A. F.Th. van der Heijden, Katha Pollitt

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: De ochtendgave

‘O, braverd. Had je niet voor deze ene keer een beetje te laat kunnen komen…’
‘Saartje, zoiets zeg je toch niet tegen de bruidegom.’ De stem van mijn schoonmoeder klonk ongewoon grimmig, maar dat lag aan de spelden die ze tussen haar lippen geklemd hield.
‘Wees blij dat ik er ben. Ik was vanmorgen al halverwege de klim naar de spits van de Stevens, toen ik me ineens herinnerde dat ik beneden moest zijn. In het schip. Om te trouwen.’
‘Ga maar’, zei Sara. ‘Ga maar bommen tellen. Ik zie je straks wel.’
‘Ik wacht buiten.’
Braverd. Om haar te imponeren had ik mijn weerzin tegen dode lichamen overwonnen, en was ik in lijken gaan snijden. Alles voor de toekomstige kostwinning. En om ook nog eens tegemoet te komen aan de onbezoldigde, onbaatzuchtige taken die ze in het algemeen belang voor me weggelegd zag, tartte ik nu dagelijks mijn hoogtevrees door in de hoogste torens van de stad te klimmen. Daar werd ik geacht net zolang Franse projectielen te turven totdat er een het behaagde mij voor eeuwig van mijn acrofobie te verlossen. Geen kadaver, geen granaat ging ik uit de weg tegenwoordig om Sara voor me te winnen. En hoe begroette ze me op de ochtend van onze huwelijksdag?
‘O braverd…’
Het Dietse werkwoord vertreden liet zich in al z’n rijkdom kennen. Ik vertrad niet zozeer mezelf op de stoep, als wel de uitgestrooide maagdenpalmen, die zich na mijn eerste vinnige stappen nog in al hun sappigheid verend oprichtten, maar allengs slapper en papperiger werden bovenop hun eigen groene afdruk. Mijn vader had al een paar keer het koetsportier geopend, om vragend zijn hoofd naar buiten te steken. Ik had hem met een ongeduldig gebaar opgedragen geduld te oefenen.
‘Casp… Caspar?’
Hoe kon ik zo schrikken van haar zachte stem, die me zo eindeloos vertrouwd was, vooral sinds hij ook in mijn hoofd zat wanneer zij elders verbleef? Ik draaide me om. Tussen de twee rijen ligusters in hun potten kwam Sara langzaam en aarzelend op me af. Ik wist niet wat de vrouwen nog aan haar jurk versteld of verschikt hadden, maar hij viel perfect, en liet door de hoge taille haar benen langer lijken. Geen idee wat voor gietijzeren frame de buurtsmid rond haar boezem gegoten had, maar onder de jurk staken haar borsten recht vooruit, met zijden toppen die het licht vingen. Het roodbruine haar leek een flinke teint lichter dan normaal, misschien doordat ze met een of andere geraffineerde zeep de talg van haar hoofdhuid gewassen had. Ik rook tenminste niets van de dierlijke geur die zich altijd tussen de haarwortels nestelde en die zich, nadat ik Sara een keer krachtig over het hoofd gestreken had, aan mijn vingertoppen had gehecht – tot nachtelijk genot van mijn reuk- en nog een ander orgaan.”

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Job

Erger dan de steenpuisten en zweren
en de stank en de verschrikkelijke vliegen
was het geklets: denk na.
Je moet iets hebben gedaan.
Dingen gebeuren met een reden.
Wie kaatst.

Zijn leven vervloog in een wervelwind van kamelen en kinderen!
Toch wist hij genoeg om zijn mond te houden
toen zijn huid roze werd als die van een baby
en ’s nachts lammeren de verbrande velden bedekten.
Mensen zeiden zelfs dat hij er langer uitzag
in zijn mooie nieuwe gewaden: zie je?
Als een deur sluit, gaan er twee deuren open.

Niemand wilde iets horen
over de regen of de vader
of leviathan die de diepten scheidt
aan de zwarte rand van de wereld
onder het koude blauwe licht van de Plejaden.

De nieuwe zonen waren sterk en stelden geen moeilijke vragen,
de nieuwe dochters mooi, met glasgroene ogen.

