Olga Grjasnowa, Norbert Krapf, Ted Berrigan

De Duitse schrijfster Olga Grjasnowa werd geboren op 14 november 1984 in Baku  Azerbeidzjan. Zie ook alle tags voor Olga Grjasnowa op dit blog.

Uit: Der verlorene Sohn

„Sommer 1839
An jenem letzten Morgen seines alten Lebens wurde Jamalludin von seiner Mutter geweckt. Sie kam zu ihm ins Zimmer, setzte sich an sein Bettlager, und Jamalludin wusste, dass sich etwas Unwiederbringliches ereignet hatte. Er spürte Patimats Körperwärme, wollte sich an sie kuscheln, seine Sorgen durch ihre Berührungen vertreiben lassen. Ihre Hand fuhr durch sein Haar. Er hörte das vertraute Klirren ihrer Armbänder, spürte ihre Haut, ihre Liebe. Gierig sog er Patimats Geruch ein und blieb da-bei unbeweglich liegen, eingewickelt in seine Decke. Er glaubte, so die Zeit anhalten zu können. Das Unaus-weichliche hinauszögern. Dennoch wollte er das sein, was alle Welt von ihm erwartete: ein Mann. Was das war, war ihm bereits mit neun Jahren nur allzu klar. Aber noch lieber wäre er heute ein kleiner Junge geblieben, hätte seine Mutter niemals losgelassen. »Du musst stark sein, mein Kleiner. Sei stolz. Sei mein Stolz. Sei ein Sohn deines Vaters«, flüsterte Patimat ihm ins Ohr. »Es ist nicht Rir lange. Du wirst bald wieder bei mir sein.« Patimat war die Mutter zweier Söhne, von denen einer heute den Russen als Pfand für die Dauer der Verhandlungen zwischen dem russischen Heer und den Gottes-kriegern des Imam Schamil überlassen werden sollte. Schamil war es Jahre zuvor gelungen, zum ersten Mal zahlreiche kaukasische Stämme zu vereinen und sie vom heiligen Kampf, dem Dschihad, gegen Russland zu über-zeugen. Bisher galt Schamil als unbesiegbar, ein Held seiner Zeit. Sein Mut und die entgegen aller Wahrscheinlichkeit errungenen Siege waren legendär. Seine Frau war jung, gebildet und schön, auch wenn das kaum noch jemand sah. Jetzt legte sie die Hand auf den Rücken ihres ältesten Sohnes und wartete auf etwas, das nicht passierte. Jamalludin ließ diesen Augenblick ebenfalls verstreichen und richtete sich schweigend auf. Er hatte verstanden. Patimat legte seine Kleider neben ihn und strich sie glatt. Sie waren schneeweiß, obwohl alles um sie herum voller Dreck war oder vielleicht gerade deswegen. Es waren die Kleider, die sie einst für den Tag des Sieges über die Russen zurückgelegt hatte. Jamalludin war ihnen fast entwachsen. Sie half ihm, sich anzuziehen, obwohl sie sich selbst kaum noch bewegen konnte. In wenigen Wochen erwartete sie ihr drittes Kind. Die Schwangerschaft hatte ihre Gesichtszüge weich werden lassen, ihre Bewegungen lang-sam und schläfrig. Ihre Augen waren genauso olivgrün wie seine: »Du kannst deinen Dolch mitnehmen, aber hüte dich davor, ihn gegenüber deinen Wächtern zu benutzen. Sie sind unsere Feinde, aber du solltest sie nicht provozieren.« Patimat hielt inne, als ob sie selbst vor dem von ihr Gesagten erschrocken wäre, und fuhr dann entschieden fort: »Sie werden dich gut behandeln.“

 

Olga Grjasnowa (Baku, 14 november 1984)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november 1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

Horses Munching Grass, Blue Field, Evening

A brown and a black horse
munch grass close together
in a field below mountains

as the evening turns shades
of blue. The mountains are dark blue.
The sky stretched above is pale blue.

The only sound is the ripping of grass
by the horses’ teeth. I am not close
enough to hear this sound now,

but it resounds in my head because
two days ago these same two horses
came up to this casita right

across the fence as I stood watching
and happily listening on a balcony
as they ripped and munched grass.

The sound of brown and black horses
munching green grass in a blue field
below mountains with a thin strip

of white clouds skimming the top
of the mountains and white-blossoming
weeds in the foreground is a painting

framed in my mind which I will carry away
with me when I drive down from the mountains
where a part of me remains as eye and ear.

