hair stuck to it. He dropped it in a
garbage can.
Breavman fished it out when the man was gone
and ran to Krantz’s. He said it was the skeleton of the first rat and
Krantz could have a funeral if he wanted. Krantz said he didn’t need a
stinky old skeleton, he had a live one. Breavman said that was fine but
he had to admit they were quits. Krantz admitted.
Breavman
buried it under the pansies, one of which his father took each morning
for his buttonhole. Breavman took new interest in smelling them.”
Leonard Cohen (21 september 1934 – 7 november 2016)
*************************
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het achtste van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Arnhem, 6 mei 1996
Prof. Dr. W. Bronzwaer
Hooggeleerde heer,
Het
zal u ongetwijfeld verheugen te vernemen dat ik heel voorzichtig de
draad weer heb opgepakt waar hij twee jaar geleden is blijven liggen.
Hugo von Hofmannsthal is al een tijdje bescheiden terug in mijn
gedachten, maar nu vind ik ook de innerlijke rust om af en toe weer van
een van zijn gedichten te genieten, zoals bijvoorbeeld van
WELTGEHEIMNIS.
Dat
doe ik inmiddels met veel plezierige assistentie van een mij door een
vriend beschikbaar gestelde tekstverwerker. Aan al het nieuwe van
Windows tot en met Internet heb ik ook al mogen ruiken en het zou ook
niet te moeilijk voor mij zijn genoemde vriend te verzoeken van zijn
netwerk gebruik te mogen maken om de actuele stand van zaken op het
beeldscherm te laten verschijnen.
Dit
zijn echter nog wat vrijblijvende reflecties op een mooie
zaterdagmiddag in Arnhem. Ik ben in een Italiaanse stemming, eerder dan
in een Oostenrijkse en bij de geringste trilling van de aarde, zelfs als
dat ver weg als in China is, overschaduwt een donkere wolk mijn gemoed
en keer ik met de snelheid van een F 16 terug naar de realiteit van het
dagelijkse werk in de crisisopvang van de Gelderse jongeren.
Der tiefe Brunnen weiß es wohl, Einst waren alle tief und stumm, Und alle wußten drum.
(Alois
Wolf : a further nuance of the word ‘Welt’ is to be found in the poet’s
susceptibility to the slightest changes in his environment, even in the
atmospheric conditions…p.174 )
Wie Zauberworte nachgelallt Und nicht begriffen in den Grund, So geht es jetzt von Mund zu Mund.
(Michael
P. Steinberg : Art as a unique system of knowledge of the object world
rather than as one of confession or expression of the subject world is
the hallmark of that ethical understanding. p.6 )
Ebenda
: The domains of history and art both involve the element of mastery
…/…mastery, defined as the unity of subjectivity and technique, is
associated with the accomplishment of the historian and the artist but
would be an inappropriate quality to attribute to a natural scientist or
mathematician. p.14
Die pretentie moeten zij dan ook niet hebben, Clinton. Over and out. Kenan, slaap je?
Ebenda : The ethical goal of art, as of historiography, is the understanding of reality. p.15
Kenan, (waar en wanneer ook mijn naam genoemd zal worden zal ook de zijne worden herdacht….), ik ga zo meteen een wandeling door het park maken. Ik wil kijken wat er in de schouwburg te doen is – en bij de Rabobank wat weg mijmeren…. Hoor je dat, Kenan, Clinton zegt dat ik iets weg heb van John F. Kennedy en gelijk heeft hij. Ik ga dat allemaal doen, Kenan, inclusief golf spelen voor F 76.000 dollar, maar eerst nog maar even naar De Spring.
(Deze brief is begonnen op de 24e mei, volledigheidshalve)
Marcel uit Doesburg, van 2 weken geleden, was er ook weer, in Arnhem.
Maar
vooral: Johnny en Dick van de Mythe. Johnny heb ik lief gehad. Ooit en
vandaag. Johnny zat toen Dick even weg was in meditatiehouding. It is not a question of prayer, Sjonnie. (“Goed zo”, zegt Kenan).
Jij
streelde even over je enkel en een stukje van je rechter onderbeen
voordat je jouw sok omhoog trok, en je was mooi, John….
Die Beiden
Sie trog den Becher in der Hand – Ihr Kinn und Mund glich seinen Rand -, So leicht und sicher war ihr Gang, Kein Tropfen aus dem Becher sprang.
De Engelse (Welshe) dichter, schrijver en presentator Owen Sheers werd geboren op 20 september 1974 in Suva op de Fiji eilanden. Zie ook alle tags voor Owen Sheers op dit blog.
Mametz Woods
For years afterwards the farmers found them – the wasted young, turning up under their plough blades as they tended the land back into itself.
A chit of bone, the china plate of a shoulder blade, the relic of a finger, the blown and broken bird’s egg of a skull,
all mimicked now in flint, breaking blue in white across this field where they were told to walk, not run, towards the wood and its nesting machine guns.
And even now the earth stands sentinel, reaching back into itself for reminders of what happened like a wound working a foreign body to the surface of the skin.
This morning, twenty men buried in one long grave, a broken mosaic of bone linked arm in arm, their skeletons paused mid dance-macabre
in boots that outlasted them, their socketed heads tilted back at an angle and their jaws, those that have them, dropped open.
As if the notes they had sung have only now, with this unearthing, slipped from their absent tongues.