 


Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten van der Graaff, Katha Pollitt

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

LIJST MET CIVIELE LIEDEREN

Vanavond wil ik praten met een fascist.
Bij zwak licht en bier, over Europa
en over bazen, de bazen van bazen.
Het zal zijn of we in een saloon zitten,
het gelag van een onderwaterstad.
En in het halfduister, in elkaars begeerte
zullen we Europa zien en weten dat er iets ouds
van ons is afgenomen.

Ik eet voor de televisie. Ik ben burger van een staat,
eet magnetronboerenkool, kijk naar een herhaling van Frasier.
Het is mijn plicht de worst te eten en het jusbakje leeg te drinken.
Online lees ik een polemisch stuk, dat ik ooit schreef,
en walg van het stijltje, de berekening.

Opeens begrijp ik dat ik niet op de toekomst wacht
en dat ik wegging bij God,
mijn familie, de ziel die in mij huisde.
Wat registreer ik?
Geen heimwee of dromen van thuis,
maar suizeling, woede, dode politiek.
Ik haat dit verminkte en ik haat de toekomst.
Ik ben een minerale waarheid,
omringd door zusters en broeders.

Ik ben de parasiet van een duister ding.
Door broeders en zusters ben ik omringd
en schrik wakker uit een dronken slaap.
Ik zit in de nachtbus en zie de maan
boven de akkers van Flakkee.
Agrarische sector, ik werkte in je
en nu ben ik ver weg van je grimmige schoonheid,
die door werkromantiek in een nachtbus
toegankelijk is en anders niet.

Toch genoot ik van de lichamelijkheid
van bollen pellen en tulpen koppen.
Maar het is mijn werk niet, ik hoef het niet te doen.
Ik heb de biotopen van de kennis gezien
en opwaarts ben ik mobiel geworden.
Mijn lichaam was mijn zomerbaan,
nu ben ik creatief.

Uit onbewustheid word ik wakker op Flakkee, somber eiland,
waar ik eerst een religieuze masochist was
en later naar de geest van de mensheid zocht.
Nu staat de maan boven de akkers in haar eigen afglans
en denk ik aan mijn ideeën, die dood zijn.

Mijn gedaante in Stad aan ’t Haringvliet.
Wat is hier aan de hand?
Over alles ligt de gloed van het private,
maar Stad aan ’t Haringvliet wil mij
iets anders zeggen.
Het verenigingsleven ligt stil.
Huizen en lantaarnpalen koelen af.
Er is niemand op het voetbalveld.
Ik neem plaats op de middenstip
en zie de lijnen.
Over het douchen na de wedstrijd
schreef ik een gedicht.
Over onze witte jongenslichamen,
onze homofobie.
De lichamen van mijn teamgenoten
waren mijn informatie.
Herinneringen aan iets collectiefs.
En wat nu?

 

Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

Oud

Niemand meer om me Penelope te noemen,
treurde de oude gravin toen zij op de hoogte werd gebracht van het overlijden
van haar laatste jeugdvriendin. Heeft ze lang gezeten

in de tochtige hal, denkend: dat is het dan,
niemand over behalve meelopers en lakeien,
waarom nog doorgaan? De dood kan het niet helpen, dat hij er vriendelijk uitziet
wanneer al je vrienden daar wonen, terwijl

elke dag steeds meer lijkt op een rokerig feest
waar de muziek pijn doet en vreemden erop staan dat ze je kennen
tot je met je ogen knippert en glimlacht en in de muur verdwijnt
en naar je drankje staart en een boek van de plank pakt

en voor een minuut je ogen sluit en plotseling
iedereen met wie je kwam weg is
en mensen rare dingen doen in de hoeken.
Geen wonder dat je op je horloge kijkt

en tegen niemand in het bijzonder zegt
als je het niet erg vindt, denk ik dat ik nu maar naar huis ga.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Deutscher Buchpreis 2020 voor Anne Weber

Deutscher Buchpreis 2020 voor Anne Weber

De winnares van de Deutscher Buchpreis 2020 is Anne Weber. Zij krijgt deze prijs voor haar roman in verzen “Annette, ein Heldinnenepos”. De Duitse schrijfster en vertaalster Anne Weber werd geboren op 13 november 1964 in Offenbach am Main. Zie ook alle tags voor Anne Weber op dit blog.