 

Northern New Mexico Night
for Katherine

You come into the presence
of this place so remote
in its quiet beauty,
a voice gentle in its insistence

on what is right but not obtrusive,
like one of the countless stars
in the northern New Mexico night
that sends its delayed light

toward me, as I look out the window,
from millions of years ago
but nonetheless fully present
in ways I do not fathom.

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

De Sonnetten: I

Zijn doordringende pince-nez. Een vage fries
Handen wijzen naar een vage fries, in de donkere nacht.
In het boek van zijn muziek zijn de hoeken recht gestreken:
Die hun aanwezigheid te danken hebben aan onze slapende handen.
Het ossenbloed uit de handen die spelen
Voor vuur voor warmte voor handen voor groei
Is er ruimte in de kamer waar je in huist?
Op zijn gestructureerde graf:
Toch betekenen ze iets. voor de dans
En de architectuur.
Heen en weer gaan tussen incidenten
Kan onheilspellend voor hem zijn
Wij zijn de slapende fragmenten van zijn hemel,
Wind die aanwezigheid verleent aan fragmenten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Berrigan (15 november 1934 – 4 juli 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2020  deel 1 en ook deel 2 en ook  mijn blog van 14 november 2018 en eveneens mijn blog van 14 november 2015 deel 2.

Frank Westerman, Timo Berger

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

Uit: De kosmische komedie

“‘s Werelds eerste ruimtewandelaar is de zoon van een mijnwerker. Terwijl zijn vader zich in onderaardse schachten laat zakken, stijgt Aleksej Leonov door de ijle atmosfeer omhoog. Anders dan de hemelvaart van Christus is zijn ruimtereis goed gedocumenteerd. Er zijn beelden van.
Een R7-raket tilt kosmonaut Leonov in een baan om de aarde. Gewichtloos suist hij rond de planeet. Door de patrijspoort van zijn schip ziet hij zestien zonsopkomsten en zonsondergangen per etmaal. De Siberiër is de dampkring uit geschoten met een geheime missie. Op 18 maart 1965 om halftwaalf ’s ochtends (Moskouse tijd) krijgt hij het bevel de sluis binnen te gaan. De stem die hem dit opdraagt is afkomstig uit een naaldbos op aarde. ‘Zarja’ luidt de codenaam van de vluchtleider. ‘Dageraad’.
Aleksej, 31 jaar oud, wringt zich vanuit zijn stalen capsule in de ‘harmonicasluis’: een opblaasbare slurf met aan het uiteinde een luik. Eenmaal in dit rubberen aanhangsel moet hij vijftig minuten acclimatiseren om te voorkomen dat er stikstofbelletjes in zijn bloed opborrelen, zoals bij duikers die te snel naar het oppervlak komen.
Zijn hartslag loopt op van 86 naar 95 en schiet bij het commando ‘Open het luik’ naar 150. Verhit en nat van het zweet, met op zijn rug een zuurstoffles, perst Aleksej zich naar buiten. Dan gulpt zijn witte gestalte het luchtledige in. Zonder van de zijde van zijn moederschip te wijken, zweeft hij vrij door het heelal, nog slechts verbonden door een navelstreng.

Diep onder hem schuift de kustlijn van Noord-Afrika voorbij, even later gevolgd door die van Turkije en de Krim. Het is bewolkt boven delen van de Kaukasus.
Er klinkt gejuich in het ondermaanse. ‘Wat u heeft volbracht, gaat de meest drieste verbeeldingskracht te boven,’ verklaart het Kremlin. Kameraad Leonov heeft ‘stoutmoedig de deur naar de kosmos opengezet’.
Generaties aardlingen hebben naar deze doorbraak uitgekeken. Meer nog dan een Sovjetonderdaan met de letters cccp op zijn helm is Aleksej een afgezant van ons allemaal. Het ‘binnendringen’ van de ruimte door een lid van de wereldbevolking overstijgt de prestigeslag tussen Oost en West. Door de bewegingen van zijn ledematen, iets tussen trappelen en zwemmen in, lijkt het alsof Aleksej in een worsteling is verwikkeld.
Stak Joris de draak dood, kosmonaut Leonov gaat het duel aan met God. De inzet: wie zal er voortaan over de hemel heersen?
Amper heeft Aleksej het strijdtoneel betreden of hij krijgt een klap te verwerken. De hemeltroon laat zich niet zonder slag of stoot bestijgen. In het vacuüm van de kosmos zet zijn pak verder uit dan voorzien. Zijn handen reiken niet meer tot in zijn handschoenen, zijn voeten niet meer tot in zijn laarzen. Buiten de harmonicasluis zwelt de mijnwerkerszoon op tot een bandenmannetje van Michelin.”