Skirrid Fawr
Just like the farmers who once came to scoop handfuls of soil from her holy scar,
so I am still drawn to her back for the answers to every question I have never known.
To the sentence of her slopes, the blunt wind glancing from her withers,
to the split view she reveals with every step along her broken spine.
This edge of her cleft palate, part hill, part field,
rising from a low mist, a lonely hulk adrift through Wales.
Her east-west flanks, one dark, one sunlit, her vernacular of borders.
Her weight, the unspoken words of an unlearned tongue.
Owen Sheers (Suva, 20 september 1974)
*************************
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het zevende van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Arnhem, 3 mei 1996
Lieve Arie,
Soms
zou ik de hele dag liefdesliedjes willen zingen en dat uit zich bij mij
in het schrijven van brieven tegenwoordig. Vroeger waren het gedichten,
maar zoals hare majesteit laatst nog tegen Havel zei : “Nu is de tijd
van poëzie voorbij en de tijd van proza aangebroken.” Nu zou ik geen
dichter in hart en nieren zijn als ik dan niet tenminste dichterlijk
proza zou willen schrijven.
Ik
zit op dit moment – zo’n twintig minuten voordat ik met werken moet
beginnen – het explosieve materiaal van de Aldi te drinken, en hoewel ik
niet te klagen heb over de kwaliteit ervan realiseer ik mij toch dat ik
soms liever Appelsientje had en dat ik dat alleen niet drink omdat het
duurder is. En dan wordt die Goldhorn langzamerhand inderdaad explosief.
Dan
is de noodzaak om jezelf eens te laten gaan dichtbij en daar ga je dan
en de hele omgeving moet mee of ze wil of niet. De wijsheid in de kan.
(Kenan, log eens in op die verdomde KUN – computer ) Arie, sorry, maar
dat leg ik je een andere keer nog wel eens uit. Ik moet nu weg naar het
crisiswerk onder de internationale jeugd van Arnhem.
Ik
begon deze brief op 2 mei – gisteren dus – en zo zie je het nut van een
tekstverwerker, want hij was nog niet af. En nu schrijf ik je gewoon
door zonder ook maar een papiertje te hebben verspild.
Een
vader zet zijn zoontje over de muur bij de school hierachter en heeft
geen vermoeden hoe geruststellend dat elke dag terugkerende ritueel op
mij inwerkt.
Dan
is het 8.27 uur en zit ik al een hele tijd te mediteren. Op het HB
werken, mijmer ik 25 man/vrouw aan de ELF. Dan stel ik mij zo’n
rechercheur voor achter zijn beeldscherm, mogelijkheden overwegend,
sympathiserend zelfs het ene moment en het andere moment weer denkend
dat het niet mag en ik herinner mij een felle discussie onder het
avondeten over de wet. Yarci : “Wie maakt die wet ? Wie heeft het recht
om die wet te maken.” Wim : “Wij maken met zijn allen die wet en
benoemen rechters om er op toe te zien dat hij wordt uitgevoerd.”
Eigenlijk
vindt Yarci het leven nog te moeilijk om er aan te beginnen en kiest
hij zijn niet geringe verstandelijke en verbale vermogens uit om die
houding te verdedigen met rationeel lijkkende argumenten. Waarbij wij
terug zijn bij het refrein over zelfvertrouwen.
(Als ik bij deze werkwijze ook twee pagina’s per dag ga produceren heb jij straks geen tijd meer om bij Samson to werken, Arie)
De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook alle tags voor Crauss op dit blog.
de angst in eigen persoon
is een vrouw met krullend haar en een man langs de straat, de wind zwiept regen tussen de wissers, de auto glijdt veel te langzaam richting afscheid, het licht is een kegel, de keel is een knoop, de ogen zijn schrik en de mond te verkrampt om te schreeuwen – de stem is kwijt, dat is het begin.
de angst in eigen persoon is een stadsautoweg, geheel dichtgesneeuwd en een jongen met heimwee, de auto glijdt langzamer nu, want de afrit versperd, blijft liggen en achter de mast wordt de knaap overvallen door een ijskoude rilling. wensen vervliegen, bevriezen, het beeld is heel groen, de lust eraan rood en de jongen spoedig
weer thuis, is de angst een huwelijk, een minnaar op de openbare weg en een wachtende vader, met weinig woorden verstijft de toestand zoals regen verandert in sneeuw. verklaringen liegen, worden ontmaskerd, zodra men ze gelooft en verstoffen in een kastje vol waarheid.
de angst is een film, een vraatzuchtig wezen, waarvoor een stad ’s nachts bang is, de angst is een oeroude draad, die zich door het leven heen weeft.
URANUS II (Kometen) elephant melzow mix
op de golven van de nacht opgestegen (ik, (jouw sterdwaze adem ongrijpbaar: in de halfschaduw hemel (at mosfeer, maanstof, een ver uur nog, totdat de zon ons weer membraan maakt
wij zaten de hele avond boven een stapel foto’s jij, in israël, afgelopen zomer, jij met je vriendin, jij zei, het wordt weer eens tijd om op te ruimen in je leven, en schonk mij nog eens in
wij vielen proestend van het lachen deze avond krom van onze stoelen: jij lachte als lang niet meer, jij hield je buik vast en zei, laat ons nu naar de rijn gaan, en als wij ooit weer opduiken …
wij zaten toen later nog eeuwig in het grind: ik droogde je bevende borst en je tranen van absinth; jij sprak geen woord meer heel de nacht en pas toen het te schemeren begon, ging jij alleen terug.