Uit: Annette, ein Heldinnenepos

“Anne Beaumanoir ist einer ihrer Namen.
Es gibt sie, ja, es gibt sie auch woanders als auf
diesen Seiten, und zwar in Dieulefit, auf Deutsch
Gott-hats-gemacht, im Süden Frankreichs.
Sie glaubt nicht an Gott, aber er an sie.
Falls es ihn gibt, so hat er sie gemacht.
Sie ist sehr alt, und wie es das Erzählen will,
ist sie zugleich noch ungeboren. Heute,
da sie fünfundneunzig ist, kommt sie
auf diesem weißen Blatt zur Welt –
in eine undurchdringliche Leere, in die sie
lange runde Maulwurf blicke wirft und die sich
nach und nach mit Formen und mit Farben,
mit Vater Mutter Himmel Wasser Erde füllt.
Himmel und Erde sind bleibende Erscheinungen,
das Wasser aber kommt und geht, es strömt
ins trockne Bett des Flusses Arguenon, wo es
zweimal am Tag die Boote aufrichtet, die schon seit
Stunden auf der Flanke liegen. Zweimal am Tag
zieht sichs ins Meer zurück, Ärmelkanal
nennt man es hier, auch kurz La Manche, Der
Ärmel, obwohl es kein Kanal und auch kein Ärmel ist,
nichts Hohles also, eher schon ein Arm: der
Meeresarm, den der Atlantik zur
Nordsee rüberstreckt. Sachte legen sich die
Boote wieder seitlich auf den Bauch.

Im All des Zimmers, dem noch unbewohnten,
schwimmen vier und auch manchmal sechs
glänzende Gestirne oder Augen. Wie in der Dunkelkammer
langsam Konturen aus dem Nichts aufsteigen,
beginnen sich um die Gestirne
Gesichter abzuzeichnen. Mutter. Großmutter.
Vater. Das Kind, das Anne heißt und alle
Annette nennen (sprich Annett) bringt diese
Planeten zum Kreisen.

Von Annette ist Anne (die Heutige) dem Alter nach
doppelt so weit entfernt, wie ihre
Großmutter es damals war, aber irgendwo
erstaunlich fern und nah
gibt es noch dieses Kind. Es ist eins mit ihr,
ist nicht verkümmert und nicht tot, es schläft,
es ist noch da.”

 

Anne Weber (Offenbach am Main, 13 november 1964)

Colin Channer, Jeet Thayil

De Jamaicaanse schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook alle tags voor Colin Channer op dit blog.

Uit: Satisfy My Soul

“Just beyond the restaurant the river broadens as it sweeps into the sea.
A buffet lunch is laid out on the covered esplanade: jerk chicken, curried conch, pasta salad and escoveitched fish . . . fried snappers marinated in a habanero vinaigrette.
On the opposing bank, old trees with silver trunks and thick uplifted roots like rocket fins are soaring to the sky.
I sit alone. I cannot eat. My mind is exhausted. I keep returning to the question. Who would the woman be?
I go outside to think inside the minivan. If I had driven on my own I would leave.
The Isuzu is parked in a ring of vans beneath a poinciana tree aflame with red blossoms. The drivers are clotted in ragged groups, playing cards, chewing cane and smoking—from the odor, more than cigarettes.
Resurfacing the driveway is a gang of men who’ve clearly learnt the art of pouring asphalt by telepathy.
Everything is slow, and then a whistle rifles from the road. Suddenly everything is frantic. Men begin to dig and mix and roll and cart, while splashing their bodies with beer, brewing perspiration.
A mud-encrusted pickup trundles through the gate. It stops abruptly and a female voice demands a work report. From the driver’s side a bangled hand slides through the open window. The hand unrolls a fist and fans the foreman forward. He dips his head inside the cab. There is a sharp exchange and then he straightens up, a little softer in his posture, and watches as the Ford begins to roll toward me, the driver searching for a radius of shade.
As she walks toward the restaurant, the woman with the bangles stops and reaches in a tote bag for a telephone. She is tall, with dreadlocks braided in a fat chignon. She is calling someone whom she knows quite well, for she dials without looking.
“Don’t fret, I’ll soon be there,” she says with a mischievously guilty laugh.
“But there is no story,” she emphasizes. “Same story. Didn’t I tell you that I don’t want no lover till the right one comes? Anyway. I have to go and brutalize these lazy men that work for me.” She begins to walk, then stops again. “Mind your business. There is no story to tell, I said. A lover would only distract me now.”