 

Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog.

 

Café Livros

Boven is de favela nog steeds een stad
van God – ik beweeg me
op zeeniveau, van de moeder van Giselle
naar Marisí, waar de Cine Club Leblon
elke eerste dinsdag van de maand
in de landelijke kleuren van een

Bulgaarse cineast zwelgt
verder alleen bistro’s, dure cafés
een donkere, in eikenhouten vaten gerijpte
suikerrietschnaps bij Livros
Ipanema. Geen boekhandel
zonder tapkast, nooit meer

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2018 en ook mijn blog van 13 november 2017 en eveneens mijn blog van 13 november 2016 deel 2.

Daniël Dee, Hans Magnus Enzensberger

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

Varkens kunnen niet vliegen

buiten dit slachthuis schreeuwen brutale kinderen
na één koekje gaat de trommel dicht actiegroep
na actiegroep trap in de hondenpoep mayonaise
en een strippenkaart staat garant voor een weerpraatje
in de tram waar de ramen met condens beslagen zijn

mijn verleden gaat jullie geen bal aan

hierbinnen heeft het slagersmes een duidelijk omschreven functie
zoals ook mijn witte schort mijn witte muts en de kadavers aan de haken
een duidelijk omschreven functie hebben

het bloed stroomt in de daarvoor bestemde geulen

ik sta buitenspel

elk beest been ik uit en uiteindelijk zelfs mezelf
varkens kunnen niet vliegen

 

Huidige opinie

Eigenlijk hadden ze die vlag niet moeten ophangen,
maar het stadsbestuur.

Wie?
-De Jonge Socialisten.
-Jonge Socialisten? Bestaan die dan nog?
-Jazeker, ze zijn nog volop aanwezig.
-Zitten ze dan in een reservaat?
-Nee, ze timmeren aan de weg.
-Doen ze dat met hamer en sikkel?
-Nee, ze gebruiken de noodklok.
-Wanneer klinkt die noodklok dan?
-De noodklok slaat om vijf voor twaalf.
-Hoe klinkt die noodklok dan?
-De noodklok klinkt van één voor het dromen twee voor het
denken drie voor het doen.
-Waar gaat dat dan over?
-Over het verlangen naar passievolle bestuurders.
-Wat is dat toch een lelijk woord: passie.
-Ja, en datzelfde geldt voor draaigedrag.
-Want dat willen ze ook?
-Nee, juist niet meer.
-Wat doen ze daar dan aan?
-Ik zag ze laatst een vlag ophangen aan een toren.
-Die waait toch met alle winden mee.
-Ja, die waait met alle winden mee.
-En dat noemen ze een goed verhaal?
-Ja, dat noemen ze een goed verhaal.

 

Gedicht

De Hema biedt allerlei mogelijkheden om
de foto’s die ik stiekem van je nam
– hete zomer waterkant bikini bovenstukje af –
af te drukken tegen redelijke prijzen
op mokken klokken canvas kalenders agenda’s en kerstkaarten
– mijn slaapkamer heb ik reeds met jou behangen –
maar helaas niet de mogelijkheid
om de genomen foto’s veilig op te bergen
in een kluis van lood op de bodem van de oceaan
voor latere generaties of buitenaardse rassen
die jouw schoonheid net zo kunnen waarderen als ik
omdat ze net zo ver geëvolueerd zijn

 

Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Het somnambulistische oor

Hoe moet je ooit weer inslapen,
wanneer in het godverlaten uur,
voordat het licht wordt,
het huis klopt en schraapt,
als je het hoort mompelen
achter de muur?

Deze schoten komen uit een film
waar niemand naar kijkt,
of sterft er iemand in het trappenhuis?
Iets koert waar geen duif leeft,
iets kreunt – een oude koelkast,
of een paar allang verdwenen geliefden.

Het gas sist in de ventielen.
Zwaar meubilair wordt verplaatst.
Er druppelt iets. De stoom tikt.
Het water klettert door de leidingen.
Wie drinkt, wie neemt een douche,
wie ontlast zich?

En als het eindelijk stil is –
het huis houdt zijn adem in van angst -,
hoor je iets zoemen,
bijna voorbij het hoorbare,
spookachtig dun als de glinsterende ring
van een niet te stoppen teller,

die in het donker draait.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn blog van 12 november 2018 en ook mijn blog van 12 november 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Der Herbststurm (Johann Ludwig Uhland), Hans Magnus Enzensberger

 

Bij Sint Maarten

 

St. Martinsumzug in der Düsseldorfer Altstadt door Hubert Ritzenhofen (1879–1961)

 

Der Herbststurm

Der Herbststurm braust durch Wald und Feld,
die Blätter fallen nieder
und von dem dunklen Himmelszelt
sehn schwarz die Wolken nieder.