Vertaald door Frans Roumen
Crauss (Siegen, 19 september 1971)
*************************
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het zesde van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Arnhem, 3 mei 1996
Lieve Bart,
6.37 uur. Goeiemorgen, Bart. Ook al wakker van de Zondags-krant?
Attentie, KENAN ! Ankara, stand by! Er zijn blijkbaar moeilijke mensen…
Wat zullen wij vandaag eens bijdragen aan de wereld. Deskundigheidsbevordering (daar heb je de KUN weer) ? How little we know.
ELF.
Zou
het Earth Liberation Front ook zijn wortels in Nijmegen hebben? Het
lijkt mij zo’n club met een door de SP geverfd gedachtengoed. De KEMA en
Akzo mogen wel uitkijken. En ik vraag mij ook altijd af tegenwoordig of
die bedrijven er zelf niet bewust achter zitten in verband met de
publiciteit.
Ondertussen zit iemand net als ik kopij te tikken, maar dan voor Ravage.
15.16
uur. Tijd is nog altijd geld en ik ben bij met de boekhouding en
constateer dat mij dat nog het meeste zorgen baarde. En dan laat ik ook
altijd de baard staan als een jood in rouw.
(Ik lijk Annelies wel, Paul, maar ik hou wel van golf en biljart en zelfs van voetbal. PSV gezien gisteren ?)
Someone to watch over me. Ik heb koorts, denk ik, of teveel koffie gedronken. Of toch teveel stress op het werk.
Ik
ga meteen maar de huur en de NUON betalen die mij tot april hebben
bijgewerkt en een rekening na stuurden van 31 gulden, waar ik niks van
snap, maar het zal wel door de computer komen.”
De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.
Vespers voor Maria
I
De bus naar Krakau, ja ziek was ik er zieker dan thuis, bezweter mijn kleren versteender mijn huid – het steen van tochtige, jichtige grotten, weerbarstige pijn niet te stillen dorst die nauwelijks water verlangt. Bewijzen zijn onaandoenlijke documenten van mensen die men niet meer horen kan; de grond is daar al lang niet zompig meer de lucht om andere redenen bewolkt.
Er is te veel dat mijn schaamte verwekt, te veel dat zonder een teken van klacht mij altoos beschuldigt huiver en vrees zonder een naam kennis van dreiging terwijl zij allen ogenschijnlijk sluimeren.
Zij roepen er U aan, Maria, wat doet het er toe voor wie zo weinig gelooft; maar als wij aan de poorten zijn geraakt heb ik meermalen om jou zitten roepen; een oude stem schrikbarend schor piepend als die van tortels en een aftandse hond een lang gesloten deur die na moeite opent. Ik word een zwaar beschaamde man die zich onder zijn kleren en achter zijn ogen wil verbergen om de lucht niet langer te zien.
Namen, Maria, verheven de jouwe als van verleden geliefden of een gestorven verwant – heeft niet destijds reeds een profeet onbekend met Uw naam U schaamteloos geprezen aan wat de poorten van de morgen heetten?
Zij, zij branden er kaarsen om en dragen hun beelden de straten door zingen hun dreunende lied zonder gedachten en ik, ik raakte vertrouwd met de kracht van een andere rede, grotere argwaan vragen, nooit bedoeld om antwoord te krijgen verzoeken, zonder met inwilliging te rekenen wie veel heeft gezocht ziet zelfs wat hij vindt wantrouwend aan betwijfelt zijn herinnering aarzelt tenslotte te vinden wat zo bezeten werd verbeden.
II
De kerk in Leuven, ja, ik ben er weer aan de abdij geweest nog veertien monniken, wat kippen en een half verlamde haan – de vijftiende had men er juist begraven. Het onaanzienlijk sentiment te staren van het voeteneind (een dode bidder in een doos) plichtmatig zuchten van de koster de kraai geen stof rest straks tussen die wortels noch zal men later dansen bij bazuingeschal de klok verstomt dan dempt het zand gezang.
Verwelkte nachtgeluiden brengen geen keerpunt aan van tekens is geen sprake afwachtend staat men aan het open raam sterren boven moreel besef van binnen wijsheid is een ijdel spel dat tijd verdrijft.
Maria zei: je was verdwenen plotseling en voor wie ver weg was moest gebeden; wellicht hecht ik doorgaans te min geloof aan al dat zoets dat men elkander biedt. Thans weet ik echter niet waar ik U zoek te goed ken ik het misverstand van plaatsen, namen noemen en hopen dat geprevel helpt; armzalig geestesoog, het bleke kinderhoofd stuntelig verbeeld. Nabijheid legt de nadruk op verschil, wat eender is vraagt groter afstand.
Een vrijwel naakte man te moe om te gaan slapen kleren angstvallig bij elkaar gelegd op doortocht laat men licht een spoor, een sok, een potlood of wat scheergerei, onschuldig teken van een afgemat gemoed.
Het gaat zoals het vaker ging en ik, ik ben alweer die ik reeds eerder was. Mijn kamer ligt vandaag aan een rivier spottend gefluister door de hele nacht een posttrein schuifelt langs de overkant nog altijd tel ik onbeholpen de wagons naamloze mensen berichten elkaar vernemen bestaan in andermans hoofd troost uit nooit gesproken woorden – hun gebeden blijven ieder altijd onbekend.