 

Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

De Indiase dichter, schrijver, librettist en muzikant Jeet Thayil werd geboren op 13 oktober 1959 in Kerala. Zie ook alle tags voor Jeet Thavil op dit blog.

 

Superkracht

In één keer over hoge gebouwen springen? Vergeet het
jij, maatje, ik
spring over jaren, brede straten,
financiële/mode/vleesverpakkingsdistricten, 23
MTA-bussen bumper aan bumper geparkeerd
Ik spring over Broadway,
jojo van
verkeerslicht naar
bushalte, naar Chrysler, naar jet.
Je hebt een geest van lucht nodig, van rubber,
om te begrijpen. Je hebt
stilte, sluwheid nodig. Adem uit!
Je moet weten dat alles een metafoor is,
dat gedichten ontkiemen
in mijn handen
als mystieke confetti, als
neurale snaartheorie.
Mijn broer, Mycroft, is klein, maar een genie,
oh een klein genie, wiens
“kunst subtiel is, een precisie van hallucinerende schittering,”
– dat is serieus gepraat, jongen –
hij is ‘bovendien’ en ‘echter’ ik ben
“snap je wat ik bedoel?” en “wat dan ook.”
Hij is de spookmier, degene die er niet is
daar, ongezien totdat hij stopt
met bewegen. Ik ben de
metgezel van uil en slechtvalk,
keizer van de lucht, en ik ben loyaal
aan jou, mijn trouwe onderdaan, wiens zwaarbevochten
plezier ik verwezenlijk,
en hoewel ik niet rijk ben, is er veel
klinkende munt nodig om me te houden
in de armoede waaraan ik gewend ben.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jeet Thayil (Kerala, 13 oktober 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e oktober ook mijn blog van 13 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Goeiedag

Mijn mond ligt boordevol gezaaid met woorden.

Af en toe
groeien bloemen als ik spreek tot tuilen.
Ik plant ze over in mijn tuin.
’s Nachts maakt hun geur mijn kamer dronken:
ik droom me armvol
tot mij de morgen arm doet ontwaken.

Ik zoek weer hopeloos de draad tussen
mensen naar een taak
en nuttige sienjalen.

Ik weet dit is het sein –
er zit een zin in dit ontmoeten
in elke daad ligt er een droom verzonken.

Maar hoe haar wakker roepen?
Ik kan niet telkens op de avond wachten.
De zon lijkt hees.
Het regent.

 

Staatsmanschap

1
Politiek is een kwestie van
vertrouwen, is de boodschap
vlak voor de verkiezingen.

Nadien wordt het een kwestie
van misbruik van vertrouwen.

Slechts wie dàt aan het volk
verkopen kan, heeft verstand
van politiek.

2
Politiek is de kunst van het
mogelijke.

Met onze vertrouwensman zal ook
dat veranderen. Met hem

worden de cirkels vierkanten,
de aandeelhouders kleine spaarders,
de werklozen uitbuiters.

De krisis heet normale toestand.
En al de rest is avontuur.

3
Regeren vereist moed, aldus
onze vertrouwensman.

Met hem zal alles anders
blijven. Hij kan ons

niets beloven, maar
vraagt offers.