Sankt Martin reitet dann sein Pferd
so schnell die Wolken eilen;
in seiner Rechten blitzt das Schwert,
die Nebel zu zerteilen.

Das Schwert, womit als Reitersmann
den Mantel er zerschnitten,
den er geschenkt dem armen Mann
und weiter ist geritten.

 

Johann Ludwig Uhland (26 april 1787 – 13 november 1862)
Maaswerkvenster met St. Maarten aan de Stiftskerk in Tübingen. Uhland werd in Tübingen geboren.

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Creditur

Zoals toen ook
elke indiaan
kwam op het idee van iets
kan minder dan niets zijn
de Grieken in staking.

Al het pure niets
heeft het in zich.
Buikpijn
voor metafysici.
De nul uitvinden
was geen kattenpis.

Zelfs de geleerden van God
zat er niet lekker in.
Er werd gezegd
een verzoeking van de duivel.

Dit moeten natuurlijke getallen zijn
riepen de twijfelaars,
min één, min een miljard?

Alleen degenen die geld hadden
en heel weinig van hen
hij was niet bang:

Schulden, afschrijvingen,
dubbel boekhouden.
De wereld is verdisconteerd.
Rekenkunde – een hoorn des overvloeds.

We hebben allemaal krediet
zeiden de bankiers.
Een kwestie van geloven.

Sindsdien wordt het groter
wat is minder dan niets.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn blog van 11 november 2018 deel 1 en ook deel 2. en eveneens deel 3.

Jan van Nijlen, Werner Söllner

De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan van Nijlen op dit blog.

 

Voor hem die al dees dagen

Voor hem die al dees dagen, zonder bate
voor zijn verdriet, zijn eigen ik ontvlood,
en langs de huizen liep met kaken rood
van drift en pijn in ’t harte bovenmate;

Voor hem die, wankel, in zijn trotse nood
de moed niet vond om ’t leven zelf te haten,
die beedlaars tegenkwam langs gore straten
en hun niet gaf hun luttel dagelijks brood;

Voor hem is reuk van rotte blaren zoet,
en d’avondwind een vriendelijke streling,
als ’t laatste licht in sombre lucht verbloedt;

want hij, die al wat troost brengt heeft gemist,
wordt in dit uur zo liefderijk een heling:
uw nacht, oktober! en uw smoorge mist.

 

Vreugd en vrede

De vreugde is ’t gevoel van de nakende morgen
En tooit elke stond met haar innige lach,
Evenals de vrede, na werken en zorgen
De weemoed versiert van de kwijnende dag.

Wie vreugde nooit eenzaam des morgens liet marren,
Hem zijn alle wondren begrijplijk en klaar;
De stilte der aarde, de schoonheid der starren
Maakt vrede des nachts aan ons hart openbaar.

O vreugde, kom ’s morgens al dansend getreden,
En wek mij met zangen, dat steeds aan mijn zij
Uw lach moge klinken! Maar gij, zachte vrede,
O ga, als het schemert, mijn huis niet voorbij!

 

Aan Platen

Hij die der schoonheid hoogste wetten prees,
de al-heerlijkheid van ’t koninklijke woord,
en ’t laffe volk met angstige twijfel-vrees
vervuld, begeesterend heeft aangespoord

om trotsch te stijgen waar zijn hand naar wees,
hij kon alleen in muzikaal akkoord
verbeelden, wen de schim der stad verrees,
het venetiaansche beeld in ’t duitsche woord.

Hoe ruischt zijn rytmus mijne onmacht toe!
wanneer ik, landend aan dit eenig strand,
met droeven angst mij afvraag waar of hoe

ik klanken vinden zal om te verwoorden
wat hij zag en verkondigde zijn land
in blijden echo, een nog nooit gehoorden.

 

Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

 

z. t.

Leg de pen neer, alles is
gezegd. De hond aan je voeten, een warm
zakje dat af en toe zucht omdat jij
er nog bent. Op de planken achter je woorden, woorden
woorden. Wanorde en wonderen. Vervulling
en leegte. Je hebt zoveel gesproken en niets
gezegd. Niets over de waarheid, over de vergissing
nog minder.