Michaël Zeeman (18 september 1958 – 27 juli 2009)
*************************
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het vijfde van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Arnhem, 2 mei 1996,
Lieve Bart,
Uwe Klein, Polizeisprecher aus Essen, denk maar niet, Kenan, dat wij iets te horen krijgen voordat het de politie goeddunkt. – Ja. Dan moet je maar met de Bildzeitung dreigen. — En dan zeggen ze ook nog dat een taxichauffeur iets verkeerd begrepen heeft. – Psalm 143 en 144. Vooral, Kenan, vers 7 en 8. Straks ga ik weer naar mijn zonen als planten en mijn dochters als zuilen. De regering van Mexico zou trouwens eens aan vers 14 kunnen denken.
Duitsland
roept een crisis in de scheepsbouw uit en vakbonden pleiten meteen voor
behoud van de werkgelegenheid en noemt dat industriebeleid met
hightech. Verspreekt zich over ware bedoelingen: Wij willen
Kriegsschiffe bouwen. Gelijk hebben ze. En ze hebben het van snelle Wim
afgekeken of van razende Hans. dat wil ik even in het midden laten.
Geef
die 200 Berlijnse jongeren een PC en je houdt ze, na vrolijke tips over
wat je er mee kunt doen van de straat. En politie-agenten uit het
ziekenhuis of de ziektewet. (Ik brand nog steeds een kaarsje voor Cor).
Goed. Arie werkt – voor hoe lang – in Samson. Zwolle – Nijmegen via Arnhem. Ach, Bartje hij spreidt er mijn bedje maar.
10.14 uur. Arie’s telefoonnummer bevestigd. En hem al vast weer even gesproken.
Braunschweig,
Halle en Leipzig. (Kenan, ik ben naar de COOP). Zo meteen ga ik wel
even bij de Aldi langs hoor. Ik heb geen koffie meer. Eerst even weer
wat soep eten. Dezelfde als gisteren. Daarna maak ik die weer zelf.
11.55
uur. Kers heeft gebeld. Er zijn geen ongelukken gebeurd met de deur, al
had ik de sleutel aan de binnenkant laten zitten. Als Jeffrey inderdaad
minder streng en hard is dan zij is alle schade echt nog te overzien.
Want Paradox was wel zeker een ernstige zorg. Ik moet daar vrijdag – zij
besmuikt glimlachend – weer binnen kunnen wandelen.
Soms zou ik ook alleen van die lieve dingen willen zeggen.”
Lied voor de nog niet afgestreken lucifer bij de paleizen van het geheugen
Wat de beademde slangenarend in de schemering zong: De paleizen van het geheugen zijn dan groot, dan klein. Je schrikt soms van wat je ziet, als de regen even ophoudt. Sommige spreuken en beraadslagingen vliegen naar Smeerenburg waar de walvissen gekookt werden, andere worden as in de gevallen adderburchten of tolden over schaapachtige heuvels. Brand niet op, niet afgestreken lucifer al is Tsjitsjikovs koets nog niet door ‘t duister opgeslokt. Oude ar kamfer moe: Ik de zoon van een verschrikte, wil liever niet op het uur van de wandelende tak mijn dwaas hoofd 180 graden draaien.
1800
De honderd steden met poorten ’s nachts op slot. In de grachten, tollend van vuil, roeit de bacil van cholera asiatica aan. Venen tussen de steden dof overstromend. Droge gronden hoeden jager en
herder. Aan de oostgrens rondom de dorpen weiden; akkers met meekrap, vlas, hop, hennep. Laagveen daalde in ’t water af. Soms, in de mistflarden, bij vuurvliegjes, dwaallichten, zweeft als uit een bijt
gehakt, ivoor, het oudste beeldje aan van een eerst gezicht, haar hals omlijst door geplooid doek boven de laatste wolf en bever. Haar neus ruikt de geur
van het onland, pinksterbloem en zuring. Drijfnat, hard en onherbergzaam zijn duister toevluchtsoord grijze dorpen; koud volkje zit bij houtrook en vuur.
Vier Wespenzangen
1 In de Doorlichtingsbarak vol gevaarlijke straling hangt een groengeel affiche ‘Lucht het behoud van uw longen’
Vrolijk kleppende harten luiden ’t vet de kerk uit, zoals te zien op plakkaten in ’t huis van dokter Hartenaas.
Fonkelende spar, geschilderd op de loods van Zagerij Denneboom! Houtspaanders jagen als wespen de stad door, geel, honinggeel.
Iedereen moet gezond zijn. Iedereen moet heel gezond zijn, blaken van gezondheid, vrolijk zijn als een hakmes uit Solingen!
De Lower Manhattan Skyline lacht ons toe op de ansicht, maar hoor je dan niet op 5th Avenue Kojaks lugubere sirene?
Valium brult achter loketten in de traanogende apotheken; dronken keizers Unilever en Unox steken de bloedvaten in brand.
Plaag de kinderen, wespen. Doordrenk ze van werkelijkheid. Het affiche is onze vijand. De wespen zijn onze vrienden.
H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)
*************************
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het vierde van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Arnhem, 4 mei 1996
Lieve Peter,
Hoe
is het zondag met je broer afgelopen ? Ik heb je gemist in de Spring en
dat heeft haast fatale gevolgen gehad voor Paradox. Het is maar goed
dat Kers de vrouw is die zij is en dat mijn 9 maanden training bij en
door de AA vrucht bleek te hebben gedragen, anders was er een klein
menselijk drama ontstaan waar in eerste instantie Bavaria, maar
uiteindelijk niemand meer iets positiefs had uit kunnen destilleren.