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

Nachtbeelden

Laat in de koude nacht ontwaakt, en hoorde wind,
En lag met gesloten ogen en stil, beseffend
Deze woorden, hoe lichaamloos ze zijn, deze duisternis
Leeg onder mijn dak en de ruiten rinkelend,
Ruw bewerkt door wind. En lag zo en stelde me voor
Ergens ver weg zwarte zeeën met zware schouders
Die op het zand stortten en het weg ebbende stromen en
Donder voor altijd. Zo liggend bedacht ik, vriend,
Welk verkeer boze geesten hebben, of is dit een legende,
In lage holtes van de aarde in het binnenland, onder
Schaduw van de maan, de nacht die kreunt en bittere vorst;
En vreesde hoe de rijkdom van mijn beenderen, al lang afgestaan
Aan deze aarde, hun in handen zou vallen.
Geen meisje of geest naast me, en ik eenzaam
Denkend aan tuinen, seringengeur of schemering
Die laat in de zomer neerdaalt over die stad,
Ik lag en merkte dat mijn jaren mij verlieten,
En vreesde het koude bed en de wind, absurd
Alleen met stilte en de waan van tranen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.

Daniel Falb

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

[sieh diesen handlungsfamilien beim wohnen zu]
I dwell in Possibility…
Emily Dickinson

sieh diesen handlungsfamilien beim wohnen zu. heute ist der tag der sechs milliarden. historische schlachten stellen uns nach und wir sie.

von histaminen überwältigt kommen somit viele natürlich zur welt……. ein über jahre geprobter, über jahre nicht aufgeführter festumzug.

……………..überlegene formen des schämens, der sterilisation, wenn du ein kitten bist. die hervorbringung des gesichtes als enthaarung und weltausstellung.

crystal palace zeigt das feuer selbst der nationen wie der gebürtlichkeit……….. das ist die adresse eines strauches, eines blättchens, eines zellhaufens.

ich betrat den länderpavillion und kam als großfamilie wieder heraus. ich verpflanzte 1967 das erste menschliche herz, in zwillinge.

bequeme laufwege verlinken die sande, bequeme laufzeiten erleuchten sie flammend, die biennale. einfarbig ausgemalte makrophagen.

………………welche werkphase ist das und was davon bleibt. die abstoßung der organe. die abstoßung, der hand, der künstlerin.

 

geodätische kuppeln

geodätische kuppeln, von ungräsern umstanden, gelandet…. wasserfälle und nährende brunnen im erdlosen anbau. ich sehe die augen,

die den kaiser gesehen haben, nicht mehr…….. kindergärten, abgefetzt herabhängende gewebeteile des sozius, kultiviert binnen tagen wie rasenpartien. und

zahllose dimensionen des parlaments saugten, noch eingerollt, materie ein… während sie still vor sich hin weinten. roll aus die blühenden wiesen.

….felsquellwasser umspült in dünnem film ihre wurzeln: die freundschaftsnetzwerke. perser teppich und trailer park, durch identische ersetzt über nacht. Die

haupteinheit der fortpflanzung erstreckt sich landläufig bis zum horizont……. ein gau. das war die geschichte von aids 1900-1950.

 

dat wilde ik niet

dat wilde ik niet, maar de financiële crisis in de gemeenten l
had ook dit deel van de snelweg getroffen:
hoe de gele engelen zich ondertussen zelf repareerden,
in volledige duisternis, deze insectachtige
binnenstebuiten gekeerde intelligentie.
we wilden dit hier gewoon opbouwen
om het daarna weer te kunnen afbreken.
voorlopig lagen de rustplaatsen echter te strategisch
neergevlijd in het landschap,
dan dat men ze gemakkelijk had kunnen wegnemen.
wankelend uitstappen om te helpen
hier was overigens maar één vleugel afgescheurd,
verder alles in orde. toen zagen we clausewitz van achteren,
op zijn rug bewoog iets.
wielwissel … uh.
er waren daar zoveel troepen die we waren vergeten, kleine
troepen, ambtenaren die uit het raam waren gegooid,
de luchtmacht kon ze niet meer onderscheppen,
dat wilde ik niet

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e oktober ook mijn romenu blog van 11 oktober 2018 en ook  mijn blog van 11 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 11 oktober 2015 deel 2.

Menno Wigman, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

Ontmoeting

Oktober. Roken en de dag doorkomen,
niemand die je mist. Het jaar wordt oud
en ruikt naar uitgewoond verdriet.

‘Geen mens leed dieper dan drie meter
en dat is weinig.’ schreef een dichter
die het weten kon. En ondertussen droom

je maar wat meisjeskamers bij elkaar,
je zaagt je los uit je verongelukte hoop
en denkt jezelf een hoger leven toe.