Voor het raam schreeuwt een merel alsof hij is losgelaten
uit de hel. Zon en aarde, een oud
paar, bij elkaar gehouden slechts door de aantrekkingskracht
van de angst voor elkaar. Of uit de schoot van het zwijgen
de ijzige adem van het geluk nog eens terugkeert?

Maak je geen zorgen, kleine vogel. En niet
getreurd. Om niets en om niemand. Sneller
dan je kunt vergeten zal het huis
leeg zijn. De laatste spullen klaar om op te halen
aan de straat. Ook om jou, kleine
Chimaera in het heelal, treur niet. Geen god, een
gloeiende klomp ijs achtervolgt je.

Niets, droomt
de hond, is gezegd. Hij zegt, dat alles
gedroomd is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Söllner (10 november 1951 – 19 juli 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn blog van 10 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Lloyd Haft, Anne Sexton

De Nederlandstalige dichter, vertaler en sinoloog Lloyd Lewis Haft werd geboren in Sheboygan, Wisconsin, op 9 november 1946. Zie ook alle tags voor Lloyd Haft op dit blog.

 

Pompoenensoep (Peking)

‘Een leger loopt op zijn maag’; droomvrachtwagens
glibberen over de bodem
van een kom kokend vocht.

En het meisje op de berm maar
kijken: zichzelf in legerpak,
het onverharde kruispunt. September,

bij stille zon: pompoenentijd,
stil zoals een vrachtwagen
slingert, stof stuift, zoet smaakt…

komen ze, de dragers: de ongelofelijke
opeenvolging van echte kinderen,
ieder met zijn handen om een kom.

 

Naar psalm 49

Is dit wijsheid?
Zal dít het akoord overstemmen
van de snaren van mijn hart
wanneer ik naar u hoor en mijn hart
klaart en opengaat? –
‘De mens is gelijk de dieren, die vergaan.’
Moet ik dát vertellen aan de geslachten?
Ik luister liever.

 

Flatgebouw

Het gerucht gaat
dat onder deze huizen
nooit is geheid.
Wind als fundament –

vlagen uit een tijdstroom
neergehaald, de grond in
gevouwen, vast veen
geworden onder vederlicht beton.

Heel soms, ’s nachts, veert
krachtig dat hoekige

terug, maakt plooien
in slopen, krast dwars

boven door de wangen
van een mens die slaapt.

 

Lloyd Haft (Sheboygan, 9 november 1946)

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

 

Anna die gek was

Anna die gek was,
Ik heb een mes onder mijn oksel.
Als ik op mijn tenen sta, tik ik berichten uit.
Ben ik een soort infectie?
Heb ik je gek gemaakt?
Heb ik de geluiden wrang gemaakt?
Heb ik je gezegd uit het raam te klimmen?
Vergeef. Vergeef.
Zeg niet dat ik dat deed.
Zeg niet.
Zeg.

Spreek Maria-woorden in ons kussen.
Neem mij de slungelige twaalfjarige
in je verzonken schoot.
Fluister als een boterbloem.
Eet mij. Eet me op als slagroompudding.
Neem mij op.
Neem mij.
Neem.

Geef me een rapport over de toestand van mijn ziel.
Geef me een volledige verklaring van mijn acties.
Geef me een Jan-op-de-preekstoel en laat me meeluisteren.
Zet me in de stijgbeugels en laat een reisgezelschap door.
Nummer mijn zonden op de boodschappenlijst en laat me kopen.
Heb ik je gek gemaakt?
Heb ik je oortelefoon opengedraaid en er een sirene doorheen laten gaan?
Heb ik de deur geopend voor de besnorde psychiater
Die je naar buiten sleepte als een gouden kar?
Heb ik je gek gemaakt?
Schrijf mij vanuit het graf, Anna!
Je bent niets anders dan as, maar toch
pak de Parker Pen die ik je heb gegeven.
Schrijf me.
Schrijf.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn blog van 9 november 2018 en ook mijn blog van 9 november 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Joshua Ferris, Anne Sexton

De Amerikaanse schrijver Joshua Ferris werd op 8 november 1974 in Danville, Illinois, geboren. Zie ook alle tags voor Joshua Ferris op dit blog.