Ik
heb er gelukkig nog op tijd om kunnen lachen door mij uit de directe
omstandigheden terug te trekken en boven het kleinsteedse geroezemoes
uit te stijgen. Ik rij tegenwoordig dan met de DASA naar Esso of Shell
en zie het in het licht van de vredespolitiek in het Midden-Oosten en
dan valt het allemaal weer reuze mee.
Wou
jij niet iets met Jezus doen, Peter ? Mij staat ook steeds dat beeld
voor ogen van Christus die op het punt staat zijn kruis op te nemen om
het zo zijn leerlingen voor te doen. Hij zet er echt zijn schouders
onder. Die gevoelswaarde heeft die daad dan. En dán gebeurt er iets.
noem het een wonder. Want die leerlingen raken geïnspireerd ( de
voorbereiding op Pinksteren zogezegd, voel je Reve ? ) en gaan er dan
66k voor !
Het
inspirerende nu is dat Jezus, want ik schilder dat tafereel helemaal
uit, dat Jezus dat doet om niet. Voor noppes. Nou ja : pro Deo.
9.33
uur. Cor gebeld. Omdat ik dacht – ten onrechte – dat hij vandaag op
vakantie zou gaan. Maar dat is pas de negende. En dan voor drie weken.
Dit soort notities er even tussendoor kan ook zo mooi op de
tekstverwerker. Tenslotte kan ik het straks weghalen of verplaatsen. Cor
gaat naar Florence. Bella Italia. “Mijn biologische klok loopt zes
dagen voor op andere mensen.” Nou nee, het zijn er eerder zeven. Zo viel
Bevrijdingsdag voor mij op 28 april !
Het
is goed dat ik je gisteren nog gezien heb. Zo kan ik je mij nog
levendig voor de geest halen en even tegen je aan praten alsof je hier
bent. Ik ben hevig aan het werk en doe zeven dingen tegelijk. Spontaan,
zonder orde en discipline, en dat allemaal in de hoop om tot echte rust
te komen. Ik drink er nu maar een Bavaria malt bij, want de ergste
schrik is voorbij en de rode spa was bij de COOP uitverkocht. Behalve
die dure die mijn moeder altijd drinkt. ( Stik toch mens IK kan dat niet
betalen, want er wordt niet gewerkt in dit land.
Ik
ben met schrijven bezig en ik heb zelfs heel moeilijke boeken uit de
bibliotheek gehaald om mij af te leiden en mij zo nodig met zinnigere
dingen te kunnen vermoeien dan de Derde Wereldoorlog of zo. Ik heb toch
al weer twee jaar geleden op Koninginnedag in Wessem al geroepen dat die
niet zou komen en dat is ook niet gebeurd. Het is 4 mei en een
prachtige dag om dat te gedenken.
Kenan, gooi eens een lijn open naar het Witte Huis.
Michael P. Steinberg is lecturer in the Collegiate Division of the Social Sciences at the University of Chicago. Quote : “This study reveals Broch as a major historian as well, one who believes that true historical understanding requires the faculties of both poet and philosopher”.
Kijk,
Peter, dan zit ik ineens in een stuk literatuurgeschiedenis te graven,
in mijn eigen verleden en via allerlei dwarsverbindingen in mijn eigen
brein met de actualiteit. Vrije associatie als het ware.
Maar
goed dat wij daar al over gesproken hebben. Dat tekstverwerken ten dele
bestaat uit schuiven met stukken die in flitsen bij je opkomen en in
een gewone tekst gevoegd nogal ongestructureerd en ongeordend en verward
overkomen. Maar je kunt later bij elkaar passende en horende stukken
bij elkaar voegen en er zo verschillende coherente teksten van maken. Al
vraag ik mij af of het dan nog wel literatuur is.
Op radio 10 gold is het 1974, Kenan.
18:03:20, uur
Ik denk aan Stefan, na een middagsluimering en met Sky-radio op de achtergrond.”
Uit: Een seizoen in het paradijs (Vertaald door Adriaan van Dis)
“Rattegif
zou niet veel helpen want dat strooien ze ‘s morgens al samen met de as
van een eerste sigaret over hun pap. De enige manier om aan hem te
ontkomen leek het dak, onze koffers met touwen om de nek en onze
schoenen in de jaszakken, als dieven in andermans nacht. Gelukkig zijn
hoernalisten even lui als ze beginselloos zijn. De snor uit Londen
besloot dat het dichtstbijzijnde café zijn beste uitkijkpost zou zijn en
dáár heeft het bruine of rode vocht te goeder tijd zijn visie
vertroebeld en zijn jachtinstinkt afgestompt. Over schoenen gesproken:
Ashoop zou de pelgrimstocht samen met ons maken. Ik bedoel, ik wil
Ashoop nu maar meteen tot het relaas toe laten. We hebben hem omgepraat
om mee te gaan en een paar dagen geleden maakte hij zijn opwachting uit
Rome, met splinternieuwe schoenen, van die bruine Volkswagentjes met
dikke Zolen en nog dikkere hakken. ‘Speciale sneeuwbanden’ zou je ze
kunnen noemen, of het soort schoenen dat Alan Ladd altijd droeg als hij
in films tegenover Ava Gardner speelde en waarbij ze haar in een gat in
de grond lieten staan zodat ze tijdens het schieten van liefdesscènes op
wederzijdse mondhoogte konden zijn. We hebben maar weinig
geslapen. Op straat was het nog stikdonker. Een taxichauffeur die, zoals
voorzien door de voorzienigheid, in onze straat woont, schoof zojuist
nog halfslapend achter het stuur om zijn dagdienst te beginnen. Hebbes.