Maar zeg eens eerlijk, jij daar
met je mooie mond, wat zou je doen
als je jezelf in een café zag zitten,

zou je jezelf begroeten? En als
je met die vent gesproken had,
denk je dat je hem gemogen had?

 

Dit Niet

Zodra de avond zich had omgedraaid
voltrok zich haast een wonder in de straat.

Eerst viel een kluitje mensen uit elkaar.
Toen stierf een ziekenwagen uit het zicht.

Een jongen, kostbaar als een kever, trok
galant zijn mes uit iemands ribbenkast.

Zijn wespenblik kreeg haast iets zachts.
Hij schreeuwde wel, maar slikte alles in.

Toen viel de avond langzaam weer terug
in weemoed en tv, verdween het mes

en liep hij glansloos weg uit dit gedicht.
Een plot was er niet, laat staan muziek.

De dood verzint van alles, maar niet dit.

 

Kliniek bij maanlicht

Koud de hemel, koud de daken, koud
de als een Hamlet opgekomen maan.

Daaronder een gebouw waar dagelijks
geboortestruif wordt weggemaakt.

Geen gevelsteen is tot een frons in staat.
Geen dakgoot lispelt een kindernaam.

Alleen jijzelf die in de blauwe maan
het staren van een blik ontwaart.

 

Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

selbstportrait als welle

ein kommen und gehen
nicht von vorn
nicht von hinten
verstehen
ein drehen und wenden
verrauschen und enden

 

verteidigung des selbstbildes

die angst vor misserfolg
sie fraß mich krümel blieben
verwerflich war mein glaubenssatz
mich hat er aufgerieben
der welten nervenenden
sind mir ins knochenmark geschrieben
der letzte zielkonflikt
ihn hab ich ausgeschwiegen

summierte irrelevanzen
distanzen ohne lohn
ein trottendes gewohnheitstier
halb träge noch halb schläfrig schon
die blutarmut genehm
den herzschlag voller zorn
aufs kopfschütteln gepolt
ein dorn sticht sich am dorn

ein wertneutraler kraftausbruch
ein lachen noch im ärgsten fluch
ein treiben ins vergessen
ein vorher land vermessen

 

Uit: sechszeiler

mijn gezicht is geen terrein
hoe aanmatigend boort je blik wat
verschroei je mijn omheining

hoe ontbloot is mijn nek wat
je nu ook zegt ik leg
mijn gezicht in jouw handen

***

***

oneindig komt de wind de regen
het midden van mijn leven smelt heet, dit
gieten betekent de vorm bewaren

die mij ooit vormt als ik grijs ben hoe
windstil wordt het hoe verlaten
en ten slotte komt de kinderzegen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Herman Brusselmans, Louise Glück