UitA Calling for Charlie Barnes

“Steady Boy woke, showered and spritzed, skipped breakfast for the time being, and headed in to work. Oh, what a glorious morning! Maybe. The weather in the basement was unknown. The computer required waking. Made its little nibbling noises when stirred from its slumber, said its staticky hellos. The old office chair. The cold basement damp. Steady Boy had a desk calendar from 1991, a letter opener in the fashion of a gem-encrusted rapier, a ratty-ass Rolodex, and at his feet a rug. The rug, however, made moving around in the roller chair a living hell. So a sheet—listen to this. This is a true story. A sheet of stamped plastic specifically designed to facil-itate the easy rolling of roller chairs in challenging terrain was purchased from Office Depot some years hack by Steady Boy—Steady Boy? No one had called him that in thirty, forty years. Back then, Charlie Barnes had found it hard to keep a job, either because the pay was bad, or the boss was a dick, or the work itself was a pain in the ass, and someone, an uncle, probably, dubbed him Steady Boy and the name stuck, the way “Tiny” will stick to a big fat man. Steady Boy’s knocking off early again, Steady Boy’s calling in sick… that sort of thing. The paying gig that another man considered manna from heaven was for Steady Boy an encroachment on private land. Ile valued his freedom. lie enjoyed his sleep. He liked to read the funny pages at his leisure. So much for all that. Steady Boy was Mr. Charles A. Barnes now, sixty-eight years old that morning, a small businessman and father of four, and likely to live forever.
Ah, but it was all pretense and fakery. He was a big fat fraud! Shouldn’t think like that, but it was true. Goddamn it was, certainly where his teeth were concerned. Other areas, too. His achievements, his…framed certificates. Big deal! He hadn’t even finished college. Hang that up on your wall, Steady Boy. Failure number one, as far as he was concerned: no college degree. Failure number two: all the times he lied about having a college degree. Failure number three: all, screw this. (Failure number three was his reluctance to look back too long.) He was too proud and too pressed for time to be reviewing all his damn failures. We’d be here all year. Steady Boy didn’t have a year. Steady Boy had cancer, that’s what he had.
But hey, not just any cancer. The big kahuna of cancers: pancreatic. Heard about that one? Cancer of the pancreas is the piano that falls from the sky. You have time to glance up, maybe. Then, splat! Like a bug on the cosmic grille. His achievements—ha! He’d spent half his life prepping the next big thing. It never panned out. Steady Boy did not, in fact, have a hard time holding down a job. He just never wanted to be a sucker, a schlub, or a midlevel this or that. Like anyone, he had hoped to make a killing, become a household name, live forever. Well, he would not, now. That was just a done deal. We really need to stop calling him Steady Boy. Good God, he thought first thing as he took a seat at his desk, the failures! All the marketing materials he still had somewhere, still shrink-wrapped. Bales of the stuff. Beautiful four-color trifold brochures in service to nothing now, nothing.”

 

Joshua Ferris (Danville, 8 november 1974)

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

 

VANUIT DE TUIN

Kom, mijn geliefde,
denk aan de lelies.

Wij zijn kleingelovig.
Wij praten te veel.
Doe je mond vol woorden weg
en kom met me mee om te zien
hoe de lelies zich openen in zo’n veld,
waar ze groeien als jachten,
hun bloemblaadjes langzaam besturen
zonder verpleegsters of klokken.
Laten we denken aan het uitzicht;
een wit huis waar witte wolken
de modderige zalen versieren.
Oh, doe je goede woorden weg
en je slechte woorden. Spuug uit
je woorden als stenen!
Kom hier! Kom hier!
Kom, eet mijn heerlijke vruchten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e november ook mijn blog van 8 november 2018 en eveneens mijn blog van 8 november 2015 deel 2.

In Memoriam Anton Valens

 

In Memoriam Anton Valens

De Nederlandse schrijver en schilder Anton Valens is gisteren op 57-jarige leeftijd overleden. Anton Valens werd geboren op 17 januari 1964 in Paterswolde. Zie ook alle tags voor Anton Valens op dit blog.