Hij legde een draagbaar rood tapijt en zijn jasje voor onze voeten, want
we waren op reis naar het Grote Groot. Zwaar bepakt en bezakt kiest
zijn taxi koers door de grauwe voorsteden, op naar Le Bourget. Onderweg
wisselen we mondjesvol woorden. De stad sluimert nog en het besef dat we
aan de pas geboren grijze dag gaan ontsnappen, weg uit de winter, is
fantastisch, haast ongelooflijk. De chauffeur praat met een accent uit
de Midi. Zuid!
We
konden onze zitplaatsen aan boord op een kaart kiezen, zodat je weet
waar en hoe je er uitdondert als het ding op een bergspits tot sterven
komt. Toen moesten we wachten op de aankondiging van onze vlucht, op de
inscheping. Opeens konden we bijna niet meer recht op onze voeten staan.
Je waagt het ook niet ergens te gaan zitten uit vrees dat je
onmiddellijk wegtuimelt in de zich openende nacht van bewusteloosheid of
dat je uit woordeloos plezier je broek zal natmaken. Dan maar sterke
koffie drinken. Nu begin je te vitten en je humeur verfloddert. Is alles
en iedereen nu hier? Waar is alle handbagage? Ik heb jullie toch gezegd
dat onze spullen te zwaar zijn. Wie draagt wiens camera zonder
uitvoerbewijs. Wat zitten ze dan te donderjagen.”
Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)
*************************
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het derde van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Nijmegen, 3 april 2005
Lieve Cor
Jouw
motor en Amsterdam, dat geloof ik allemaal wel, maar een verborgen
passie voor houtzagen? En vooral het detail dat je je aanbiedt in een
kleine advertentie.
Ik
kan er niets aan doen, maar sinds onze samenwerking enkele jaren
geleden„ geloof ik het dan achteraf toch niet meer helemaal.
Nu
heb ik niet meteen een passend kaartje in huis, maar godzijdank wel een
printer (ik zou er zo een kaartje bij kunnen downloaden), maar goed,
het is een brief geworden.
Ik
veronderstel dus maar bij deze gelegenheid dat je me hebt willen
vertellen dat je je in Arnhem bezig houdt met natuur en milieu en dat
hetgeen je op dat terrein doet in het verlengde ligt van onze
samenwerking destijds? De ondeugende blik en de ondertoon zijn
kenmerkend voor jou bij dit soort mededelingen over houtzagen… Cor
vertelt mij iets en het is net als in een gedicht van Achterberg: “Lees
maar, er staat niet wat er staat.”
Ik
had er waarschijnlijk mee moeten leren leven als ik de liefde van je
leven was geworden. Nou ja moeten… zoiets doe je dan graag nietwaar?
Bovendien hou ik van poëzië.
Ik
vroeg je: Hoe is het met de liefde, Cor? en toen zei je: “Daarom ben ik
hier”. Nou geloof ik niet dat je op onze leeftijd op zo’n feest als de
Kiss Kiss Club nog de liefde van je leven tegenkomt, al is het nooit
uitgesloten natuurlijk. Oude liefdes kom je er wel regelmatig tegen en
in het geval van gisteren had ik het geluk jou weer eens te zien.
Alleen
al met onze begroeting had ik er het entreekaartje helemaal uit… De
ene kus is immers de andere niet en deze van gisteravond wordt in mijn
geheugen opgeslagen naast de herinnering aan onze ontmoeting bij Wil, de
spelletjesavond op de Henri Dunatstraat en je bezoek aan mij in
Nederasselt.
In
de persoon van mijn tennisvrienden Aryan en Frank had ik trouwens
genoeg liefde zelf meegenomen en misschien is dat wel de beste manier om
nog naar zo’n feest als de Kiss Kiss te gaan. Dan is het bij voorbaat
al geslaagd. Maar gisteren waren er dus zelfs twee extraatjes.
Een politieman op het podium en een in de zaal. Het was leuk, Cor. Vandaar deze brief.
En graag tot ziens,
Het oude Doornroosje in Nijmegen, jarenlang de locatie voor de Kiss Kiss Club
De Nederlandse dichter en schilder Lucebert werd in Amsterdam geboren op 15 september 1924 onder de naam Lubertus Swaanswijk. Zie ook alle tags voor Lucebert op dit blog.