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: De Tafel

“Ik heb jaren aan een stuk bezworen dat ik nooit een boek zou schrijven met als titel De tafel. En tja, op een dag begin je er dan toch aan. Want hoewel ik vanaf 1982 vond dat De tafel een veel te simpele, weinigzeggende titel is, dacht ik daarstraks: nou, eigenlijk valt dat wel mee. Tenslotte weet iedereen wat een tafel is, en een titel mag gerust begrijpelijk zijn voor het grote publiek. Zonder tafel zouden we in een heel andere cultuur leven, bijvoorbeeld de woestijncultuur, waar de bewoners van de grond eten, of van een zelf geknoopt tapijt. Geef mij dan maar een tafel. Ik heb slechts één keer in m’n leven van de grond gegeten, en dat was toen ik drie maanden in een psychiatrisch instituut verbleef, en iedereen daar ervan wilde overtuigen dat ik werkelijk gek was. Van de grond eten, m’n uitwerpselen verkopen voor veel te veel geld aan de andere gekken, een vrouw die bij de verpleging zat beloven dat ik haar zwanger zou maken en daarna alsnog weigeren om met haar te neuken, dat soort dingen. Het was geen leuke periode. Oké, er zit iets fout in m’n hoofd, dat wel. Dat 6begon al goed toen ik op straat een paard wilde omhelzen, maar het bleek geen paard maar een oud wijf met een veel te groot bovengebit. Ik omhelsde haar trouwens veel te stevig, en door ademnood viel ze neer op de straat. Ik riep: ‘Bel de politie! Bel de politie! Een vrouw probeert de straat te stelen!’ Niemand belde de politie omdat iedereen wist: een straat stelen door er bewusteloos op neer te vallen, dat is onmogelijk. Zeker niet als de zogenaamde dief een vrouw is van tweeënnegentig, zich bovendien voortbewegend met een rollator. Ik gaf haar een trap in haar maag. Stom wijf. Eerst een beetje een paard lopen imiteren, en dan in coma raken, ik ken dat, mij moet je geen appelen voor citroenen verkopen. Omdat ik nog nooit de kut had gezien van een tweeënnegentigjarige vrouw, deed ik haar rok en haar onderbroek uit, en staarde ik tussen haar benen. Godverdomme, zoiets lelijks had ik nog nooit gezien. Het leek wel alsof tussen die benen de smoel van een hamster was ontploft. Van die rauwe vleesresten, weet je wel. Zo’n harige, ontplofte smoel van een bejaarde hamster. Zou die kut ook naar een dode hamster rúiken? Ik stak m’n neus tussen de benen van de vrouw en snoof hard en veelvuldig. Nee, de kut rook niet naar een dode hamster, maar wel naar iets wat per ongeluk zoek is geraakt in een slachthuis en daar al enkele weken ligt te rotten.
Ondertussen had iemand alsnog de politie gebeld, niet om de oude vrouw aan te houden vanwege straatdiefstal, maar om mij aan te houden vanwege het op een onzedelijke manier lastigvallen van die vrouw. Altijd als er iets gebeurt met een man en een vrouw, wordt de man in het ongelijk gesteld. Dat is al zo sinds de tweede feministische golf van 1865, toen een Franse lesbo door een rechter in het gelijk werd gesteld nadat ze een man beschuldigd had van verkrachting.”

 

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

Metten

Wat heb je met mijn hart
dat je het keer op keer moet breken
als een kweker die zijn nieuwe
ras beproeft? Experimenteer
maar op iets anders: hoe kan ik leven
in groepen, zoals jij wilt, als jij me
in de quarantaine van hartzeer dwingt, me scheidt
van de gezonde leden van
mijn eigen soort: zoiets doe je niet
in de tuin, de zieke roos
afzonderen; die laat je rustig met zijn openbare
geteisterde bladeren in
de gezichten van de andere rozen wapperen, en de luizen

van de ene op de andere plant springen, wat maar weer bewijst
dat ik het laagste van jouw schepselen ben, lager nog
dan de tierige bladluis en de klimmende roos – Vader,
als vertegenwoordiger van mijn eenzaamheid, verzacht
althans mijn schuld; neem
het brandmerk van mijn afzondering weg, tenzij
je van plan bent mij weer
voor altijd gezond te maken, zoals ik
gezond was en heel in mijn onbegrepen jeugd,
of als toen niet, onder de lichte druk
van mijn moeders hart, of als toen niet
in dromen: eerste
wezen dat nooit zou sterven.

 

Vertaald door Erik Menkveld

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook mijn blog van 9 oktober 2018 en ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.

Nobelprijs voor Literatuur 2020 voor Louise Glück

Nobelprijs voor Literatuur 2020 voor Louise Glück

De Nobelprijs voor de Literatuur is dit jaar toegekend aan Louise Glück. Haar poëzie wordt gekenmerkt door een streven naar duidelijkheid, aldus het comité. Terugkerende thema’s zijn het gezinsleven en de relatie tussen ouders en broers en zussen. De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

The Red Poppy

The great thing
is not having
a mind. Feelings:
oh, I have those; they
govern me. I have
a lord in heaven
called the sun, and open
for him, showing him
the fire of my own heart, fire
like his presence.
What could such glory be
if not a heart? Oh my brothers and sisters,
were you like me once, long ago,
before you were human? Did you
permit yourselves
to open once, who would never
open again? Because in truth
I am speaking now
the way you do. I speak
because I am shattered.