Uit: Het compostcirculatieplan

Max keek hem priemend aan. ‘Je bedoelt dat je je gaat verhangen? Hè­è­è, eh­è.’
‘Nee man. Ik bedoel dat ik er een eind aan maak en iets anders ga doen als ik mijn bekomst heb. Ik speel ook trompet, weet je niet, in een dweilorkest…’
Zelf bleef ik ook niet onbewogen onder de tepels. De donkerbruinpurperachtige spenen, spekkig als geblakerd octopusvlees, oefenden een fascinatie op me uit. Maar als opzichzelfstaande wezens, volstrekt los van de jonge stratenmaker. Tepelparen hebben net als ogen en koplampen in onze ogen vaak een emotionele uitdrukking; dat van Herman had iets uitermate sulligs en oerliefs tegelijk. Ik wou er met de binnenkant van mijn hand langsstrijken, om ze in de holte van mijn palm te laten drukken, ze een beetje door te buigen en terug te laten veren. Ik wou ze induwen en dan weer zien opspringen. Aan ze snuffelen. Zouden er vrouwen bestaan met zulke tepels? Die van Valeska waren niet voor de poes, maar ze misten dat – hoe zeg ik het? – viriele, dat rechtop gaande…
Herman vond het niet vervelend in het middelpunt van de belangstelling te staan. Jens maakte van de stilte gebruik hem te vragen: ‘Nu we toch zo aan het boren zijn: heb je ook kinderen?’
Hij had er drie, meldde hij niet zonder trots.
‘Hij heeft ook slangen,’ onthulde Max tactisch. Ik schrok op uit een semicomateuze toestand. ‘Slangen? Wat voor slangen?’
Op ingehouden, bestudeerd terloopse toon deed Herman uit de doeken dat de trompet niet zijn enige liefhebberij was. Hij verschafte ook, op zolder, onderdak aan een duistere menagerie, die bestond uit meterslange, gruwelijk dikke wurgslangen, leguanen en vogelspinnen.
‘Mogen ze weleens vrij rondkruipen?’ vroeg ik. ‘Of zitten ze voor eeuwig gevangen?’
Herman ontdooide nog een graad. Weliswaar bleef hij hardnekkig naar het formica tafelblad turen, maar zijn stem werd helderder en een piezeltje minder brommerig.
Jens riep: ‘Lieve hemel, Herman, hoe krijg je het voor elkaar? Je werk als opzichter in Eemnes, je vrouw en kinderen, klussen, je dweilorkest; en dán nog eens die beesten op zolder – wat een verantwoordelijkheden! Ik bewonder je, dat meen ik uit de grond van mijn hart. Wat een energie! Wat een discipline! Bravo!’
Zo smeerde hij de jonge stratenmaker honing om de mond en die accepteerde de pluimstrijkerij, een superieur trekje om zijn lippen. ‘En school niet te vergeten…’
‘Ga je óók nog naar school?’
‘Hij gaat verder met doorleren, net zolang tot-­ie alles weet,’ verklaarde Max droogjes, ‘dan krijgt-­ie een diploma, want dan weet­ie alles. Dan is­ie een allesweter. Hè­è­è, eh­è.’
Herman stak de brand in een Camel filter en stelde zelfverzekerd vast dat hij inderdaad een bestaan leidde dat je kon kenschetsen als boordevol.
Jens merkte quasiluchtig op: ‘Het hoofd van de afdeling sierbestrating van tuincentrum Stavasius heeft ook van die grote tatoeages.’

 

Anton Valens (17 januari 1964 – 7 november 2021)

Georg-Büchner-Preis 2021 voor Clemens J. Setz

Georg-Büchner-Preis 2021 voor Clemens J. Setz

Eergisteren heeft de Duitse schrijver Clemens J. Setz in Darmstadt de Georg-Büchner-Preis in ontvangst genomen. De Georg-Büchner-Preis is de belangrijkste literaire prijs in Duitsland en het Duitse taalgebied. De Deutsche Akademie für Sprache und Dichtung is verantwoordelijk voor de toekenning. De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

Uit: Die Bienen und das Unsichtbare

»Mustafa, du wurdest in Somaliland geboren, ein Land, das offiziell nicht existiert. Mit wie viel Jahren bist du nach Schweden gekommen ?«
»Ich bin 1979 geboren. Nach meiner Geburt war ich fünf Minuten lang tot. Wir sind nach Schweden gekommen, als ich drei Jahre alt war, nach vielen Reisen, die meine Eltern unternahmen, in Somalia und auch außerhalb. Sie suchten nach Hilfe für mich.«
»Erinnerst du dich noch an deine Ankunft ?«
»Ja und nein. Ich habe noch etwa zehn Prozent meiner Erinnerungen von damals.«
»Wann konntest du zum ersten Mal kommunizieren ?«
»Mit fünf. Ich spielte mit anderen Kindern, und da war ein Lehrer, der gab mir Süßigkeiten und sagte: Komm in dieses Zimmer hier und lerne diese Bliss-Symbole. Heute bin ich diesem Lehrer enorm dankbar, denn zu diesem Zeitpunkt versuchte ich natürlich, zu sprechen wie alle anderen Kinder, aber es war kaum möglich.«
»Wie war es, als du zum ersten Mal Dinge sagen konntest ?«
»Es war nicht immer wie heute. Heute beherrsche ich die Symbole fließend. Mein Unterricht begann mit den Zeichen für Mann und Papa. Dann folgten die Begriffe Bruder, Schwester und so weiter.«
»Wie lange dauerte es, bis du sie fließend beherrscht hast ?«
»Zehn Jahre, tägliche Übung.«
»Träumst du heute in Bliss-Symbolen ?«
»Natürlich.«
»Und wie hast du begonnen, in ihnen zu dichten ?«
»Ich habe zuerst Gedichte gelesen, und später gewann ich Poesie immer mehr lieb, sie wurde zu einer Leidenschaft. Irgendwann begann ich, selbst Gedichte zu verfassen. Und wenn ich kurz für alle Somalis sprechen darf : Dichtung spielt in unserem Leben eine sehr zentrale Rolle. Es ist kein Zufall, dass der britische Reiseschriftsteller Gerald Hanley
geschrieben hat : Somalia ist das Land der Dichter.«