de schoonheid van een meisje of de kracht van water en aarde zo onopvallend mogelijk beschrijven dat doen de zwanen
maar ik spel van de naam a en van de namen a z de analphabetische naam
daarom mij mag men in een lichaam niet doen verdwijnen dat vermogen de engelen met hun ijlere stemmen
maar mij het is blijkbaar is wanhopig zo woordenloos geboren slechts in een stem te sterven
het gelijk – een chanson
het gelijk van vissen vingers het kwintet van de complicaties en braille het gelijk van de ogen op borsten het aanraken van de taille der vertedering het gelijk van honderd tegelijk zingende bossen
het gelijk van het gelijken op een grote gek die door drinken denkt – in de rivieren drijft de hemel mee met de aarde en de werelddelen stomen naar elkaar op door de zeven wereldzeeën – een processie van de progressie
– wind gelijk honing stroop tussen de personen de meest frivole tronie van de adem het meest idolate gelaat van de eenzaat – mimicry als leitmotiv
het gelijk van twee bokkingen op een bord in een kamer te huur twee geheime schaduwen aan de muur spuwen een wachtwoord naar elkaar het gelijk oversteken is een geluid in de lekke goot twee eendere handen zitten samen in het haar de eenzame honden zoeken hun brood
oorlog & oorlog
zij komen glanzend overgevlogen onder de bloedende moeder smelt de eerste sneeuw
onder wuivende palmen monstert hij de nieuwe limousine van zijn schoonzoon
Lucebert (15 september 1924 – 10 mei 1994) Lucebert – Pythia 1960
El alma pesa veintiún gramos, afirman los filósofos esotéricos. La energía suprema encadenada a un cuerpo y sólo dos postigos trémulos le muestran un rincón desierto del universo.
La pseudovida sometida al tiempo; los sueños, a unos huesos, y el amor, a unos átomos de humo.
Todo en un cenicero.
Son sólo veintiún gramos eternos.
Sergio Esteban Vélez (Medellín, 15 september 1983)
“Ugwu
tried to read the titles, but most were too long, too difficult.
Non-Parametric Methods. An African Survey. The Great Chain of Being. The
Norman Impact Upon England. He walked on tiptoe from room to room,
because his feet felt dirty, and as he did so he grew increasingly
determined to please Master, to stay in this house of meat and cool
floors. He was examining the toilet, running his hand over the black
plastic seat, when he heard Master’s voice.
“Where are you, my good man?” He said my good man in English.
Ugwu dashed out to the living room. “Yes, sah!”
“What’s your name again?”
“Ugwu, sah.”
“Yes,
Ugwu. Look here, nee anya, do you know what that is?” Master pointed,
and Ugwu looked at the metal box studded with dangerous–looking knobs.
“No, sah,” Ugwu said.
“It’s
a radiogram. It’s new and very good. It’s not like those old
gramophones that you have to wind and wind. You have to be very careful
around it, very careful. You must never let water touch it.”
“Yes, sah.”
“I’m
off to play tennis, and then I’ll go on to the staff club.” Master
picked up a few books from the table. “I may be back late. So get
settled and have a rest.”
“Yes, sah.”
After
Ugwu watched Master drive out of the compound, he went and stood beside
the radiogram and looked at it carefully, without touching it. Then he
walked around the house, up and down, touching books and curtains and
furniture and plates, and when it got dark he turned the light on and
marveled at how bright the bulb that dangled from the ceiling was, how
it did not cast long shadows on the wall like the palm oil lamps back
home. His mother would be preparing the evening meal now, pounding akpu
in the mortar, the pestle grasped tight with both hands. Chioke, the
junior wife, would be tending the pot of watery soup balanced on three
stones over the fire. The children would have come back from the stream
and would be taunting and chasing one another under the breadfruit tree.
Perhaps Anulika would be watching them. She was the oldest child in the
household now, and as they all sat around the fire to eat, she would
break up the fights when the younger ones struggled over the strips of
dried fish in the soup. She would wait until all the akpu was eaten and
then divide the fish so that each child had a piece, and she would keep
the biggest for herself, as he had always done.”
Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)
*************************
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het tweede van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
« Arnhem, 4 mei 1996
Lieve Stefan,
Love is the same old situation… Hoe zijn jouw de eerste werkdagen in de regen bevallen? Is our romance to continue? My love is mellow and my hopes are strong…
Dit
wordt voor mij een heel relaxte dag om thuis wat op mijn dooie gemak te
klungelen. Het is zo’n dag om uit te slapen, maar in dit jaargetijde
gaat mij dat nu eenmaal slecht af. Gisteren was ik in Entre Nous en ik
was pas om 4.00 uur thuis en dan vanmorgen toch weer om 8.00 uur op.
Eerder zelfs.
(Rob
heeft er ook meteen werk van gemaakt bij Ravage. Nog iets op de harde
schijf gevonden ? Wat nemen ze het hoog op, Kenan, snap jij dat nou ?
Omdat het vlak bij mij is? Ja, Toronto is ook vlabij, Kenan.)
Je kunt wel stellen dat de dag om 8.11 uur is begonnen te werken.
Weet
je, Stefan, dat ik gisteren een fiat heb gekregen van de coordinator
van Paradox ? Of was het een Fiat Jeffrey ? Als jij me kust, Stefan, kan
de rest van de wereld kapotvallen, wist je dat al?
Captain
Jack. Op Volkel starten een paar F 16’s, Yarci. De piloten denken dat
hun opdracht strikt vertrouwelijk is, want ze weten niet meer dan :
Maastricht. “Spanje heeft Nederland de oorlog verklaart”, zegt Yarci
tegen Raphaël.
Villa Franca. De boordcomputer.
Rihad : Nederland wil binnenkort meer olie importeren.
Den Haag : Mimnister Zalm heeft aangekondigd dat een verhoging van de gasprijs noodzakelijk is.
Bette Midler : To deserve you, Arie, moet nog een hit worden. Trendy Arie. Charmant, nietwaar?
Psalm 149:5, Bart.