 

Vespers

In your extended absence, you permit me
use of earth, anticipating
some return on investment. I must report
failure in my assignment, principally
regarding the tomato plants.
I think I should not be encouraged to grow
tomatoes. Or, if I am, you should withhold
the heavy rains, the cold nights that come
so often here, while other regions get
twelve weeks of summer. All this
belongs to you: on the other hand,
I planted the seeds, I watched the first shoots
like wings tearing the soil, and it was my heart
broken by the blight, the black spot so quickly
multiplying in the rows. I doubt
you have a heart, in our understanding of
that term. You who do not discriminate
between the dead and the living, who are, in consequence,
immune to foreshadowing, you may not know
how much terror we bear, the spotted leaf,
the red leaves of the maple falling
even in August, in early darkness: I am responsible
for these vines.

 

October (section I)

Is it winter again, is it cold again,
didn’t Frank just slip on the ice,
didn’t he heal, weren’t the spring seeds planted

didn’t the night end,
didn’t the melting ice
flood the narrow gutters

wasn’t my body
rescued, wasn’t it safe

didn’t the scar form, invisible
above the injury

terror and cold,
didn’t they just end, wasn’t the back garden
harrowed and planted—

I remember how the earth felt, red and dense,
in stiff rows, weren’t the seeds planted,
didn’t vines climb the south wall

I can’t hear your voice
for the wind’s cries, whistling over the bare ground

I no longer care
what sound it makes

when was I silenced, when did it first seem
pointless to describe that sound

what it sounds like can’t change what it is—

didn’t the night end, wasn’t the earth
safe when it was planted

didn’t we plant the seeds,
weren’t we necessary to the earth,

the vines, were they harvested?

 

Louise Glück (New York, 22 april 1943)

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Bosrand

Op een herfst zonder geloof
ging ik naar de hoeders van gene zijde.
Het was toen oktober
en mijn haar kleurde rood.
Ik ging uit de tijd,
dat wil zeggen,
ik ging uit de wereld.
Sprak tot een omgevallen boom
en zong voor één stervend blad.
Ik zag dat het denken
een lelijk huis was:
een vierkante woondoos
die ongenadig oprees uit de polders.
Sloopkogels!
Maar had alleen een BIC M10.

Langs een slootje schrijf ik dit,
bij dalend licht,
met uitzicht op een bosrand.
Tussen de stammen,
waar de nacht al begonnen is,
fluit een vogel de aarde stil.

 

Stage

Welkom.
Je stage begon
toen je overdekt met bloed en vet
onder de felle lamp verscheen.

De stage is onbetaald,
maar als je geluk hebt zullen je collega’s je voeden.
Al het werk wordt hier gedaan door onbetaalde krachten.
Ook je vader en moeder krijgen hier niets voor.
Helaas is de markt voor zingeving momenteel erg krap,
de marges zijn nihil.

Er is een serie introductiegesprekken ingepland
met verschillende leidinggevenden,
maar je zult pas jaren naderhand weten
dat ze hebben plaatsgevonden.

Er is een werkplek voor je vrijgemaakt,
maar waar die zich bevindt,
moet je zelf ontdekken.
Als je hem aantreft, zal hij bezet zijn door anderen,
die niet op de hoogte zijn gesteld door de directie.

Gaandeweg zul je ervan overtuigd raken
dat je onmisbaar bent voor dit bedrijf.
Je zult vergeten dat je stage liep.

Op de dag dat je leertijd onverwacht afloopt,
zul je je woedend beroepen op je vermeende positie,
koortsachtig zoeken naar een onvindbaar contract.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

haar monument staat

mijn 88-jarige grootmoeder leeft
en als ze eens te lang zou slapen
zegt ze tegen mijn dochter moet men haar
gewoon aan de oorlel trekken

mijn 88-jarige grootmoeder leeft
heeft deze winter ook doorstaan de
volgende lente is altijd de mooiste
wij snijden takken maken vuur

mijn 88-jarige grootmoeder leeft
haar monument staat op Google Earth
in haar ontbladerde volkstuin
naast de composthoop

mijn 88-jarige grootmoeder leeft
daar verder een beetje weer
spannig blauwe vlek (haar werkkiel)
met een witte punt (haar haar)

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.