 

Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

Willy Vlautin, Werner Söllner

De Amerikaanse schrijver, muzikant en songwriter Willy Vlautin werd geboren op 7 november 1967 in Reno, Nevada. Zie ook alle tags voor Willy Vlautin op dit blog.

Uit: The Night Always Comes

“Kenny had his hands around her ankle and began pulling her from the bed. A small lamp on the dresser was the only light in the room and he stood over her in his Superman T-shirt and pajama bottoms. It was winter and a portable radiant heater in the middle of the room gave off little warmth, and his breath came out in small disappearing clouds.
Lynette woke suddenly and looked at the clock on the nightstand: three a.m. “I get to sleep for fifteen more minutes. So please don’t touch me or say anything until then.” She was thirty years old and got out of bed in ten-year-old sweats and wool socks, shut off the light on the dresser, and got back under the covers.
In the darkness his breathing grew louder.
“Go back upstairs,” she cried.
He began to whimper.
“Please,” she begged, but he didn’t stop. It only became worse, so she turned on the bedside lamp next to the alarm clock and looked at him. “Jesus, don’t start crying. It’s too early and I’m exhausted and you know I’m mean when I’m exhausted. But even so you come down here every morning when you know you’re not supposed to. Every morning it’s the same thing.”
His face was red and tears ran from his eyes.
“Come on, stop it. I’m too tired for you to cry. You have to let me sleep.” She pulled the sheet, the two blankets, and comforter over her head. From underneath she said, “You know the rules. You have to wait until the alarm goes off. That’s the rule. When the alarm goes off, you can come down. Not before. I’ve told you a million times. Just wait at the top of the stairs. Wait until you hear the alarm. We’ve talked about this over and over. Don’t you remember?”
Her brother shook his head.
“You remember, I can tell just by your breathing.”
Kenny shook his head but began to smile. He grabbed at her leg through the bedding.
She pulled the covers back. “Jesus, alright, okay, you win. But I’ll only get up if you brush your teeth.”
He shook his head.
“Your breath could kill somebody. Even in the cold I can smell it. Put on the clean sweats I set out, brush your teeth, and let me get ready for work. Okay?”
He shook his head.
“In five seconds I’m gonna get mad again.” She pointed to the stairs and finally her brother headed for them. She stayed in bed and watched as he walked away. He was thirty-two years old and gaining more weight each year. His body had become a pear. He was five feet ten inches tall and waddled when he walked. He had thinning brown hair and a growing bald spot on the crown of his head. He had monthly seizures and couldn’t talk but for the sounds that came out almost like words. The doctors said that he had the mind of a three-year-old. Sometimes that seemed too low and other times too high.”

 

Willy Vlautin (Reno, 7 november 1967)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

 

Kafka in het Münsterland

Alle kleine genieën en ook ik,
zoals wij, bijna onzichtbaar, onze gezichten
door de gangpaden dragen, achter de grijze
deuren verdwijnen, altijd elkaar bijna
belemmerend en verlegen om een excuus
voor een leven op het land. Een paar meter,
min of meer, garen op een spoel, niet
geschikt om mee te spelen. En de zorgzame vader
die ons laat begaan als we toevallig
rollen uit het stof van de ene hoek in het stof
van een andere: kleingeld, waarmee de wereld
betaald voor haar kleinste zonden. Moet hij
of moet hij ons uiteindelijk niet verwijderen
uit het huishouden, de Odradeks met losse
eindjes, die allemaal zus of zo, maar ook alleen
maar zus of zo met elkaar samenhangen, alleen
weet niemand de reden en de gevolgen?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Söllner (10 november 1951 – 19 juli 2019)

 

Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn blog van 7 november 2020 en eveneens mijn blog van 7 november 2018 en ook mijn blog van 7 november 2017 en ook mijn blog van 7 november 2015 deel 2.