Tot zover deze lezing.
Dat was net een variant van Jurriaan met Arie en Pim, Bart. Die zaken moeten toch wel iets met viriliteit te maken hebben.
Fokker
had gewoon aan een overname van Antonov moeten denken in plaats van aan
een overname dóór DASA. Laten wij de les leren die deze ervaring ons
biedt en overgaan tot de orde van de dag misschien kan DASA alsnog zelf
Antonov overnemen ).
Çiller tegen haar minister van cultuur : “Wat lees jij tegen-woordig ?” – “Verveel je je, Tansu?” –
Amsterdam : Nordholt vindt dat politie voorbeeld kan nemen aan Colombiaanse collega’s.
Bill tegen Hilary : “Dat proberen ze al te analyseren, dear. Dat proberen ze al.”
Wij moeten naar de Aldi, Kenan. 11.32 uur. Daar waren ze alert: LB SF 93. Wij moeten naar het park, Kenan. Eendjes voeren.
Vorige week om deze tijd was ik net van Cor terug…gesprek met Lies over Raphaël.”
Zonder begeerte, zonder hoop op beloning, ook niet uit angst voor straf, de roekeloze, de meedogenloze schoonheid
te fixeren waarin leegte zich meedeelt, zich uitspreekt in het bestaande.
Laat de god die zich in mij verborgen houdt mij willen aanhoren, mij laten uitspreken, voor hij mij met stomheid slaat en mij doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.
Bij herhaling blijkt het zelfs…
Bij herhaling blijkt het zelfs goed om te zijn in de werkelijkheid;
maar voor een gedicht is het meestal
niks. Bronmos markeert wel de plaats waar zich de bron bevindt, maar tevens talloze andere plaatsen waar van een bron allang geen sprake meer is,
laat staan van mos. Zo gaat het ook met bronnymfen en vinders van bronnen, met makers van verzen en met slagen van wieken langs de hemeltergende knechtende hemel.
Net als ik zeg
Net als ik zeg: er is niets meer, ik ben niets meer, hoor ik wat.
En het begint weer helemaal opnieuw: daar heb je mij weer.
Als ik het zelf niet was, help jij mij dan zeggen wie ik ben.
Hans Faverey (14 september 1933 – 8 juli 1990)
*************************
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die
de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold
na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch
flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de
kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te
publiceren. Vandaag volgt het tweede van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Dinsdag 4 juni 1996, 0.18 uur.
Liefste Stefan,
Terug van de Kringavond. Voor het eerst heel
“lieve” gevoelens voor Wil, die onder het rondje dan ook diverse
keren zelf lief mijn kant op keek,
Daarvoor zag ik kans toch nog even naar jou, Steefje,
te bellen om je succes te wensen morgen, Je had bij je moeder gegeten om, 19,00
uur, was je daar natuurlijk nog niet van terug.
De Europese Ariane 5 start vandaag. Kosten : 10
miljard. Vooruitbesteld zijn echter al 14 stuks. Er gebeurt dus toch nog wat in
de ruimtevaart.
Citaat Alex : “Het prachtige van hoger bewustzijn
is dat wat het beste voor jou is, het beste voor ieder ander is.” Alex is
een zeer bijzondere man.
Ander citaat : Als je op het vierde of een hoger
niveau gaat leven, verandert je stralend innerlijk wezen op een creatieve wijze
de gevoelens en handelingen van de mensen en de vibraties van de situaties
waarmee je in contact komt. Je geeft ze het grootst mogelijke geschenk – je
stemt je af op de mooie plek in hen, die achter hun
lager-bewustzijns-spelletjes ligt. Je hebt een harmonieus contact met ze, op
het vierde niveau, waar zij zuivere liefde zijn. En dit kan zelfs gedaan worden
met niets meer dan een liefdevol oog-in-oog-contact of een glimlach.
Hier staat beschreven wat er – in elk geval tussen Wil
en mij -gisteravond gebeurde. (het is 01.14 uur)
Ik hoorde trouwens een wat beklemmend gesprek in een Turkse
supermarkt hier in het Spijkerkwartier over twee broers die bij een aanslag of
iets dergelijks om het leven waren gekomen. De COOP was namelijk wegens een
verbouwing gesloten en ik moest mijn kipfilet ergens anders vandaan halen.
Morgen nog eens nagaan of het de Türkiyem Market was
of een andere. (2.48 uur) Terug van een wandeling door deze kant van het
centrum. Bij de Rabobank : “Bestellen Sie dem Stefan schöne Grüße!“ Daarna mijn weg langs V
en D, van Dam (sic) vervolgd. Via het politiebureau en de Damstraat weer terug
naar mijn bankje in het park. Om deze tijd rijden er praktisch alleen nog
taxi’s. En behoorlijk wat. Mercedes-Benz is het wat de klok slaat.
Het blijkt een slapeloze nacht te zijn. Een nacht om
te werken, Stefan.
Wist je al, Kenan, dat Zuid-Korea een licentie wil
hebben van Mercedes-Benz ? De eerste serie plannen ze natuurlijk in decent
legergroen. Ach, ja, je roddelt wat af in zo’n nacht na volle maan…
Arie ! Ik lees nog steeds Kundera en vraag mij plotseling bij hoofdstuk 4 af of jij je met Tereza identificeert, want jij werkt nu zelf dan wel niet als serveerster in een restaurant, maar wel als ober in een café…?”